8 Het Land waar de leugen regeert, boek twee.

Het Land waar de leugen regeert, boek twee.

Boeken kunnen in hoofdstukken zijn verdeeld, maar zijn daarbij soms ook in delen opgesplitst. Daar kiezen wij ook voor en ik zal uitleggen waarom. Onze intentie, en doelstelling is niet om een bestseller te produceren (mag altijd natuurlijk), maar als “wake up call” om duidelijke en grote misstanden, zoals wij die ervaren, aan de kaak te stellen. We zullen het derhalve ter kennis proberen te krijgen aan de bestuurders van dit land, en proberen er publiciteit voor te genereren, en hopen op beïnvloeding van publieke opinie. Dat dit niet gemakkelijk is, is ons bekend, en ook al beproefd, maar een doorbraak is altijd mogelijk.

Sommige zaken geven daarbij ook hoop. Dit schrijvende is het 4 februari 2015 en gister was er bij het ochtendnieuws, dat men het beter mogelijk wilde maken dat een foute rechter op zijn fouten aangesproken kan gaan worden. Ene Ard van der Steur van de VVD kwam daarmee vol in het nieuws en er werd medegedeeld dat andere partijen (o.a. CDA) dit ook vonden en hem nog, zoals dat in de politiek soms gaat, probeerden te overtroeven. Hoe dit zogezegd plotsklaps tot een eigen leven gekomen is weet ik niet maar duidelijk werd mij wel dat ze er nog geen benul van hebben dat er bepaalde zaken in het rechtsgebeuren totaal scheef zijn gegroeid en het soms gaat over een rechter die aan de drank is, of andere menselijke zaken van dat kaliber, maar dat er veel ernstiger zaken gaande zijn, die voorzichtig gezegd, de schijn hebben van opzettelijk hun richtlijnen (aanbevelingen) niet in acht nemen, elkaar beschermen als een collega op volstrekt onaannemelijke wijze handelt, en er ook gewoon de schijn van pure corruptie kan bestaan, die niet wordt onderzocht, en niet lijkt aan te pakken omdat iedereen die betrokken is de collega in dekking neemt.  Nu zulke zaken van lieverlee groeien en rechters merken dat ze in feite ongecontroleerd kunnen handelen, en een eigen elite groep vormen waarin ze zich boven anderen verheven voelen, en overal mee weg komen, kunnen zulke zaken van kwaad tot erger gaan, en in feite grote maatschappelijke slachtoffers maken, en ook veel maatschappelijke kosten en schade genereren..

Die zaken gaan we dus in dit deel twee beschrijven en behandelen. Terwijl men doorgaans in zo een feiten opsomming en beschrijving, de conclusies en bevindingen aan het einde beschrijft, gaan wij dit doen voordat wij verder gaan. De reden is dat het lezen van zaken voor veel mensen (en ook en vooral rechters, maar ook in het bestuurderscircuit) steeds moeilijker blijkt te worden, ook soms door drukte en tijdnood. De roep is daarbij dat men iets kort op een A4 tje samen moet vatten, Vooral als men aan mag nemen dat het allemaal wel zal kloppen, is dit ook wel functioneel, maar uiteindelijk zullen veel zaken toch een gedetailleerde en gemotiveerde onderbouwing behoeven. Het eerste boek is dus het geven van de achtergronden, en het beschrijven hoe zaken kunnen ontstaan met oorzaken en gevolgen (zie ook laatste pag.) en wat dies meer zij. Dat kan men lezen maar anders moet men aannemen dat wat in het A 4 tje staat gewoon juist is. We kiezen er dus voor om eerst zo kort mogelijk de zaken samen te vatten zoals wij ze hebben ervaren en geconcludeerd. Wie dit niet wil geloven en het aan wil vechten die zal dan verder moeten lezen, voordat diegene tot een eigen onderbouwde en gemotiveerde conclusie kan komen. We uiten dus eerst in korte bewoordingen onze beschuldigingen zoals voornoemd, vervolgens geven we daar een uitgebreidere opvolging aan met wat meer onderbouwing, en pas daarna gaan we verder met het verhaal als vervolg van het verhaal van boek één.

 

Onze eindconclusies van zaken;

  1. Bekend en in de publiciteit veelvuldig beschreven als gerechtelijke dwalingen zijn strafrechtelijke zaken die puur mis zijn gegaan dus het fenomeen van juridische missers en dus ook slechte rechters en foute uitspraken bestaat ontegenzeggelijk.
  2. Wat niet of nauwelijks aandacht krijgt is dat dit in het civielrechtelijke gebeuren in gelijke mate mogelijk zal zijn, maar onze ervaring is dat daar ernstigere vormen voorkomen, en ook veel zaken waar niet van missers sprake is maar van het opzettelijk bevoordelen van de één, en in gelijke mate benadelen van andere partijen, wat voorbedacht geschiedt en de vorm van een soort eigen cultuur aan kan nemen, in zaken waar grote bedragen aan gelden, in onrechtmatige en onjuiste banen worden geleid, en schimmig en ongecontroleerd verdwijnen.
  3. In geval van twee voor de rechter neutrale partijen zal de rechter naar vermogen professioneel handelen, maar op een bepaald gebied gaat het in zo grote mate mis, dat naast onjuiste en oneerlijke oordelen, er ook een groot maatschappelijk belang wordt geschaad en de inschatting is dat er voor miljarden per jaar economische schade ontstaat die volstrekt onnodig is. Die zaken hangen samen met  het disfunctioneren van de zeer gedateerde faillissementswet, waarbij komt dat die wet ook nog onjuist wordt uitgevoerd, alles ten behoeve van zelfverrijking van curatoren. Dit kan plaats vinden doordat in feite het toezicht ontbreekt, het toezicht dient plaats te vinden door een rechter commissaris, die meer kompaan en vriend wordt van die curatoren en hun onbehoorlijke en onrechtmatige acties faciliteert  en mogelijk zelfs meedeelt in de buit. Hierbij opgemerkt dat (nog steeds) het toezicht op de toezichthouders (R.C) ontbreekt.
  4.  Dit lijkt een landelijk probleem, maar de proportie is niet of onvoldoende onderzocht. Zeker is dat de groep van rechters van de “Handels en Insolventie groep” in Alkmaar zwaar in dergelijke zaken is verwikkeld, dat het er op lijkt dat de gehele groep elkaar dekt, en sterke netwerken daarbuiten heeft. Daarbij is een grote verwevenheid gebleken, van de rechters met de curatoren en ook bijpassende malafide advocaten en ook malafide opkopers. De stelling wordt geponeerd dat zowel curatoren en ook advocaten “ruime bevoegdheden” toekomen wat in lijkt te houden dat diefstal en bedrog voor hen legaal zijn.  Ook bij de Orde van Advocaten is men die mening toegedaan en worden klachten (aangaande door hen gepleegde leugen, bedrog, misleiding en.) niet ontvankelijk verklaard of ten voordele van de eigen leden afgedaan, om de voornoemde handelwijzen en praktijken van de zich als eliteclub (rechter, curatoren, advocaten) achtende lieden.
  5.  Daarbij blijkt er een sterke lobby te zijn die voornoemde zaken en praktijken vooral in stand wil blijven houden. Al praktisch een halve eeuw pleiten vooraanstaande juristen voor wetswijziging en hebben ook Kamerleden gepleit voor meer en beter toezicht, evenwel, dit heeft men tot nu toe steeds weten te voorkomen. Zaken bereiken ook af en toe de publiciteit, maar steeds minder en opvallend weinig. Bekend bij ons, is een journalist die een artikel klaar had voor de Haagse Post, aangaande een schrijnende zaak wat op de valreep door de redactie werd geweigerd.

In geval dat de Nederlandse Staat wordt aangesproken dat een gerechtelijke ambtenaar (of ambtenaren) de door hen zelf ingestelde wetten heeft overtreden, wordt ook door hen direct een vechthouding aangenomen ten voordele van de overtreders, in plaats van zaken (gedegen) te onderzoeken, en men tracht advocaten die de wantoestanden blootleggen uit te schakelen.

  1. Als’t u blieft, hier heeft u dus uw A 4 tje, zoals u kunt lezen wordt daarin heel wat gezegd. Voor velen zal het ongeloofwaardig zijn, voor ons zou dat ook zo zijn geweest als niet het tegendeel overtuigend was gebleken, om mijn punt te maken ga ik niet in chronologische volgorde verder, aangaande de ervaringen zoals ik die dus de laatste 12 jaar heb opgedaan, en het is nog niet over en uit. Het A 4 tje was eigenlijk te weinig dus ik ga daar uit de losse hand meer op aanvullen, uiteindelijk komt het hele verhaal, en de gebeurtenissen op rij hier wel achter aan. We kiezen er voor om dit toch wat gedetailleerd te bezien en te behandelen, om vooral duidelijk te maken dat zo veel verbetenheid, en noem het maar creativiteit en spitsvondigheid in de strijd wordt gegooid, om de door ons beoogde verbetering kennelijk tot ongeveer elke prijs, te voorkomen.
  2. In het voornoemde is hij dus zo goed om voor de rechter te bepalen (kan ze kennelijk zelf niet) dat er alleen maar een paar stukken van zijn hand het z.g. dossier uitmaken, maar wat wij hebben geschreven dan juist weer niet, en vooral onze brief van 13 mei 2004 ligt hem kennelijk als een baksteen op de maag.  Het is vrij normaal dat als je iets aangaande een zaak, in dit geval een antwoord brief waar Sweens zelf om vroeg, naar iemand toe faxt, dat die tot het dossier behoort van de zaak die het betreft, zo gauw als die brief is ontvangen. Ik heb die vraag dan zo ook aan de een en ander (juristen) gesteld en die bevestigen dit allemaal, maar volgens Sweens behoort nu specifiek die brief niet tot het dossier, uiteraard zonder uitleg waarom niet, maar hij lijkt wat onzeker of anderen dat er mee eens zijn want hij spendeert er een hele pagina aan om die brief te ontkrachten, te verdraaien, en te ontkennen.
  3.   Als rechters, en dus ook mevrouw van Leeuwen, bij benadering onpartijdig, en daarbij een beetje scherp was geweest dan zou zij dit meteen wel heel verdacht hebben gevonden. Waarom beweert zo een curator dat er in een brief zaken staan die niemand er in kan lezen, waarom negeert hij de zinnen die van belang zijn en benadrukt hij zinnen die hem min of meer passen maar met een verdraaide uitleg.  We zijn zo ongeveer halfweg zijn document en gaan dus nog even door, citerende alinea 9;  “Een eerste conclusie is dat uit de stukken niet blijkt van een vergissing die moet leiden tot een verbetering van het proces verbaal”. Die stukken betroffen dus de crediteurenlijst en zijn verslag. Een nogal gekunstelde conclusie zou je zeggen. Alinea 10 beslaat dan uit ca. 1/3 pagina en citeren we in delen, deel één “Verder is noch uit de brief van 13 mei 2004, noch uit hetgeen de heer Groot tijdens de verificatievergadering heeft medegedeeld, af te leiden dat de heer Groot heeft betoogd als bestuurder van Lico Teelt BV. – derhalve namens gefailleerde zelf – de vordering van Bleeker Smit V.O.F. te betwisten”  Ook hier zou het aan de rechter zijn om te bepalen wat er uit de brief af te leiden is en zou Sweens dit niet voor behoeven te kauwen.
  4.  Sweens en van den Berg wisten op het moment van de vergadering dat Duijsens snode plannen had, dus als het er al niet uit af was te leiden, dan hadden ze gewoon even moeten vragen wat ik precies bedoelde, maar ook dit is onzin want in de bewuste brief stond in de bovenste zin op pagina 2 :  “Duidelijk dient dus te zijn dat van mijn zijde, de vordering van Bleeker niet wordt geaccepteerd, althans verrekenbaar wordt gesteld met onze eigen vordering” Misschien overbodig maar toch maar uitgelegd. In de door ons aangespannen rechtszaak eisten we vergoeding van de schade, nu het verschil tussen een normale en halve oogst ons pakweg 3,5 a 400. 000  euro minder had opgeleverd als een normale oogst, maar bij een normale oogst zou daar nog c. 130.000 euro aan teeltkosten over betaald moeten worden, ging het dus om het saldo van pakweg 2,5 ton euro’s, wat de schade was.
  5.  Op zich is dit duidelijk en begrijpelijk, maar hier staat gewoon niet meer en niet minder als, de vordering van Bleeker is bestreden en wordt niet geaccepteerd.  Juist deze zin wordt door iedereen genegeerd. Als Sweens beweert dat hij dit er niet uit kan lezen liegt hij dat het gedrukt staat, en is zijn actie alleen maar bedoeld om de rechter te misleiden en op het verkeerde been te zetten. Overigens heeft die rechter zelf ook lezen geleerd. Dan heeft Sweens het over; “wat Groot ter vergadering  heeft medegedeeld, ”  wat ook al weer een vreemd zinnetje is, want volgens het proces verbaal heb ik de hele tijd stommetje gespeeld dus niets medegedeeld. Daar komt dan bij dat bij een volgende sessie Sweens zich bijna niets meer herinnerde.
  6.   Sweens meent dus dat ik niet namens de gefailleerde de vordering heb willen betwisten, en daar zien we het zaaien van de verwarring, want Lico Teelt was de gefailleerde die onder Sweens viel, en waar wij niets meer over te zeggen hadden. Daar ging het dus helemaal niet over, maar Sweens had kennelijk goed opgelet toen hij de verplichte nascholingscursus volgde (waar Moszkovicz op werd gepakt) met als onderwerp “misleiden en verwarring stichten”. Vervolgens komt er een interessant zinnetje wat zeker onze aandacht behoeft; “Allereerst is de brief van 13 mei 2004 geschreven door Lily Company BV. Deze vennootschap was tijdens de verificatievergadering niet vertegenwoordigd.”  Waar hebben we het nu weer over zal de lezer zich afvragen, het antwoord is dat Sweens bang is dat hij het op een normale manier niet zal gaan redden en zich toelegt op spitsvondigheden en non argumenten. Inderdaad was de brief geschreven op het reguliere briefpapier van het z.g. doorgestarte bedrijf, omdat ik dat in omloop had en ook de relevante gegevens (adres tel. fax nr. etc.)  bevatte. Briefpapier van mij in privé had ik niet en van de failliete BV.s nog wel maar dat gebruikte ik natuurlijk niet. Nu had ik vanaf het eerste begin dus al een jaar lang dat zelfde briefpapier gebruikt en ook daarna in de vele brieven aangaande de eigen prive aansprakelijkheid van Sweens, nu zaken op het moment van deze zitting al 7 jaar gaande waren. Daarbij schrijft een BV. zelf nooit een brief, Sweens kon hooguit stellen dat het een fout briefhoofd was, de ondertekening was P. Groot en uit de inhoud bleek of het een privé of zakelijke aangelegenheid betrof. Ik benadruk dit om aan te geven hoe een misselijkmakende, flauwe en kinderachtige en ook achterbakse en gemene vent deze mr. Sweens is die in opdracht van onze overheid als curator mag spelen.  Punt gemaakt !!.
  7.  We citeren maar weer verder, het blijkt op zich wel interessant in welke bochten Sweens zich wringt, waarbij de schijn van neutraliteit al een tijdje vervaagd is. We citeren verder: “Verder blijkt uit de brief dat de heer Groot vooral in prive bezwaren heeft tegen de vordering van Bleeker Smit V.O.F.  Hij verwijst naar een dreiging door de advocaat van Bleeker Smit V.O.F. met privé aansprakelijkheid”.   Dit is op zich dus wel juist en ineens erkent Sweens dus impliciet, dat wij de vordering in de brief dus juist wél hebben bestreden, terwijl hij daarvoor nog beweerde van niet.  Daarbij wel opgemerkt dat Duijsens mij had aangeschreven zoals al eerder beschreven, en dat ik duidelijke tegenargumenten per omgaande en per brief had teruggestuurd en daarna niets meer had gehoord. Op het moment van de verificatievergadering achtte ik de kans dat Duijsens /Bleeker nog iets zou gaan ondernemen vrijwel uitgesloten, en dat Sweens dit zou gaan doen in feite geheel uitgesloten nu daar de zaken waren afgekocht. De alinea in onze brief waar hij aan refereert, was de laatste van de brief en volgde op de eerder geciteerde. Dit is dus niet een citaat uit het verweer van Sweens, maar van onze brief van 13-05-2004, die we hier ter discussie hebben, citaat; “” We nemen die principiële standpunt in omdat (de advocaat van) Bleeker met privé aansprakelijkheid heeft gedreigd op basis van door hem bedachte, vermeende en onjuiste gronden. Het erkennen van de vordering zou hem stimuleren om daar iets mee te proberen, met als uitgangspunt dat de vordering wél is erkend, maar nog op enige wijze geïnd moet worden. Zulk gedoe en meer rechtszaken enz. is exact het laatste waar ik behoefte aan heb”.   Zelf weet ik niet hoe ik nog veel duidelijker had kunnen zijn. De brief was inderhaast geschreven en met de gedachte dat de verificatievergadering het einde was van alle ellende die iedereen me had weten te bezorgen, met speciale dank aan GUO, maar ik stel dat ik een duidelijk en principieel standpunt inneem, wat in de vorige alinea is verwoord, en waarin ik stel dat ik de vordering saldeer met onze schadeclaim en “aber nooit nicht” hoe dan ook en onder welke omstandigheid dan ook de vordering zal gaan erkennen.
  8. Dit wil niet zeggen dat de truckendoos van Sweens leeg was, integendeel, we citeren verder; “De heer P. Groot is zelf geen crediteur in het faillissement van Lico Teelt BV. en heeft derhalve in privé geen bezwaar kunnen maken tegen de erkenning van de vordering van Bleeker Smit V.O.F. uit de brief van 13 mei 2004 blijkt in iedere geval niet dat de heer Groot als (indirect) bestuurder van Lico Teelt BV. – derhalve namens de gefailleerde – de vordering van Bleeker Smit V.O.F. heeft willen betwisten”.  Wat Sweens hier doet en beweert is dus opgedacht hetzelfde als wat Bleeker in de andere procedure deed en daar dus ook met succes. Daarbij wordt het allemaal ook voor mezelf moeilijk, lastig en ingewikkeld en verwarrend. Ik lees hier dat ik mezelf niet kon of mocht vertegenwoordigen omdat ik geen crediteur was, maar ik was er ook niet namens het failliete bedrijf, want daar was Sweens  verantwoordelijk voor dus in feite had ik er niets te zoeken, maar waarom had Sweens mij dan met bedreigingen en beloftes naar die vergadering toe gelokt?.  Maar het verwijt was dat ik de vordering van Bleeker niet zou hebben bestreden, wat vreemd genoeg dan meteen inhield dat ik de vordering (dus stilzwijgend) had erkend. Dan zou ik toch nog “indirect” bestuurder zijn, ook onzin natuurlijk, na een faillissement ben je bestuurder af, want dat is de curator dan. Je lijkt hier dus te lezen dat Sweens me eerst naar die vergadering lokte onder de bewering dat dit ook voor mezelf van belang zou of kon zijn, en dat hij hier stelt dat ik er niets had te zoeken. Het komt mij dan toch nog steeds voor dat, als ik op zo een vergadering stel dat ik een vordering bestrijdt, zo als ik heb gedaan, en wat bekend was, want de dag tevoren al schriftelijk gesteld,  dat ik dit namens eenieder die dat betrof had gedaan, dus zeker namens me zelf. Verwarrend weet Sweens het zeker te maken.
  9.  De brief van mezelf was ik begonnen met; “Wat u met de Bleeker zaak doet lijkt mij in hoofdzaak uw zaak”.  Wat ik bedoel te zeggen is dat ik wel van alles in kan brengen en het met dingen oneens zijn, maar Sweens gaat er over en beslist er over, het is gewoon mijn pakkie aan niet meer. Ik stel “lijkt” dus ik ben niet zeker nu ik geen jurist ben, en stel “in Hoofdzaak” omdat je mogelijk nog iets in de melk kan brokkelen, maar er blijkt ook uit dat ik dat gewoon niet weet. Ik vervolg die zin evenwel als navolgend; , bij ons is het zo dat we bepaaldelijk niet met een relatie naar de rechter stappen als er niet héél veel aan de hand is. Dan proberen wij zaken nog in der minne geregeld te krijgen, daar heeft Bleeker, opgejut door oude concurrenten / vijanden, niet van willen weten”. Dat eerste zinnetje moet dan dus volledig in verband worden gezien met de vervolgzin, waarin ik duidelijk stel dat we pas in echte uitzonderingsgevallen, en als het in der minne niet lukt, met een relatie naar de rechter stappen. Wat Sweens nu doet, en niet voor het eerst en laatst, is beweren dat er in het eerste zinnetje staat dat wij daarmee in feite erkennen dat we het met hem eens zijn en de vordering dus ook erkennen. Dit is natuurlijk gekunsteld en getruckt, en wederom de vraag, waarom wringt hij zich in allerlei bochten? We slaan een wat minder belangrijk stukje over en vervolgen met het citeren van het verweer;  “Tijdens de verificatievergadering  heb ik als curator aangegeven dat de boedel geen belang had bij het handhaven van de betwisting van de vordering van Bleeker Smit V.O.F. Uit de brief van 13 mei blijkt ook dat de heer Groot zelf aangeeft dat het aan mij is de vordering al of niet te erkennen (“wat u met de zaak Bleeker doet lijkt mij in hoofdzaak uw zaak) . Een erkenning van de vordering verschaft bovendien geen executoriale titel ten laste van de heer Groot zodat verweer van hem mogelijk blijft.”.  Erg duidelijk is het niet wat Sweens beweert want dat het zijn zaak is blijkt juist maar het zaaien van verwarring en suggereren dat wij op die manier de vordering erkenden geeft aan wat voor vuile spelletjes door Sweens worden gespeeld.
  10.  Wat hij zegt over de executoriale titel is ook gewoon onjuist. Het levert juist wel een executoriale titel op, alleen moet in een procedure vastgesteld worden of ik daar in privé op aan ben te spreken. Volgende alinea; “Een betwisting door de heer Groot in privé (dat was technisch ook niet mogelijk omdat hij in privé geen crediteur is) of als bestuurder van Lico Teelt BV. heeft op de verificatievergadering niet plaatsgevonden”.  Wij weten dus wel beter, maar het is zijn woord tegen mijn woord, maar ik ben zelf ook beslist in verwarring.  Als ik in privé formeel niet aanwezig was, dan kan ik ook niet stilzwijgend (in privé) met de Bleeker vordering hebben ingestemd. Als Lico Teelt bestuurder was ik er ook niet, die hoedanigheid was mij immers afgenomen, eigenlijk ben ik dus nooit aanwezig geweest. We zijn er dan bijna, we vervolgen; “De conclusie is dat in het proces verbaal precies is opgenomen wat tijdens de verificatievergadering is gebeurd en bedoeld, zodat het verzoek tot verbetering dient te worden afgewezen ; Uit de stukken blijkt bovendien niets van een vergissing in het proces-verbaal die tot verbetering zou moeten leiden. Redenen waarom: Verzoekers in hun verzoek niet ontvankelijk dienen te worden verklaard dan wel dan het verzoek af te wijzen, met veroordeling van verzoekers in de kosten van de procedure”.   Als je dit laatste goed leest en nader beschouwd dan schrijft Sweens niet dat er is opgenomen wat er is gezegd, maar wat er is gebeurd, wat niet meer was als vergaderen dus praten, en wat er is bedoeld. Dit bedoeld is wel dubbelzinnig. Waar zo een  vergadering voor is bedoeld is wel bekend en duidelijk, maar Sweens zal toch niet bedoelen dat de vergadering bedoeld was om het proces verbaal te vervalsen en dat dit goed is geslaagd?.
  11.  We hebben hier inmiddels ca. 4 pagina’s over vol geschreven, een kwartier leeswerk, en in hoofdzaak dus over een brief die volgens Sweens niet eens tot het dossier behoort, en volgens Sweens overloopt van onduidelijkheid en waarheid die men wil verdraaien, nu dus door Sweens, eerder door Duijsens, Allegro, enz. een soort groepsverkrachting dus van een brief. Het is inderdaad belangrijk om alles goed op papier te zetten, dan is alles duidelijk en kan niemand er een andere uitleg aan geven, alhoewel?, is dat zo? En hoe zit het met echt kwaadwillende lieden? .  Het was dus 24 november 2009  dat we werden verrast door de aanwezigheid van Sweens ter zitting, en nog meer door het koekoeksei van een verweer, wat hij uit zijn hoge hoed toverde. Wij hadden geen verweer of pleitnota, en alle al beschreven verzinsels en spitsvondigheden waren voor ons een verrassing en ook onmogelijk om zonder voorbereiding zijn zaken meteen afdoende te pareren. Op zich zit daar, zoals door mij ervaren, gewoon iets fout, als er in  pleitnota’s nieuwe zaken naar voren komen. waar je niet iets tegenin kan brengen, in ieder geval geen direct bewijs, maar waar je soms ook helemaal geen gelegenheid meer voor krijgt, ervaar ik dit als onrecht. Rechter mvr. van Leeuwen was vooral erg aardig tegen Sweens, ze noemde hem net niet bij de voornaam. Ze hoorde hem gelaten aan en ik had wel een batterij kritische vragen weten te bedenken, maar zij had die in ieder geval niet. S.K. had om de kladnotities van de griffier gevraagd, maar van Leeuwen meldde dat die onvindbaar waren, dus kennelijk zoekgeraakt.
  12.  Wel had ze een reactie gevraagd, van collega van den Berg, en gekregen. S. K. sprak uit dat het hem verwonderde dat de notities zoek waren, zeer ongebruikelijk, en of hij een kopie van de reactie van v.d. Berg kon krijgen. Die had ze niet bij de hand maar zou toegezonden worden, wat na vijf jaar nog moet gebeuren.  Aan wat we eerder ingebracht hadden, hadden we weinig toe te voegen, dus afwachten maar op het vonnis, wat deze keer “Beschikking” heette, en op 5 januari 2010  was uitgesproken. Ik vond zaken al vreemd gaan en had de zitting als een uitwedstrijd ervaren, dus mijn illusies waren al sterk geslonken maar je hebt altijd hoop. Wel had ik na het einde van de vergadering tegen S.K. gezegd, dat we het wel over de notities van de griffier hadden, maar dat ik eigenlijk 100 % zeker wist dat er geen griffier bij was, hoewel het proces verbaal wel door een griffier was ondertekend, maar dat kan ook achteraf zijn gebeurd.  Hij vond dit wel vreemd en opmerkelijk. Hij zei in ieder geval niet dat hij mij niet geloofde.    
  13.  Het vonnis komt er zo ongeveer op neer dat de rechter commissaris had gemeld dat hij geen reden zag voor verbetering, en dan had de curator ook het standpunt gebezigd dat het verzoek niet ontvankelijk moest worden verklaard of worden afgewezen. Dan blijkt volgens de rechter niet “Uit het dossier” dat ik de brief van 13-05-2004 ook aan de rechter commissaris heb gestuurd. Dit had kennelijk van mevr. van Leeuwen gemoeten. Ook blijkt niet uit het dossier dat die brief ter vergadering ter sprake is geweest. Natuurlijk blijkt er uit een dossier nooit iets wat er uit is weggelaten, dat de brief apart naar de R.C. gestuurd had moeten worden is dan ook de grootste onzin, de curator is altijd tussenpersoon, en die is verplicht zaken ter kennis van de R.C. te brengen. Zulke stellingen en beweringen zijn uiteraard buitengewoon onredelijk. Dan stelt ze (in r.o. 2.4)  Een betwisting van Groot in privé of als bestuurder van Lico teelt BV. heeft op de verificatie vergadering niet plaatsgevonden”.  Alsof ze er zelf bij was geweest. In r.o.  3.6 schrijft ze dan: “De brief van 13 mei 2004 waarin door  Groot bezwaar tegen de erkenning van de vordering van Bleker Smit v.o.f. wordt gemaakt, bevond zich ten tijde van de verificatievergadering niet in het dossier”.  Die bewering is dus wel de grootste gotspe in de hele zaak.
  14.  In latere instantie (Hoger Beroep) wordt in ieder geval wel gesteld dat de brief in het dossier zat, er dus gewoon toe behoorde, en onduidelijk is waarom mevr. van Leeuwen dit zo expliciet in deze uitspraak zet, zelf wetende dat ze wartaal uitkraamt.  Vervolgens stelt ze later dan nog dat het inmiddels vijf jaar terug is en we “onmiddellijk” verbetering hadden moeten vragen, hoewel er geen wettelijke termijnen gelden.  Het verzoek wordt dus zogezegd afgewezen om onduidelijke redenen.  We citeren het laatste stukje van deze z.g. beschikking;  “Indien het al zo zou zijn dat gefailleerde tijdens de verificatie vergadering gebruik wilde maken van haar bevoegdheid op grond van artikel 126 lid 1 few  dan had het op de weg van de gefailleerde gelegen om aan de rechtbank verbetering van het proces verbaal te verzoeken “onmiddellijk”nadat het verslag van de curator met het proces verbaal van de verificatievergadering ter griffie was neergelegd ter inzage, een en ander gelet op het belang van de betwisting door gefailleerde”.  Begrijpt u het, begrijp ik het. Tijdens de vergadering er gebruik van maken is al vreemd want dan moeten fouten nog beschreven worden, dan zal ze met gefailleerde mij zelf wel bedoelen, (niet Lico Teelt BV.) maar ik had dus “onmiddellijk” verbetering moeten vragen, terwijl ik pas vier jaar later wist dat het een instinker en een opzetje was, het kan toch niet zo zijn dat iedereen over een onbelangrijk foutje waar men verder geen belang bij heeft een hele procedure start, maar ook de opmerking “gelet op het belang van gefailleerde.”  Ook dat laatste zinnetje is onverklaarbaar, er zijn geen wettelijke termijnen, als het belang van gefailleerde haar dierbaar was, waarom wijst ze het verzoek dan af omdat het niet “onmiddellijk”  was gedaan, en wat is onmiddellijk, een week, een maand , veel langer had het al niet kunnen zijn. Eigenlijk worden er geen verdere redenen van afwijzen genoemd, een volstrek ononderbouwde beslissing die rammelt en niet uit te leggen is.
  15.  Hier zien we overduidelijk hoe fout het is dat een uitspraak van een rechter boven iedere discussie staat. Ze zouden om uitleg gevraagd moeten kunnen worden, en teruggefloten als het niet deugt. Gesteld wordt dat dit in hoger beroep kan en gebeurt, maar dat neemt niet weg dat ze er, als ze dat willen, er een potje van kunnen maken, zonder daar op aangesproken te kunnen worden. Dan hoorde ik laatst van een ex rechter dat hij een verwijt had gekregen dat er zo weinig zaken van hem in hoger beroep kwamen. De vonnissen mogen in eerste instantie dus niet te goed zijn, want ander krijgt het hof te weinig zaken, en raken ze zonder werk. In ieder geval was ik met mevr. mr. A.S. van Leeuwen ook weer helemaal klaar. Na deze zaak heb ik niets meer van haar gezien, gehoord of vernomen, volgens aanbeveling 8, al eerder genoemd en besproken, had zij als directe collega van een betrokkene deze zaak ook nooit mogen doen. Bij een zuivere navolging had er nadat het proces verbaal een omstreden rol kreeg, er naar mijn idee geen zaak meer in Alkmaar plaats mogen vinden. Ik kan er verder weinig anders van maken, als dat deze rechter die ook “edel” en “achtbaar” is, of behoort te zijn, uiteindelijk gewoon een handlanger van de club bleek te zijn, die “schijn van” is in ieder geval heel groot, wie bewijst het tegendeel?.
  16.  Op 2 april 2010 stelden we hoger beroep is van deze zaak, wat buitengewoon snel werd behandeld. Ook hier waren vooraf geen stukkenwisselingen maar we waren in het verzoek wel ingegaan op de door Sweens nieuw ingebrachte zaken. De zitting was al drie weken later, 27 april 2010. kennelijk kon het er wel even tussendoor. Ook hier was alles er op en er aan in mijn beleven weer apart en bijzonder, en ook onverklaarbaar. De voorzitter was mr.  A.D.R.M. Boumans, te rechter en linkerzijde geëscorteerd door mr. M.W.E. Koopman en mr. S. Clement.  Bij het hof heet een rechter dan ineens “Raadsheer” maar deze raadsheren waren drie oudere dames, waar het edelachtbare niet direct aan af was te zien. De zitting ging heel vlug, met een half uur stonden we weer buiten en weer waren ze nogal aardig tegen Sweens, en voor mijn gevoel koeltjes tegen ons, dus het voelde weer als een uitwedstrijd. Ze hadden de stukken gelezen, en ook wat wij tegen de (uitvoerig besproken) door Sweens ingebrachte zaken op schrift  hadden gezet, en ik had een spervuur van vragen aan Sweens verwacht maar er kwam nauwelijks iets. Wel heeft S.K. later het proces verbaal opgevraagd van die zaak en gekregen, dus is dit na te lezen en stand by.
  17.  Eerst werd Sweens gevraagd of hij nog veranderingen of toevoegingen had op zijn eerdere verweer wat hij in Alkmaar had ingebracht. Dat had hij niet. Uit het proces verbaal blijkt dan verder dat ineens Sweens zich bijna niets meer goed kon herinneren. Ik leg uit waarom er pas vijf jaar later om verbetering is gevraagd, pas ca. 4,5 jaar later was duidelijk geworden dat er conclusies uit werden getrokken die er volgens mij niet in stonden en die ook een dag voor de vergadering schriftelijk en duidelijk waren bestreden, dus dat we onmiddellijk om verbetering hadden moeten vragen was een zeer onredelijke uitspraak. Ik stelde dat ik de vordering had betwist maar dat niet kon bewijzen, maar dat Sweens niet kon bewijzen dat dit niet zo was.  Ik stel dat de door mij gezonden brief aanleiding had moeten zijn dat mijn standpunt duidelijk was, en dat het normaal was geweest, en voor de hand had gelegen dat mij duidelijk was gevraagd of ik de vordering nu wel of niet bestreed. Sweens wist immers dat Duijsens mij aan wilde pakken, ik zelf niet, S.K. stelt dan (alles in het proces verbaal leesbaar) dat de brief dateert van een dag voor de vergadering en op verzoek van Sweens geschreven. Nu ik aanwezig was, kan het niet anders als dat de R.C. aan mij vragen had gesteld en dat duidelijk is en vaststaat dat ik nooit en op geen enkele wijze de vordering heb erkent of dat er enige aanleiding kan zijn om dit te veronderstellen. Sweens was er vrij in om de Bleeker vordering te verifiëren, maar had er zelf verder geen enkel belang bij. Die behoorde ook neutraal tussen partijen te staan.
  18.  Dan was er nog gevraagd aan mij of ik de brief ook naar de R.C. had gezonden. Daarop stelde ik dat de brief bij binnenkomst van mij op de tafel lag, en ik heb op een tekeningetje aangegeven dat we in een klein kamertje met een tafel in het midden zaten, dus niet in een gerechtelijke setting. Het laatste stukje van het proces verbaal van die zitting citeer ik even; “De heer Groot vervolgt:  Ik zat tijdens de verificatievergadering aan de zijkant. Volgens mij was er geen griffier aanwezig. Er is simpelweg door de rechter commissaris gevraagd of ik de vordering bestrijdt of niet. De consequenties van die vraag zijn niet uitgelegd. Bleeker heeft mij een streek geleverd.”  Natuurlijk zijn proces verbalen lang niet altijd zuivere weergaven. Ik zou hier gezegd hebben “volgens mij was er geen griffier” Ik kan ook best hebben gezegd “Er was geen griffier bij”, echt veel verschil maakt dit niet maar het geeft er ruimte aan, dat ik nog aan kon twijfelen. In zeg dan ook dat als de R.C. mij had gevraagd of ik de vordering bestreed, ik geantwoord zou hebben dat ik die vordering bestreed, ik heb immers die vraag beantwoord, maar dat is weer niet duidelijk vermeld. Zulke kleine onduidelijkheden kunnen worden uitgebuit en als waarheid verdraaid worden, wat in de uitspraak ook het geval is. Dit alleen natuurlijk door kwaadwillende lieden, maar daar hebben we het nu juist precies mee van doen. Van belang is dat ik stelde dat er (volgens mij) geen griffier bij was. Pas toen in augustus 2013  ik van Meel er bij te hulp vroeg, was die er zeer verbaasd over dat deze drie raadsheren op die verklaring niet  reageerden. Dat hadden ze zeker behoren te doen en in feite een nader onderzoek of getuigenverhoor gelasten, omdat het weglaten van een griffier onreglementair was, en de vergadering daardoor ongeldig. In ieder geval staat door dit proces verbaal vast dat ik het d.d. 27-04-10  heb genoemd. Nu er hier wél een griffier aanwezig was, is er hier wél vastgelegd wat er (bij benadering) is gezegd.
  19.  De uitspraak was ook weer een desillusie, maar ik was daar aan gewend geraakt en kreeg steeds meer bewijzen van het disfunctioneren en de partijdigheid van het system, en in een ongelijk gevecht tegen graaiende curatoren gedekt door hun  R.C.s. die steeds meer als de zakkenvullende elite zichtbaar werden. Sprake was toch van een relatief lange uitspraak, waarin dus veel bekende zaken werden herhaald, en waar we alleen de zaken uit lichten die van belang zijn. Op pag. 2 onderaan lichten we het navolgende zinnetje er uit;  “De vordering is blijkens het proces – verbaal van de verificatievergadering niet op de verificatievergadering betwist”.  Hier gebeurt dus hetzelfde wat zich steeds weer herhaald, het uitgangspunt is dat een proces verbaal onaanvechtbare waarheden bevat, terwijl het simpelweg mensenwerk is en nooit objectief vastgesteld en bewezen. Zowel vergissingen en opzettelijke manipulaties zijn mogelijk zoals bij ieder geschrift of document. Dan geven ze wel weer, wat wij hebben ingebracht en dat dit haaks staat op wat Sweens beweerd, maar ze stellen eigenlijk niet meer en minder als, we geloven en volgen Sweens, dus eigenlijk ben ik de fantast en de leugenaar.
  20.  Dan beweerde Sweens dat er nauwelijks over de Bleeker zaak was gesproken, en dat de vergadering volgens zijn urenstaat maar 20 minuten had geduurd, en dat geloof je als rechter dus wel, en als ik beweer dat de vergadering veel langer had geduurd en dat er alleen en uitsluitend over de Bleeker vordering was gesproken dan geloof je dat als rechter (c.q. raadsheer mevrouw) dus weer niet. Bij nader inzien, en voor de duidelijkheid citeren we toch maar de relevante laatste delen uit de uitspraak die nu ineens weer “Arrest” heet. Allereerst het laatste stukje van 2.6, waarin wordt aangehaald wat Sweens had gezegd: “Over de Bleeker vordering is naar mijn weten maar kort gesproken en de brief van Groot van 13-05-04 is naar zijn weten niet ter sprake gekomen en niet overlegd aan de rechter- commissaris. Hij kan zich niet herinneren wat Groot destijds heeft gezegd. ” Het is al vreemd en onverklaarbaar dat het hof daar in is getrapt. Waarom is niet gevraagd waarom zo een duidelijke en belangrijke brief niet is besproken en overlegd aan de rechter commissaris, en ik had er (als er al iets van waar was) gewoon van uit mogen gaan dat mijn punt al schriftelijk duidelijk was gemaakt, daarover later nog meer. voor alle duidelijkheid toch maar de gehele volgende z.g. r.o. 2.7 geciteerd wat dus de overwegingen zijn van de raadsheer vrouwen, met tussendoor wat commentaar, meer relevante stukjes zijn door mijzelf in vette letters gezet:  2.7.  Uit hetgeen partijen hebben verklaard ter zitting in hoger beroep en hetgeen uit de stukken in hoger beroep en uit eerste aanleg is gebleken, komt het hof tot een afwijzing van het verzoek van appellanten. Duidelijk is in deze zaak dat Groot  voor en na de verificatievergadering de vordering van Bleeker heeft betwist, hetgeen ook wordt ondersteund door de door appellanten overlegde stukken”.   Deze vaststelling is duidelijk en concreet, door ons ook steeds zo beweerd en gesteld, maar hier ook als een vaststaande zaak aangenomen. Juist daarom zou het ook zeer aannemelijk zijn dat dit op de v.verg. ook zo zou zijn gesteld, zeker als daar naar zou zijn gevraagd. Nu ik kennelijk naar de vergadering was gesommeerd en gelokt om vragen te beantwoorden lag het inderdaad zeer voor de hand dat ik daar het zelfde standpunt had geuit waar ik me altijd aan had gehouden.
  21.   Dan behoort een rechter te oordelen op feiten en niet op aannames of veronderstellingen en als er geen bewijs is van het voordeel van de twijfel uit gaan, dat hier plotsklaps andere maatstaven gelden zal uit het vervolg blijken. Vervolg:  “Niet aannemelijk is echter geworden dat Groot zich ook tijdens de verificatievergadering heeft verzet tegen toelating van de vordering. Groot heeft hier onder meer over verklaard dat er uitgebreid gesproken is over de vordering van Bleeker en dat als de rechter commissaris gevraagd zou hebben of hij de vordering betwistte, hij dit zeker zou hebben beaamd. Uit deze verklaring blijkt echter niet dat dit daadwerkelijk zo tijdens de verificatievergadering zo is gegaan. De curator en de rechter commissaris hebben dit evenmin bevestigd.”  Zaken worden hier enorm verdraaid, en de vraag is waarom de als drie vriendelijke omaatjes ogende dames dit doen. Ik had en heb steeds anders verklaard, namelijk datgene waarvan ze zelf stellen dat ik dat altijd wel heb gedaan, zijnde dat ik de vordering in iedere hoedanigheid bestreed en er ook een rechtszaak over had aangespannen. Ik heb helemaal niet gesteld van “Als de rechter gevraagd had”maar ik stelde dat het wel heel erg vreemd en onaannemenlijk was dat de R.C. dit niet zou hebben gevraagd.
  22.   Natuurlijk zou ik dan (nogmaals en ten overvloede) hebben herhaald dat ik die vordering bestreed, maar daar ging het niet over, het ging erover hoe vreemd en onaannemelijk het was dat (volgens het proces verbaal) die vraag niet was gesteld, en de brief van 13-05-2004, niet was behandeld en besproken. Het enige wat ik daarmee stelde was;  “Dames wordt wakker, wat de tegenstanders beweren is volstrekt onaannemelijk, laat je niet door die R.C. en curator in de luren leggen, die besodemieteren de zaak. Ze hadden zelfs opzettelijk een griffier weggelaten zodat ze het proces verbaal konden vervalsen. Steeds hebben we herhaald dat we op de vergadering de vordering weldegelijk hebben bestreden, de R.C. en curator leveren geen enkel bewijs dat dit niet zo is. Ze vergeten dat een rechter en een curator net zo hard kunnen liegen als wat wij als bovenklasse bezien als de onderklasse. Ze hebben ook duidelijk een motief, en net als bij criminelen, en onwillige en vijandige getuigen is Sweens in eens alles vergeten, dat is toch ook ongeloofwaardig.  Hier blijk dus weer dat artikel 1 van de grondwet wordt overruled, iedereen gelijk telt hier niet. De elite heeft gelijk omdat ze de elite zijn, en het gepeupel is per definitie de leugenaar.
  23.  We vervolgen dan maar weer verder;  “Dat dit thans niet goed meer valt te achterhalen, onder meer  door het thans niet meer kunnen achterhalen van de aantekeningen van de griffier tijdens de verificatievergadering , is een omstandigheid die naar het oordeel van het hof voor rekening en risico van appellanten komt, te meer nu zij na ontvangst van het proces verbaal bijna vier jaar hebben gewacht met het indienen van het onderhavig verzoek”.  Dit vinden we dan ongeveer het toppunt. Het blijkt de schuld van ons te zijn dat er op de rechtbank maar wat aan wordt gerommeld met zaken die gewoon in een dossier behoren te zitten. Nu het lopende zaken betrof mogen die niet zomaar verdwijnen. De werkelijk was natuurlijk anders, er was geen griffier bij dus ook geen aantekeningen. De R.C. heb ik overigens ook geen aantekeningen zien maken. We hadden netjes uitgelegd waarom we het verzoek pas hadden ingesteld nadat bleek dat er een zeer negatieve uitleg aan werd gegeven, die we voordien voor onmogelijk hadden gehouden. Dan is ook in hun proces verbaal vastgelegd dat er volgens ons helemaal geen griffier aanwezig was. Hebben ze dit niet gehoord?. Of is hun uitgangspunt dat gepeupel nu eenmaal altijd liegt. Erg professioneel komt dit niet over en vooral heel erg partijdig.  We zijn inmiddels toe aan het laatste en beslissende stukje van r.o. 2.7 “De omstandigheid dat de brief van 13 mei 2004 anders luidt doet aan een en ander niet af aangezien van appellanten, die bij de verificatievergadering aanwezig waren, verwacht had mogen worden dat zij zich hadden geuit en dit laatste is (nu net) niet het geval”.   2.8  Het hier overwogene leidt tot de volgende beslissing.          3. De Beslissing   het hof     —   bekrachtigt de uitspraak waarvan beroep”.
  24. Dit z.g. arrest heeft dus nauwelijks enige motivatie, geen enkel onpartijdig iemand was bij die vergadering (want allemaal weggehouden) dus het is uitsluitend gebaseerd op aannames en beweringen nu (net niet) als aannemelijk en dit is hun uitspraak en daar zullen we het mee moeten doen. Natuurlijk kunnen we ze niet echt tot de Alkmaarse club rekenen, maar desalniettemin is het wel erg gekunsteld, en als zonder verder bewijs de ene partij in alle opzichten wordt bevoordeeld, (geloofd) en een andere partij benadeeld (niet geloofd) dan is er van objectieve en onpartijdige rechtspraak geen sprake. Natuurlijk beseften ze dat een toestaan van wijziging de gehele zaak Bleeker op de schop zou zetten, maar de kennelijke doorslag zal hebben gegeven dat er een directe collega  en een curator discutabel gehandeld hadden, die dus werd beschermd door het systeem zodat die wist dat hij straffeloos met zijn praktijken door kon gaan.
  25.  Voordat we verder gaan zullen we nog een paar aparte aspecten bespreken van het proces verbaal die in het vervolg ook van belang zijn. Allereerst, maar al eens aangegeven, zou er op de v.verg. geen enkele vraag aan mij zijn gesteld, en had ik volgens het proces verbaal geen woord gesproken. Bepaald niet erg aannemelijk dus. Een gevolg daarvan was dat ik ook niet gezegd zou hebben dat ik de vordering bestreed, maar ook niet dat ik die erkende. Daar stond dus niets van in het proces verbaal. Hoe kan het dan dat men beweerde dat ik de vordering had erkend op de v.verg. terwijl ik die vordering, (zoals ook deze raadsheer dames bevestigden), altijd had ontkend. Dat is wel een interessante vraag.  Wij hebben steeds gesteld dat ze die conclusie nooit en te nimmer konden trekken nu wij dit altijd hadden ontkend en het proces verbaal geen uitsluitsel gaf van wel of niet ontkennen. Het kon van de rechters dus alleen maar een aanname of veronderstelling zijn waar ze hun oordeel op baseerden en ons dus mee in de vernieling hebben geholpen (bedankt rechters en Nederlandse staat).  Dat wij de vordering, altijd hebben bestreden, en altijd hebben gesteld dat we dit ook ter vergadering hebben gedaan, heeft geen enkele waarde en erkenning gehad.
  26.  Alleen wat in het proces verbaal staat (en zelfs wat er niet in staat), daar wordt zogezegd “beslissende waarde aan toegekend, nu dit is opgesteld door de rechter commissaris” maar hoe is er waarde toe te kennen als er iets niet in staat. De constante, terugkerende redenering was dan dus dat er niet in het proces verbaal stond dat we de vordering hadden bestreden, maar ook niet dat we de vordering wel hadden erkend. Hoe kun je stellen dat iemand een vordering heeft erkent als dit niet duidelijk vermeld staat?. Een onwaarschijnlijke aanname dus die nergens een grondslag had of ergens uit op was te maken. En dit dan op basis van zaken die best wel eens per ongeluk verkeerd kunnen zijn opgeschreven maar in dit geval de schijn van opzet hebben. Het feit is en blijft dus dat er van wel of niet erkennen van de vordering niets in het proces verbaal staat, er geen enkel bewijs is (het omgekeerde is veel aannemelijker) maar dat we daar dus wel aan op zijn gehangen, en er nog geen enkele keer ook maar door iemand, wie dan ook, is gereageerd op het feit dat we steeds aangeven dat er niets van de aanname in het proces verbaal staat.

30.  Een ander iets wat nog van belang is en gaat zijn, is dat er, kennelijk door onduidelijkheid, en slordigheid bij het in elkaar flansen van het proces verbaal door van den Berg een grote fout door hem is gemaakt. Het was kennelijk een haastklusje en niet gebeurd als de griffier het had gedaan, hoe dan ook, de fout is gemaakt en staat als een huis. De Bleeker vordering betrof twee termijnen van 63.430,53  dus totaal E. 126.861,06.  In het proces verbaal staat;  “de vordering van — en Bleeker Smit ten bedrage van 63.430,53 over te brengen naar de lijst van concurrente vorderingen, daar hij deze niet langer betwist“.  Daar staat dus duidelijk dat het één maal 63.430,53 was (dus geen twee maal)  een vergissing dus van nogal een fors bedrag, maar als in zo een proces verbaal staat dat de hemel geel is en niet blauw, dan blijkt de hemel geel te zijn. Ook al weet iedereen wel dat dit een fout is, stelden wij ons op het standpunt van gelijke monniken, gelijke kappen, alle fouten verbeteren of niets. Voor Bleeker en ook voor Sweens was dit toch wel een hele vervelende. Gaan roepen dat er een fout in stond die verbeterd moest worden, was lastig, nu wij daar zelf bot bij vingen, en er een aparte discussie zou ontstaan. Daarbij kon Duijsens aan Sweens wel een verwijt maken van “Hoe konden jullie zo stom”,  maar het antwoord zou zijn van, we hebben onze nek voor je uitgestoken, jammer van deze fout, maar liever geen verwijten. Vreemd genoeg, of juist de schijn van de partijdigheid versterkend, had Allegro daar niets mee gedaan, maar we hadden het ook niet zo nadrukkelijk aangegeven, nu we meenden dat het proces verbaal geen rol zou spelen, maar Allegro heeft het in haar uitspraak wel over 2 x het bedrag, terwijl het toen dus al als 1 x in het proces verbaal stond. In het vervolg van de zaak zullen we dit dus nog tegen gaan komen. 

31 Onze pogingen om het proces verbaal gewijzigd en verbeterd te krijgen hadden dus gewoon schipbreuk geleden,  terwijl dit de zaak voor ons volledig ten goede had kunnen keren. Na ampele overwegingen en overleg werd overwogen dat de uitspraken zo dubieus en aanvechtbaar waren dat het aanvechten in cassatie niet kansloos zou kunnen zijn. De cassatie advocaat  stelde dat cassatie in 92 %  van de zaken werd afgewezen, maar dus ook bijna 1 op 10  wel goed ging, een soort Russische roulette dus, dus de verwachtingen maar niet te hoog spannen, maar gezien het belang en alle ins en outs besloten we toch maar om het te proberen. Alles bij elkaar toch weer heel wat werk en gedoe, (en kosten) en uiteindelijk nog haastwerk, en ingediend op de laatste dag dat het nog kon. In cassatie heb je geen zittingen, en wordt op het bestaande dossier geoordeeld. Een zaak wordt dan beoordeeld door een z.g. Staatsraad, die een conclusie schrijft waar je nog op kunt reageren, waarna het door drie Staatsraden wordt beoordeeld, wat hier ook een beschikking werd genoemd.

  1.  Op 13 september hadden ze ons verzoekschrift ontvangen, d.d. 25 maart 2011 kregen we een z.g. conclusie van de hand van een mr. Wuisman.  Die stelt dat hoger beroep bij het hof niet eens mogelijk was in deze procedure, maar nu het hof het toch had behandeld, lieten ze het er maar bij. Men kon immers nog wel in cassatie. Volgens de hoge raad strand de klacht op gebrek aan belang, is het te weinig toegelicht en “dermate onduidelijk dat dit als niet voldoet aan de voor een cassatieklacht geldende eisen voor nadere bespreking in aanmerking komt” De hoge raad maakt zich er dus ook maar weer gemakkelijk van af, net als in vorige uitspraken, waar ook zaken stranden op “onvoldoende gesteld”of “onvoldoende onderbouwd” en je bent er als rechter vanaf, en er klaar mee, ook al was je aan het stellen en onderbouwen tot je een ons woog.  Zelf meende ik dat alles aardig was beschreven en uitgelegd, ook al was het haastwerk geweest om de dead line te halen. In mijn beleven en conclusie hadden ze er gewoon geen zin in. Dit sluit aan op de kritiek van diverse wél serieuze juristen en rechters die zich met regelmaat in de media uiten, en het deels wijten aan de dalende kwaliteit en klasse van rechters, maar ook en vooral aan de druk die van hogerhand op de rechtspraak wordt gezet, waarbij de rechtbank wordt uitbetaald en afgerekend op het aantal behandelde zaken, en er moet wordt bezuinigd, wat slordigheid en desinteresse in de hand zou werken. Die conclusie en redenering is navolgbaar, en verklaart een stuk degeneratie van ons rechtssysteem, maar een slecht, niet onderbouwd en onverklaarbaar vonnis kost natuurlijk nauwelijks minder tijd als goede en zuivere overwegingen.
  2.  De z.g. r.o. 2.10  en 2.11 zal ik nog apart beschrijven we citeren eerst 2.10;   “Cassatie middel 111. Met cassatie middel 111 wordt met name beoogd rov. 2.7 te bestrijden, waarin het hof uiteenzet dat en waarom het verzoek van Groot en Evereg niet voor toewijzing in aanmerking komt. Het hof acht niet aannemelijk geworden dat Groot zich tijdens de verificatievergadering heeft verzet tegen toelating van de vordering van Bleeker Smit vof op Lico Teelt BV”.   Die hele rov  heb ik in de vorige pagina’s geciteerd en van commentaar voorzien, Wat we echter in het verzoekschrift aan de hoge raad flink beschreven en hadden benadrukt, was dat er enerzijds niets in het proces verbaal van bestrijden of niet bestrijden van de vordering stond. Niets is gewoon niets, en hoe kun je nu een aanname of veronderstelling (meer was het niet) baseren op “Niets”.  In relatie daarmee ook sterk benadrukt dat we altijd en onder alle omstandigheden de vordering hadden bestreden en daarover zelf een procedure hadden gestart. Dit moet toch een zeer goed te volgen stelling zijn, je stelt en beweerd altijd stellig, bijvoorbeeld “stel” dat de hemel blauw is, dan komt er een geschrift wat in dit geval proces verbaal heet, daar staats niets in over de hemel, en de kleur daarvan, en daarna blijf je bij die stelling die je nog regelmatig herhaalt.
  3.   Hoe kan het nu zo zijn dat je aanneemt of gaat veronderstellen, dat je mogelijk in een bijeenkomst, beweerd hebt dat de hemel groen of geel is???.  dit omdat er niets van in het geschrift staat, maar omdat dit toevallig geen normaal geschrift is maar proces verbaal heet is de hemel groen of geel, want op schrift gesteld door een übermensch (niet van een reguliere crimineel te onderscheiden).  Dat is dan waar het vervolg, ro  2.11  over gaat, citerende;  “Het cassatiemiddel treft geen doel. Er worden geen feiten en omstandigheden aangevoerd, waaruit dwingend volgt dat Groot op de verificatievergadering zich heeft uitgelaten over de vordering en dan bovendien nog in die zin dat hij de vordering (namens de failliet) betwistte. Verder vindt geen steun in het recht de stelling aan het begin van 14.2 van het verzoekschrift dat, wanneer een van een zitting opgemaakt proces verbaal niets vermeld omtrent het standpunt van een betrokken (proces) partij, het rechtens ervoor moet worden gehouden dat er van moet worden uitgegaan dat deze partij zijn oorspronkelijke standpunt (onverkort) heeft gehandhaafd. Anders gezegd, de in cassatiemiddel 111 beweerde onjuistheid of onbegrijpelijkheid van het hof in rov. 2.7 wordt niet aangetoond”.  3. Conclusie, De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep”.   Dit dus volgens de procureur Generaal bij de hoge raad der Nederlanden. De lezer moet het maar lezen en herlezen.  Wij hebben verschillende juristen om uitleg gevraagd, maar niemand kon dit geven.  
  4.  Voor gewone mensen is het al overduidelijk juristen abra ca dabra, vooral ook opmerkelijk is dat in de z.g. conclusie onze brief van 13-05-2004,  die zo ongeveer integraal een soort hoofdrol  speelt, in het geheel niet wordt genoemd. Deze ook wel heel erg edel te achten meneer Weisman was er zelf niet bij, kan het dus niet weten, kan natuurlijk ook heel snel zien dat er allerlei vreemde zaken gaande zijn, wij als de gewone burger moeten dan een grote achting en respect hebben, voor zo iemand die hier gewoon wat uit zijn nek loopt te zwammen.  Onze reactie, die we er nog op konden geven mocht niet baten. In de eindbeschikking lezen we: “De conclusie van de Advocaat – Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep. Deze beschikking is gegeven door de raadsheren  A.M.J van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M van Schendel  en C.A.  Streefkerk,  en in het openbaar uitgesproken door raadsheer  E.J.  Numann   op 10 juni  2011.
  5.  37.  We wilden dus safe gaan in de aanloop naar een trefzeker hoger beroep, maar stonden met lege handen (en een flinke zak geld armer). Intussen had Duijsens al een zogezegde schadestaat procedure opgestart, wat voor de leek ook wat uitleg behoeft. Als men procedeert om iets dan kan het zijn dat het juiste bedrag nog nader vastgesteld moet worden. In zo een geval procedeert men alleen voor een “Verklaring voor recht”, dus in ons geval om als uitspraak te krijgen dat ik een criminele slechterik was, die een z.g. ernstig verwijt was te maken. Op zich is dat niet altijd erg handig, want het vertraagd de zaak weer flink, maar soms ook weer wel, als zaken gecompliceerd zijn met veel haken en ogen, maar het wordt vaker gedaan omdat het griffie recht is gebaseerd op het geëiste bedrag, wat dus een flink verschil kan maken. Zo een schadestaat procedure is een normale procedure waarin je alles nog kunt bestrijden, ook tegen in hoger beroep gaan, en momenteel is die procedure in eerste aanleg gevoerd, maar er volgt nog hoger beroep. Daar gaan we het dus nog over hebben. Door de procedures die toen nog liepen is die schadestaatprocedure weer een tijd stilgelegd. Het safe gaan door voorbereidende zaken aan te spannen had een bak geld gekost en was dus misgelopen dus het hoger beroep moest van de parkeerrol.  
  6.  Ik heb al eerder beschreven dat ik niet het enige slachtoffer van Sweens was, gelijktijdig liep de z.g. Visser zaak.  Die zaak haalde regelmatig de streekkrant, het bedrijf kende ik vaag, wel dezelfde branche maar bij hun tulpen en bij ons lelies. Ik kwam wel op een bijzondere wijze met hem in aanraking.  Ik had het voornoemde boek geschreven en net de eerste geprinte exemplaren, toen ik op een ochtend in de krant las dat iemand, een schrijver, J.W. van der Weterink, een soort workshop organiseerde, van “hoe schrijf ik een boek”.  Dat zou diezelfde dag zijn in de buurt van Purmerend.  ik had zoiets van interesse en nieuwsgierigheid (ik had het boek al klaar) en nog wat overwegingen, dus ik ben in de auto gestapt, en heb me bij het gezelschap gevoegd. Dit bleek uit 12 dames en met mij er bij twee heren te bestaan, en het was beslist wel interessant. ook één voor één mocht men vertellen wat hem / haar bewoog, en wat voor schrijf plannen er leefden. De andere heer vertelde dat hij met zijn bedrijf in de problemen was geraakt, met allerlei verwikkelingen, bedrog, diefstal, en nu eigenlijk in de bijstand zat, en zijn therapeute had hem aangeraden, of althans het idee aan de hand gedaan, om het hele verhaal op te schrijven, mogelijk in boekvorm. Zo leerde ik dus Wim Visser ook persoonlijk kennen. Na afloop hebben we samen ergens gegeten en kreeg ik een wat beter indruk van zaken.  Dit moet ergens in herfst 2009 zijn geweest.  Daarna hielden we regelmatig contact, en ben ik ook regelmatig mee geweest als er wat speelde, of naar zittingen. Ik heb de zaken beschreven zoals ik die met Sweens heb mogen beleven, maar zijn ervaringen deden daar bij lange na niet voor onder. Ook bij hem moest hij vertrouwen op ons veelgeprezen rechtssysteem wat ook hem volledig in de steek liet, wat niet vreemd is want hij had dezelfde “incestueuze bende” tegen zich. Er was dan ook nog een groot verschil, bij ons was er es een half tonnetje door Sweens, en een heel tonnetje door Duijsens te ritselen c.q. te stelen, maar bij hen de miljoentjes, waarbij flink wat zonder rekening de grens over kon, maar dat had ik al beschreven.
  7.  Middels hem leerde ik Jacob Vlaar kennen. Jacob was via politie en recherche  en nog zo het een en ander, daarna zelfstandig als een soort privé detective achtige onderzoeker, en later ook advocaat.  Ik begreep dat Visser en Vlaar door toeval met elkaar in contact kwamen, dat Vlaar zich er van overtuigde dat sprake was van groot onrecht, en zich voor Visser in is gaan zetten. Visser had een zitting komende met Sweens. Ik had gezegd dat ik die wel bij wilde wonen, daar ontmoette ik Vlaar dus voor het eerst. Waar het in die zitting precies over ging weet ik niet meer. Bij Visser lopen ook allerlei zaken door elkaar heen.  Sweens nam het zelf ook nogal serieus want hij had een eigen advocaat mee, mijn ex advocaat mr. Sweep, al enige tijd toegetreden tot de Alkmaarse club. ik heb Vlaar gevraagd of hij de zaak van S.K. over wilde nemen. Op zich kon ik weinig op S.K. aanmerken, maar  resultaat was uitgebleven en bepaalde zaken hadden duidelijk wat beter gekund, hoewel aan de andere kant, alles wees op vooringenomenheid, en elkaar afschermen en de bal toespelen, dus veel verschil had het waarschijnlijk ook niet gemaakt. Hoofdprobleem was vooral dat zijn rekeningen de pan uit vlogen, bij iedere akte of memorie was je weer 5000 euro achteruit, en ik had beter Bleeker direct kunnen betalen, dan was ik goedkoper uit geweest, maar zou het rotgevoel over hebben gehouden, dat ik me had laten pakken, en zaken waren tevoren niet in te schatten geweest, maar hij kwam ook niet altijd goed en snel in beweging. En ik moest nogal op bepaalde acties aandringen.  Jacob Vlaar had meer drive en motivatie. Vlaar stemde er in toe, S.K. had het hoger beroep proces verbaal nog gedaan,  van daar af nam Vlaar over.
  8.  Ook vanwege de kosten deed ik zoveel mogelijk zelf, er waren eigenlijk drie onderdelen waar op ingestoken moest worden.  Er moest aangetoond worden dat zaken bij de overdracht / doorstart zodanig waren gegaan, dat van een (ernstig) verwijt geen sprake kon zijn, ofwel dat wat Duijsens beweerde gelogen en verzonnen was. Dan was er het punt dat, als in rechte zou worden vastgesteld dat Bleeker verwijtbaar te kort was gekomen, dan zou dat ook een beslissende wending geven.  Nu we dit niet in een aparte rechtszaak hadden kunnen doen, moest dit in de hoger beroep zaak ingebracht, natuurlijk kon iedere rechter, dus ook het hof, zich buigen over de bewijzen, en tot een zogezegde “in rechte vaststelling” van het handelen van Bleeker kunnen komen. Voor een rechter, of rechters die gemotiveerd zijn om de aan hen gestelde taak goed te vervullen, zou het een eerste vanzelfsprekendheid zijn, om daar eens goed naar te kijken, de wet is er immers duidelijk over dat contracten na moeten worden gekomen, en de bewijzen op rij zetten en beoordelen was een simpele zaak nu er ook duidelijke rapporten waren. Tot nu toe heeft dan geen enkele rechter dit willen doen en het zogezegd steeds naar anderen toegeschoven, conclusie, allemaal rechters die hun werk als knap betaalde baan zien, maar geen motivatie hebben om ook echt recht te doen.
  9. Het feit dat we daar een afgewezen procedure over hadden gevoerd hielp natuurlijk niet, ook al was in die procedure de zaak niet beoordeeld maar onontvankelijk verklaard.  Het derde onderdeel was dan het proces verbaal, als we alsnog er in zouden slagen om het hof te overtuigen dat daar zaken niet klopten, dus gewoon mis zaten, dan zou dit ook doorslaggevend zijn. Op dit punt werkte de gevoerde procedure in feite nog meer in ons nadeel, immers, tot in hoogste instantie was dit afgewezen. Het moeten dan al goed gemotiveerde rechters zijn die die zaak zelf nog eens bezien en ook concluderen dat die hele zaak op een ongelofelijke manier rammelt.  Dan lijkt het ook een behoorlijk gesloten bolwerk, een collega bekritiseren of af vallen lijkt doorgaans “Not done”. Ook daar dus inmiddels zwaar in het nadeel, vooral doordat de Alkmaarse rechters hun collega’s afschermden en matsten.  Toch moesten we op alle drie zaken, alles op alles zetten, want alle drie de zaken zouden, onafhankelijk van elkaar, het verschil kunnen maken. Op zowel  het z.g. “ernstige verwijt” als ook het “in rechte vaststellen van verwijtbaar handelen van Bleeker” als ook “het proces verbaal, de brief van 13-05-04, en alle vreemde zaken er omheen”  waren drie afzonderlijke zaken waar zwaar op werd ingezet.
  10.  Enerzijds wordt er dan veelal gesteld dat je zaken kort en zakelijk moet verwoorden, zaken niet (te veel) herhalen, enz. maar men stelt ook dat alle relevante zaken in eerste instantie zo volledig mogelijk gesteld moeten worden, en dan zijn we al meerdere malen tegengekomen, hoe gemakkelijk men roept dat er “onvoldoende is gesteld” of afgewezen “bij gebrek aan onderbouwing”,  of woorden van gelijke strekking. Daar waren we immers ook al bij herhaling tegenaan gelopen. In eerdere instantie waren er al zaken op schrift gezet, dat S.K. de zaak nog deed. Dat had daarna, in verband met de andere procedures een tijd stilgelegen, Vlaar had de dossiers van S.K. gehad, maar het was inmiddels ongeveer een dossier zo veel als de bijbel en de koran samen, en niet alles precies geordend, dus gewoon een mega klus.  Het heeft me dus heel veel tijd gekost, inmiddels had ik wel mijn bedrijf verkocht, maar ik begeleidde  ze nog een tijd, en had het er razend druk mee.  Ik heb alles gedegen en gedetailleerd op schrift gezet, waarna het door een ervaren juriste, die ook raadsheer plaatsvervanger is in een hof in den lande nog eens is nagelopen en waar nodig omgezet in meer gerechtelijke taal, en ook wat jurisprudentie vermeld.
  11.  Daarna heeft Vlaar er nog iets aan gesleuteld, maar veel was niet meer nodig. In latere instantie beschuldigde Duijsens Vlaar er van dat die klakkeloos door mij op schrift gestelde zaken doorzond, wat dus, hierbij uitgelegd (zo als gewoonlijk) niet waar was, maar wat volgens hun reglement niet zou mogen (?) en waar hij een klacht over in zou gaan dienen tegen Vlaar, met nog een extra portie bla bla, zoals onduidelijke en onnavolgbare tekst, en de formulering van de grieven deugde niet enz. Overigens zijn dit ook standaard reacties van Duijsens. Sprake was dus weldegelijk van een gedegen stuk, en betrof 53 pagina’s tekst.  Er was dan weer zoveel tekst omdat we nu niets meer aan het toeval over wilden laten, en er waren 40 bijlagen bijgevoegd. Duidelijk mag zijn dat het beschrijven van de bijlagen en waarom die relevant waren vooral veel tekst vergden.
  12.  Het hoger beroep was dus al veel eerder ingesteld, wanneer de memorie van grieven is ingediend vind ik niet terug, maar lijkt ca. oktober 2010  te zijn.  In die memorie behandelen we dus alle zaken die voorgaand al zijn beschreven en de revue zijn gepasseerd, dus inhoudelijk benoemen we het als allemaal bekend. We zullen de gang van zaken beschrijven, het verweer van Duijsens en daarna wat aandacht geven aan wat opmerkelijke zaken in de uitspraak, waar ik dan weer de conclusies op trek, die ik bv. aan het begin van boek 2 al in één A viertje heb samengevat. Gelijktijdig hebben we twee verzoeken tot getuigenverhoor ingediend. Ook daar had ik flink werk aan gehad, maar ook goede hulp verkregen van voornoemde jurist, zodat Vlaar er weinig werk meer aan had. Beide verzoeken gingen er vooral om, om zowel Sweens als van den Berg en de (invisible) griffier aan de tand te voelen en vooral uitgelegd te krijgen  waarom ze in mijn wetenschap collectief alles aan elkaar vast logen, maar dan maar eens uitleggen, waarom Sweens de brief niet met de R.C. had besproken en waarom die brief niet was behandeld, zoals Sweens bij het hof d.d. 27 april 2010 had beweerd, en of het waar was dat ik niets had gezegd en waarom niets was gevraagd, een ook Blokland met de vraag waarom hij er niet bij was, en of hij van de brief enz. af wist, en reglementair was dat een belangrijke brief niet bij een R.C. bekend was.
  13.  Ook een aanvraag voor een getuigenverhoor is weer een aparte procedure. De tegenpartij kan daar bezwaren tegen maken, dus zowel Duijsens als Sweens sloegen wild om zich heen want dit werd heet onder de voeten, en een rechtbank of hof kan het afwijzen, maar is daar normaal gesproken erg terughoudend mee, want iemand behoort, in onze rechtsstaat, alle daartoe beschikbare en geëigende middelen te kunnen benutten.  Normaal gesproken wordt dit dus ook niet snel afgewezen en moeten daar goede redenen voor zijn en in de uitspraak aangegeven. Nu hier een rechter en curator ter discussie stonden werden beide verzoeken om verschillende (flut) redenen afgewezen, en stonden we weer met lege handen. Bij het verzoek dat de Sweens zaak betrof, vindt men dat het eerder ingediend had moeten worden. Daar vinden we raadsheer dame A.D.R.M.  Boumans weer terug die we al kennen van de uitspraak van het proces verbaal dus in strijd met aanbeveling 8. Dan een W.H.F.M Cortenraad en J Wortel uitgesproken 12 april 2011, met veroordeling in 894 Euro kosten. Waarom het gelijktijdig ingediende tweede verzoek bedoeld voor de hoger beroep zaak Bleeker pas 4 maanden later wordt afgewezen is onduidelijk. Nu wordt het afgewezen; “reeds op de grond dat onvoldoende door Groot is onderbouwd welk recht van belang hij heeft bij het door hem verzochte getuigen verhoor”. Ziezo, die is ook weer afgepoeierd, kennelijk door de raadsheren mrs. Lewin, Noordhuizen en Meijer, kennelijk strengere meestersen gezien de kosten die meer dan het dubbele bedroegen van de vorige, vergelijkbare zaak zijnde  1.788  euro.
  14.  Op  de 53 pagina’s van de memorie met 40 bijlagen kwam Duijsens met 15 pagina’s verweer. Hij had er ook voor gekozen om een deel van de zaken dood te zwijgen. Doorgaans geld zoiets als onbestreden en wordt het toegekend, maar in dit geval werd het in de uitspaak ook doodgezwegen. Dan voegt Duijsens geen enkele bijlage bij, hij verwijst wel naar voorgaande stukken o.a. de dagvaarding en een eerdere memorie, maar  er is niet anders van te maken dan dat hij op geen enkel punt enig bewijs heeft geleverd, en eigenlijk alleen maar nietes, nietes, nietes roept. Als het een waardeoordeel moest verkrijgen zou dit heel gevarieerd zijn, van een goed verweer tot puur slecht, Hij bestrijdt alles alleen een algemene termen, gaat flink te keer, Hij ” ontkent en betwist het daarin gestelde. De grieven dienen van de hand gewezen te worden” en verder “stelt hij dat hij alle processtukken als woordelijk herhaald als ingelast wil beschouwen, en in alinea 5;  “De memorie van grieven van Groot is onbegrijpelijk, Groot beschuldigd iedereen die bij de procedure betrokken was en is. De curator heeft onjuist gehandeld en zit in het kamp van Bleeker Smit. De rechtbank is onbekwaam, Bleeker Smit is onbetrouwbaar, heeft de rechtbank op een verkeerd spoor gezet, en is alleen gaan procederen doordat zij daartoe is aangezet door de vijanden van Groot. Duidelijk moge zijn dat Bleeker Smit de diffamerende en niet onderbouwde stellingen van Groot met klem betwist. Klaarblijkelijk tracht Groot door krachttermen te debiteren zijn zaak nog van enige glans te voorzien.  (alinea)— 6 —  Groot lijkt verder te suggereren dat sprake is van een complot georganiseerd door vijanden die samenspannen met Bleeker Smit, de rechtbank en de curator. Ook deze suggestie dient, als verder niet onderbouwd, van de hand te worden gewezen“.  p.s. diffameren is volgens wikipedia een geleerd woord (Duijsens is immers geleerd) voor belasteren of i.d. In de voornoemde trant is dan de gehele memorie gesteld.  Als ik dan diffamerend ben dan is hij omgekeerd evenredig in het modder gooien, en criminaliseren van ons. Veel zaken worden tig keer herhaald, zoals steeds weer dat door het proces verbaal de vordering vaststaat, en het dus niet uitmaakt of Bleeker zijn zaken goed heeft gedaan. Dat wekt dan toch natuurlijk de indruk dat Bleeker zaken juist fout heeft gedaan, maar door de manipulatie van het proces verbaal aan de gevolgen weet te ontsnappen, dus dan toch ook steeds weer herhalen dat Bleeker alles goed heeft gedaan, ook dat er geen enkele bewijs daarvan is, terwijl dat nu juist gedegen in was gebracht, en hij negeert volledig dat zaken anders beslist zouden worden als “in rechte de verwijtbare tekortkoming was vastgesteld “.
  15.  Door de gehele memorie heen roept hij dat zaken onjuist, onbegrijpelijk, en niet onderbouwd zijn.  Terwijl hij beweert dat we nergens bewijs van leveren reageert hij wel in alinea 15 als navolgend; “De rapportages van Ruiter en PPO zijn bij voorbaat nietszeggend. Zie immers productie 5 van Groot, de tweede rapportage van Ruijter. In de laatste alinea vermeld Ruiter dat zijn antwoorden zijn gebaseerd op aanreiken van informatie van Groot en dat de desbetreffende informatie niet is gecontroleerd. De rapportage van PPO is gebaseerd op de rapportage van Groot, derhalve wederom gefundeerd op niet geverifieerde, laat staan op juistheid beoordeelde informatie afkomstig van Groot zelf. Bleeker Smit handhaaft uiteraard nimmer wanprestatie te hebben gepleegd. Zie nogmaals het gestelde in de dagvaarding in eerste aanleg”. Duijsens riskeert het hier dus niet om helemaal niet op de rapporten te reageren. Hij is daarbij vrij vindingrijk in de wijze waarop hij de rapporten af weet te branden, maar alles wat hij daar tegen in roept is niet van belang of relevant. Relevant is dat de rapporten duidelijk maken dat (eerdere) beweringen door Duijsens gedaan als zijnde een oorzaak van een halve oogst, onmogelijk zijn, geldend voor alle lelies, dus ook de bij Bleeker geteelde lelies. Als rechters dit geroeptoeter klakkeloos aannemen zijn ze geen knip voor de neus waard. Een nadere beoordeling zou ze direct openbaren dat ze worden misleid en op het verkeerde been gezet.
  16.  Volgens Duijsens zijn memorie staat dan ook vast dat wij de vordering van Bleeker op de v.verg. niet hebben betwist, het staat immers niet in het proces verbaal of we dit wel of niet hebben gedaan, dus we hebben het niet gedaan zodat alles onherroepelijk vast staat, en dat dit zo is, is ook in de proces verbaal procedure vastgesteld. Waar Duijsens dan nu weer (en bij elke gelegenheid), een apart eigen nummer van maakt is dat de slechterik Groot Paulianeus heeft gehandeld. Dit benoemd hij zelfs meerdere malen, we citeren 32 en 33. “Weldegelijk was sprake van paulianeus handelen. Dit blijkt alleen al daaruit dat met de curator terzake een schikking is getroffen.  —  33 — Bleeker Smit weet niet beter dan dat de curator altijd zijn afspraken is nagekomen. Overigens miskent Groot dat de curator verantwoording dient af te leggen. De curator wordt op zijn beurt “gecontroleerd”door de rechter commissaris. Anders dan Groot suggereert zijn door de rechter commissaris in het faillissement van Lico nimmer onjuistheden geconstateerd”.  in 47 herhaald zoiets zich dan nogmaals; “Nimmer is vastgesteld dat Bleeker Smit toerekenbaar te kort is geschoten jegens Lico. Dit is echter niet alleen niet vastgesteld maar het blijkt ook nergens uit. Ook niet voor niets heeft de curator nimmer de pretense vordering ingebracht. Nog geen begin van bewijs heeft voorts Groot bijgebracht, dat Bleeker Smit is tekortgeschoten”,  en in 51 ook weer herhaling,  we citeren: “Hetgeen overigens Groot aanvoert sub  162 t/m sub 168 wordt met klem betwist. Sprake was weldegelijk van paulianeus handelen hetgeen volgt uit de schikking met de curator. Insteek van Groot was de benadeling van Bleeker Smit”.  In 56 lezen we dan:  “Bleeker Smit betwist kort en goed dat Groot zich de belangen van de crediteuren heeft aangetrokken door de sterfhuisconstructie te organiseren. herhaald wordt nogmaals dat te dezen sprake was van paulianeus handelen, hetgeen alleen al daardoor is bevestigd dat een schikking met de curator is getroffen”.   We kunnen dus concluderen dat Duijsens het hof een soort hersenspoeling geeft. Bleeker had alles heel goed gedaan, Groot levert geen bewijs, Groot is slecht want paulianeus, bewezen door schikking met de curator. Het lijkt in alle onwaarheden, vuilspuierij en retoriek toch een goed verweer te zijn, want hij krijgt het hof op het verkeerde been. Als je iets maar roept en veelvuldig herhaald, ontstaat bekering en geloof. Duijsens zou een goede Iman zijn.
  17.  Ook typisch Duijsens is wat hij in 55  schrijft; “Onjuist alsmede onbegrijpelijk is hetgeen Groot sub 175 van zijn memorie nog stelt. Dit betrof immers een geheel andere procedure met een geheel andere insteek en geheel andere uitgangspunten”. Waar dit over gaat is het navolgende: In alinea 175 beschrijven we dat de curator heeft erkent dat er een feitelijk faillissementssituatie  aan de orde was per 01-07-2001, en alle vorderingen, inclusief een deel van de bankschuld illusoir waren. Omdat dit als een duidelijk en vaststaand feit gold, vastgesteld en erkend door Sweens zelf,  wees mr. Schipper de vordering van Sweens af.  Dat vonnis is bijgevoegd als bijlage 38.  Die procedure ging over exact dezelfde zaken als de Bleeker zaak, zijnde de vraag of ons een ernstig verwijt was te maken, dezelfde insteek dus, en hetzelfde uitgangspunt. Als ons in die zaak geen ernstig verwijt gemaakt kon worden, kon op basis van hetzelfde feit dit ook niet door Bleeker Smit gedaan worden. Het is nog immer volstrekt onbegrijpelijk dat het hof dit duidelijk, simpele en harde feit is gaan negeren. Daar komen we nog op terug.  De verdere beschuldigingen die dus haaks staan op wat er net voorgaand is beschreven, vinden we dan uiteraard ook terug.  Vooral de laatste pagina’s zijn er mee doorspekt, maar door Duijsens op pag. 14 en 15 samengevat als onderdeel van alinea 71, wat we citeren;  “1 — Lico teelt BV. kon rond januari 2000 Bleeker Smit voldoen uit haar kredieten,  (hoe is dit mogelijk als het krediet is opgezegd?),  — 2 — Het was aan de onwil van Groot te wijten dat Lico Teelt BV niet toen Bleeker-Smit voldaan heeft ( dit klopt, als iemand een procedure aanspant meent hij redenen te hebben om niet te betalen, wat men onwil kan noemen) , dan wel gelden voor Bleker Smit opzij gezet hangende de procedure om te vermijden dat bij een andere uitkomst Bleeker Smit niet voldaan zou worden”. (allereerst was geld opzij zetten onmogelijk, maar ook onredelijk en niet aan de orde, Bleeker Smit kon immers net zo goed de procedure verliezen, maar Bleeker Smit had daar ook geen geld voor opzij gezet. —3—  Bleeker Smit heeft geen toestemming verleend en is ook niet om toestemming gevraagd ten aanzien van de transactie om alle activiteiten van Lico Export B.V en Lico Teelt BV over te hevelen naar Lily Company BV. en/of uit de opbrengsten daarvan selectief bepaalde crediteuren, niet Bleeker Smit te voldoen”.   Allereerst had Bleeker geen vordering, die zouden ze pas hebben als ze (na vele jaren) de rechtszaak hadden gewonnen.
  18.   Dan is er geen wettelijke verplichting om bij een doorstart (het was zeker geen “sterfhuisconstructie”) crediteuren te raadplegen, zeker geen crediteuren die door wanprestatie mede veroorzakers zijn van financiële problemen, en zijn er bij de doorstart geen  dus geen enkele crediteur betaald (was onmogelijk), maar pas in veel later stadium. Daarbij is het een ondernemer vrij om keuze van prioriteit te maken.  —4—  Er is geen sprake van (bijzondere) omstandigheden welke de sterfhuisconstructie rechtvaardigen, onjuist is dat bij het uitblijven van de transactie geen enkele crediteur van Lico voldaan had kunnen worden”  Stelt leugenaar Duijsens tegen beter weten in, zoals al bewezen in de uitspraak tegen Sweens (zoals besproken), dat juist het tegengestelde een vaststaand feit was. Dan zijn dit soort zaken buitengewoon simpel, wie eist bewijst, maar waar zijn de bewijzen van Duijsens. Stellig zaken roepen en beweren doet de Iman ook, maar dat wil niet zeggen dat die 72 maagden in het paradijs op de martelaars zitten te wachten. Al eerder beweert Duijsens dat de bewijslast op ons moet liggen. Al zou anders worden besloten dan stelt hij voor om getuigen op te roepen zoals ING en medewerkers van Hobaho, de heren Bader, Bleeker en Groot. Dit leek ons nu ook net een goed idee, het enige wat we met elkaar eens waren maar het is er niet van gekomen. Duijsens voerde verweer tegen onze verzoeken tot getuigenverhoor, dus wilde geen getuigen.
  19.  Overigens heeft er nooit een zitting plaats gevonden wat ook al bijzonder is. Duijsens vroeg direct na zijn memorie van antwoord voor vonnis. Hij wilde vooral voorkomen dat er een getuigenverhoor zou komen waar hij ook werd bediend nu dat een maand later af werd gewezen. Vlaar daarentegen had pleidooi gevraagd, maar door technische problemen lag de z.g. digitale rol er uit. Dit verzoek en bijbehorende stukken zijn toen per bode verzonden, waarschijnlijk op tijd binnengekomen maar de termijn gold tien uur op een bepaalde datum, en is 33 minuten te laat geregistreerd. Gezien de omstandigheden, zou het natuurlijk heel redelijk zijn geweest dat het verzoek was gehonoreerd, daar is ook nog hard voor gevochten, en het had dus ook gewoon het verschil kunnen maken. Ook bestaat de duidelijk schijn van vooringenomenheid dus meer gevoel van sympathie voor de ene partij en minder voor de andere, althans na al het beschrevene kan die conclusie wel worden getrokken, maar mogelijk was dat te doorbreken geweest, maar ook die kans en gelegenheid heeft men ons ontnomen. In een rechtsstaat dient met de burgers kansen te bieden en niet te ontnemen.
  20.  Dat ook het hoger beroep mis ging heeft u al begrepen. anders zou dit verhaal ook niet op schrift zijn gesteld. Het vonnis, wat nu weer arrest heet, is gedateerd 28 februari 2012.  Uiteindelijk meen ik dat het een heel vreemd vonnis / arrest is, waarin beweringen dubbel zijn en ook tegenstrijdig, en ook volslagen onrealistisch, alsof deze raadsheren in een ivoren toren zitten of van een andere planeet komen. Als ze echt al van plan waren geweest om recht te doen, dan was dat onnavolgbaar.  Aangaande het proces verbaal merken we alleen maar op dat ook het hof beweert dat we de vordering niet betwist zouden hebben nu dat uit het proces verbaal niet blijkt, en het pleit verder tegen ons dat we geen wijziging of verbetering hebben kunnen bewerkstelligen. Dat deel is dus al in ons nadeel beslist op een niet onbelangrijk dingetje na.  We hadden dus ook een grief ingebracht dat er in het proces verbaal stond dat de vordering (maar) was geverifieerd voor 63.430,53.  Het hof stelt daarop dat dus de vordering van Bleeker maar voor maximaal dat bedrag vast staat.
  21.  Het hof stelt vrij vertaald, het maximumbedrag wat op de schadestaat op kan worden gevoerd, is 63.430,53.  Als Bleeker meent recht op meer te hebben dan zal hij voor het meerdere bedrag aan moeten tonen dat hij daar recht op heeft, dus ook dat hij de teelt goed heeft gedaan.  Dat was dan meteen het volgende punt.  Nu een in rechte vaststelling van belang was volgens het vonnis van Allegro, hadden we daar zwaar op ingezet, die zaak goed beschreven, en met bewijsdocumenten onderbouwd. Daar wordt totaal niet op in gegaan, volgens ons is er niet eens naar gekeken. In 3.12  lezen we: “Weliswaar zijn de tekortkomingen aan de kant van Bleeker Smit die Groot c.s. in dit geding zo sterk benadrukken nimmer in een gerechtelijke procedure vastgesteld —-  dus erkent wordt dat we zaken sterk benadrukken, maar men doet er niets mee, ons verzoek, of onze eis om die “in rechte vaststelling” te doen, wordt gewoon genegeerd. Gesteld wordt dat pas in de schadestaat procedure alle zaken aan de orde komen die de hoogte van de vordering betreffen. Ook daar dus bot gevangen. Wel wordt in r. 3.14 nog gesteld  — en dat dit slechts anders  kon zijn indien Lico Teelt bewijs kon leveren van wanprestatie van Bleeker Smit, met aanzienlijk nadeel voor Lico Teelt, maar waarom krijgen we dan niet de gelegenheid en mogelijkheid om dit bewijs, wat er is, beoordeeld te krijgen.
  22.  Bij de zaken aangaande het ernstige verwijt gaat het dan ook mis, maar de motiveringen  blijven bijzonder vreemd, en als normaal en regulier rechtsbeoefening onverklaarbaar. Alle beweringen die worden gedaan zijn en blijven uitsluitend gebaseerd op de losse flodders die Duijsens heeft afgeschoten, en waar geen snipper bewijs op is geleverd. Wij zelf geven duidelijk en uitgebreid de omstandigheden weer en komen wel met bewijzen waarvan het zwaarwegendste is, de uitspraak tegen Sweens waar in staat dat geen enkele crediteur betaald kon worden. Op die z.g. bijlage 38 wordt ook niet ingegaan, en wordt ook in het geheel niet genoemd. De vraag is of ze zaken voldoende hebben gelezen en bestudeerd. Nu een oordeel in een vonnis, dus een in rechte vastgesteld iets, toch zwaarwegend en van belang behoort te zijn, mogen we het als zeer bevreemdend aanmerken, dat daar in het geheel niet over wordt gerept maar er wel allerlei andere op en aanmerkingen worden gemaakt, die zijn gebaseerd op aannames op basis van onjuiste beweringen van Duijsens.  Door die uitspaak / bijlage 38 was immers iets helder gemaakt wat van essentieel belang was, maar het had niet eens alleen die uitspraak moeten zijn, als die er niet was geweest of niet ingebracht, dan had het hof niet anders kunnen, mogen en moeten doen, dan op basis van de feiten en waarheidsvinding, tot de gelijke conclusie te komen.
  23.  Dit waren de feiten en de waarheid, en alles bewijsbaar c.q. al bewezen. Feit is dat het Hof alleen maar uit is gegaan van de zaken die Duijsens roeptoeterde, volstrekt niet onderbouwd, en dus alleen op ongefundeerde aannames vonniste. Dat is rechtspraak die niet voldoet dus gewoon puur onrecht. Het eerste en grootste onrecht is wel geweest, en is nog, dat er niet naar de bewijzen is gekeken van de fouten van Bleeker, hoewel goed en duidelijk ingebracht.  Dat Duijsens al harder is gaan schreeuwen dat Bleeker geen enkel verwijt is te maken, en er ook niets is bewezen, is zijn versie en bewering. Elke rechter weet of behoort te weten dat de belangen bij partijen tegengesteld zijn dus wat Duijsens roept zou wel eens helemaal niet waar kunnen zijn, en reeds het feit van een halve oogst maakt de waarschijnlijkheid van fouten gemaakt door Bleeker wel erg groot. Daarbij was de procedure al in een stadium dat er een bewijsopdracht zou komen in augustus 2003 bij een tussenvonnis van Blokland. Die zou nooit tot zo een tussenvonnis zijn gekomen, als hij niet had gedacht of verondersteld, dat de wanprestatie van Bleeker aannemelijk en ook bewijsbaar was. Dat was dan nog in de tijd dat bewijzen doorslaggevend waren, en er niet lukraak op aannames en verzinsels af werd gegaan van degene die het hardste kon liegen.
  24.  Waarom volgt het hof dan de ongefundeerde beweringen van Duijsens klakkeloos?, dit tegen het oordeel van een andere rechter in?.  Dat zal nooit duidelijk worden verwacht ik. Mij wordt dus verweten dat de vordering van Bleeker illusoir was geworden, op het moment van de doorstart. Bij een doorstart wordt het gehele bedrijf doorgestart, bij een sterfhuisconstructie worden de gezonde onderdelen verkocht en laat men de onrendabele onderdelen “sterven”  Van dat laatste was hier geen sprake, wat Duijsens uiteraard ook wist, maar door het een sterfhuis constructie te noemen kon hij mij negatiever neerzetten wat zijn opzet en bedoeling was. Er van uitgaande dat de z.g. raadsheren op zich bezien te goeder trouw(???) waren, kan ik allereerst stellen dat het wel uitermate slordig en ongebruikelijk is om van beweringen van een mogelijke leugenaar uit te gaan. Het getuigt ook van wereldvreemdheid, want als bedrijven flink in de problemen zitten dan hebben ze nooit een mogelijkheid om rekening met bepaalde vorderingen te houden, of bedragen opzij te zetten, dan regeert de bankier. Als er krediet is opgezegd  dreigt direct faillissement  en slechts in uitzonderlijke gevallen zal een bedrijf in staat zijn om onder eigen regie een doorstart te maken, zoals bij ons, maar voorwaarde is dat er dan een nieuwe financier de financiering overneemt, waar bij ons ook al geen sprake van was. Daarbij dienen raadsheren te weten dat iemand die in een dergelijk situatie verkeerd, niet op zijn gemakkie zaken gaat bespreken en regelen, maar tot snel handelen wordt gedwongen. Als raadsheren (c.q. dames)  met dergelijke zaken en hoedanigheden niet bekend zijn, staan ze naar onze mening te ver van de maatschappij af. Onze insteek was vooral om een faillissement te voorkomen en dat een agressieve crediteur dit tegen het verspelen van de eigen vordering toch voor elkaar heeft gekregen is op zich al bizar, maar in grote faillissementen wil iedereen een doorstart beproeven, ten behoeve van werknemers en economisch belang. Ook in dat licht zijn de redeneringen niet te volgen. Daarbij waren alle besluiten en stappen genomen in overleg met adviseurs waarvan 2 juristen, en in overleg met de belangrijke crediteuren die geen fouten maakten dus waar geen rechtszaak mee gaande was.
  25.  De beschuldigingen van Duijsens waren zo ongeveer als navolgend;                                                                       1.   Bleeker had in de teelt alles goed gedaan.                                                                                                  2.   De hoogte van de Bleeker vordering stond vast.                                                                                                     3.   Door de vermeende gang van zaken en vermeende erkenning, stond hun vordering in rechte vast.  4.   Ondanks het feit van de lopende rechtszaak hadden we toch moeten betalen, of geld opzij zetten, voor het geval we de rechtszaak verloren.                                                                                                                   5.   We beschikten in 2000  over grote kredieten waar die betaling gemakkelijk van had gekund.                        6.  Een doorstart maken zonder toestemming van crediteuren was onwettig.                                          7.  Ook was het onwettig dat er selectief crediteuren waren betaald. Dit werd ook zwaar aangerekend.                                                                                                                                                                          8.  Doorstart was specifiek door ons opgezet voor (alleen) de (vermeende) vordering van Bleeker.      9.  De doorstart zou met toestemming van de crediteuren plaatsgevonden moeten hebben.
  26.  Bekend is dat we het met al die zaken mordicus oneens waren, en ook dat die zaken in hoofdzaak gewoon puur onwaar zijn. Duijsens heeft de rechters dus van alles voorgelogen, en die zijn er ingetrapt, maar de eerste vraag is eigenlijk. Daar waar de rechter op aanname zijn gaan oordelen, is daar dan ook een wettelijke basis die datgene wat ze (klakkeloos) aannamen, dus niet vastgesteld en bewezen was, ook daadwerkelijk verbiedt. De rechters geloofden Duijsens dus dat er genoeg geld was, en dat we zomaar even het bedrag op zij konden zetten buiten de bank om, en ze geloofden het zogenaamd selectief de ene crediteur wel betalen en de ander niet, en leidt ook tot een z.g. ernstig verwijt, en het zou dan zo zijn dat we als samenzweerders bij elkaar zijn gaan zitten en stiekem, althans vooral buiten Bleeker om, zaken zo hebben geregeld dat hij naar zijn geld zou kunnen fluiten. Die aanname dan dus allemaal ondanks dat wij een totaal andere versie van zaken geven en ondanks het feit dat wij wél bewijs inbrengen en Duijsens niet.
  27.  We moeten bekennen dat ons alle zaken in juridisch opzicht niet duidelijk zijn geworden, maar zover als ons duidelijk is, hebben de meeste van die zaken zeker geen goede wettelijke basis. Er is geen specifieke wet op het doorstarten van een bedrijf, maar dit is dus ook zeker niet verboden. Er is geen wet die stelt dat je bij een lopende rechtszaak tevoren geld opzij moet zetten voor het geval je op een (soms veel) later moment die zaak verliest, en waarom zou de ene partij dat wel moeten doen en je tegenpartij niet. Daarbij is bij een doorstart als regel geen geld opzij te zetten, maar er zijn legio bedrijven die in rechtszaken zijn verwikkeld, maar bij verlies ook niet kunnen betalen, ook zonder doorstart. Dat er een echt wettelijke basis is dat er alleen doorgestart kan en mag worden als crediteuren daar mee instemmen, heb ik ook niet terug kunnen vinden, en zijn dit dan alle, of alleen de grote, en wat als de crediteuren er mee gebaat zouden zijn, maar er liggen er een paar dwars, dus zoals ik het in heb weten te schatten, is hier een groot grijs gebied en veel juridische onduidelijkheid. Dit gaat er dan nog over hoe het is met de juridische basis in algemene zin, waarbij blijkt dat men maar wat doet, althans heeft gedaan, noem het natte vinger werk.
  28.  Het uitzonderlijke in deze zaak is natuurlijk de vraag hoe het dan zit met een vordering die geen vordering is. Van beide kanten waren vorderingen ingesteld, die dan aan elkaar verrekenbaar waren gesteld.  Die vorderingen werden van beide kanten bestreden, en bij mijn weten is er pas een vordering of schuld voor degene die in laatste instantie tot betalen is veroordeeld. Ook daar heb ik geen juridische grondslag gevonden dat er al een vordering is voordat de rechter heeft bepaald dat die er ook daadwerkelijk is. Ook is mij geen juridische basis bekend dat men een vermeende vordering moet betalen voordat het een (vastgestelde) vordering is. Veelal wordt in rechtspraken vermeld op welk wetsartikel, of welke jurisprudentie zij hun uitspraken baseren, in deze (en ook de voorgaande) uitspraak is daar niets van terug te vinden. Vast staat wel dat de algemene opinie is dat men pas moet betalen als een veroordeling definitief is. Of er daarna ook betaald kan worden is onzeker, het is niet zo dat een vordering alleen illusoir kan worden bij een doorstart. Zelf hebben we de vordering van Bleeker niet van Sweens over willen kopen vanwege het feit dat we zeker nog 20 á 30.000 euro aan kosten zouden hebben terwijl naar betrouwbare informatie er sprake was van integrale verpanding en verhypothekering aan de Bank van zaken bij Bleeker zodat de verwachting was dat er van een illusoire (oninbare) vordering sprake was.
  29.   Ook is het onze mening dat er niet van een duidelijke wettelijk basis sprake is dat crediteuren moeten worden geïnformeerd bij een doorstart, en dat hun toestemming verplicht is. Ook Duijsens heeft dit geen wettelijke basis gegeven door wetsartikelen te noemen etc. het enige wat hij heeft gedaan is wat jurisprudentie benoemd, van volstrekt onvergelijkbare, zeg maar “appels en peren” zaken o.a. met een particulier en een instantie. ook daar ging het dan over normaal geaccepteerde vorderingen, dus geen zaken waar de rechter nog moest bepalen of er überhaupt van een vordering sprake was.  Duidelijk dient daarbij te zijn, dat het zaken betrof die in 2000/2001 plaatsvonden op het moment dat de rechtszaak, door ons ingesteld, al enige tijd gaande was,  in welke periode zaken dan zo zouden zijn gegaan dat ons een ernstig verwijt kon worden gemaakt is ook onduidelijk, was dat lang voor het failliet gaan van de BV.s? Bij de doorstart?..op het moment van failliet gaan?. Zoals gezegd, de juridische grondslag van zaken heb ik niet kunnen vinden en is in mijn beleven door zowel Duijsens als door de rechtbank niet duidelijk gemaakt of aangetoond. Ik noem het een hap snap vonnis zomaar wat uit de losse hand gegeven, zonder onderbouwing en motivering, en voor zover er overwegingen zijn, zijn die op basis van door de tegenpartij geroepen, en niet deugdelijk geverifieerde feiten, waarvan een juridische grondslag voor ons niet vindbaar is..
  30.  Die zogezegde overwegingen vinden we op pag. 8,9 en 10 van het z.g. arrest. allereerst, nog in 3.11 stellen ze: “Daarbij stelt het hof, zoals ook de rechtbank deed, voorop dat voor “bestuurders-aansprakelijkheid” steeds de strenge eis moet gelden, dat de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken. Er moet dus vastgesteld kunnen worden dat de wijze waarop de bestuurder zijn functie heeft vervuld jegens schuldeisers in min of meer aanmerkelijke mate onrechtmatig is, en daarbij dienen alle bijzondere omstandigheden van het geval te worden meegewogen”.   Hier zou dus weinig op aan te merken zijn. Wel hebben ze het over “min of meer aanmerkelijke mate”.  Het lijk mij dat ze het “min”weg moeten laten, als het om een ernstig verwijt gaat is het “in aanmerkelijke mate. Ze lijken zich er al tegen in te dekken dat zij de lat veel lager willen gaan leggen.  Dan komen ze tot de juiste conclusies en vaststellingen, dat  Duijsens veel en veel te ver gaan met zijn vuilspuierij over ons. Op zich dus een gegeven om te onthouden. Ze stellen dat de z.g. tekortkoming van Bleeker weliswaar nooit in een gerechtelijke uitspraak is vastgesteld, maar dat wij wel direct hebben geklaagd en een rechtszaak zijn begonnen, terwijl de z.g. doorstart c.q. activatransactie pas 1,5 jaar later plaatsvond, en het failliet gaan van beide BV.s nog weer eens 1,5 jaar later, en dat Duijsens dat wel bestreed maar ook niet stelde dat: “De vordering van Lico Teelt onzinnig was, van elke redelijke grond ontbloot en / of kennelijk chicaneus”.  De discussie ging er volgens het hof over of het een slecht stuk land was, of slecht plantgoed (simplistische voorstelling van zaken), en we zouden ons zogezegd verlaten op het oordeel van deskundigen.
  31.   Als je dit dan zo leest denk je dat het de goede kant op gaan en dat ze nog niet direct helemaal “het licht” zien maar wel wat ochtendgloren.  We moeten daarbij dan wel het navolgende bedenken en meewegen;  In onze memorie van grieven hebben we ca. de helft van het beschrevene, zijnde ca. 26 pagina’s geweid aan de gang van zaken bij de teelt, en dit onderbouwd met 22 bijlagen. Het is wel schokkend dat daar kennelijk in het geheel niet naar is gekeken, en ze dit er maar uiterst summier bij betrekken, en er ook kennelijk weinig van begrijpen. Zo had het met de kwaliteit van het land weinig van doen maar met noodzakelijke teelthandelingen die niet werden verricht (kunstmest, beregenen, ziektebestrijding) en waren wij de enige partij die deskundigen rapporten inbracht, waar ook in werd vermeld dat het plantgoed gekeurd en gecertificeerd was en aan alle eisen voldeed. Verzocht was op basis daarvan de zogezegde “in rechte vaststelling” te realiseren, maar uit die veel te summiere en ongenuanceerde bemerking, durf ik te veronderstellen dat er niet en zeker niet serieus naar is gekeken, terwijl die 26 pagina’s en 22 bijlagen gingen over de essentie van de zaak, en alles duidelijk beschreven..  
  32.  Zaken zijn het duidelijkst als we de relevante delen verder citeren, en van ons commentaar voorzien. In 3.13 wordt dan vervolgd: “Bij deze stand van zaken kan de weigering de jegens Bleeker Smit aangegane betalingsverplichting na te komen, op zichzelf beschouwd, niet worden gezien als een betalingsonwil ter zake waarvan de bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken”.  Je zou dus denken van, goed gezien, en dat zou dus eigenlijk de discussie aangaande het ernstige verwijt hebben beëindigd, maar dan komt er 1,5 pagina  waarin er zo ongeveer van alle kanten messen in mijn lijf worden gestoken, alsof ik dus, na het incasseren van een ton of was schade door de teler-prutser Bleeker veroorzaakt, toch een hele grote slechterik blijk te zijn. We vervolgen dus met  3.14.  uit de uitspraak van het hof;  ” Dit ligt anders ten aanzien van de op 1 juli 2001 uitgevoerde activatransactie. Daarmee hebben Groot c.s. Lico Teelt BV. definitief in de onmogelijkheid gebracht Bleeker Smit te voldoen, en tevens bewerkstelligd dat Bleeker Smit zelfs na het verkrijgen van een executoriale titel geen verhaal  op  Lico Teelt meer zou kunnen halen. Bij een redelijke taakvervulling moeten Groot c.s. onder ogen zien dat de betalingsverplichting die zij namens Lico Teelt jegens Bleeker Smit waren aangegaan ook moest worden nagekomen, en dat dit slechts anders kon zijn indien  Lico Teelt bewijs kon leveren van wanprestatie van Bleeker Smit met aanzienlijk nadeel voor Lico Teelt.”  
  33.  Hier onderbreken we dan even voor we verder gaan want dit is wat de Raadsheren er van vinden  maar er waren veel meer crediteuren in het geding. Wat moesten we daar dan mee doen, voor iedereen geld opzij zetten vanuit de onuitputtelijke kredietruimte die in de fantasie van Duijsens zou bestaan, en moest een dubieuze, en in rechte bestreden vordering voorgaan op onbestreden vorderingen, terwijl er voor zo ongeveer twee miljoen(gulden) aan crediteuren bestonden, en er ook volgens een andere uitspraak, er niemand betaald kon worden. Dan mag je je afvragen of ze weten waar ze het over hebben en waarom ze 26 pagina’s omschrijving, en 22 bijlagen negeren, en er kennelijk van uitgaan dat Bleeker Smit een executoriale titel zou kunnen hebben verworven. Ze schrijven dan ook dat dit anders zou zijn als we bewijs van wanprestatie leverden, maar hoe is dat voor ons mogelijk als degenen die dit zouden moeten beoordelen, dit nalaten en kennelijk weigeren, om absoluut onduidelijke redenen. Daar hebben we alles wat mogelijk was of mogelijk geacht geprobeerd en steeds nul op het rekest gekregen. Dan ben je toch wel buitengewoon onredelijk.
  34.  Vervolgende in dezelfde r.o.:  “Daarbij moesten Groot c.s., bij die redelijke taakvervulling, ook rekening houden met de mogelijkheid dat Lico Teelt het geding zou verliezen. Door Lico Teelt in weerwil van die voor Groot voorzienbare mogelijkheid in de situatie te brengen waarin deze vennootschap niet meer kon nakomen en ook geen verhaal meer bood, hebben zij jegens Bleeker Smit ernstig verwijtbaar gehandeld”.  Terwijl ze dus blijven herhalen dat het mogelijk is dat Bleeker fouten had gemaakt, krijgen we geen kans en gelegenheid dit te bewijzen, maar wordt klakkeloos aangenomen dat Bleeker die zaak zou winnen. Daar bleek dus gewoon niet tegenin te praten en te schrijven, ook is nadrukkelijk aangegeven, en met bewijs onderbouwd dat er niemand meer betaald zou kunnen worden, maar daar blijkt ook niet tegen te praten en te schrijven, de pik is op ons en ze argumenteren net zo lang totdat ze het kennelijk zelf ook allemaal geloven. Ze stellen dus eigenlijk dat de doorstart niet had gemogen, omdat Bleeker mogelijk zijn zaak ooit eens zou kunnen hebben gewonnen. Dit vonnis is dus van ca. 11  jaar nadat zaken zich hadden afgespeeld.
  35.  De rechters wisten of konden weten, en door ons (voor zover ze dat lezen) wisten ze ook dat het juist Bleeker/ Duijsens, was die de zaak ca. 3,5 jaar had getraineerd, door een contract aan te vechten, en daar wat meinedige getuigen voor had laten horen, en ook dat er in het derde tussenvonnis was beslist dat we gelegenheid tot bewijsvoering zouden gaan verkrijgen. Het bedrijf was dus al twee jaar doorgestart, maar de Bleeker zaak werd door ons, betaald door het doorgestarte bedrijf,  gewoon doorgevoerd. Lily Company heeft later ook aangeboden de zaak over te nemen, maar dat wilde Duijsens niet. Die was als de dood dat wij die zaak zouden overnemen en winnen, want hij had allang door dat we hard bewijsmateriaal hadden. (dit komt in ander verband nog terug). Als Duijsens er mee in had gestemd dat Lily Company BV. de zaak overnam dat was Lily Company BV, ook aansprakelijk geweest als Bleeker de zaak had gewonnen dus niks illusoir.  Die zaken kunnen als (bekende) bijzondere omstandigheden gelden, waar niet mee is gerekend.
  36.  De overwegingen van het hof gaan dan verder in een lange r.o. 3.15, we citeren verder:  “De omstandigheid dat Groot c.s.  –  mogelijk terecht – dat Lico Teelt hoe dan ook niet meer in staat was  al haar crediteuren te voldoen, en ervoor hebben gekozen  –  mogelijk zeer verdedigbaar   –  de bedrijvigheid voort te zetten met behulp van een andere rechtspersoon waarop bestaande crediteuren niet rechtstreeks verhaal konden zoeken, kan de ernst van dit verwijt niet opheffen.  Het hof merkt op dat Groot c.s. betogen (memorie van grieven, nummer 165) dat het reddingsplan destijds aan de schuldeisers is voorgelegd, maar niets zeggen over overleg met Bleeker Smit, de schuldeiser met wie Lico Teelt op dat moment was verwikkeld in een procedure waarin van beide kanten betaling werd geëist”.  We raken hier dan zeker toch behoorlijk in verwarring, het hof betoogd dat wij “mogelijk” terecht en verdedigbaar handelden.  Of ze wel of niet aannemen dat we dan voor de beste optie gingen maken ze hier weer niet duidelijk. Ze hebben al gesteld dat het niet ondenkbeeldig was dat Bleeker  wanprestatie had geleverd, maar dat willen ze niet nader onderzoeken wat door ons steeds wél nadrukkelijk wordt verzocht, en ze wekken zeker de indruk dat ze meer aan de zijde van Bleeker staan dan aan onze zijde.  Ze spreken wél over een reddingsplan,  het was dus (volgens de raadsheren) niet een plan om anderen te vlug af te zijn, maar een plan om het bedrijf te redden. Nogmaals, de maatschappelijke kennis van deze raadsheren is kennelijk gering. Achteraf was het veel beter geweest om ons eigen faillissement al begin 2001 aan te vragen. Dan had niemand meer iets ontvangen, zelfs de bankier als pandhouder was minder aan zijn trekken gekomen, maar met wat hulp van vrienden, relaties en belanghebbenden hadden we de zaak terug kunnen kopen.
  37.   Met het bedrijf was niets mis, maar alleen voor degene die de kennis, relaties en netwerken hadden, en dat waren wij.  We zouden direct al veel hebben verdiend door alle (wel eerlijke) crediteuren aan de curator over te laten zodat die geen cent meer zouden zien. Nu we dit juist niet wilden, in het belang van de eerlijke crediteuren die hun afspraken na waren gekomen, heb ik mij daar heel veel ellende mee op de hals gehaald.  Het is me zelfs nadrukkelijk als de beste optie voor mezelf, ook door derden aanbevolen, maar  dit was niet wat ik wilde. In die situatie zou over de Bleeker zaak nooit meer zijn gesproken. Kennelijk zijn deze raadsheren (te goeder trouw???)  er in getuind door de bewering van Duijsens aangaande onze vermeende grote kredieten. In dat kader stel ik dat het bekend was, althans door mij aangegeven, dat  de ING Bank, na de krediet opzegging, er zelf minimaal een half miljoen euro bij in is geschoten. Alleen dat geeft al aan dat de bewering van Duijsens, over grote kredieten, volledig tegen beter weten in, volledig was verzonnen, en met geen snipper bewijs onderbouwd. Dan lezen we “mogelijk dit en mogelijk dat”, dat zijn aannames, geen vastgestelde feiten, recht spreek je niet op aannames maar op feiten en vastgestelde zaken.  We zijn er overigens nog niet want er wordt nog een flinke schep bovenop gedaan. Ik sta ook versteld van mijn slechtheid en criminele inslag.
  38.   Vervolg citerende uit 3.15 :   “Bovendien betogen Groot c.s. dat Lily Company na enige tijd in staat bleek oude vorderingen (van crediteuren van Lico Teelt) beetje bij beetje te voldoen maar dat de vordering van Bleeker Smit “Uiteraard”  niet is voldaan (memorie van grieven, nummer 171)”.  Dit gaan ze me dus, zoals in het vervolg zal blijken, zwaar aanrekenen.  In het voorgaande heb Ik  gesuggereerd dat ze kennelijk de stukken niet (goed) hadden gelezen, maar dat neem ik terug.  Ik kom op basis van deze passage tot de conclusie dat ze net zo lang hebben gezocht naar een zinnetje wat ze uit hun verband konden lichten om mij als de slechterik af te kunnen schilderen,  en mijn bestaan konden verwoesten.  We benadrukken hierbij dan ook het al meerdere malen gestelde, dat we in 1999  een aantal stroppen opliepen die zich als het ware stapelden, maar dat de bank het krediet niet opgezegd zou hebben, als de z.g. Bleeker strop daar nog niet bovenop was gekomen. De Bleeker strop op zich was dus al rampzalig, maar alle daaruit voortkomende gevolgen, nog rampzaliger. Door de gevolgen van kredietopzegging, doorstart maar verder aangezwengeld door de agressie van GUO dus als kettingreactie daar bovenop de faillissementen, waren wij zelf direct zwaar de dupe, maar indirect dus ook de andere crediteuren die we daardoor niet konden betalen, dus ook de dupe van Bleeker. We mogen de lezer dan toch wel vragen hoe redelijk zij het achten, dat wij kennelijk eerst de veroorzaker van de ellende, die geen vordering had, maar een lopende rechtszaak die hij zelf traineerde, eerder zouden moeten betalen dan degenen die door hem waren gedupeerd. En beetje bij beetje betekend dat het al moeilijk genoeg ging en overigens dankzij het GUO en Sweens, nooit is voltooid. Deze Raadsheren hadden geen andere rechtsgrond of wetten om  hun oordeel aan te verbinden behalve dan dat er voor een rechter een bepaalde vrijheid bestaat om iets naar eigen oordeel als “onrechtmatige daad” te gaan bemerken en benoemen, wat ze dus hebben gedaan. Vanwaar hun agressie tegen ons, en waarom wilden ze de feiten en werkelijkheid, die hun zo nadrukkelijk is voorgeschoteld, in zo grote mate verdraaien?.
  39.  Het is dan toch wel opmerkelijk dat het hof mij op dat ene zinnetje heeft gepakt, en ook ons (ernstig) verwijt dat we de z.g. doorstart buiten Bleeker om hebben gedaan. Eerlijk gezegd is dit toentertijd ook niet bij mij opgekomen, maar ook niet door de juridische adviseurs benoemd of geopperd, (en een duidelijke wet of juridische grondslag bestaat niet eens) want het was als idee te bizar voor woorden. Al eerder heb ik betoogd dat Duijsens Bleeker vooral gebruikte om ons schade te doen vanwege oud zeer. Het was geen procespartij in een normaal zakelijk geschil maar gewoon een agressieve en rancuneuze vijand, die ons dwars zou gaan zitten, daar waar hij kon, en wat hij tot nu aan toe waar heeft gemaakt en een meester blijkt te zijn in het verzinnen van leugens, misleiding en bedrog.  Een slechter idee was dus niet denkbaar. We mogen het dan wel bizar vinden dat als je correcte crediteuren, beetje bij beetje kan betalen, dat je er dan “uiteraard” niet de veroorzaker van de ellende, als eerste bij betrekt. Volgens de edel te achten raadsheren,  bezegel ik dus met dat zinnetje mijn eigen lot, de crimineel heeft bekend, ernstig verwijt, we hebben hem. Onze memorie van grieven heeft 53 pagina’s en 190 alinea’s.
  40.   Wat we niet willen is dat het idee bij de lezer ontstaat dat dit een onprofessioneel stuk was, en het kennelijk moeilijk was om er de juiste conclusies uit te trekken voor deze rechters/ raadsheren. We merken nogmaals op dat de door Duijsens gestelde zaken klakkeloos over werden genomen, maar waarom niet datgene wat wij inbrachten?.  Om dit te onderschrijven zullen we één alinea van de 190 citeren, en daarvoor dus de voornoemde 171 gebruiken. Dit ook omdat het voor de aandachtige lezer toch wel opmerkelijk en ook vreemd en verdacht zal zijn dat nu net dat ene zinnetje uit een geheel is gelicht waarin ook duidelijk andere zaken worden gesteld. Navolgend dus alinea 171 (pag. 49) uit onze memorie van grieven, in hoofdzaak zelf geschreven:  “171. Evereg c.s. wensen te benadrukken dat zaken zodanig kunnen lopen dat een onderneming insolvabel wordt en de meeste (of alle) vorderingen worden daarmee illusoir. Het vrijkopen van de bankier en het onderbrengen van die goederen in een voor een doorstart geschikte vennootschap is volgens de regels gegaan. Op het moment dat Evereg c.s. kozen voor deze oplossing, was die oplossing voor alle betrokkenen veruit de beste en bovendien is die oplossing ook achteraf de beste gebleken. De doorstart betekende dat op termijn mogelijk oude vorderingen(deels) zouden kunnen worden voldaan door Lily Company. Onjuist is dat Evereg c.s direct na de doorstart schuldeisers is gaan betalen; het geld daarvoor was niet aanwezig. Pas een jaar later, toen de doorstart succesvol bleek, zijn oude vorderingen beetje bij beetje voldaan. De vordering van Bleeker werd uiteraard niet voldaan. Die vordering is vanaf 1999 tot heden betwist en Evereg c.s. (en waarschijnlijk ook Bleeker zelf) zijn ervan overtuigd dat als deze vordering inhoudelijk wordt beoordeeld tot de conclusie moet worden gekomen dat de vordering op Lico Teelt een onterechte vordering was”.  Inmiddels niets nieuws natuurlijk, maar we geven hiermee aan dat dit een totaal andere impressie geeft als het er uit lichten van een enkele zin, en er ook een duidelijke uitleg in staat waarom “uiteraard” Bleeker niet bij het beetje bij beetje was betrokken. Ook heeft het hof het over “na enige tijd” wat een paar maande kan zijn, terwijl er duidelijk staat “na een jaar”  Waarom verdraaid het hof zaken en zwakt ze zaken af ?.   Alinea 171 is kennelijk ongeveer uitgeplozen, waarom dat ene zinnetje er uit?, om te vertekenen en uit het verband te halen van wat er in alinea 171 in essentie staat?.

77.  We zijn er nog niet, we vervolgen met r.o. 3.15.  “Aangenomen dat Lico Teelt op zeker moment inderdaad in betaalonmacht verkeerde en het in het belang van de betrokkenen, waaronder andere schuldeisers, was om de activiteiten door Lily Company  te laten voortzetten, konden Groot c.s. daarin geen rechtvaardiging vinden voor een manoeuvre waarmee zij eigenmachtig, en kennelijk doelbewust, hebben voorkomen dat Bleeker Smit ooit nog haar (gepretendeerde) vordering op Lico Teelt zal kunnen verzilveren. Ook overigens hebben Groot c.s. niet aannemelijk gemaakt dat dit handelen door bijzondere omstandigheden werd gerechtvaardigd”.  Hiermee hebben we dan alle argumenten voor de afwijzing die elkaar opvolgden op rij,  er was dus niet tegenin te praten of te schrijven, en dit is dan wat in Nederland recht wordt genoemd. Alles op aannames en veronderstellingen, niet op wettelijke regels gebaseerd, en de werkelijkheid, ondersteund door bewijzen negerend. Het wordt hier dus nog flink aangedikt door het als “manoeuvre” te benoemen, en het daarmee een extra negatieve tint te geven. Dat de omstandigheden zo waren dat alle vorderingen op ons, op dat moment illusoir waren, kan gezegd en herhaald worden. Gezegd door het hof wordt dat dit best wel eens zo zou kunnen zijn, maar het was voor hen ook verifieerbaar, wat ook de taak is van rechters, maar hier wordt gesteld dat we als een stel samenzweerders (wij en onze adviseurs) bij elkaar zijn gaan zitten om een gemeen plannetje te bedenken wat alleen inhoudt hoe we Bleeker te vlug af kunnen zijn, eigenmachtig en doelbewust, Volgens de Raadsheren verdienen we “Billenkoek”, aldus beslist en uitgesproken door  mrs. G.B.C.M. van der Reep, J. Wortel, en E.J.H. Schrage,  d.d. 28 februari 2012 uitgesproken, en ca. 1200 euro bijtelling van de kosten.

  1.  Opvolgend was dus de mogelijkheid van cassatie nog open.  Van alle kanten hoorde je dat dit maar in uitzonderingsgevallen slaagde, maar er stond voor ons veel op het spel en er leek ons nogal één en ander op het arrest af te dingen. Eerste probleem was al dat de advocaat die de cassatie aangaande het proces verbaal  had gedaan door omstandigheden niet meer beschikbaar was. Je hebt drie maanden om cassatie in te stellen, maar er zijn al snel een aantal weken voorbij in overleg en heen en weer mailen, en het vinden van een vervanger bleek toch behoorlijk moeilijk. Via internet vonden we dan wel een aantal kantoren, maar meerdere daarvan waren selectief, zaten vol, hadden een andere specialisatie, maar op enig moment hadden we een kantoor die naar de zaak wilde kijken en een cassatie advies geven. Dat blijkt meer en meer de huidige werkwijze te zijn, bij cassatie wordt vooral gekeken of de procedures goed zijn gevolgd, en beperkter naar de zaak op zich, en zoals mij werd verteld, werd veel gemakkelijker afgewezen dan vroeger, dus een beoordeling vooraf of cassatie zin had was in zwang geraakt. Ik vroeg of zo een advies in een paar weken kon worden gegeven, want als het negatief was zou ik nog een second opinion kunnen beproeven, of hoe dan ook toch in cassatie gaan, waar eenieder vrij in is. Als het in een aantal weken is toegezegd en zo een advies komt niet dan wordt je ongeduldig, na een maand ga je bellen, en lijkt het inmiddels ongeveer bovenop te liggen, en gaan weer weken voorbij en wordt je zenuwachtig, en houdt je je tenen krom. Je belt weer een keer en dan blijkt er wat ziekte te zijn en een week vakantie. De vorige advocaat had er wel  vluchtig naar gekeken en was met zaken bekend door de proces verbaal procedure, maar toen we een negatief cassatie advies kregen van het kantoor, waren er nog maar een paar weken te gaan. Ik was daar eigenlijk wel flink boos over. Ze hadden toegezegd dat we voldoende tijd over zouden houden voor nadere actie, maar in twee weken doe je niet veel meer, zeker als je iemand moet vinden die het er nog even bij tussendoor doet. Ik denk op zich niet dat het zo is, maar het kantoor was niet ver van dat van Duijsens, het speelde wel door mijn hoofd dat ze elkaar mogelijk wel kenden en het in coördinatie met hem opzettelijk frustreerde. Mogelijk ben ik zo argwanend geworden dat ik overal wat achter zoek, maar denkbeeldig was het zeker niet, Duijsens had er aanzienlijk belang bij dat cassatie zou mislukken, maar hoe dan ook het ging dus toch op een haar na mis.

79.De z.g. vorige advocaat zag wel mogelijkheden, bracht me in contact met iemand die het wel wilde doen, en met kunst en vliegwerk, en dus ook (mogelijk te) overhaast, is het verzoek op 28 mei 2012, op de laatste dag van de dead line, ingediend. De advocaat die het behandelde was kundig en ervaren, hij had nogal wat zaken gelaten voor wat het was, de Hoge Raad gaat zelf weinig meer onderzoeken maar kijkt of zaken reglementair in orde zijn, en of een vonnis voldoende gemotiveerd is aangaande wettelijke kaders enz. Er moet dan ook al duidelijk echt iets aan markeren, als iets maar lichtelijk  discutabel is zien ze het al snel door de vingers, althans dat is wat we er van horen, maar ook wel onze ervaring. Toch was de advocaat optimistisch, bij hoger beroep heten de bezwaren grieven, bij cassatie “cassatiemiddelen” hij dacht dat ons eerste middel zou slagen, omdat hij recent een zeer vergelijkbare zaak had gehad, die hij had gewonnen. De ander twee ingebrachte zaken daar verwachtte hij minder van en benadrukte nogmaals dat al snel de uitspraken van een hof worden gevolgd, maar er behoefde maar één z.g. middel te slagen.  Het eerste middel betrof onze aanvraag voor pleidooi en de wijze waarop en waarom dit was afgewezen, wat als onredelijk werd benoemd nu primair de oorzaak een technisch defect was, waar we de dupe van waren geworden.  Ook hier kwam dan dus een conclusie van een staatsraad  ook benoemd als een procureur generaal, ene mr. E.M. Wesseling van Gent. Ook deze z.g. conclusie was verrassend en negatief. Aangaande de grief één  stelt ze dat er voor het onderhavige geval op basis van bepaalde regels nog “alsnog pleidooi gevraagd had kunnen worden” Dit bleek een regel te zijn die niet al te lang terug ingesteld leek te zijn, en waar vrijwel niemand voldoende kennis van heeft. Vlaar dus ook niet, en op die grond werd ons dus het nakijken gegeven. De andere zaak waar de advocaat het over had, was wel toegekend, terwijl dit ondergesneeuwde regeltje in dat geval ook van stal gehaald had kunnen worden.

  1.  Hier kan ik toch ook wel iets over een algemene ervaring kwijt aangaande het gehele rechtsgebeuren.  De vraag is beslist wel aan de orde of het system bedoeld is om optimaal recht te doen aan de betrokken burgers, en ook of de uitvoerders dan ook met die doelstelling begaan moeten zijn. Afgezien van reeds beschreven en benoemde dubieuze en scheefgegroeide zaken en uitwassen daarvan, ervaren we toch ook dat dit in de weg word gezeten doordat veel zaken en regels onvoldoende duidelijk of bekend zijn, en vaak ook verschillend uitgelegd worden. Het heeft er toch erg vaak van weg dat men zich er gemakkelijk vanaf maakt op basis van regels en een uitleg daarvan die discutabel is en blijft. Dit dan even als ter zijde opgemerkt. Dan is bv. onze opponent Duijsens er erg goed in om op allerlei manieren zaken op muggenzifterige wijze aan te vechten of te kapittelen, vaak zonder grondslag of door zaken te verdraaien, dus een dagvaarding voldoet volgens hem niet, en grieven zijn onduidelijk gesteld of onbegrijpelijk, wat natuurlijk een soort straatvechten is geworden en met het op gedegen wijze tot rechtvaardige oordelen komen niets meer van doen heeft. Ook in het voorgaande, het afwijzen van het verzoek omdat dit ook op andere wijze nog mogelijk was geweest om in de dienen, is in feite muggenzifterij. In een vergelijkbare zaak werd het immers wel toegekend, het laten slagen van dit cassatie middel zou redelijk zijn geweest en bevorderen dat alsnog er betere rechtspleging zou zijn, maar in veel vergelijkbare zaken wordt kennelijk de gemakkelijkste weg gekozen.   
  2.  Sprake is van 10  pagina’s conclusie, aangaande het proces verbaal dezelfde rituele dans, er staat niet in het proces verbaal dat ik de vordering heb bestreden, dat wordt hier ook vreemd gevonden vanwege de brief die daar strijdig mee is, en ik kan wel beweren dat ik de vordering had bestreden maar, ahum, dat staat niet in het proces verbaal dus dat is niet zo, en of het vreemd is dat mij niets is gevraagd, en dat ik niets zou hebben gezegd, ahum, schouderophaling, en dan die verbeterprocedure, dat is allemaal afgewezen, en werkt dus alleen maar in je nadeel, volgende punt graag. Ook aangaande het ernstige verwijt, is niet door de rijst en brei berg heen te komen. Men verenigd zich in de grote hoofdzaak met de zaken zoals al  uitgebreid beschreven aangaande de uitspraak in hoger beroep aangaande de daarin beschreven motiveringen in r.o. 3.13, 314, 3.15. op zo een conclusie kan dan door de partijen nog ingegaan worden.  Bij de cassatie aangaande het proces verbaal was dat niet al te effectief gebleken. Ook hier zijn zaken nog met alle bekende argumenten bestreden, maar onze indruk is dat daar niet of nauwelijks meer naar wordt gekeken. Er volgt een arrest waar dan weinig meer in staat dan dat men de conclusie van de advocaat – generaal volgt wat strekt tot verwerping van het beroep. Arrest gewezen door de raadsheren  C.A, Streefkerk  C.E. Dion en G.  Snijders.  (Streefkerk kennen we al van de verwerping van de proces verbaal zaak),  uitgesproken  op 28  juni  2013, met veroordeling in kosten van ca.  3000  Euro.  Dag oudedagsvoorziening.
  3.  Daarmee was in principe ons lot bezegeld.  Tot in laatste instantie wist Bleeker er dus mee weg te komen dat wan-gepresteerd was, en ons daarbij een grote strop had bezorgd, ook dat een proces verbaal opzettelijk was gemanipuleerd door zaken weg te laten in het belang van Bleeker en bedoeld om hem met zijn wanprestatie weg te kunnen laten komen, en ik was een slechterik doordat op het moment dat al onze crediteuren, dankzij de kredietopzegging die weer dankzij de strop van Bleeker was ontstaan, oninbare  dus z.g. illusoire vorderingen hadden, dus op het moment dat al onze crediteuren (Bleeker voorop) illusoire vorderingen hadden, hadden we ze nog eens extra, extra  illusoir  gemaakt (hoewel oninbaar, nul inbaar is dus extra kan niet eens). Dat Bleeker geen vordering had voordat de rechter daarover had beslist liet men buiten beschouwing.  Dat  dankzij de doorstart er nog veel, beetje bij beetje aan andere crediteuren met onbestreden vorderingen, is betaald, is door de betrokkenen zelf zeer positief gewaardeerd maar wordt mij juist door het z.g. rechters collectief (ernstig) verweten.
  4.  Een verklaring voor recht dus dat mij een ernstig verwijt was te maken, waar Duijsens dus verder mee kon.  Hij had al eerder de schadestaatprocedure weer tot leven gebracht, maar vanwege de cassatie was die weer stilgelegd.  Min of meer begonnen we weer van voor af aan, het is een gewone procedure met alles er op en er aan dus schrijfrondes, een uitspraak van de rechter, mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie. Het ging er dan niet meer om wie wat fout had gedaan, maar om welk bedrag het zou gaan.  Duijsens was al twee maal die procedure gestart onder het  mom er van, dat het bedrag vast stond zijnde 2 x  63.340,53,  maar steeds dus opgeschort vanwege de lopende procedures. Nu was het dan dus eindelijk zo ver dat hij los kon gaan. In eerdere instantie, toen niet duidelijk was of deze procedure opgeschort zou worden, had ik al en verweer op schrift gesteld, waar Duijsens ook al een kopie van had gehad.  Ons eerste, en mogelijk wel grootste acute probleem, was dat we met de procedures weer terugkeerden naar Alkmaar,  en we al hebben aangegeven dat naar was gebleken, daar niet onze vrienden zaten, maar duidelijk wel de vrienden van Sweens, en van den Berg, die duidelijk pro Duijsens waren, en ze in Alkmaar zo ongeveer collectief aanbeveling 8 als richtlijn voor rechters overtraden.  in overleg met Jacob Vlaar, en intussen ook mr. van Meel besloten we een verzoek te doen om de procedure in een andere rechtbank te laten doen. We stelden daarbij Utrecht voor. Daar werd dan zeg maar, een miniprocedure van gemaakt, met een echte uitspraak, en een echte kostenveroordeling van 452 Euro.
  5.  Onze probleemstelling is dat er een proces verbaal in het geding is wat omstreden is en waar een Alkmaarse rechter en griffier directe betrokkenheid bij hebben. In gelijksoortige zaken zijn die ook naar andere rechtbanken verwezen. Overwogen wordt dat dit een mogelijkheid is, en met een aanleiding vaker gebeurt maar (citaat):  “Dit is evenwel een discretionaire bevoegdheid van de rechtbank, geen verplichting. De enkele omstandigheid dat in de hoofdzaak mogelijk een rol zal spelen, een proces verbaal van een bij de rechtbank gehouden verificatievergadering, betekent nog niet dat de rechter die de hoofdzaak zal behandelen, niet langer als objectief en onpartijdig te beschouwen is. Daarom ziet de rechtbank thans geen aanleiding om de zaak naar een andere rechtbank te verwijzen”.  De rechtbank Alkmaar benoemd zichzelf dus als objectief en onpartijdig, het zou ook wel vreemd zijn als ze het tegengestelde van zichzelf vonden. In de volgende alinea stellen ze dan dat we eerder een getuigenverhoor hadden verzocht omdat wij meenden dat het proces verbaal door fraude en valsheid in geschrifte tot stand was gekomen. Dat wordt in dit stadium (nog) niet nodig gevonden, en om dit te verzoeken waren volgens hen ook de regeltjes niet exact gevolgd. Dat ging dus ook niet door.  Het zou ook bijzonder zijn als er wél iets werd toegekend.  Dat ging dus over, wat deze rechter benoemd als “Het incident”, Daarna gaat hij verder met “In de hoofdzaak” waarin door de rechter beschreven wordt hoe hij van plan is om zaken aan te gaan pakken.
  6.  Er zal wat heet “een comparitie van partijen” komen, de rechter wil ons op laten komen draven, om meer inlichtingen te verkrijgen, een schikking te beproeven, of een mondeling tussenvonnis te wijzen. De advocaten zullen hun verweer nog verder mogen onderbouwen, niet meer dan 4 bladzijden, en dan zal hij bepalen hoe hij er verder mee wil gaan. We worden er op voorbereid  dat er een mogelijk mondeling tussenvonnis komt, we citeren: “bijvoorbeeld een bewijsopdracht of een bevel tot gerechtelijk plaatsneming”.  Tot twee weken voor de zitting kunnen we dan nog niet overlegde bescheiden van belang overleggen. We hadden er nogal een dubbel gevoel over, aan de ene kant kregen we een steeds vervelender gevoel bij alles wat er in Alkmaar werd beslist en bekokstoofd. Ook dat ze als het ware nog steeds getuigen buiten de deur wilden houden voelde ook niet goed. Aan de andere kant leek men het toch serieus en gedegen aan te willen pakken, en zouden we alle gelegenheid krijgen om zaken te verdedigen, en zou er geen sprake zijn van een eindoordeel dus men was kennelijk voornemens om zaken goed en serieus te bezien, en er werd met zoveel woorden een bewijsopdracht in het verschiet gesteld, en dat was goed nieuws. Eigenlijk kon het proces verbaal in deze procedure  niet nog gemakkelijk aangevochten worden, maar het wanpresteren van de teelt van Bleeker juist wel. Het hof had impliciet gesteld dat de zaken die over de hoogte van de z.g. schade gingen, dus ook een z.g. “In rechte vaststelling” van de teelt, in de schadestaatprocedure thuishoorden.  De wanprestatie beoordeling van Bleeker zou goed nieuws zijn. Dat zou een doorbraak kunnen zijn.  
  7. Inmiddels zijn we een jaar en drie maanden en heel veel ellende verder, en weten we niet wat we er allemaal precies van moeten denken. In hoeverre was deze rechter al van plan om ons er volledig in te gaan luizen, en werden we misleid en op het verkeerde been geplaatst. Het is zeker niet gegaan zoals hij als voornoemd beschreven aankondigde.  Was hij toen al wel van plan om een tussenvonnis met mogelijke bewijsopdracht te geven?, en is hij later op andere gedachten gekomen of wekte hij bewust een andere schijn?, en stond er toen eigenlijk al een kruisje achter onze naam?, en die andere zaak, verwijzing naar een andere rechtbank, dat heeft er ook alle schijn van dat hij zaken in eigen hand wilde houden, om andere reden dan die hij beschreef. Wat daar verder dan ook van moge zijn, helemaal gerust was ik niet, maar het had ook wel het voordeel van de twijfel en hoop. Deze rechter was een zeker Gisolf, die we nog helemaal niet kenden, de naam ook nog nooit gehoord, en we herinnerden ons rechter Schipper, ook een Alkmaarse, die ons met een goed navolgbare uitspraak bevrijdde van de agressie van Sweens (en zijn R.C.s).  Het zou dus ook iemand van het kaliber Schipper kunnen zijn. Immers, eigenlijk behoorde iedere rechter van die klasse te zijn, en zonder uitzonderingen. Toen dan op 26 mei 2014, deze comparitie er was, was hij dan ook de behandelende rechter, geschat een ruime zestiger, moeilijk in te schatten wat we aan hem hadden. Aan de vragen die hij stelde kon je zeggen dat hij de goede vragen stelde, en kennelijk wel door had wat er allemaal gaande was. Je moest daarbij ook wel een grote naïeveling zijn, als je niet doorhad, dat er hier en daar een onwelriekend geurtje in deze hele zaak naar boven kringelde.
  8. Nogmaals, alle raadsels rond deze meneer zijn niet opgelost, maar  na zijn uitspraak veranderde mijn voordeel van de twijfel meer in zekerheid  en ben ik hem anders gaan bezien en stel ik hier maar ronduit dat het puur iemand van de voorbenoemde dubieuze rechtersgroep is. Ondanks dat we hem niet kenden zal hij al lange tijd in het Alkmaarse  actief zijn geweest.  Het bleek dat hij de voorzitter is van de handels en insolventie vakgroep (van rechters) in Alkmaar.  Hoe groot die vakgroep is, en hoe actief, en hoeveel ze vergaderen (of hoe weinig), en hoe invloedrijk hij als voorzitter is, weet ik niet, maar wat ik wél weet is dat hij hoe dan ook vanuit die extra functie, in veel directer contact staat met zijn collega’s, dan wanneer hij geen voorzitter was, dus met van den Berg, Allegro, van Leeuwen en Blokland.  Zoiets kan verschillende zaken betekenen.  Het kan zijn dat een voorzitter ingrijpt in zijn vakgroep, als hij onregelmatigheden ontdekt, en al naar gelang potentie, tot handelen over gaat. Het kan ook, en dit is kennelijk vaker voorkomend, dat het een clubje zijn waar iedereen de ander afdekt en beschermd. We schatten dus is dat hij onze zaak vanuit zijn voorzitter zijn van de groep al kende, maar ook andere zaken zoals die van Visser, waar Sweens en diverse rechters uit zijn vakgroep hun rollen speelden,  en duidelijk is dat hij kennelijk van alle dubieuze praktijken, die gaande waren, af wist en die ondersteunde. Pas nu dit alles bekend is begrijpen we ook de uitspraak die later van zijn hand kwam. Juist nu hij een soort leidende en coördinerende functie had, in het hele Alkmaarse  gebeuren, en daar naast onze zaken, ook allerlei andere dubieuze zaken gebeurden in grote faillissementen, kan het niet anders dan zo zijn als dat hij veel meer wist en als betrokkene dient te gelden.  Nadat Alkmaar een aantal malen negatief had geoordeeld, hadden in ons beleven onze (rechts)zaken niet meer in Alkmaar plaats mogen vinden zeker niet in geval van een zeer omstreden zaak, die volgens deze Gisolf  geen getuigenverhoor verkreeg, dus wat hem betrof in de doofpot moest, en was het naar onze mening flagrant in strijd met  de z.g. aanbeveling 8  dat hij de schadestaatprocedure op zich nam en die ook niet aan anderen over wilde laten.
  9.  Dat wij inmiddels zo negatief over hem zijn, heeft er niet alleen mee van doen dat zijn uitspraak op alle punten negatief was, maar de echte “Eye opener” was de achterbakse aanval op Jacob Vlaar, die specifiek  onder leiding en  initiatief van deze Gisolf plaatsvond, maar duidelijk ook in overleg met, en met aansturing van de betrokkenen in zijn vakgroep. Die betrokkenen waren er meer dan degenen die ik benoem bv. als overtreders van aanbeveling 8 voornoemd, maar ook rechters die bij de Visser zaak, en een paar andere grote faillissementen betrokken waren, waar Vlaar zich inzet voor benadeelde partijen in die zaken.  Ik zag eens een film of serie van El Capone, die o.a. rechters omkocht enz. maar achterna, en op de huid werd gezeten door een zekere Eliot Ness, iemand die dus niet corrupt was en tegen de misdaad vocht. Als ik me goed herinner werd die niet omgelegd, en het recht zegevierde (min of meer).  Het is hier Gisolf die dus onze Eliot Ness (Vlaar) om wilde leggen (niet letterlijk) ofwel, hem middels de Orde van Advocaten proberen uit te schakelen. Dat is net niet gelukt, maar hij mag Gisolf wel als ongeveer zijn grootste vijand rekenen. Nogmaals, dat Gisolf juist wél deze procedure zelf wilde doen, en zichzelf  in die z.g. uitspraak van 18 dec. 2013  classificeerde als “objectief en onpartijdig”  is naar onze mening een grote schending van aanbeveling 8.  Zaken hadden zeker ook van doen met andere zaken door ons ingesteld die inmiddels gaande waren. Om het overzicht te behouden zullen we die bezien nadat we de zaken hebben bezien en beoordeeld aangaande de schadestaatprocedure.  
  10.  De zitting, of comparitie vond plaats op 26 mei 2014.  Duijsens liet zich vervangen door zijn collega Zwijnenberg, waarbij die dus met een pleitnota met op zich weinig nieuws kwam, maar ook Vlaar herhaalde en benadrukte de in feite al bekende zaken. Gisolf stelde dat de zaak inmiddels al heel lang duurde en er moest, vond hij, maar eens een eind aan komen. Voor mij klonk dat niet als hetzelfde van, ik ga een rechtvaardig oordeel geven. Hij stelde dat er in het proces verbaal stond dat er maar voor het halve bedrag was geverifieerd, wat dus consequenties had,  en of het niet een goed idee was, dat wij dat bedrag betaalden en dat Bleeker daar genoegen mee zou nemen, dus een middeling of schikking. Onze reactie daarop was, dat we niet meer en minder verzochten dan om een objectieve en onpartijdige beoordeling  van de punten en zaken die we voor de zitting in hadden gebracht. Zwijnenberg stelde dat Bleeker voor het hele bedrag bleef gaan dus het dubbele. Eigenlijk leek het verweer, en datgene wat hij namens Bleeker inbracht zwak en rommelig, en Vlaar gaf wel goed en duidelijk zaken weer, maar dat blijkt niet uit te maken als zaken tevoren al zijn beslecht en beslist, want dat is wel waar het erg op lijkt. Dat ik hier heel veel zeg en schrijf realiseer in mij ten volle. Ik doe een zware beschuldiging die je kort kan samenvatten als een beschuldiging van niet objectief en partijdig, dus met nog grotere woorden in feite de schijn van corruptie.
  11.   Zo sterk heb ik me nog niet geuit en Vlaar ook niet (en nooit) maar in de aanval op Vlaar stelt men vanuit Alkmaar (met Gisolf voorop), bijvoorbeeld geciteerd uit de mail aan Vlaar, “—-Bij de kwaliteit van uw werk worden dan ook ernstige vraagtekens gesteld. Curatoren en rechters en anderen zouden regelmatig worden beticht van het plegen van strafbare feiten dan wel zou de suggestie worden gewekt dat daarvan sprake zou zijn—-“   Gisolf stelt daar dus eigenlijk dat zij onaantastbaar zijn en boven alle kritiek verheven, terwijl het juist op zijn weg lag om zaken op juistheid te onderzoeken en zonodig te handelen, maar hij meent dat de aanval de beste verdediging is en probeert hun criticasters dus uit te schakelen. Als hij primair ongefundeerde beschuldigingen naar Vlaar kan uiten, waarom zal ik dat dan ook niet mogen, en als ze mij, zoals is geschied, van allerlei volstrekt onjuiste zaken, op aanreiken van een kennelijk bevriende advocaat, beschuldigen en mij daarmee aan de bedelstaf brengen, dan meen ik in ieder geval het recht te hebben om mij op basis van mijn bevindingen en conclusies te uiten. De 6 jaar geleden geuite uitspraak van een betrokken derde;  “Het is daar een grote incestueuze bende” heeft voor mij aan grondslag gewonnen en is nog steeds aan de orde en gaande. Op welke wijze ze mij hierna de mond willen gaan snoeren wachten we dan maar af.
  12.  Na deze, op zich wel grote woorden is het aan mij om duidelijk te maken waar ik dit in het kader van de uitspraak van Gisolf op baseer. Op zich nog wel een heel verhaaltje, wat vooral uit onderdelen bestaat. De dagvaarding voor deze schadestaatprocedure dateerde van 19 mei 2009, en er waren dus memories en conclusies  op gewisseld, bekende zaken en meer van hetzelfde, en de procedure was dus 2 x stilgelegd, zodat we inmiddels 5 jaar verder waren. Van belang zijn dan de zaken die wij  9 mei 2014 in hadden geleverd, die overigens al veel langer bekend waren. Daarin geven we aan waarom wij van mening zijn dat, ondanks de z.g. verklaring voor recht,  aan Bleeker toch niet of nauwelijks iets toekomt. We maken daar eerst  even een lijstje van.                                                                                   1.  Er zou anders (in ons voordeel) zijn geoordeeld als “In rechte was vastgesteld”dat Bleeker verwijtbaar te kort was geschoten”  die beoordeling c.q. vaststelling waren we nog te goed, en zou in de schadestaatprocedure dienen te gebeuren met de mogelijke consequentie  dus van een ander oordeel, waardoor de Bleeker vordering als onterecht  kon worden beoordeeld.                                                2.  De vordering in het proces verbaal is 63.340,53.  Nu het proces verbaal leidend is en recht van gewijsde heeft is dit het bedrag zoals vastgesteld en bepaald. Als Bleeker het daar niet mee eens is zal ze in rechte aan moeten tonen dat ze recht op meer heeft, dus ook dat ze geen wanprestatie heeft geleverd.                                                                                                                                                                  3.  Door Bleeker zijn grote bedragen bespaart in de verwerking door de halve oogst die hij leverde, tot zeker 50.000 euro, hoewel lastig exact berekenbaar.                                                                                        4.  Door een meet fout was er ca. 10.000  euro te veel berekend, wat wel was vastgesteld maar nooit gecorrigeerd.
  13.  Zoals we navolgend zullen beargumenteren was de uitspraak puur negatief met echt rammelende of helemaal geen motivatie, en erg kort door de bocht, maar ook zo vijandig tegen ons dat we met stomheid waren geslagen. Ter zitting was dit nog niet merkbaar geweest, en werd de suggestie gewekt dat naar beide partijen werd geluisterd, maar er waren achteraf bezien toch wel signalen.  Als eerste verraste het ons dat er meteen een definitief vonnis kwam terwijl een tussenvonnis met bewijsopdracht was toegezegd, maar deze Gisolf was dat mogelijk toen al niet van plan of had zich bedacht. Zo een rechter heeft, anders dan vaak wordt gedacht, toch veel speelruimte van handelen en beslissen, hij had in feite alle kanten op gekund, wat dan hooguit in hoger beroep onderuit kon gaan, maar  zonder dat hij zelf op fouten of dubieuze zaken aangesproken kan worden. Naar we nu vermoeden had één en ander er ook mee van doen, dat we nog met zaken bezig waren om toch het bedrog van van den Berg en Sweens aan te kunnen kaarten, maar dat dit in dit geval juist erg tegen ons werkte. Gisolf en van den Berg moeten elkaar wel heel erg goed kennen, en dagelijks ontmoeten en met elkaar omgaan, maar nog versterkt door de verhouding van het voorzitter zijn van de vakafdeling van Gisolf.  De veronderstelling is bepaald zeer denkbeeldig, dat deze Gisolf  zaken uitvoerig had besproken, met o.a. van den Berg, Blokland en anderen, vooral omdat later Bleek dat ze ook met hetzelfde clubje met de Visser zaak in hun maag zitten, die door curatoren is beroofd en bestolen, en die ze al 10 jaar als het ware proberen dood te knuppelen, maar wat mede dankzij Vlaar niet wil lukken, maar dat het ook grote moeite kost om het deksel op de beerput te houden, dus lukt Visser uitschakelen niet, dan Vlaar maar uit (proberen te) schakelen, en in ieder geval is de uitspraak

Allereerst stel ik dat het niet alleen is gebaseerd op de eigen ervaringen, maar ook op de ervaringen van mensen die ook in zaken zoals in het A 4 tje benoemd, betrokken zijn geraakt, zaken die het genoemde in het A 4 tje bevestigen en ondersteunen. Daar zullen we er ook een aantal van gaan benoemen, ter ondersteuning van één en ander.  Eerst zal ik de rechtersvakgroep “Handel en Insolventie” in Alkmaar eens onder de loupe nemen.  De voorzitter van de vakgroep is ene mr. Gisolf,  tot aan 26 mei 2014 kende ik die nog niet, maar na zijn uitspraak van 30 juli 2014 des te meer. Die kwam met een onbegrijpelijke uitspraak, en zo negatief voor ons als maar denkbaar is. Nu er reeds een clubje Alkmaarse rechters bij onze zaak betrokken waren geweest, hadden we verzocht om die zaak door een andere rechtbank te laten behandelen, maar dat was in dec. 2013 door diezelfde Gisolf, zonder verdere redengeving afgewezen.

  1.  Het geld er bij de goegemeente eigenlijk voor dat rechters altijd gelijk hebben, maar dat is bewijsbaar te bestrijden, en dit reeds op grond van het feit dat ongeveer de helft van de zaken in hoger beroep blijken te gaan, en bij die Hoger Beroepen krijgt men in de helft van de gevallen een ander vonnis, wat dus inhoudt dat het vonnis in één op de vier gevallen al een fout vonnis was. Natuurlijk kan het ook dat de rechter eigenlijk een goed vonnis had, en dat het (Hoger Beroep) er naast zit maar ook dat zijn dan foute vonnissen. Ook in cassatie gaan er nog vonnissen onderuit, terwijl daar niet of nauwelijks meer inhoudelijk wordt geoordeeld. Hiermee hebben we dus eigenlijk vastgesteld, dat het niet zo is dat de rechter altijd gelijk heeft, maar juist dat hij / zij, juist heel veel en vaak ongelijk heeft.  Het uitgangspunt moet zijn dat we, levende in onze mooie rechtsstaat, er eigenlijk op moeten kunnen vertrouwen dat de rechter inderdaad zowat 100 % zou moeten scoren, maar dat blijkt dus lang niet altijd het geval te zijn. Daar spelen allerlei factoren een rol bij. Als een zogezegd goede advocaat het verschil maakt, om een zaak te winnen die bij een zogezegd slechte advocaat zou zijn verloren, dan zou dit, bij objectieve beoordeling van zaken en feiten, inhouden dat die advocaat bepalend is geweest, en niet de waarheidsvinding en vaststelling van de feiten. Bekend is dat veel factoren meespelen die het oordeel van de rechter beïnvloeden of bepalen, maar dan hebben we het in principe nog steeds over een onbevooroordeelde rechter, die zelf meent dat hij / zij objectief is.  Anders en erger wordt het natuurlijk als een rechter vooringenomen is tegen iemand, of tegen groepen van mensen, en die voorbeelden hebben we inmiddels ook wel, dus we stellen vast dat de rechter gewoon vaak juist geen gelijk heeft, en ook dat zijn handelen gewoon en simpelweg soms ook dubieus kan zijn.
  2.  Wat daar verder van moge zijn, als ze zo een fout oordeel uit hebben gesproken dan geld dit dus gewoon, en hang je voor de gevolgen van die uitspraak. Net als iemand die onschuldig ter dood is veroordeeld, weet je zelf 100 % zeker dat het vonnis onjuist is, maar je hangt. Dat kan dus in alle soorten rechtszaken het geval zijn. Je kent zelf de juiste toedracht, je tegenpartij komt met een leugen en fantasieverhaaltje, en de rechter gelooft de ander en jouw dus niet, of heeft andere redenen om gewoon de kant van de ander te kiezen, dan ben je dus in de zogenaamde rechtsstaat de pineut. En de pineut zijn is niet direct dolle pret. Daarbij is al gesteld dat in feite niemand de vonnissen van rechter beoordeeld. Dit gebeurt dan wel in hoger beroep, maar er komt niet iemand van een inspectiedienst, om kritische vragen te stellen waarom hij tot een bepaald oordeel kwam, of ze onvoldoendes geven als de vonnissen niet deugen. Wel zijn er richtlijnen en aanbevelingen, waar in staat dat een vonnis, goed onderbouw en gemotiveerd dien te zijn, maar niemand beoordeeld een vonnis direct na de uitspaak op de deugdzaamheid, in de context van, “dat is fout of onvoldoende gemotiveerd, dus doe het maar over”.  Ook hebben ze geen reglement zoals b.v. de Orde van Advocaten, waar ze echt op afgerekend kunnen worden, maar er is wel een opstelling van richtlijnen, die men benoemd als aanbevelingen.  We willen hier de “Aanbeveling 8” beschrijven omdat we daar nader op in zullen gaan:
  3.  Aanbeveling 8                                                                                                                                                   Eerdere bemoeienis met een zaak of met partijen.                                                                                             De rechter dient zich er van bewust te zijn dat zijn onpartijdigheid ter discussie kan komen te staan vanwege zijn eerdere bemoeienis als rechter met een bepaalde zaak.  Voorts kan de onpartijdigheid van de rechter worden beïnvloed indien hij herhaaldelijk zaken van dezelfde procespartij(en) behandelt.  Dit is zeker wel duidelijk, en het is natuurlijk wel de bedoeling dat rechters zulke aanbevelingen serieus nemen, en er naar handelen, ze zijn niet voor niets en niet zonder reden, immers binnen de rechterswereld opgesteld, ook al is het (maar) een aanbeveling, en is het niet zo dat je de rechters meteen voor de rechter kunt slepen als ze zich er niet aan houden.  Dan geld natuurlijk de vraag hoe ver dit strekt, of wel, waar leg je de grens, wat kan wel en wat kan niet. Altijd een lastige. Als je een kleine rechtbank bent dan is het ons kent ons gehalte natuurlijk veel groter dan bij een grote. Dan kunnen er bij kleine rechtbanken ook gemakkelijk onderlinge cultuurverschillen zijn, in allerlei mogelijk variaties. Zowel collegialiteit en solidariteit (elkaar dekken waar nodig) als rivaliteit, na-ijver en onderlinge competitie zijn overal voorkomende zaken, en natuurlijk kan het ook gewoon wél alles in orde zijn,  zoals hoe het zou behoren, dus “straight”, bekwaam , onafhankelijk, zoals het rechters volgens de aanbevelingen zou betamen. Dat laatste is in het Alkmaarse gebeuren zeker niet het geval, heeft onze ervaring, en ons onderscheidend vermogen ons geleerd. Een enkele uitzondering daargelaten.
  4.  Maar nog steeds, waar ligt de grens, of waar menen wij zelf, waar die behoort te liggen. Allereerst willen we stellen dat er in de zogezegde “integriteit” discussie (die op rechters ook van toepassing behoort te zijn) men in theoretische zin erg ver gaat, door te stellen dat men geacht wordt reeds te bewegen, en consequenties te trekken, als er “Een schijn bestaat van (wat dan ook)” wat dan weer in de praktijk te pas en te onpas tegen iemand wordt gebruikt, of juist helemaal wordt vergeten. Daarmee komen we toch al dichter bij, immers, aanbeveling acht is zeker duidelijk aangaande het zogezegd, niet bij herhaling zaken van dezelfde procespartijen behandelen, maar stel dat er een kleine vakgroep is, die het goed met elkaar kunnen hebben, koffie drinken, een teambuildings sessie met de vakgroep, vriendschappen, ook in sociale zin met elkaar omgaan, Rotary club, of bedenk maar wat. Dit doet dan toch direct de vraag rijzen of het niet snel in strijd met aanbeveling 8 is, als er door één of twee rechters van de vakgroep een negatief oordeel aangaande een zaak is geweest, dat een directe collega van die vakgroep een zaak van een al bij hun bekend zijnd iemand behandeld. Daar zouden ze dan vooral zelf alert op moeten zijn, (iedere schijn vermijden) en waarom dan niet (veel sneller) een zaak naar een andere rechtbank verwijzen. Vanuit bv. Noord Holland  ben je ook zo in Leeuwarden, Amsterdam is een optie, Utrecht.
  5.  Vanuit deze optiek bezien is het dan al een vreemde zaak, en beslist in strijd met aanbeveling 8 te noemen, dat indien een partij al met pakweg een vijftal rechters uit de groep van doen heeft gehad, en er een duidelijke en sterke negatieve anti stemming lijkt te zijn gekweekt, dat zo een zaak niet al vanuit de rechtbank zelf naar een andere rechtbank zou zijn verwezen. Men zou immers “De schijn, behoren te willen vermijden”.  Anders en erger wordt het dan als iemand er nadrukkelijk om verzoekt, dat zijn zaak naar een andere rechtbank wordt verwezen.  Als je dan, als voorzitter van die vakafdeling, zo een verzoek zonder nadere motivatie afwijst, en die zaak dan zelf gaat doen, en tot het meest negatieve, maar ook ongemotiveerde, en zeer aanvechtbare vonnis komt, dan meen ik dat je ook aanbeveling 8 eigenlijk snoeihard overtreedt, ook al heb je in eerdere instantie nog nooit vonnis gewezen.
  6.  Hoeveel rechters er bij voornoemde vakgroep behoren zou ik niet weten, maar is schat maar van niet meer dan 15.  Bij veel grotere rechtbanken, bv. Amsterdam of Utrecht, zijn dat er natuurlijk veel meer, dus we hebben het over een echt ons kent ons clubje, met de voornoemde Gisolf als opperhoofd van de club. Vanuit het eerste deel, (indien gelezen), is bekend dat  ene Littooy het faillissement uitsprak. Die behoort dus bij die groep. Die was ik al eens eerder tegengekomen, daarna niet meer, maar men kan zich afvragen waarom hij een faillissement uitsprak, terwijl hij gemakkelijk en met goede redenen anders had kunnen oordelen, en is de vraag wat hem bewoog dit niet te doen. Ik heb daar een idee over, maar ga daarbij wel aardig gissen, en kom daar later mee omdat ik eerst de betrokken Alkmaarse rechters na wil lopen, en mijn mening aangaande aanbeveling 8 zo gemotiveerd mogelijk weergeven.
  7.  Dan werd . Blokland R(echter) C(ommissaris ) van Lico Teelt Bv. wat hij met zekerheid tot april 2005 is geweest, en werd er een zekere H.v.d. Berg RC van Lico Export BV. We hebben Littooy en Gisolf genoemd , maar in eerdere instantie was er een hoofdrol weggelegd  voor een vrouwelijke rechter met de klinkende naam Allegro. Na wat informatie en gegoogle bleek zij uit een bekende Amsterdamse advocaten familie te komen, was ze voordien ook advocate, en daarbij rechter plaatsvervanger. Kennelijk had ze in 2008 (net?) een vaste aanstelling in Alkmaar. Zij verdient ook zeker extra aandacht in het kader van aanbeveling 8.  Dan was er een andere mevrouw, een mr. van Leeuwen, die ook in een cruciale zaak een volstrekt onnavolgbaar en dubieus vonnis velde. zo hebben we er dan dus een stuk of zes, allemaal een beetje tussen de 45 en 55 (geschat), dus  nagenoeg leeftijdsgenoten.
  8.  Het was dan de R.C.  v.d. Berg,  die wij er van betichten dat hij in een complotachtige setting op verzoek van Sweens (curator) en Duijsens (advocaat van Bleeker) en kennelijk op verzoek van Duijsens, en Sweens, een proces verbaal heeft geconstrueerd en gemanipuleerd, van een (onnodige) speciaal opgezette z.g. verificatievergadering, waarin opzettelijk zaken weggelaten waren om ons daarmee te kunnen benadelen en dus onze tegen (proces) partij te bevoordelen. Dit is wonderbaarlijk geslaagd, maar had niet kunnen slagen als zijn directe collega’s hem niet door dik en dun zouden hebben gesteund. De totale kosten en schade die hij ons daarmee heeft berokkend zijn deels te berekenen (de kosten) en deels slechts in te schatten (de schades),  maar zijn altijd meer dan een half miljoen Euro, en mogelijk zelfs een miljoen. Dit is dan even a passant opgemerkt, want ik leg de voornoemde rechters nu eerst langs de lat in het kader van aanbeveling 8. Over het voornoemde en veel andere zaken merken we op dat die in het vervolgtraject nog ruime aandacht gaan krijgen.
  9.  In volgorde van belangrijkheid bewaar ik de belangrijkste overtredingen van aanbeveling 8 voor het laatst ook al zijn ze aan elkaar te wagen. De wet biedt de ruimte om een wijziging of verandering van een proces verbaal te verzoeken als er een fout of vergissing in is geslopen. Op zich wel attent van de wetgever kun je stellen. Wij verzochten dus een wijziging, nadat gebleken was dat het voornoemde valselijk opgemaakte proces verbaal als vlag de lading niet dekte. Deze rechter moest dus oordelen over het werk van een collega waarmee ze een uurtje daarvoor mogelijk nog koffie dronk, en wie weet, mogelijk wel heel goed mee op kon schieten. Ze stelde tijdens de zitting dat ze de desbetreffende collega om een toelichting had gevraagd, die ze ook schriftelijk had verkregen. Wij verzochten dus om die ook aan ons te verstrekken, wat werd toegezegd maar nooit is uitgevoerd.  Rechters zijn per definitie slimme mensen of worden in ieder geval geacht dit te zijn. Mevr. van Leeuwen had derhalve direct allerlei zaken heel vreemd kunnen vinden, en ook dat de curator in een drie pagina verweer zich zeer partijdig opstelde, maar ze wees ons verzoek af op argumenten die we later nog bezien en benoemen. een strikte uitleg van aanbeveling 8, zou volgens ons zijn geweest, dat ze zou hebben gezegd dat ze moest oordelen over het werk van een directe collega, wat beter in een andere rechtbank kon gebeuren. Ze heeft er dus voor gekozen om de gelegenheid te benutten, om solidair met die collega te zijn, en zijn straatje schoon te vegen.
  10.  Dan was rechter Allegro degene die de eerste voor ons fatale uitspraak deed, die totaal anders geweest zou zijn als er geen gemanipuleerd proces verbaal was geweest, dat ook speciaal geconstrueerd bleek te zijn, om Bleeker weg te laten komen met de door hem gepleegde wanprestatie, zaken die we ook verder zullen beschrijven. Op haar vonnis kunnen we veel op en aanmerken wat we ook nog zullen gaan doen, maar hier zou kunnen gelden dat vonnissen van rechters veelal voor de ene partij goed zijn en voor de andere slecht, maar wel door goede overwegingen en toetsingen aan de wet tot stand zijn gekomen. Daar zouden we het op zich bezien nu op kunnen houden, maar er stond een specifieke passage in haar vonnis die er op neer kwam, dat zij anders zou hebben geoordeeld, als Bleeker toerekenbaar tekort was gekomen, maar dat was nooit in rechte vastgesteld. Ze stelde dus zoiets als, het kan heel goed dat wij Bleeker terecht aanspraken en dat Bleeker ons schadeloos zou moeten stellen zoals dat in de wet is geregeld, maar nu ze dat niet zeker wist, besliste ze anders, op het risico af dat ze ons onrecht deed in plaats van recht. Nu dit naar haar idee in rechte vastgesteld had moeten zijn, rijst de grote vraag waarom zij, als rechter, zelf niet een beoordeling maakte, nu ze al voldoende bewijs had, of er rijst de vraag waarom ze ons geen bewijsopdracht heeft gegeven. Daar was ze immers rechter voor. Dit kon er ook op duiden dat ze dit er maar voor de vorm in had gezet, maar op voorhand al solidair was met o.a. collega van den Berg.
  11.  Wat daar verder dan exact van moge zijn, na haar fatale uitspraak, besloten we om twee zaken aan te gaan om zaken duidelijk te hebben in het Hoger Beroep. De ene zaak dus de wijziging van het proces verbaal als voornoemd, de andere om in een aparte zaak de z.g. wanprestatie van Bleeker dus zogezegd in rechte vastgesteld te krijgen. Als dit immers duidelijk was bepaald op basis van al eerder ingebracht, maar in hoofdzaak nieuw bewijsmateriaal, o.a. deskundigen rapporten dan zou die gerechtelijke vaststelling dus het andere oordeel (dus in ons voordeel) gaan billijken, en zou zogezegd het recht gaan zegevieren. Die zaak dus in werking gesteld, en tot onze grote verbazing zou die zaak door dezelfde rechter, dus mevr. Allegro worden behandeld. In overleg met mijn toenmalige advocaat overwogen we een wrakingverzoek, maar het bleek zo te zijn dat zo een verzoek maar vrij willekeurig wel of niet werd toegekend, en als het niet werd toegekend, was dit voor je zaak nadelig, maar een zaak in wel toegekende verzoeken bleken ook vrijwel altijd te worden verloren. We kozen er voor om wel per fax   of mail, onze bedenkingen weer te geven, waar dus niets mee werd gedaan, dus Allegro mocht haar eigen werk beoordelen. Duijsens kwam met een onnavolgbaar verweer, zo iets als dat de failliete BV. er geen belang bij had, en dat ik als privé persoon geen partij was, terwijl ik juist in privé door hem werd aangesproken. Rechter Allegro beloofde dan ze goed naar de bijlagen 9, 10 en 11 zou kijken (de deskundigenrapporten aangaande de wanprestatie) en vervolgens volgt ze de onnavolgbare beweringen van Duijsens, kijkt verder dus nergens naar, en geeft dus gewoon geen beslissing. Wat daar verder van moge zijn, volgens aanbeveling 8, die wij niet behoeven te kennen, maar deze rechter des te meer, had ze direct zelf moeten zeggen dat ze die zaak niet kon doen, en het beste naar een andere rechtbank aanbrengen, althans dan bestaat er geen schijn van wat dan ook. Het was dus niet meer en minder als een flagrante schending van aanbeveling 8, en het heeft er dus ook alle schijn van dat ze voorbedacht een collega van haar afdekte, en het zelf wilde doen om sturing te geven aan een voor ons negatief vonnis.
  12.  Blijft over om dan ook mr. Blokland nog langs de aanbeveling 8 meetlat te leggen en dan zien ze dat die het nog bonter heeft gemaakt. Eigenlijk het bontste van allemaal. We hadden al aangetipt, dat hij betrokken was als R.C. bij de familiezaak, maar hij was ook degene die in eerste instantie de door ons aangespannen Bleeker zaak deed die met getuigenverhoren door Duijsens werd vertraagd, maar hij kwam uiteindelijk met een tussenvonnis waar we het mee moesten doen, maar waar op zich niet veel op aan was te merken, nu de getuigen onder ede, alles aan elkaar vast hadden gelogen. Hij bepaalde in een tussenvonnis in augustus 2003, dat wij een bewijsopdracht zouden gaan krijgen, dus daaruit concluderende zou Bleeker veroordeeld worden als ons bewijs wettig en overtuigend zou zijn, en daar twijfelden we niet aan, dus het in ons voordeel beslissen gloorde aan de horizon, maar helaas, intussen had het noodlot van het faillissement toegeslagen, en dan vervallen ook de rechtszaken die in de boedel voorkomen aan de curator, die dan mag beslissen of hij verder wil procederen. Ook stelde hij dat hij in een comparitie nog een bemiddeling of schikking zou willen beproeven.  Tot zover dan ook geen aanmerkingen op Blokland, die straks wel gaan volgen.  Op zich schijnt Blokland hiërarchisch vrij hoog te staan in het Alkmaarse, en in de rechters wereld, hij zou ook vice president zijn, zijn naam duikt nogal eens op in wat grotere en ingewikkelde zaken, en hij was ook voorzitter van de Raad van Discipline (die bestaat uit 4 advocaten met een rechter als voorzitter), die Moszkowicz op de korrel nam, wat een soort erebaantje is, en toch ook zogezegd aanzien verwerft.
  13.  Hij werd dus R.C. van Lico Teelt BV.  opmerkelijk was dan wel dat hij niet op de voornoemde verificatievergadering was, maar ook weer enigermate verklaarbaar. Toch denk ik dat Sweens hem opzettelijk weg had gelaten omdat Sweens in kon schatten dat Blokland niet aan het door Sweens opgezette onrechtmatige opzetje mee zou doen. In ieder geval een jaar later was hij nog wel R.C. getuige een brief van Sweens aan hem, wat ook inhoudt dat hij de nog nader te beschrijven chantage, diefstal, bedrog, leugens en misleidingen van Sweens, waarmee die de eigen zak vulde, goedkeurde en faciliteerde. Die zaken daar zal ik nu niet nader op in gaan, want we beoordelen aanbeveling 8. Niet alleen ervoeren we dat een curator en R.C. nogal joviaal met elkaar omgingen, maar ook dat ze veelvuldig R.C. waren,  afwisselend met verschillende curatoren, en R.C.s  dus voor langere tijden in meerdere faillissementen met dezelfde persoon omgingen, wat natuurlijk de rol van een strenge toezichthouder volledig vertroebeld. Nu dan terug naar aanbeveling 8.  Sweens begon, dus ook met, en dus dankzij fiattering van Blokland als R.C. een rechtszaak tegen ons aangaande privéaansprakelijkheid, omdat we de laatste keer, toen de oude BV.s  al niet eens meer in bedrijf waren, een keer te laat hadden gepubliceerd bij de kamer van Koophandel. Nog tijdens de loop van de procedure stelden wij een procedure in tegen Sweens, voor zaken waarvan wij meenden dat die aan Sweens verwijtbaar waren, en raad één wie die zaak in behandeling kreeg, inderdaad, Blokland, in één keer goed. Als het er nu om gaat om een voorbeeld van een duidelijk, grote ,flagrante schending van aanbeveling 8, dan zal deze de top tien aanvoeren denken we. Ook daartegen hadden we geen wrakingverzoek maar wel een schriftelijk bezwaar aangetekend. Natuurlijk vond Blokland dat zijn vriendje Sweens, ruime bevoegdheden toe kwam, niet bij wet, maar als vriendendienst van de toezichthouders, en werd Sweens vrij gesproken. De vraag is, wat voor zin hebben zulke aanbevelingen als men er vrijelijk de hand mee kan lichten, en de rechters er niet op aan worden gesproken, en wat zijn toezichthouders waard als die alle spelletjes meespelen, en er geen toezicht is op de toezichthouders, en überhaupt niet op rechters. Als een rechter, of in dit geval een hele vakafdeling, zich er niets van aan wil trekken,  dan zijn de aanbevelingen zoals die zijn vastgelegd, gewoon een “Dode letter”.
  14.  Duidelijk zal dus inmiddels zijn dat er zich in de tussenliggende pakweg twaalf jaar ( gerekend vanaf de datum van de faillissementverklaring, zoals in boek één beschreven) heel veel heeft plaatsgevonden en het einde is niet in zicht. In boek één, waar we als laatste beschreven hoe het GUO op SADO achtige wijze, en met het fanatisme van een geloofsfanaat, de twee BV.s  die al bijna twee jaar leeg waren, in faillissement wisten te brengen, ondanks ons heftige verzet, en dankzij een rechter (Littooy) die verantwoord anders had kunnen beslissen.  Daar is in relatie tot aanbeveling 8  dus al op in gegaan, de chronologische beschrijving heeft u nog te goed en komt later. Nu was het wat hap- snap, maar u heeft al een aardige indruk, en de lezer zal dus ook bereid zijn om aan te nemen dat we ons zeker kunnen betitelen als ervaringsdeskundige, hoewel ik begrijp dat veel nog ongeloofwaardig zal zijn, en nog niet is ingedaald. Iedereen wil graag in het recht en de rechtsstaat geloven, en in zekere mate doe ik het nog wel, maar voor het grootste deel ben ik behoorlijk ontgoocheld. Als iemand, zoals ik, met allerlei zaken te maken krijgt, dan komt hij ook publicaties in kranten en tijdschriften dienaangaande tegen die iemand anders overslaat, (ook al zijn er weinig publicaties) en zijn er allerlei zaken op internet te vinden, maar ook en vooral komt hij personen tegen die in hetzelfde schuitje zitten, en die op vergelijkbare wijze worden gepiepeld en leeggestolen, wat er toe heeft geleid dat er wel vrij intensief contact is ontstaan met een aantal lotgenoten, die ik maar betitel als slachtoffers van de criminele bende in Alkmaar, en als de beschreven betrokkenen daar boos over worden (wat ik hoop en verwacht) dan zullen ze uit hun holen moeten kruipen. Het droomscenario zal zijn dat ze me een proces aan (willen) gaan doen, en ik alle zaken die ik hier schrijf zal moeten gaan bewijzen, en nog mooier, dat de pers ook zaken gaat onderzoeken en de gehele maatschappij wakker weet te schudden. Ook belevenissen en bevindingen van en met derden zal ik in de beschrijvingen opnemen. Die liegen er ook niet om.
  15.  Wat ik niet beschrijf in mijn A 4 tje (het was vol) is de houding van justitie en het O.M. In een rechtsstaat is een goed functioneren van het O.M. van overwegend belang. We onderscheiden daarbij het privaatrecht waarbij zogezegd burgers van gelijke orde, hun geschillen  aan de rechter voorleggen. Een ander onderdeel van het recht is het strafrecht, waarbij de overheid middels politie, justitie, en dus het Openbare Ministerie, mensen tot de orde roept en bestraft voor de zaken zoals we gezamenlijk hebben besloten, dat die niet kunnen en mogen, wat dus ook in wetten is vastgelegd. In feite ligt er tussen die twee een grote overlap, immers, burgers kunnen ook vaak ruzie met elkaar hebben, vanwege iets wat ook bij de wet is verboden en dus ook strafrechtelijk kan worden vervolgd, en ook, in het kader van rechtsgelijkheid etc. vervolgd zou moeten worden. Wat mij is gebleken, is  dat er vaak van strafrechtelijke vervolging sprake is en dat je je afvraagt of dat niet onderling, of anders civielrechtelijk opgelost zou moeten, maar omgekeerd dan nog wel in veel grotere mate. Als iemand wordt bestolen, dan kan en zal de gedupeerde het gestolene terugeisen in een civiele procedure, maar wil men bij de politie geen aangifte van diefstal opnemen of behandelen, want dit zou civielrechtelijk zijn. In ons beleven is stelen ook strafrechtelijk, de straffen zijn er niet voor niets en ook bedoeld om duidelijk te maken dat men het beter niet opnieuw kan doen. Onze ervaring is evenwel dat je daar tegen een muur aan loopt.  
  16.  Daar kon al uit opgemaakt worden dat rechters kennelijk wel iets hebben met het failliet verklaren van personen en bedrijven. Er zijn beslist hele goede redenen in maatschappelijke zin, en dus ook voor rechters, om zo terughoudend als mogelijk te zijn. Het heeft een brede bekendheid dat er bij reguliere faillissementen veel menselijk leed wordt gegenereerd (waar mensen en de staat zich in andere gevallen wél om bekommeren), maar dat de opbrengsten nagenoeg integraal in de grote zak van de curatoren komt. Daar zullen we het nog verder over hebben, maar het zou zomaar zo kunnen zijn (u weet wel, de schijn van) dat men in het Alkmaarse gewoon goed de smaak te pakken heeft van het failliet verklaren van bedrijven en vooral bloembollenbedrijven, omdat dit juist, voor de daar gevormde eliteclub van rechters en curatoren, aangevuld met bepaalde advocaten, bankmedewerkers, en (louche) opkopers, zo een lucratieve business is, en de schijn nog verder doortrekkende, dat ieder van de voornoemde gevormde club er op eigen wijze van mee profiteert. Met het oog op de mogelijke en te verwachten acties nog opgemerkt als navolgend, ik beschuldig niemand, maar stel dat in mijn beleven “De schijn” wat prominent aanwezig is. Niet meer en niet minder. Aangaande degene die zich boos tegen mij gaat richten stel ik nog eens nadrukkelijk dat zij dan moeten bewijzen dat die schijn, dus de aannemelijkheid daarvan niet aanwezig was. Maar eigenlijk moeten ze gewoon bewijzen dat er geen enkele grond zou bestaan voor deze bewering, en de opzet van dit document is dat het bij voorkeur niet gelezen wordt door domme mensen, maar door degenen die op kritische en objectieve wijze hun eigen oordeel kunnen, en ook durven bepalen. Eigenlijk erken ik wel dat ik in deze alinea impliciet heb geschreven dat rechter Littooy, die gemakkelijk een ander oordeel had kunnen geven, de reeds bestaande Alkmaarse cultuur volgde. Hoewel mijn kritiek op Blokland aangaande aanbeveling 8 zeer stevig was, kan dit van hem juist niet gezegd worden, waarvan akte.
  17.  Wat in gelijke mate fout zit, is het advocaten reglement van de orde van advocaten en hun zogenaamde tuchtrecht. (Ik noem dat ook in het A 4 tje). Ook daar zal ik uitgebreid op in gaan nu we daar een procedure op hebben gevoerd en nadat onze klacht volledig ongemotiveerd, niet eens is behandeld, maar door de deken al onontvankelijk is verklaard, hebben we opvolgend een nieuwe klacht ingediend, aangaande nieuwe feiten die zich voordeden, nu gedurende de 15 jaar dat zaken gaande zijn, er uitsluitend door Duijsens onwaarheden zijn geponeerd, nooit van enig bewijs voorzien, en daarbij, ondanks onze weren en tegenbewijzen, Duijsens in zijn verzonnen beschuldigingen steeds is gevolgd. In het advocaten reglement staat dat een advocaat er niet zomaar op los kan en mag liegen, maar in de praktijk lijkt hij dit juist wel te mogen, en worden ze juist door de eigen vlees keurende slagers uit de wind gehouden. Ook dit is een nog niet onderbouwde aantijging. Die onderbouwing gaat komen en komt u vanzelf tegen als u door blijft lezen. Een rechtgeaarde burger zal enerzijds, flink de wenkbrauwen gaan fronsen, hoewel er ook meerderen zullen zijn die slechts zaken bevestigd krijgen die ze al vermoedden.

Wat dan niet meer in het A 4 tje staat (was vol) is dat zaken in wezen nog veel verder gaan.

  1.   Ik heb aangifte proberen te doen van chantage en diefstal van de curator, in begin 2010 maar werd bij de balie op het politie bureau afgescheept, het was een civiele zaak, en toen ik er op wees dat iedereen er vrij in is om aangiftes te doen, werd er gezegd dat ik gelijk had, ze waren in feite bij wet verplicht om iedere aangifte op te nemen, maar die aangifte ging dan naar de officier van justitie, en die zou er niets mee gaan doen, in de prullenbak laten verdwijnen c.q. seponeren. Zonde van de tijd en moeite. Ze hadden nog zo een geval waar ze ook dit standpunt innamen. Dat geval kende ik inmiddels want dat betrof de zaak fa. Visser, waarvan ik W. Visser recentelijk beter had leren kennen. Voordien was er wat publiciteit van geweest. Nu ik met hem in contact was gekomen, meer van die zaak af begon te weten, en waar dus ook bleek dat hij door dezelfde curator Sweens, gedekt door dezelfde groep R.C.s  op kundige wijze en veel misbruik van macht voor miljoenen was en werd leeggestolen. Nu we elkaars zaken kenden, hebben we geprobeerd om waar mogelijk elkaar te kunnen helpen, mogelijkheden waren overigens beperkt, maar ik ben meerdere malen met hem mee geweest bij besprekingen enz. Heb ook rechtszaken van hem bijgewoond. De reden daarvan was enerzijds dat je dan direct bent geïnformeerd en objectiever kan oordelen, maar ook en vooral om  zo mogelijk als getuige te kunnen dienen, nu dat van belang kan zijn in een land waar de leugen regeert.
  2. Op  W. Visser, zijn zaak en een aantal flink vergelijkbare zaken zal ik zeker ook verder terugkomen omdat we daar ook een grote bevestiging zien van de zaken die ik vanuit eigen ervaring beschrijf. Het kenmerk bij de zaken zoals ze bij Visser plaatsvinden komt op punten en hoofdlijnen ook met elkaar overeen. Het is gewoon de voornoemde club (door Visser de criminele bende genoemd).  In het kader van aangiftes etc. in geval er duidelijk sprake is van diefstal, bedrog misleiding etc. zal ik één anekdote beschrijven, wat ik doe uit mijn herinnering zonder data etc. terug te zoeken, want het gaat om de clou, ofwel de eindconclusie. Visser vult al ruim tien jaar al zijn tijd om een stukje gerechtigheid te verkrijgen. We noemden de geweigerde aangiftes en allerlei andere pogingen, maar in ieder geval  had hij een afspraak weten te verkrijgen met een officier van Justitie, met de naam  Mud. Visser had mij gevraagd of ik mee wilde, en mogelijk ook nog eigen zaken benoemen ter versterking van wat er volgens ons gaande was.  Dit was geschat ca. drie jaar terug. Ook bij het O.M. zal er een bepaalde hiërarchie zijn,  en hij moest in de hogere regionen verkeren zoals mijn indruk was.
  3.   Deze heer Mud was vriendelijk en hoorde ons aan zonder er veel van te zeggen, of te vragen of ook zaken te betwijfelen of te betwisten. Daarna was hij toch in redelijke mate openhartig. Hij stelde dat het hem niet ontging dat er zaken gaande waren, en dat datgene wat wij inbrachten daar een soort bevestiging van was.  Hij stelde dat we toch niet te veel van hem konden en mochten verwachten, enerzijds waren ze onderbemand, maakten nu al keuzes in zaken, dus bleven zaken onbehandeld die behandeld hadden behoren te worden. Daar kwam bij dat dit soort zaken erg ingewikkeld waren en er op deelterreinen, zoals eigenheden en hoedanigheden in het bollenvak, te weinig expertise was, en mede daardoor te weinig onderzoek capaciteit. Dan volgde eigenlijk wat ik interpreteerde als het belangrijkste. Hij stelde eigenlijk ronduit dat deze zaak, en de zaken daaromheen, te groot waren voor hem om te behappen. Hij stelde eigenlijk niet meer of minder dan;  “de tegenpartij die ik als crime fighter aan zou moeten pakken is te machtig”. Als ik ze al aan zou willen en kunnen aanpakken, dan zullen ze mij (terug) pakken. Toch heeft hij toegezegd zich nog eens in zaken te verdiepen, waar hij al veel materiaal en op schrift gestelde zaken van in bezit had, en met wat collega’s gaan overleggen. Als ze toch tot actie zouden komen zouden we er van gaan vernemen. Inderdaad is er verder dus nooit meer van hem vernomen. Naar onze indruk een man van goede wille, die ingehuurd is om de leugen niet te laten regeren, maar lijdelijk toe moet zien dat dit wél de praktijk is.
  4.  Ik noem mezelf ervaringsdeskundige tegen wil en dank. Datgene wat ik als mening ten beste geef is nogal concreet en radicaal, en tot zulke conclusies kom je pas als je alle zaken ondergaat en beleeft die in boek één al zijn beschreven, maar die ook en vooral nog beschreven gaan worden nadat ik klaar ben om me in meningen en conclusies te uiten. Dan gaan we het verhaal vervolgen. Natuurlijk ben ik lang niet de enige die tot  vergelijkbare conclusies komt, uiteraard ook door vergelijkbare ervaringen, en iets wisselend en meer of minder radicaal, meen ik ook dat die groep wel veel groter zal zijn als wat we denken of vermoeden, maar het is vooral een groep die murf is gemaakt en maatschappelijk uitgeschakeld. De fouten zitten bij de foute faillissementswet, en het misbruik wat er van wordt gemaakt door curatoren en hun kompanen, met als belangrijke schakel de toezichthouders die geen toezicht houden. Door alle lagen van de maatschappij en in allerlei hoedanigheden zien we dat toezicht, waar nodig, is geregeld, de maatschappij is er van doorspekt, politie controleert en handhaaft, gemeenten handhaven allerlei regeltjes, schoolinspectie, vleeskeuring, voedsel en warenwet, plantenziekte kundige dienst, om maar een paar van de vele voorbeelden te noemen. Maar als slager hun eigen vlees mogen keuren gaat het zodanig mis dat we er een spreekwoord aan over hebben gehouden.
  5.  Onze ervaring hebben we zelf met curator Sweens opgedaan, maar er circuleren meer namen die de grote faillissementen krijgen toebedeeld, waarbij de naam Brederveld nogal eens terugkwam, en een mevr. Klaver, en ook onze toebedeelde advocaat toen van Meel als rechter verder ging, Mr. Sweep, kreeg in 2004 een faillissement in het bollengebeuren toebedeeld, van grote omvang. Hij dumpte ons toen als cliënt, en was ineens goede vrienden met Sweens, en dan hebben we in boek één onze ervaringen van tien jaar eerder met ene hr. Kneppers beschreven, die na de teloorgang van Cebeco, verder gegaan is als opkoper van alles wat los en vast was in het bollengebeuren, ook veel bollen partijen enz. en dit ook uit faillissementen. Hij was inmiddels goede maatjes met de grote curatoren jongens, maar die gaan we later nog meer tegen komen. Nu wil ik beschrijven, wat er mis is met het faillissementen gebeuren, en meer in het bijzonder in Alkmaar, en ook nog beschrijven waarom bloembollen zo een aantrekkelijk en bijzonder artikel zijn, in het gehele gebeuren. Naar de buitenwereld toe worden een paar beelden geschetst, die bij de doorsnee burger blijven hangen, en de beeldvorming bepalen. Automatisch denkt iedereen uiteraard ook dat het bij hem gevormde beeld ook het juiste is. Als men zijn gedachte op onjuiste informatie bepaald, dan krijgt diegene ook ongewenst een onjuist beeld, en dat is dus iets wat wij hierbij wat willen doorbreken.
  6.  Naar onze ervaringsdeskundigheid, gebaseerd op eigen ervaring, ook op de uitwisseling van veel zaken om me heen, publiciteit (is er wel, maar weinig), en internet informatie, is de faillissementswet in Nederland zo krikkemikkig, en er zo van uitgaande dat curatoren wel te goeder trouw zullen zijn, en anders direct terug zullen worden gefloten, door hun R.C. dat curatoren ongeveer alle ruimte krijgen om er op los te roven en te stelen, geholpen door de rechter commissaris, die door langjarig en veelvuldig kontact een soort vriendschapsband met de curator heeft opgebouwd. Beiden hebben ze bedacht dat de curator onder dekking van de rechters, veel meer mag dan gewone burgers. Gewoon roven en stelen wordt gecamoufleerd met  de woorden: “De curator komt ruime bevoegdheden toe”, maar dat is zelfbedacht, en heeft geen wettelijke grondslag. de zogezegd failliet (privépersoon), of het failliete bedrijf, is rechteloos geworden en wordt zoveel mogelijk in de hoek gedrukt en vernederd, en daar waar iemand zaken niet pikt, en een proces begint, komt dit terecht een behandeling bij dezelfde rechtbank als waar de curator en R.C. bij behoort, waar, in iedere geval in het Alkmaarse, dit bij een directe collega van de R.C. terechtkomt, die bv. ook R.C. is of was in andere faillissementen met dezelfde curator, waarvan die rechter wordt gevraagd om het gedrag van de curator te beoordelen, zoals het eerder genoemde voorbeeld Blokland, dus de curator durft er gewoon vanuit te gaan dat hij niets te vrezen heeft en is dit doorgaans ook gewoon de praktijk. Sprake is van diefstal op grote schaal met veel maatschappelijke schade, in economische zin maar ook veel kosten die uiteindelijk vanzelf weer op het conto van de belastingbetaler komen.
  7.  Om die zaken te camoufleren worden er naar de buitenwereld natuurlijk andere indrukken gewekt, het zijn immers zaken die onder de pet moeten blijven, daarom wordt er veel ophef en heisa gemaakt over wat men faillissementsfraude noemt. Dit is dan weer iets wat wél veel publiciteit krijgt. De indruk wordt daarbij gewekt dat vooral bij bedrijven die failliet gaan, dit vaak opzettelijk wordt gedaan, dat er gefraudeerd wordt met BV tjes, die eerst leeg worden gehaald en dan failliet gaan met de crediteuren die het nakijken hebben. Daarbij worden de BV. eigenaren zoveel mogelijk over één kam geschoren, en gesuggereerd dat dit soort werkgevers en bedrijf directeuren op voorhand en per definitie al slecht zijn en de zaak opzettelijk laten ploffen.  Door dit groter te maken dan het in werkelijkheid is, en er een soort hetze van te maken, wordt de aandacht dus afgeleid van de zaken die zoveel mogelijk geruisloos en achter de schermen plaatsvinden. Ook wordt door curatoren er zielig over gedaan dat er vaak geen geld zit in een failliete zaak terwijl ze uit de opbrengst betaald moeten worden. Natuurlijk komt dit af en toe voor, maar ook dit wordt breed uitgemeten, en aangedikt. De indruk moet ontstaan en in stand worden gehouden dat het helemaal niet zo een goede job is, en dat het bijna een soort van maatschappelijk werk is en soms zo ongeveer vrijwilligers werk. Zulke zaken zijn dus onder het gewone volk een eigen leven gaan leiden door de goede P.R. De waarheid is, dat het zo zou zijn (een cijfer wat ik niet kan bevestigen) dat er bij één op de drie bedrijven, er inderdaad in meer of mindere mate iets loos blijkt te zijn. Als dit waar is (wat we betwijfelen) dan houdt dit dus wel in dat twee van de drie bedrijven, dus toch een royale meerderheid, onverdacht zijn van onjuist handelen. Dit houdt tevens dus ook in dat zaken zo een eigen leven leiden als dat ieder failliet bedrijf ook een verdacht bedrijf is, dus de P.R. heeft het goed gedaan. Dat er gewoon veel curatoren helemaal fout zijn en ongegeneerd hun zakken kunnen vullen leeft dus niet al te zeer bij de gewone man die er nog weinig mee van doen heeft gehad. De slachtoffers van voornoemde praktijken weten wel beter.
  8.  Toch is het zeker wel weer een bekend feit, dat toch wel breder bekend is, dat het doorsnee faillissement van een middenbedrijf vrijwel nooit iets oplevert. Dit komt simpelweg doordat de curator met de centen gaat strijken. Volstrekt onduidelijk is waarom een curator eigenlijk altijd een advocaat is, zonder dat dit wettelijk zou moeten. Bekend is dat advocaten hoge uurlonen schrijven, pakweg 250 euro per uur. Op de declaraties bestaat geen adequate, en doorgaans helemaal geen controle. Er wordt gewoon gedeclareerd, waar weliswaar wel een urenlijst wordt geconstrueerd, maar niemand controleert of er niet te veel uren worden geschreven, of dat ze niet door een kantoormeisje zijn gemaakt, dus voor een veel lager tarief, en of er niet altijd naar boven wordt afgerond. Vergelijk dit dan weer eens met de hetze en hype die kan ontstaan als een bestuurder (soms slechts vermeend)  wat verkeerde bonnetjes heeft ingeleverd voor onkostenvergoeding of iets dergelijks.
  9.   Het belangrijkste verdienmodel is dus zoveel mogelijk uren schrijven. Als er inderdaad echt geen geld in een failliete boedel zit, dan is het voor de curator ook gemakkelijk want dan maakt hij een minimum aan kosten, en heft het op. Soms is er dan toevallig wél sprake van fraude, daarvoor is een regeling om een budget van de overheid te vragen om het uit te zoeken, maar die moeite besparen ze zich liever, op naar het volgende slachtoffer wat lucratiever is. De curator moet dan de z.g. actief ten gelde maken. We kennen dat allemaal van de executoriale veilingen, ook daar is een soort van hele industrie omheen gegroeid, en wordt er goed verdiend in de lijkenpikkerei. De meer gehaaide curatoren, hebben dan ook nog de goede connecties bijvoorbeeld opkopers die een deel van het bedrag onder tafel door kunnen schuiven, want dan wordt het pas echt leuk. Iedereen die aan zoiets meewerkt zal angstvallig zijn mond houden, dus de pakkans is heel klein. Er zal wel weer af en toe ook wat naar anderen toe moeten worden geschoven, en zo is er wel crisis in Nederland, maar dus lang niet voor iedereen, en die hoge omes bij banken en bedrijven moeten inleveren, en in de publieke sector moet iedereen terug naar de Balkenende norm, maar de hoger geclassificeerde curatoren, met de betere faillissementen, hebben met de juiste bedrijfsvoering (zo noem ik het maar) gemakkelijk het dubbele of meer.
  10.  Neem als voorbeeld maar ons geval met Sweens, er was sprake van een volledig leeg faillissement waar hij het volledig verantwoord direct weer op had kunnen heffen, maar hij heeft door chantage, wat rente en wat gestolen hier en wat ingepikt daar, 65.000  euro binnengehaald. stel dat hij de uren eerlijk heeft gedeclareerd (waarom zou hij, er is geen controle) en stel dat er nog bv. 15.000 kantoorkosten of i.d. vanaf gaan, dan zou hij gedeeld door zijn uurloon van 250 Euro per uur er 260 uren aan hebben besteed. dus pakweg een week of zes, rond maar af op twee maanden. Vermenigvuldigd met 6 zou dit een tonnetje of drie per jaar zijn. Voorwaardelijk niet slecht zou ik denken, maar in feite is dit een discussiestuk dus iedereen mag het met me oneens zijn (maar wel beargumenteerd en gemotiveerd natuurlijk).  inmiddels is er momenteel veel politiek gedoe over een vrije artsenkeuze, die dan zomaar even een miljard op zal moeten brengen waar niemand iets van begrijpt, en wat vast ook niet zo zal gebeuren, maar op de goede manier eens goed ingrijpen in deze misstanden gebeurt niet, nu er een sterke lobby is om dit te voorkomen en er veel onder de radar plaatsvindt.
  11.  Dat er heel gemakkelijk met de urenschrijverij gesjoemeld kan worden, is al aangekaart, er schijnen gevallen bekend te zijn dat een curator meer uren schreef dan er in een volle week zaten (dus meer dan 168), en laat ik het verder zo zeggen, net zoals katten een kattennatuur hebben, hebben advocaten een advocaten natuur, en als je katten op het spek bindt dan zegt hun kattennatuur opeten dat spek, waardoor het spreekwoord is ontstaan dat je katten niet op het spek moet binden, een spreekwoord met bredere betekenis. Dan zal ik het hier ook maar even goed en duidelijk schrijven, voor het geval er discussie en commentaar komt op het hiervoor geschrevene. Natuurlijk zijn er curatoren die hun werk volkomen correct en naar behoren en beste weten en kunnen uitvoeren. Men behoeft mij dus niet te zeggen dat er ook goeie zijn, dat zal vast wel, en als je geluk hebt kom je zo een tegen, maar dat neemt niet weg dat er veel mensen ook slechte tegen komen. Het uren schrijven is dan niet het enige verdienmodel, want de wet biedt meer ruimte. Door de constante hetze over de faillissementsfraude, is op dat punt onze wetgever wel daadkrachtig geweest, uiteraard in de veronderstelling dat curatoren in netheid en correctheid, boven de rest van de mensheid uitstijgen (naïviteit  is per definitie geen slechte eigenschap) en dat die niet, ten behoeve van de eigen zak, misbruik maken van die wetten. In geval van een failliete BV waarbij de directeur zijn prive apart had en er wel wat bezit en vermogen is zijn er twee verdienmodellen populair die ongeveer standaard worden gebezigd, en ik weet waar ik over praat want ik heb ze aan de lijve mogen ervaren.  De eerste is de pauliana, dit betreft de situatie dat iemand die in de gaten heeft dat het bezig is om mis te gaan nog even snel zaken verkoopt voor veel te weinig geld aan een vriendje, met het vooropgezette doel, om voordat het mis gaat de crediteuren te snel af te zijn. Als dit daadwerkelijk zo is, zijn die zaken ook doorgaans wel duidelijk en dient de curator ook zijn werk te doen, zaken onderzoeken en optreden.
  12.  Hier lijkt niets mis mee ware het niet dat in ieder geval curatoren zoals wij die kennen (hoe wijdverbreid deze zaken zijn, en of er duidelijke regionale verschillen zijn, kan ik niet zeggen) die pauliana zaken creëren waar die niet zijn. Ik schrijf beslist geen fabeltje, want degenen die boek één hebben gelezen weten hoe ik me heb ingespannen om de crediteuren juist het hunne toe te laten komen, en dat het juist de curator was die dit onmogelijk maakte, met als enig doel de eigen zak te vullen. In hoeverre dit dan als incident kan worden benoemd zou nader onderzoek behoeven, maar als er een oproep in de krant zou komen om zich te melden als men zich onrechtmatig gepakt voelt door een curator dan verwacht ik veel reacties. De curator onderzoekt dan niet op serieuze wijze of er duidelijke calamiteiten zijn (dus geen twijfelgevallen enz.) maar de curator onderzoekt (zoals Sweens dus deed) of hij de werkelijkheid kan verdraaien en een casus verzinnen om iemand onder druk te zetten. Als die een doorstart hebben gemaakt zoals wij, en de curator weet dat het bedrijf nog zwak is, dan dreigt hij gewoon met een proces aangaande pauliana, onder een aantal verzonnen voorwendsels. Vervolgens wordt dan ingezet op een schikking en is het kiezen of delen. Als de curator iemand een proces aandoet dan overleeft het bedrijf dit doorgaans niet en is het beter om maar te onderhandelen en tot een afkoop te komen. Natuurlijk is dit pure chantage, maar chantage is nu eenmaal ook een verdienmodel. Natuurlijk zou je verwachten dat zoiets door de toezichthouder dus de R.C. (een rechter die pal behoort te staan voor recht en gerechtigheid) wordt beoordeeld en getoetst, het gaat nogal ergens over, en is er dus vooral op gericht om ten behoeve van de eigen verdienste een persoon of (doorgestart) bedrijf om zeep te helpen, wat de curator, bijgestaan door in ons geval twee rechters, zonder scrupules heeft gedaan, en dus heeft mogen doen. Voor wie er iets mee kan, en van kan leren, hierbij de goede raad, als je onterecht op die wijze wordt gechanteerd, stel je er tegen te weer en doe geen schikking naar de rupsjes nooit genoeg.
  13.  Als je niet door de knieën gaat komt de curator in ieder geval voor de keuze te staan of hij door wil gaan of stopt. Chanteren is een goede en lucratieve bezigheid, als mensen capituleren, maar als ze dat niet doen, wordt het evenzogoed best wel lastig. Als je iemand gijzelt en je eist losgeld dan wil dat vaak wel lukken, maar als men zegt, oké ga je hem doden als we niet betalen, dan is dit jullie verantwoording maar betalen gaan we niet doen, dus dood hem maar, dan bombarderen we bij jullie de zaak daarna wel plat, dan is je dilemma kompleet. dit is niet het enige verdienmodel, er is nog een wet die zeer goed is te misbruiken, de persoonlijke aansprakelijkheid. Ook daarbij is de wetgever er van uit gegaan dat nette curatoren, onder het gedegen toezicht van hun R.C. op correcte wijze hun werk doen en iemand pas persoonlijk aansprakelijk stellen als een bestuurder een ernstig verwijt is te maken, en er geen twijfel bestaat dat een bestuurder iets is aan te rekenen. We zullen daar straks wat verder over gaan, wat ook dat geintje heeft curator Sweens mij geflikt, maar het zal de lezer mogelijk bevreemden dat deze zaken worden gedaan en ingesteld, als er totaal geen rechtsgrond voor bestaat en er ook van twijfel geen sprake is. De verklaring is heel erg simpel, neem daarbij de Alkmaarse situatie maar als voorbeeld, een relatief kleine groep rechters werkt met een relatief kleine groep curatoren, dus de ene keer is het rechter A, met curator A, dan weer met B of C, en zo  rouleert dit. Als een rechter 10 jaar R.C. is heeft hij dus iedere curator al een paar maal gehad, en een curator zo ongeveer iedere rechter dus ons kent ons van haver tot gort. De curator krijgt dan toestemming van zij R.C. om iemand onrechtmatig te chanteren met pauliana of bestuurdersaansprakelijkheid. Arthur (Sweens) vraagt aan Jan (Blokland) en Henk (?) (van den Berg) die elkaar natuurlijk bij de voornaam noemen, van Jan ik zie wel kans om die of die te pakken te nemen, en Jan zegt dat is prima Arthur, en dan vangt de chantage aan. Als iemand niet door de knieën gaat wordt het wat lastiger want je moet geloofwaardig blijven, dus je verzint wat onwaarheden bij elkaar en stelt een proces in. Waar komt die procedure dan terecht, inderdaad, bij Jan, Henk en hun kompanen. In redelijkheid gesteld heb je dus op voorhand al verloren, zeker als het clubje voldoende solidair is, wat per regio best wel zou kunnen verschillen, maar in Alkmaar is die situatie voldoende duidelijk.
  14.  Op zich, als iedereen er correct mee om zou gaan, is de bestuurlijke aansprakelijkheid ook wel redelijk goed in de wet geregeld, maar er niet bij bedacht dat curatoren ook gewoon criminelen kunnen zijn. Iemand moet een ernstig verwijt te maken zijn, wat op zich bezien niet snel het geval is, tenzij je iets fantaseert zonder verder bewijs, en de rechter dit verzinsel voor waar aanneemt zonder naar argumenten en tegen bewijs te kijken. De lezer zou kunnen menen dat dit onmogelijk zou zijn in onze rechtsorde , maar het omgekeerde is waar want dit is mij persoonlijk overkomen, en is ook de reden van dit verhaal. Dit overigens niet in het geval van Sweens, maar in de Bleeker zaak. Dat de leugenfabriek (Duijsens) zo succesvol is geweest blijft overigens onbegrijpelijk en zal naar ik aan mag nemen veelal niet, of minder gemakkelijk slagen, maar het is wel duidelijk dat er bepaalde sentimenten leven bij rechters die op subjectieve wijze meespelen. Wat daar verder van is, is niet al te goed verklaarbaar, maar dit zullen we in latere instantie wel proberen zoals we gevoelsmatig menen dat zaken spelen. Verder over het verdienmodel van de bestuurdersaansprakelijkheid. Die wetten zijn regelmatig verder aangescherpt door de hetze die tegen de faillissementsfraude is, en nog steeds wordt gevoerd, waar de slechten niet heel veel last van hebben, die weten zaken wel dicht te zetten, maar de goeden natuurlijk wel, want die zijn er niet op bedacht omdat ze er van overtuigd zijn dat ze niets verkeerd hebben gedaan.  
  15.  Op enig moment heeft de wetgever, in een aanscherpingsessie, bedacht dat het ernstig verwijtbaar was als iemand niet tijdig zijn jaarcijfers heeft gedeponeerd bij de kamer van Koophandel, omdat crediteuren die cijfers na kunnen vragen en zien dat een bedrijf niet sterk is en mogelijk onderuit kan gaan. Ik kan zo een pagina volschrijven waarom dit onrealistisch is en nutteloos, maar dit is wat onze bestuurders, naar mijn idee niet al te zeer gehinderd door kennis van zaken, hebben bedacht. In ieder geval is het zo dat die volstrekt onrealistische aanname, voor de curatoren een regel is die er voor hen prijsschieten van maakt. Nu kan dit volgens de wet niet de enige reden zijn, maar iets er bij verzinnen is niet moeilijk en dan aan de rechter vriendjes ter beoordeling voorleggen gaat doorgaans goed. Per definitie wordt niet beoordeeld of de publicatie nog ergens enige zin kon hebben want dat is niet van belang. In ons geval werd altijd normaal gepubliceerd, geregeld door de boekhouder. Toen er is doorgestart hadden de oude, of voormalige BV.s dus geen enkele activiteit meer, dus er was ook niemand die nog belang had bij publicaties. In zo een geval wil ook de boekhouder vaak niet meer werken als de rekening niet kan worden betaald waarvan zij als eerste op de hoogte zijn.
  16.   Bij ons speelde dit in wezen ook, we zagen daar ook geen gevaar of prioriteit, alles was er op ingesteld om faillissement te voorkomen, en toen er nog een concept boekhouding is gemaakt voor GUO (zie boek één) is er gewoon niet bij nagedacht, om iets te publiceren bij de KvK.  De BV had immers geen activiteiten, niemand had enig belang, en het waren weer extra kosten. Hier kan bij opgemerkt worden dat het er niet om gaat of de gepubliceerde cijfers ook juist zijn. die mogen best totaal onjuist zijn, als er maar iets is ingeleverd. in ieder geval was dat hetgeen waar Sweens ons op te pakken nam, en had mijn boekhouder alerter moeten zijn, want het was bij hen bekend dat het eerste wat een curator doet in kijken of er is gepubliceerd en zo niet, dan is het gegarandeerd prijsschieten. We hebben hiermee dus al geuit wat er in algemene zin in ons beleven gaande is, en hoe onrealistisch, dom, dwaas en onredelijk bepaalde wetten kunnen zijn, maar het verhaal hoe zoiets dan plaatsvindt en zich afspeelt gaat nog komen.
  17.  Ter ondersteuning van het voorgaande nog een  casus  zoals die mij bekend is geworden. Mijn middelgrote boekhoudbureau, BDO had een klant die een vishandel had en een aantal jaren voorafgaand aan ons in faillissement was geraakt. Niet tijdig gepubliceerd dus bingo. Daar was een curator mevr. Klaver, dus ook iemand van het clubje als voornoemd. Die begon een proces, het totale te kort was 1,2 miljoen waar deze handelaar dus voor werd aangesproken, en zich tegen verdedigde. Hij moest bewijzen dat hij verder dan het niet publiceren hem niets verwijtbaar was, en liet een rapportage maken door de boekhouder voornoemd, wat goed en gedegen in elkaar stak maar werd verworpen door de rechter vriendjes van mevr. Klaver want het was zijn boekhouder die wel eens partijdig kon zijn, De rechter wees iemand anders aan die een rapport maakte dat aan alle kanten rammelde, maar er werd ook een schikkingsvoorstel gedaan, voor een half miljoen kon hij schikken, die half miljoen had hij natuurlijk niet, hij kreeg ook een herseninfarct, zulke zaken zijn nu eenmaal ook slecht voor de gezondheid, maar hij bleef wel onder ons en herstelde weer redelijk. Inmiddels waren zaken 6 jaar gaande en werd een nieuw schikkingsvoorstel gedaan, nu was er een nulletje van af gehaald dus 50.000 maar inmiddels waren er allerlei verklaringen en getuigen gehoord enz. zodat de advocaat dacht dat de rechter onmogelijk tot een veroordeling zou kunnen komen. Dat was een misrekening, hij werd er niet al te gemotiveerd volledig ingetikt, dus volledig kapotgemaakt en ridder te voet. Zijn advocaat was laaiend en stelde dat ze in hoger beroep zeker hun gelijk konden halen om de simpele reden dat ze gewoon gelijk hadden en dit in een rechtsstaat ook behoorden te verkrijgen. Dus hoger beroep ingesteld, maar er werd opnieuw door de curator het aanbod gedaan om te schikken voor 50.000 euro en haar slachtoffer ging daarvoor door de knieën, tot ongenoegen van zijn advocaat. Daarbij zal het niemand verwonderen dat de declaratie van de curator ook 50.000 betrof, dus het bedrag verdween in haar zak.
  18.  Dit is dus gewoon één van de vele zaken. We hebben hier dus van doen met iemand die gewoon een bedrijf had, en daarbij geknokt om het hooft boven water te houden. Net zoals we zo veel kleinere middenstanders ten onder zien gaan, zo ging hij ten onder zonder iemand te kort te willen doen, en verder weet ik weinig van de achtergronden en ins en outs. Wat wel opmerkelijk is, is dat we zoveel bezorgde mensen en ook vooral bestuurders hebben die bezorgd zijn over de leegloop van de winkelstraten, en ook dat er in het plaatselijke politieke gebeuren veel wordt gepraat over hoe dit kan worden voorkomen, want in het algemene belang ziet men de leefbaarheid verminderen, en men heeft compassie met de kleine middenstander enz. maar als die strijdend ten onder gaan, nadat ze daarvoor veel aan de maatschappij bij hebben gedragen, dan bekommert niemand zich meer om die loozers, en worden ze door de curator en de R.C. als oud vuil behandeld en als het even mogelijk is helemaal uitgekleed. Als een curator weet dat er van calamiteiten geen sprake was, maar hij laat iedere truck uit het boek op ze los, met opzettelijke leugenverhalen en gedekt door de R.C. dan zijn die er volledig van bewust dat ze het weinige wat iemand privé nog overheeft onder de handen van hun slachtoffer vandaan stelen, en die persoon volledig aan de bedelstaf brengen. Dat geld wordt dan door de curator weggedeclareerde, en hun slachtoffer maakt een goede kans dat er zaken voor rekening van de staat komen (ziekte, bijstand, WMO) die er niet zouden zijn geweest als ze niet zonodig hun lijkenpik actie op touw hadden gezet. Ook heb ik geleerd dat rechters doorgaans zeer gevoelsarm zijn. Begrijpelijk is dat ze in onafhankelijke afwegingen hun gevoelens niet laten gelden en objectief moeten blijven maar dat is heel wat anders dan mensen tegen beter weten in veroordelen voor bestuurdersaansprakelijkheid, daarbij wetende dat men degene die ze veroordelen in de ellende stort. Dan zijn het ijskonijnen zonder compassie.
  19.  Als men nu vraagt wat er naar mijn mening dan zo mis is aan de faillissement wet, dat zeg ik enerzijds niet al te veel, en anderzijds ongeveer alles wat je kunt bedenken. Er is niet zoveel mis mee, (ook al kunnen evenzogoed veel zaken veel beter), als eenieder te goeder trouw zou handelen, dus alle curatoren zouden gemotiveerde en gedreven lieden zijn die als inzet hebben om zaken goed, snel, efficiënt, en op humane wijze op te lossen, en als ze daar niet aan voldoen, dat ze meteen hun toezichthouder op de nek hebben die ze tot de orde roept, maar dat die theorie geen praktijk is, is reeds genoegzaam bekend. Iedere wet die gemakkelijk misdaad toelaat is gewoon fout, en geen toezicht is nog fouter. Het vreemde en ook bijzondere is dat er in landen onderling grote verschillen zijn in het omgaan met  insolventie, en er bijna geen land is waar het zo krikkemikkig is geregeld dan in Nederland. Het is al 30 jaar terug dat Pieter Lakeman (SOBI) het boekje schreef “Failliet op krediet”. In een hoofdstuk beziet hij hoe zaken zijn geregeld in omliggende landen. Ook daar zullen wetswijzigingen zijn doorgevoerd, maar dit zijn doorgaans verbeteringen ten behoeve van de crediteuren. Evenwel, 30 jaar terug waren zaken in alle omringende landen al stukken beter voor alle betrokkenen dan in Nederland dat toen al het aller belabberst  uit de bus kwam. Zo werden in Italië doorgaans alle schuldeisers voldaan en bleef er gemiddeld nog 7 % over, voor de oorspronkelijke eigenaar, een in Nederland ondenkbaar iets. In Frankrijk (ook in USA) is men er volledig op gericht en op ingesteld om alles op alles te zetten om het bedrijf te redden en door te laten starten, en bv. in België  (maar ik denk in de meeste landen), is een curator gewoon opgeleid voor die taak, en in dienst van de overheid voor een normaal loon. Politici hebben alleen maar eens over de grens te kijken om te concluderen dat zaken op eenvoudige wijze veel beter kunnen.
  20.  Overigens las ik de afgelopen week (i.v.m. V&D) dat er in Nederland ook een wetswijziging gepland staat. Nu zal iedere wijziging een verbetering zijn, maar het leek me op het eerste gezicht nog steeds slappe hap. De opzet is dat het gemakkelijker wordt om een bedrijf te redden en te laten doorstarten. Als een meerderheid van de crediteuren tot een schikking wil komen, mag een minderheid het niet meer tegenhouden dat alles in doorgestarte vorm door zal gaan. Het kan zijn dat er meer veranderingen of verbeteringen in de pen zitten, dat bleek niet uit het berichtje, maar de grootste fout in het Nederlandse systeem is dat de curator zijn vergoeding verkrijgt uit de opbrengst van de boedel. Zoals al beschreven is dit van lieverlee uitgegroeid, tot graaipartijen, door de grote graaiers. Het is al een vreemde zaak waarom een curator een advocaat is. Ik ben niet tegengekomen in de wet dat dit voorgeschreven is.  Daarbij is het uurloon van advocaten gewoon veel te hoog, afgezien van het feit dat gesjoemel daarbij ook nog gemakkelijk is. Sprake is voor een heel deel gewoon van eenvoudig werk.  Dat zou voor een kwart tot een derde van wat een advocaat berekend al goed betaald zijn. Dan heeft een advocaat veelal ook andere zaken gaande, wat vertragend werkt op de afweking. Er zijn immers ook geen tijdslimieten binnen welke tijd men klaar moet zijn, dus doorgaans gaat alles tergend langzaam. Ook is een advocaat wel juridisch onderlegd, maar boekhoudkundig vaak zwak. Het is dan toch wel vreemd dat zaken zo zijn geregeld dat er ongeveer alles fout aan is van wat je kunt bedenken. Dit kan iedereen ook zelf op simpele wijze concluderen, algemeen worden curatoren ook betitelt als zakkenvullers, maar hoe kan dit dan blijven bestaan, ik stel het maar vraagstellend, “zit onze gehele regering constant te slapen, of is de lobby van de elite club die de eigen belangen probeert in stand te houden voor hen te sterk?”
  21. We zien dat er landen zijn (o.a. België) waar iemand een opleiding krijgt tot curator, en dan in dienst treed van de overheid. Zo iemand is dan ook juridisch geschoold, maar in hoofdzaak aangaande de insolvabiliteit , maar daarnaast dus ook boekhoudkundig geschoold, en de verdere benodigde vaardigheden. Zo iemand kan dan dus gewoon voortvarend, snel en efficiënt zaken afwerken. Door een gewoon (goed) salaris te verdienen  heeft hij geen reden om uurlonen op te kloppen, en ook veel minder mogelijkheden tot zelfverrijking. Daarnaast kan er gewoon een inspectie dienst worden ingesteld die onafhankelijke controle uitoefent, en zaken zijn geregeld en er is in één klap volgens mijn bescheiden mening voor de samenleving een veelvoud verdient en bespaard, dan wat er moet komen van minister Schippers met haar zorg en artsenkeuzegedoe, wat momenteel actueel is. Wat ik beschreef was dus deels uit eigen ervaring,  waarbij ik uitermate negatief ben geweest over curatoren en hun R.C., waarbij ik ook meerdere vergelijkbare ervaringen van anderen ken, maar waar ik verder dus generaliseer, en hen mogelijk ook iets te veel over één kam scheer. De goeden niet te na gesproken moet er dan dus af en toe bijgezegd. Hoe zaken verliepen ga ik nog beschrijven, maar ik had geen zogezegd vaste advocaat op het moment dat ik in juli 2006 een dagvaarding van Bleeker kreeg, gevolgd door Sweens een maand later, beide dus voor bestuurdersaansprakelijkheid.
  22.   Ik had dus een advocaat nodig en moest die gaan zoeken en dat viel ook nog eens vies tegen. Het bleek dat de een na de ander ook curator was, of curatoren te vriend wilde houden, en ik had er al één gehad (Sweep) die zoete broodjes was gaan bakken met Sweens, dus ik liep zogezegd gewoon pakweg een vijftal blauwtjes. Intussen hoorde ik van mijn boekhouder dat hun klant, de even terug beschreven vishandelaar, ook op gelijke wijze was gepakt en gepiepeld. Van hun kreeg ik de naam van zijn advocaat, en vond die ook bereid om mijn zaak tegen Sweens te gaan doen. Die had dus al aardig ervaring met curatoren en dit was een nette advocaat, die niet loog en bedroog, en die voor recht en rechtvaardigheid ging en daar ook in probeerde te blijven geloven. Ik noem zijn naam niet, ik heb hem 5 jaar niet meer gesproken (nadat Sweens in het ongelijk was gesteld) en hij zou na een paar jaar met pensioen gaan dus dat zal hij nu wel zijn. nadat hij de zaak van de vishandelaar verloor riep hij in grote frustratie uit;  “het is daar een grote incestueuze bende”. Ik vroeg of ik hem daarmee mocht citeren reageerde hij geschrokken. Als’t  je blieft niet. Ik meen het, het is eigenlijk niet eens een slip of the tong, maar a.u.b. wil je dit niet citeren. ik beloofde dat en breek hierbij die belofte. ik heb het zelf niet gezegd, ik heb alleen iemand geciteerd.
  23.  Nog steeds ben ik nog mijn mening aan het geven en aan het concluderen, en nog niet toe aan het verder vertellen van het verhaal vanaf het moment dat ik in deel één ben gestopt. Ik begrijp dat de zaken die ik in de groep gooi wat heftig overkomen, en voor degenen die in een andere (droom) wereld leefden, mogelijk ongeloofwaardig is. Omdat ik niet het risico  wil lopen om als grote fantast  bezien te worden zal ik nog een paar casussen kort beschrijven die om me heen gaande zijn en die ik dus ken, en die verifieerbaar zijn. Dit dus ter ondersteuning van wat ik heb beschreven aangaande curatoren en hun toezichthouders. Wat ik beschrijf, beschrijf ik kort, en in kan hier en daar iets niet exact in detail hebben want ik neem niet de tijd om zaken nog eens exact na te vragen. Ik zal een drietal faillissementen beschrijven, althans de meest in het oog springende en karakteristieke zaken daarbij.  Zaken zijn momenteel gaande en dus verifieerbaar. Voordat ik deze zaken beschrijf, wil ik eerst even kort beschrijven waarom bloembollenbedrijven voor curatoren zulke interessante aspecten hebben.    
  24.  Laten we een tulp als voorbeeld nemen, maar lelies of een ander product kan ook. Daar zijn inmiddels duizenden soorten van, Alleen de echte ingewijde vakmensen kennen de soorten (of een deel er van).  Daar zijn allerlei kleuren en vormen van,  dus grote variatie in kleurschakeringen, maar ook in prijzen. Zo kan een soort oubollig van kleur zijn, of er wordt meer van een soort geteeld dan er verkocht kan worden, dan zijn ze goedkoop en slecht verkoopbaar, maar ze kunnen ook erg hip en bijzonder zijn, en de vraag naar dat soort kan groter zijn dan het aanbod, dan zijn ze juist duur en stijgende in prijs. Leg die twee bollen naast elkaar en ze zien er allebei hetzelfde uit. Een leek kun je dus wijsmaken dat de dure bol goedkoop is en andersom. Dan is het ene soort weer veel gevoeliger voor ziektes dan het andere, en bepaalde virussen, (er zijn er meerdere) kun je aan de bol niet zien. Een duur soort met teveel virus, kan dus afgekeurd worden door de keuringsdienst en kun je weggooien. Het echte dure materiaal zijn nieuwe veelbelovende soorten waar men van verwacht dat je door veel vermeerderen er veel mee kunt verdienen, daar zit een stuk speculatie en soms ook windhandel in. Heel veel zaken dus die de vakman en de kenner wel weet, en wat voor de leek abra kadabra is. Daar komt dan wel meer bij, want meer dan 90 % wordt geëxporteerd. Daarbij is het kunstje simpel om bv. maar de halve prijs te factureren, op de andere helft wat korting geven en bij de klant, de rest contant afrekenen. het ene segment in de bollenhandel leent zich daar wat beter voor dan het andere, en ook het ene land gaat beter dan het andere, maar bv. naar Italië toe zijn handelaren gepakt die zo voor miljoenen  euro’s aan bollen verhandelden, en ook voormalige Oostblok landen lenen zich daar voor. Met de juiste contacten kan een trailer vol lelies met de waarde van 50.000 euro, in zo een zwart gat verdwijnen, of op de facturen staat bv. 10.000 euro. Hoe ik dat allemaal weet ga ik er niet bij vertellen, maar weten doe ik het.
  25.  Nu kun je geen bedrijf runnen met zwart geld, en de bank wil goede cijfers zien, en je kunt niet de kosten rekeningen betalen zonder (op papier) inkomsten te hebben, dus dit heeft zeker zijn beperkingen, maar zonder rekening bollen kopen kan ook weer met flinke korting, maar bij een faillissement liggen zaken anders want de kosten zijn betaald, of er is een onbetaalde crediteur, die wordt geslachtofferd, dus voor wie het niet zo nauw neemt, en dat kunnen ook zomaar eens curatoren zijn, kan die zoveel mogelijk over de grens laten verdwijnen, en iedereen houdt verder zijn mond. De kenner die ingevoerd is in het vak weet wel wat een partij bollen waard is, maar die kunnen verwisseld worden voor een goedkoop soort, of zogenaamd ziek geworden en weggegooid, dus voor wie het artikel en de routes kent, is het allemaal appeltje eitje. Dat die zaken dus veelvuldig gebeuren is mij bekend en er zijn ook zaken naar buiten gekomen, zoals de voornoemde Italië handelaar, of het FIOD onderzoek van een tulpenbloemenkweker die de tulpen per trailer vol naar Engeland bracht, en dat zijn vermoedelijk de ijsberg topjes.  We hebben dus in een slordige pagina duidelijk willen maken dat de bloembollenbranche voor curatoren dus zeker belangrijke en interessant aspecten in zich heeft, vooral met de juiste contacten. In boek één hebben we beschreven op welke wijze we slaags raakten met ene hr. Kneppers. Momenteel, ca 20 jaar later, is hij een belangrijke opkoper voor de curatoren. Die gaan we dus nog een paar maal tegen komen.
  26.  Bijvoorbeeld bij de het fa. Visser faillissement, Zoals ik eerder schreef kreeg zijn zaak in de regio pers op diverse manieren aandacht, dus ik kende zijn zaak vanuit de krant. Ik kwam  hem toevallig tegen door een stukje in de krant van iemand die een workshop hield over zoiets als “hoe schrijf ik een boek”, ene Willen Jan van den Weterink. Zoals ik in deel één heb vermeld, heb ik al eerder een boek geschreven over de zaken die mij overkwamen, dat had ik al klaar, maar het leek me toch wel iets. Er waren 12 dames en twee heren op af gekomen, en de tweede heer was W. Visser. Zijn therapeut had hem het idee aan de hand gedaan om de zaken zoals hem waren overkomen op schrift te stellen, enerzijds omdat van je af schrijven soms helpt, en anderzijds, om het zonodig zo goed mogelijk op schrift te hebben. Na afloop hebben we ergens samen iets gegeten, en kwam ik er achter wat er zo allemaal gaande was. Zij waren volstrekt onnodig en op onfrisse wijze in staat van faillissement gebracht, waarbij dezelfde curator was aangesteld als degene die wij hadden dus curator Sweens. Later heb ik dan ook met regelmaat contact met hem gehad en heb rechtszaken van hem bijgewoond, en heb samen met hem instanties bezocht, en heb wel aardig mijn mening gevormd. Natuurlijk heb ik niet alle details en zal het een en ander wel nog net iets anders kunnen zijn, maar er zou zonder problemen een paar boeken van vol te schrijven zijn.  Ik zal hem nog wel een paar keer benoemen, maar wil zaken kort beschrijven zoals ik ze bezie en zoals ik zaken dus zelf heb geanalyseerd en ingeschat.
  27.  Het Visser bedrijf was een familiebedrijf, wat van de vader, die nog wel langs de zijlijn stond, op twee zoons was overgegaan. Een mooi en ook financieel gezond bedrijf,  met eigen veredeling, goede soorten, moderne apparatuur, inventief en dynamisch. Ze teelden een grote oppervlakte, maar ook op contract voor derden, en daar ging het mis.  Eigenlijk ging het niet mis maar in de grove lijn overkwam hen het zelfde als bij ons, niet alle collega’s en relaties waren collegiaal, en er werd stiekem met zowel begerige als jaloerse blikken naar hun soorten en veredelingsproducten gekeken.  Wat er fout was gegaan, was dat ze veel contractteelt deden voor de Nova Cab club van beleggers in wat ze dachten, nieuwe veelbelovende tulpenrassen, waar men een hype van had weten te creëren. De bedoeling was geweest om een fondsje van pakweg 10 miljoen euro op te zetten, en dat zou mogelijk later nog in de hand gehouden zijn, maar er kwam een horde vermogende lieden op af die hoorden van 20 % rendement, het werd vergelijkbaar aan een piramide spel, het was in 2002 begonnen en ging in november 2003 in faillissement. Er was voor pakweg ruim 100 miljoen in belegd,  en was een echte tweede tulipmania, ik heb er in Boek één al iets over geschreven, Cebeco, die me in 1994 in de vernieling had proberen te krijgen, had ca. 2000 de zaak over gedaan aan twee medewerkers, het zal wat ongeloofwaardig lijken en er is maar beperkt publiciteit over geweest, in vergelijking met bijvoorbeeld een veel kleinere zaak als bv. de palmeiland beleggers, die veel meer aandacht kregen, in de publiciteit, maar dat de oud topman van Philips, Cor Boonstra drie ton verspeelde heeft de krant wél gehaald.
  28.   Toen die zaak plofte was de puinhoop niet te overzien, maar een faillissement was bij Visser totaal onnodig en volgens mij op basis van een onterechte vordering, en Haarlemmerdijkjes, maar de extra pech was dat er ook een RABO medewerker bij betrokken was die niet straight was, en meer slachtoffers heeft gemaakt. Volgens mij heeft Visser de faillissementsaanvraag onderschat en vooral de gevolgen. Ze dachten dat je op een onterechte vordering niet failliet kon worden verklaard of dat dit ongeldig zou zijn, of wat dan ook. Zeker was dat ze in feite nog steeds meer dan solvabel waren, maar op enig moment te kort liquiditeiten hadden ,wat meestal met een belletje naar de bank geregeld was, maar nu zei de bank even gewoon nee, en nam de zich nog in de grond bevindende percelen in beheer, en wilde gewoon even niet met Visser praten, dit dus op een moment dat er een grote rotzooi en trammelant in bollenland was, vanwege het failliete Novacap, en ze waren failliet verklaard voordat ze er erg in hadden, en daar kwam Sweens op de proppen, en in zijn kielzog een legertje lijkenpikkers. Er was ook wel een groepje vrienden die het voor hen opnamen en ze hielpen, maar de goeden verliezen het vaak van de slechten, en het roven en stelen was begonnen, en als Visser probeerde aangifte te doen, dan werd dat geweigerd, en als ze iets tegen probeerden te houden dan stonden meteen een zooi politieauto’s op hun erf te knipperen en deed de hermandad ineens zijn werk. We hebben al toegelicht hoe en waarom bollen zo interessant kunnen zijn in faillissementen, dus de bank huurde een paar mensen in met goede contacten in het hele bollengebeuren, en een eigen goede lijn naar Polen. Dan is er een Bloembollenkeuringsdienst die is opgericht om de bollenteelt en handel zuiver en op het goede pad te houden, waarvan wel vast staat dat een corrupte medewerker flink wat geregistreerde gegevens vervalste, later afgedekt door zijn bazen, ten behoeve van de Rabobank, de curator en nog wat andere lijkenpikkers. In no time waren er dus voor miljoenen euro’s aan bollen niet meer traceerbaar, of plotseling was de gehele partij zoek, of de oogst bleek in enen heel erg slecht te zijn. Ik heb in Boek één al wat zaken beschreven  wat op fantasie en afdeling sterke verhalen lijkt, maar het is wel zeker dat hier de grootste bollenroof plaats heeft gevonden in de bloembollengeschiedenis. Een opmerking er bij voor de goede orde. Calamiteiten bij de RABO bank zijn terug te voeren op een enkele medewerker en kan niet worden vergeleken met b.v. de Alkmaarse insolventie groep waar iedereen onder één hoedje mee lijkt te spelen. Daar zijn momenteel gesprekken gaande.  
  29.  Vermeende vrienden waren in eens vijanden, de lijkenpikkers waren vooral uit op de krenten uit de pap, en Sweens zette ze de voet dwars waar hij maar kon, maar ze wisten ca. 1/3 van hun teeltmateriaal uit het faillissement te kopen in een BV. op naam van de ex van Wim (Visser)  de betere soorten enz. zodat ze in kleinere vorm, en zonder contractteelt, verder konden draaien. Maar wel zodanig dat dit royaal levensvatbaar was. Daarbij ook zaailingen en wat andere speciale zaken, en als men ze daarmee met rust hadden gelaten, en tevreden waren geweest met hun resultaat, dan zouden de Vissers, met de nodige wrok, en de harde lessen die ze hadden geleerd, wel verder zijn gegaan, en zouden ze de verdere strijd op hebben gegeven. Het vastgoed zat in een aparte BV. die nog op naam van senior stond, ze produceerden in de winter veel tulpenbloemen, ze hadden een groot bedrijfspand met een kas daarnaast, en na de wonden gelikt te hebben zouden ze zich op hun werk hebben gestort, en zou het verder zijn uitgesleten. ING verstrekte een lening en New tulip BV. was in bedrijf.  Inmiddels had iemand zich aangemeld die orde op zaken kon stellen en een financier achter de hand had die er wel wat geld in wilde steken, en hij zou dan wel zelf als directie en leidende rol vervullen, een persoon met de naam van Kneppers.  (inderdaad, we kennen hem al)
  30.  De RABO bank had dus iemand aangesteld die namens hen grote hoeveelheden bollen, waar ze pandrecht op uitoefenden, moest gaan verhandelen en verkopen. Die persoon was zelf kort daarvoor ook failliet gegaan en krijgt later nog wat extra aandacht. Veel zaken kon Visser later vermoeden maar niet bewijzen, bijvoorbeeld als hij wist dat er een goede oogst van een soort zou zijn, en die bleek ineens slecht te zijn. In zo een geval kun je sterk vermoeden dat die in Polen zijn aangeland en netjes afgerekend, maar “without a trace” , maar er waren ook een aantal zaken klip en klaar en duidelijk, en zelfs een paar personen die aan de dieverij niet meededen en zaken schriftelijk verklaarden. Wat Sweens vervolgens deed was Visser beschuldigen dat die stiekem percelen had gerooid, op zondag of s’nachts in het donker, waar hij een proces op baseerde en beslag lag op de bolleen en bloemenproductie van New Tulip BV. waar Kneppers inmiddels wat geld in had gebracht en zo ongeveer de scepter zwaaide. De actie van Sweens  zorgde natuurlijk voor te kort liquiditeit, de nieuwe financier ING, was niet happy meer, kreeg spijt, en veilde de bollenkraam, en een nieuw faillissement volgde, waarna toen pas bleek dat Kneppers allerlei rekeningen niet had betaald, en weer een vriend die nooit een vriend was geweest, maar in clubverband bezig was geweest om een opzetje te organiseren, om New Tulip BV. ook om zeep te krijgen, en vooral om er zelf met het tafelzilver vandoor te kunnen gaan. Nadat het beslag van Sweens zijn fatale werking had gedaan haalde hij het beslag er af en trok de procedure in, volgens zijn zeggen omdat er toch niets te halen zou zijn.
  31.  In het faillissement van New Tulip BV. werd curator Brederveld aangesteld. Vooral voor curatoren die wat dubieuze verdienmodellen benutten, zijn goede netwerken belangrijk. Zo was Sweens ook commissaris bij een Rabobank, en nog wat van dat soort netwerk baantjes, en werd hij later (of all persons)  plaatsvervangende deken van de orde van Advocaten, ook een soort erebaantje wat je in meerdere mate onaantastbaar maakt. Bij voornoemde Brederveld was zoiets ook gaande, hij was (is nog?) gast docent op de Vrije Universiteit,  en dan ook nog rechter (of raadsheer?)  plaatsvervanger, dus ook die steeg in (vermeende) deugdzaamheid boven anderen uit, wat het piepelen van failliete personen en bedrijven een stuk gemakkelijke maakt. Curator Breederveld verkocht de inventaris ter waarde van pakweg 1,5 miljoen aan (drie keer raden)  ene heer Kneppers  voor 150.000   Euro. Verdachte transacties moet men melden, maar laat maar zitten.  Dan waren de gebouwen nog eigenaar van Geerling BV. en eigendom van Visser sr, ca 85 jaar oud maar kras en strijdbaar. In moderne bollenschuren bevindt zich veel geavanceerde en dus kostbare apparatuur, zoals schakelkasten enz. Volgens Kneppers had hij dat ook gekocht voor de 150.000 euro, terwijl dit aard en nagelvast zich in de gebouwen bevond waar hij in feite niets had te zoeken. Hij had mensen gehuurd om dit er allemaal uit te slopen en door te verkopen, dus kabels werden losgeknipt enz. dus het ging net als bij koper dieven, voor 100 euro koper 10.000 euro schade. Visser fotografeerde en filmde die zaken, en probeerde aangifte van diefstal te doen maar dat werd geweigerd. Toen er een soort handgemeen dreigde, en men hem met een heftruck ondersteboven wilde rijden greep de politie in, maar Visser was gewond geraakt, maar mocht geen aangifte doen. toen hij er bij de verzekering mee kwam, vroegen die meteen waarom geen aangifte was gedaan want dat was vereist. Met gepaste tegenzin nam men daarna toch een aangifte op.  
  32.  We hebben al eerder beschreven dat er in ons beleven en ervaring wel iets kleeft aan de Alkmaarse Handels en Insolventie rechters club, en al deze zaken, maar in deze Visser zaak beslist wat heftiger, en met grotere bedragen als inzet, sluit dit allemaal toch ook wel naadloos aan bij datgene wat al eerder aangaande eigen ervaringen is gesteld,  aangaande, ik herhaal de uitspraak van mijn voormalige advocaat die anoniem wil blijven,  “De grote incestueuze bende”. Zaken zijn in wezen klip en klaar, wetten zijn gewoon duidelijk dus daar ligt het niet aan, het onroerend goed was nog eigendom van de 80+ Visser senior, volgens de wet toon je aan wie eigenaar is, en dat bepaald de uitspraak in kwesties. Hier alles dus duidelijk en geen enkele discussie over mogelijk. Dan stelt de wet dat alles wat aard en nagelvast verbonden zit tot het gebouw behoort, afblijven dus. Dat weten curatoren zoals Sweens en in dit geval Brederveld, die zelf gastcolleges geeft en af en toe voor rechter speelt, beter dan wie dan ook. In de aftermatch van rechtszaken beweerde Kneppers dat Brederveld had bevestigd dat die apparatuur tot de door hem voor een prikkie gekochte inventaris behoorde. Die prijs was al dermate laag dat je zomaar zou kunnen vermoeden dat er wat bij was gevoegd in een envelopje wat in een binnenzak was verdwenen maar dat kan niemand bewijzen dus dit vermoeden mag ik alleen denken maar niet uiten. Als zaken zo ver gaan als hier in deze Visser zaak, dan maakt iedereen die aan de roof en steel sessie meedeed vuile handen, en zijn er steeds meer medeplichtigen die anderen nodig hebben om ze te dekken en uit de wind te houden, en merk je ook dat het belang steeds groter wordt om iemand volledig uitgeschakeld te krijgen. Van belang is dus dat je iemand zodanig aan de bedelstaf weet te krijgen dat diegene bezitloos is en zo veel mogelijk medestanders verliest en zijn advocaat niet meer kan betalen, en er mentaal en fysiek onderdoor gaat, wat kapot procederen heet, een opzet die in deze zaak volgens mij goed herkenbaar is. Dit gebeurt overigens in heel veel zaken wat dus ook maakt, dat de beschreven lieden vrijwel straffeloos hun tegenstanders uit kunnen schakelen.
  33.  In korte tijd liet Kneppers dus alle dure apparatuur, ter waarde van tonnen, uit het gebouw slopen, vrachtauto’s vol, en werd Visser door de politie op afstand gehouden. In rechtszaken die volgden kwam Brederveld toch in het nauw, en net zoals dokter P af een toe een kind van de slee af gooide om de wolven op afstand te houden, werd Kneppers geofferd,  en belogen ze elkaar, maar helaas, de BV. van Kneppers (hij scheen er meer dan dertig op zijn naam te hebben) die zaken had opgekocht bleek leeg te zijn, en wat er verder ook werd aangevoerd, Brederveld, met zijn vriendenclub achter zich bleef buiten schot. Alle vonnissen die door de Alkmaarse rechters werden uitgesproken, waren negatief voor Visser, zeker als Sweens of Brederveld er bij betrokken waren, en ook onnavolgbaar, maar een vonnis is een vonnis, en uitvoerbaar bij voorraad, houdt in dat je al opgeknoopt bent voordat er hoger beroep plaats heeft gevonden. ook dat heet recht. Dan was er dus sprake van diefstal op grote schaal, onafhankelijk van wie het initiatief daartoe had genomen. Als Kneppers het zonder de wetenschap van Brederveld had gedaan, dan was hij wel direct geïnformeerd door Visser zelf, toen Kneppers zijn sloopactie begon en had hij in moeten grijpen, maar waarschijnlijker is dat Breederveld toe heeft gestemd, en gezegd, zorg maar dat het allemaal snel weg is, voordat er een rechtszaak of kort geding kan komen, en daarna gebruik ik mijn goede contacten bij de Alkmaarse rechters wel. Nu dit pure diefstal was, probeerde Visser aangifte te doen, maar werd bij de balie weggestuurd, want dit waren civiele zaken. Intussen hebben we een kwartiertje leeswerk alleen over Visser en daar zou een trilogie van zijn te maken maar de essentie van deze zaak is in beeld, en vooral het punt van de eerder beschreven verhoudingen tussen (Alkmaarse) rechters en curatoren en de lucratieve bloembollen zaken zijn hiermee wel in beeld gebracht, en bevestigen en versterken het eerder beschrevene.
  34.  Dan was er een ander faillissement van grote omvang.  Ik noem de gefailleerde maar X ook al weet degene die in het wereldje bekend is wel wie wordt bedoeld. X kende ik wel, had wel handel met ze (was vader en zoon) gedaan, en kon het normaal tot goed met ze hebben. Desalniettemin, de eerlijkheid gebied me om toch zaken die ik in objectieve zin als negatief moet beoordelen toch ook zo beschrijf. X vroeg op enig moment zelf zijn faillissement aan ik denk in 2003.  X had een bedrijf van flinke omvang. X sr. deed veel handel met Poolse relaties, en reed zelf met hun vrachtauto met regelmaat heen en weer. Ze teelden en verhandelden tulpen, maar in grotere mate lelies die een paar jaar erg goedkoop waren dus met verlies werden geteeld. Achteraf lijkt het er op dat sr. op leeftijd kwam en jr. er geen zin meer in had, en liever iets anders wilde gaan doen, en dat hij tevoren al zaken op de rit had gezet, om van het faillissement niet slechter, maar juist beter te worden. Ik zeg dus “lijkt het er op”en ik moet hier enerzijds voorzichtig zijn want veel zaken zijn onduidelijk, en zijn dit gebleven omdat de bevoegde rechtsinstanties ook hier niets hebben willen onderzoeken. Zeker is dat er een flink aantal crediteuren de dupe zijn geworden want ook  hier is iedereen onbetaald gebleven, waarvan enkele door die strop weer zelf onderuit zijn gegaan, en ook zeker is dat X zelf zijn bollen en inventaris voor een prikkie terug heeft kunnen kopen, in ieder geval op de officiële rekeningen. Dan leken er voorgaand aan het faillissement al problemen met belasting en FIOD te zijn die meenden dat er signalen waren dat bv. de handel in Polen niet helemaal Straight ging, maar hier baseer ik dit ook meer op de verhalen die zogezegd rondzongen en zal de werkelijkheid wel kunnen verschillen. Daarna is hij dus de zaken met goede winst door gaan verkopen op naam van een andere BV. enz. Een interessant detail is dat de curator in die zaak, een oude bekende van mij was, mr. Sweep. Die had mij intussen aan de kant gezet, was goede vriendjes met  Sweens geworden, en had de voornoemde verdienmodellen voor curatoren ontdekt en omarmd. In dit geval was er in ieder geval zeker een (opmerkelijk) goede samenwerking en goede samenspraak met de curator en gefailleerde. Ook was Sweep de advocaat van Kneppers nu die ook een soort abonnement bij de rechtbank had.
  35.  Zoals gesteld waren de leliebollen een paar jaar te goedkoop geweest door overproductie. Voor lelies bestaat een bewaarmethode (invriezen) die maakt dat ze bijna een jaar bewaard kunnen worden, en dan geplant voor bloemproductie. Vooraf aan het faillissement had X grote partijen van gevraagde soorten in gezonde kwaliteit die toen nog goedkoop waren, in laten vriezen, en de prijzen liepen weer op en er kwam flinke vraag naar z.g. schubbollen. Een leliebol kun je uit elkaar pellen, en in bepaalde vochthoudende materialen verpakken en op een bepaalde temperatuur bewaren, en er gaan allemaal kleine bolletjes op die schubjes groeien, een vermeerderingsmethode dus, wat ook kon met de z.g. ingevroren bollen, de z.g. zomerschub.  Het verhaal heeft daarna de ronde gedaan dat er meerdere trailers vol met die bollen naar Polen zijn getransporteerd, en daar geschubd, en al het daarop gegroeide plantmateriaal, wat een flinke waarde gehad moet hebben, bleek later van de radar verdwenen. Lelies worden geteeld in Nederland en daar streng gekeurd, en geregistreerd, maar ze worden ook geteeld in New Zeeland, Tasmanie, Zuid Afrika, Frankrijk, Chili, Costa Rica,  allemaal door geëmigreerde Nederlanders, met Hollandse contacten en netwerken. Kennelijk is dit plantgoed de gehele wereld overgegaan, maar alleen X weet daar meer van. Dit zijn dus de verhalen die de ronde deden wat dus ook Indianen verhalen kunnen zijn, maar wat ik wel weer zekerder weet, want ook gehoord van Poolse contacten, is dat ze de Polen die al dit werk hadden gedaan met een onbetaalde rekening van 200.000 euro hebben laten zitten, niet erg elegant, want de opbrengst zal aanzienlijk zijn geweest, en ook niet zo slim want daardoor springen zaken meer in het oog.  In dit geval  waren dus niet de gefailleerde, en daarbij dan ook zeker niet de curator, de verliezende partijen, en ook de bank niet naar ik aanneem, maar uitsluitend de crediteuren. Kort daarna werd X door de Rabobank aangezocht om de door hen in z.g. vuistrecht genomen teeltpercelen (de z.g. bollenkraam) van Visser, te laten oogsten en te verkopen. Dit leidde dan tot het voornoemd beschreven faillissement van Visser, en de goede samenwerking met Sweens, de Rabobank (waar Sweens ook functies had) en mr. X.  Hopelijk heeft u het plaatje wat in beeld en hoef ik niet heel veel meer uit te leggen.
  36.  Dan zou ik nog wel een aantal faillissementen kunnen beschrijven maar het gaat me alleen om de beeldvorming en het ondersteunende effect van de zaken zoals eerder door mij gesteld. eentje springt er nog wel wat uit, hoewel ik daar niet heel veel van weet en, deze zaak betrof een BV die pas 2009  failliet ging. Dit betrof een grote gladiolenteler, een op zich goed geleid en georganiseerd bedrijf, maar zijn artikel lag moeizaam in de markt, en mogelijk waren er meer aanleidingen, maar voor mij is zeker dat een faillissement onnodig was, en ook altijd de slechtste oplossing is, maar die inderdaad vaak plaatsvindt, alleen ten bate van degenen die het lijk leeg mogen pikken. Ik noem deze dan maar Y, heb hem een paar maal ontmoet doordat ik een paar maal rechtszittingen bij heb gewoond, nu hij contacten had met Visser. Voorafgaand wist hij van Visser al aardig hoe zaken gingen en plaatsvonden nadat men je platgelegd heeft. Dank zij die wetenschap van Visser had hij al wat acties ondernomen. Dit was typisch zo een gevalletje waar Kneppers de curatoren van dienst kon zijn, die maakt bijvoorbeeld al snel een deal met de curator om het onroerende goed voor een te lage prijs te verwerven, terwijl er al een duidelijk hoger bod lag van een ander.
  37.  De rechtszaak die ik bijwoonde ging over die deal, waarbij Kneppers natuurlijk in het Alkmaarse clubje in het gelijk werd gesteld. Deze zaak heeft een interessant aspect omdat dit aangeeft en onderbouwd, dat eerder beschreven zaken geen loze kreten zijn.  Uiteraard vielen er grote partijen gladiolen bollen in de boedel, en alleen de kenner weet wat van grote waarde is, wat gemiddeld is, en wat oninteressant. Door Visser gewaarschuwd, huurde Y een prive detective in die volgde waar partijen naar toe verdwenen, naar wie en voor welke prijs. Door een stroman werden contacten gelegd, ik neem aan dat Kneppers ook met de bollen dealde maar weet dit niet zeker. In ieder geval had de stroman beet en kon voor geschikte prijzen de krenten uit de pap kopen, als dit maar netjes in een envelopje zat, zonder rekening (daar kan heel wat in en anders maar een grotere enveloppe) in de binnenzak kon glijden.  Bij dit faillissement, en dus ook de verkoop van de bollen, was dezelfde RABO medewerker betrokken als bij de Visser zaak. Doordat het vastgelegd was dat er te kwader trouw werd gehandeld, werden een aantal personen dus wel aardig klemgezet, maar evenzogoed naar vermogen door de Alkmaar club gedekt en beschermd. Dit was ook goed geweest voor publiciteit, maar men is met Y gaan onderhandelen. Wat er precies verder is geregeld weet ik niet, want men heeft dit allemaal redelijk stil weten te houden. Deze zaak beschrijf ik dus vooral, omdat die voor eerder beschreven zaken bevestigd en ondersteund.
  38.  Zoals gezegd is het ook tactiek om. als men iemand in de tang heeft en aan het leegplukken is, dat het van belang is om ze zodanig armlastig te maken en klem te rijden dat ze de kosten van een advocaat niet meer kunnen betalen. Daar kreeg Visser ook mee van doen. Op zich bezien gaat dit ook heel snel, advocaten zijn duur, zaken zijn ingewikkeld dus voordat ze snappen (en geloven) wat er gaande is, en zaken op schrift hebben, is de rekening al aardig opgelopen. Dan moet er vooraf griffiegeld worden betaald, en als de rechters en de curatoren (zoals in Alkmaar) een goede klik met elkaar hebben dan laten ze je verliezen, en heb je daarbij de kosten veroordeling aan je broek en dan in hoger beroep meer griffiegeld, en hogere kosten, en dit terwijl je gelijktijdig wordt uitgekleed en zoveel mogelijk klemgereden wordt. Afgezien van het morele en fysieke, krijgen ze je er dus doorgaans snel onder. Dan willen veel advocaten dit soort zaken niet eens doen, wat de keuze en het zoeken naar een geschikte advocaat niet vergemakkelijkt. Bij alle negatieve dingen die ik van advocaten zeg en schrijf zijn er ook positieve zaken, want er zijn er ook die gewoon rechtvaardigheidgevoel kennen en minder rekenen en niet direct iemand het mes op de keel zetten. Met alle verschillende soorten heb ik al van doen gehad en zo ook Visser.
  39.  Die had een advocaat die wel zijn best deed, maar die door de overmacht aardig onder werd geschoffeld.  Met de financiën zat hij al snel klem, in zo een geval kun je bij de gemeente vervoegen voor rechtsbijstand. op zich werkt dat lastig en moeizaam maar het werk wel was. Op toevoeging procederen heet dat dan. Voor de belasting betaler gaan zaken dan dubbel op, namens de staat wordt je leeggeplukt, terwijl de staat het ook betaald dat je terugvecht. Dan bestaat er zoiets als procesfinanciering. Dan beoordeeld een procesfinancier of een zaak (volgens hen) een kans maakt, en schieten ze de kosten voor en krijgen bv. 1/3 van de opbrengst als de zaak is gewonnen. Ook daar werkte Visser mee, en maakt hij gebruik van een paar verschillende advocaten in verschillende onderdelen, maar zonder Jacob Vlaar zou hij al lang uitgeteld zijn, in boek één heb ik al over hem geschreven. Voor de club die Visser in allerlei hoedanigheden en op iedere manier die in hun op kwam leeg hebben geroofd, had Visser dus allang uitgeteld moeten zijn en financieel volledig klem zitten, want zolang hij zaken nog aan weet te vechten is en blijft hij een gevaar, voor een groeiende groep lieden met vuile handen, want er hoeven maar een paar eerlijke rechters, of mogelijk maar eentje, objectief en eerlijk te oordelen, en men heeft een probleem, terwijl niemand beter dan de slechterik zelf, dus ieder voor zich, weet wat hij heeft uitgevreten en wat er allemaal beslist niet aan het licht mag komen. Het gevecht tegen de aasgieren club van Visser is nu meer als tien jaar gaande, en hij is er dagelijks mee bezig, en iedere keer wordt hij weer afgepoeierd, maar er zijn ook wat doorbraken.
  40.  Vlaar is al vijf jaar nu ook mijn advocaat, ik had in boek één in het begin al beschreven dat de H en I rechters club in Alkmaar enkele maanden terug een stevige poging had gedaan om Vlaar als advocaat van het tablot af geschrapt te krijgen, waarbij ze de deken van de orde van advocaten in ‘s-Hertogenbosch voor hun kar spanden, wat in eerste instantie is mislukt, maar zeker is wel dat ze zinnen op een tweede poging. Als Vlaar onder de regio Alkmaar had gevallen zou het wel geslaagd zijn, want daar is Sweens, waarnemend deken, dus vast ook goede netwerk vrienden met de deken, maar deze nu nog mislukte poging levert het keiharde bewijs met wat voor club we van doen hebben en dat ze nergens voor terugdeinzen. Ik ben in het bezit van de mail van de deken aan Vlaar, dus het bewijs paraat. Voor mij is dit een prima actie geweest van deze dubieuze rechters club, want ik heb hard bewijs van de zaken die ik beschrijf, wat voorkomt dat ik al te gemakkelijk als een querulant en fantast kan worden weggezet, ook al zal er, als dit verhaal door weet te breken, en als bij de juiste mensen de voorhoofden gaan fronsen, er van alles over mij geroepen gaan worden, maar laten we hopen dat het zo ver komt. Vlaar in niet bekend met dit schrijven, (wel gezegd dat ik zaken wilde beschrijven) dus ik hoop dat hij geen bezwaren zal maken aangaande wat ik over hem schrijf, maar ik schrijf alleen maar goede dingen en waag het er maar gewoon op. Ik heb eens een film gezien van El Capone, een misdaadkoning in Chicago, die ook ongeveer iedereen met omkoping en bedreiging onder controle had, op enkelen na. Zijn tegenstander was crime fighter Eliot Ness, en aan het einde van de film ging het toch mis met Al. Voor ons is Vlaar onze Eliot Ness, maar de film is nog niet aan het einde.
  41.  Nadat ik Visser had ontmoet en gesproken kwam er een zitting van hem tegen Sweens, in Alkmaar, waar Visser mijn inziens wel gelijk had, maar natuurlijk niet kreeg. Hoewel Sweens zelf ook advocaat was had hij een eigen advocaat ingehuurd, mijn ex. mr. Sweep, die mij had gedumpt, en daarna goede zaken had gedaan in het faillissement met X, en dus van kamp was gewisseld. Ik had een advocaat die zijn best wel deed, en waar ik niet heel veel op aan kon merken, in de Bleeker zaak. (tegen Sweens had ik een andere, die van de incestueuze bende) maar hij liet toch steekjes vallen, en was vooral gewoon heel erg duur, dus financieel begon ik ook leeg te lopen als een fietsband. Ik heb Vlaar bereid gevonden zaken over te nemen. Vlaar doet dus ook delen van de Visser zaken en is ook betrokken bij bijvoorbeeld de twee andere voornoemde zaken, waar bij X er een crediteuren vereniging is opgericht,  en zo is hij op verschillende fronten actief.  Ik bezie hem dus maar als onze Eliot Ness.  Hij heeft een indrukwekkende carrière achter de rug, eerst bij de politie, later bij de recherche, op enig moment heeft hij als klokkenluider gefungeerd aangaande zaken die hij kennelijk onjuist achtte, maar waar hij inhoudelijk nooit over praat, wat kennelijk is afgesproken. We weten hoe het met klokkenluiders doorgaans gaat in dit land, in plaats van een beetje dank krijg je heel veel stank, maar in zijn geval ging het anders en heeft men verzocht om te verdwijnen en hem voor een jaartje of tien jaarsalaris meegegeven. Zoiets lijken dan dus de gewone dingetjes van het leven te zijn, maar geven denkruimte. Als rechercheur was hij vooral onderzoeker, was al in wat zaken met jeugdzorg enz. verzeild geraakt en kwam met Visser in contact, ging bepaalde zaken onderzoeken en ontdekte daar de beerput, maar ook dat dit niet op zich stond en er in feite sprake was van een heel netwerk. Zijn rechtenstudie heeft hij deels als avondstudie in drie jaar gedaan, dan ben je bevoegd advocaat als je een mentor hebt, na drie jaar ben je dan bevoegd wat hij dus nu denk ik ruim een jaar is.

150.  In het Visser gebeuren zijn ze zich ook gaan richten op aangiftes en onderzoek van calamiteiten door de daarvoor ingestelde instanties. Enerzijds krijgt dat echt alle volle tegenwerking die denkbaar is, maar hier en daar komen er haarscheurtjes en scheuren. Wel hebben ze een reeks van aangiftes die zoek geraakt zijn, en van de ene naar de andere officier van Justitie worden gedirigeerd. Dan doet de FIOD ook fraude onderzoeken, die zijn er een tijd mee bezig geweest en hebben er naar ik recent hoorde ook weer de brui aan gegeven, en natuurlijk zijn veel zaken intussen door het tijdsverloop, steeds lastiger te achterhalen, maar ook veel zaken zouden duidelijk en klip en klaar kunnen zijn als men zou willen. Probleem is natuurlijk de sterke lobby van de H en I club in Alkmaar, waar inmiddels ook duidelijk is dat de voorzitter van die vakafdeling, daar ook zogezegd de leidinggevende van is. Dit eerste deel van boek twee, is dus het weergeven van feiten, meningen, conclusies en wat dies meer zij.  Vervolgens gaan we het verhaal weer oppakken, daar waar we in deel één zijn gebleven en gaan het in chronologische volgorde vervolgen waarbij we dan wel weer een aantal reeds beschreven zaken tegen komen.

  1.  Eén zaak willen we hier nog beschrijven en aandacht geven, en onze ervaringen en conclusies weergeven zoals tot nu toe ervaren. Dat betreft de advocaten, hun orde van advocaten, en hun tuchtrecht.  Opmerkelijk is dat ik al heb beschreven dat er vanuit de tweede kamer, niet alleen rechters momenteel wat in de spotlights staan, maar dat de advocaten en hun organisaties ook in het vizier zijn geweest. Vanuit de tweede kamer kwam de kritiek dat er signalen waren dat van een goed toezicht geen sprake was, de bekende eigen vlees keurende slagers. Vanuit de orde was er dan een schrijven te vinden op internet van de grote orde baas, die vond dat ze heel goed bezig waren, streng doch rechtvaardig etc., en onterechte kritiek en of alles maar kon blijven zoals het was. Om zaken kracht bij te zetten werd een collega waar ze allemaal jaloers op waren (Moszkowicz) maar geslachtofferd, twee vliegen in één klap, die ophakker en showbink even goed op zijn nummer gezet, en  voor de bühne even goed duidelijk gemaakt, hoe streng en daadkrachtig ze waren. Zoals door mij ervaren is de werkelijkheid anders en zou de bezem er ook bij hen doorheen moeten, en zou er ook onafhankelijk(er) toezicht moeten worden ingesteld als de advocaten club ten goede zou worden bijgesteld. Natuurlijk is toezicht niet of nauwelijks nodig voor de goede advocaten die er ook best in goede getale zijn, die ik ook ken en waar ik ook zelf mee werk. De term goed en slecht kan in dit verband een verschillende betekenis hebben, iemand kan een goede inborst hebben dus een goed mens zijn, maar minder bedreven in zijn vak dus op dat punt een slechte, en andersom is natuurlijk ook mogelijk, maar met goed en slecht bedoelen we dus als goed een net en verantwoordelijk persoon, en met slecht, gewoon slecht met Sweens, en Duijsens als voorbeelden en stereotypen.
  2.  Mijn ervaring in dezen is buitengewoon negatief, het is in hoofdzaak een ons kent ons club, die niet bij klachten de zaken op hun merites beoordelen, maar elkaar beschermen en uit de wind houden. Daarbij is hun macht toch onevenredig groot, en van belang om vriendjes te blijven, want zoals we zien bij Vlaar, ze kunnen gewoon als instrument fungeren om een collega zijn baan en carrière te ontnemen, een instrument wat naar onze indruk en waarneming soms oneigenlijk wordt gebruikt om de verkeerde redenen. Daarbij hebben we op blz. 4-7, en meer in het bijzonder blz. 7 beschreven dat Blokland de z.g. aanbeveling 8 gewoon duidelijk met de voeten trad, en dat was dan weer de voorzitter van de tuchtraad, die Moszkowicz pootje lichtte. Wij hebben ooit eens een klacht ingediend tegen Venbroek (voornoemd) met al zijn leugen en bedrog op rij, onderbouwd met bewijsdocumenten. Het verweer van Venbroek was heel kort, hij had alleen maar gedaan wat zijn cliënt behoefde, en herkende zich niet in zaken met wat van dat soort bla bla. Kritische vragen kreeg hij niet, In de uitspraak stond dat Venbroek zich overtuigend had verdedigd, en klaar was Kees. Niet al te lang daarna vond ik uit dat Venbroek tot voor kort voor langere tijd zelf deel had uitgemaakt van de tuchtraad, en dus wel de juiste contacten had. In ons geval met een klacht tegen Duijsens, die we later inhoudelijk zullen beschrijven ter onderbouwing van wat we nu dus op voorhand al als onze ervaring stellen, zien we dat de Deken kantoor houdt op loopafstand van het kantoor van Duijsens, en is het al duidelijk dat een advocaat, met de juiste contacten, het zo bont kan maken als hij wil, maar als men de pik op iemand heeft dan heb je een probleem.
  3.  Deze Duijsens kennen we al een beetje maar zal in het vervolg de hoofdpersoon zijn en is een geroutineerde aartsleugenaar (zoals overigen ook Sweens kan worden betiteld). Natuurlijk wordt door veel advocaten de waarheid verdraaid, of er een andere uitleg aan gegeven, en worden zaken tegen beter weten in onjuist voorgesteld, maar bij Duijsens is dat anders. Die bekijkt naar wat een wettelijke regeling is, en dan verzint hij een verhaal, op basis van welk verzinsel iemand veroordeeld kan worden.  Nu hoort dat niet te kunnen werken omdat je zoiets behoort te moeten bewijzen, maar dat lijkt ouderwets te zijn, tegenwoordig is dit voor de één nog wel, maar de ander weer helemaal niet nodig. Ook het tegendeel bewijzen helpt je niet meer, zeker niet als er sprake is van een complot waar de advocaat, een curator en een rechter handjeklap hebben gemaakt. Zo had Duijsens ons in april 2014 aangeschreven dat hij ons persoonlijk aansprakelijk stelde, de reden was dat wij contractteelt aangegaan waren op een moment dat we al praktisch failliet waren, en wij dus wisten dat we niet zouden kunnen betalen. Dit was dus een volledig verzonnen zaak, in boek één zijn al die zaken ook beschreven. Dit was dus verzonnen omdat dit inderdaad niet mag, dus als het waar was dan had hij een punt, maar desalniettemin puur verzonnen dus onwaar.  In de dagvaarding die twee jaar later kwam, stond evenwel totaal iets anders, er stond in dat wij grote kredieten van de Bank ter beschikking hadden per begin 2001 en daarom geld opzij hadden moeten zetten voor Bleeker, op het moment dat het bedrijf doorstartte, voor het geval we die zaak zouden verliezen. Precies het tegengestelde dus, van wat hij eerder beweerde, waarvan Duijsens zonder meer wist dat dit ook onjuist was dus ook volledig verzonnen. De rechters hebben dan klakkeloos Duijsens gelooft dus met gemeen en oneerlijk spel zijn rechters te misleiden en zijn rechtszaken te winnen. Overigen is dit maar een voorbeeld, er waren nog een drietal zaken waar eerst het ene, en later precies het tegenovergestelde werd beweerd. Er werd echt alles aan elkaar vast gelogen, waarvan je dacht dat je zaken kon bestrijden en met bewijzen weerleggen, maar we hadden echt de indruk dat er niet eens naar tegenbewijs werd gekeken.
  4.  Dan zegt artikel 30 van het advocaten reglement het navolgende in regel 30;  “De advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn”  In de toelichting lezen we dan; “De nieuwe formulering richt zich specifiek tegen het verstrekken van feitelijke informatie die, naar de advocaat weet, onjuist is of die tot nader onderzoek noopt, alvorens zij wordt gepresenteerd.”.  Die regel is dus wel duidelijk, liegen mag niet. In eerste aanleg geloof je als advocaat wat je cliënt vertelt, maar als je gaat twijfelen, omdat daar een reden voor is, dan moet je zaken nader onderzoeken. De advocaat kan dus weten dat het onjuist is, maar als hij gaat twijfelen, dan moet hij het ook onderzoeken, voordat hij de bewering “presenteert” dus naar buiten brengt.  De advocaat moet dus gewoon eerlijk zijn, op zich voor veel advocaten wel lastig, want voor nogal wat advocaten is dit niet hun sterkste kant, en voor een aantal advocaten is het niet mogelijk, als ze een bepaalde zaak ook nog willen winnen. Anderzijds geld die regel voor iedereen, en kan het natuurlijk niet zo zijn dat de advocaat die zich wel aan die regel houdt sterk in het nadeel is van de Jokkebrokkers. Het is ook gedrag van normaal fatsoen, Je zou het helemaal niet moeten willen om er maar wat op los te liegen. Als er een regel is en een advocaat houdt zich er niet aan dan zijn daar natuurlijk klachten over en dan zal de Tuchtraad natuurlijk streng doch rechtvaardig oordelen, maar hier is iets bijzonders aan de hand want als we het goed hebben is  iedere advocaat er nog mee weg gekomen, ongeacht of er een beetje, of heel erg veel werd gelogen. Daarvoor zijn er twee mogelijkheden, of de advocaten overtreden regel 30 niet, of ze handhaven deze regel niet en u vermoedt het al, het is zeker het laatste.
  5.  Hoe dat kan zullen we uit eigen ervaring even uitleggen, waarna we later in het verhaal beschrijven hoe zo een klacht dan verloopt. Allereerst stellen we al ronduit dat die regen een wassen neus is, want het komt er op neer dat men, in tegenstelling tot wat artikel 30 stelt, beweert dat een advocaat eigenlijk best wel een beetje mag liegen. “De advocaat komt zogezegd ruime bevoegdheden toe”. Dan is de standaard truck waar iedere advocaat weet van heeft, de stelling dat ze hun feitenrelaas van hun cliënt hebben gekregen en dat ze alles best wel geloofwaardig vonden dus geen reden om nader onderzoek te doen. Verder word iets heel snel als verjaard verklaard terwijl er niet eens een verjaring termijn is. Maar heel erg liegen, zaken verzinnen, zonder grondslag iemand beschuldigen, verwarring zaaien, enz. kan dat nu wel of niet, en ligt er ergens een grens?.  In onze ervaring is die grens er niet, en is regel 30 zogezegd een 100 % dode letter, die alleen bestaat ten behoeve van de advocaten, om zich mooier voor te doen dan men in werkelijkheid is.  Enerzijds kunnen ze natuurlijk niet ronduit stellen dat een grote groep advocaten er op los liegt en dat er hen veel aan is gelegen om dit te kunnen blijven doen. Duidelijk hierbij wel gesteld dat er ook een grote groep is die daar gewoon niet aan mee doe en wil doen, maar die hebben geen regel 30 nodig.
  6.  Conclusie is dat, als men vanuit de orde, dus in groepsverband, een advocaat die men niet pruimt, het leven zuur willen maken, dan hebben ze daartoe veel mogelijkheden en middelen, en die zaken komen voor, maar in hoofdzaak beschermen ze elkaar,  vooral aangaande regel 30, omdat men er kennelijk als beroepsgroep erg aan hecht dat men straffeloos en ongehinderd rechters met onwaarheden en misleiding op het verkeerde been gezet kan krijgen.  
  7.  Inmiddels dus veel gezegd en geschreven, aangaande de eigen bevindingen en conclusies en de sterke kritiek die we er op hebben gegeven. Die meningen, bevindingen, en conclusies baseer ik op de feiten zoals die voor een klein deel al plaatsvonden voor 13 februari 2003, de dag dat onze al lege BV.s  in staat van faillissement werden gebracht. Een groter deel op zaken die plaatsvonden vanaf die datum, tot aan nu, en die ik nog zal gaan beschrijven.

 

Vervolg van zaken zoals in Boek één  beschreven.

  1.  Voorgaand hebben we beschreven wat dus eigenlijk onze ervaringen zijn vanaf pakweg februari 2003 tot aan heden, met allerlei zaken op het moment van schrijven nog gaande.  Over ruim een week zal er weer een zitting zijn, dan zal ik nog met het verhaal bezig zijn en ook dat beschrijven. In het voorgaande hebben we dan onze bevindingen en conclusies beschreven zoals die vanaf de voornoemde datum (13-02-2003) zijn beleefd en ervaren, en waar ook de titel van dit boek op is gebaseerd.  
  2.  Daarvoor (boek één) is beschreven hoe we vooral door foute, jaloerse en inhalige vakgenoten en kompanen werden getackeld, gehinderd, bestolen enzovoort. Dit terwijl wij er mee doende waren om ons bedrijf te runnen en verder op, en uit te bouwen, wat in goede mate slaagde en uiteindelijk best wel zeer succesvol had kunnen zijn (na verkoop in 2009 draait het prima door), maar waar we door een combinatie van foute zaken en slechte karaktereigenschappen als hebzucht en misgunnen, we een heftige strijd hebben moeten leveren, om allerlei zaken die daaruit voortkwamen het hoofd te bieden, waarbij wij goed werden geholpen door de “good guys”, in een nimmer aflatende strijd tegen de “bad guys”, waarbij dus een soort groepsvorming ontstond tussen als het ware de goeden en de kwaden. Bij de kwaden werden hun diefstal, leugen, bedrog, achterklap, en het ver onder de gordel gaan begeleid, en in hun opdracht uitgevoerd, door advocaten zonder scrupules en moraliteit, die daarbij dan ook de ene leugen aan de andere vastknoopten, en vooral allerlei relaties, zowel leveranciers als afnemers, probeerden te beïnvloeden en op het verkeerde been te krijgen, en te veranderen in vijanden waarbij beloftes werden gedaan (maar doorgaans niet waargemaakt) en er soms zelfs van pure chantage sprake was. Natuurlijk gingen die zaken in opdracht van opdrachtgevers, partijen die zeer invloedrijk waren, maar de haat en wraakcultuur blijkt ook vaak persoonlijke trekken te gaan vormen. Een duidelijk kenmerk van foute advocaten is wel dat ze niet tegen hun verlies kunnen, en hoewel ze af en toe in zaken ook tegenover elkaar staan, elkaar toch ook snel weten te vinden om elkaar in die zaken als het ware te versterken. Zo gauw als ze een kans zien slaan ze weer toe, en zoiets eindigt nooit.
  3.  Ook beschreven we dat het recht op zich wel degelijk beperkingen kent. Rechtszaken duren lang en kosten veel geld, en als je tegenpartij constant liegt moet je constant het tegendeel bewijzen. Vooral (voorlopige) getuigen verhoren, hoe noodzakelijk die soms zijn, werken erg vertragend, en in theorie staan op mijneed zware straffen, maar in de praktijk wordt er ook onder ede door vijandige getuigen straffeloos echt van alles aan elkaar gelogen. Dan heb je vaak met ongelijke partijen te maken, we zien de verschillen als een groot en machtig bedrijf, bijvoorbeeld een Bank of verzekeraar, zich tegen iemand keert. Dan vecht je tegen bedrijven die genoeg geld en budget hebben, en de betere kennis van zaken en de betere advocaten. Dan hebben banken en verzekeraars nog een reputatie op te houden en is negatieve publiciteit schadelijk, maar andere grote bedrijven hebben daar vaak minder last van en kunnen ook besluiten om de underdog die het tegen ze opneemt, op allerlei manieren en met allerlei truckjes, gewoon kapot te procederen. Tegen al die zaken moet een goed, eerlijk, en onpartijdig rechtssysteem dan ook maar bestand zijn. Nog erger wordt het vaak als je het opneemt tegen de staat der Nederlanden. Dan lapt die zelfde staat vaak de door hen zelf uitgevaardigde wetten aan de laars en gaan ze een levend gevecht met je aan. Een rechter kun je niet kwalijk nemen dat hij / zij de beweringen en verzinsels van de tegenpartij serieus neemt tenzij het tegendeel is bewezen, maar met al die beperkingen en nadelen, waardoor de winnaar vaak ook een (hoewel veel mindere) verliezer is dan de tegenpartij, is uit het verhaal gebleken dat het recht toch in de beschreven zaken in redelijke mate zegevierde. De bewijzen werden beoordeeld, en de juiste conclusies getrokken. Het systeem werkte voor ons met in achtneming van de beperkingen toch naar behoren.  Met recht en reden kon ik dit toen dus stellen, en stel ik nu we pakweg 15 jaar verder zijn, exact het tegendeel.  
  4.  De stellige indruk bij mij is dat de rechtspraak zich in de laatste pakweg 20 jaar heeft verslechterd en flink aan kwaliteit ingeboet. We lezen daar ook artikelen in de krant over, zoals bv. d.d. 14-02-2015 een net gepensioneerde rechter Klaas Mollema die in de telegraaf voorspelt dat er over pakweg 5 jaar een Parlementaire Enquête zal zijn over een grote reeks van zaken die zich verslechteren en mis gaan op allerlei rechtsgebieden, ook, maar lang niet alleen, doordat er bezuinigingsdruk is, maar zeker ook door afname van kwaliteit, ongeïnteresseerdheid, slordigheid enz. Zelf meen ik dat de schijn bestaat dat er incidenteel nog meer mis is, en stel alleen maar dat ik duidelijke mogelijkheden zie waar rechters van kunnen profiteren, en ook dat er altijd veel meer foute zaken gebeuren, dan wat er aan het licht komt, wat vaak maar het topje van de ijsberg is. Wel zijn we van mening dat zaken totaal anders zouden zijn als de katten, door de  in onze ogen verkeerd functionerende faillissementswet, niet op het spek gebonden zouden zijn, en waar we ook zien dat men elkaar (rechters en curatoren) de ruimte geeft om maatschappelijk onaanvaardbaar te handelen, elkaar extra ruimte verschaft, en dekt en faciliteerd. We hebben geleerd dat in de loop van de tijd de zaken van kwaad tot erger, steeds fouter worden en steeds schever groeien, en er gelijktijdig een flinke lobby actief is om de foute zaken en systemen in stand te houden. Nu een groot aantal advocaten ook curatoren zijn en andersom, is er dan in advocatenland ook weer een flinke lobby gaande om te zorgen dat men als confrères daar ook elkaar beschermd en dekt, en ook een flinke lobby om zaken in stand te laten blijven zoals ze zijn, en als er wat parlementariërs en bestuurders wakker aan het worden zijn, ze snel weer in slaap wiegen. Ik heb ook geleerd hoe moeilijk het is om een advocaat te vinden die voluit de strijd tegen de rovende en stelende curatoren en hun beschermelingen ( R.C.s.) aan wil en aan durft gaan.   Het zou dus inmiddels zomaar zo kunnen zijn dat u zich afvraagt waar ik me al die grote woorden dan op baseer.
  5.  Wat ik nu veel korter ga beschrijven heb ik al eerder en daarbij veel uitgebreider gedaan, deels de zaken die al eerder zijn verwoord maar veel uitgebreider de zaken zoals die plaatsvonden met curator Sweens, waarin ik ook zware kritiek uit op curator Sweens. Het uitgebreidere en meer gedetailleerde verhaal onder de titel; “Terrorist in naam de Koningin” waarbij de terrorist dus curator Sweens is die met naam en toenaam wordt benoemd, is al eerder beschreven zoals al genoemd. Dit boek is dus nog volledig stand by en kan bij geprint worden. Ook omdat ik zaken nu voor de tweede maal beschrijf hou ik het nu veel korter, maar er zijn nu ook van die periode zaken die toen nog onduidelijk waren, en nu inmiddels veel duidelijker zijn.  Daarnaast hebben er allerlei zaken daarna nog plaatsgevonden die vooral de conclusies verduidelijken en versterken, en ook voorgaande zaken die toen nog niet volledig werden begrepen, veel duidelijker hebben gemaakt. Sweens had op de ketting kunnen springen, naar de rechter gaan voor smaad, op de achterste benen kunnen gaan staan, maar zo gauw als hij het tegendeel had moeten bewijzen, zou hij een probleem hebben gehad. Dat het volledige stilte is gebleven, geeft aan dat zaken kennelijk zodanig juist waren dat hij zich daar niet toe liet verleiden. We stellen zaken nu nog maar iets steviger, maar nemen nu ook de betrokken rechters op de korrel, nu daar ook steeds meer duidelijk is gaan worden, alsmede de tuchtraad van de orde van Advocaten, en laat ze maar komen want ik ben er klaar voor. Zaken versterken zich ook doordat er toch pakweg de laatste 10 jaar, met regelmaat ook in de media bepaalde zaken aandacht verkrijgen.
  6.  Rechter Littooy had dus de hamer laten vallen, en op mijn verzoek voor een eerlijke en zakelijke curator, mij Sweens toegewezen, dus van toen af kon ik gaan ervaren hoe het was om met een eerlijke en zakelijke curator om te gaan, en me af gaan vragen hoe een oneerlijke en onzakelijke curator dan wel zou moeten gaan zijn. Hoeveel brieven er van mij deels zelf geschreven en deels middels de advocaat richting Sweens zijn gegaan, is na te tellen, maar ik schat maar ruwweg tussen de dertig en veertig, met opvolgend dan nog twee procesdossiers. Je zou kunnen stellen dat hij dus wel een soort schrijfvriend is geworden. In veel van die brieven, vaak met verschillende aanleidingen, worden veel zaken ook herhaald, en vele malen is dus beschreven hoe zaken in de periode voorafgaand, tijdens, en na de problemen met ING Bank en daaropvolgend waren verlopen zoals we die ook uitgebreid in deel één hebben beschreven. Ik werd kort na de klap met de hamer naar Den Helder ontboden, en had daarvoor al in pakweg 5 kantjes de zaken opgeschreven aangaande oorzaak en gevolg, en de situatie zoals die was en was ontstaan. Ik werd ontvangen door een jonge advocaat mr. Mekkelholt, die de assistent was van Sweens. Ik legde hem zaken uit, dat we door een opstapeling van zaken in één jaar tijd in de problemen waren geraakt, verder stond het netjes op schrift, wat ik hem overhandigde. Hij vroeg nog één en ander, we legden uit dat we na een kredietopzegging een regeling en overeenkomst met ING Bank, zo ongeveer voor de poorten van de hel weggesleept hadden, daarbij hulp verkregen van HOBAHO, op die wijze een doorstart hadden kunnen realiseren, nu reeds voor het tweede seizoen in de doorgestarte BV. draaien, nog flinke tegenslag hadden gehad, maar er toch in waren geslaagd om veel  schulden van de oude BV.s af te regelen. De failliete BV.  was dus al bijna twee jaar leeg. Dan was dit een z.g. fiscale eenheid, waar nog een tweede BV. bij hoorde. Die zou men ook wel failliet willen hebben, zonder het nut en de noodzaak, maar het lag voor de hand dat dit er ook nog aan zou komen (wat dus gebeurde en ook bij Sweens werd ondergebracht). Tevens uitgelegd dat de oude BV.s al bijna twee jaar leeg waren, maar dat we veel negatieve roddel en ook publiciteit kregen en vroeg dus medewerking om de schade zoveel mogelijk te beperken. Mekkelholt begreep het, kon het wel volgen en dacht dat er voor hen weinig in te doen zou zijn. Dat dachten wij dus ook, en hij zou het met Sweens opnemen en overleggen. Mekkelholt leek dus vrij redelijk en niet onaardig, en de koffie had nog een normale smaak. De schade leek dus beperkt te blijven maar dat liep dus allemaal anders.
  7.  Sweens zelf ontmoette ik voor het eerst op 16 mei dus ca. 3 maanden later.  De volgende keer was weer een jaar later, op de verificatievergadering waar ik door Sweens en R.C. van den Berg er in ben geluisd om Bleeker te bevoordelen, maar daar komen we nog op, en later meerdere malen in de rechtszaken die vervolgden. Sweens was de suggestie op gaan gooien dat wij wel eens paulianeus gehandeld zouden kunnen hebben, dus zoals al eens uitgelegd, opzettelijk crediteuren hebben benadeeld. Wij schreven daar dan tegenin waarom wij meenden dat dit beslist niet het geval was, onze brieven waren  langer dan die van Sweens, want hij reageerde gewoon niet op uitleg en argumenten. Achteraf is wel duidelijk dat hij standaard zo handelde, en dat een groot aantal van zijn collega-curator- soortgenoten op gelijke wijze bezig is, en dat is de eigen zakken vullen, maar ook dat is al beschreven. Eerst schreven we die brieven zelf, ik ging er ook van uit dat ik maar beter open en eerlijke informatie kon verstrekken, nu ik in eigen beleven volledig te goeder trouw had gehandeld en dat mij nergens iets verweten zou kunnen worden. Wel was ik er voor gewaarschuwd dat men snel iemand paulianeus handelen in de maag probeerde te splitsen, en ik was op mijn hoede, en kreeg ook al gauw het gevoel dat ik op mijn tellen moest gaan passen omdat Sweens wel eens kwaad in het zin kon hebben. Zo schreef ik 9 april 2003 een brief van 14 pagina’s waarin ik op alle zaken en aspecten inging aangaande de omstandigheden en feitelijkheden zoals al in boek 1 beschreven, met kopie aan Sweep (onze advocaat), en Siebelt (Hobaho).  Later schakelde ik dus ook mijn advocaat Sweep in en liepen zaken meer via hem. Sweens bleef suggereren dat de zaken voor een te lage prijs overgenomen waren maar kwam daarbij niet tot een onderbouwing of bewijs. Daarbij begon hij echt allerlei spijkers op laag water te zoeken, als er dan niet gereageerd wordt op wat je daartegen in brengt, dan ga je dat steeds weer herhalen, zonder dat dit helpt.
  8.  Daarbij werd mij verweten dat de geschreven overeenkomst door mij zelf was opgesteld, terwijl ik bestuurder was van de verkopende en de kopende partij. Op de vraag of dat niet mocht en geen legale waarde had, kreeg je geen antwoord. Dan waren er door de doorgestarte BV. betalingen gedaan van rekeningen van de oude BVs. Die bedragen trokken we dan van het overname bedrag af, als afbetaling van dat bedrag. Volgens Sweens had dat eerst op een tussenrekening betaald gemoeten en dan doorbetaald. Dit zou niet meer dan een nutteloze extra handeling zijn geweest, omdat het boekhoudkundig later gewoon op de juiste wijze werd verwerkt. Als je dan vroeg waarom dat op een tussenrekening moest?, wat het verschil was?, of dat bij wet geregeld was dat het zo moest?. Of je het anders niet ten behoeve van de z.g. oude schuld kon wegboeken?, of mocht wegboeken?, en waar dat te vinden was in de wet?, of welke vraag dan ook, kreeg je gewoon geen antwoord en daarna weer dezelfde beweringen. Op dit soort vragen hebben we dus nooit antwoorden gekregen. Ook mijn advocaat Sweep had d.d. 5 mei 2003 in een 4 kantjes brief duidelijk beschreven dat er volgens hem op geen enkele wijze van paulianeus handelen, of zogezegd benadelen van crediteuren sprake was. Het bevreemdde me dat Sweep korte tijd (11 dagen) later, al zo op een regeling aanstuurde, en nog later het voor deed komen dat Sweens best wel gelijk had en een later stadium dit ik er met de later gesloten regeling genadig van af was gekomen, (dus hij had het zo goed geregeld) en nog later bleek dat hij gewoon handjeklap met Sweens had gemaakt en dat Sweep ruim een jaar later, als curator in een ander faillissement net zo dubieus handelde als Sweens, en ze elkaar dekten en dat Sweep een snelle leerling was.
  9.  Het bedrag wat we in onderling beraad met de adviseurs hadden vastgesteld als een verdedigbaar totaalbedrag was ca.  660.000  euro, maar op het moment van faillissement was er ten behoeve van de oude BV.s. door het doorgestarte bedrijf al royaal over de miljoen betaald. Onze stelling was dus dat, indien het inderdaad zo zou zijn dat onze aannames van de waarde, mogelijk iets aan de lage kant waren, dan was het dus zo, dat we die waarde toen ook hoger hadden kunnen stellen, nu er al zo veel meer was betaald. Je kon dus stellen dat het overeengekomen bedrag was betaald, maar aanvullend daarop een flink bedrag wat onverplicht was, maar wél ten behoeve van de z.g. oude crediteuren.  Dat zou dus een essentieel punt zijn om te beslissen of het een juiste stelling zou zijn geweest, om dit als extra betaling voor de goederen aan te merken. In redelijkheid gesteld zou ieder redelijk en positief ingesteld mens daar uiteraard ook in mee gaan, maar als Sweens daarin mee zou gaan zou zijn pauliana verdienmodel, of eigenlijk het algemene curatoren verdienmodel, niet werken, dus hij hield zich van de domme.
  10.  We hebben dus aanhoudend gesteld dat er in feite al bijna het dubbele van wat in de overeenkomst was, al was betaald, en dat het daadwerkelijk betaalde bedrag diende te gelden. Dat is dus ook in rechtszaken waar dit aan de orde kwam zo gesteld. We wachten daar nog steeds op een standpunt of stellingname. Natuurlijk dient zo een vraag op normale wijze beantwoord te worden maar dit geld nu kennelijk net weer niet voor curatoren en hun beschermengelen die zich rechter commissaris noemen, en andere rechters die om een oordeel wordt gevraagd maar  dit niet geven. Er is dan ook geen enkele instantie die ze daartoe kan dwingen, dus wie kwaad wil komt ongeveer weg met alles wat we juist maatschappelijk onaanvaardbaar achten. Ik hoor een willekeurige lezer denken dat het wel vreemd is dat er op allerlei zaken en gebieden toezicht is met toezichthouders, maar op curatoren en hun toezichthouders zo ongeveer helemaal niet, en dat is nu net wat wij die willekeurige lezer duidelijk willen maken, en waarom we die zaken op schrift zetten.  De reden waarom je geen antwoorden krijgt is simpel, er wordt alleen maar gezocht om te kwader trouw een gefailleerde geld afhandig te maken, redenen worden verzonnen als ze niet bestaan (pauliana) en waarheden verdraaid. Als een R.C. zich er niet zelf in verdiept, het aanstuurt, en aanmoedigt, dan worden zaken in ieder geval gefaciliteerd en vinden zaken onder hun eindverantwoording plaats.
  11.  Al aangegeven maar hier herhaald is de grote contradictie van grote faillissementen, waar slechte bestuurders soms nog een gouden handdruk meekrijgen, en nooit bestuurlijk aansprakelijk gesteld worden, en waar, onder maatschappelijke druk en vakbonden, er juist op een doorstart wordt ingezet, vooral om banen te redden, en wordt een curator bejubeld als dit ook slaagt. Dit lijkt dan ineens niet te gelden voor de kleine ondernemer die te pakken is en te chanteren en te bestelen. Wat ik navolgend schrijf is maar een zeer globale, en waarschijnlijk voor bijstelling vatbare aanname, maar ik veronderstel dat zeker 30 % van de curatoren geen enkele andere instelling hebben dan alleen de eigen zak vullen met alle inmiddels geleerde truckjes uit het boek en wat ze er zelf bij weten te bedenken. Dat die ongelimiteerd de ruimte krijgen is zodanig bevreemdend, dat je zomaar zou gaan vermoeden (de schijn van) dat de vermeende toezichthouders daar ook belang bij zouden kunnen hebben. Dit zullen vermoedens blijven want zoiets haal je niet zo maar boven water. We hebben als aanname dan dat 40 % wel de intentie heeft om gewoon zijn werk te doen, maar ook de kansen benut met wat ruimhartig uren schrijven etc. nu dit niet echt gecontroleerd wordt, en in is voor gemakkelijke ritseltjes. Ik mag veronderstellen dat mogelijk ook 30 % gewoon gemotiveerd is om correct, goed en ook efficiënt zaken af te werken, maar dit zijn dan vaak wel weer de curatoren in de kleinere en niet lucratieve zaken. Ook met de afwerking heeft de mindere curator ook vaak geen haast, wat ook weer duidelijk nadelig is voor de betrokken schuldeisers en ook maatschappelijke schade geeft.
  12.  Datgene wat Sweens dan bij ons uithaalde, dus gaan roepen dat de inventaris en lelievoorraad veel meer waard waren geweest, dit dwars tegen alle bewijzen en uitleg van zaken in, en zonder er rekening mee te willen houden dat al ongeveer een dubbel bedrag was betaald, steekt dan weer zeer schril af tegen de praktijken en het handelen van veel curatoren, die dure spullen voor weinig geld verkwanselen. Ik had al iets geschreven over gebeurtenissen in bv. de Visser zaak, waarbij aan Kneppers inventaris voor de waarde van ca. 1,5 miljoen, dit voor de waarde van (althans op papier) 10 % dus 150.000 euro verkocht. Dit is een extreme, maar zowel onderhands alsook op veilingen is een halve waarde niet uitzonderlijk.
  13.  Voorafgaand aan de ontmoeting met Sweens voornoemd waren er ca.15  brieven over en weer gegaan, tussen mij en Sweep en Sweens. Dan had HOBAHO / Siebelt nog een duidelijke brief gezonden waarin uitgelegd dat aan de bollenkraam op dat moment geen waarde toegekend kon worden, en dat er in zijn beleven en wetenschap, totaal geen handelen was geweest dat op enigerlei wijze als paulianeus aangemerkt kon worden, integendeel zelfs, ik had me juist ingespannen om zaken zo net als mogelijk te regelen, en ook dat zonder hun hulp er geen doorstart was geweest, en zij bij alles zeer nauw, ook in adviserende rol betrokken waren geweest, allemaal zaken die Sweens dus helemaal niet wilde horen.  Sweens had intussen met zoveel woorden aangegeven dat hij pauliana in ging roepen en ons een proces aan zou gaan doen. Niet erg duidelijk gesteld nog, maar het was er al van te maken. Dan had hij inmiddels ruim 12.000 euro ontvangen doordat klanten het foute banknummer hadden ingevuld.  Natuurlijk wilden wij dat terug, en zoiets zet ook uiteraard meteen zaken op scherp.  Natuurlijk wist hij dat dit geld van Lily Company BV. was, maar er schijnt een soort vage uitspraak van de hoge raad, waar ze dit soort diefstal aan ophangen. Sweep had voorgesteld om zaken dus maar eens met elkaar te bespreken. Ik had intussen mijn bedenkingen. Achteraf zit ik met de vraag in hoeverre er eigenlijk tussen Sweens en Sweep al overleg was geweest achter mijn rug om, en of er iets af was gesproken waar ze op aan zouden sturen. Die twijfel had ik toen natuurlijk nog niet, maar heeft zich later steeds versterkt, maar zal nooit bekend worden.
  14.  16 mei 2003 hadden we dan overleg ten kantore van Sweens. Ik heb best wel meer aparte en bijzondere  en heftige besprekingen gehad maar dit was daar dan zeker ook een van. Bij de bespreking waren drie personen aanwezig, Sweens, Sweep en ikzelf. Op gevoelloze en koelbloedige toon stelde Sweens het zo ongeveer als navolgend;  “Ik heb begrepen dat je er belang bij hebt dat dit faillissement  snel wordt afgehandeld. Ik heb besloten om een proces tegen jullie aan te gaan aangaande paulianeus handelen, maar ik sta open voor een schikking, dus kom maar met een voorstel”. Hij liet nog een beetje doorschemeren dat hij zich er van bewust was, dat een proces van hem de ondergang zou zijn, van ons nog wankelende doorgestarte bedrijf, wat hem kennelijk ook totaal niet interesseerde. Ik weerde me heftig, maar stelde zaken die hij allemaal al wist, tenminste als hij mijn brieven had gelezen. Ik stelde dat ik juist alles in het werk had gesteld om de crediteuren ieder het zijne te geven. tevens dat ik het ervoer als chantage, en dat ik daar niet voor door de knieën ging dus no deal. Ook dat ik het achterover gedrukte geld van Lily Company BV. terug eiste, en dat hij dan maar ook beslist moest gaan doen wat hij kennelijk niet kon laten. Als ik er vanuit ga, dat hij veelal zijn slachtoffers als was heeft kunnen kneden, en dan ook echt plezier in zijn werk kreeg, kan ik me er achteraf iets bij voorstellen dat hij daar en op dat moment, direct en terplekke, een hekel aan me kreeg, die zich tot aan de dag van vandaag, alleen maar heeft verergerd. Boos als het verwende kind dat zijn zin niet kreeg.
  15.  Er was dus nadrukkelijk over de geconfisqueerde (achterovergedrukte) ruim 12.000  euro gesproken, maar ook over de door ons, ca. 33.000  die we aan GUO hadden betaald, om de steunvordering te niet te doen. Volgens zowel Sweep als Sweens, was dat een onverschuldigde betaling. Die kon volgens beiden rechtmatig teruggeëist worden.  Ze waren het dan ook weer een beetje oneens, de een dacht dat de Betaler, Lily Company BV. dat kon doen nu die het betaald had. De andere versie was dat Sweens dit kon doen die over de failliete BV.s ging. Linksom of rechtsom, teruggevorderd kon het, maar Sweens zei wel dat hij er geen zin in had om die strijd aan te gaan. Nu ik er stellig in was dat er sprake was van een onterechte beschuldigingen aangaande pauliana, en dat ik een proces van hem aan zou gaan vechten, stond hij vooralsnog met lege handen, maar Sweep drong wel stevig aan om wat te gaan regelen. Op enig moment kwam dan het achterovergedrukte geld in beeld. Het zou moeite en kosten geven om dit uit de klauwen van Sweens weer los te krijgen (zo werd het daar niet gezegd), maar het zou mogelijk een onderdeel van een regeling kunnen zijn. Als dit voor een regeling werd gebruikt, dan gaf Sweens in wezen impliciet toe, dat hij er dus geen enkel recht op had, en dat het mij dus gewoon toekwam, maar hij had in zoverre een punt, dat ik het al half kwijt was. Hij had het al gestolen en weer terugkrijgen zou moeite kosten. Daarna kwam de 33.000 in beeld. Als Sweens die (vermeende) vordering nu aan mij overdeed, dan konden wij het terugvorderen. Iedere maand betaalde Lily Company BV. aan het GUO de afdracht Sociale Lasten. Als wij die verrekenbaar stelden met het onverschuldigd betaalde, zou dat kunnen slagen. Daarna kwam Sweens met zijn troefkaart die hij steeds tegen de borst had gehouden. Hij had gecontroleerd of wij onze jaarcijfers hadden gepubliceerd bij de Kamer van Koophandel, en dat bleek niet het geval. Op basis van die ernstige tekortkoming, kon hij ons  in privé zogezegd bestuurlijk aansprakelijk stellen. Dat zou hij dan ook zeker gaan doen, maar als ik wél door de knieën zou gaan, en tot een regeling komen, dan zou hij alles in enen regelen, en verdere actie (agressie) tegen ons dus achterwege laten.
  16.  Dit was dan nu net waar we van verschillende kanten ernstig voor waren gewaarschuwd. Dit o.a. door onze boekhouder BDO, in verband met de vishandelaar waarbij zij betrokken waren, die daar ook mee was gepakt en gepiepeld. Sommige zaken zijn nauwelijks uit te leggen en te verklaren, maar dat geld voor dit gehele verhaal. In weer zo een oprisping van Kamerleden om die foute frauduleuze faillissementsfraude slechteriken geen kans te geven, was er in hun wijsheid een wet tot stand gekomen, die o.a. stelde dat crediteuren na konden gaan bij de KvK hoe een bedrijf er voor stond, maar natuurlijk niet als de jaarcijfers niet waren gepubliceerd. Dit kon dan (in hun theorie) als een ernstige tekortkoming opgevat worden, en daardoor kon iemand aangesproken worden op bestuurdersaansprakelijkheid.  Het was dan wel zo dat dit niet het enige zogezegde ernstige verwijt kon zijn, maar bij die wet was bedacht, dat de gefailleerde zelf aan moest tonen dat er ook een andere aanvullende reden was , en daar was een soort cultuur omheen gegroeid. De curatoren hadden dit als verdienmodel ontdekt, verzonnen er van alles bij en dikten zaken aan, en begonnen dan een rechtszaak die bij een bevriende rechter ter beoordeling voor kwam te liggen. Daar was ik dus ernstig voor gewaarschuwd, en kreeg het geval van de vishandelaar voorgehouden, en dat deed mij er toch toe besluiten om te stellen dat een regeling toch wel het beste zou zijn, en dat we ons daarop zouden beraden.
  17.  Zeker was dat er van beide zijden nu niet direct iets moois tussen mij en Sweens was gegroeid, en ik ergerde mij ook een beetje aan de gretigheid van Sweep om tot een regeling te komen, wat niet anders dan chantage en diefstal inhield. Sweep ging er dus voortvarend mee aan de slag en nadat er 17 faxen over en weer waren gewisseld was er d.d. 8 juli een vaststellingsovereenkomst die door mij is ondertekend. Daar ging nogal wat aan vooraf dus. Dat behoef ik niet uit mijn herinnering te putten want alle correspondentie is nog compleet en ligt  op volgorde. Sweep was ijverig aan de slag gegaan en ik stemde er uiteindelijk mee in dat ik dan de door Sweens gejatte 12.000 maar liet schieten, en het onverplicht betaalde bedrag aan GUO zelf zou terugvorderen en Sweens toe laten komen, zodat Sweens met zijn chantage 45.000 euro binnen kon roeien. Ik had er één conditie extra bij gesteld n.l. dat ik een rechtszaak die in Lico Export BV. gaande was, van Sweens, zonder betaling daarvoor over zou nemen, een zaak wat ook een bizarre leugen en bedrog zaak was onder de regie van Venbroek, waar mij 35.000 euro was ontstolen.  Daar moest Sweens dan over nadenken en kwam hij een aantal dagen later met de boodschap dat hij meende dat het een te winnen zaak zou zijn, waar hij dan nog 10.000 voor wilde ontvangen. Ik was daar pisnijdig over, Rupsje nooit genoeg.
  18.  Ik overlegde de zaken met Siebelt van HOBAHO nu die belanghebbenden waren en dus ook wel vrij beslissend. Zij hadden nog grote bedragen open staan en alles wat ik Sweens zou betalen zou ik minder aan hun kunnen betalen. Toch vonden zij dat ik beter schoon schip kon maken en met een regeling een snelle afhandeling afdwingen, zodat er weer krediet mogelijkheden zouden ontstaan, in plaats van een mogelijke procedure, en in ieder geval een lange en trage afhandeling. Ook had Siebelt contact met Sweens opgenomen met de vraag of er bij een regeling inderdaad ook snel opheffing van de faillissementen zou volgen wat Sweens had toegezegd. Hoewel de correspondentie, zoals dat gebruikelijk is, middels Sweep verliep, was die een weekje weg, en schreef ik d.d. 6 juni 2003, in een niet echt vriendelijke brief, dat ik tot de besproken regeling bereid was, als die z.g. Bakker zaak er bij werd gevoegd en aan me overgedragen. Op 16 juni kwam de brief dat Sweens nog 10.000 euro voor de Bakker zaak wilde, een brief die ca. half vijf binnenkwam, en bij brief van 16-06-2003, dus nog dezelfde dag is beantwoord, zonder overleg met Sweep of Siebelt, dus ook niet verzonden middels Sweep maar rechtstreeks. In weinig diplomatieke woorden schrijf ik in 3 pagina’s, dat ik me helemaal heb bedacht, dat zijn pauliana beschuldiging, een valse beschuldiging is die hij dan maar lekker gaat bewijzen in een procedure, en als Sweens, en de R.C. het doorgestarte bedrijf zo graag ter ziele wilden helpen, dat ze dat dan maar vooral moesten doen, maar dat ik hem daar persoonlijk op aan zou spreken. Twee dagen later dan een briefje terug, Sweens klaagt over de toonzetting, hij noemt me weinig constructief, en zo het een en ander, en nu we geen tegen voorstel doen gaat hij er van uit dat het z.g. boedelvoorstel door ons is afgewezen. Hij zal zijn standpunt gaan bepalen schrijft hij op dreigende wijze. Ook per omgaande, dezelfde dag schrijf ik terug, dat hij mij niet moet laten lachen nu hij met onbehoorlijke voorstellen komt en verwacht dat ik dan constructief ben, ik noem hem “destructor” en stel dat ik helemaal geen zin heb in kat en muis spelletjes, en koehandel, met kopie aan Sweep.
  19.  De grote vraag is en blijft achteraf natuurlijk wat Sweens zou hebben gedaan als ik voet bij stuk had gehouden en me niet alsnog in koehandel had begeven (5000 voor de z.g. Bakkerzaak dus de helft) en waarbij ook Siebelt toch wel  sterk hun voorkeur voor een regeling had uitgesproken. Zelf denk ik dat Sweens geen zaak was begonnen omdat hij die zaak geen armen en benen kon geven. Hij was goed in het verzinnen van zaken en zijn directe vrienden (R.C.s) moesten er over oordelen, maar ik denk zelf dat hij het er bij zou hebben laten zitten. Wel een factor die sterk speelde was zijn prestige. Ergens mee dreigen en het vervolgens niet doen was niet helemaal het ding van Sweens. Wel was het zo dat er nog niet een stuiver in de boedel zat, en hij dus een procedure uit eigen zak had moeten betalen, of geld uit een speciaal fonds vragen. Dit is en blijft dan verder wel gissen. Sweep had een lang telefoon gesprek gehad met Sweens, en Sweens had de prijs voor de Bakker zaak gehalveerd. Daarna had hij een lang gesprek met mij (waar ik de urennota natuurlijk voor kreeg) want ik hield voet bij stuk, en stelde dat ik er op voorhand al een totaal fout gevoel bij had. Al veel eerder had ik me voorgenomen dat ik nooit voor chantage door de knieën zou gaan. Uiteindelijk heb ik gesteld dat ik Siebelt zou bellen en zijn advies de doorslag zou laten geven.
  20.  Toen ik het concept kreeg van de z.g. vaststellingsovereenkomst, zag ik dat er niet in stond dat daarmee de kous af zou zijn. Ook bv. bestuurdersaansprakelijkheid, waar Sweens enerzijds mee had gedreigd, maar wat na een schikking niet meer aan de orde zou komen. Sweep vroeg aan Sweens om dit er in op te nemen nu dit afgesproken was, en Sweens wilde dat niet, en dit zonder duidelijk te stellen waarom niet, terwijl hij gelijktijdig stelde dat hij geen reden zag ons daarop aan te aan spreken. Dit in een brief van 27 juni 2003. Ik weigerde derhalve de overeenkomst te tekenen, en had daarover (wederom) een echt lang telefoon gesprek met Sweep waarin we in een kringetje ronddraaiden. Sweep stelde dat Sweens er toch niets mee kon, en geen zaak kon hebben, en niets zou (kunnen) gaan ondernemen in het kader van bestuurders aansprakelijkheid, en ik stelde dat ik Sweens buitengewoon onbetrouwbaar vond, en dat het duidelijk afgesproken was en hij het dus gewoon op kon nemen en anders geen deal, en dan kwam Sweep weer met hetzelfde, en ik dus ook weer.
  21.   Ook hier vraag ik me af of Sweens het wel had toegevoegd als ik voet bij stuk had gehouden (ik denk het wel), en ik vraag me vooral nog steeds af waarom ik geen voet bij stuk heb gehouden. Ook hier maakte het verschil dat Siebelt ook meende dat Sweens er niets mee kon, en ook dat Sweens tegen hem duidelijk had gesteld,  dat hij na een regeling de faillissementen snel op zou heffen, en dit zonodig zelfs onder ede zou kunnen verklaren. Siebelt had al langere tijd ervaring met curatoren en vond ze generaliserend niet de betrouwbaarste typen, maar zo slecht, gemeen, en onbetrouwbaar als dat Sweens is gebleken was voor hem toch onvoorstelbaar. Ruim drie jaar later viel er een heuse dagvaarding van Sweens bij ons op de mat, met de opzet en de doelstelling, om ons nog even volledig ten gronde te richten, met de volle goedkeuring van twee rechter commissarissen, mr. Blokland, en mr. van den Berg. In de toen volgende rechtszaak is Sweep, die mij al in maart 2004 als cliënt had gedumpt, nog onder ede als getuige verhoord. Hij was toen al lange tijd grote vrienden met Sweens, en verklaarde onder ede dat er wel over bestuurdersaansprakelijkheid was gesproken, wat ook nog duidelijk op schrift stond, dus moeilijk te ontkennen, maar hij herinnerde zich niet meer een echt duidelijke en concrete toezegging. Uiteindelijk is wél, d.d. 27-01-2010  Sweens in het ongelijk gesteld. Op één en ander komen we nog terug want we lopen vooruit. Die beloofde snelle afhandeling is er dus ook niet geweest. Het heeft allemaal net geen 10 jaar geduurd.
  22.  Ik zou dan dus GUO in kennis stellen dat ik de onverplicht betaalde bedragen ging verrekenen door 5 maanden niet te betalen, en zou Sweens na 5 maanden betalen, en hij zou opheffing etc. alvast voorbereiden wat dan meteen in zou gaan. Natuurlijk pikte het GUO dit niet en het werd weer een nieuwe oorlog. Daarbij kwamen ze met hun eigen argumenten waarom zij het oneens waren, om terug te betalen, en er waren niet echt regels en argumenten te vinden die naar de ene kant, of naar de andere kant echt klip en klaar maakten wie er gelijk had. Geld wat per ongeluk verkeerd wordt geboekt heb je ook niet zomaar terug, als die andere partij onwillig is. Sweens kwam meerdere andere afspraken ook niet na of reageerde niet op verzoeken, en Sweep kwam wel met dikke rekeningen, maar daar leek ik ook niet veel meer aan te hebben.  In plaats van verrekening, had ik dus dreigbrieven van GUO van deurwaarders etc. en krap bij kas, maar Sweens legde beslagen o.a, bij HOBAHO voor de nog niet betaalde 33.000, en het was weer Siebelt die adviseerde om Sweens maar zijn zin te geven, dan zou immers alles over zijn, alle ellende die nog kon volgen afgekocht en de opgelopen averij maar voor lief nemen.
  23.  Ik nam contact op met Sweep nadat ik een brief van GUO had gehad, en ik kreeg doodleuk een lange brief terug waar o.a. in stond dat zij (Sweep en Sweens) het best wel eens bij het verkeerde eind konden hebben en het GUO dus gelijk had, dat ze het niet behoefden terug te betalen (wat allemaal nog steeds warrig en niet concreet was)  maar dat ik maar gauw alles met Sweens in orde moest maken, want naar de nieuwe mening van Sweep, die in eens helemaal haaks stond op die van zijn eerdere op schrift gestelde mening van 05-05-2003 moest ik mij in mijn handen knijpen dat ik er zo gemakkelijk, en zo met een koopje vanaf was gekomen. Ik was daar wel heel erg verrast en verwonderd over, en heb hem dan ook in een, voor mijn doen toch wel vrij nette brief teruggeschreven. Terwijl ik me eerder had afgevraagd of het allemaal wel klopte was hij en Sweens er juist zo stellig over dat het als onverplicht betaald, terug kon worden gevorderd, en nu was het ineens “foutje, bedankt”.  Een uitgebreide reactie daarop volgde met als hoogtepunt, dat hij concludeerde dat ik als cliënt, niet of onvoldoende vertrouwen meer in hem had, en dit hij daarom zijn werkzaamheden voor mij beëindigde. Inmiddels was hij al curator geworden in een faillissement van aanzienlijke omvang (benoemd als X) waar veel was te ritselen, dus hij graasde in groenere weiden.
  24.  Het had mij dus de 33.000 gekost plus de door Sweens achterovergedrukte 12000 euro, plus nogmaals de 33.000 aan Sweens, plus, pakweg 15.000 door de diensten van Sweep, plus heel veel tijd en ergernis, en het prijsschieten van de concurrenten die de advertenties rondfaxten van wat werd gepubliceerd van de faillissementen om onze relaties verstoord te krijgen. Het was dus wel wat anders gegaan dan wat het in eerste aanleg leek bij ons bezoek aan Mekkelholt. Al dit geld en kosten en narigheid was bestemd geweest om de zaken met de oude crediteuren en ook HOBAHO zogezegd af te regelen, maar we benodigden ons geld eerst voor de z.g. nieuwe schulden, dus om de tent draaiende te houden, en een financiering krijgen konden we voorlopig schudden, dus het afregelen van de z.g. oude schulden kwam gewoon stil te liggen. Met GUO hebben we het uiteindelijk vrij hoog gespeeld,  hebben daar een afspraak kunnen krijgen en ze uitgelegd dat zaken simpelweg aan hun zelf te wijten waren. In het dagelijkse bestuur zit een vertegenwoordiger van de werkgevers en een van de werknemers. De werkgevers vertegenwoordiger klaagde er over dan zijn tegenpool degene was die nogal onbehouwen faillissementen wenste maar hij heeft het er door gekregen dat we toch de 33.000 konden verreken (was zeker een jaar later). Ondanks alle problemen en moeilijkheden wisten we de zaak wel draaiende te houden.
  25.  Indien de lezer zijn eigen oordeel vormt dan zullen we het met elkaar eens zijn, dat ik in het A viertje, en de conclusies, waarin ik de curatoren en in hun kielzog de R.C.s uitmaak voor agressieve zakkenvullers, die niets doen voor crediteuren en de gefailleerden op hondse wijze behandelen, waarbij iedereen iedereen dekt, dan is dit mijn conclusie op mijn ervaringen en is het aan de lezer of hij/zij  het er mee eens is.  Als zaken daarmee gestopt waren dan had ik het voorgaande niet met u gedeeld, en was ik met mijn eigen dingetjes bezig geweest, maar helaas. Zulke zaken lijken nooit te stoppen en het is wel uitermate moeilijk om tegen wat ik benoem als, een criminele bende van zakkenvullers, gecontroleerd door toezichthouders die ik gewoon maar corrupt noem. Ik doe nu mogelijk de goeden te kort, maar is zou er inmiddels echt van schrikken als ik zomaar eens een eerlijke rechter tegen zou komen. Zoals ik al beschreef lappen ze ook collectief hun eigen z.g. aanbevelingen aan de laars. gerechtelijke vonnissen mag je dan eigenlijk niet bekritiseren, maar dat is wat ik juist wel zal gaan doen, en de lezer beoordeeld dan maar of mijn kritiek steek houdt of onzin is.
  26.  Allereerst heb ik het eerder over de Bleeker zaak gehad, en daar gaat het vervolg over. Wij dachten dat de faillissementen al bijna opgeheven waren, vroegen ook per fax aan Sweens hoe het er mee stond maar kregen geen antwoord. Sweens had bij de onderhandelingen gesteld dat hij verder niets meer had te onderzoeken en ook dat er geen verificatie vergadering nodig zou zijn, dus niets leek hem in de weg te staan om zaken te beëindigen. In zulke gevallen zijn zaken nooit geheel te herleiden, en  blijft er altijd wat giswerk, en vooral bepaalde achtergrond informatie blijft onduidelijk. Achteraf hebben de navolgende ingrediënten een mogelijke rol gespeeld. Allereerst is al beschreven (boek één) dat alles er op wees dat de vijanden groep van ons, Bleeker er toe had aangezet om beslist niet te schikken, tegen zijn eigen belang in, maar duidelijk om ons zoveel mogelijk problemen te bezorgen uit opgebouwde rancune en agressie.  Dan is er iets bij voor te stellen dat Sweens ook een stevige hekel aan me had gekregen omdat ik voor mezelf op kwam, en ik me niet van de ene hoek in de andere liet trappen zoals hij kennelijk gewend was.  
  27.  Dan ging het om geld. Dat Sweens met Duijsens een complot heeft gesloten waar de R.C. mr. v.d. Berg aan mee heeft willen werken staat voor mij als een paal boven water, maar wat er in de “site letters” stond, ofwel, als alles zou slagen of, en voor welke bedragen de buit zou worden verdeeld zal altijd verborgen blijven maar dat Sweens een deel van de buit zou willen lijkt nogal vanzelfsprekend. Dan was het opzetje wat ze hebben bedacht een erg ongebruikelijk iets, op zich beslist slim bedacht, maar ongebruikelijk en daardoor voor een professional al moeilijk te doorzien, dus ik vraag me al lange tijd af in welke mate ik het mijzelf kan verwijten, dat ik me er toe heb laten brengen om op 14 mei 2004 de verificatie vergadering te bezoeken, die achteraf bezien alleen maar er voor opgezet was, om een onjuist proces verbaal te produceren, om daarmee te Bereiken dat Bleeker niet meer  ter verantwoording kon worden geroepen voor zijn wanprestatie bij de teelt. Zaken zijn voor een professional al ingewikkeld, dus nog meer voor een relatieve leek als ikzelf, en onnavolgbaar voor iemand die nog verder buiten zulke zaken staat, maar we leggen het wel een beetje uit. Dan ging het om een behoorlijk bedrag, maar ook weer niet om miljoenen.
  28.  Het is dus al wel apart dat Sweens er voor in was om met Duijsens samen te spannen, nog aparter is het dat de R.C. van den Berg er aan mee wilde doen. Aan de andere kant is duidelijk geworden dat rechters in feite niet worden gecontroleerd, en het voor hen nauwelijks denkbaar dat ze met zoiets niet weg zouden kunnen komen. In Hoger Beroep kunnen ze worden gecorrigeerd, en er is cassatie, wat als controle kan worden beschouwd, maar op al die zaken is flink af te dingen.  Als een rechter een uitspraak doet die tegen alle wetten indruist, dan is er niemand die klaar staat om hem / haar, een dikke onvoldoende te geven, of nadere uitleg verzoeken, en sancties op volstrekt onjuiste en onverdedigbare vonnissen, in welke instantie dan ook, bestaan niet. Het zal dus mee hebben kunnen tellen, dat RC. van den Berg zich onaantastbaar waande, en in feite is dat ook gebleken. Tot nu toe is hij door iedereen gedekt, en is het opmerkelijk, maar verklaarbaar, dat zijn directe collega’s in Alkmaar met onnavolgbare uitspraken kwamen, die in strijd waren met de feiten, terwijl ze de feiten niet beoordeelden, de tegenpartij nooit iets behoefde te bewijzen, met de kers op het taartje van de voorzitter van de vakgroep mr. Gisolf.
  29.   In de Bleeker zaak was er in aug. 2003 nog een tussenuitspraak gedaan, door Blokland, inhoudende dat we een bewijsopdracht zouden gaan krijgen voorafgaande aan een voorgenomen, z.g. comparitie van partijen, evenwel, als een bedrijf in faillissement komt vervallen procedures ook aan de curator. Aan de curator had ik doorgegeven dat die zaak volgens ons gewonnen zou worden, maar dat bij Bleeker alles in onderpand bij de bank was, en dat de winst niet of maar beperkt te incasseren zou zijn, dus de zaak mocht wat mij betreft zogezegd uitgaan als een nachtkaars. Sweens had direct al gezegd dat hij geen zin in rechtszaken had, zeker niet als hij voor bewijzen enz. van anderen afhankelijk was. Verder leek er dus niets loos. Wij hadden Bleeker aansprakelijk gesteld voor de door hem veroorzaakte schade, maar Bleeker zelf had een tegenvordering ingesteld, voor het bedrag wat was afgesproken wat we aan Bleeker zouden betalen, maar waar ze wel hun zaken goed voor moesten gaan doen. Daarover had Duijsens dan contact opgenomen met Sweens. Hoewel wij dus die vordering wilden verrekenen met de schade, had Duijsens aan Sweens gevraagd om die zogezegde tegenvordering op de lijst van (concurrente) crediteuren te plaatsen. Op zich was daar niets mis mee, maar vooraf stond vast dat er geen betaling aan concurrente crediteuren zou komen. Een aantal jaren later kwam er een brief boven water die Duijsens d.d. 23 maart 2004 aan Sweens had geschreven, waar ik dus meerdere jaren geen kennis van had, maar die voor mij niet alles, maar zeker een aantal zaken duidelijk heeft gemaakt.  
  30.  In een aparte beschrijving hebben we al eens eerder een gedetailleerde beschrijving gegeven van alle zaken die naar onze mening op voorhand al fout waren, bij de opzet van die v.verg. van 14-05-04, en hoe en waarom het allemaal wel duidelijk is geworden, dat het alleen een slimme zet was om met dit opzetje, te voorkomen dat Bleeker zijn beweringen dat hij bij de teelt niets fout had gedaan aan zou moeten gaan tonen. Dit is beschreven in een apart document van 30 pagina’s, en kunnen we bijvoegen als we dit wenselijk achten. In een veel kortere vorm beschrijven we die zaken dan in dit document of zo u wil, dit boek. Voor alle verdere duidelijkheid, in onze beschrijving zijn we inmiddels een jaar na de faillissement verklaring aangeland, en zijn we door Sweens, met goedvinden van de RCs, een half tonnetje lichter gemaakt in ruil voor een snelle afhandeling van zaken zoals goed afgesproken, ook met Siebelt van HOBAHO die in beslissingen zo ongeveer de doorslag  gaf.  Wij hadden inmiddels onze kant van de deal afgeregeld, De vermeende GUO betaling bleek niet terugvorderbaar, en mijn advocaat (Sweep) had me zogezegd de bons gegeven. Net toen ik dacht dat alle narigheid achter de rug was gebeurde er nog weer onverwachts van alles en nog wat. Natuurlijk achterhaal je nooit alles meer, zeker niet als gezwegen wordt als het graf, en het heeft zeker 5 jaar geduurd voordat ik het gehele opzetje door had gekregen, en bleek Sweens later onvoorstelbaar onbetrouwbaar en gemeen, en de advocaat van Bleker mr. Duijsens op gelijke hoogte te staan mogelijk andersom gemeen en onbetrouwbaar.
  31. De brief van Duijsens aan Sweens betrof uiteraard de Bleeker zaak die dus nu in het faillissement een zaak van de curator was. Bleeker was dus een procespartij tegen Sweens en Sweens moest nagaan of hij door de zaak verder te voeren nog een bedrag binnen kon halen ten behoeve van de crediteuren, maar Sweens gaf direct al aan dat hij er weinig zin in had, nu hij afhankelijk was van onze bewijzen en inbreng. Die zaak had gewoon gewonnen kunnen worden, maar ik had aangegeven dat ik er ook niet veel in zag omdat Bleeker een slechte kweker was, en die zijn en blijven doorgaans arm. Er was ook maar heel beperkt en summier over gesproken. In de brief van Duijsens aan Sweens, vraagt Duijsens om zijn z.g. tegenvordering, ondanks de lopende rechtszaak, toch te erkennen en op de lijst van concurrente crediteuren te plaatsen. Voor ons zou dat geen verschil maken, het was immers de zaak van Sweens en er stond al vast dat concurrente crediteuren niets zouden ontvangen, alleen GUO als preferente crediteur zou nog wat kunnen krijgen, als Sweens zijn kosten met het door ons betaalde bedrag zou hebben berekend, maar al bekend is dat dit er nooit van is gekomen en alles in de wijde zak van Sweens is verdwenen.   
  32.  Nu over de brief van Duijsens aan Sweens, ik zou hem over kunnen nemen, maar  geef hem verkort weer. De zaak met hun liep toen dus al vier jaar en hij had eerder een zogezegde “Conclusie van antwoord ingediend”, die hij als bijlage bij had gevoegd. Daarin kon Sweens dus alleen de beweringen van Duijsens lezen en dat moest dan eigenlijk ook meteen het bewijs van zijn gelijk zijn. Dan stelt hij dat Bleeker bij de teelt alles goed heeft gedaan, maar dat wij niet wilden betalen, en dat die teelt ook voor rekening en risico van de opdrachtgever plaats vindt. Dan komt de volgende grote leugen;, volgens Duijsens zouden er nog besprekingen plaats hebben gevonden maar wij zouden maar bereid zijn “slechts een zeer klein deel te betalen” Er staat niet bij hoeveel dat dan was, wel dat Bleeker alles zo goed had gedaan, dat die er niet mee in kon stemmen. In werkelijkheid hadden we zwart op wit staan dat we het bedrag in drie termijnen zouden betalen, één termijn hadden betaald,  en aangeboden hadden er nog één te betalen, zodat nog 1/3 niet betaald zou blijven.  Natuurlijk wist Duijsens dit precies, en loog hij er dus vrolijk op los. Dit dus tegen Sweens zonder dat we dit wisten. Later schrijft hij dan nog dat wij beweerden dat we de helft wilden betalen (wat we eerst aanboden maar later nog tot 2/3 hadden verhoogd) maar dat dit hem ongeloofwaardig voorkwam bij kennisneming van bijgevoegde stukken. Over welke stukken hij het dan heeft, dat is zijn eigen bijgevoegde conclusie van antwoord, waarin hij alles aan elkaar vast loog en verzon. Dit is ook exemplarisch, want naast voorbedacht alles aan elkaar vast liegen, is hij ook een meester in het zaaien van onduidelijkheid en verwarring.
  33.  Dan staat er ook iets in wat ook totaal verzonnen was en ook door geen enkel iets kon worden ondersteund, want zijn bewering (tegen Sweens) is, dat wij onwettig hadden gehandeld door met Bleeker te contracteren, omdat bij aanvang van de teelt, onze bankier al ons krediet had opgezegd, wij wisten dus volgens Duijsens vooraf dat we niet zouden kunnen betalen. Een contract aangaan als je dat weet was onwettig en dat zal wel zo zijn, maar was niet waar. Overigens kun je uit een normale opbrengst de teeltkosten betalen dus dat had evengoed gekund, maar feit was dat ik buiten mijn weten om op grove wijze zwart werd gemaakt bij Sweens. Een fatsoendelijke curator zou mij hebben geconsulteerd hoe dit zat en of dit klopte, maar Sweens bleek nu eenmaal geen fatsoendelijke curator te zijn. Achteraf kunnen we wel begrijpen waarom Duijsens dit had verzonnen want hij was toen al van plan om op basis van een pakketje leugens ons in prive aan te pakken. Daarvoor moest hij dus iets verzinnen wat niet mocht dus illegaal was, waarbij hij dit verhaaltje van de plank had gepakt. Bijna 2,5 jaar later kregen we een dagvaarding (daarover later meer) waarin hij juist met een totaal tegengesteld verhaal kwam. Toen was ineens zijn bewering dat we grote kredieten tot onze beschikking hadden, maar opzettelijk geen geld voor Bleeker opzij hadden gezet, voor het geval we die lopende zaak zouden verliezen. Natuurlijk ook niet waar en zeker niet door Bleeker zelf verzonnen maar door Duijsens zelf, maar dit is wel wat rechters daarna klakkeloos en zonder enig bewijs van Duijsens over hebben genomen, in het land waar de leugen regeert.
  34.  Deze brief is dus pas veel later in onze handen gevallen, maar de laatste alinea’s zal ik wél overnemen en zogezegd met u delen, en nader bespreken. We citeren; “Gaarne verneem ik uw standpunt aangaande oorzaak van het faillissement en aangaande eventuele stappen van u terzake het vervolgen van een procedure tot vaststelling van bestuurdersaansprakelijkheid en/of aansprakelijkheid van groepsmaatschappijen en/of moedervennootschappen. De kamer van Koophandel gaf aan dat de jaarrekening 2001 niet gedeponeerd was, waar het faillissement was uitgesproken op 27 maart. Derhalve staat schending van de verplichting tot tijdige deponering vast en kan hieraan het gevolg toegekend worden van artikel 2:248 bw. Het bestuur heeft haar taak kennelijk onbehoorlijk vervuld. gaarne verneem ik van u of u terzake actie gaat ondernemen c.q. in welke stadium eventuele ondernomen acties zich thans bevinden”.  Wat Duijsens hier dus doet is Sweens aanmoedigen om ons eens goed te pakken te nemen, en hij gebiedt het zo ongeveer en legt het bijna als het ware op. Je hebt hem toch wel aangepakt meneer Sweens, en leg even verantwoording af aan mij hoe ver je er mee bent. Wij zijn de slechterik die (en dat is heel erg) een verplichting hebben geschonden terwijl artikel 2:248 dat heel erg verbiedt dus het is een zeer onbehoorlijk persoon die potverdorie zijn taak (kennelijk) onbehoorlijk heeft vervult, dus geef hem van Jetje.
  35.  Als we ons afvragen of dit nu een normale brief van een crediteur aan een curator is dan denken wij dat het een zeer zeldzaam exemplaar is, zo exclusief dat je hem in zou moeten lijsten. Wat heeft iemand er in principe nu voor belang bij, als crediteur, om naar een curator toe een grote bak modder uit te gooien, die ook nog volstrek onjuist en verzonnen is, dat is één, maar twee is, waarom zal een crediteur een curator opjutten om een gefailleerde nog eens flink extra te pakken te nemen, en dat zo ongeveer proberen af te dwingen.  We kunnen samen vaststellen dat dit hoogst ongebruikelijk is, maar al eerder (in boek één) heb ik beschreven dat Duijsens behoorde tot de groep die ons bedrijf had proberen te stelen, maar waarbij ze collectief daarbij, dankzij het zelfde recht dat we nu bekritiseren,  collectief op hun  snuitje (nette term voor “op hun bek”) zijn gegaan, waarna ze sindsdien op wraak zinden, en Bleeker er van af gehouden hadden om een goede schikking te treffen, en dan begrijpen we het en valt alles op zijn plaats. Er volgt nog een laatste zinnetje; We hopen op korte termijn van u te vernemen”.  Meer brieven hebben we niet maar die zullen er wel zijn, of telefooncontact e-mails of wat dan ook. Duijsens vraagt om reactie (op korte termijn) dat zal het begin zijn geweest van veelvuldig en intensief contact, wat mogelijk nog steeds plaats vindt, maar we hebben geen telefoon of fax of mail gegevens, maar dit is wel een aanname die voor de hand ligt.
  36.  Die verdere communicatie kunnen we uiteraard alleen maar inschatten, maar die is er uiteraard zonder meer geweest. We moeten ons er dan zoveel bij voorstellen dat Sweens toch al behoorlijk opgefokt tegen ons was, en dat Duijsens nog veel meer bagger over ons heeft uitgegoten, met zo een verhaal als dat ik in de zuid (bollenstreek) iedereen al eens te pakken had gehad en bij (bijna) niemand meer terecht kon, en met iedereen overhoop lag, en dat ze eigenlijk nog een flinke Appel met me zouden willen schillen. Sweens van zijn kant zal hebben gezegd dat hij best hun vordering zou willen erkennen en dat hij hun procedure niet voort zou zetten, maar dat er 50.000 in de boedel was gekomen, waarvan pakweg de helft al aan hemzelf was toebedeeld, en dat er een preferente vordering van GUO was van meer dan 40.000 dus wel of niet op de lijst van niet betwiste vorderingen zou het verschil niet maken, alle concurrente crediteuren konden naar hun centjes, fluiten, dus fluiten maar mr. Duijsens.
  37.  Gezien de brief van Duijsens was die er al op gefixeerd om tot privé aansprakelijkheid te komen, en had daar dus ook al een leugenverhaaltje bij bedacht, de Duijsens specialiteit, en dan is het verder ook gissen, want Duijsens had het in die brief ook al over privé aansprakelijkheid, mogelijk heeft Sweens nog gezegd dat hij dat eigenlijk niet kon maken, omdat hij eigenlijk had afgesproken dat hij dit niet meer zou doen, en dan (zo stel ik het me voor) vroeg Peter (Duijsens) weer of dat zwart op wit stond, en Arthur (Sweens) zei weer dat het niet in de vaststellingsovereenkomst stond, dat wilden ze wel maar dat heb ik geweigerd en ze hebben toch getekend, maar mr. Sweep weet dat ik dat toen heb toegezegd want die was er bij dat ik hem (ik dus) die toezegging deed, om hem over de streep te trekken, want hij wilde eerst helemaal niks, maar confrère Sweep heeft hem (ik dus) net als cliënt geroyeerd, maar ik spreek Sweep regelmatig, ik help hem bij een groot faillissement waar hij net curator van is geworden, met adviezen, we liggen elkaar nogal, ik bel wel even dat hij daar een verhaaltje van maakt, en dan ga ik hem ook wel aanspreken. Dat past me eigenlijk wel goed want dan kan ik weer een zooi uren schrijven en krijg ik het hele bedrag wel in de eigen zak, maar ik denk dat hij (ik dus) in privé niet zo rijk is, want dat zijn ze nooit, maar het kan ook wel meevallen.
  38.  Maar wat wil jij dan, want het wordt hooguit een deel of deeltje, heb je nog een aanvullend plan. Ja Arthur(Peter weer) ik heb wel een probleem als ik hem privé  aanspreek, want ik zal eerst moeten procederen voor een titel, want hij erkent die vordering niet, en als er doorgeprocedeerd wordt, dan denk ik dat ik lek ga. Dat middel zou de kwaal erger maken, dus dat wordt em niet. Natuurlijk zijn er wel allerlei dingen te verzinnen, daar zijn we toch beide goed ik (ha,ha). Peter (nu Arthur weer) ik heb misschien een plannetje, fluister , fluister, en je weet het Peter, voor niets gaat de zon op, wat kan het zo ongeveer opbrengen?, Peter weer 126.000  plus rente, oké, jij gaat procederen, als je verliest heb je pech, als het plannetje werkt trekken we je kosten af, en delen de rest. Ik bedrijp dat je het vooral doet om die laaielichter eindelijk  eens de les te leren, Ik moet nog wel even Harry (R.C. v.d. Berg) mee weten te krijgen, daar is doorgaans wel wat mee te ritselen, die wil misschien ook wat van de buit als die er eenmaal is, Jan Blokland moet ik er buiten laten, want die doet niet mee aan opzetjes. Die is wel de R.C. van Lico Teelt BV. maar dat neemt Harry wel over. Ik moet zorgen dat Jan Blokland er helemaal niets van te weten komt.
  39.   Giswerk, aannames, fantasie, allemaal waar of kan waar zijn, en deels verzonnen, maar waarom mag ik ook niet eens wat verzinnen, alle zaken zijn zo vreemd en buiten de normale orde, en zijn pas verklaarbaar als je de doorgestoken kaart in beeld krijgt. De grootste kans lijkt mij dat Sweens het heeft bedacht nu die de waarde en rechtskracht van zo een proces verbaal het beste kent, en ook dat hij R.C. v.d. Berg wel mee zou kunnen krijgen. Pas veel en veel later bedenk je dat het eigenlijk wel vreemd was, dat  R.C. Blokland er niet bij was, die was R.C. van Lico Teelt BV, maar ook weer niet vreemd. Wat er gebeurde was echt een doordacht opzetje, en iedereen kan doorzien dat er allerlei zaken van het normale afweken, en zo een opzetje zal maar zelden zo plaats vinden, dus niet een kunstje wat iedereen kent. Dan zijn er mensen bijvoorbeeld ten onrechte veroordeeld geweest omdat ze een moord zouden hebben gepleegd.  Niemand gelooft ze, en iedereen behandeld ze als de crimineel, maar alleen zij zelf weten dat ze onschuldig zijn. In dit geval weet ik ook zeker wat er plaats had gevonden, en dat alle aannames die men heeft gedaan onjuist zijn, en weet dus ook hoe onschuldig veroordeeld zijn voelt.   
  40.  De Bleeker zaak liep dus eigenlijk al vier jaar en was in het faillissement vervallen maar er waren alleen nog maar getuigenverhoren geweest over de geldigheid van het contract en Duijsens wist dus niet hoe goed en hard ons bewijs tegen Bleeker was, maar hij kon wel begrijpen dat dit sterk was, en de zaak, als die voortgezet zou worden, op verliezen stond. In wezen had hij er dus alleen maar belang bij dat die zaak zou stoppen maar wij kregen op 15 april 2004 een brief van hem dat hij ons persoonlijk aansprakelijk stelt voor het niet betaalde zogezegde opdrachtsloon. Hij schrijft dat hem  de jaarrekeningen bekend zijn en ik heb Bleeker niet gewaarschuwd, voor hij ging planten, dat Lico Teelt BV. er slecht voorstond, en dat onze huisbankier het krediet toen ook al op had gezegd, en dat dit allemaal heel erg onrechtmatig was, dezelfde leugen dus als in de brief naar Sweens. Ik schrijf d.d. 19 april 2004 terug dat dit volkomen onjuist is, dat Lico Teelt en Export tezamen moeten worden bezien als economische eenheid en positief staan en dat de kredietopzegging ons is ontgaan, dus er dus niet zal zijn geweest, maar dat we wel in latere periode, door de door Bleeker veroorzaakte schade, in de problemen zijn geraakt. Op de brief van ons kwam geen reactie meer, dus we dachten dat de kous daarmee af was. Pas vele jaren later ga je nog weer verder nadenken, en dan bedenk je dat Duijsens nooit in de aanval zou zijn gegaan als hij er al niet van uit durfde te gaan, dat er een goede kans was dat hij zich niet meer voor de fouten in de teelt behoefde te verantwoorden. Daar maak ik dan weer uit op, dat in de tussenliggend drie weken, tussen de brief van hem aan Sweens en van hem aan mij, het plan was gesmeed, en hij daarom alvast een aansprakelijkheid stelling kon sturen. Of je dan echt gaat dagvaarden is nog om over na te denken. Het plan moet dus toen al zijn bedacht en de uitvoering van hun plan was dus afgesproken en stond op de rit.
  41.  Van Sweens kreeg ik 27-04-2004 een briefje dat ze een verificatievergadering in de planning hebben staan, 28-4-2004 schrijf ik meteen terug dat al eerder was vastgesteld dat die onnodig was, en hij de faillissementen snel af zou werken,, wat daardoor vertraagde, en ook dat ik die verificatievergadering Verder ook v.verg) niet zou gaan bezoeken, het begin van meer briefjes over en weer. De crediteuren lijsten waren erbij,  die waren vrij kort en overzichtelijk. Per crediteurenpost  heb ik Sweens commentaar gegeven, dus ik zou alleen maar op die vergadering bevestigen wat ik al had geschreven, als ik de vergadering bezocht, en vond het volslagen zinloos. Ik linkte dit toen nog niet met de brief van Duijsens aan mij, nu dus wel.  Er zou een v.verg zijn gepland op 14-05-04. Hoe die is verlopen heb ik al vele malen beschreven, o.a. ook in de beschrijven van wat er mis ging met relatie tot het proces verbaal. Ook achteraf bezien een vreemde, onwerkelijke vergadering, die ik straks opnieuw zal beschrijven.
  42.  Voor die tijd gebeurden er nog een aantal zaken die wat vreemd over kwamen maar achteraf bezien gewoon onderdeel waren van het te kwader trouw opgezette opzetje. Een brief van Sweens, twee dagen voor die v.verg. waarop ik de volgende dag meteen terug heb geschreven, en een telefoontje waarbij Sweens mij persoonlijk belde wat hij nooit deed maar zich juist altijd onbereikbaar hield. In het telefoontje vroeg hij of ik vooral toch de vergadering zou gaan bezoeken. Ik had twee maal geschreven dat ik niet kwam, ik had mijn bedrijf nog, en wist met mijn tijd wel raad. Eerst stelde hij dat ik daartoe wettelijk verplicht was.  Toen ik stelde dat ik het wel durfde te riskeren om niet te komen, en ook dat de vergadering nergens voor nodig was, dat ik schriftelijk al precies had aangegeven welke post juist en welke bestreden was, dat de faillissementen opgeheven zouden worden,  enz. Sweens zei nog zoiets als dat hij een duidelijk beeld wilde scheppen of zoiets onduidelijks. Toen Sweens begreep dat hij met dreigen niets kon bereiken, kwamen de beloftes. Het zou in mijn eigen belang zijn, en het zou niet erg lang duren, ik zou er later spijt van kunnen krijgen enz. ik beloofde het te overwegen, ik kon die paar uurtjes ook wel even vrijmaken. De brief van Sweens die ik toen nog kreeg d.d. 12-05-2004 was een vreemde, want de vordering van Bleeker stond bij de bestreden vorderingen maar die ging hij overbrengen naar de onbestreden, dus erkende vorderingen. Aan alle kanten was dat vreemd, Sweens schreef dat hij het dossier had bestudeerd en dacht dat Bleeker de rechtszaak zou gaan winnen, maar het was dan wel heel vreemd dat hij daarover niet eerst contact had opgenomen met mij, want hij kon niet weten of, en wat voor bewijzen ik had tegen Bleeker.  Aan de andere kant meende ik dat hij mij niet uitmaakte en ik er geen belang meer bij had wat Sweens er mee deed, het was zijn zaak, hij was vrij om daar zelf over te beslissen en hoefde zich er niets van aan te trekken wat ik er van vond, en dat was ook wat ik hem schreef. Zijn brief eindigde namelijk met; “Mocht u beslissende argumenten hebben om de betwisting te handhaven, dan verzoek ik u dit tijdig voor de verificatievergadering te melden”.   
  43.  Ook dat was vreemd, want wat is tijdig als je om vier uur een fax krijgt, met nog één werkdag voor die vergadering. Ik had veel afspraken en klantenbezoeken en geen dringende reden (dacht ik) om er op te reageren, maar heb dit juist wel gedaan, de volgende ochtend om 11,08  een brief terug gefaxt dus Sweens kreeg de reactie waar hijzelf om vroeg, maar die hij volgens mij juist niet had willen hebben. Het is vooral die brief geweest die heel erg een eigen leven is gaan leiden, waarbij zaken ook zeer onwerkelijk zijn en in redelijkheid gesteld gebeurden er allerlei zaken mee die niet zijn te verklaren. Daar bedoelen we mee dat zaken in een normale context niet te verklaren waren, maar juist weer wel, in de hypothese, of aanname dat alles van doen had met een het opzetje, en het feit dat men mij een geintje wilde flikken. Laten we nu eens wel wezen, een curator en ook een R.C. behoren toch neutraal tussen partijen te staan, dat behoort buiten iedere discussie te staan, maar waarom proberen ze dan een gewone zakelijke brief, op allerlei manieren uit zijn verband te halen. Niet willen lezen wat er duidelijk in staat, en zaken gewoon negeren en anders uitleggen enz. Normaal doet men dat niet. Waar men zoiets wel doet, is als er sprake is van twee procespartijen, die alles anders voor proberen te stellen als wat de werkelijkheid is, maar Sweens was geen procespartij, maar een gewone onpartijdige curator die (naar we aannamen) zijn werk deed, ook al was die v.verg onnodig dus onzinnig.
  44.  De eerste zin begon met; “Wat u met de Bleeker zaak doet, lijkt mij in hoofdzaak uw zaak”.  ik schreef dus dat ik meende dat hij er zelf bevoegd over was om te beslissen, maar dat ik het niet zeker wist. Onder normale omstandigheden is dit voor iedereen duidelijk, maar zelfs zeer recent wordt dit weer uitgelegd als dat ik daarmee in feite een eigen instemming er aan geef dat ook ik die vordering erkende, terwijl dat er op geen enkele manier van is te maken. Ook nu nog, dus recent wordt dus nog geprobeerd de inhoud te verdraaien. Verdraaien van een inhoud is abnormaal en doe je alleen met een dringende reden, dus dit geeft al aan dat de zaak niet koosjer is. Vreemd genoeg (of juist niet) wordt dan genegeerd dat er klip en klaar duidelijk in staat dat ik de vordering bestrijd dus niet erken, en dat er ook heel wat gaande moet zijn als je naar de rechter stapt. Natuurlijk is die brief in de haast geschreven en was ik er volledig onkundig van, dat die van belang kon zijn in een lang juridisch gevecht en traject, anders zou je zo een brief anders hebben gesteld, ieder woord hebben gewogen, en als je niet net door je advocaat er uit was geschopt, zou je daar mogelijk mee overleggen, maar de brief is gewoon duidelijk, er is niets mis mee, waarom is er dan sprake van groepsverkrachting van die brief, dat kan alleen maar zijn omdat men je te kwader trouw een geintje flikt en zo een brief zit  de daders in de weg en had er voor hen niet moeten zijn. Alles goed op papier zetten helpt echt en is van groot belang maar helpt niet tegen rovende en stelende curatoren en advocaten en rechters die samen een complot smeden, die de rijen sluiten en volle rugdekking krijgen vanuit de vakgroep Handel en Insolventie, en kompanen.
  45.  Op zich is het nog steeds moeilijk te geloven dat die hele v.verg. is opgezet om Duijsens zogezegd een gerechtelijke titel te verschaffen, om te voorkomen dat hij eerst om een titel zou moeten procederen, wat vrij zeker mis zou gaan. Hoe heeft hij Sweens zover weten te krijgen, en nog grotere vraag, hoe kreeg Sweens R.C. v.d. Berg voor zijn kar?, maar die vragen doen niet toe of af aan de feiten dat het zo is gegaan. In de voornoemde brief, in de laatste zin,  had ik gesteld dat ik, na ampele overwegingen, alsnog had besloten dat ik er dan wel zou zijn, dus besloten had om toch de vergadering te bezoeken. Dit was een van de slechtste beslissingen die ik in mijn leven heb gemaakt, en die mij hebben geruïneerd, en toch weet ik niet hoe ik me dit nu echt kan verwijten. Sweens had beloofd om zaken snel af te regelen en op te heffen en nu ging hij toch nutteloze dingen doen, die onnodig tijd rekten, maar ik kon ook moeilijk met een pistool naar hem toe gaan, en roepen van afspraken nakomen of ik schiet, dus vooruit maar, dit dingetje dan maar afhandelen en dan zouden de zaken verder een eind hebben, en ondanks dat ik Sweens had leren kennen als een dief, leugenaar, chanteerder, en met nog wat meer slechte eigenschappen leek het me maar beter, om te zorgen dat hij mij niet kon verwijten dat ik niet mee werkte of iets dergelijks. Je overweegt dan dat die paar uurtjes die het kost er nu ook weer niet zo toe doen, misschien wat nieuwsgierigheid  wat het nu inhield en voorstelde, misschien had ik er ook zelf belang bij, en kon ik één op één toch afspreken dat zaken nu ook snel werden afgehandeld, en dat dit zeer van belang was om mijn bedrijf overeind te houden. Verder had hij aan de telefoon een soort smeekbede gedaan, dus ik dacht dat ik meer dan welkom zou zijn, en ze me bijna wel zouden willen zoenen.
  46.  Verder had ik er dan geen idee van wat het in zou houden en ben ik ook van de ene verbazing in de andere gevallen, maar ik verwachtte verder geen enkele truck of streek meer, net zoals ik had geschreven, het was hun zaak, Sweens ging er over, met wat ik wilde of dacht of vond behoefden ze geen enkele rekening te houden, en als hij de Bleeker zaak niet voort wilde zetten, en hun vermeende tegenvordering erkennen dan moest hij vooral maar doen wat hij niet laten kon. Toen ik richting Alkmaar reed dacht dat er wel een groepje mensen zou zijn, wat crediteuren, Bleeker, wat mensen van het gerecht, ik had Blokland verwacht, die kende ik, van den Berg niet, maar de verwachte drukte viel nogal mee. Dan was het op vrijdag half 10 gepland, maar je bent een kwartiertje eerder, en ik werd, na een half uur pas opgeroepen, in een klein zaaltje met twee mensen. Je kunt de mensen daar in en uit zien gaan, het was geen gerechtelijke setting, maar een soort klein vergaderzaaltje met één in en uitgang. Sweens en R.C. van den Berg zaten daar dus al minimaal een half uur met elkaar te overleggen, en de brief die ik een dag tevoren had gestuurd lag tussen hen op tafel. Die tafel stond in het midden van het zaaltje, Sweens en de RC zaten tegenover elkaar, en ik werd geboden om aan de zijkant te gaan zitten. Waar ik me allereerst over verwonderde (zulke zaken vergeet je ook nooit meer) was dat beiden nogal sacherijnig leken, ik werd met weinig enthousiasme begroet, en het ging meteen over de brief en de Bleeker vordering. Onderling waren ze dan wel een team te noemen, om de beurt hadden ze het woord. De clou was dat zij vonden dat zij de Bleeker vordering moesten erkennen en of ik daar maar mee in wilde stemmen.
  47.   Dat ik dat niet zou doen wisten ze natuurlijk van te voren, als je het oneens bent met een vordering en je begint daarover een rechtszaak, dan is er immers weinig twijfel of je zo een vordering nu erkent of bestrijdt. Ik heb nog aangegeven dat ik goede bewijzen had, maar ook dat mijn indruk was om een flink bedrag te innen bij Bleeker met een gewonnen vonnis, lastig zou zijn.  We zijn nu al vele jaren verder, maar we hebben er vanaf 2008 al aan teruggedacht hoe zaken nu echt waren gegaan en vooral de zaken die je toen al erg vreemd vond onthoud je gewoon. Over alle andere vorderingen is dan in het geheel niet gesproken. Daar was ook helemaal geen reden toe want dat stond alles al op schrift en was doorgegeven. Ik heb de vergadering niet geklokt, maar gevoelsmatig was dit toch wél een uurtje, maar steeds en alleen maar over de Bleeker vordering, waar dus uitgebreid over is gesproken. Ook dat versterkt de conclusie dat die v.verg. alleen daarvoor was opgezet, en waarom ga je al die toestanden en drukte aan, en zet je zo een vergadering op, om over één enkele vordering te praten wat een omstreden vordering was, maar waar de curator (en R.C.) er vrij in is om die vordering wél te erkennen? Het antwoord is mij later duidelijk geworden, een voordeel positie creëren voor die ene crediteur. Wat er dan allemaal precies over en weer gezegd is weet ik natuurlijk alleen in de hoofdzaken.
  48.  Maar ik weet dat er mij met zekerheid is gevraagd of ik bij de inhoud van de brief die op tafel lag bleef, wat ik natuurlijk deed en waarmee ik dus al aangaf dat ik die vordering bestreed. Ik had ook geen enkele reden om van mening te veranderen, Zowel daarvoor als daarna heb ik die vordering nooit en te nimmer erkent, of ook maar een hint in die richting gegeven en waarom zou ik.  Dan heb ik natuurlijk niet achter elkaar lopen roepen dat ik de vordering bestreed, want ik was volledig onkundig met het feit dat daar überhaupt  een proces verbaal van kwam, en dat dit een speciale waarde en rechtsgeldigheid had. Mijn beide tafelgenoten wisten dit natuurlijk wel. Die waren er volop mee op de hoogte dat Duijsens met plannen tegen ons bezig was. Het zou dus, als ze neutraal waren geweest, ook de normaalste zaak zijn geweest dat ze mij er op attent hadden gemaakt dat het duidelijk diende te zijn of ik de Bleeker vordering wél of niet erkende, hoe overbodig die vraag ook was, want ik had het de dag tevoren nog duidelijk in mijn brief op schrift gezet. Zeker heb ik duidelijk genoeg gezegd dat ik de vordering bestreed, maar het zou de aller-normaalste zaak van de wereld zijn geweest dat ze gewoon hadden gevraagd of wij die vordering bestreden, en er bij gezegd dat dit in een proces verbaal werd vervat en later van aanzienlijk belang kon zijn. Het simpele feit dat ze dit volgens mij in de vergadering wél, maar volgens hun latere proces verbaal niet hebben gedaan, is dus in normale en neutrale omstandigheden de te verwachten, en de normaalste zaak van de wereld. Dat ze dit niet hebben gedaan (althans volgens hen zelf) is geen normale en te verwachten omstandigheid, maar een abnormale, en is voor mij dus ook gewoon een bewijs dat zaken niet kloppen en een bewijs dat ze partijdig waren, en ik gewoon tegenover mijn vijanden zat, die zich trouwens ook vijandig gedroegen.
  49.  In procedures die later volgden, was de bewering van Sweens dat de v. verg. maar 20 minuten had geduurd want dat had hij nagekeken in zijn urenstaat. Dit werd voor waar aangenomen, zonder dat daar enige controle op is. Die staat kan fout ingevuld zijn, of helemaal niet bestaan, dan was er volgens Sweens over alle crediteuren stuk voor stuk gesproken, en eigenlijk nauwelijks over Bleeker. Dan werd hij bevraagd over de brief. Hij erkende dat hij die had gehad, hij had hem mogelijk wel bij zich gehad, maar hij dacht dat hij hem niet met de R.C. had besproken. Vooral opvallend was dat hij zich zo weinig herinnerde. We hebben het nu even over pakweg 6 jaar terug, en we komen dit dus nog tegen.  Dan begrijp ik ook dat de brief die ik op de valreep, in feite op verzoek van Sweens zelf, had geschreven, hun plan doorkruiste. Ze waren immers van plan om in het proces verbaal te zetten dat ik de vordering in de vergadering had erkent, maar met een brief van de dag tevoren, die stellig het tegendeel beweerde, wordt dat best wel lastiger. Mijn inschatting, die naar ik meen best wel steek houdt en voor de hand ligt, is dat hun voorbespreking er over ging of het nog wel een goed idee was, om hun opzetje uit te voeren, en een inschatting van het risico, nu ze in feite gewoon fout bezig waren.  Mogelijk wilde van den Berg niet meer. Het lijkt ook op een soort compromis. Er stond niet in dat ik de vordering had erkent, maar ook niet dat ik het niet had gedaan. Ik zou ook de gehele vergadering niets hebben gezegd, wat toch wel een hele vreemde zaak zou zijn. Ik werd zo ongeveer naar die vergadering gechanteerd, en dan niets zeggen, dus ook geen enkele vraag hebben beantwoord is voor normale mensen ongeloofwaardig. Voor rechters overigens niet.

Dan was er nog iets wat ook pas veel later een beoordeling kreeg, en een rol ging spelen, want het proces verbaal was ondertekend door R.C. van den Berg en een griffier met de naam Beumer. Dat er later dus het proces verbaal van de v.verg. een grote rol ging spelen en ons de das om deed, zal inmiddels zijn begrepen.

  1.  Hoe dat kon en is gelopen komt nog aan de orde, maar de doorsnee lezer (niet de juristen) kunnen zich voorstellen dat ik argeloos in de val ben getrapt, niet alleen bedacht op een opzetje, maar vooral ook met de wetenschap dat dit de laatste stuiptrekking van de faillissements ellende was waarbij ik alweer meer dan 100.000 euro’s in zakken van advocaten, curatoren, en GUO had zien verdwijnen, maar waar (naar mijn stellige overtuiging) de laatste act van speelde. Later kreeg ik het verwijt van, je had direct dit moeten doen of dat moeten doen, het proces verbaal bv. direct opvragen want dat lag ter inzage bij de griffie, maar werd onder normale omstandigheden ook aan belanghebbenden opgestuurd, maar onder abnormale omstandigheden dus niet. Een leek komt er pas achter dat er een verificatie vergadering bestaat en waar die zo ongeveer voor dient, als hij er zelf mee van doen krijgt, maar daar stopt het mee. Zelf had ik ook zoiets als dat men, hoewel totaal onnodig, men kennelijk nog even alle puntjes op de i wilde zetten maar geen benul van de belangrijkheid en de hoge status wat zo een proces verbaal heeft, maar ook niet eens dat er zo een officieel proces verbaal wordt opgesteld. Toen ik de deur van dat vergaderzaaltje achter me dichtdeed dacht ik dat ik nauwelijks meer iets van Sweens en v.d. Berg zou  gaan horen, einde laatste bedrijf,  en eindelijk weer eens normaal met mijn leven en mijn bedrijf verder zou kunnen. Als er nu pakweg tien mensen in zo een zaaltje zitten maar je telt ze niet dan herinner je je 5 jaar later niet of het er nu negen, tien of 11 waren. Als je met zijn drieën zit  in een zaaltje dat weet je dit 5 jaar later nog 100 % zeker. Die Beumer had dan aan die zelfde tafel moeten zitten, dus tussen mij en v.d. Berg in. Later bleek zij een vrouw te zijn, die dan een meter van me af zou hebben gezeten, maar die was er nooit geweest.  De “invisible” griffier.  Dat een griffier gewoon verplicht is was uiteraard bij mij onbekend. Pas achteraf, maar dan ook pakweg 5 jaar later, kwam dat ook pas, als het ware ter discussie, nu al kan ik zeggen dat het aan de ene kant vreemd was, of leek dat er geen griffier bij was, maar bij langer nadenken was het juist logica, en heel begrijpelijk, maar vooral ook het bewijs dat Sweens en van den Berg ten behoeve van Duijsens met hun opzetje bezig waren. Een griffier zou immers naar waarheid haar verslag hebben gemaakt, dus opgeschreven hebben dat ik de vordering gewoon had bestreden, en welke vragen er waren gesteld en welke antwoorden ik had gegeven. Daardoor zou het opzetje mis gaan en dat konden ze nu net weer niet hebben. Voorbedacht en opzettelijk weggelaten dus.
  2.  Het was pas na augustus 2013 dat van Meel, mijn voormalige advocaat die rechter was geworden, maar eenmaal de leeftijd bereikt dat hij moest stoppen, mij is gaan helpen om te redden wat er valt te redden, dat die daar kennis van nam en concludeerde dat een griffier verplicht is, en er dus van een ongeldige vergadering sprake was. Ook Vlaar had daar al het hoofd over gefronst, maar de volgende vraag is, wat kun je daarmee.  Pas nadat uitkwam bij uitspraak van 27-08-2008 dat de rechter (in haar woorden) beslissende bevoegdheid toekende aan het proces verbaal, was pas duidelijk wat voor vals en giftig stukje papier dat was. Nu kun je volgens een wetsartikel wijziging aanvragen als er fouten of onjuistheden in voor komen. Mijn toenmalige advocaat is daar een zaak op begonnen die in Alkmaar dus door een directe collega van van den Berg dus uit dezelfde vakgroep werd behandeld en dus mis ging, waarover later meer. Mijn advocaat, Sander Kruijt, had de aantekeningen en notities van de griffier opgevraagd, maar niets gekregen, want die waren zoekgeraakt. Na die zitting zei ik hem dat er helemaal geen griffier bij was geweest, gewoon zeker weten, dus dat er ook geen notities waren gemaakt. Kennelijk had v.d. Berg zelf het proces verbaal in elkaar geflanst, het was maar één  A viertje, heel summier, binnen een half uurtje klaar. Bekend is dat het in veel gevallen veel vaker voorkomt dat iemand, in dit geval een griffier, gewoon in goed vertrouwen dat het in orde is, even meerekent, en dat zal ook vaak om praktische redenen zijn, in onbenullige zaken, waarvan ze dacht dat dit er ook één was.
  3.  Wat Sander Kruijt toen niet deed was, zoals van Meel later wel deed, was meteen concluderen dat daarmee de vergadering en het proces verbaal, gewoon ongeldig waren. Ik kwam ook niet op dat idee, maar hij was de jurist en ik de leek. We zijn in hoger beroep gegaan wat erg snel volgde, een zitting op 27 april 2010  waar ik ter zitting heb gezegd dat er geen griffier bij was geweest. Bij die zitting was natuurlijk wel een griffier en die heeft dus ook gewoon vastgelegd dat ik heb gezegd dat er geen griffier bij die v.verg was geweest. Dat ik het heb gezegd staat dus zwart op wit, en staat dus vast. Van Meel verwonderde zich er later ten zeerste over dat geen van de drie Hof rechters, die dan raadsheer heten, maar wat drie oudere dames waren, met verder dan maar alle respect voor ze, maar die hadden daar direct op behoren te reageren, en dit nader onderzocht willen hebben. Zaten die drie dametjes nu te slapen (het was kort na de middag) of negeerden ze dit opzettelijk. Ook daarover later meer. Dit is niet  het enige proces verbaal waar in is vastgelegd dat ik die opmerking maakte, want kort daarvoor, d.d. 23-03-2010 was er een zitting / comparitie geweest in de zaak die ik zelf tegen Sweens was begonnen. In het proces verbaal staat, gezegd door mij; “Volgens mij was er geen griffier aanwezig bij de verificatievergadering. Ik hoor u zeggen dat u uit ervaring weet dat dit altijd het geval is.” . Dit benodigd wat uitleg, want ook processen verbaal zijn niet altijd erg duidelijk en begrijpelijk. De eerste zin is duidelijk genoeg, de tweede zin volslagen onduidelijk, wie hoorde daar wie iets zeggen.
  4.  Ik was er bij en weet dus uit de eerste hand wie wat zei. (ook) hier heeft een griffier (ene Ypma) zaken opgetekend en in proces verbaal vastgelegd. Zij hoorde de rechter zeggen waar de tweede zin op slaat en die rechter was nu net weer J. Blokland, die in deze zaak zijn vriend Sweens in bescherming nam en vrij vonniste, en die zei dus zoiets als waar praat u over want er is altijd een griffier bij. Hij kraamde dus onzin uit, want hij zei iets wat hij niet kon weten. Ik ben er zeker van overtuigd dat er bij hem altijd, bij iedere zitting een griffier aanwezig is geweest en dat hij volgens de regels gaat, maar ik heb ook aangegeven dat ook hij over de grenzen gaat en het simpele feit dat hij daar zat geeft al aan dat hij bewust handelde in strijd met aanbeveling 8 zoals al beschreven. Het feit dat er bij hem altijd een griffier bij was, zei natuurlijk niets van wat er bij anderen plaatsvond, en mensen zijn wezens die zich fysiek  kunnen verplaatsen, en als deze Beumer zich niet naar de v.verg. vergadering had verplaatst, omdat R.C. van den Berg haar niet gevraagd had, of gezegd dat het een onbelangrijk dingetje was, waar ze niet bij nodig was, dan was ze er dus niet bij geweest. De moraal van het verhaal, waar heeft Blokland het over, het is gewoon juist heel goed mogelijk dat iemand niet aanwezig is waar die wel had behoren te zijn, en als dit wordt gemeld of aangegeven, dan had hij dit nader moeten onderzoeken. Dit klemt evenwel veel meer en sterker omdat dezelfde Blokland nota bene de R.C. van Lico Teelt BV. was, waar de Bleeker  zaak onder viel, maar hij schitterde juist door afwezigheid, waar al wat van is gezegd. Nu zijn er zaken opnieuw in discussie gebracht en een rechtszaak gaande, en roept men van waar praat die vent (ik) over het is al 11 jaar terug, maar dat ik stelde dat er geen griffier aanwezig was is in twee proces verbalen van ca. 5 jaar terug al duidelijk vastgelegd.
  5.  Van Meel stelde dat er dan gewoon sprake was van ongeldige zaken, waar uitspraken op gebaseerd waren, die volgens hem dan ook ongeldig waren, maar erg duidelijk was dit nu ook weer niet. Er zijn wel wetten tegen bedrog en valsheid in geschrifte enz. maar wetten en jurisprudentie die verder concrete handvatten boden, waren moeilijk te vinden, een soort unicum zaak dus. Duidelijk, en vaststaand is wel, dat rechters en ook curatoren die onjuist handelen en schade veroorzaken onder de verantwoording van de staat der Nederlanden vallen, die daarop aan te spreken is, wat ook met regelmaat gebeurt, en waarover later meer. Er is met mij, van Meel en Vlaar nog een flinke discussie gevoerd wat we met het gegeven van geen griffier konden. Natuurlijk zouden Sweens en van den Berg anders beweren, en niemand, wij dus ook niet, zouden kunnen bewijzen of ze er wel of niet bij was.  De sleutel zou dus liggen bij die mevr. Beumer zelf, de vraag was, zou ze onder ede de waarheid vertellen of juist het tegengestelde beweren, of, ook heel waarschijnlijk, het niet meer weten want het is al zo lang geleden en ik heb dagelijks zittingen en vergaderingen en kan dat allemaal niet meer onthouden. Ze werkt daar nog steeds, en zal zeker onder druk van collega rechters worden gezet. daar kwam dan bij dat we al meerdere verzoeken tot getuigen verhoren hadden gedaan die steeds om onduidelijke reden afgewezen werden. Ook dat is abnormaal, inderdaad zijn er redenen om af te wijzen en hebben rechters de bevoegdheid om dat te doen, maar dat wordt normaal gesproken niet al te snel gedaan. Als men recht wil doen, (dat is toch uitgangspunt)dan dienen de daartoe beschikbare mogelijkheden natuurlijk zoveel mogelijk open te staan, en zo was het ook doorgaans wel, maar bij ons dus dan toch weer even niet. Anders zou ze al onder ede zijn verhoord, nog voordat van Meel weer boven water kwam. Onze gedachte was dat deze Beumer vast wel nooit te hard rijdt of iets stouts of onwettigs doet, maar dat het waarschijnlijk net iets te utopisch is om te veronderstellen dat ze de collega’s waar ze dagelijks mee omgaat zal verlinken door de waarheid te verklaren. Inmiddels lopen er zaken waarin Sweens in een verweer stelt dat er (wel) een griffier bij de vergadering aanwezig was. Het zal dus met die dame op dit moment al dichtgezet zijn, ze zal al onder druk staan en gaan beweren dat ze er wel bij was, en dat haar aantekeningen zomaar zoekgeraakt waren, maar als we alsnog een getuigenverhoor toegewezen krijgen, zullen we het pas zeker weten.
  6.  Intussen gaan we weer terug naar die bewuste v.verg. vanwaar we wat uitstapjes verder in de tijd hebben gemaakt. Ik herinner me dat ik terug uit Alkmaar reed en er een heel vervelend gevoel over had. Alles was anders dan ik had verwacht en veelal gewoon erg vreemd. Allereerst het feit dat ik er maar alleen was, dat het alleen over Bleeker was gegaan, de vijandige houding en sfeer, maar juist weer tussen de curator en R.C. erg amicaal, en joviaal, en de bevestiging dat het absoluut onbegrijpelijk was wat de zin was van die vergadering en alle kosten en drukte er omheen, tegen eerdere besluiten in. Ook het vermeende belang voor mijzelf was absoluut niet te ontdekken geweest, en ik voelde me toch weer misleid, en had mijn tijd verprutst terwijl ik die beter had kunnen gebruiken. Daarna ging ik dus over tot de orde van de dag en dacht er niet veel meer over.  Hoorde van Sweens niets meer, ook niet van Bleeker, het gehele jaar 2004 was ik bezig het bedrijf op orde te krijgen en te houden wat moeilijk genoeg was, zonder financier, maar met hulp van HOBAHO die coulant was, maar wel veel rente berekende, maar ook daar hebben ze, toen zaken met hun uiteindelijk weer goed kwamen, nog een korting op gegeven. We wachtten dus op de afwerking en opheffing van de faillissementen, en vroegen af en toe hoe ver dit was, maar kregen geen respons van Sweens. Terwijl er nog een paar rechtszaken liepen en het nog “trouble shooten” was, was dit toch door het (vermeende) einde van de faillissementsellende dus stukken minder geworden, wat als een verademing en bevrijding voelde, ook al voelde ik me evenzogoed door Sweens bedrogen en bestolen.
  7.  Dat beide zaken, die met Sweens en die met Bleeker dus Duijsens, toch een vervolg kregen heeft de lezer natuurlijk al begrepen. Zaken met Sweens kwamen aan een einde door een uitspraak van 27-01-10, dus bijna 6 jaar later, en heb ik uitgebreid en gedetailleerd beschreven in mijn Boek “Terrorist in naam der Koningin”, waarin ook de Bleeker zaak een plek heeft maar op dat moment leek, en was ook, Sweens de grootste bedreiging. Op het moment dat ik dat boek klaar had, en heb laten drukken, was het ca. begin herfst 2009  en de uitkomst met Sweens was dus nog niet bekend. Vooral in de Bleeker zaak heeft er zich pas daarna nog heel veel afgespeeld en dit gebeurd nog steeds. Ik zal daarom in dit verhaal het gebeuren met Sweens, vrij kort beschrijven, maar nu wel meer meningen en conclusies daarbij geven, want het gaat ons er nu vooral om, om aan te geven wat er volgens ons totaal mis is, in alle geledingen. Ik zal waar moeten maken dat de titel de lading dekt. De illusie  en utopie eindigde direct na het vrede op aarde van kerst 2004. De aangetekende brieven van Sweens waren gedagtekend 27-12-2004  waarin hij ons, bestuurlijk aansprakelijk stelde voor het gehele faillissement tekort om de simpele reden, dat er niet tijdig door de z.g. oude BV.s was gepubliceerd. Volgens Sweens was dit een ernstig verzuim.
  8.  Dan schrijft hij verder o.a.; “Bij mijn beoordeling speelt op de achtergrond mee dat mevrouw Groot Klompstra en de heer Groot, als indirect bestuurder van Lico Export BV. er in 2000/2001 bewust voor hebben gekozen een belangrijke crediteur, het GUO, vanwege een meningsverschil niet te voldoen. Andere crediteuren van Lico Export BV. zijn na een activa transactie wel geheel, dan wel gedeeltelijk, voldaan. Door zo halsstarrig het GUO onbetaald te laten, werd een faillissement van de vennootschap feitelijk onafwendbaar. Dit zie ik als een bewuste keuze van mevrouw Groot Klompstra en de heer Groot.” De lezer kent inmiddels het gehele verhaal en zal zich afvragen waar Sweens zulke wartaal vandaan haalt, maar dat is wel simpel.  Net als Duijsens later deed, moest hij iets verzinnen wat volgens de wet niet mag, wat een beetje steekhoudend lijkt te zijn, en daarmee dan proberen om de rechtervriendjes mee te krijgen, die doorgaans tot een vriendendienst bereid zijn. Volgens de wet is het zo dat het niet tijdig publiceren, als ernstig verzuim geld, want de crediteuren hebben dan niet in kunnen zien dat een bedrijf er slecht voor staat. Als men daarop aangesproken wordt moet allereerst de gefailleerde bewijzen dat dit niet zo is, omgekeerde bewijslast heet dat, en buitengewoon onredelijk, maar het kan niet zo zijn dat iemand alleen daarop wordt veroordeeld. Dat was dus de reden waarom Sweens er dit GUO verhaaltje bij had verzonnen. Standaard (dus niet alleen bij Sweens), verzint men zo iets, daarna kun je er zaken tegenin schrijven wat je wil, en beschrijven hoe zaken in werkelijkheid zijn, er wordt doorgaans gewoon geen antwoord gegeven, en het rechter vriendje heeft de curator vaak aan zijn zijde en het is bingo, zoals bijvoorbeeld bij de eerder beschreven zaak met de vishandelaar.
  9.  Wat daar verder van is, ik was er nooit gerust op geweest en had er uiteraard zeer veel spijt van dat ik me door Sweep (niet te verwarren met Sweens)uiteindelijk toch om had laten praten, allereerst om überhaupt tot een (chantage) regeling te komen, en ook en vooral dat het niet in de vaststellingsovereenkomst was opgenomen dat Sweens duidelijk de toezegging had gedaan, dat daarmee de kous af was, en zaken snel zouden worden beëindigd. Voor iemand die als uitgangspunt heeft om normaal afspraken na te komen, was het volstrekt onbegrijpelijk hoe iemand zo gemeen en onbetrouwbaar kon zijn. Daarbij totaal gevoelloos, in feite gewoon sadistisch, met plezier iemand ten gronde richten, en lekker de eigen zakken vol stelen met behulp van de rechter commissarissen, die in alles meegaan. Zonder enige scrupule, dus wat zaken bij elkaar verzinnen, wetende dat die uit de eigen grote duim zijn gezogen. Ik heb dan mogen ervaren dat Sweens zeer bedreven in die zaken is, maar ook dat die vooral het spel speelt in zijn netwerken, en in de elite clubjes. Daar komen we nog op terug. Hoe wijdverbreid deze praktijken zijn kan ik niet beoordelen, zelf denk ik dat het bij een flink percentage curatoren gewoon standaard is om hun slachtoffers in koelen bloede uit te zuigen, dit ook doorgaans niet ten behoeve van crediteuren maar tot eigen gewin.
  10.  Om te weten hoe diepgeworteld dit soort praktijken zijn, zou pas door een gedegen onderzoek aan het licht kunnen komen,  maar van alles wordt onderzocht behalve dit. In ieder geval leest u hier mijn verhaal, waar niets bij is bedacht en verzonnen. Of mijn ervaringen een extreem geval zijn, en een slechte tref of dat het de doorsnee praktijken zijn kan ik dus niet zeggen. Er zullen ook vast wel goede uitzonderingen zijn, maar inmiddels weet ik ook dat Sweens niet op zichzelf staat en ook dat er in andere regio ook soms hele rare dingen gebeuren die met recht doen niets van doen hebben. Ik heb al beschreven dat  er al zeker meer dan 50 jaar kritiek op de zeer verouderde faillissementswet is, en er al allerlei aanbevelingen zijn gedaan voor veranderingen en er al wetsontwerpen in concept zijn geweest, maar dan wisselde of viel er weer een regering, en kreeg de lobby om niets te veranderen weer de overhand.  De groep die deze steel en graai cultuur in stand wil blijven houden is groot en invloedrijk. Daar komt dan vooral bij dat er een constante tegen hetze is geweest, waarbij het woord faillissementsfraude alleen geldend was voor de kennelijk grote groep slechteriken die de maatschappij beduvelden met wat men onder de totale noemer samen vatte van gesjoemel met BV. tjes.
  11.  Ik zal dan weer niet ontkennen dat dit gebeurde, en in sommige gevallen ook puur crimineel was, maar die gevallen waren natuurlijk te herkennen, en te bestrijden met daarop gerichte maatregelen. Mijn stellige overtuiging echter, is dat dit veel groter werd gemaakt dan het was, en een soort hetze en hersenspoeling was tegen ondernemers in het algemeen, en de loozers die het niet bol konden werken. Bekend is dat grote groepen mensen, in de wat linksere gelederen het al helemaal niet op ondernemers hebben, ook speelt jalousie aangaande de succesvolleren, en minachting voor de loozers, dus de anti ondernemers sfeer behoeft men alleen maar te voeden, dus de ene na de andere wet is wel aangenomen, zodanig dat men gewoon door is geschoten, met bv. een onzinnige overwaardering van het publiceren bij de kvK. en allerlei van dat soort zaken. Vanuit de curatoren lobby blaast men die vuurtjes wel verder aan, en manifesteert men zich als een soort misdaadbestrijder, en doet men daarbij nog een portie zielig, omdat er volgens hen vaak zo weinig in een faillissement aan baten zit, dat ze hun kosten er niet uit kunnen halen. Niet dat dit niet voorkomt, maar dan wordt het faillissement snel opgeheven, maar het wordt vooral steeds weer herhaald om zielig te doen en te camoufleren dat ze doorgaans (vooral die van de grote faillissementen) de Balkenende norm gemakkelijk en royaal weten te overschrijden. Het zou zo zijn dat er bij één op de drie failliete BVs. zogezegd fraude wordt gepleegd, maar onduidelijk is en blijft wat daar dan onder wordt verstaan. het zal immers zo zijn dat men bv. ons en de voornoemde vishandelaar daar ook toe rekent, terwijl in mijn beleven de curator daar juist de fraudeur is. Als zoiets onvoldoende is onderzocht, of niet op de juiste criteria, dan leeft iets een eigen leven, en dan is er op zo een cijfer veel af te dingen. Dat neemt niet weg, dat er twee derde kennelijk geen fraudeur is, dus evenzogoed een royale meerderheid.
  12.  Failliete mensen en BVs. zijn daarbij gemakkelijke prooien, uitzonderingen als echte fraudeurs en echte eigen schuld (b.v. door gokken  of verslavingen) daargelaten, gaat men een die situatie al door een diep dal, als het mislukt met het bedrijf, en je daardoor alles kwijt raakt. Je gaat je een loozer voelen, anderen gaan je links laten liggen, vaak door al die zaken ook relatieproblemen, en zoiets is dan al doorgaans een aantal jaren gaande, zaken waar je Depri van wordt als het nog niet bent.  Terwijl curatoren hun slachtoffers gevoelloos slachten (met goedkeuring van de R.C.s) bekommeren die mensen zich vaak juist wel om de mensen die ze niet hebben kunnen betalen, en voelen zich daar miserabel onder (dat gevoel ken ik dus), dus die mensen zijn vaak mentaal niet in staat om op enige wijze terug te vechten, en ook hun financiën zijn doorgaans snel uitgeput. Het zijn dus gemakkelijke slachtoffers, die zich ook vaak schamen voor hun situatie, en er met weinig mensen over kunnen praten. Er is weinig hulpverlening op hen als groep gericht, maar ze zijn vaak ook terughoudend en te trots om bij instanties aan te kloppen, en ze zijn totaal ongeorganiseerd, en terwijl media en televisie alle soorten van zielige personen uitvergroot, krijgt deze groep eigenlijk nooit een soort positieve aandacht.
  13.  In onze beleving doet de maatschappij deze best wel grote groep hier op allerlei gebied te kort, wat een typisch Nederlandse aangelegenheid is.  Dat is vooral bevreemdend omdat je maar een beetje over de grenzen behoeft te kijken en je ontdekt dat daar veel zaken veel beter geregeld zijn.  Bij veel landen o.a. U.S.A. wordt ingezet op behoud van een bedrijf (chapter eleven) en hebben ondernemers (in algemene zin) een veel grotere achting, en wordt hen vaak een tweede kans gegund, en de mogelijkheden daartoe geboden.  Ook zijn de kosten van curatoren, die vaak in staatsdienst zijn, veel lager en de opbrengsten voor de crediteuren veel hoger, wat dus veel effectiever en menselijker systemen zijn, maar wat op allerlei manieren de maatschappij ten goede komt. Mensen die een onderneming zijn gestart zijn mensen die noodzakelijk en belangrijk zijn voor een land. Ook al zijn er eens zaken mis gegaan, dan hebben ze nog steeds de ondernemers mentaliteit, en daarbij een flinke dosis ervaring opgedaan. Ook mensen zijn een soort natuurlijke bron voor een economie, we spenderen grote bedragen in opleidingen voor de jeugd, en gelijktijdig worden mensen die veelal door pech en foute keuzes, het niet hebben weten te redden, onnodig door dezelfde maatschappij nagenoeg uitgeschakeld. Terwijl Nederland geld als handels en ondernemers natie zijn dit soort zaken nog steeds niet tot het besturende deel doorgedrongen, wat ons ieder jaar een aantal miljarden kost. Alleen wat curatoren kunnen wat meer en vaker op wintersport. Daar los je de crisis niet mee op.
  14.  Al eerder hadden we aangegeven dat Sweens mogelijk van plan was om volgens afspraak zaken af te werken, maar kennelijk vooral door de brief van 23-03-2004 die hij van Duijsens ontving, op andere gedachten is gebracht. Die aanname is beslist waarschijnlijk, wat niet wegneemt dat hij er zelf over ging, en besliste. Voor Sweens was het zo dat hij 50.000 binnen had gekregen en voor ca. 20.000 had gedeclareerd, en dus nog geld in de pot had. Dat kon hij aan GUO uitbetalen die de enige preferente crediteur was, en daarna het faillissement opheffen, maar beter voor hem was om meer declareerbare uren te creëren totdat het bedrag op was. Daarvoor was het natuurlijk geknipt om een rechtszaak tegen ons te beginnen, om enigermate verantwoord het bedrag in de eigen zak te laten verdwijnen. We hebben het dan over een bedrag (de totale 50.000) waar een normaal mens (en geen minimumloner), een jaar voor moet werken, wat pakweg 1200 uren werken is, maar wat Sweens in 200 uren wegschrijft. Daarbij kan hij zijn uren naar boven af afronden, de secretaresse en bv. assistent Mekkelholt uren laten maken die hij zelf declareert. Er vindt soms wel een beetje controle plaats, er moeten wel staatjes zijn die echt lijken, het moet er natuurlijk niet duimendik bovenop liggen, maar met een beetje tactiek en ervaring is sjoemelen  toch gemakkelijk en vrij risicoloos. Erg integer is het natuurlijk niet en steekt dan ook wel heel schril af tegen het licht van de heksenjachten die momenteel gaande zijn, bij politici etc. als er een paar bonnetjes niet in orde zijn. Die hebben gewoon het verkeerde vak gekozen. Als we het verhaal straks verder gaan vervolgen, zullen we ook duidelijk op de rol van de R.C.s ingaan die we gewoon de diefjesmaat noemen. Dat we dit op zelf door mij  beleefde feiten baseren, zal dan ook duidelijk gaan worden.
  15. Het vermeende geschil met GUO was dus puur verzonnen, en het daarom halsstarrig het GUO onbetaald laten, wat een fout en verwijtbaar opzetje van ons zou zijn, waardoor het faillissement onafwendbaar was, was gewoon onjuist, zoals ook bekend bij Sweens, en puur verzonnen, maar het niet gepubliceerd hebben was in feite nog belachelijker maar gestoeld op een onzinnige wet. Men is verplicht om een jaar na het boekjaar gepubliceerd te hebben, maar in een jaar kan er zoveel gebeuren dat je nooit echt na kan gaan of een bedrijf nu problemen heeft of niet. Te snel bedrijven uitsluiten en naar de concurrentie toe spelen werkt ook niet, terwijl ook maar weinig ondernemers die cijfers consulteren ook omdat ze veel te weinig houvast bieden, en onduidelijk zijn, een zwak bedrijf blijft gewoon bestaan en een sterk bedrijf kan een paar calamiteiten oplopen en gaat onverwacht onderuit. Daar komt dan bij dat boekhoudingen heel vaak niet kloppen, bv. doordat oninbare vorderingen nog als vordering staan, of dat voorraadwaarderingen onjuist zijn. Zo een wet kan ook alleen maar bedacht worden door lieden (wetgevers) die niet werden gehinderd door veel kennis van zaken, maar wel opgefokt waren tegen ondernemers en dachten dat ze een soort ei van Columbus hadden bedacht, terwijl in ons beleven het wel of niet publiceren, nauwelijks iets aan zaken toe of af doet. Als zo een wet er eenmaal is zit je er doorgaans aan vast met alle ellende van dien.
  16.  In ons geval waren er evenwel gewoon andere zaken aan de orde. Er werd normaal altijd gepubliceerd, door de boekhouder verzorgd, maar nadat de oude BV.s op non actief waren had niemand meer belang bij publicatie een jaar later gedaan. Dan zouden we faillissement gewoon gaan voorkomen, wat dus niet is gelukt zoals beschreven. Daarbij zaten we financieel erg moeilijk met steeds achterstanden bij de boekhouder, die dus terughoudend was om werk voor ons te verrichten, waarbij werk voor de doorgestarte BV. prioriteit had, boven dat van de lege, niet meer functionerende BV.s. Toch is er op verzoek van GUO (om met elkaar tot een regeling te komen)  nog een concept boekhouding op schrift gesteld. Een officieel rapport enz. behoefde niet direct, en kwam er ook niet van maar om een samenvatting naar de KvK te sturen had best gekund en weinig meerkosten gegeven maar daar is dus gewoon niet aan gedacht. We zouden immers ook met GUO tot een regeling gaan komen, faillissement zou nooit aan de orde gaan komen. Als we dan iets ingeleverd zouden hebben, waar totaal niets van klopte was dit evengoed goed geweest, want als er maar gepubliceerd was dan was het goed. Dat is ook het bizarre, controle of de cijfers juist zijn wordt niet gedaan. Als iemand misleidende cijfers publiceert is hij gevrijwaard van de aasgieren die zich er bij niet publiceren op storten. Dan zou dit dus ook gewoon niet hebben kunnen spelen als we eerder failliet waren gegaan. Juist omdat we met alle crediteuren probeerden tot regelingen te komen was er ca. 20 maanden verstreken na de doorstart. Gewoon de zaken failliet laten gaan per 01-07-2001, was voor iedereen slechter tot veel slechter geweest, maar juist voor ons veel beter.  In de praktijk was het dus een onzinargument dat door te laat (of niet) publiceren we crediteren benadeeld konden hebben, in de praktijk wordt dit dus oneigenlijk uitgebuit. Dan hier nog aanvullend iets bij gesteld, Ons bedrijf was van de omvang dat we maar beperkt behoefden te publiceren, wat de zaak nog veel opgeklopter maakte. Ook dat argument is aangevoerd maar kreeg nooit reactie. Verzekeringen met woekerpolissen zijn allemaal slechteriken, maar op deze manier de wet misbruiken mag weer wel, en is prijsschieten voor curatoren, want curatoren gelden als de goeden.  
  17.  In zijn brief stelde Sweens dat hij ons voordat hij ons officieel aansprakelijk stelde, in de gelegenheid stelde om ons standpunt te vernemen, een geval wij meenden niet aansprakelijk te kunnen worden gehouden wat hij dan binnen twee weken wil vernemen als gemotiveerd standpunt op schrift. Dit is enerzijds wel standaard, maar niet met de bedoeling om op basis daarvan tot een objectief oordeel te komen, maar om alvast te weten wat de verweren gaan zijn, en daar alvast een tegenargument tegen te verzinnen, op basis van nieuw bedachte en verzonnen leugens. Dat bleek dus ook precies zo te zijn zoals later bleek. D.d. 8 januari ging er een brief van mij de deur uit naar Sweens, ik herinner me de datum en dat het pakweg 8 kantjes was, maar vind hem even niet terug. Ik probeerde het redelijk zakelijk te houden maar enige emotie klonk natuurlijk wel door want ik was gewoon heel erg boos. Uiteraard stelde ik dat hij gewoon een harde toezegging had gedaan, ook dat het niet tijdig publiceren van geen enkel belang was, met de hier voorgaand beschreven argumenten, en dat er niets van een conflict was met GUO, maar dat ze eerst toegezegd hadden tot een regeling bereid te zijn, het toch aan een incassobureau uit handen hadden gegeven enz. En dat er later toch weer een opening was, die onbegrijpelijk zomaar weer was dichtgetimmerd, maar natuurlijk wist Sweens dit allemaal al lang.  
  18.   Ook dat er van bevoordeling en benadeling van verschillende crediteuren geen sprake was, we werkten immers met iedereen een regeling uit, ook met GUO, en dat er betalingen en regelingen plaatsvonden was allemaal pas een jaar na de doorstart. De reactie van Sweens kwam per brief van d.d. 10 maart 2005. Alinea  3 en 4 geef ik hierna weer; “Verkort weergegeven, stelt de heer Groot in de brief dat iedere aansprakelijkheid door u, hem en Evereg BV. wordt afgewezen. In zijn uitvoerige betoog voert de heer Groot hiertoe een aantal gronden aan. Ik heb de brief van de heer Groot en de daarin opgenomen stellingen bestudeert en ben tot de conclusie gekomen dat hij geen steekhoudende feiten heeft geleverd op grond waarvan zou moeten worden geconcludeerd dat u, de heer Groot en Evereg BV. niet aansprakelijk zouden kunnen worden gesteld voor wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur”. Met die passage veegt hij dus alle argumentatie van tafel en gaat op geen enkel argument inhoudelijk in. Dan de volgende alinea; “Bij deze deel ik u derhalve mede dat ik als definitief standpunt inneem dat u, de heer Groot en Evereg BV. uw taak als bestuurder kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld. Op grond van artikel 2.248 jo.2.11 BW stel ik u bij dezen formeel aansprakelijk voor het tekort in de faillissementsboedel van Lico Teelt BV.”.  Ik citeer overigens uit de aan mijn vrouw gezonden brief, ikzelf, mijn vrouw, en Evereg BV. (de holding mij) kregen afzonderlijke aangetekende brieven.
  19.  De laatste alinea citeer ik ook nog maar even: “Mocht ik binnen voornoemde termijn niet, althans afwijzend, van u vernemen, dan zie ik mij genoodzaakt om een gerechtelijke procedure tegen u aanhangig te maken. De hiertoe benodigde dagvaarding is door mij reeds in concept opgesteld. Ik zend deze als bijlage bij deze brief. In de conceptdagvaarding kunt u tevens lezen waarom ik van mening ben dat de door u gestelde gronden niet kunnen leiden tot afwijzing van de door mij gestelde bestuurdersaansprakelijkheid”.  Inderdaad was er een z.g. concept dagvaarding bijgevoegd. Daarin werd ijzeren Heinig herhaald, dat het zo een ernstig verwijt was, dat we de termijn van publiceren een paar weken hadden overschreden, en werd het eerder geschrevene aangaande GUO letterlijk herhaald, en moet er als vaststaand worden aangenomen dat “gedaagden” hun taak kennelijk onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden van Lico Teelt BV. voor zover deze niet door vereffening van de overig baten kunnen worden voldaan.  Onder de kop “Verweren en gronden” geeft hij 5 punten uit mijn brief aan (er waren er veel meer) zoals (verkort) 1.  Afspraak was na regeling geen bestuurdersaansprakelijkheid, 2. We zouden dan ook nooit hebben getekend, 3. Er is niet gepubliceerd uit overmacht, de boekhouder wilde eerst geld. 4. Onbelangrijk verzuim, niemand kon meer enig belang bij publicatie hebben, 5.  Geen meningsverschil met GUO.   Dat op allerhande andere verweren enz. niet in werd gegaan werd dus als het ware gecamoufleerd. Vervolgens gaat Sweens dan op die vijf zaken in, hij stelt dat hij niets in de overeenkomst wilde zetten m.b.t. bestuurdersaansprakelijkheid, en dat ik wél heb getekend. Bij de afspraken die daarover waren gemaakt, in het eerste deel beschreven, waren drie personen aanwezig, Sweens zelf, advocaat Sweep, en ikzelf. Het was ongelofelijk voor mij dat Sweens zo zonder enige scrupules en morele belemmeringen, en alleen om de eigen zak te vullen, er zo grof en onbehoorlijk op los loog. Dat deed hij natuurlijk niet alleen bij mij, maar hij doet het bij alles en iedereen en dus ook al zijn gehele leven lang. Sweep was dan met de waarheid bekend maar was inmiddels overgelopen naar het meer lucratieve kamp van Sweens, zoals we later nog gaan vernemen. Van overmacht zou dan ook geen sprake zijn, volgens Sweens, want we hadden “al dan niet met de boekhouder een oplossing moeten vinden”, met verwijzing naar een uitspraak van het Hof van s”Gravenhage, 30 jan. 2001. JOR 2001/62. . Dan was het geen onbelangrijk verzuim, want het verzuim was per definitie gewoon heel ernstig. Dat had immers onze wetgever eens bepaald, ook al had niemand er enig belang bij, (volgt u het nog?) Aangaande GUO herhaalt Sweens zijn oude retoriek nog eens. Zoals gesteld, hij wilde eerst een verweer hebben zodat hij dat in een dagvaarding mee kon nemen, in een bestrijding van die zaken.
  20.  Per brief d.d. 14 maart 2005 reageerde ik daarop, pareerde de beweringen van Sweens en ging op alle zaken nader in. Dat Sweens me gewoon maar wat zou laten praten en alles aan elkaar vast zou gaan en blijven liegen, en dat hij gewoon heel onbetrouwbaar en gemeen was, en dus zou blijven, was mij inmiddels duidelijk, maar een curator heeft een toezichthouder, een echte rechter, die zorgvuldig is geselecteerd op basis van zijn deugdzaamheid en onkreukbaarheid, en die heeft zijn trouwheid aan de koning(in) en aan de (grond)wet gezworen, en dus kan worden verondersteld, dat hij / zij een goed mens is, het bovenlaagje van de mensheid dus. Of Sweens ook mijn vorige brief met beide RCs, had gedeeld was mij onduidelijk en onbekend, maar van deze brief, die zowel oude als nieuwe argumenten bevatte, heb ik een kopie rechtstreeks naar de rechter commissarissen gestuurd.  t.a.v. v.d. Berg (van Lico Export), naar Blokland (van Lico Teelt) weet ik niet zeker, maar denk ik ook.  In de brief  had ik o.a. ook verzocht om alleen Blokland R.C. te laten zijn, omdat ik v.d. Berg was gaan wantrouwen. D.d. 23-03-2005 kreeg ik de navolgende reactie van rechter Commissaris mr. H.A. van den Berg; “Geachte heren Sweens en Groot, Hierdoor bevestig ik de heer Groot de goede ontvangst van een kopie van zijn brief d.d. 14 maart 2005 aan de curator in bovengenoemd faillissement mr. Sweens. Voorts bevestig ik mr. Sweens de goede ontvangst van zijn brief van 21 maart 2005 waarin laatstgenoemde laat weten binnenkort aan een inhoudelijke beoordeling van het eerstgenoemde schrijven te zullen toekomen”.      “De brief van de heer Groot is gericht aan de curator, zodat het thans niet op mijn weg ligt hier nader op in te gaan (afschuifsysteem!). Vooralsnog volsta ik met de mededeling dat ik in het gestelde in het schrijven van de heer Groot geen aanleiding zie mij als rechter commissaris terug te trekken, zoals de heer Groot kennelijk bepleit op pagina 5 van zijn brief”.    hoogachtend  H.A. van den Berg   rechter commissaris.  Die brief maakt mij duidelijk dat mijn illusie, dat ik een beroep deed op een goed en eerlijk mens, die toezicht hield op een slecht en oneerlijk mens, een complete illusie was. De indruk van twee handen op één buik, was gewekt, en werd later, zoals we zullen zien, verder bevestigd. De verwachting dat die R.C. een juiste inschatting van de feiten zou maken en de agressie zou stoppen bleek utopisch.
  21.  Dan van belang een briefje van Sweens, wat hij verzond naar de beide RCs. d.d. 26 april 2005. (maand later) waarvan een kopie naar ons verzonden. Ik citeer ook dit briefje; “Edelachtbare heer,   In zijn brief van 14 maart jl. geeft de heer Groot in bloemrijke en robuuste bewoordingen zijn visie op mijn standpunt dat het niet tijdig deponeren van jaarrekeningen op grond van de wettelijke bepalingen leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid. Alhoewel ik de strekking van de brief van Groot begrijp, zie ik geen steekhoudende argumenten om van aansprakelijkheid af te zien.   Ik handhaaf derhalve mijn standpunt en zal binnenkort met u in overleg treden om de verdere voortgang te bespreken.   Een kopie van deze brief zend ik ter kennisneming aan de heer Groot.”   Hoogachtend,  A.J.J. Sweens    curator.  Het zou zo behoren te zijn dat een R.C. in het kader van zijn toezichthoudende rol, een eigen beoordeling zou behoren te maken op basis van alle zaken en argumenten die ik had beschreven. Zo ging het in onze zaak dus niet, en zo zal het dus in andere zaken ook niet gaan. Duidelijke conclusie, van toezicht en objectieve beoordeling door de RC was (en is) geen sprake. Als alle zaken duidelijk zijn belicht en veel zaken in tegenspraak met elkaar zijn, dan neem je je verantwoording en fluit je de curator terug.  Dit maakt ook duidelijk dat er in feite van een cultuurpatroon sprake is wat geldend is, binnen de z.g. Handels en Insolventievakgroep. Overduidelijk twee (of drie) handen op één buik. Sweens ziet mogelijkheden om weer eens iemand te pakken te nemen, dus dat faciliteren we als R.C. zonder bedenkingen, en dat hier twee RCs bij zijn betrokken versterkt echt het beeld van een cultuur, en nu het in mijn beleven gewoon dieverij is, de cultuur van dief en diefjesmaat. Sweens had die brief van 26 april 2005 apart geadresseerd, één naar van den Berg, en één naar Blokland. Die brief maakt dus duidelijk dat Blokland op dat moment nog RC.  is, en dat ze die brief zullen hebben gekregen, dus met mijn brieven bekend waren, en er op dat moment beiden nog actief bij betrokken.
  22.  We gaan hier nog even op door want daarna heb ik nog een paar maal een brief geschreven naar R.C. van den Berg.  Er moet nog een latere brief terug zijn gestuurd door v.d. Berg, als antwoord(je) op latere brieven, maar ik wil er één citeren van 3 juni 2005 ´  “Geachte heer Groot,    In aansluiting op mijn brief aan u van 28 april jl. (overigens nooit gezien) bericht ik u , na daartoe overleg te hebben gevoerd met de curator mr. Sweens, als volgt.     Voornoemd overleg heeft uitgewezen dat de curator vooralsnog het standpunt inneemt dat er voldoende gronden zijn voor aansprakelijkheidstelling zoals aan u gemeld. Vooralsnog zie ik geen aanleiding de curator niet te steunen in dat standpunt.     Niettemin lijkt het raadzaam deze kwestie in eerste instantie verder te behandelen door middel van onderling overleg, opdat alle relevante feiten en omstandigheden goed over het voetlicht komen. In dat verband wil ik u voorhouden u van juridische bijstand te voorzien. Voor een goede behandeling van de gecompliceerde onderdelen van deze kwestie lijkt mij dat onontbeerlijk. Het is mijn verwachting dat daarmee aan  beide zijden een beter begrip zal ontstaan in de gegrondheid van de standpunten en ook een wederzijds begrip zal ontstaan voor de-alsdan in te nemen-standpunten”.     Vriendelijk verzoek ik u in contact te treden met de curator omtrent de wijze waarop u een en ander verder wenst te behandelen. Vooralsnog wacht ik de berichten van de curator dienaangaande af.”  Deze brief opende dan dus echt mijn ogen.
  23. Vrij vertaald schreef van den Berg zoiets al, reken er maar op dat, ongeacht wat je ook schrijft, en wat de feiten zijn, ik de curator zal steunen en faciliteren. Dan had hij het over gecompliceerde onderdelen, totaal onduidelijk waar hij het over had, zaken waren juist heel simpel, en de R.C. had alles op schrift en wist dus ook dat ze in commissie alles aan elkaar vast logen en fantaseerden, maar dan komen er vreemde zaken aan de orde. De R.C. is kennelijk toch begaan met mijn lot, en gaat goede adviezen geven, wat niet direct zijn taak is, en ook vreemd en uitzonderlijk is.  Ongeveer iedereen zal toch wel in staat zijn om een advocaat in de hand te nemen als dit van belang en aan de orde is. Wat mij betrof behoefde hij het niet zo te camoufleren, hij had ook gewoon kunnen schrijven, zoiets als, we vinden dit een goede aanleiding om je nog een keer een bedrag uit je knip te chanteren, ga maar middels een advocaat met Sweens aan tafel, dan gaan we nog weer een keer van Jetje, de eerste maal lukte het goed, dus waarom niet nog een rondje. Dat deze R.C. gewoon duidelijk en namens Sweens daar op aan stuurde, maakte me wel heel erg boos. Dit was dan ook de eerste aanzet tot een nieuw chantage rondje, in de tijd tot aan augustus 2006,  zijn we daarna door Sweens er ook herhaaldelijk toe aangezet, om op de knietjes naar Sweens toe te komen, en een schikking te bewerkstelligen. Ik had me stellig voorgenomen om me niet nog een keer door het onbetrouwbare sujet te laten chanteren.
  24.  Dan heb ik ook nog een kopie van een briefje wat van den Berg heeft verzonden aan J.J. Tijms, dus niet aan mij maar aan een crediteur.  Die brief is van 14 december 2007, dus van pakweg 2,5 jaar later, toen de rechtszaak die Sweens uiteindelijk begon al 1,5 jaar gaande was. De aanleiding was dat crediteuren me vroegen waarom ik de eerdere afspraken niet na kon komen. Ik heb toen in 15 pagina’s tekst beschreven dat ik zodanig door de curator werd gechanteerd, misleid, belogen en bestolen, en daardoor zoveel extra kosten en schade opliep, dat Sweens, die er voor de crediteuren behoorde te zijn, er de oorzaak van was dat we die afspraken niet na konden komen. Daarop vroegen ze Sweens om uitleg, en ook de R.C. d.d.  14 december 2007 ontving Tijms het navolgende briefje; “Geachte heer Tijms,   Hierbij bevestig ik de goede ontvangst van een afschrift van uw brief aan de curator mr. Sweens d.d. 3 december jl.     Inmiddels ontving ik van de curator een reactie op uw eerdere brief van 10 november jl.    Voor de goede orde meld ik u dat, gelet op de stukken die mij in het dossier ter beschikking staan, ik het standpunt van de curator ondersteun. Nu het tot de taak van de curator behoort ten behoeve van de schuldeisers vermogensbestanddelen voor de boedel te vergaren, zie ik voorhands ook niet in op welke wijze mr. Sweens uw belangen zou schaden.    Ik ga ervan uit u met het bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd.    Hoogachtend,  H.A. van den Berg   rechter-commissaris.     c.c. mr. A.J.J Sweens. Deze R.C. stelt dus dat hij het hele dossier heeft bestudeert dus hij weet van de hoed en de rand, wat we dan maar voor waar aannemen. Hij heeft dan geen enkele op of aanmerking, Sweens doet alles volgens hem prima, Sweens is gewoon lekker en goed bezig ten behoeve van de schuldeisers dus ook ten behoeve van u, sorry meneer Tijms, waar praat u over, en hoe komt u daar allemaal bij.

221..  Terwijl  zaken dus duidelijk en goed waren beschreven, en onderbouwd, en zaken in een 15 pagina tellend verslag waren beschreven, waar inhoudelijk op gereageerd had moeten worden, en Sweens (en de R.C.) niet door één, maar vier crediteuren om uitleg was gevraagd, en feiten duidelijk en klip en klaar waren, was dit de wijze waarop deze crediteuren, dus degenen waar ze zich voor inzetten en mee begaan zouden moeten zijn, gewoon afgepoeierd, en afgescheept, en met het bekende kluitje in het bekende riet gezonden. Dan wordt er wel eens gezegd en geschreven dat een R.C. maar weinig tijd heeft voor zijn zogezegde toezichthoudende rol. Het zal daarbij per faillissement veel verschillen, maar hier stelt hij zelf dat hij alles heeft bestudeert. Dit kan waar zijn, maar waarschijnlijker is dat hij gewoon door dik en dun alles wat Sweens doet steunt en faciliteert.  Er is eigenlijk niets anders van te maken, als dat ze in feite een minachting tonen, niet alleen voor gefailleerden, maar ook voor de crediteuren, en iedereen die niet tot hun elite behoren, standaard maar wat laten praten, niet serieus nemen en er als het zo uitkomt van tussen nemen. Hier is ook uit op te maken dat ze volledig, en door niemand gehinderd hun gang kunnen gaan, zolang ze het maar samen doen, en samen is dat de diverse rechters, en curatoren, er allemaal zo ongeveer dezelfde methoden op na houden. De R.C.s en curatoren moeten wel met elkaar staan, geen klokkenluiders of spelbrekers in de groep hebben, maar als er al iemand zou zijn die wél netjes en correct met de medemens om wil gaan, dan heeft die vrijwel niemand waar hij met zijn verhaal of klacht terecht kan. Publiciteit zou verandering kunnen brengen, maar in feite is een radicale wetswijziging noodzakelijk, en de lobby zal terugvechten.

  1.  Het is derhalve wel een goed moment om nog eens goed te benadrukken wat hier plaats vindt en wat men iemand aan doet. Deels spreek ik voor mezelf en in hoofdzaak voor anderen, want het kan  niet anders dan dat de groep gedupeerden groot is. Er van uitgaande dat alle gevallen verschillen, ook de curatoren en de R.C.s, maar waarom zou onze zaak niet exemplarisch zijn?. De eisen of zeg maar aantijgingen  zijn niet zomaar een klein dingetje, de gehele opzet is om hun slachtoffer in zijn privé dus (het woord zegt het al) te slachtofferen.  Gewoon aan de bedelstaf brengen, je huis uit naar een huurhuisje, als je weer wat weet te verdienen loonbeslag, met genadeloze deurwaarders aan de deur gestuurd dus door de genadeloze curator, en zijn R.C. Dan heeft een rechtszaak een grote impact op iemand zijn leven. Het is jaren gaande, men leeft in grote onzekerheid, men wordt vernederd, relaties gaan stuk, en als dit op volstrekt onterechte zaken is gebaseerd, voelt men zich daarbij nog ontzettend gepakt, en radeloos en machteloos. Als we dan van advocaten, en meer in het bijzonder advocaten / curatoren niet een te hoge pet op hebben aangaande menselijkheid en moraliteit,  dan zou men van degene die eindverantwoordelijk is, toch het omgekeerde verwachten. De geciteerde brieven spreken boekdelen. We menen er van uit te mogen gaan dat onze zaak op een paar punten van andere zaken verschillen omdat die in veel andere zaken anders zijn, want bij ons had Sweens een duidelijke en harde toezegging gedaan dat alles met de ene schikking geregeld zou zijn, toegezegd om mij over de streep te trekken zoals beschreven. Dan zal er ook in veel gevallen veel minder of geen inspanning gepleegd zijn om naar vermogen zogezegde oude crediteuren te betalen, dus als men, en met men bedoelen we Sweens en beide RCs, in ons geval al, met alle feiten bekend zijnde, en bij herhaling aan ze geschreven, dan al (in mijn beleven) als “beesten tekeer gaan”, dan zal dit toch echt wel standaard en exemplarisch zijn, en dan mag men zich afvragen hoe men zoiets zijn medemensen aan doet en waarom.

223..   Daarbij zou de wet veel beter kunnen, maar toch zit het daar niet in. Met ons geval als voorbeeld, mogelijk ook standaard, had Sweens ongeveer in één oogopslag kunnen zien dat we ons als bestuurders juist extra hadden ingespannen (en ook dat de pauliana beschuldiging  vals was) , en dat er dus geen wettelijke grondslag was. Alleen door zaken te verzinnen en feiten te verdraaien en daarbij rekenen op de loyaliteit van de H en I groep van de rechters, kon hij er een zaak van maken, maar dit is niet meer en minder dan de wet misbruiken dus overtreden. De vraag is evenwel wie de hoofdverantwoordelijke is, de valsspelende curator, of zijn toezichthouder en hoeder van de wet. Weinig tijd of niet, ook een rechter, of juist een rechter weet hoeveel stress en ellende zo een rechtszaak heeft op iemand, hoe slecht het is voor zijn leefbaarheid, kwaliteit van leven, relaties, gezondheid etc. ook een R.C. kan gewoon snel en gemakkelijk zaken onderscheiden en ziet snel of er echt iets loos is, dus het z.g. “ernstige verwijt”, aan de orde kan zijn, of dat daar juist geen sprake van is, en ook in geval van twijfel zouden ze terughoudend behoren te zijn. Naar wij ervaren hebben en ook aangaande andere zaken concluderende, dan is het onbegrijpelijk maar feit, dat de R.C. als eindverantwoordelijke rücksichtslos, gevoelloos en genadeloos, en tegen beter weten in, structureel de wet overtreedt, en dit nagenoeg zonder toezicht of controle kan doen. Onder hun toezicht en controle, kunnen en mogen curatoren, sorry voor de wat stevige uitdrukking, “Als beesten te keer gaan”.  Die cultuur is al zo geworteld dat niemand zich ook maar een moment af lijkt te vragen waar hij / zij mee bezig is en of  hij / zij nu echt zo wel in elkaar zit, en of  dat is wat hij / zij nu ook wel echt willen.

224..  Nu we het er dan toch over hebben, willen we van den Berg ook op andere wijze nog even tegen het licht houden. We zullen navolgend het verdere verloop met Sweens beschrijven, en komen daarna bij de Bleeker zaak terecht, waar dit in hoofdzaak om gaat. Zonder de Bleeker zaak zou ik al weer 5 jaar een redelijk normaal leven hebben gehad en van mijn pensioen genieten, en misschien ook wel boeken zijn gaan schrijven maar dan over positieve zaken, maar we hebben al diverse zaken over het proces verbaal geschreven wat in de Bleeker zaak de hoofdrol is gaan spelen.  Daarbij vroegen we ons af  waarom zo een van den Berg (naar onze eigen wetenschap en stellige overtuiging) zich nu zo voor de kar van de curator heeft laten spannen, en toch iets heeft gedaan, wat helemaal niet kan of mag.  Opzettelijk een proces verbaal vervalsen lijkt mij voldoende om hem de laan uit te sturen. Nu worden rechters benoemd voor het leven, en is wegbonjouren een vrij lastige, maar we lezen af en toe in de krant dat daar toch grenzen aan zijn. Als rechter je vrouw afranselen, of iemand dronken overhoop rijden en dat soort zaken kunnen niet, en maken je rechter af, en bovendien zijn er sterke geluiden om hun positie te verzwakken.  Uit de geciteerde brieven blijken dan toch wel zaken die het beter begrijpelijk maken. Allereerst merk je uit de brieven dat het tussen hen heel veel “oude jongens”is, en nog meer “krentenbrood”, op basis van lange relaties en kruisverbanden, dus als Arthur zo een verzoek heeft, zegt Harrie (of Henk) niet gauw nee, en men houdt gewoon geen rekening met wat je de pakkans kan noemen, en met het soort geciteerde briefjes houden ze al jaren iedereen op afstand, en zijn ze als de elite gewend om wat met het gepeupel rond te stuiteren. Dan heb ik ook al beschreven dat er gelijktijdig (en nog steeds gaande) grote faillissementen gaande zijn, in het Alkmaarse, waar voor miljoenen aan bloembollen in grote zwarte gaten zijn verdwenen, en niemand weet hoe de buit wordt verdeeld. Al is beschreven dat ze er momenteel (als groep) toch niet gerust op zijn dat alles onder de pet is te houden, vandaar ook de al beschreven actie  om advocaat Vlaar pootje te lichten en uit te schakelen.

  1.   Genoeg over conclusies, meningen en achtergronden, het verhaal op zich gaat verder met het ontvangen van de dagvaarding in augustus 2006 nadat we op een aandringen om te gaan onderhandelen over een schikking weigerden in te gaan. Kort daarvoor had ik “out off the blue” en beslist niet meer verwacht een dagvaarding van Bleeker ontvangen. Toen was me ook al wel duidelijk dat Sweens niet tot rede te brengen was, en dat zijn R.C. hem door dik en dun steunde. Van Blokland hoorde ik verder weinig meer, die hoorde ik later opmerken dat hij zich er nauwelijks mee had bemoeid, maar dat was in tegenspraak met het feit dat hij kennelijk, op te maken uit de brief van Sweens, per d.d. 26-04-2005 nog volledig bij zaken betrokken bleek te zijn, en dus ook volledig verantwoordelijk was. Je ergens niet mee bemoeien terwijl je verantwoordelijk bent is uiteraard ook fout. Kort tevoren schreef Sweens ons nog een laatste dreigbrief dat hij de dagvaarding uit ging brengen maar ik kreeg nog iets van een week om het te kunnen voorkomen door de portemonnee te trekken. Gewoon doortrapte, laffe en gemene, en in mijn ogen ook strafbare chantage, althans voor normale burgers maar niet voor curatoren gedekt door hun beschermengelen, ook wel toezichthouders genoemd. Mijn eerste probleem was een nieuwe advocaat te vinden. Er moet binnen een bepaalde tijd gereageerd worden door je advocaat, maar mijn vorige had me gedumpt, zogenaamd omdat ik hem verweet dat hij me volstrekt onjuist had geïnformeerd, en ik hoorde de nodige verhalen langs de zijlijn, nu hij curator was in een omvangrijk faillissement waar veel viel te ritselen, en waar nu, 9 jaar later, nog steeds zaken gaande zijn. Beide zaken hebben me enorm veel tijd gekost maar dat begon al bij de aanvang, want het bleek al heel erg moeilijk te zijn een passende, gemotiveerde en ook eerlijke (onze voorkeur!) advocaat te vinden. Ik zal er zeker een vijftal benaderd hebben, maar er blijken er maar weinig te zijn die het op willen en durven te nemen, tegen curatoren en in hun kielzog, de rechtelijke macht. Een aantal was zelf ook curator, of geweest, één van hen wilde direct Sweens bellen voor een afkoopbedrag, anderen waren toevallig net erg druk,  maar het hemd leek veelal gewoon nader dan de rok. Ik vond er één die ons wel zogezegd wilde stellen, dus de eerste handelingen verrichten, voor een duizendje of wat, om tijdnood te voorkomen. Je moest eerst iemand zoeken die geschikt leek, ze benaderen, ze bezoeken, zaken voorbereiden, dus het vrat tijd, met daarbij een drukke zaak te runnen.
  2. Op enig moment kwam ons boekhoudbureau (BDO) er mee dat ze een samenwerkingsverband hadden met een advocaten kantoor in Utrecht, waar uiteindelijk iemand de Bleeker zaak wél wilde doen. Ze dachten ook dat die gemakkelijk te winnen was, maar de Sweens zaak niet. Ook van BDO  hoorde ik hun ervaringen met de Vishandelaar, en waren ze bereid om mij het adres van zijn advocaat te geven. Ik benoem hem maar als van S, uit A(msterdam). Einde van een lange zoektocht. Gewoon een correcte eerlijke vent zoals ik bv. bij van Meel er mee bekend was. Eerst beiden nog wat argwanend naar elkaar toe, wat voor vlees hebben we in de kuip, maar dat kwam allemaal goed. Ik stelde dat ik een advocaat zocht, die het met stelende en liegende curatoren helemaal had gehad, en een pesthekel aan ze had gekregen. Dit relativeerde hij wel, hij was zeker gemotiveerd, maar ook gefrustreerd, door voorgaande zaken, onder andere de vishandelaar, een zaak die toen nog lopende was.  In zo een rechtszaak schrijf je dus een memorie van antwoord waar in staat wat jouw verweer en tegenargumenten zijn, met daarna nog een rondje, daarna is er een zitting of een comparitie wat ongeveer hetzelfde is, maar het heet dat er bij comparities een schikking wordt beproefd.
  3.  Je kunt in zo een zaak van een levend gevecht spreken, 31 jan. 2007 kwam er een tussenvonnis wat alleen inhield dat er een z.g. verschijning van partijen werd gelast, een comparitie dus, dit (tussen) vonnis werd gewezen door rechter Saarloos, waarvoor we dan zouden moeten verschijnen. Die comparitie vond plaats op 18 april 2007,  waarbij ons eerste verweer was dat Sweens toezeggingen had gedaan terwijl Sweens dat bestreed. Dat één van beide loog was dus zeker. Van die zitting vond ik het proces verbaal terug, Het ging toen eigenlijk alleen over wat ze het primaire verweer noemden, want als dat slaagde kwam de rest niet meer aan de orde.  Sweens loog dus dat het gedrukt stond, dan stelde Sweens op de vraag waarom hij drie jaar had gewacht om ons bestuurlijk aansprakelijk te stellen, dat het enige maar volgens hem wel zwaarwegende feit dat er te laat gepubliceerd was, voor hem niet voldoende reden was geweest  voor bestuurlijke aansprakelijkheid. Dat was al een goedkope want dat kan volgens de wet ook geen enige reden zijn, maar toen het faillissement langer gaande was kwamen er allerlei rare en foute zaken van ons aan het licht die reden waren geweest waarom hij er toch toe over gegaan was, en daarom zat er zoveel tijd tussen. Natuurlijk behoefde hij niet te zeggen wat dat dan allemaal wel was, want hij had nog wel wat verzonnen over GUO maar verder had hij nul komma nul van ons ingebracht wat hout sneed. Van S bestreed dit en vroeg om een tussenvonnis om ons punt te bewijzen, waarop van S. vroeg of op dit vonnis hoger beroep kon worden bepaald wat werd toegekend.
  4.  Wat er bijzonder aan die zitting was, was dat die niet werd gedaan door de aangekondigde rechter Saarloos. Daar ook nooit meer iets van vernomen. De zitting was gedaan door de rechtbank president zelf, mr. van der Molen. De rechtbank Alkmaar en Haarlem zijn inmiddels gefuseerd, en hij is nu president van beide rechtbanken. Op de vraag hoe “straight” hij is, en of hij weet wat er allemaal gaande is, denk ik dat hij dit in hoofdzaak weet, dus ook wel dat de z.g. aanbevelingen in zijn rechtbank niet opgevolgd worden enz. Door Visser was een klacht ingediend waar ik bij was toen die behandeld werd. De indruk was sowieso pappen en nathouden, maar dit bewees dat hij dus ook wist wat daar zoal gaande was, en nu hij die zitting voorzat, was hij dus ook bekend met interactie tussen mij en Sweens, en zal hij zich ook een oordeel hebben gevormd. Zijn vonnis was dan ook negatief voor ons, waar bij kwam dat hij in die zitting Sweens goed aan de tand had kunnen voelen over de andere redenen waar hij over sprak, en als die er niet of nauwelijks waren, meteen beslissen dat er geen voldoende grondslag was, in plaats van er een ellenlange zaak van laten worden.  Dat zou mij bijna drie jaar procederen en pakweg 30.000 euro hebben bespaard. Alles wijst er dus op dat hij één van de club was en nog steeds is, en niet snel in zal grijpen als zaken niet kloppen of deugen. Nu we in hoger beroep konden, hebben we dat dus ook gedaan en kregen een gunstig vonnis, de rechtbank Alkmaar moest toestaan dat we bewijs konden leveren dat Sweens toezeggingen had gedaan, door oproepen van getuigen. We horen vaak van “de rechter heeft gesproken” wat dan in moet houden dat zijn uitspraak de enige waarheid is die bestaat. Dat dit geenszins het geval is wordt hier dus ook bewezen, want de uitspraak in hoger beroep van het Hof staat haaks op die van Alkmaar, dus laten we er van uit gaan dat er één uitspraak wél goed is en de andere dus niet, waarbij wij het maar op die van het Hof houden die goed is. Achteraf kun je je ook afvragen waarom van der Molen, ons niet de gelegenheid wilde geven om ons verweer te bewijzen. Het is toch goede rechtsgang om bewijsvoering toe te staan. het wekt toch wel de schijn dat hij voor Sweens en tegen ons was. We hebben beschreven wat er in aanbeveling 8 stond, en zijn van mening dat, als een curator iemand bestuurlijk aanspreekt, dat die zaak eigenlijk niet eens door dezelfde rechtbank dient te worden behandeld die ook de R.C. levert, die de curator heeft gefaciliteerd.  
  5.  Het zijn zaken van ca. 5 tot 8 jaar terug, ik had alles niet helemaal helder meer maar heb de stukken er nu weer bij. Het bewijs moest van 3 getuigen komen, mezelf, Sweep en Siebelt. Uiteraard was Sweep de  belangrijkste. Siebelt was natuurlijk niet bij de bespreking geweest, maar die had wel rechtstreeks contact met Sweens gehad, waarbij niet over bestuurdersaansprakelijkheid was gesproken, maar wel over de afspraak van snelle beëindiging, wat niet kan als je een rechtszaak begint. Dan had ik overlegd met Siebelt, en gezegd dat alles aan een eind zou zijn, als we instemden met de schikking. Siebelt had immers mede de doorslag gegeven om toch te schikken. Dat verklaarde hij dan ook, uiteraard geheel naar waarheid. In een later stuk van Sweens las ik dan dat hij helemaal niet over een snelle afwerking had gesproken (een van beide loog dus), en het was indirecte informatie, wat Siebelt van mij had gehoord,  en het is even wennen voor nette en correcte mensen, maar zo liegen curatoren en advocaten er op los. Onder ede liegen is dan nog weer van een andere orde en daar bleek mijn ex advocaat erg goed in te zijn, en die maakte het hele verschil. Nadat Sweep de zaken van van Meel had overgenomen moest ik steeds voorschotten betalen die snel weer op waren, en zo zal hij pakweg 20.000 euro van me gescoord hebben, voor al zijn foute handelen en adviezen. Het zou zomaar zo kunnen dat hij dit ook te lezen krijgt (dat hoop ik althans).Dan mag hij boos worden en mij (dreigen met) voor de rechter te slepen, maar zijn vorige mentor, mr. van Meel doet nu zaken voor mij, en die zal die zaak wel willen doen (of Vlaar, als ze die dan nog niet hebben weten te royeren) dus zonder advocaat zit ik niet.
  6.  Normaal gesproken zou men zeggen dat Sweep, ook al had hij mij dan gedumpt bij brief van 23-03-2004,  dan zou je toch menen dat hij geen reden zou hebben om ten nadele van mij, en ten voordele van Sweens, een mijnedige verklaring af te geven, en dat was dus precies wat hij deed, ook al zal hij beweren van niet en zal het welles nietes blijven, dus zijn woord tegen het mijne, maar een objectief iemand zal hem niet geloofwaardig achten. Het was best wel lastig voor hem, omdat hij in een brief van 25 juni 2003 aan Sweens had geschreven of hij dan, “zoals besproken” ook meteen in de vaststellingsovereenkomst op wilde nemen dat er ook geen bestuurders-aansprakelijkheid meer aan de orde zou komen. Sweens wilde dat niet opnemen, maar schreef gelijkertijd dat hij voor bestuurdersaansprakelijkheid geen aanleiding zag, maar  ik had gezegd dat het opgenomen moest, anders tekende ik niet, maar Sweep beweerde bij hoog en laag dat Sweens er toch niets mee kon. Die zaken kon Sweens, ook al was het 5 jaar later, onmogelijk vergeten zijn. Ik verdacht Sweep er al langere tijd van dat hij heulde met Sweens. Alles wijst er op dat ze met elkaar hebben afgestemd hoe ze de waarheid zouden gaan verdraaien.

231 De bewering was nu dat er in het overleg niet over zou zijn gesproken, maar dat het (alles even vaag) later in een telefoongesprek even zijdelings aan de orde was geweest, wat de passage in zijn brief zou verklaren. Er was dus niet over gesproken tijden de bespreking van 16 mei 2004, wat hij dus loog, maar alleen wat vluchtig in een of ander telefoongesprek. in het kader van wat in zijn brief van 25-06-2004 stond erg ongeloofwaardig maar er werd niet op doorgevraagd en zo kwam Sweep daarmee weg, en was Sweens gered. De getuigenverhoren waren in twee keer gehouden, intussen was het december 2008. Bij de ene was er een rechter Auwerda, bij de andere in maart 2009 door een rechter Hazeu. Van beiden heb ik daarna niet meer gehoord. De zaak leek daarna overgenomen te zijn door een rechter mr. Schipper. Intussen had ik in de Bleeker zaak een negatief vonnis ontvangen, en heb ik het voornoemde boek “Terrorist in naam van de Koningin”geschreven, waar ca. 500 exemplaren van zijn verspreid, maar ook doorgegeven en uitgeleend, dus daar zou die Schipper mee bekend kunnen zijn geweest, of het hebben gelezen. “De Terrorist”, mr. Sweens, wordt met naam en toenaam genoemd, wordt dus gewoon beschreven zoals zaken verliepen, dus hij werd (terecht) aardig door het slijk gehaald. Sweens was daar ten volle me bekend, maar had niet het lef om me wegens laster etc. aan te gaan pakken. Aangaande het voor ons positieve vonnis is het erg speculeren, en zoeken naar een verklaring waarover later meer.

  1.  Alle stukken vullen een flinke ordner, dus ik sla veel over, bij vonnis van 9 september 2009 had Schipper gevonnist dat ons primaire verweer, dankzij de mijnedige verklaring van Sweep, onvoldoende was, en dus niet werd gevolgd. Van S zag de zaak net als zijn andere “Vishandelaarzaak”al weer helemaal fout gaan. In zijn frustratie deed hij de uitspraak “Het is daar een grote “incestueuze” bende”.  Uiteraard kon ik het nogal met hem eens zijn, maar hij smeekte als het ware er om dat ik hem niet in het wilde weg zou gaan citeren. Dat beloofde ik en die belofte breek ik nu want het was de meest karakteristieke beschrijving denkbaar, in mijn beleven. Ik heb hem meer dan 5 jaar niet gesproken en hij zou binnen een paar jaar met pensioen gaan. In het vonnis van 9 september 2009 staat dan dat nu het z.g. secundaire verweer aan de orde is, daarvoor dient Sweens een z.g. Akte van tussenvonnis te nemen, op basis van alle eerder door ons gestelde verweren in memories en stukken etc. Die akte ligt naast me en beslaat 10 pagina’s klein schrift, met leugens, verdraaiingen, gerechtelijke truckjes, overdrijvingen, verdachtmakingen en het ons criminaliseren, bagger over ons heen gooien, en om alles wat wij stellen als waarheid in twijfel te trekken, en vooral roepen van “dit is onbewezen, en dat onvoldoende bewezen”.  Het is me inmiddels wel duidelijk dat zaken in feite voor Sweens erg tegenvallend waren, en we veel harder en verbetener terugvochten dan verwacht. Zijn verwachting was kennelijk geweest dat we, net als de eerdere maal, wel met geld over de brug zouden komen, of later toen de zaak al gaande was. Dat bv. Sweep mijneed voor hem zou moeten plegen, en dat hij in die akte alles uit de kast zou moeten halen zal hij niet hebben voorzien en verwacht. Zijn zaak kwam immers bij de collega’s / vrienden van van den Berg terecht, dus zonder schikking zou het ook vrij snel beslecht zijn en kon hij linksom of rechtsom zijn zakken blijven vullen. Dat liep dus niet onredelijk maar toch minder gesmeerd dan hij had verwacht, en hij moest er nog even stevig tegenaan.
  2.  De techniek van tegenwoordig maakt het mogelijk al de relevante stukken bijvoorbeeld op een website te zetten en die optie overwegen we en is open als het zover zou komen dat dit aan de orde is. De eerste 1,5 pagina beschrijft Sweens dan hoe erg het wel was dat niet (tijdig) was gepubliceerd. Dat heeft volgens hem de hoge raad ook al eens gevonden, enz. Onze verweren, o.a. dat de BVs niet meer actief waren dus dat niemand er nog belang bij had enz. daar wordt niet over gerept. De wet zegt dat het niet publiceren best één (of de) oorzaak van een faillissement kan zijn (grote onzin) en dat de bestuurder moet bewijzen dat dit niet van belang is, moest hij proberen uit te buiten, maar dat er andere oorzaken waren geweest, moest hij bestrijden. Dat die zaken er waren was overduidelijk en al meerdere malen beschreven, dus die moest Sweens bestrijden, dat levert in zijn z.g. akte 5 pagina’s schrift op. Daar gaan we dan maar; Prijsfluctuaties, Sweens betwist uitdrukkelijk dat er prijsfluctuaties waren (dit liegen we dus volgens hem) in de leliebollenmarkt. Dat is ook niet door ons bewezen en dat hadden we wel moeten doen, en als er wel prijsfluctuaties waren geweest (algemeen bekend dat de markt laat in het seizoen volledig was ingezakt) dan was dat niet in de soorten die wij teelden en ook dat bewezen we niet. Waarom Sweens dan zelf zijn beweringen niet bewees, was kennelijk omdat hij wist dat hij zaken verzon dus loog.  Daar werd dan nog een halve pagina bijverzonnen, zoals ook bij de volgende punten, maar alles meer van hetzelfde. Hoge juridische kosten, Sweens bestrijdt dat die er waren, hij weet alleen van de zaak Bleeker Smit, terwijl vast staand is dat er over  de zaken met Steijn, van der Meer (nog oude Lico BV.) zaken, is gecommuniceerd, en de z.g. Bakker zaak van hem is overgenomen, en hij wist dat een slepende en geldverslindende zaak in de familiesfeer net was beëindigd, maar hij heeft het over “ten tijde van” het faillissement, maar het ging ook en vooral om de kosten in eerdere jaren, die zich dus over de jaren opstapelden.
  3.  Dan vind Sweens dat rechtszaken in bedrijven gebruikelijk zijn (???) dus reguliere kosten, en eigen schuld dat er niet tegen is verzekerd. Natuurlijk weet Sweens ook wel dat hij wartaal uitkraamt, maar ook dat bevriende rechters hun uitspraken soms op dit soort wartaal en onzin baseren, vooral als bevriende curatoren die uitkramen. Extreem natte herfst 1998 / misoogst 1999. Daar gaat Sweens nog een stuk verder want de kranten stonden er vol van  maar onder die kop in zijn alinea 18 vangt hij aan”Eiser betwist dat de herfst van 1998 extreem nat zou zijn geweest, Hiervan is eiser niets gebleken. Enig bewijs hieromtrent is door gedaagden ook niet in het geding gebracht”. Dit soort argumentatie gaat dan een halve bladzij door, wat ik de lezer bespaar. Faillissement DEMO Holding BV. Dit betrof de z.g. familiezaak waar ik terughoudend was om er te veel over te zeggen, maar nu toch iets nader toelicht. Ik had broers in financiële problemen geholpen door hun bedrijf in een aparte BV. op mijn naam te zetten, die ze, kort gesteld, later failliet lieten gaan en mij met de brokken lieten zitten. Daarbij beschuldigden ze mij van allerlei malversaties in een rechtszaak die ik uiteindelijk wel won, maar wat een groot bedrag aan kosten opleverde. Dat faillissement was van 7 mei 1998 en die zaken waren net een paar maanden ten einde.
  4.  Niet alleen wist Sweens als geen ander hoeveel impact en kosten zo een zaak heeft, maar ook curator Planting had dit in een brief geschreven dat dit een groot bedrag had gekost. Sweens stelt daar onder andere; “Eiser betwist dan ook dat het faillissement van Demo Holding Group BV. op enigerlei wijze negatieve gevolgen voor Lico Export heeft meegebracht”. Bleeker Smit, die hadden we apart aangevoerd als een van de oorzaken van de misère, en dat was natuurlijk ook klip en klaar. Eerder hadden we het over de hoge juridische kosten, van de laatste jaren, want zo een bedrag stapelt zich over de jaren op, maar wat we over Bleeker hadden gesteld betrof vooral de opgelopen strop van enkele tonnen euro’s door veel te weinig oogst en te klein dus incourant. Sweens stelt dat wij die vordering niet langer betwistten(onzin). Sweens betwijfelt of de door ons gestelde fouten zich daadwerkelijk hebben voorgedaan en betwist dit bij gebrek aan bewijs. Opzegging financiering ING, weer een halve pagina wartaal, volgens Sweens wordt niet aangetoond of bewezen dat een kredietopzegging een schadelijke zaak is voor een bedrijf, zijn laatste zin daarbij; “Niet gesteld kan worden dat er sprake is geweest van een (belangrijke) externe oorzaak. In ieder geval wordt dit niet aangetoond of bewezen”.UWV/GUO, driekwart pagina, waarin o.a. wordt gesteld dat we kennelijk niet tot een regeling in staat bleken wat aan ons verwijtbaar was, de rest kan ik wel beschrijven, maar niet uitleggen wat Sweens bedoeld.
  5.  Volgens de wet is het niet publiceren van jaarcijfers bij de Kamer van Koophandel, een belangrijke oorzaak van een faillissement (onnavolgbaar) tenzij men aan kan tonen dat er een andere (of meerdere) belangrijke oorzaken zijn.  Al bij het eerste begin maart / april 2003 hadden we schriftelijk uitleg gegeven hoe te snel een aantal calamiteiten zich opstapelden, die per stuk enkele tonnen kostten, en er in feite net een calamiteit te veel was, simpel en duidelijk. We willen hier toch het bizarre en gemene en oneerlijke nog eens extra benadrukken waar de foute en zakkenvullende curatoren mee bezig zijn, en daarbij is Sweens meer regel dan uitzondering. De wetgever vertrouwde de curatoren en vooral hun toezichthouders te veel, en heeft de katten op het spek gebonden en die houden hun feestmaal. Al direct na de faillissementsuitspraken hebben we op schrift gesteld wat de oorzaken waren geweest. Die brieven zijn nog gewoon stand by. Daar was dus uit op te maken dat  we een normaal bedrijf hadden, eerlijk zaken deden, maar te veel pech voor de kiezen kregen door overmacht, en calamiteiten. Natuurlijk is een curator verplicht om na te gaan of er geen opzet en kwade trouw, ofwel misbruik van BVs sprake is, maar een beetje curator ziet dit nagenoeg meteen. In ons geval was er geen enkele reden om ergens aan te twijfelen, maar al zou hij hebben getwijfeld, dan had hij bv. naar HOBAHO of CNB kunnen bellen met de vraag of in 1999 de markt was ingezakt, in augustus /  september, en of iedere bollenhandelaar die netjes had ingekocht daar een grote deuk mee op had gelopen, binnen een kwartier zou hij dat bevestigd hebben (in 2003 was dit maar een paar jaar later). Hoge juridische kosten kon hij nagaan aan de zaken die liepen en net afgelopen waren, maar dit kwam als (grote) post ook in onze jaarverslagen voor. Hij had om cijfers kunnen vragen, die had hij gekregen
  6.  . Dat hij de extreem natte herfst bestrijdt en ontkent, is helemaal een gotspe. Overigens hebben we daar nog extra bewijs van geleverd. Dat het faillissement van Demo ons veel kosten en schade had gebracht had Planting hem bevestigd, wat hij daarna weer in twijfel trok en ontkende. Dat de halve oogst van Bleeker een grote strop was, was vanzelfsprekend, en hoe kan iemand met zijn normale verstand nu beweren dat een kredietopzegging van de Bank bij een bedrijf een bedrijf niet de das om doet, met nog wat wartaal over GUO op de koop toe. Hij doet dus exact het omgekeerde als wat de wetgever verwacht, namelijk even nagaan of het gestelde klopt en daar verder naar handelen. Afgezien van zijn chantage en bedrog, misleiding en diefstal (van onterecht betaalde bedragen) is dus klip en klaar dat hij op ieder punt de waarheid verdraait om ons te kunnen pakken, gewoon één pakket van leugens en verzinsels. In ons geval had hij dan ook nog een harde toezegging gedaan, Sweep had ook eigenlijk wel gelijk dat er voor Sweens geen reden kon zijn om ons bestuurlijk aan te spreken, maar Sweep vergat dat je leugens kon verzinnen, en Sweep bleek later van hetzelfde hout en ging ook voor het grote geld en de (in zijn ogen) groenere weiden.
  7.  Als we curatoren zouden benoemen als potentiële en bewezen slechteriken, dan zou dat niet zo behoren te zijn, ze werken immers in opdracht van de staat de Nederlanden, en behoren net las politici “Integer” te zijn, maar hun reputatie is wat twijfelachtig, maar dat geld niet voor hun toezichthouders, de rechters. Het zou toch wel van een hele normale orde zijn als Blokland, die zeker toen Sweens zijn eerste brief (27-12-2004) brief met aansprakelijkheidsstelling stuurde, het daar mee eens en mee bekend was, er mee had ingestemd. Het had toch in de normale rede gelegen dat Blokland tegen vriend Sweens had gezegd, “Zou je niet even nachecken of hij (ik dus) zoveel fout heeft gedaan dat je van een z.g. ernstig verwijt kan spreken, want anders zou je die ondernemer onterecht veel ellende kunnen bezorgen, en iemand onterecht ellende bezorgen, daar zijn wij (rechters) niet voor. De vraag is derhalve, als beiden wat te verwijten is, wie is er dan het meeste te verwijten?. Eigenlijk de toezichthouder. In heb het niet over van den Berg. Dat die gewoon fout is en onder één hoedje speelde met Sweens staat voor mij vast nu het opzetje met het proces verbaal voor mij een klip en klare zaak is. Uiteraard geld voor hem hetzelfde verwijt als wat ik Blokland maak. Daar komt dan natuurlijk bij dat het hun taak was geweest en op hun weg had gelegen om na te gaan of de pauliana beschuldiging enige grondslag had, want onterechte beschuldigingen behoort het laatste te zijn wat een rechter wil, althans zo zou het behoren te zijn.
  8.  Dit dan even als mening en conclusie, want Sweens vult ook nog drie pagina’s van zijn akte met conclusies. Hij concludeert in zijn alinea 30 / blad 7;   “Uit het voorgaande blijkt dat gedaagden geen (belangrijke) externe oorzaak / oorzaken hebben aangetoond van de faillissementen van Lico Export BV. en Lico Teelt BV. Ook indien de door gedaagden gestelde kwesties in onderling verband zouden worden bezien, vormen deze geen (belangrijke) externe oorzaak van de faillissementen” —- Alinea 35.; “Uit het voorgaande blijkt reeds dat de door gedaagden gestelde bijzonderheden niet als belangrijke oorzaak van de faillissementen kunnen worden aangemerkt. Integendeel; het is het onbehoorlijk bestuur van gedaagden geweest dat heeft geleid tot de faillissementen van Lico Export BV. en Lico Teelt BV. Hierbij speelt uiteraard mee dat gedaagden er voor gekozen hebben om de ondernemingen van Lico Export BV. en Lico Teelt BV. per 1 juli 2001 in te brengen in een nieuw op te richten besloten vennootschap,  Lily Company BV. Alinea 36;  Gedaagden hebben hiermee een situatie gecreëerd waarbij Lico Export B.V. en Lico Teelt BV. achterbleven met een aanzienlijke schuldenlast zonder dat er toekomstige verdiencapaciteit bestond. Lico Export BV. en Lico Teelt BV. verkeerden op dat moment reeds in een faillissementssituatie. Noch Lico Export BV. , noch Lico teelt BV.., was in staat om haar schulden, waaronder de schuld aan UWV/GUO, te voldoen. Dit handelen van gedaagden dient naar de mening van eiser als onbehoorlijk bestuur te worden aangewend”.  Dit soort beweringen en beschuldigingen gaat dan door tot alinea 43, in hoofdzaak meer van hetzelfde. We verwijzen naar het dikgedrukte in de bovenstaan de alinea, want dat komt later terug. Op zich bezien lezen we hier ook een grote tegenstelling, onduidelijk is al de zin dat ons handelen als onbehoorlijk bestuur werd aangewend. Onbehoorlijk bestuur wend je niet aan, maar we verkeerden in een faillissementssituatie, dan kun je niet meer handelen.
  9.  Terwijl Sweens 8 weken had gekregen om te reageren, kregen wij maar vier weken om daarop te reageren, wat onredelijk kort is. Voordat van S. het had gelezen en aan mij gefaxt waren er al bijna twee weken om. Ik heb direct en snel een “Reactie op akte na tussenvonnis”  op schrift gezet, ongeveer in dezelfde stijl als zoals ik dit verhaal beschrijf, van 22 pagina’s, wat me zeker ook een aantal dagen kostte, waarin ik op alle zaken in ga. Toen dit bij van S was geland, vond hij dat het eigenlijk in advocaten taal moest, en de scherpe kantjes er af, en daar waar emotie doorklonk, moest dat er ook uit, want dat eigenlijk niet te kunnen en te mogen, en dat stak allemaal erg krap. Ik meende dat het om de inhoud ging en dat ik dit goed duidelijk maakte, en door hem alles weer om laten zetten betekende pakweg weer 5000 euro kwijt, dus dat trok ook niet aan. Van S. vroeg dus uitstel aan, maar Sweens weigerde daar mee in te stemmen. Uiteindelijk voegt van S. er drie kantjes aan toe waarin hij beschrijft dat het onmogelijk was om mijn reactie en gegevensvoorziening om te zetten, omdat er geen uitstel is gegund, zodat hij zich genoodzaakt zag om het onbewerkte schriftelijke commentaar van mij in het geding te brengen als productie 1.  Bij productie twee een publicatie met daarin beschreven dat de schade van de natte herfst van 1998 op ca. een miljard werd geraamd, en het wel vreemd was dat Sweens een natte herfst als vaststaand feit, als zodanig betwist. Van S stelt dat het symptomatisch is voor de wijze van procederen van eiser (Sweens is eiser, wij gedaagden) dat zelfs feiten van algemene bekendheid domweg worden betwist. Productie 3 het rapport van PPO (onderdeel van universiteit Wageningen) wat de fouten van Bleeker bevestigd. Zelf meen ik dat ik zaken goed had gesteld en verwoord.  Van S. had dan in de andere zaak die hij voerde (vishandelaar) hetzelfde meegemaakt, de curator beweerde en verzon van alles, en zij moesten bewijzen dat zaken onjuist en verzonnen waren en waren steeds in het ongelijk gesteld (ook in die zaak regeerde de leugen), dus van S. had me er op voorbereid dat het hier ook wel negatief uit zou pakken, in het gunstigste geval een tussenuitspraak met een bewijs opdracht.
  10.   D.d. 27 januari 2010 kreeg ik bericht van hem dat er een einduitspraak bleek te zijn, die hij nog niet kende, maar die wel negatief moest zijn.  Hier bleek dan toch het omgekeerde het geval te zijn. Van S en wij uiteraard ook, waren daar aangenaam verrast door, maar begrijpen kon hij het niet, en dit haalt een deel van de zaken die ik heb gesteld (incestueuze bende) enigermate onderuit. Terwijl ik onbegrijpelijke en zeer aanvechtbare vonnissen inmiddels al gewend begon te raken, was dit vonnis juist duidelijk en goed te volgen. In hoofdzaak stelde hij dat Sweens in zijn akte, zelf had gesteld dat de BVs al in een feitelijke faillissementssituatie verkeerden, dus er stond ook volgens Sweens op dat moment al vast dat we niemand meer zouden kunnen betalen, dus publicaties bij de KvK in een (veel) later stadium waren niet van belang en deden er niet toe. Deze rechter Schipper kwam pas later op deze zaak, en heb ik verder niet meegemaakt, maar ik kan niet anders stellen dat dat hij kennelijk gedaan heeft wat een rechter behoort te doen, namelijk een onafhankelijk oordeel vormen, gebaseerd op de wet. Naast alle kritiek die ik dus op rechters geef, die tot dezelfde vakgroep zullen behoren, stel ik duidelijk dat deze mr. Schipper, in onze ervaring, daar dus beslist niet toe behoort en onder valt.
  11.  Sweens ging, ik denk wijselijk van hem, niet in hoger beroep en was flink de oren gewassen, en zal de les hebben geleerd dat misdaad niet altijd loont, en dat je niet altijd op je vrienden in het kwaad kunt vertrouwen. Bij elkaar zal het me pakweg 30.000 advocaatkosten hebben gekost, plus heel veel tijd en ergernis. Er valt dan een behoorlijke last van je af, hoewel de Bleeker zaak nog in volle gang was. Daarbij had ik Sweens persoonlijk aansprakelijk gesteld. Dat heet “in pro cé”. dit via mijn andere advocaat die ook de Bleeker zaak deed, Sander Kruijt verder S.K.  Het had me moeite en overtuigingskracht gekost om hem in beweging te krijgen, maar per 17-06-2009 hadden we Sweens gedagvaard. De aanval leek mij de beste verdediging, en ik meende er goede redenen voor te hebben. Die zaak richt zich geheel op de zaken die we Sweens verwijten bij de gang van zaken bij de verificatievergadering, de brief van 13 mei 2004 (de dag tevoren) en het feit dat die brief is genegeerd, er niets aan mij gevraagd zou zijn, en dat zaken, zoals ook al vaker beschreven, niet op toeval kan berusten.  Toen ik hoorde dat die zaak door Blokland werd behandeld gaf ik S.K. door dat dit mij geen goed idee leek, nu die bij eerdere zaken was betrokken, maar vooral omdat die in ieder geval meerdere jaren R.C. was geweest van Lico Teelt BV. en ook al jaren in allerlei zaken veel contact bleek te hebben gehad met Sweens als curator. Ik vroeg S.K. om een wrakingverzoek te doen, maar die was terughoudend. Dat was weer een aparte procedure, en rechters bleken niet van wraking te houden, bekend was dat, als een rechter gewraakt was, bij degene die het overnam dat de zaak dan toch vaker mis liep dan normaal. We kozen er dus voor per brief te kennen te geven dat we een bezwaar hadden, maar het verder aan hen overlieten, een brief die onbeantwoord is gebleven.  Sweens kwam met een gespecialiseerde advocate, mr. van Emden op de proppen,  er is een zitting geweest d.d. 15-02-2010, met als resultaat een negatief vonnis van Blokland, waarin Sweens wordt gelouterd van alle blaam. Natuurlijk wordt er als een kat om de hete brei gedraaid, de belangen van de crediteuren zouden groter zijn dan van de bestuurder, de curator kwam ruime bevoegdheden toe, en wat ons vooral ook nekte was dat we verbetering van het proces verbaal hadden verzocht wat met een belachelijk vonnis was afgewezen (komen we nog op) welke afwijzing dus tegen ons werd gebruikt. Er had al een rechter beslist dat er met het proces verbaal niets mis zou zijn.
  12.  Zelfs als het vonnis op zich nog wel te volgen zou zijn, zien we het toch als een grote schending van de z.g. aanbevelingsregel voor rechters, en aanbeveling 8,  dat Blokland deze zaak deed en dus Sweens van de haak af haalde, en dit terwijl we er zelf tegen geprotesteerd hadden. Bij ons is onbekend hoe toebedeling van zaken die binnenkomen aan de beschikbare rechters plaats vindt.  Onze stellige mening is evenwel, dat vooral Blokland zelf degene was, die deze zaak naar anderen had moeten verwijzen. Nu heeft hij de zeer sterke verdenking op zich geladen, dat hij vriend Sweens een vriendendienst heeft bewezen. Sweens kwam dus met alles gemakkelijk weg.
  13.  Het vervolg gaat dan over de z.g. Bleeker zaak, waar al regelmatig over gesproken is, maar hierbij nog even kort herhalende wat daar nu precies gaande was;  Wij lieten leliebollen telen op contract, in 1999 door ca 10 verschillende telers. De teler zorgde dat ons plantgoed van klein naar groot werd geteeld, en wij betaalden daar een vergoeding voor.  De kosten van kunstmest, planten, rooien enz., betaalde de teler maar was bij de prijs die we afspraken in berekend. Dit werd steeds meer gedaan, en gebeurde van twee kanten in goed vertrouwen. De waarde van het plantmateriaal is al ca. 1/4 van de oogstwaarde, dus de contractgever vertrouwd de nemer een flinke waarde toe, en moet er op vertrouwen dat alles goed gaat. Een teler bespaart bijvoorbeeld kosten als hij geen kunstmest strooit, maar krijgt ook geen oogst. De contractgever moet er op vertrouwen dat de nemer zijn zaken goed doet.  Soms gaat er wel eens iets mis (maar niet vaak), wat dan doorgaans onderling wordt opgelost met een korting op de prijs.  Je bent ook wel tot elkaar veroordeeld, want gedurende de teelt geschillen krijgen kan heel vervelend zijn.
  14.   Zelf werkten we met een tiental contracttelers, maar we raakten er één kwijt (in 1998) en hadden ruimte voor een nieuwe in 1999. Nu wilde onze teeltchef (Jan Willem) graag wat minder werk bij de verwerking en sortering van de bollen om ons in de drukste tijd te ontlasten. Dat werd wel in meer gevallen gedaan maar wij verwerkten alles daarvoor nog zelf. We deden handel met een in en verkoop bureau / Bader, en een inkoper met de naam Burger. Burger wist wel een kweker die dit wel zou willen en kunnen, dus die bracht ons in contact met Bleeker, een tot dan toe onbekende kweker voor ons. Daar zijn we dus mee in gesprek gegaan voor een flinke oppervlakte, ca. 13 % van onze totale teelt die dus bij ca. 10 kwekers was ondergebracht. Over de teeltprijs per r.r. (rr is oppervlaktemaat) was weinig discussie, want die was inmiddels bij de doorsnee contractgevers ook een doorsnee prijs. Voor de verwerking gingen we uit van 800  stuks per rr. en kwamen op fl. 35  (was nog gulden tijd), als prijs all in. Voor Bleeker een prijs waar hij het goed voor kon doen (hij kon ca. 20 % overhouden),  maar voor ons was die mindere werkdruk wel wat waard. Aldus besproken, de bollen naar Bleeker gestuurd, die ging ze planten, en alles leek goed te gaan. Bij de aanvang was er ook weinig mis.
  15.  Uiteindelijk was, afgezien van de ellendige nasleep die het heeft gekregen,  deze Bleeker de slechtste teler waar ik ooit mee in zee ben gegaan en ook een slecht mens. Maar ook Burger van Bader heeft aan de narigheid bijgedragen. Waar ik pas later achterkwam was dat Bleeker de teelt door een ander uit liet voeren, en soort onderaannemer. Echt opzet en bv. geen kunstmest strooien om kosten te besparen, denk ik niet dat het is geweest. Bleeker teelde er immers ook bollen voor eigen rekening die ook een slechte oogst gaven, maar wel slordigheden en foute inschattingen, en onvoldoende bekendheid van de teelt bij de onderaannemer. Dan is een droge tijden beregening nodig, voor normale groei maar ook opname van kunstmest. Als je gokt dit er wel een paar flinke buiten vanzelf komen, kan je mis zitten wat hier ook zo was.
  16.  Met grondanalyses is bewezen dat er veel te weinig Stikstof in de grond zat, en er ook niet werd beregend en grondaaltjes bestreden, net in de tijd dat de groei maximaal had moeten zijn, en de zomer erg warm en droog. Pas nadat het gewas bijna 2 maanden noodlijdend was, hebben ze maatregelen genomen, maar het kwaad was geschied. We kregen een halve oogst geleverd, dus wilden ook halve kosten betalen, het geschil was geboren. Uiteindelijk hadden we, in overleg om de zaak op te lossen nog aangeboden om nog een tweede deel van de drie delen te betalen, ondanks onze veel grotere strop, maar om geen langlopende kwestie te krijgen. Bader vroeg advies aan één van mijn oude vijanden die zijn kans schoon zag om Bleeker tegen ons op te zetten, en kreeg Bleeker mee.  De oude vijandengroep ging terug naar een kwestie uit 1994  waarbij vakgenoten onze bollenkraam (=voorraad) aan ons probeerden te ontstelen, wat ze niet was gelukt en tot een grote schadeloosstelling had geleid. Die z.g. oude vijanden kwamen meteen als ratten uit hun holen,  zetten direct alles op scherp en de pogingen om zaken in der minne regelen werden  gesaboteerd.
  17.  De Bleeker advocaat was een bekende in het bollenvak. Wij kenden hem reeds, en ook zijn reputatie, en hebben hem in de inmiddels 15 jaar die voorbij zijn, nog aanzienlijk beter leren kennen. Reeds bekend is dat wij hem beschuldigen van het structureel inbrengen van leugens, en betrokkenheid bij het opzetje bij het proces verbaal.  We zouden hem willen classificeren als goed zijn in slechtheid, en slecht in goedheid. Met het consequent inbrengen wat leugens overtreedt hij het advocaten reglement, maar hun orde houdt hem de hand boven het hoofd (wat we ook nog gaan beschrijven), en met zijn onwaarheden heeft hij er in kunnen slagen rechters te misleiden of althans is duidelijk dat die steeds partijdig aan de kant van Bleeker staan, waarbij  consequent niet aan waarheidsvinding is gedaan, Duijsens derhalve dus nooit iets heeft behoeven te bewijzen, en rechters er zelfs zelf zaken bij verzonnen die onjuist waren en daar aannames op baseerden, waarbij zaken deels al eerder zijn beschreven en deels zullen volgen en waar de lezer zelf de eigen conclusies aan kan verbinden. Onze conclusie, dat het recht kennelijk sterk is gedegenereerd, en is veranderd in onrecht is reeds bekend. Of de rechters zich hebben laten misleiden of anderszins en om andere redenen vooringenomen waren is een lastig te beantwoorden vraag.
  18.  Gepaard gaande met allerlei verwikkelingen en vijven en zessen, was dan door ons een rechtszaak begonnen waarin we conform zoals wettelijk is geregeld de schade vergoed wilden zien door Bleeker veroorzaakt. Bleeker op zijn beurt beweerde dat hij alles goed had gedaan, en zo niet, dat was dat onze verantwoording, en moest er toch betaald worden, en diende als tegenvordering in, het bedrag wat door ons niet was betaald en zogezegd verrekenbaar gesteld.  Duijsens rekte en traineerde die zaak voor 3,5 jaar met getuigenverhoren. Rechter Blokland (voornoemd) deed die zaak en die verhoren, en kwam tot de uitspraak dat we in de gelegenheid werden gesteld om de tekortkomingen van Bleeker te bewijzen, wat verder uiteraard inhield dat bij deugdelijk bewijs, waarover we beschikten, maar wat nog niet was ingebracht, maar op basis waarvan die zaak, mits voldoende deugdelijk bevonden, ten gunste van ons zou worden beslist. Inmiddels waren de BVs, o.a. Lico Teelt bv. in de problemen geraakt en het krediet was door de bankier opgezegd, wat niet zou zijn gebeurd als we niet, bovenop een aantal andere tegenslagen, we de extra Bleeker strop hadden gehad. Met redelijk succes hadden we zaken zodanig weten te redden dat er toch door een doorstart alsnog veel crediteuren betaald konden worden, en het bedrijf voortgezet. Evenwel, zeer ten eigen nadeel van henzelf, en in niemands voordeel, is door UWV / GUO, bijna twee jaar na die doorstart, er een faillissement doorgedrukt. Dat daar curator Sweens op de proppen kwam en wat er voor interactie tussen hem en ons heeft plaatsgevonden is al beschreven.
  19.   Duijsens schreef Sweens d.d. 23-03-2004 een brief waarin hij een bak bagger over ons uitstrooide, Sweens geloofde kennelijk alle onwaarheden, of koos om andere redenen zijn zijde. Samen maakten ze een plan om ons te pakken te gaan nemen, waarbij Sweens kon rekenen op bevriende rechters van de z.g. Handels en Insolventie vakgroep in Alkmaar, en hebben ze samen een val opgezet voor ons. De eerste actie was, een voor alle ander crediteuren nutteloze verificatievergadering opzetten, uitsluitend ten behoeve van Duijsens Bleeker, waarbij andere getuigen, tot aan de tweede R.C. en griffier toe zijn weggehouden werden, en er een proces verbaal is geproduceerd waarvan eenieder kan zien en begrijpen dat dit wel onjuist en onrealistisch moet zijn, nu er kennelijk geen relevante vragen gesteld zouden zijn, wat juist het doel van zo een vergadering is, en waar wij ons op geen enkele wijze zouden hebben geuit, ofwel geen woord gezegd, wat ook volstrekt onrealistisch is, en vanuit de eigen wetenschap ook onjuist, zodat wij ook uit eigen wetenschap (Ik was er immers zelf bij) stellig kunnen verklaren dat van een gemanipuleerd document sprake is, wat als valsheid in geschrifte gekwalificeerd kan worden, gepleegd door R.C. mr. H.A.van den Berg op verzoek van curator Sweens en ten behoeve van Duijsens / Bleeker om die van een titel te voorzien ter voorkoming van een procedure, bedoeld om ons de gelegenheid te ontnemen om de wanprestatie van Bleeker te kunnen bewijzen. Zoals gesteld achten we Duijsens, maar ook Sweens (en v.d.Berg mag er ook zijn) goed in het slecht zijn. Als zodanig verdienen ze beslist complimenten. Dat al die zaken worden verdraaid, ontkend of doorgezwegen mogen we als kennelijk normaal en als naar verwachting beoordelen in het land waar de leugen regeert. zo een listige list verzinnen getuigt van goede rechtskennis, creativiteit en er een goed oog voor, en goed inzicht in de mogelijkheden waar het recht kan worden misbruikt, plus een puur verdorven mentaliteit en imborst.
  20.  Zover waren we dan eigenlijk gebleven in de eerdere, op zich wat “hap snap” beschrijvingen van wat plaats had gevonden. Bleeker had een brief gestuurd waarin hij ons bestuurlijk aansprak omdat we bij Bleeker zouden hebben gecontracteerd d.d. 15-04-2004 terwijl we al een kredietopzegging zouden hebben, dus wisten dat we niet konden betalen terwijl we toch contracteerden wat onwettig was. Teruggeschreven dat dit onjuist was, dat we wel door hun wanprestatie en de opgelopen schade twee jaar later in de problemen waren geraakt, maar dat we financieel op het moment van contracteren prima in orde waren. Drie weken daarna was die verificatievergadering, met alleen de Bleeker zaak als discussiepunt, en daarna leek alle narigheid en gedoe voor ons zelf over te zijn, totdat Sweens met zijn einde jaarverrassing kwam zoals al beschreven. Het eerste wat daarna een de Bleeker zaak gebeurde was een schrijven met bijlagen van Sweens een juli 2005, wat ik vreemd vond en niet kon plaatsen, maar pas veel later begreep waarom ze die actie nodig vonden. Sweens zou de procedure van ons tegen Bleeker die onder zijn verantwoording was gekomen niet voortzetten. ik had niet om overname verzocht want ik had nog genoeg zaken aan mijn fiets hangen, en dan is het verder gewoon over. Als niemand iets meer doet dan ligt het een tijdlang bij de rechtbank in de kast, tot aan het moment dat iedere partij royaal zijn termijnen heeft overschreden, en de kast weer eens leeg wordt geruimd. Ook worden zaken bv. op wat men noemt “de parkeerrol” gezet, die ook af en toe opgeschoond zal worden. officieel was er dus geen reden of noodzaak om de Bleeker zaak officieel te beëindigen. Wat we van Sweens ontvingen was een gerechtelijk verzoek tot een officiële beëindiging, wat dan “ontslag” van instantie heet. Dit was door Duijsens aangevraagd, waar Sweens kennelijk aan mee werkte, en het zal wel volgens de regels zijn dat hij ons daar in moest betrekken om te vragen wat wij er van vonden. Het betrof een kort briefje van Sweens, met de vraag om een reactie, daarbij het verzoek, een soort dagvaarding achtig iets, en dan nog een onogelijk briefje van één kantje, wat het proces verbaal van de verificatievergadering van 14 maanden daarvoor bleek te zijn. Op die manier kreeg ik dit dus voor de eerste maal in handen, en werd zo met het bestaan er van bekend.
  21.  Ik verwonderde me erover maar gaf het verder weinig aandacht of gedachten. Ik zal het proces verbaal hebben gelezen, ook wel hebben gezien dat er niets van klopte, maar voor mij waren zaken afgehandeld, verleden tijd, voor mij niet van enig belang meer, ook niet begrijpelijk voor mij waarom ze deze actie nog begonnen, terwijl het toch uit zou gaan als een nachtkaars. Ook kwam er later nog een heuse uitspraak, d.d. 26 oktober 2005 waarin ene rechter A.H.E. van der Pol  die rechtszaak dus officieel beëindigde, waar ik ook bericht van kreeg. Het meest opmerkelijke voor mij was het zinnetje – verwijst Lico in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van Bleeker begroot op nihil aan verschotten en op E 1.565,=  aan salaris van de procureur. Dit kwam me voor als een buitenproportioneel bedrag wat kennelijk Lico, dus Sweens vanuit de boedel, aan Bleeker moest betalen, maar ook toen nam ik zaken voor kennisgeving aan, het was voor mij het feestje van Duijsens en Sweens waar wij buiten stonden, maar wat later ook een getruckt opzetje, onderdeel van de wraak en haat campagne van Duijsens,  maar kennelijk samen opgezet bleek te zijn, wat ik pas door kreeg toen het veel te laat was. De ontvangen papieren zijn door mij in de map opgeborgen, nu ik er geen belang meer bij had, en ook snel vergeten. Verbetering van de fouten en onjuistheden vragen kwam niet bij me op, en ik wist niet dat dit mogelijk en ook van belang kon zijn. Wat was nu het probleem van Duijsens dat hij met die actie op wilde lossen?.  Het probleem was dat, als de zaak niet officieel ten Grave was gedragen, dat die zaak ieder moment nog weer geactiveerd kon worden en voortgezet. Duijsens had dat op tijd ingezien, en moest dat natuurlijk voorkomen. Als wij Sweens geld boden om de Bleeker zaak over te nemen, bv. 5000 euro (waarvoor we een andere zaak wel hadden gekocht), dan had Sweens geen enkele reden om dit te kunnen weigeren. Zo gauw ik door had dat ze achter mijn rug om een zaak opkookten, of zelf de zaak door wilden zetten, dan ging Duijsens lek. Dit moest dus geregeld en dichtgetimmerd zijn, voordat ze verder zouden plannen en plotten. Tijdens  een latere zitting bood ik ook aan om de zaak voort te gaan zetten, vanaf het stadium waar we waren gebleven, wat uiteraard op fel verzet van Duijsens stuitte.
  22.  Per omgaande had ik nog een reactie aan Sweens gegeven. Ik zal die brief op een paar regels na over schrijven omdat die duidelijk mijn mening geeft en ook dat ik er zeer geïrriteerd over was dat Sweens me in die tijd bedreigde met een rechtszaak tegen mij zelf, die hij een jaar later dus alsnog doorzette.

Mijn brief van 27 juni aan Sweens;   Geachte heer Sweens,

In de zaak Bleeker is door hem een halve oogst geleverd, wij menen door tekortkoming in de uitvoering van het contract, dit kan hardgemaakt worden maar tegenpartij ontkent. Die heeft eerst veel uit de kast gehaald om een contract aan te vechten wat schadeaansprakelijkheid regelt, daar vecht je niet tegen als je er zeker van bent dat je niet schade aansprakelijk bent. Onze mening is dat die zaak, mits goed gevoerd, kansrijk is, maar dat het probleem kan zijn dat er te weinig feitenkennis en deskundigheid gegenereerd wordt als u er mee door zou gaan. Dat zou een reden kunnen zijn om te stoppen, maar zou de boedel voor een aanzienlijk bedrag te kort doen.

Daar komt dan bij dat u kennelijk graag bezig bent met kansloze en onrechtmatige procedures, kennelijk omdat u graag procedeert. Dan is mij onduidelijk waarom u uw energie graag in kansarme procedures steekt en niet in kansrijke procedures. Wij spannen niet zomaar een procedure aan, dan is er zeker wel wat loos, onze mening is dat u ze dient door te zetten en anders de boedel verwijtbaar te kort doet.

Daarbij kan het natuurlijk nooit zo zijn dat u ons probeert te pakken te nemen, voor geld dat u bij anderen onnodig heeft laten liggen. Dit is derhalve ons standpunt. Verder is het aardig dat u ons hierover schrijft en ons zaken meedeelt. Wij leven in de veronderstelling dat onze mening niet toe of af  doet aan uw verantwoordelijkheid ten opzichte van de boedel, naar onze mening hebben we daar geen stem in, als dit anders is vernemen we dit gaarne.

Wel kunnen we, indien u uw plannen uit gaat voeren ten aanzien van ons, waar u mee dreigt, aanvoeren dat u geld van ons eist, wat u op andere wijze, middels lopende rechtszaken, binnen had kunnen halen, maar dit niet heeft gedaan.

  1. De reactie zal duidelijk zijn, daar klinkt de grote frustratie in door van de dreigementen die we met regelmaat van Sweens ontvingen aangaande de bestuurdersaansprakelijkheid. Ons wel bedreigen met een procedure en een andere procedure die kansrijker was niet voeren wordt dus a passant door ons bekritiseerd. Daarna bleef het op een aantal nieuwe dreigbrieven na van Sweens, verder vrij rustig totdat op 18 juli 2006 de dagvaarding van Bleeker kwam. Dat de zaken daarvoor zoveel mogelijk dichtgetimmerd waren kwam pas veel later uit, eigenlijk bij de eerste uitspraak pas van twee jaar later, inmiddels kennen we het hele verhaal van wat er echt gaande geweest was en de gehele voorgeschiedenis, en ook dat er op de achtergrond een oude vete tussen ons, en een flinke groep machtige (en slechte) vakgenoten plaats had gevonden die bij iedere gelegenheid, veelal over de rug van anderen, alsnog wraak op ons probeerden te nemen. Dat dit de belangrijkste achtergrond is bewijst zich nu, inmiddels bijna 9 jaar later, nog steeds. Verder is het simpel, je krijgt een dagvaarding dus je hebt een zaak aan je kleed, en als je meent dat het onterecht is moet je je verweren op de wijze zoals de regels dit voorschrijven. Een oplossing in de vorm van een schikking is vaak mogelijk, als er geen agressie en rancune op de achtergrond meespeelt, maar in dit geval was bij aanvang als een goed schikkingsvoorstel juist aan Bleeker door Duijsens ontraden, dus afgewezen Van onze zijde was het dus, waarom schikken als je er vol van overtuigd bent dat je in je recht staat?, en je ook weet dat je tegenspelers niet het doel hebben om de belangen van een cliënt te behartigen, maar om die te gebruiken om de gehate partij zoveel mogelijk te beschadigen en bij voorkeur ten val te brengen. Vanaf het moment dat we die dagvaarding kregen was me duidelijk dat sprake van een vuile oorlog sprake was en bleef, en een grimmige aangelegenheid zou gaan worden. We hebben al beschreven dat we op dat moment geen advocaat hadden, ons in feite dus helemaal moesten hergroeperen, en het ook een moeilijke aangelegenheid was, toen we dus eenmaal met S.K. de zaak op de rit aan het zetten waren, voordat hij er ook maar iets van begon te begrijpen. Uiteindelijk moest hij wel accepteren dat er op de achtergrond allerlei andere, onzakelijke en subjectieve zaken meespeelden. Een eerste instantie lijkt niemand dit te willen geloven, terwijl men wel accepteert dat er veel slechte mensen bestaan.
  2.  De dagvaarding was volledig gebaseerd op verzonnen en verdraaide zaken, zeg maar van leugen en bedrog. Eigenlijk mag een advocaat volgens hun reglement geen onwaarheden inbrengen, en als dit ook niet zou gebeuren dan zouden we een totaal andere rechtspraak hebben want die regel 30 blijkt een volledig dode letter te zijn, maar daar komen we nog op. Het punt is wel dat je iedere leugen moet ontkrachten. Standaard wordt altijd gesteld dat een bewering niet wordt erkent c.q. wordt bestreden, maar als er correct recht wordt gesproken moeten bewijzen de doorslag geven. Naar onze ervaring, wordt er algemeen al aardig de hand mee gelicht, ook wordt vaak niet op voldoende bewijs, maar op aannemelijkheid en waarschijnlijkheid geoordeeld, maar dit behoeven op zich geen foute oordelen te zijn, men moet de knoop wel eens doorhakken, als men verder maar probeert om onpartijdig en objectief te blijven, maar daar gaan we het nog veel over hebben, want wat als dit juist niet zo is. dan gaat de leugen regeren. In een later ingediende klacht hebben we een 16 tal pure leugens uit de dagvaarding gelicht en beschreven, en waarheden stonden er eigenlijk in het geheel niet in. Dan werd een beroep gedaan om bepaalde jurisprudentie, wat naar mijn oordeel onvergelijkbare zaken waren, en ga er maar aan staan.
  3.   Als je iets niet bestrijdt, dat kan dat als onbestreden worden aangemerkt. Officieel kan een rechter dat dan als onbestreden direct al toewijzen, dus op zich moet je wel op ieder dingetje ingaan. Dan heb je voor het bestrijden van een leugen van één zin, er minimaal vijf nodig om zoiets te ontkrachten, en ook eigenlijk tegenbewijs, dus bijlage’s.  10 pagina’s gelogen en verzonnen zaken kunnen dus zogezegd 50 pagina’s opleveren om zaken te bestrijden (zoals bij ons in hoger beroep) en bv. 48  bijlages.  Een rechter behoord dit grondig te lezen, maar er wordt de laatste 10 a 20 jaar steeds meer tijdsdruk vanwege besparingen op gezet, en de rechter worden daardoor gemakkelijker, gefrustreerder, onverschilliger,  en minder gemotiveerd, zaken die niet alleen een oordeel of conclusie van ons zijn, maar wat ook stellige indrukken van anderen zijn, waar ook af en toe media aandacht voor is, en ook heersen er meningen dat het kwalitatieve gemiddelde peil van lieverlee dalende is. Hier zal niet iedereen het mee eens zijn, om welke reden dan ook, dus dat hoor ik dan mogelijk nog wel. Moraal van het verhaal is dus, dat de mening steeds meer gedeeld wordt, dat (ook als de instelling onpartijdig en objectief is) om meerdere redenen, de kwaliteit van de rechtspraak achteruit holt.
  4. Een ander iets, wat ons dus in deze zaak een aantal malen overkwam is ook een gemakkelijke vluchtweg. Ook daarover zijn artikelen in de media geweest (en ook in juristen bladen) is dat men iets afwijst omdat men meent dat dit “onvoldoende is gesteld” Het verweer wordt dus als onvoldoende gedetailleerd en gemotiveerd beoordeeld wat kan, maar in gevallen bij ons was dit onzin, het betrof zaken die goed en duidelijk waren beschreven, maar men kan dit argument als rechter te pas, maar vooral ook te onpas gebruiken en men is er mee klaar. De gemakkelijke weg dus. De dilemma’s zijn dus dat je enerzijds alles moet bestrijden dus stellen, en ook alles bij voorkeur in eerste aanleg, dus niet steeds weer met wat anders komen, (wat toch vaak gebeurt), maar een andere klacht is dan vaak weer dat de stukken te uitgebreid zijn, te lang, rechters lezen ze daarom onvoldoende. Met dat soort zaken heb je en krijg je dus allemaal te maken, en als de tegenpartij het ene verzinsel en leugen na de andere fourneert, dan ben je daar niet zomaar klaar mee en dan hebben we het nog steeds over perikelen bij de hedendaagse rechtspraak, zonder dat er van partijdigheid sprake is. Als zaken aan faillissementen verbonden zijn, blijkt de gefailleerde de underdog te zijn, en is doorgaans dus de onderliggende partij, die op voorhand als negatief wordt beoordeeld..
  5.  In de brief die we d.d. 15-04-2004 hadden ontvangen, als aansprakelijkheidsstelling stond dat we al een kredietopzegging hadden, toen we het contract met Bleeker afsloten, maar Duijsens had kennelijk in gezien dat dat geen steek kon houden dus had wat nieuws verzonnen. Nu beweerde hij dat we de beschikking hadden over grote kredieten, en daarom geld opzij hadden moeten zetten voor het geval we de rechtszaak met Bleeker zouden verliezen. Een totaal tegengestelde bewering dus, maar één die ook niet waar was, die hij ook nooit heeft behoeven te bewijzen, terwijl ons tegenbewijs is genegeerd. In latere instanties dikte hij dit nog wat aan, en daar heeft hij het, onbegrijpelijkerwijs gewoon mee weten te redden. Wij werden in de diverse uitspraken die volgden, ongeacht wat we er tegenin brachten, van onrechtmatig handelen beschuldigd, ons kon zogezegd een ernstig verwijt worden gemaakt, en we werden zogezegd opgehangen. Nog steeds voor ons totaal onbegrijpelijk en in normale zin ook onverklaarbaar. Dit niet alleen voor ons maar ook voor degenen die nauw bij zaken betrokken waren geweest bij de kredietopzegging van ING Bank en de doorstart, zoals Siebelt, Veldman, van Meel, en Buisman, die allemaal in verklaringen hebben vastgelegd dat de door Duijsens beweerde zaken en feiten en de daaruit getrokken conclusies gewoon puur onjuist zijn. Of je dan van een gerechtelijke dwaling kan spreken is een andere vraag. Als rechters te goeder trouw zich hebben laten misleiden is dat het geval, als er andere zaken spelen en er is sprake van aversie tegen bepaalde groepen, of partijdigheid ten behoeven van oneigenlijke zaken dan zijn het in feite geen dwalingen meer maar opzetjes.
  6.  Wat er dan verder van mag zijn, je krijgt zo een dagvaarding, je leest hem en herleest hem, en in dit geval was ik natuurlijk niet blij en erg boos, en zag ik als een berg op tegen alle narigheid en gedoe die ik voor me zag liggen, terwijl Sweens me dus ook bedreigde, en een maand later ons ook dagvaardde, maar je hebt geen keuze. Aan de andere kant maakte ik me niet direct de grootste zorgen over de uiteindelijke afloop, ik leefde in de volle overtuiging dat ik tegenover iedereen alles had gedaan om derden zoveel als mogelijk schade te besparen, terwijl Bleeker juist de belangrijkste veroorzaker was van de problemen. Zonder de halve oogst en tonnenschade van Bleeker was er geen kredietopzegging geweest, dus ook geen faillissementen en Sweens, en zou de door ons aangespannen Bleeker zaak al lang gewonnen zijn geweest. Dat was allemaal bekend en bewijsbaar, dus het was onnavolgbaar waar Duijsens aan begon. Niet helemaal onnavolgbaar want op deze manier kon hij ons natuurlijk nog wel flink op kosten jagen en schade berokkenen, een bekende zaak en een vast patroon,  alle genoemde rechtszaken (Steijn, Bakker, van der Meer) kwamen uit agressie voort waarbij  een tegenpartij werd opgezet om ons zoveel mogelijk schade te doen, maar zo een pakket van leugens als wat ik hier kreeg kon in mijn ogen gewoon nooit slagen.  
  7.  Wat duidelijk tegen ons heeft gewerkt was de bewering van Duijsens dat Sweens pauliana had ingeroepen, en hij daar dus van maakte dat wij paulianeus gehandeld hadden. Wij brachten dan in dat dit nooit was vastgesteld, en we alleen in een schikking toe hadden gestemd, omdat dit een snelle beëindiging van de faillissementen zou bewerkstelligen. Daar hebben we de schijn tegen wat door Duijsens voluit wordt uitgebuit. Ik had me daar toen heftig tegen verzet, maar me toch om laten praten. Verder kunnen we stellen dat er, het nu ook nog teruglezende, dat van onze zijde, in die zaak een goed en duidelijk verweer is gevoerd. Duijsens probeerde ons dan zo negatief mogelijk neer te zetten, hij sprak niet van een doorstart (wat Sweens wel deed) maar van een “sterfhuisconstructie” en stelde later dat we een sterfhuisconstructie hadden gecreëerd die we daarna dan leeggeroofd zouden hebben. Dan de discussie aangaande het proces verbaal, voor mij ging dat gewoon nergens over, ik had nooit en te nimmer ooit erkent dat Bleeker een vordering had, dit was volgens ons ook overduidelijk nu er door ons zelf een rechtszaak over was begonnen, maar volgens mij, en dat meende S.K. ook, omdat ik dit ook duidelijk in de brief van 13-05-04, de dag voor de vergadering, had beschreven, was mijn standpunt dit ik de vordering op geen enkele wijze erkende, overduidelijk. Dan was er de discussie over de doorstart, en of en waarom ik rekening met Bleeker had moeten houden die uiteindelijk zelf de feitelijke veroorzaker was, want het was immers een zaak van Bleeker tegen de failliete Lico Teelt BV, maar ten opzichte van mij moesten er zulke ernstige en opzettelijke fouten worden verweten (en aangetoond) dat dit in privé verwijtbaar was, wat zwaarwegende zaken moeten zijn. Zeker op dat punt heeft Duijsens alle feiten en waarheden consequent verdraaid, en heeft hij dienaangaande nooit iets behoeven te bewijzen.
  8.  Dat de uitspraak van de Alkmaarse rechter negatief was, zal iedereen al duidelijk zijn.  Dat had mij onmogelijk geleken, maar ik wist ook nog niet wat ik nu weet, en van de kruisverbanden die we van lieverlee ontdekten. De rechter was een ca. middelbare dame, met de naam Allegro die volgens gevonden informatie stamde uit een Amsterdamse advocaten familie, zelf ook advocate was, en rechter plaatsvervanger in Alkmaar, maar naar ik denk toen daar al vast was aangesteld. Hier hebben we dan meteen al datgene waar we het steeds over gehad hebben. Ze was gewoon één van de H.en I club in Alkmaar, directe collega van van den Berg, mogelijk voor de zitting nog koffie met hem gedronken, en dus ook in collegiale verhouding met de rest. Toen heb ik daar verder nog  niets van gedacht, maar toen de zaak een bepaald vervolg kreeg werden de vraagtekens groter. Ik dacht altijd dat een rechter zijn eigen vonnis schreef maar weet inmiddels beter, de griffier schijnt een concept te maken, op richtlijn en aanwijzing van de rechter, die daarna nog eens de zaak naloopt, aanvult en veranderd en verbeterd.  In dit geval zal dit verder niet zoveel uitmaken, we gaan een paar relevante stukjes uit het vonnis herhalen, die we van commentaar voorzien. In r.o. 4.9 lezen we; Ten tweede brengt dit op de voet van artikel 196 van de faillissementswet tegenover Lico- zijnde faillietverklaarde- de vordering van Bleeker vaststaat. Dit laatste blijft ingevolge artikel 197 van de faillissementswet slechts uit indien uit het proces verbaal van de verificatievergadering blijkt dat de vordering door Lico is betwist. Aan het proces verbaal wordt doorslaggevende waarde toegekend, nu dat is opgesteld door de rechter commissaris aan wie in gevolge artikel 126 van de faillissementswet eigen bevoegdheden toekomen ten aanzien van de vraag of de betwisting van de vordering al dan niet in het proces verbaal wordt opgenomen. De brief van Groot aan de curator d.d. 13 mei 2004 doet derhalve niet ter zake. Vast staat dat van een betwisting door Lico bij monde van Groot, die bij de verificatievergadering aanwezig was, uit het proces verbaal van de verificatievergadering niet blijkt.  
  9.  Duidelijk zal zijn dat we met de uitspraak in handen pas ontdekten dat het proces verbaal een grote instinker was. Waar het op neer komt is dus dat datgene wat wij beweerden onjuist is, omdat wij van een lagere burger rangorde zijn. Omdat de R.C. het proces verbaal heeft opgemaakt, heeft die dus gelijk en basta. Als wij beweren dat zaken onjuist zijn, zijn we dus leugenaars. Dat het wel heel vreemd was dat wij (vermeend) de gehele vergadering niets hebben gezegd, en Sweens en de RC niets hebben gevraagd, en vooral vreemd omdat die brief van 13-05-04 er was, ontging dit deze rechter kennelijk, (per ongeluk of opzettelijk?). Zelf was ik bij die vergadering en weet hoe het is gegaan maar voor mij onbewijsbaar, maar voor Sweens en van den Berg is het ook onbewijsbaar dat ik daar alleen stommetje heb gespeeld en zij ook geen relevante vragen hebben gesteld. Al zouden ze niet gevraagd hebben of ik de vordering bleef bestrijden omdat dat van belang was en vastgelegd diende te worden, dan is dit ook al erg verdacht, en dan stond Duijsens zo ongeveer bij de deur te wachten om het proces verbaal in ontvangst te nemen, en de rechter die de zaak later behandeld komt exact tot de conclusie die pasklaar voor Bleeker lijkt te zijn opgekookt. Gesteld wordt vaak dat  rechters zich exact aan de wet dienen te houden, maar mijn ervaring heeft juist geleerd dat ze veel ruimte kunnen nemen tot eigen interpretaties, en dat veel wetten ook onduidelijk zijn, en ruimte bieden, en het soms de rechters gewoon maar zelf uit laten zoeken. Dan is er het jurisprudentie gebeuren, waarbij een novum bv. door 5 rechters door ieder verschillend zou kunnen worden beoordeeld, maar degene die het in eerste instantie beoordeeld, heeft de trend gezet, die dan veelvuldig wordt gevolgd. Dan behoef je er als rechter, daarna verder niet meer zo erg over na te denken. Als een andere rechter dus als eerste anders zou hebben geoordeeld zou de gehele zaak een andere richting uit gaan. Niet dat dit hier een merkbare rol speelde, maar wel iets om op te merken, in het nuanceren van zaken.
  10.  Hier was dus de trend gezet, die in alle instanties dus is gevolgd, en die we niet hebben weten te doorbreken.  Pas in latere instantie, toen ons duidelijk was dat we er in waren gestonken, gingen we daar natuurlijk voluit tegen in verweer. Zo gaven we aan hoe vreemd het was dat we niets hadden gezegd, en dat zaken zoals gesteld uit eigen wetenschap pertinent niet waar was, en waarom was er niets gevraagd, en waarom was een nutteloze vergadering gehouden, en veel meer van dat, er zou een compleet boekwerk van zijn te maken, maar dat kreeg zo ongeveer geen enkele respons. Geen enkele reactie ook in latere instantie, er op dat er niet in stond dat de vordering door ons was bestreden, maar dat er ook niet in stond dat we de vordering hadden erkend. De bewering was en bleef dus dat de vordering door ons niet was bestreden, want dat bleek uit het proces verbaal, wat doorslaggevende waarde toegekend werd, want door de R.C. opgesteld, hoewel alles er op wees en op wijst dat hij gewoon de zaak geflest heeft, en daarna heeft iedereen meegespeeld en hem in dekking genomen.
  11.  In de volgende R.O. s(rechtsoverweging) 4.10 tot 4.12 wordt dan uitgelegd waarom deze Allegro erkent dat de Bleeker vordering een vordering van het failliete Lico Teelt BV. was, dus buiten de privé stond, en beredeneerd waarom Allegro vindt dat de vordering ook vaststaat was tegenover ons, ondanks het feit dat we zelf een procedure tegen Bleeker waren begonnen. Dan is r.o. 4. 13 een lange en belangrijke, die we in stukjes knippen en van ons commentaar voorzien, we citeren; “Tussen partijen staat niet ter discussie dat na de verkoop van de activa van Lico aan Lily Company BV. enkele crediteuren van Lico, waaronder Bleeker, niet konden worden voldaan. Waar Groot (indirect) bestuurder van zowel de verkopende als de kopende onderneming was, wist hij of behoorde hij te weten dat door de transactie Lico niet (meer) aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de schade wegens niet nakoming. Naar het oordeel van de rechtbank behoorden Lico, Groot en Evereg bij de transactie rekening te houden met de vordering van Bleeker, hoewel deze werd betwist. Immers, uitgangspunt was dat Lico de overeengekomen vergoeding- over de hoogte waarvan partijen niet van mening verschillen- aan Bleeker diende te voldoen……   Allereerst dus reactie op dit deel, we verwijzen naar de uitspraak van Schipper in de zaak van Sweens, die stelde dat Sweens zelf had erkent dat er op het moment van de doorstart niemand betaald kon worden, zelfs de meest preferente crediteur en pandhouder ING Bank is er uiteindelijk aanzienlijk (niet goed te berekenen, zeker ca. 500.000,= euro) bij ingeschoten, dus in die uitspraak wordt tegengesteld geconcludeerd dan in deze, bij gelijke feiten.
  12.   In bv. de conclusie van Dupliek van ons(die heb ik er nu bij) is dit alles duidelijk en volledig aangegeven, dus waar deze rechter het vandaan haalt dat er “enkele crediteuren waaronder Bleeker niet konden worden voldaan” dus niet konden worden betaald is al onbegrijpelijk, omdat niemand kon worden betaald, ook de meest preferente crediteur maar ten dele. Daar komt dan bij dat Duijsens dienaangaande alleen maar wartaal heeft geuit, in zijn brief beweerde hij immers dat bij ons de zaak per maart 1999 al fout zat en later beweerde hij dat we grote bedragen aan kredieten ter beschikking hadden. We citeren een alinea uit de pleitnotities van Duijsens van de zitting van 19 mei 2008 die aan de uitspraak vooraf ging;  “Ook het “verweer”dat Lico in zwaar financieel weer was beland, zodanig dat een “doorstart”onvermijdelijk was, gaat niet op. Vast staat dat Lico in negentiennegenennegentig (1999) en tweeduizend (2000) een omvangrijk krediet van ING had om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en waar voor in ruil zekerheden werden gegeven aan de bank en dus zijn onttrokken aan het verhaal voor crediteuren. Een latere kredietopzegging c.q. vermindering van betalingscapaciteit heft de daaruit  voortvloeiende aansprakelijkheid niet meer op. Van een “doorstart” was geen sprake. De transactie is een sterfhuisconstructie ten opzichte van Bleeker Smit. Of hierbij een financieel  adviesbureau bij was betrokken, doet niet ter zake. De constructie, waarvan gedaagden zich hebben bediend is volstrekt onrechtmatig.     
  13.  Van wat Duijsens allemaal door elkaar heen roept is voor ons onnavolgbaar en had dat voor de rechter ook moeten zijn. Inderdaad hadden we een omvangrijk krediet, maar niet om vrij over te beschikken, in tegendeel, we werden gecontroleerd en steeds meer afgeknepen. Het kan daarbij niet anders dan zo zijn, dat Duijsens drommels goed weet hoe dit werkt, maar ook een rechter behoort niet totaal wereldvreemd te zijn. Die rechter behoort er op bedacht te zijn dat als partijen tegengestelde zaken beweren, dat er dan zaken onwaar zijn, en het is haar taak om de z.g. waarheidsvinding te realiseren. In een paar simpele vragen had ze meer duidelijkheid kunnen verkrijgen maar zelf ook al kunnen weten dat op het moment van de doorstart er geen enkel middel beschikbaar was, en ook niemand is betaald simpelweg omdat dit onmogelijk was, en er nooit meer aan iemand iets zou zijn betaald als die doorstart er niet was geweest. Duijsens wist dit maar verdraaid en verzint zaken zodat ze in zijn kraam te pas komen, maar levert geen enkel bewijs en behoeft dit ook niet te doen, de rechter volgt hen, en komt met “in het wilde weg” conclusies. Want wat stelt Duijsens nu echt, stelt hij dat we, “nota bene na kredietopzegging” niet in zwaar weer verkeerden, en wat heeft het er mee van doen dat we in 1999 en 2000 kennelijk voldoende krediet hadden voor een normale bedrijfsvoering, en wat heeft dit dan met de situatie van 2001 van doen, en een Bank neemt altijd alle zekerheden tot zich. Dat is van algemene bekendheid, en wat bedoelt hij nu precies er mee dat een latere kredietopzegging, dus vermindering van betalingscapaciteit, de daaruit voortvloeiende aansprakelijkheid niet meer opheft. Iedereen, en zeker rechters en advocaten weten toch dat er na kredietopzegging nooit en zonder uitzondering, er geen betaalcapaciteit meer is, en het zou volgens Duijsens geen doorstart zijn, wat het volgens de doorstart definitie dus zeker wél was, maar volgens Duijsens een sterfhuisconstructie, waarbij alleen de renderende onderdelen worden uitgelicht en voortgezet, dus wat het beslist niet was.
  14.  Waarom Duijsens dit verdraait is wel duidelijk. Daar probeert hij ons en mij dus, zo zwart mogelijk te maken, zeg maar te criminaliseren, wat ik abnormaal gedrag noem en  ook tegen hun reglement (art. 30) maar wat Duijsens kenmerkt, maar waarom trapt een rechter daar in, is ze (zeer) naïef, of is ze vooringenomen dus partijdig als lid van de club? .  Uit onze pleitnota citeren we als navolgend, alinea 9;  “Lico Teelt heeft in 1999 en 2000 te maken gehad met een aantal gebeurtenissen die van negatieve invloed zijn geweest op haar financiële positie. Vanwege een extreem natte herfst in 1998 viel de oogst in 1999 enorm tegen en heeft tot veel verlies aan omzet geleid. In september 1999 kreeg de markt te maken met een sterke prijsval en leverde Bleeker Smit een halve oogst af. Deze gebeurtenissen hebben er uiteindelijk toe geleid dat de bank, gezien de financiële situatie, het krediet had opgezegd. Dat is dan ook de reden dat- als dat al op zijn plaats was geweest- Bleeker Smit niet uit het krediet betaald kon worden”  Naar onze mening netjes en duidelijk verwoordt, ook een normale logica, en een te volgen oorzaak en gevolg.  Deze rechter maakt er dus totaal iets anders van, waarom?. En als ze zaken bewezen had willen hebben, waarom geen tussenuitspraak met bewijsopdracht, het ging weldegelijk ergens over. H. Veldman of bv. dhr. Romijn van ING Bank hadden zonder enig beletsel de waarheid op schrift gezet en zonodig onder ede verklaard. Een rechter dient te beseffen dat indien ze nonchalant, slordig, of onprofessioneel oordelen, dat ze wel een medemens onrechtmatig ten gronde richten. Dan was er tussen ons en Bleeker een rechtszaak gaande. Normaal en logisch is dat zo een zaak eerst uitgeprocedeerd moet zijn, voordat er een vordering is, of dat zo een vordering vaststaat.  Het is volstrekt abnormaal dat men op voorhand al van een vastgestelde vordering uit gaat, en nog abnormaler  is, dat men daar rekening mee moet houden, terwijl dat onmogelijk is, en dat dan kennelijk degene die aan ons een grote strop had veroorzaakt, voorgetrokken had moeten worden boven degenen die wel netjes hadden geteeld en geleverd. Voor alle duidelijkheid, er was een te kort van pakweg een miljoen euro, waar Bleeker niet bij is geteld. Sinds wanneer gaan wanpresteerders, leugenaars, bedriegers, en laaielichters voor de net en correct handelende burger, en waarom trekt meer speciaal deze rechter, deze wanpresteerde voor???. ook mijn advocaat S.K. had geen verklaring.
  15.  Dan vervolgen we met  ro 4.13  op het punt waar we zijn gebleven. Na het “aan Bleeker diende te voldoen”, volgt; “behoudens uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld een tekortkoming zijdens Bleeker. Dat van en dergelijke uitzondering sprake was, is nimmer vast komen te staan in een gerechtelijke procedure. De aangehaalde tussenvonnissen in de door Lico tegen Bleeker aangespannen procedure leveren hiervoor- anders dan door Groot en Evereg betoogd- geen aanwijzigingen op”. Vrij vertaald stelt deze rechter hier dus, “Ja jongens, als die Bleeker het echt niet goed zou hebben gedaan dan zou ik anders, dus in het voordeel van Lico / Groot hebben geoordeeld, maar die Groot roept dat wel, maar die Duijsens roept precies het tegenovergestelde. Voor de goede orde, ze zou anders oordelen, ongeacht wat er in het proces verbaal staat. Dat iemand die een ander schade doet, daar voor op moet draaien is ongeveer de bekendste wet van het civiele recht en ook datgene waar het veelvuldig over gaat. Als iemand zogezegd toerekenbaar tekort komt, en dat wordt bewezen, dan is het simpelweg bingo. Eigenlijk stelt ze zo ongeveer; “Als Bleeker zijn zaken fout heeft gedaan geef ik hier en nu een fout oordeel, ofwel, dan doe ik Groot onrecht aan, even scherp gesteld. Iemand onrecht aan doen moet je als normaal mens nooit willen dus zeker als rechter niet. De vraag is dan toch, waarom zij dit wel doet, en dit in de wetenschap dat de kans zeker groot geacht moet worden dat  Bleeker grote fouten heeft gemaakt.
  16.   Dan stelt ze dat er mogelijk wel zo een uitzondering is, maar die is nooit in rechte vastgesteld. Hier hebben we dan het hele vreemde en bijzondere, want iets in rechte vaststellen is het werk van een rechter, en deze mevrouw Allegro was rechter dus die kon het zelf in rechte vaststellen. Het is gewoon haar werk en haar taak, en van belang voor een eerlijke uitspraak. Dan stelt ze dat de tussenvonnissen van Blokland (anders dan wat wij beweren) daar geen aanwijzingen voor opleveren, en dat zijn we ook 100 % met haar oneens. Het simpele feit dat Blokland stelt dat hij een bewijsopdracht aan ons zal gaan geven, houdt impliciet in dat ook hij meent dat het bewijzen van de wanprestatie van Bleeker wel degelijk kans van slagen heeft. Dan hadden we al in 2001 een rapportje laten maken door een deskundige, G. Ruiter, die stelde dat de beweringen van Duijsens die als oorzaak werden opgevoerd, onjuist dus onmogelijk waren. Daar had ze al op kunnen concluderen. Ook het simpele feit dat alleen Bleeker met een halve oogst kwam en de ca. 10 kwekers die wel tijdig kunstmest strooiden en beregenden  wel een normale oogst hadden geleverd, bewijst dit er zaken mis zaten. Alleen het feit van een halve oogst was feitelijk al voldoende bewijs. Al die zaken zijn in redelijkheid gesteld onbegrijpelijk en niet uit te leggen, tenzij, ze op voorhand al vooringenomen was, tegen ons en voor Bleeker. Er zijn veel zaken die daar op wijzen, of iets onverklaarbaars zouden verklaren.
  17.  Toch was die stelling zodanig duidelijk, dat een zogezegde in rechte vaststelling van het handelen van Bleeker, (ondanks het proces verbaal) toch een ander oordeel zou geven als de wanprestatie van Bleeker zou worden vastgesteld. Van belang was dus dat dit alsnog in rechte vastgesteld zou worden. Duijsens riep wel dat we opgehangen waren door het proces verbaal, door de valsheid in geschrifte van van den Berg, maar hij bleef wel zelf, kennelijk toch voor alle zekerheid, en omdat hij er niet gerust op was, steeds maar de verzonnen zaken herhalen dat Bleeker het wél goed zou hebben gedaan en ook dat het een contract was, wat ze fout mochten doen, maar wat wij evenzogoed moesten betalen. Deze rechter stelde dus niet dat Duijsens door het proces verbaal van alle verantwoording gevrijwaard zou zijn, maar dat dit wel van belang was, maar (nog) niet vastgesteld.
  18.  Dan maken we voor alle begrip en duidelijkheid, de hele r.o. 4.13 maar af en vervolgen;  “Door het overdragen van alle activa aan een andere onderneming- nog daargelaten of zulks als een sterfhuisconstructie kan worden aangemerkt en of daarvoor toestemming van de crediteuren is vereist- heeft Lico de verhaalmogelijkheden van Bleeker illusoir gemaakt. Hiervoor kan volgens het oordeel van de rechtbank, Evereg en Groot een persoonlijk en ernstig verwijt worden gemaakt. De transactie vond immers plaats tussen ondernemingen waarvan Groot bestuurder was. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat Evereg en Groot in lijn met vaste rechtspraak van de Hoge Raad uit hoofde van onrechtmatig handelen in beginsel aansprakelijk zijn voor schade die Bleeker ten gevolge van dat handelen heeft geleden. Aan deze aansprakelijkheid kunnen zij alleen ontkomen, indien zij omstandigheden aanvoeren die de bewuste handelwijze rechtvaardigen. In dat kader hebben Groot en Evereg gesteld dat bij het uitblijven van de transactie geen enkele crediteur van Lico Teelt voldaan had kunnen worden. Deze stelling zal de rechtbank wegens gebrek aan enige onderbouwing verwerpen” . Voorgaand hebben we geciteerd wat we hadden ingebracht  o.a. in de pleitnota met omschrijving van de oorzaken, en daarbij was een kredietopzegging een vaststaand en onbestreden feit, zaken die duidelijk zijn gesteld, en waarbij eenieder die maar enigermate realistisch in het leven staat, (dus laat staan een rechter) weet of kan weten, dat in zulke omstandigheden er niemand meer betaald kan worden. Die omstandigheden hebben we dus onderbouwd aangevoerd. Wat ze daar stelt is een gotspe, en verhoogd het vermoeden dat het allemaal geen zuivere koffie is. Daarbij ging het niet om een overkomelijk bedragje, maar was deze rechter zich volledig er van bewust dat we dankzij alle problemen waar ze ook kennis van had, dat het onwaarschijnlijk was dat we in privé erg rijk zouden zijn, dus ze richtte ons vooringenomen en bij vol verstand financieel volledig ten gronde.
  19.   Daar komt bij dat het onnodig en ook ongebruikelijk is, om zo rauwelings en onbehouwen een uitspraak te doen. Als zij de onderbouwing onvoldoende vond (wat hij zeker niet was), dan had een bewijsopdracht in de rede gelegen, nu de belangen groot waren en alle zaken mogelijk onduidelijk, dubieus en twijfelachtig.  Ook hier rijst de vraag, of we met een onpartijdige rechter van doen hebben, die alleen maar gemakzuchtig en slordig was, wat nauwelijks is voor te stellen, of met een vooringenomene en voorgeprogrammeerde rechter. Als het het laatste was, zou dit in ieder geval onbegrijpelijke zaken verklaren. Ook de vaste rechtspraak van de hoge raad waar ze naar verwijst betreft andere, en totaal niet vergelijkbare zaken, en vergelijken van appels met peren. Deze rechter stelt het voor als dat wij met onze adviseurs bij elkaar zijn gaan zitten om te bedenken of, en hoe we de vordering van Bleeker, (wat nog geen vordering was, zolang de rechter geen uitspraak had gedaan), illusoir konden maken. De waarheid van de feiten was dat alle vorderingen, de vermeende van Bleeker voorop, al volledig illusoir waren en dat de rechter dit had kunnen weten nu het algemene bekendheid heeft dat dit in dergelijk geval zo is, en anders in z.g. waarheidsvinding, dit nader dient te onderzoeken. Mevrouw Allegro, bedankt.   De beslissing (het feitelijke vonnis dus) luidde; “Verklaart voor recht dat Groot en Evereg jegens Bleeker uit hoofde van onrechtmatige daad hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade van Bleeker voortvloeiende uit het onbetaald blijven van de vordering van Bleeker op Lico, nader op te maken bij staat”.
  20.  Derhalve zaten we dan dus opgezadeld met een groot probleem. Dat we daartegen in hoger beroep zouden gaan moge begrijpelijk zijn. Op dat moment was ik bijna 65, met een druk en specialistisch bedrijf zonder opvolger, en vooral dankzij datgene wat Sweens me aandeed, maar ook dus Duijsens, gierden de extra kosten daarvan al de pan uit,  en bleef een financiering onmogelijk. Nader opmaken bij staat betekende dat er middels een vervolgprocedure moest worden bepaald wat het exacte schade bedrag zou moeten zijn, waarbij dan ook van belang was of Bleeker nog geld uit het faillissement zou ontvangen, en dit hield weer verband met de mate van succes van de procedure van Sweens, die gelijktijdig gaande was, maar die dus 1,5 jaar later nul op zijn rekest kreeg.  In principe kun je in zo een schadestaatprocedure over iedere post en dingetje nog gaan vechten, zoals we later nog gaan zien. Dan stond er nog bij; “Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad”.  Ook dat behoeft wat uitleg voor de leek. Dit betekent dat men tot inning en executie over kan gaan, terwijl men nog in hoger beroep kan gaan. Als men in hoger beroep de zaak wél wint moet het geïnde dus weer terugbetaald, plus de kostenveroordelingen etc. maar dat geld kan dan al lang opgesoupeerd, en weg, en oninbaar zijn. Het is dan wel aan degene die een zaak heeft gewonnen, of die besluit om het hoger beroep af te wachten. Duijsens is dan iemand, zoals hij momenteel aan het bewijzen is, om iemand snel ten gronde te richten door agressief te innen, waarbij we het nakijken zullen hebben als zaken toch ten goede te keren zouden zijn.  Op zich is ook dit een bijzondere zaak want ik heb een onrechtmatige daad gepleegd omdat ik geen rekening heb gehouden bij de doorstart, met een vordering waar de rechter nog van moest bepalen of die wel correct was. Op zich al onbegrijpelijk en onnavolgbaar. Daarbij geven we duidelijk aan dat dit volslagen onmogelijk was, we leggen uit dat een opstapeling van calamiteiten gevolgd door kredietopzegging het volstrekt onmogelijk maakte om rekening met enige crediteur, laat staan Bleeker, te houden. We dus alleen konden redden wat er toen nog viel te redden, dit vooral in het belang van de crediteuren, dat was geen “stelling”zoals Allegro dit noemt (die stelling zal de rechtbank bij gebrek aan onderbouwing verwerpen),  maar de feiten, die aangevoerd en aannemelijk waren, en ten allen tijde nader onderbouwd en bewezen konden worden.  Dank zij die uitspraak kon dus Duijsens / Bleeker ons leeg plukken en Bleeker vol laten lopen, terwijl het in hoger beroep een totaal andere uitspaak kon geven, en er niets meer te halen kan zijn. Wij hadden er zelf dus bij de doorstart (01-07-2001) rekening mee moeten houden dat, na jaren van procederen, de vordering van Bleeker misschien wel eens toegewezen had kunnen worden, door toen al geld opzij te zetten wat er helemaal niet was, maar waarom moest, omgekeerd, Bleeker er geen rekening mee houden dat wij in hoger beroep wel eens zouden kunnen winnen? Waarom wij wel en zij niet? (afgezien van de grote strop, door Bleeker door wanprestatie aan ons veroorzaakt)  Waarom moesten wij op onmogelijke wijze geld opzij zetten, maar waarom behoefde Bleeker dat nu juist niet te doen. In mijn visie en beleven is dit een grote mate van pure rechtsongelijkheid.
  21.  Mij werd inmiddels steeds meer duidelijk dat ik er in geluisd was met het proces verbaal, ook dat Sweens een top crimineel nog overtrof in gemeenheid en onbetrouwbaarheid, maar ook dat hij, en naar later bleek ook een heel clubje van curatoren in grote zaken, heel veel invloed hadden op hun vermeende toezichthouders. Ik verwijs naar de zaak van de vishandelaar, en de Visser zaak is ook beschreven, dus van lieverlee werd me duidelijk dat ik vooral door een foute curator en een valsheid in geschrifte plegende rechter flink klemgereden was, maar ook dat die kennelijk vele vrienden hadden. De andere kant van de zaak was dat ik er meer dan 100 % van overtuigd was dat ik volledig in mijn recht stond, en dat Bleeker degene was die een onrechtmatige daad had gepleegd, plus zijn leugenachtige advocaat plus het clubje er omheen, plus als een rechter iemand ten onrechte beticht van een onrechtmatige daad, dan pleegd die rechter in mijn beleven ook een onrechtmatige daad.
  22.  Dat we in hoger beroep zouden gaan was uiteraard snel besloten. Inmiddels was me, ook door bekendheid met zaken van derden, duidelijk dat er in Alkmaar weinig goeds te verwachten was, maar dat zou naar ik meende bij het Hof in Amsterdam anders zijn. Betere rechters en dan drie in plaats van één  zou toch het verschil moeten maken, we kwamen uiteindelijk tot het besluit om drie verschillende acties te gaan voeren, eigenlijk vier want we gingen Sweens er op aanspreken dat hij niets met de brief van 13-05-04 had gedaan, zoals al beschreven, dit ook middels S.K.  We zouden dan in hoger beroep gaan, maar we zouden vooraf twee andere, aparte acties ondernemen die eerst  beslecht moesten om die zaken in hoger beroep al duidelijk, of duidelijker te hebben. De ene was het vragen van verbetering van het proces verbaal. Die mogelijkheid wordt in de wet geboden. Als dit zou slagen dat zou Bleeker met lege handen staan. Hij zou dan nog een aparte procedure aan kunnen gaan, tegen ons maar dan zou hij bewijs moeten leveren, dat Bleeker zijn zaken allemaal goed had gedaan, een extra procedure, waar hij het bewijs niet waar zou kunnen maken, dus dan was hij uitgerangeerd, dat zou hij nooit gaan doen, alles was er juist bij hem op gericht om te voorkomen dat het handelen van Bleeker een objectieve beoordeling zou gaan krijgen. De andere actie had er alles mee van doen wat rechter Allegro in haar uitspraak had gezet, “dat ze anders zou hebben besloten als er aan Bleeker verwijtbare zaken waren, die niet in rechte waren bewezen“. We begonnen daar een aparte rechtszaak voor, om in die aparte zaak het bewijs te leveren, zodat het hof op basis daarvan dus anders kon oordelen. De gedachte was dat de kans van slagen groter was als dit al vast was gesteld, beter dan dat dit door het hof zelf nog apart moest worden beoordeeld.  Zowel de verbetering van het proces verbaal, als ook het zogezegd; “In rechte bepalen” moesten dus zodanig de kansen verbeteren, dat het in hoger beroep gewoon niet meer mis kon gaan.
  23.  Er is dus eerst Hoger beroep ingesteld, alles kon niet tegelijk, en advocaten hebben het doorgaans druk dus het is altijd lastig gebleken om de vaart er in te houden,  dit moet binnen de termijn van drie maanden, maar als het is ingesteld dan kan de z.g. memorie van grieven later ingediend, en kan het tijdelijk op de parkeerrol geplaatst, bijvoorbeeld als men, zoals in dit geval, bepaalde zaken vooraf vastgesteld wil hebben.  Vanaf begin augustus, en dan gedurende zeker een half jaar hadden we het drukke seizoen in het bedrijf, en dus altijd razend druk, de gehele oogst moest geoogst, verwerkt, uitgeleverd, maar  ik deed alle verkoop, ook deels inkoop, moest de organisatie en administratie in goede banen leiden, waar ik wel bepaalde zaken kon delegeren, maar  daarbij een lopende rechtszaak hebben (de door Sweens begonnen zaak) en er vier op poten zetten (tegen Sweens pro cé, in rechte vaststelling, verbetering proces verbaal en hoger beroep) geeft allemaal een enorme extra belasting, met veel communicatie met advocaat S.K. die ook niet steeds direct kon reageren immers ook andere zaken gaande, en zittingen (en alle vakanties weg), dus de tijd vloog voorbij, het hoger beroep was binnen de termijn ingesteld d.d. 15 oktober 2008.  Er was evenwel nog een ander probleem, want hoewel  ondanks alle problemen het bedrijf redelijk bleef gaan, was er constant toch, vooral bij gebrek aan een financier, constant krapte in de kas, en moesten rekeningen soms even wachten, en die van S.K. begonnen echt de pan uit te vliegen, dus we waren in tijd van ja en nee, weer tienduizenden euro’s op achter, wat zijn werksnelheid ook niet stimuleerde. Dan dient alles weloverwogen te gebeuren, ieder foutje of vergissing of vergeten iets wordt snoeihard afgestraft, dus alles bij elkaar was het voor ons, maar ook voor S.K. veel werk. Als we van tevoren hadden kunnen weten dat het allemaal niets uit zou halen, dan had het instellen van de aparte zaken ons zeker een tonnetje bespaard of, meer.
  24.   Dat is niet zomaar na te rekenen maar gaat over heel veel geld. Ik maakte dan zelf een concept, vooral om alle zaken zo goed mogelijk aan te geven, en te zorgen dat de advocaat het begreep en geen belangrijke dingen vergat. Voordat iemand van buiten de branche alles begint te begrijpen ben je al weer een tijdje verder. Dan ging het om de onderbouwingen, of wel de bewijzen, dus ook de stukken en bijlagen die je daarvoor bij elkaar moest zoeken en verzamelen. Allemaal ontzettend tijdrovend, maar alles wat je zelf kan doen in plaats van de advocaat bestaart weer pakweg 250 euro per uur, voor een kwartiertje met je advocaat bellen kun je ook lekker uit eten. Aangaande bepaalde bijlagen was je dan weer afhankelijk van anderen, bellen, bezoeken, enz. Er lijkt ongeveer geen einde aan te komen.  Dan zat je constant ook in dubio, enerzijds wordt vaak gezegd dat stukken te lang zijn, wat steeds vaker wordt geroepen. Alles moet eigenlijk in één a viertje, maar als je dat doet krijg je ze zeker voor de kiezen. Dan worden alle z.g. stellingen  verworpen bij gebrek aan onderbouwing. Allegro verwierp zaken immers al als ze weldegelijk goed waren onderbouwd. Ga er dan maar aan staan om het goed te doen. Ik heb het ervaren als het “met onwillige honden hazen vangen”.  De zaak die de teelt en wanprestatie van Bleeker betrof, is ingesteld d.d.  17 april  2009.  De zaak tot verbetering van het proces verbaal, en ook die van Sweens pro cé blijken beide op 29 mei 2009 te zijn ingesteld dus gedagvaard. Sweens hebben we al besproken. We zullen eerst de wanprestatie in de teelt beschrijven, daarna de verbetering proces verbaal, daarna het hoger beroep.
  25.  Hoewel al die zaken gelijktijdig plaatsvonden en wat door elkaar liepen, zullen we ze Eén voor Eén  beschrijven te beginnen bij de z.g. “in rechte vaststelling”. In de voorafgaande procedure had ik al een, vrij simpel maar heel duidelijk rapportje bijgevoegd, opgemaakt door een kweker die ook, eerst correspondent van het scheidsgerecht was, later één van de z.g. scheidslieden en een gerenommeerd kweker, en ook taxateur voor verzekeringen. Een soort algemeen geaccepteerde autoriteit in het vak, ene hr. Ruijter. Die had op schrift gesteld dat de oorzaken die Duijsens aanvoerde voor een slechte oogst niet mogelijk, dus uitgesloten waren. Dat het plantgoed goed gekwalificeerd was en gecertificeerd, wat overigens verplicht is, en z.g. slecht plantgoed bestaat eigenlijk niet. Het wordt afgekeurd maar loont ook niet om te telen, en dat, als er sprake is van een halve oogst er zaken wezenlijk mis zitten. Twee pagina’s, in zijn eenvoud duidelijk en begrijpelijk voor bv. een rechter als Allegro.  Duijsens kwam daar tegenin met gebruikelijke wartaal, maar als Allegro niet vooringenomen was geweest (?) dan had ze zich dus niet laten misleiden en in verwarring brengen. Volgens hem kon Ruijter niet als deskundige gelden, deugde het plantgoed niet, had Ruijter de percelen niet gezien en het plantgoed niet (alsof dit verschil maakt als iets voor alle lelies telt), en had Bleeker alles goed gedaan, en nog zo wat ongefundeerde algemene retoriek, en naar gewoonte zonder enige verdere onderbouwing of bewijs, maar kennelijk genoeg voor Allegro, terwijl die bij serieuze beoordeling daar al voldoende bewijs in zou kunnen hebben gezien. Derhalve gevraagd aan dezelfde Ruijter of hij een wat uitgebreider rapport wilde maken, met een glad kaft, en zijn kwalificaties vermelden, en een ruwe / globale begroting van de schade.  Dit rapport ontving ik 15 oktober 2009.  
  26.  Omdat Duijsens Ruijter uitmaakte voor een ondeskundige onbenul, wilde ik dan maar het zekere voor het onzekere en heb ik nog weer een dikke 1000 Euro verspendeert aan een aanvullend rapport wat eigenlijk dat van Ruijter alleen maar bevestigde.  De hoogste en meest deskundige instantie is het PPO, wat staat voor Praktijkonderzoek Plant & Omgeving. Dit is nu een onderdeel van de universiteit van Wageningen, maar deze afdeling is gevestigd in Lisse waar een aantal wetenschappers allerlei zaken gerelateerd aan bloembollen onderzoeken, waarbij veel ziekten en plagen, maar ook groeiomstandigheden.  Ook zoiets regelen kost tijd en moeite en was vrij lang onderweg. Het is de meest deskundige instantie van deze planeet, mogelijk het hele universum, maar als je er bij vertelt dat het bedoeld is als bewijs in een rechtszaak, dan moet het toch over diverse lagen in de hiërarchie. Het is hun taak om op aanvraag hun kennis te delen, maar alles wordt extra overwogen en twee maal bekeken of ze er helemaal achter kunnen staan, dus dit was ook weer pakweg 6 weken  onderweg, en is gedateerd 2 oktober 2009, en is  als aanvulling van de reeds ingediende bewijzen, per akte nagestuurd als bijlage 13 dus toegevoegd in de inmiddels lopende zaak. We herhalen hierbij het eerste stukje;   Geachte heer Groot, Op 17 august 2009 heeft u ondergetekenden benaderd met het verzoek om een reactie over een zaak tussen Lico Teelt Bv. te Andijk en de firma Bleeker Smit V.O.F. te Sint Maarten aangaande een contractteelt van leliebollen in 1999. U heeft daartoe ondergetekenden een 9 tal vragen voorgelegd die zij op basis van hun kennis en jarenlange ervaring als gewasonderzoeker lelie en onderzoeker diagnostiek bij Praktijkonderzoek Plant & Omgeving als onderdeel van Wageningen Universiteit als volgt kunnen beantwoorden;

vraag  1.   U heeft kennis genomen van het rapport van G. Ruijter. Voor zover u met de materie bekend bent, onderschrijft u de meningen en conclusies zoals in het rapport gesteld?.

Antwoord  1.  Ondergetekenden hebben kennis genomen van het rapport van G. Ruijter. Net als G. Ruijter vinden we het heel vreemd dat uitgaande van gelijkwaardig plantgoed er bij één teler sprake was van een halve oogst terwijl er bij de overige contracttelers sprake was van een normale of goede oogst. Geen van de argumenten die door de contractteler worden aangedragen kunnen ons inziens worden aangewend als verklaring voor de halvering van de oogst,  —– . “

  1.  Daarop volgt dan meer gespecificeerde onderbouwing etc. Duijsens beweerde dan later dat het PPO er ook niets van wist en het allemaal bij het verkeerde eind had, maar had zich evengoed gedurende de gehele procedures wel altijd te weer gesteld door allerlei zaken door elkaar heen te roepen, dat Bleeker zaken goed had gedaan en het plantgoed niet deugde en dat het niet tegen een ziekte (die er niet in voorkwam) was behandeld (een warmwaterbehandeling die geen enkele groeiverbetering geeft) en wat andere zaken, maar ze bleven niet alleen die zaken beweren, maar wisten het bij iedere gelegenheid aan te dikken en steeds vele malen groter te maken dan het was, als het al iets was, waar uit op is te maken dat hij toch meende dat hij zich moest blijven verdedigen. Wel stelde hij, en bleef dit consequent doen, ook dat de vordering vast stond nu er uit het (door v.d. Berg gemanipuleerde) proces verbaal niet bleek dat wij de vordering hadden bestreden, dus (volgens hem) erkend, maar hij leek er kennelijk toch niet gerust op dat dit stand zou blijven houden dus hij bleef ook roepen dat we inferieur plantgoed hadden geleverd, enz. maar zaken roepen en niet bewijzen behoort in een normale rechtsstaat niet te voldoen, maar in Nederland voldoet het, althans in bepaalde gevallen en als er vriendjes in zijn betrokken, aldus duidelijk bewezen en geconcludeerd door ons, waarvan akte. Daarnaast was er, zoals in boek één al beschreven nog een hele faxwisseling geweest, die als bijlage was ingebracht en meer van zulke zaken. Met een minimum aan goede wil kon een beetje rechter in een half uurtje onomstotelijk vaststellen dat Bleeker grote fouten had gemaakt en ons dus zwaar had gedupeerd en schade toegebracht.  Met die zaken gingen we dus de procedure in om die zaken dus ook in “In rechte vast te laten stellen”, wat rechter Allegro dus in eerste instantie ook gewoon zelf had kunnen doen. Nadat zaken dus uiteindelijk op de rit stonden en waren ingediend, waren we wel heel erg onaangenaam verrast dat die zaak zou worden behandeld door exact dezelfde rechter, mevrouw Allegro,  die dus zelf het eerste negatieve vonnis in elkaar had geflanst. Ook daar hebben we schriftelijk  aangegeven dat ons dit niet een goed idee leek. Ik wilde wel officieel wraken. S.K. was daar (net als bij Blokland) terughoudend in. Dat we het per brief verzochten had verder geen effect of gevolg.
  2.  Al eerder heb ik de lezers gemeld dat er een lijst van aanbevelingen is, waar rechters geacht worden zich daar aan te houden.  Men kan stellen dat er een verschil is tussen regels en aanbevelingen, ook aangaande gevolg, sancties etc. maar men kan toch stellen dat je het kan verklaren als, beste rechters, dit moet je gewoon niet doen, want anders staat je functioneren ter discussie. Dit telt natuurlijk nog zwaarder als je in eerdere instantie al een negatief vonnis hebt gegeven, en dan een zaak gaat doen die in hoger beroep op hun uitspraak van belang is, en bedoeld is om die uitspraak te beïnvloeden. We herhalen die z.g. aanbeveling 8 hier nog maar eens opnieuw; “Aanbeveling 8. Eerdere bemoeienis met een eerdere zaak of met partijen; De rechter dient zich er van bewust te zijn dat zijn (of haar!) onpartijdigheid ter discussie kan komen te staan vanwege zijn (haar) eerdere bemoeienis als rechter bij een bepaalde zaak. Voorts kan de onpartijdigheid van de rechter worden beïnvloed indien hij (zij) herhaaldelijk zaken van dezelfde procespartij(en) behandeld.”   Uiteraard dienen rechters die regel zelf te kennen en er naar te handelen. In dit geval kunnen we niet anders stellen  als dat hier een bewuste keuze is gemaakt. Wie die maakt, en hoe dit is geregeld weten we niet. Ze had in ieder geval zelf moeten stellen dat ze deze zaak gewoon niet kon doen. Volgens de aanbeveling moet een rechter dat niet doen om geen verdenking op zich te laden dat ze onpartijdig zijn. Het heeft de schijn dat Allegro die zaak willens en wetens juist wél heeft willen doen, ondanks dat ze er door ons ook nog op is gewezen dat dit geen goed idee leek. Daarbij dan opgeteld haar, wederom zeer negatieve beoordeling van zaken, laad dit duidelijk juist wél de verdenking op haar dat zij vooropgezet en vooringenomen, die zaak juist wel deed om tot een partijdig oordeel te kunnen komen. Daarbij zijn er dan meer betrokken geweest. Zaken zullen immers in overleg worden toebedeeld en daar zal aansturing van zijn.  
  3.  Er ontstond nog gedoe omdat Duijsens deze zaak en het hoger beroep wilde laten voegen, en wij juist weer niet, wat zaken vertraagde en weer flink extra kosten gaf, maar 15 februari was er dan een zitting / comparitie, waar het proces verbaal van nog na is te lezen. De zitting had een rommelig verloop met veel welles nietes gedoe. Duijsens liet zich vervangen door kantoorgenoot van der Klei, die komt hier met een nog niet eerder aangehaald iets, want ineens beweert van de Kleij dat we te laat hebben geklaagd dat de teelt niet goed ging en dat het daarom eigen schuld was. Dit is dan later wel afgewezen maar geeft meteen weer veel extra gedoe, en geeft aan hoe je al dat soort zaken kan misbruiken, vooral als je al dat soort zaken gaat roepen, die worden bedacht en verzonnen. Bleeker zelf beweerde dat hij de aanmeldingsformulieren van de bloembollenkeuringsdienst, van ons niet in mocht vullen, omdat er sprake zou zijn van afgekeurde partijen en ook van z.g. illegale teelt dus teelt waar we geen licentie voor hadden. Nu kunnen illegaal geteeld bollen sowieso normaal groeien, maar hij slaagde er wel weer in, om ons zwart te maken en te criminaliseren.  Op zo een moment kun je zoiets weerspreken, maar niet bewijzen. Later vond ik het netjes bewaarde aangifte formulier in het handschrift van F. Bleeker netjes ingevuld met certificaatnummers (dus goede kwaliteit was vastgesteld) met daarop vermeld dat het door hem namens ons was ingezonden. Op iedere zitting is wel weer een soort koekoeksei gelegd. Dit blijkt toch vrij effectief, nu je zo een verrassingsaanval niet direct met tegenbewijs kan pareren als je daartoe al gelegenheid voor krijgt, en het brengt een rechter in verwarring of zet ze op het verkeerde been. Daar behoren ze niet in te trappen maar wij hebben dit wel zien gebeuren.
  4.  In deze zaak ging het dus in feite alleen over de beoordeling van de teelt, omdat rechter Allegro zelf had gesteld dat dit van belang was en als Bleeker fouten had gemaakt, dat dit tot een ander oordeel zou leiden. Van Bleeker zijde werd er nu dus ook flink op ingezet dat dit niet meer van belang en geldend was, vanwege het door van den Berg geproduceerde stuk valsheid in geschrifte, maar Allegro had zelf juist gesteld, dat het voor haar het verschil zou maken en het proces verbaal zou overrulen. De vraag is inmiddels of ze dat toen ook meende, of dat ze het er voor de vorm in had gezet om niet te partijdig over te komen. Ik benadrukte dus zelf ter zitting dat de bijlagen 11,12 en 13 van belang waren ofwel van doorslaggevende betekenis. Voor de duidelijkheid citeer ik wat er van vastgelegd is in het proces verbaal, op pag. 5.  Allereerst wat ik zelf in bracht, en daarna de reactie namens Bleeker van mr. van der klei. Groot”ik laat onderzoeken doen om aan te tonen dat zij niet goed hebben gehandeld, en Bleeker komt met niets. Ik verwijs naar de productie 10,11, en 13 bij dagvaarding. In januari 2001 heb ik al vragen gesteld aan Ruijter. koken- de warmtebehandeling- van bollen is ook risicovol, dat had evengoed verkeerd kunnen gaan.  Mr. van der Klei, Metselaar heeft in eerste instantie niets gezegd tegen Bleeker (zie gespreksverslag Bader, productie 1 bij dagvaarding) Hij had klachtplicht op grond van art. 6.89 bw en instructiebevoegdheid als opdrachtgever. Daardoor is sprake van eigen schuld. Bleeker weet niet welke monsters van welke partijen en van welke grond zijn genomen. De monsters (bedoeld in productie 6 bij dagvaarding) zijn buiten medeweten en aanwezigheid van Bleeker genomen. Met betrekking tot het rapport PPO voornoemd: dat zijn antwoorden op algemene en leidende vragen van Groot. PPO verwijst naar de Ruijter uit 2008 die weer reageert op De Ruijter uit 2001. De relevantie is heel klein.  Alle bewijsmateriaal is naar Lico gegaan. Uit de zes vragen aan De Ruijter (productie 10 bij dagvaarding) blijkt niet dat het contractteelt betreft of dat de opdrachtnemer onzorgvuldig heeft gehandeld. Het geeft ook niet aan op welke partijen het zag. Er waren wel tien verschillende partijen. Zie in verband met verweer en bewijs ook NJ 1992,813. Bleeker (gedaagde sub 2) Van Metselaar mocht ik destijds de aanmeldingsformulieren van de bloembollenkeuringsdienst niet invullen omdat er afgekeurde partijen bij waren waar hij geen licentie voor had—”   Verder stelt Bleeker ( jr. F)  dan nog dat hij zelf ook monsters had genomen, maar dat hij de uitslagen kwijt was geraakt.
  5.   Daar heeft hij overigens geluk want wij hebben ze nog. In boek één was al beschreven hoe het met de monsters was gegaan,  intussen dus toen al tien jaar terug. Metzelaar was zodanig ongerust over de verpietering en de stand en het achterblijven van het gewas, en Bleeker wilde geen grondanalyses laten doen omdat alles in orde zou zijn. Later is Bleeker dan ook zelf in beweging gekomen en heeft zelf monsters laten nemen. Toen Metzelaar de uitslag naar Bleeker jr. faxte, heeft die er op geschreven dat hij de uitslag niet geloofde maar dat zijn eigen uitslag onderweg was. Op de formulieren voor monstertrekking stonden de percelen en ook de soorten aangegeven. Bij Bleeker bestond er in 1999 geen enkele twijfel dat er sprake kon zijn van andere percelen of soorten, maar tien jaar later weet Bleeker dit volgens v.d. Klei niet meer, de monsters zijn ook zeker niet zonder medeweten van Bleeker genomen, maar omdat hij dit eerst niet zelf wilde doen wat wel zijn taak was. Dat Metzelaar niets had gezegd tegen Bleeker wordt ook volledig weerlegd door de faxen die over en weer zijn gegaan, en waar F. Bleeker (jr) de gewoonte van had er aantekeningen op te maken en terugstuurde.
  6.  We beschrijven dit wat extra en gedetailleerd omdat dit nu echt exemplarisch is aangaande het handelen van Duijsens en zijn beide collega’s die regelmatig voor hem waarnamen. Alles wat v.d. Klei daar in die comparitie naar voren bracht was volledig tegen beter weten in, in overleg met Bleeker zelf, op zorgvuldige en weloverwogen wijze “Bedacht en verzonnen” Er was dus geen enkele intentie om zich in hun verdediging aan de waarheid de gaan houden. Daar konden ze het overigens ook nooit mee redden, dus er gold alleen maar, “wat is hier nu weer op te verzinnen”om de rechter te misleiden en op het verkeerde been te krijgen. Dit is ook volstrekt in strijd met het advocaten reglement, maar daar gaan we het nog over hebben. Zelf heb ik nooit dat soort advocaten kunnen vinden maar hoef ik ze ook niet, want als je in je recht staat kun je je aan de waarheid en de feiten houden, en hoef je ook niet iedere leugen, verzinsel of fantasie te onthouden. Als rechter dan zouden doen wat ze moeten doen, dan zouden zulke leugenaars ook heel snel door de mand vallen en afgerekend worden, zo is rechtspraak ook bedoeld, en zo had het ook nog steeds behoren te zijn, maar inmiddels zal de lezer ook tot andere conclusies komen. Dat geld dan ook, mogelijk nog meer, voor alle mist en verwarring die wordt gezaaid over de rapporten, die waren in feite simpel en duidelijk. Er staat immers in dat het voor alle partijen lelies geld dat die niet en nooit beter groeien door een warmwaterbehandeling  (eerder slechter), dat de andere beweringen (kiek/woekerziek) maar in 1/3 van de percelen voorkwam, en dat het plantgoed gekeurd en gecertificeerd was, en er tijdens de groei geen virus of aaltjes zijn geconstateerd. Zaken die voor alle lelies gelden, gelden dus ook voor de partijen die bij Bleeker stonden, ongeacht, welke en hoeveel partijen er waren. Nogmaals, van alles door elkaar roepen en verwarring stichten en rechters misleiden is hun stijl, maar kan alleen slagen bij slechte rechters, en / of partijdige rechters. Goede en onpartijdige  rechters prikken daar direct doorheen en straffen het af.
  7.  Bemoedigend was dat Allegro aan het einde van de zitting stelde dat ze extra goede aandacht zou gaan geven aan de bijlagen 10,11 en 13, de rapporten. Als ze dat maar een tikkeltje serieus zou doen, dan kon het niet mis gaan. Dit staat niet in het proces verbaal maar is duidelijk door mij onthouden. Proces verbalen van zittingen worden naar beste weten en kunnen door de aanwezige griffier opgemaakt, maar we zien toch regelmatig dat bepaalde zaken missen, anders opgeschreven als bedoeld of gezegd, of gewoon niet goed begrepen. Na die zitting kon nog een akte worden genomen, daarna dus afwachten op de uitspraak.  Dat het weer door Allegro was behandeld zat me nog steeds dwars, maar we hadden toch goede hoop op een goede afloop, nu ze had toegezegd serieus naar de rapporten te gaan kijken en die zorgvuldig beoordelen. Het vonnis van d.d. 14 juli 2010 was dan ook een complete en negatieve verrassing. Het is ook vrij ingewikkeld beschreven en omschreven maar we zullen het wat versimpeld proberen uit te leggen. Als verweer had  Duijsens in de ingebrachte stukken gesteld dat we een verklaring voor recht vroegen maar dat zou alleen kunnen tussen de oorspronkelijke contractpartijen en dat waren Bleeker en de failliete Lico Teelt BV.  Wij, wat ze benoemen als Evereg c.s.  waren geen contractpartij, hadden dus geen belang er bij en konden dus er niet om verzoeken dat er vast werd gesteld dat Bleeker zijn zaken fout had gedaan want wij waren geen partij. Allegro verklaarde zich het daar mee eens, en verklaarde de zaak dus niet ontvankelijk. In r.o. 4.7 geeft ze dit als volgt weer;  “De rechtbank is van oordeel dat, zoals hiervoor in rechtsoverweging 4.2 en 4.3 overwogen, in deze procedure niet kan worden vastgesteld dat Bleeker Smit jegens Lico Teelt toerekenbaar te kort is geschoten in de overeenkomst tot contractteelt. Ook is er geen andere gerechtelijke procedure geweest waarin is vastgesteld dat Bleeker Smit jegens Lico Teelt toerekenbaar tekort is geschoten in nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst tot contractteelt. Hieruit volgt dat de vordering van Evereg c.s. dat Bleeker Smit onrechtmatig jegens Evereg c.s. hebben gehandeld wegens even genoemde toerekenbare tekortkoming reeds daarom niet toewijsbaar is.
  8.  Dus verder ook geen woord over de ingebrachte bewijzen enz. Dit is uiteraard wel heel erg bevreemdend, het was inderdaad niet meer en minder dan een zaak tussen Bleeker en Lico Teelt BV., tot aan het moment dat wij bestuurlijk aangesproken werden door Bleeker zelf. Daarna was het een zaak tussen Bleeker en Evereg c.s. ofwel tussen ons. Allegro had dus eerder gevonnist dat wij een stel slechteriken waren, en dat ons, en dus mijzelf, een ernstig verwijt te maken was, als half crimineel, tenzij Bleeker er inderdaad echt een rotzooitje van had gemaakt, want dan zou Bleeker weer de slechterik zijn en wij de goeden. Dan behoort toch het recht te bestaan om dat te kunnen bewijzen en dat was dus precies waar die procedure over ging, nu Allegro de eerdere mogelijkheid om dat te bepalen voorbij had laten gaan. Duijsens stelde dus dat het niet ging tussen ons en Bleeker en wij er dus geen belang bij hadden, terwijl hij er zelf de veroorzaker van was dat wij er juist wél alle belang bij hadden.  De vraag die hier gesteld kan worden is of Allegro, als zij zich strikt aan de wet wilde houden, in feite niet anders had kunnen oordelen. Zoals we later aangeven kon zij dat weldegelijk, ze koos gewoon voor de gemakkelijkste weg, ook al was anders oordelen ook niet moeilijk geweest, maar dan zou het doel, wat Sweens en van den Berg samen met Duijsens op hadden gekookt voorbij worden geschoten. Het zou zomaar zo kunnen dat dit de hoofdreden was.
  9.  De reden dat ik stellig schrijf dat Allegro anders had kunnen oordelen, baseer ik op de uitspraak in hoger beroep. Uiteindelijk komt die wel dichterbij, maar ook daar gaat het uiteindelijk toch mis.  Daartoe is relevant wat in r.o. 3.13 is overwogen; “Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat dit niet tot gevolg heeft dat de vordering strekt tot verklaring voor recht dat Bleeker Smit onrechtmatig heeft gehandeld jegens Evereg c.s. moet worden afgewezen. Onder omstandigheden kan, bij een toerekenbare tekortkoming van een contractpartij jegens de andere contractpartij, ook sprake zijn van onrechtmatig handelen jegens de aandeelhouder(s) van die andere partij (HR. 2 december 1994 NJ 1995, 288 en HR 2 mei 1997, NJ 1997, 662).  Dat kan in het bijzonder het geval zijn indien sprake is van schending van een specifieke zorgvuldigheidsnorm die jegens aandeelhouder(s) in acht diende te worden genomen. in zoverre slaagt de grief. Evereg c.s. hebben schending van een dergelijke specifieke zorgvuldigheidsnorm door Bleeker Smit jegens Groot en /of Evereg echter niet, althans onvoldoende concreet, aan hun stellingen ten grondslag gelegd. Aldus hebben Evereg c.s. onvoldoende gesteld om de vordering op grond van onrechtmatig handelen toe te kunnen wijzen”. Dit hielp ons dus niet, maar maakt wel een paar zaken klip en klaar duidelijk. Er lijkt een overmaat aan jurisprudentie te zijn, dat wij weldegelijk als partij konden gelden, zodat het onbegrijpelijk is dat Allegro daar geen kennis van had, wat weer wat verder wijst in de richting van een partijdig oordeel en opzetje. Zij heeft wel het lef om mij, volslagen ten onrechte een slechterik en een crimineel te noemen, dan hou ik mij maar het recht voor om, ondanks al het “edelachtbare”gedoe, wat aan een rechter kleeft, om haar hier en nu uit te maken voor een “sukkeltje” als rechter als ze niet verder dacht en keek als haar neus lang was, want al die jurisprudentie lag immers voor het oprapen, maar als het geen onkunde en slordigheid is geweest dan maak ik haar hierbij omgekeerd evenredig uit voor het plegen van crimineel gedrag. Ik kan niet anders concluderen en zou niet weten waarom ik dat niet duidelijk mag uitspreken, ik dacht dat dat immers “voldoende is gesteld”.  Respect voor rechters heb ik als die onpartijdig zijn en ook respect hebben voor mij. Uiteindelijk overtreft zijn in mijn beleven Sweens en Duijsens, als fout persoon, nu ze zich ook niet aan hun z.g. aanbevelingen houdt en er simpelweg de oorzaak van is dat wij momenteel geheel ten gronde zijn gericht.
  10.  Toch is het dan weer opmerkelijk dat, ondanks alle harde bewijzen en bijlagen die bij waren gevoegd, en de gedetailleerde beschrijving en onderbouwing, ook het hof zich er hier verder weer gemakkelijk vanaf maakt, door te beweren dat zaken volgens hen “onvoldoende zijn gesteld” We hebben een rechter die met pensioen ging daar ook in een krantenartikel over horen klagen, die vond dat de rechtspraak degenereerde omdat steeds meer rechters er met dat argument, zich gemakkelijk er van afmaakten, wat we hier als bevestigd en onderschreven achten. Toch zou het totaal anders hebben kunnen gaan, als het voorgaande, door ons geciteerde, niet in de uitspraak van het hof had gestaan maar in die van Allegro, want dan zouden de grieven zich alleen maar op het handelen van Bleeker toe hebben gespitst en zouden we extra aandacht aan  de verdere onderbouwing hebben besteed. Dat zou vrijwel zeker het verschil hebben gemaakt. De afwijzing van Allegro leverde een kostenveroordeling op van 1618 Euro, die van het hof 3322 Euro dus ook daardoor weer bijna 5000 euro armer. Er is nog naarstig gekeken en overwogen of cassatie zin kon hebben, maar de kansen van succes werden gewoon gering geacht, en de kosten hoog, en we waren ook erg gedesillusioneerd, want een maand daarvoor hadden we ook een negatief vonnis gehad in de kwestie die we vervolgens gaan beschrijven, de verbetering van het proces verbaal. Tot aan de net beschreven uitspraak van het hof, geloofden we (hoewel steeds minder) toch nog in de rechtsstaat en de rechtspraak, maar de tekenen, aanwijzingen en ook bewijzen stapelden zich steeds meer op dat er inderdaad sprake was van “Een grote incestueuze bende”.  In ieder geval in het Alkmaarse.
  11.  Zoals beschreven stelden we 29 mei 2009 een verzoek in tot verbetering van het proces verbaal. Dit kan worden gevraagd op basis van artikel 137 lid 2 F.W. Zowel de curator, schuldeisers als ook gefailleerde zijn bevoegd om op basis van dat artikel verbetering te verzoeken. Het gaat daarbij om de vraag of het proces verbaal van een verificatievergadering, waarvan verzoeksters wijzigingen verzoeken,  fouten bevat. Zo een vergissing kan worden hersteld, dat er fouten in zitten moet dan “uit de stukken” blijken. Zo staat dat dan in die wet.  Er zijn wel wat bijzondere dingen mee aan de hand, want het is iets wat bijna nooit voorkomt, dus er is ook heel weinig jurisprudentie over, of publicaties of wat dies meer zij. Het zal niet zo zijn dat fouten bijna niet voorkomen. Toen wij het eindelijk in handen kregen zag ik in de eerste oogopslag dat er zaken niet klopten, maar afgezien van het feit dat ik van artikel 137 /2 geen weet had, meende ik geen enkel belang er meer bij te hebben, en dat zal in veel gevallen zo zijn, dus fouten en foute processen verbaal gaan het dossier in en stof vergaren. Daarbij zal het ook weinig voorkomen dat een proces verbaal opzettelijk is vervalst door een voorbedacht opzetje, dus daar was weinig houvast, en ook geen indicatie of hint wat de wetgever precies bedoelde en hoever verandering zou strekken. Dan stel ik me voor dat er, in de enkele gevallen dat iemand de moeite nam om herstel van een fout te verzoeken, dat er ook echt een fout zou zijn, die niet opzettelijk zou zijn ontstaan (zoals in dit geval) maar per ongeluk. In het ter discussie staande proces verbaal staat ook een grote fout in die er per ongeluk in is geslopen, en waar we het nog over zullen hebben. Als een rechter of curator zo een verzoek gemeld krijgen zullen ze zich er van vergewissen dat er een fout of vergissing is begaan, en die snel en efficiënt herstellen.  Heel anders wordt het natuurlijk als de rechter en curator en zelf belang bij hebben dat de fout niet wordt hersteld, omdat ze die fout opzettelijk en met een duidelijk en vooropgezet doel hebben begaan. Daar was hier dus sprake van en bleek eigenlijk een unicum te zijn, ook maar enigermate vergelijkbare zaken werden niet gevonden.
  12.  Ik wist ook niet dat dit een hele formele procedure moest worden. Dat staat er in de wet niet bij. Gewoon even doorgeven van, jongens, er kloppen een paar dingetjes niet, verander dat even als je wilt, was er dus helemaal niet bij. Maar goed, de procedure was ingezet, maar op zich had die procedure geen tegenpartij, althans het was niet het pakkie an van Bleeker. Sweens was wat meer betrokken, maar behoorde er volledig neutraal in te staan, nu die wel aanwezig was geweest kon hij er hooguit iets van zeggen of vinden maar een partij was hij niet. Het ging tegen een proces verbaal wat opgemaakt was (of behoorde te zijn) door de griffier in overleg met de Rechter Commissaris, met mogelijk nog inbreng van de curator.  De tegenpartij was dus in directe zin de R.C. en dus indirect de Staat der Nederlanden. Nu die geen eigen belangen behoorde te hebben zou verwacht mogen worden dat het een formaliteit zou zijn. Wat je dus ook in deze procedure niet had waren de schrijfrondes, zoals memories en duplieken. Dat dit allemaal anders bleek te zijn, en uitdraaide op een soort levend gevecht, met hele vreemde en onverklaarbare uitspraken, was dus weer een aparte ervaring. Daarbij rijst de vraag waarom men zich zo tegen verbetering teweer stelde. Verbetering zou in ons voordeel zijn en in het nadeel van Bleeker, maar daar behoorden zij neutraal in te staan, of kunnen we daar juist uit op maken dat ze er niet neutraal dus partijdig in stonden. Dat zou immers veel van hun gedrag verklaren, ook al zullen ze dat te vuur en te zwaar blijven bestrijden. Wat daar verder van is, we gaan het beschrijven en de lezer mag zelf tot een oordeel komen.
  13.  Geen schrijfrondes enz. dus maar het duurde toch een half jaar voordat er een zitting kwam, terwijl dat naar onze mening binnen een maand, hooguit twee had kunnen zijn. De zitting werd gevoerd door een vrouwelijke rechter, ongeveer een leeftijdsgenoot van Allegro, van den Berg, en Blokland, en dus ook een directe collega in dezelfde vakafdeling, ene mevrouw van Leeuwen. Aan S.K. had ik gevraagd hoe zo een zitting zou gaan en of iemand nog met een soort tegenpartij standpunt kon komen, maar die wist het ook niet, we zouden het dus wel zien en beleven.  En aldus zou dus gaan geschieden. D.d. 24 november 2009 dus naar Alkmaar getogen, waar Sweens  ook op de proppen bleek te komen, die met drie kantjes tekst er behoorlijk werk van had gemaakt om ons verzoek te torpederen. Een verrassing dus met daarbij de vraag, waarom was en bleef hij niet neutraal nu het een zaak betrof waarin hij geen partij was, of vond hij van wel?  kennelijk, nee overduidelijk vond hij  dus dat hij voor Bleeker op moest komen, de lezer kan na gaan denken en een verklaring zoeken. Ook de vraag of Sweens een bevoegd persoon was in die procedure. Er staat nergens te lezen dat een curator daar een taak heeft, en zeker niet dat hij zich partijdig tegen de verzoeker op moet stellen. Een curator kan ook zo een verzoek doen. Wie moet dat dan bestrijden en waarom? Allereerst, zoals gebruikelijk als er wat tijd is verstreken, stelt Sweens in dat verweer dat het nu 5 jaar later is en we eerder in actie hadden moeten komen, ondanks dat er geen termijn in de wet staat. Dan heeft Sweens hetzelfde nummertje bedacht als Bleeker in de andere procedure. Hij stelt dat de gefailleerde, dus Lico Teelt BV. belang bij verbetering zou moeten hebben, maar wij vragen verbetering uit eigen belang omdat we de nadelige gevolgen die het P.V. heeft gehad in de procedure in Alkmaar ongedaan willen maken. We vragen het dus niet in het belang van de failliete BV. en het staat niet in de wet dat dit mag of de bedoeling van verbeteren is. Daar heeft Sweens dus flink over nagedacht en best wat weten te verzinnen. Maar wat is het belang van Sweens dan dat hij zo zijn best doet om het verzoek te torpederen???
  14.  We volgen het verweer verder; ,We verzoeken de wijziging omdat er niet is opgenomen dat we de vordering de dag tevoren per brief al hadden bestreden, volgens Sweens schrijft artikel 137 lid 2 few  dat er bij verbetering getoetst moet worden of er fouten in een p.v. zitten (citaat);  “Indien uit de stukken zelf blijkt dat in het proces verbaal een vergissing is geslopen”  Volgens de beoordeling van Sweens blijkt uit de beschikbare stukken niet dat van een vergissing blijkt. Dan behoren volgens Sweens tot de stukken a. de gedeponeerde crediteurenlijsten, en b het verslag van de curator,  dus alleen wat dingetjes van de eigen hand van Sweens, waarna hij stelt (alinea nr. 8);  “Meer of andere stukken maken geen deel uit van het behandelde tijdens de verificatievergadering. De brief van 13 mei 2004 – voor zover deze al relevant is – maakt geen onderdeel uit van de stukken. In deze stukken is niets te lezen over een betwisting van de vordering van Bleeker Smit V.O.F. van de gefailleerde zelf”.  De lezer behoeft zich er niet voor te schamen dat hij wat in verwarring hiervan is geraakt, wij raakten ook in verwarring, waar heeft hij het allemaal over? en vooral, wie heeft hem verzocht of opgedragen zich zo tegen verbetering te weer te stellen, en kan de rechter daar niet gewoon zelf over beslissen. van Gisolf tegen ons ook een duidelijk uitschakelactie.  Ons er gewoon integraal intikken, met uitvoerbaarheid bij voorraad, maakt dat we van de nog resterende middelen, die we nog over hebben, zullen worden beroofd en dus ook geen geld meer zullen hebben om in hoger beroep te komen.  Dit kan ook op basis van die zaken worden verondersteld, omdat de actie tegen Vlaar naar blijkt, geen solo actie is tegen Vlaar, het was “De teamvoorzitter van het team Handel en Insolventie van de locatie in Alkmaar”  die het verzoek stuurde aan de rechtbank Oost Brabant, om Vlaar uit te schakelen. Men is derhalve als samenzweerders bij elkaar gaan zitten om het complot tegen Vlaar te smeden.  Vlaar is er overigens zelf onbekend mee dat ik momenteel deze zaken beschrijf.
  15.  Wat we vooral uit het vonnis lezen, is dat Gisolf iedere kans en mogelijkheid aangrijpt om ons slechter te maken dan we zijn, dus ook nog slechter maken dan de anderen al hadden gedaan. Overal waar een schep bovenop kan neemt hij die kans waar. Duidelijk voorbeeld daarvan is het vermeende paulianeuse handelen, waar Sweens ons van beschuldigde, maar wat zogezegd (ook) “nooit in rechte is vastgesteld”. In de uitspraken tot dan toe wordt vermeld dat de curator pauliana inriep, waar wij tegenoverstelden dat er inmiddels al een veel hoger bedrag was betaald. Niemand stelde op grond daarvan dat er dan geen sprake van pauliana was, maar ook niet dat  het wél zo was. Duijsens riep dit wél te pas en te onpas, en schreeuwde het als het ware als een vaststaand iets, van de daken, om te benadrukken wat een slechteriken we waren, maar deze Gisolf is de eerste rechter die ons klip en klaar daarvan beschuldigd, wat voor ons opmerkelijk en veelzeggend is, we citeren een zinnetje uit r.o. 4.3  :   “—- namelijk de onwil van Groot c.s. om te betalen en het paulianeus handelen van Groot c.s. Groot c.s. heeft vervolgens niet betwist dat Lico Teelt nog een tweede betalingstermijn onbetaald heeft gelaten. Evenmin heeft Groot betwist dat die non betaling voortkwam uit zijn onwil om te betalen en zijn paulianeus handelen—-”   Een in feite onnodige vermelding dus alleen maar om het criminele karakter van mij te benadrukken en te onderschrijven om zijn vonnis er mee te rechtvaardigen. Lees het maar als “die slechterik moet aangepakt worden”.  dit zinnetje is exemplarisch en geeft wel aan hoe vijandig deze rechter tegenover ons staat.
  16.  Dan zullen we gaan beschrijven hoe Gisolf met de vier door ons ingebrachte, en stevig onderbouwde punten omgaat.  We beginnen bij punt  4.  In de verhoudingen van de procedure lijkt dit een onbelangrijk punt, de genoemde 10.000 euro is immers maar pakweg 7,5 %  procent van het totale, in het geding zijnde bedrag. Toch is het wel heel bijzonder wat daar mee gaande is. In het laatste gesprek met Bleeker, d.d. 06-01-2000  had Bleeker erkend dat ze de percelen na hadden gemeten en dat de eerdere meting fout was, met een verschil van 21.000 gulden dus ca. 10.000 euro. Dit was in het verslag vastgelegd, maar nooit gecorrigeerd. Zo gauw als Duijsens een dingetje benoemd, krijgt het van de diverse rechters alle aandacht (ook al behoeft hij nooit iets te bewijzen) maar wij blijven dit herhalen, en niemand reageert er op. Nu ging het evenwel specifiek over de hoogte van de vordering, en 10.000 euro op zich bezien is wel een bedragje om te benoemen en de bijlage waar het op was gebaseerd was er ook bij.  Er zijn natuurlijk best veel rechtszaken die om minder dan dit bedrag gaan, en krijgen ook volle aandacht. Het wordt evenwel in de uitspraak niet genoemd, zelfs met geen woord wordt er over gerept, overgeslagen en doodgezwegen. Dat kan gewoon geen toeval zijn maar een opzetje. Ik beschrijf dit vooral om aan te tonen hoe selectief de rechters, met deze mijnheer Gisolf voorop, ten opzichte van ons waren, zijn geweest, en nog zullen gaan zijn.
  17.  Dan het punt 2.  de 63.340,53.  Zo sportief als het Hof (op dat punt) dan is, zo onsportief is Gisolf.  Hij meet dus duidelijk met twee maten, terwijl het hof er duidelijk over is dat dit niet kan. In eens is voor Gisolf  het proces verbaal wél een gezaghebbende bron waar niet in staat dat we de vordering hebben bestreden, ook al maakt onze brief van 13-05-2004 dit zeer onaannemelijk c.q. nagenoeg onmogelijk, dus kennelijk op een fout gebaseerd, maar wat een duidelijke fout is, geld ineens niet voor de één, maar wel voor de ander. Gisolf haalt hier gewoon een truck uit en bevoordeeld opzichtig partij Bleeker. Juist de onbevestigde aanname in het proces verbaal, maakt dat we de vordering (vermeend) niet hadden bestreden, en maakte dat Duijsens geen bewijs behoefde te leveren aangaande de mislukte teelt bij Bleeker. Het hof stelt klip en klaar dat, als ze de andere helft ook willen, dat ze daar dan maar alsnog voor gaan procederen. Wat Gisolf er van maakt, is dat hij zegt dat de zogezegde onrechtmatige daad van ons is vastgesteld, op basis waarvan hij de hele vordering toewijst, omdat volgens hem is vastgesteld dat we paulianeuse, onrechtmatige daden plegende slechteriken zijn.  Ook is dit vreemd nu hij tijdens de zitting wél stelde dat er maar één geldende vordering van de helft was, toen hij zogezegd een schikking beproefde.  Dan had dit ook juist een goede aanleiding kunnen zijn om te stellen dat, als Duijsens ook het tweede deel zou willen, dat dit een reden te meer was om “tot een in rechte beoordeling, c.q. wanpresteren van Bleeker” van de teelt van Bleeker te komen,
  18.  Zaken staan evenwel in duidelijke relatie met het eerste punt. Heeft Bleeker zijn teelt wel goed gedaan?.  Dat is nooit in rechte vastgesteld en zou zoals rechter Allegro  6 jaar eerder had vastgesteld wél alle verschil maken. We weten wat daar verder mee is gebeurd en gedaan, want het is uiteraard wél de zaak waar het om gaat, en als hun aannames (zoals Duijsens beweerde) dat Bleeker niets fout had gedaan, nu eens helemaal fout en onjuist waren, waren ze geen rechter, maar on-rechters, die hun besluiten baseren op onbewezen en ook onjuiste zaken.  Daarbij behoef je geen rechter te zijn om de begrijpen dat een halve oogst een oorzaak heeft, en moet dat ook niet moeilijk na te gaan en vast te stellen zijn, alhoewel, “met onwillige honden is het slecht hazen vangen” zegt het spreekwoord, en maakt Gisolf ook overduidelijk dat hij er geen zin in heeft om rechter te zijn maar voor het beroep onrecht spreker kiest.  We hebben het over dezelfde persoon die 18-12-2013 stelde dat hij onpartijdig en objectief zou gaan zijn.  Zaken houden uiteraard nauw  verband met elkaar. Als Bleeker fouten zou hebben gemaakt, hadden wij recht van spreken en zouden dus ook niet (vermeend) paulianeus zijn geweest (zonder de Bleeker strop zou er ook doorgefinancierd zijn geweest door de Bankier dus niet doorgestart), en het (vermeende) ernstige verwijt, en de (vermeende) onrechtmatige daden hebben gepleegd, geen doorstart, faillissementen, en zou Bleeker gewoon de door ons begonnen rechtszaak hebben verloren.  Natuurlijk weet Gisolf dit allemaal maar negeert die zaken en draait alles zo ver mogelijk in ons nadeel. Dat hij dat doet ligt er allemaal veel te dik bovenop dus ook zijn partijdigheid.  Overigens hebben we genoegzaam beschreven dat we correct en naar eer en geweten hebben gehandeld ten opzichte van ieder fatsoenlijk mens waar we mee van doen hadden, en dat Bleeker de onrechtmatige daden pleger was.  Het in punt drie gestelde aangaande de besparingen, door de halve oogst, hangt samen met punt één (en ook met punt 2)en beschrijven we als aanvulling op dit punt.
  19.  Nu niemand tot een beoordeling van het handelen van Bleeker wilde komen terwijl we met een pakket harde bewijzen achter iedereen aan liepen te hollen, en rechter Allegro ons daar ook op grove wijze mee had genept, stelden we onze hoop op deze zaak, om toch een beoordeling te verkrijgen waar dan het oordeel aan kon worden verbonden dat Bleeker degene was die de “Billenkoek” verdiende in plaats van wij.  Op basis daarvan hadden we in de nog  d.d. 9 mei 2014 ingediende stukken in 17 pagina’s, en met 28 bijlagen, de hele zaak duidelijk beschreven, met verklaring van de bijgevoegde feiten en stukken, en beslist zodanig dat er niet van een moeilijke beoordeling sprake was, en met de rapporten en met duidelijke uitleg van zaken.  Daar werd dan ook nadere uitleg en onderbouwing in gegeven aangaande de bespaarde kosten, wat Gisolf dus vooraf goed had kunnen bezien en bestuderen. Er wordt dus duidelijk gesteld dat de “in rechte vaststelling” voor ons van beslissend belang was, dat we er feitelijk recht op hadden, maar dat het door de voorgaande rechters als een hete aardappel, opzij of vooruit was geschoven dus nu en alsnog in deze procedure diende te geschieden. Kennelijk heeft Gisolf het even wat doorgebladerd, maar niet gelezen omdat een objectie beoordeling niet strookte met zijn plannen, en was hij al vooringenomen, mogelijk in overleg met andere betrokkenen voornoemd. Dit maken we op uit zijn reactie daarop. In r.o. 4.6  gaat Gisolf daar op in wat we citeren:  “4.6.  Dan de door Groot c.s. gestelde wanprestatie / onrechtmatige daad van Bleker Smit jegens Lico Teelt. Tussen Lico Teelt is daarover geprocedeerd.  Uiteindelijk heeft de curator van Lico Teelt die procedure niet voortgezet en heeft de rechtbank ontslag van instantie verleend. Ook later is nooit in rechte vastgesteld dat Bleeker Smit is tekortgekomen van enige verplichting. In rechte moet er daarom van worden uitgegaan dat Lico Teelt geen vordering uit wanprestatie en/of onrechtmatige daad op Bleeker had of heeft”. Aanvullend stelt Gisolf dan in r.o. 4.7 onder andere nog het navolgende (citaat):  “Voor een beroep op verrekening van Groot c.s. is geen plaats omdat de gegrondheid van de vordering van Groot c.s. niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (zie artikel 6:136 Burgerlijk Wetboek).”  We bestrijden dit laatste ook.
  20. Op pagina 3 van het vonnis in r.o. 2.8 worden een 8 tal punten benoemd, die de rechtbanken in eerdere instantie hadden overwogen. Bij streepje vijf lezen we: “dat Lico Teelt en Groot c.s. ook met de vordering van Bleeker Smit dienden rekening te houden omdat de hoogte van de in het teeltcontract overeengekomen teeltvergoeding niet in geschil is en Lico Teelt en Groot c.s. er dus vanuit moesten gaan dat die vordering voldaan moest worden, behoudens uitzonderingen zoals een tekortkoming aan de kant van Bleeker Smit die evenwel (in de tussen Bleeker Smit en Lico Teelt gevoerde procedure) niet is komen vast te staan,”  Dit is geciteerd uit het Allegro vonnis, Gisolf doet het nu voorkomen dat het alleen in die door ons begonnen procedure vastgesteld had kunnen worden, maar dat kan natuurlijk nog ieder moment, alsnog gebeuren. In een latere verdraaiing van zaken doet hij het voorkomen als dat vaststelling in die procedure de enige mogelijkheid was, wat uiteraard niet zo is.  Hij had het zelf behoren te beoordelen, duidelijk is dat hij dit niet heeft gedaan, kennelijk onze argumentatie, motivatie en onderbouwing met stukken niet of nauwelijks heeft ingekeken. Dat is wat hij noemt “onpartijdig en objectief”.  
  21.  Het simpele feit dat Gisolf met was verdraaiing van de waarheid en een omhaal van woorden hier impliciet stelt dat hij het zelf ook, net als zijn voorgangers, het gewoon verdomd om de feiten te bezien (wat hij natuurlijk wel heeft gedaan, en hij dus ook drommels goed weet dat hij onrecht in plaats van recht doet),  kan niet nader uitgelegd worden als dat hij vooringenomen was om ons onrecht aan te doen, wat ook zijn partijdigheid en verbondenheid met kompanen, in ieder geval voor ons, aangeeft en bevestigd. Hij weet drommels goed dat wij er een aparte procedure voor hadden ingesteld die dezelfde Allegro die eerst gesteld had dat het blootleggen van de wanprestatie van Bleeker verschil zou maken, en het later, net als Gisolf nu, verdomde om het inhoudelijk te beoordelen en het dus maar onontvankelijk verklaarde. Het excuus dat ze er te dom voor waren gaat ook niet op want bij een halve oogst rinkelen al alle bellen, en zo ingewikkeld was het allemaal niet. Wij vestigden onze hoop en verwachting op het recht en de rechtsstaat en zijn dagen bezig om zaken goed en duidelijk op schrift te stellen, en de rechtsplegers behandelen het als W.C. papier.
  22.  Dan de hiermee verbonden kosten besparing, daarvan beschrijf ik eerst datgene wat Gisolf daar op beslist. dit in de voorgaande r.o.  4.5:  “Dat er, zoals Groot c.s. aanvoert, rekening gehouden moet worden met de door Bleeker Smit bespaarde kosten bij het telen van de bollen is onjuist. De betalingsverplichting vloeide voort uit de tussen Bleeker Smit en Lico Teelt gesloten overeenkomst. Of Bleeker kosten heeft bespaard, is zo dit al het geval is, niet relevant voor de hoogte van de vordering van Bleeker Smit, op Lico Teelt.  Dat Bleeker Smit voordeel heeft genoten uit de schadeveroorzakende gebeurtenis (art. 6:100 Burgerlijk Wetboek), te weten het onrechtmatig handelen van Groot c.s.(dit zal Bleeker Smit moeten zijn, ook Gisolf maakt fouten) is gesteld noch gebleken”. We hebben het hier over een belangrijk onderdeel van de zaak en ook al meerdere malen die zaak uitgelegd. Voor telers zijn zaken simpel en gemakkelijk te begrijpen, voor buitenstaanders wat minder, het is daarbij ook wat gecompliceerd door een afwijkend contract, maar we menen het al eerder ook te hebben beschreven, en ook duidelijk in het d.d. 9 mei nog ingediende stuk. Het komt er op neer dat we een bedrag per oppervlakte eenheid hadden afgesproken, voor de teelt, ongeveer volgens algemene standaard. Dat meet je op en bereken je, en het staat vast.  We wilden ook een experiment doen om Bleker oogst te laten verwerken.  De verwerkingsprijzen per stuk zijn op zich genoegzaam bekend, er zijn bedrijven die dit als loonwerk aannemen, die willen er dus 10 á 20 % aan overhouden en rekenen ca, 4,5 cent per bol, als gemiddelde prijs, want de grote maten zijn duurder en de kleine goedkoper bij het verwerken. We hadden dus een prijs per bol af kunnen spreken, maar voor het gemak gekozen voor een rr. prijs op basis van een normale oogst met ca 800 rr verwerkbare stuks en dit afgemaakt op fl. 35/rr.  Dit zouden er dus ca. 3.5 miljoen stuks bollen hebben moeten zijn, maar het waren er 1,8 miljoen geworden. Bij goede groei moeten de bollen uit elkaar worden geplozen, bij slechte groei vallen ze los uit elkaar dus veel minder werk en de kleinste maten verwerken kost pakweg de helft van grote maten, voor de verwerking zou Bleeker ca. 160.000 gulden ontvangen dus ca, 75.000  Euro.  Als we per stuk afgesproken hadden was er geen discussie geweest, maar wie houdt er nu rekening met een halve oogst, en met het onbekende feit dat men met een prutser, leugenaar en oplichter in zee is gegaan?. Op deze manier zou Bleeker dus ca. 40 a 45.000 euro besparen. Dat zou wel buitengewoon onredelijk zijn. Hij zou wel fl. 35 per rr krijgen, maar voor verwerking van ca. 800 stuks, dus voor 400 stuks de helft. Vergelijk het met de aankoop van twee auto’s,  je koopt er twee, krijgt er een, en moet toch 2 betalen. Bij eerlijke en redelijke mensen krijg je zo een discussie natuurlijk niet, dan is het vanzelfsprekend dat je betaald voor wat is geleverd.
  23.  Natuurlijk weten Duijsens en Bleeker ook drommels goed dat ze maar de helft van wat was afgesproken hebben verwerkt. Dat ze er toch aanspraak op maken is dus gewoon pure en grove diefstal. Gisolf  had dit gemakkelijk kunnen constateren, het staat in rechte ook gewoon vast dat nooit betaald behoeft te worden voor datgene wat niet is geleverd.  Nu Gisolf dit faciliteerd, door het zonder enige verdere toelichting onjuist te noemen, en het simpelweg diefstal betreft benoem ik ze als dief (Duijsens en Bleeker) en diefjesmaat (Gisolf).  Ook de wijze waarop hij dit in feite volstrekt ongemotiveerd en rauwelings van de hand wijst, terwijl Duijsens wel nietes loopt te roepen, maar niets bewijst/hoeft te bewijzen,  levert het bewijs op dat zaken in Alkmaar goed mis zitten, onder het voorzitterschap van de H en I vakgroep, en dat ik geen woord te veel heb geschreven. De besparing op de verwerking is dan niet de enige besparing, door de slechte groei, en ook laat rooien, was er pakweg de helft volume,  maar doordat de bollen los lagen zeefde de grond er snel uit, wat een flinke besparing aan rooikosten opleverde. Dan moesten de bollen getransporteerd worden vanuit Brabant bij België, naar Tuitjehorn, en na verwerking naar Andijk, want een 50 % besparing gaf op transportkosten. Dat bv. een halve oogst ook halve vrachtkosten (vrachtautoladingen verschil)  geeft begrijpt een debiel, dus zeker ook Gisolf ( die we niet voor debiel uitmaken) dus die moet zich ten volle bewust zijn dat hij onjuist en ook heel onredelijk oordeelt. Eerder stelde hij dat hij bewijsopdrachten overwoog. De kosten besparing gaat over een groot bedrag en zou dus, voor zover hij daar niet direct over kon of wilde beslissen, een bewijsopdracht aan de orde zijn geweest, maar ook aangaande de teelt, had dit gekund en gemoeten.
  24.  We hebben er al heel wat van gezegd maar gaan nu terug naar wat Gisolf beweerd en beschrijft, ofwel beslist, en waarmee hij ons lot bezegeld. Stellig stelt hij dat het onjuist is dat er met bespaarde kosten moet worden gerekend. Dit zonder enige onderbouwing en ook zonder enig bewijs van Duijsens. Daarmee voldoet het vonnis al niet aan de motivatieplicht, maar dat zien we ongeveer op alle punten. Wat hij daarna, ook ongemotiveerd stelt is op zich bijzonder. Wat als motivatie kennelijk moet gelden, hij stelt; “De betalingsverplichting van Lico Teelt vloeide voort uit de tussen Bleeker Smit en Lico Teelt gesloten overeenkomst. Of Bleeker Smit kosten hebben bespaard, is zo dit al het geval is, niet relevant voor de vordering van Bleeker Smit op Lico Teelt.”  Dit houdt zeker niet erg over aan duidelijkheid. De vraag is of Gisolf zelf wel weet wat hij hier schrijft, want er is veel te raden.  We raden dan maar dat Gishof met onbewezen beweringen Duijsens hier klakkeloos volgt. Duijsens bleef beweren dat, iets gechargeerd, er sprake van een uitzonderlijk contract was. Hij benoemde het soms als oppervlakte contract of een andere benaming maar zijn bewering was dat, als eenmaal was gecontracteerd, dat de contractnemer vrijelijk wanprestatie mocht plegen, maar evenzogoed de afgesproken vergoeding ontvangen, dus zonder prestatie wel de tegenprestatie verkrijgen. Kennelijk lijkt Gisolf met zijn redenering die redenering ongeveer te volgen, wat onzinnig is want ook Gisolf weet dat zulke contracten niet bestaan, contracten zijn wederzijdse afspraken.
  25.   Ook de wet is daar duidelijk in, geen prestatie als afgesproken, dan ook geen tegenprestatie als afgesproken. Gisolf stelt dus “of Bleeker kosten heeft bespaard, wat synoniem is aan, “of Bleeker zijn contract naar behoren heeft uitgeoefend” maakt (voor mij mr. Gisolf) geen verschil, Lico Teelt moet betalen. Zulke redenaties zijn uiteraard ook voor Gisolf nooit staande te houden. Daarna stelt hij dan nog;  “Dat Bleeker Smit voordeel heeft genoten uit de schadeveroorzakende gebeurtenis (art 6;100 Burgerlijk wetboek) te weten het onrecht matig handelen van , en hier staat Groot, maar bedoeld zal zijn Bleeker, (wat de verwarring vergroot) is gesteld nog gebleken” Hier zien we allereerst weer hoe gemakkelijk rechters, vanuit hun onaantastbare situatie, zich er vanaf maken. In de aangeleverde stukken is de gehele zaak in enkele pagina’s onderbouwd. Dat het wél gedetailleerd en gemotiveerd gesteld is staat dus vast, dus Gisolf zwamt uit zijn nek, en is een jokkebrokje.  Als het niet is gebleken is dit zijn eigen fout en gebrek, hij dient de feiten en waarheden te testen en te bepalen. Door dit om de haverklap te roepen (hij beweerd dit nog een paar maal) is dit wel een manier om je er heel gemakkelijk vanaf te maken.  Dan staat het inderdaad geleerd om af en toe een wetsartikel te benoemen, maar met Google ben ik net zo geleerd en citeer ik dit artikel:  “Heeft een zelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast schade tevens voordeel opgeleverd dan moet, voor zover dit redelijk is, dit voordeel bij de te vergoeden schade in rekening worden gebracht”  Help, help, help, nu ben ik even de kluts kwijt, wat er staat is wel duidelijk maar waar hebben we het over en over wie?, in relatie met wat?en wat als degene die de schade moet bepalen dit niet doet of wil omdat hij/zij partijdig is?.  Ik maak er in ieder geval uit op dat door wanprestatie bespaarde kosten niet in de eigen zak gestoken mogen worden, en dat schade netjes beoordeeld en vastgesteld moet worden. Wie dit leest mag nog een tijdje puzzelen over wat hier wordt gezegd en beweerd, en wat er verder nog van te zeggen is. verder is het simpel, met wat volstrek onduidelijk en ongemotiveerde wartaal boort Gisolf ons meer dan een halve ton aan euro’s door de neus die Bleeker als dief in zijn zak wil steken, en wat door rechter Gisolf is gefaciliteerd (maar hij heeft ze nog niet).  Wat we hier dus nogmaals duidelijk stellen is dat de partijdigheid er vanaf druipt, en ook dat hij zich onaantastbaar acht, en gewoon wat volstrekt onrealistische en ook tegenstrijdige, onnavolgbare en juridisch onjuiste zaken op papier kan kalken. Zo kan en wil ik ook wel rechter zijn.
  26.  Hiermee is nog niet alles gezegd van het rampzalige Gisolf vonnis, maar we schieten wel op. Het is al een heel verhaaltje, maar er is nu eenmaal ook veel van te zeggen. Wat we hier navolgend beschrijven heeft direct met het voorgaande van doen, maar ook en vooral ook met zaken die nog gaan volgen.  Bij de zitting van 26-05-2014 was Bleeker sr. aanwezig. en ook de grote besparing van kosten was door ons aangekaart en besproken. Gevraagd werd door Gisolf aan Bleeker of hij nog iets aan zaken toe wilde voegen. In zoverre heb ik meer ontzag als respect voor Duijsens want dit zal vooraf besproken en gerepeteerd zijn. Het probleem hierbij is, dat het om een soort vaktechnisch iets gaat, wat de vakgenoot begrijpt maar de leek niet dus ik probeer het wat nader uit te leggen.  Mogelijk weten veel mensen niet wat gele kiek is (ook al kan hun tuin er vol van staan, is laag, groeit snel, kleine gele bloemetjes) maar dat is hier het hoofdonderwerp. Dit is onkruid, wat wortels door de grond maakt en snel uitgroeit tot grotere plekken. In lelies kan het voorkomen, maar doordat het laag blijft kan het de groei van de bol maar weinig beïnvloeden, maar eenmaal voorkomend in je land is het wel vervelen, en in je plantgoed ook, al zijn het kleine stukjes, dan plant je het mee. In ca. 1/3 van de percelen van de bij Bleeker geteelde bollen stak dit de kop op, het zou uit ons plantgoed komen werd door Bleker beweerd, wat inmiddels met zekerheid is achterhaald, maar er was dus tijdens de teelt (herfst 1999) een kwestie over. De landeigenaar wilde het uit zijn land hebben. De lelies stierven (ook door de slechte behandeling) eerder af dan de kiek, die daarna met het onkruidbestrijdingsmiddel “anti kiek” was bespoten. Op 22 sept. 1999 was dit in een overeenkomst vast gelegd en ook dat Bleeker niet eerder zou gaan rooien dan dat alle kiek gespoten en afgestorven zou zijn en zo is dat dus gegaan, dus er is laat gerooid en kiek was volledig afgestorven, dus onvindbaar.  Bleeker was later gaan beweren dat die kiek (wat maar in 1/3 deel voorkwam)  een belangrijke oorzaak van de halve oogst was, verzonnen en gelogen.
  27.  Om te bewijzen dat die kiek in de teelt voorkwam was de voornoemde overeenkomst d.d. 18 juli 2006  bij de dagvaarding van Bleeker gevoegd wat dus ook bewees dat er toen er werd gerooid geen kiek meer in voor kwam.  Op de vraag ter zitting van 26-05-2014 of hij nog wat wilde zeggen, stelde Bleeker sr. dat er van voordeel bij rooien en verwerken geen sprake was. Zeker 50 %  van de geoogste bollen zat zo zwaar onder de kiekwortels, dat het rooien veel langer duurde en ook het verwerken daardoor heel lang had geduurd terwijl al die kiek allemaal onze schuld was(ook opgenomen in het proces verbaal). Dat dit volledig haaks stond om wat uit de overeenkomst was op te maken en dus voor de volle 100 % (vooraf) was verzonnen en gelogen is dus duidelijk. Uitzonderlijk is dat ze vooraf al hebben bewezen dat ze een grote leugen fourneren. Desalniettemin heeft Gisolf zijn oor daar kennelijk ook nogal naar laten hangen. We kregen geen gelegenheid om daar iets op terug te zeggen, laat staan tegenbewijs te leveren, maar Gisolf oordeelde wél dat het onjuist was dat Bleeker kosten had bespaard mogelijk of vrij zeker ook doordat hij zijn oor had laten hangen naar de beweringen van Bleeker die dus (al vooraf) bewezen onjuist waren. Dit geeft ook aanvullend aan (voor wie daar nog aan twijfelde) en bewijst dat zowel  leugens als diefstal, zaken zijn waar Duijsens en Bleeker niet voor terugdeinzen. Je kunt het hun core business noemen. ze doen het op zich dus goed in “Het land waar de leugen regeert”.  Bij dit vonnis tot betaling van 126.861,06  dan ook nog een kostenveroordeling van E. 5.704,25.  vonnis in het openbaar uitgesproken door mr. J.H. Gisolf  op 30 juli 2014.
  28.  Het zal duidelijk zijn dat het verhaal vordert maar het is nog niet af. Zoals bekend zijn er nog diverse zaken gaande op het moment dat we dit schijven en zijn er procedures gaande en komende, en ook uitspraken onderweg, die nu nog onbekend zijn, maar nog beschreven kunnen worden als ze bekend zijn, of als het verhaal is afgerond, later alsnog kunnen worden aangevuld, nu de techniek al die mogelijkheden tegenwoordig biedt. Onderscheidend zijn nog de navolgende zaken gaande die we nog gaan beschrijven;                                                                                                                                                    1.   Hoger beroep tegen vonnis Gisolf.                                                                                                                2.   Nieuw ingestelde zaken van dit momnet.                                                                                                    3.   Klacht bij orde van advocaten.                                                                                                                              4.   kort geding en huidige situatie.                                                                                                                  Tegen de uitspraak van Gisolf is Hoger beroep ingesteld, maar dit staat vooralsnog even op de parkeerrol.  Op zich zou dit bij een, inderdaad objectieve en onpartijdige beoordeling weldegelijk nog kansrijk kunnen zijn. Men zou mogen verwachten dat ze de stelling van hun eigen hof, dat de vordering maar voor 63.340,53  Euro vaststaat wel overnemen.  Als daar de te veel berekende 10.000 Euro af zou gaan, en de bespaarde kosten, dan is de vordering zo ongeveer op nul. Daar zou dus nog hoop kunnen zijn, maar ook twijfel nu we steeds hebben ervaren dat de overwegingen van de eerdere rechters toch erg gemakkelijk worden gevolgd, en men er zich ook in hoger beroep tot nu aan toe toch ook wel erg gemakkelijk vanaf maakte, en in mijn beleven, men ook volstrekt onrealistisch was. Zo gauw als er meer duidelijkheid is aangaande de andere procedures wordt een tijd en moment bepaald dat we de memorie van grieven in zullen gaan dienen.
  29.  Dit brengt ons naar punt 2.  Eigenlijk zou punt drie eerder in aanmerking komen om te beschrijven, omdat die zaken al ruim twee jaar gaande zijn, dus deels gelijktijdig en parallel  met al beschreven zaken liepen, maar we willen aan het klachten gebeuren goede en aparte aandacht geven, nu daar beslist veel van te zeggen is, en omdat we onze ervaringen dienaangaande graag met het gehele universum willen delen.  Zaken aangaande punt twee zijn dan ook al enige tijd gaande, pakweg ca. een jaar, en die beschrijven we eerst, dit ook om door onderwerp voor onderwerp, zaken overzichtelijk te houden. Zaken hadden er vooral mee van doen dat mr. van Meel bij zaken werd betrokken. in augustus 2013  moest hij vanwege het bereiken van de 70 jarige leeftijd bij de rechtbank ‘s-Hertogenbosch vertrekken na een tien jarig rechterschap. Ik had hem eerder proberen te bereiken maar hij was van mening dat hij zich niet met zaken kon bemoeien zo lang hij officieel in functie was als rechter, een situatie die zich dus toen wijzigde. Inmiddels zijn we 1,5 jaar al weer verder. ik vroeg hem vooral om me behulpzaam te zijn bij de klacht voornoemd, waar we het later over gaan hebben, maar eenmaal bij zaken betrokken keek hij van lieverlee ook naar andere zaken, en was ook zeer verwonderd en ook wel verbolgen over de zaken zoals die waren verlopen. Als advocaat van ons, had hij de Bleeker zaak in werking gezet, en was ook erg bij de daardoor ontstane problemen betrokken geweest, en betrokken bij de problemen en kredietopzegging van ING Bank, en als vaste adviseur en jurist om te bepalen hoe we zaken in goede banen konden leiden, dus mede architect van de doorstart, waarbij we vooral de belangen van de toenmalige crediteuren afwogen. Als er iemand was die de volle overtuiging had dat we omgekeerd evenredig hadden gehandeld dan het beweerde crediteuren benadelen, en alles in het werk hadden gezet, ook gebruik makende van o.a. zijn adviezen, dan was hij het wel.  Hij kende Duijsens nog uit zijn vorige advocaten periode en zijn stijl, manier van werken en ook dat hij geen moraliteit en scrupules kende, en het vooral met de waarheid niet nauw nam, integendeel.
  30.  Ik betrok hem in eerste instantie dus alleen bij de klacht, maar van lieverlee verdiepte hij zich verder in zaken, nam er ook kennis van dat degene die hij mij als opvolger had aanbevolen, en die zijn zaken daarna dus over had genomen, mr. Sweep, er een grote puinhoop voor ons van had gemaakt, was overgelopen naar degenen die ons het leven zuur maakten, en een dubieuze reputatie had opgebouwd. Natuurlijk was dit van Meel niet aan te rekenen, hij had hem naar beste weten en kunnen aanbevolen, maar het kan hem ook wel extra gemotiveerd hebben, om ons te gaan helpen waar hij kon. In ieder geval zijn we de aanzet er toe geweest dat hij zich weer bij de orde van advocaten heeft aangemeld, en voldoende goed en capabel werd geacht om weer opnieuw een advocaten leven te gaan leven. Vlaar was zeer gemotiveerd om het onrecht wat hij tegenkwam te lijf te gaan, maar zijn ervaring lag meer op een ander terrein, dus ze zouden elkaar goed aan kunnen vullen, dus vanaf die tijd, probeerden ze elkaar te versterken en aan te vullen. In de discussie over de zaken aangaande het proces verbaal, verwonderde van Meel zich daar ook zeer over alle zaken en ins en outs. In eerste instantie stelde ik dan mijn mening was dat er zaken goed mis zaten bij de gerechtelijk macht. Van Meel was daar lang onderdeel van geweest en probeerde dit te nuanceren, en te vergoelijken, en het af te schuiven op slordigheid, en onkunde, maar gaf van lieverlee wel schoorvoetend toe dat er te veel zaken zeer vreemd en niet goed verklaarbaar waren, en onverdedigbaar waren, en zeer discutabel.    
  31.  Iets waar van Meel zich zeer over verwonderde en zich ook wel in vastbeet, was dat ik stelde dat ik zeker wist dat er geen griffier bij de verificatievergadering was geweest. Ik legde ook uit dat we aan één tafel hadden gezeten in een kleine kamer, en dat die griffier dan naast van den Berg aan dezelfde tafel zou hebben gezeten, als het ware tussen hem en mij in, wat dus zeker niet het geval was. Zoals ik me nog herinner waren er nog twee lege stoelen dus veel mensen waren er kennelijk niet verwacht. Ik stelde ook dat ik mij dat na de eerste zitting tot verbetering van het proces verbaal pas was gaan herinneren en dit daarna dus bij diverse gelegenheden had geuit. De eerste aanleiding was eigenlijk dat de notities van de griffier opgevraagd waren, en zoek bleken waarna ik het gezegd, “ik heb helemaal geen griffier gezien, ik weet eigenlijk wel zeker dat die er helemaal niet bij was”. Dit heb ik later dan ook in twee verschillende zittingen gezegd waar het in het proces verbaal is gezet, waarover eerder ook al geschreven, op dat moment pakweg vier jaar eerder. De reactie van van Meel was, dat, in dat geval er een ongeldige vergadering was geweest, want niet volgens de regels plaatsgevonden dus ook een ongeldig proces verbaal. Het proces verbaal was wel door een griffier ondertekend maar niet aanwezig zijn en achteraf tekenen was uiteraard gewoon een mogelijkheid. Van Meel kende die griffier nog uit zijn vorige advocaten leven, het bleek een vrouwelijke griffier te zijn, waarop is stelde dat ik toen nog zekerder wist dat die er niet bij was geweest, en op geen enkele wijze aan mijzelf twijfelde. Van Meel verwonderde zich er over dat mijn toenmalige advocaat daar geen punt van had gemaakt, maar nog meer over het feit, dat ik het bij het Hof ter zitting had genoemd, zoals ook in het proces verbaal opgenomen, maar dat niemand van de drie aanwezige raadsheer dames daar op had gereageerd. In een juiste en correcte rechtspleging hadden ze me daar verder op moeten bevragen en die zaak (laten) onderzoeken. Overigens beoordeel ik hun vonnis als ongeveer het meest onjuiste en in feite ook belachelijkste vonnis van de inmiddels verzamelde vonnissen.
  32.  Daarover hebben we samen met Vlaar en van Meel een onderling debat gevoerd, waarbij de vraag centraal stond of, en wat er, met die wetenschap aan kon worden gevangen. De conclusie was dat we er iets mee zouden kunnen proberen, niet geschoten is immers ook altijd mis, maar dat de kans van slagen niet te hoog ingeschat zou moeten worden. Hoewel je van de rechtschapenheid van rechtbankpersoneel uit zou moeten gaan is dat geen vanzelfsprekendheid, daarbij blijkt ze nog in Alkmaar, en bij dezelfde vakafdeling werkzaak te zijn. Mocht het al zover te krijgen te zijn dat  er wel een getuigenverhoor mogelijk werd, dan was de kans groot dat er toch onjuiste informatie werd gegeven en / of dat haar geheugen haar erg in de steek zou gaan laten. Ze zou immers toe moeten geven dat ze zaken ondertekende waar ze niet bij was geweest (wat overigens niet uitzonderlijk lijkt te zijn) maar vooral dat ze een directe collega met een verklaring naar waarheid in aanzienlijke problemen kon brengen. Zaken bij elkaar overwegende zou de verwachting van de kans van slagen niet al te groot ingeschat dienen te worden. Verdere overweging was dat duidelijk en bekend is dat de Alkmaarse club al behoorlijk opgefokt, en vijandig tegenover ons stond, wat zich slechts zou gaan verergeren. Dit deed ons dus in dubio staan. Wel was het ook van Meel die stelde dat het proces verbaal nog eens kritisch bezien diende te worden, en daarbij ook bezien of de crediteuren alle schriftelijk uitgenodigd waren geweest. Daarop zijn door mij drie crediteuren benaderd waar ik in redelijke mate “on speaking terms” mee ben gebleven. Alle drie waren ze er zeer stellig in dat ze geen schriftelijk bericht hadden ontvangen en hebben dit in een verklaring vast willen leggen.
  33.  Voorheen bood de wet de mogelijkheid om, als na een uitspraak in een zaak er nieuwe feiten van bedrog ontdekt werden om een zogezegd “rekest civiel” in te stellen om op die wijze alsnog recht te verkrijgen. Die wet bleek veranderd en gewijzigd te zijn, tegenwoordig kan, na ontdekt bedrog, ook een zaak worden ingezet, maar dient dit binnen drie maanden na het ontdekken van het bedrog te geschieden. Daarnaast was er weinig jurisprudentie en waren er weinig richtlijnen te vinden, maar uiteindelijk hebben we, na gedegen overleg en oriëntatie, daar een aantal vorderingen op ingesteld. De ene tegen Sweens die onjuist handelen wordt verweten, en twee die tegen de staat der Nederlanden zijn gericht, in twee verschillende vormen, nu onduidelijk was of het de ene of de andere vorm moest zijn. De staat der Nederlanden is de verantwoordelijke entiteit voor de overheidsdienaren. Dat ze vrij ongebruikelijk waren was voor ons zogezegd een bekend gegeven, en de verwachting was ook wel dan men vooral zou gaan zoeken naar vormfouten of iets dergelijks  of andere manieren om ons als het ware af te poeieren. Aan de andere kant was er dus nog een duidelijke mogelijkheid te benutten die de wet ons bood, juist voor gevallen waar bedrog in het spel is geweest. Als men een wet instelt om bedrog te voorkomen, omdat we dat met zijn allen niet willen, en het dus mogelijk maken om daar iets tegen te doen, dan is dat dus toch de weg. Wederom, toch maar enig vertrouwen in de rechtsstaat stellen, veel ander opties zijn er ook niet. Dit werd dus ingediend in Alkmaar, en daarmee stonden uiteraard ook zaken goed op scherp.  We hadden dit al aangekondigd toen de zaak die door Gisolf was behandeld speelde, en ik schrijf hier maar (vrije meningsuiting immers) dat dit ze (de Alkmaarse club) kennelijk nog agressiever tegen ons heeft gemaakt, en grimmiger, want zo voel ik het zelf aan.
  34.  Zaken zijn officieel  ingesteld d.d. 29 september, dat was ook de dead line, want drie maanden nadat we de eerste verklaring hadden verkregen, van crediteur Wijnker.  De zaak tegen Sweens was ingediend bij het hof in Amsterdam, dit werd eigenlijk meteen al een rommelige zooi, normaal is terug te vinden dat iets op de rol staat en in welk stadium, maar Vlaar kon er niets van terug vinden. Sweens evenwel kwam met een reactie c.q. verweer, en bleek weer andere informatie te hebben dan wij, en het leek moeilijk achterhaalbaar hoe het zat, terwijl wij er nog op zaten te wachten om bericht en duidelijkheid te krijgen, werd door Sweens, althans zijn advocaat een memorie van antwoord ingediend, voor zitting 27 januari 2015  van dertien pagina’s en twee volle mappen aan bijlagen. Die bijlagen waren (bijna) alle  gevoerde correspondentie (ik zag dat een paar brieven die juist van belang kunnen zijn misten).  Allereerst blijkt hier wel uit dat Sweens de zaak wel degelijk serieus neemt. Duidelijk zal zijn dat geen rechter twee volle mappen, door gaat worstelen. In feite gaat het er nu alleen nog om of de zaak als het ware heropend gaat worden, alles is er dus nu nog op gericht van de zijde van Sweens om dat te voorkomen. Wat van belang is en waar de zaak om draait, is of er bericht aan de crediteuren is verstuurd. Deze zaak wordt gevoerd door een mij al bekende advocate, ene mevr. van Emden, die ook de eerdere pro cé  zaak van ons tegen Sweens had gedaan, die (in strijd met aanbeveling 8) door Blokland was behandeld, en die door hem voor Sweens tot een happy end was gebracht.
  35.  Het enige wat hier echt van belang is, is of er zogezegde oproepcirculaires rondgezonden zijn. Daarvan wordt gesteld: “Voor zover bekend, zijn alle bekende schuldeisers aangeschreven om de verificatievergadering bij te wonen (productie N: oproepcirculaires van 16 april 2004 en 4 mei 2004).  Het is natuurlijk denkbaar dat een oproepingsbrief een of meer schuldeisers onverhoopt niet bereikt heeft, maar dat daarvan destijds sprake zou kunnen zijn, was de curator niet bekend.  Daarnaast geld dat de verificatievergadering ook uit openbare bron kenbaar is; zo is de verificatievergadering gepubliceerd in de Enkhuizer Courant en in de Staatscourant (aldus het proces verbaal, bijlage 1 bij productie 5 bij de herroepingsdagvaarding) Voorts is het feit dat een verificatievergadering zou plaatsvinden, ook aangekondigd in het voor een ieder ex art. 73 few te raadplegen faillissements verslag (productie O?: faillissementsverslag van 18 februari 2004, p. 2: “in overleg met de rechter-commissaris zal een datum voor een verificatievergadering worden vastgesteld”).   Productie N is dan een standaard oproepbrief, zonder ingevulde crediteur en bedrag etc. Het bewijs dat er aan de drie een oproep is verzonden wordt dus niet geleverd, ze zijn volgens hun zeggen opgeroepen maar het kan zijn dat het hun niet heeft bereikt.
  36.   Dat reguliere post gelijktijdig door drie geadresseerden niet wordt ontvangen zou wel een kleine kans zijn, maar wat hier uit op is te maken is dat ze zich alvast (proberen in te) dekken, omdat ze begrijpen dat de crediteuren van de verklaringen dit ook onder ede gaan bevestigen. Dan stelt men dus ook dat, als ze het onverhoopt niet hadden ontvangen, dan hadden ze de krant moeten lezen en de faillissementsverslagen (waar nog niet eens een datum in stond), dus eigen schuld als ze het niet wisten, en dat is natuurlijk vergezocht en onredelijk, en lijkt meer uit wanhoop geboren. Niemand is verplicht de staatskrant te lezen, verslagen op vragen doet ook niemand, en is dus volslagen onrealistisch en als je toevallig de Telegraaf of de Trouw leest, mis je zoiets met zekerheid, en als je wel de Enkhuizer Courant leest, is er ook grote kans dat je het toch mist. Duidelijk is dus dat er geen 11 jaar oude kopieën zijn, dat Sweens zich probeert in te dekken, maar met een gekunsteld en onrealistisch verhaal. De schriftelijke oproepen zijn juist verplicht ingesteld omdat anders een groot deel van de betrokkenen de publicaties etc. anders mist. Dit deel van het verweer is dus zwak.  Daarbij dienen we ons wel te realiseren dat de rechtelijke macht zich veelal pro curatoren opstelt en tegen failliete personen of bedrijven, dus de hoop op een goed verloop met eerlijke, objectieve en onpartijdige rechters is nog niet hooggespannen.
  37.  Verder willen we er hier in dit stadium niet te veel van zeggen. Verder schrijft de advocate van Sweens nog kort gesteld dat het (4) z.g. toetsingskader bij de vordering tot heropening niet deugt  waarbij vooral een Kluwer uitgave van Th.B.ten Kate en M.M. Korstens Krijnen wordt aangehaald, vervolgens (5) zou de vordering niet voldoen aan de z.g. stelplicht en (6) zou de vordering ook te laat zijn ingesteld, dan (7) volgt de stelling dat er geen bedrog of vervalsing van stukken door de curator is geweest, uit welk deel ik het voornoemde had geciteerd, en (8) is er “Voorts geen grond voor herroeping want geen causaliteit”, en hebben we (9)  nog slotopmerkingen.  In al die zaken onthouden we u het daarbij beschrevene, maar wat onder 9.3 is beschreven willen we u niet onthouden want dat zien wij als de bevestiging van eerder gestelde zaken, citerende dus uit de memorie c.q. het verweer van Sweens “9.3 Voorts wijst mr. Sweens thans al op dat de sinds het arrest van 12 april 2011 verschenen jurisprudentie en literatuur, waaruit te meer blijkt dat persoonlijke aansprakelijkheid van een curator slechts onder uitzonderlijke omstandigheden aan de orde is”.                                                                                                                                                                   Zie   -HR  16 december 2011  NJ  2012.515 (Gips): “Bij deze toetsing past, zoals uit de norm van het arrest naar haar aard volgt, inderdaad terughoudendheid. Voor persoonlijke aansprakelijkheid is immers vereist dat de curator ook persoonlijk een verwijt kan worden gemaakt van zijn handelen. Daarvoor is vereist dat hij gehandeld heeft terwijl hij het onjuiste van zijn handelen inzag dan wel redelijkerwijze behoorde in te zien.  ”                                                                                                                         Rb  ’s Gravenhage 19 december 2012,  400608-11-2235 (n.g) r.o.  5.12  “Van persoonlijke aansprakelijkheid is slechts dan sprake als de curator daarnaast een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt van de verweten gedraging                                                                                                         -noot 1  Spinath in JOR 2012,  65  “De rechter dient hier terughoudend te zijn en het handelen van de curator slechts marginaal te toetsen”.                                                                                                             Hier worden dus zaken uit de rechtspraak aangehaald waarmee (de advocaat van) Sweens dus het door ons al eerder aangegevene bevestigd, namelijk dat de zaken waar een normale burgers zich aan moeten houden niet voor curatoren geld. Gesteld wordt dan dat hen “ruime bevoegdheid” toekomt, maar dat is natuurlijk op niets gebaseerd. Een curator mag ook niet zomaar 100 rijden waar 50 geld, alleen omdat hij curator is. Dit bevestigd dus wat we al eerder stelden, volgens geldende aannames, maar niet door enige wet ondersteund, geld dat een curator best wat mag stelen en misleiden en bedriegen, omdat hij nu eenmaal curator is. Als je het dan over “marginaal toetsen”hebt, dan wordt eigenlijk aangegeven dat dit ook steeds wat verder wordt opgerekt, en dus ook nauwelijks getoetst behoeft te worden. Onze mening is dat dit gewoon bijgesteld dient te worden, de wet dient voor iedereen in gelijke mate te gelden.
  38.  Sweens stelt nog dat hij dus genoeg redenen heeft gegeven om het verzoek af te wijzigen, ook dat primair wij ook de zaken moeten bewijzen, maar als dat allemaal niet zou lukken en hij zal toch zaken moeten bewijzen dan zou hij ongeveer precies degenen onder ede als getuigen willen hebben als die wij zelf willen, en meerdere malen hebben verzocht. Sweens zelf, de R.C. van den Berg, griffier Beumer, de deurwaarder die het exploot van 09-06-2005 betekende (?) de functionarissen en advocaten van de V.O.F.  dus o.a Duijsens, maar ook, en dat is mogelijk toch interessant, “De raadsheren die het gewraakte arrest gewezen hebben”. Toch zullen het voor ons nogal vijandige getuigen zijn, en goed voor een partijtje mijneed.  We zien hier één iemand prominent afwezig zijn, zijnde mr. J. Blokland, en natuurlijk ook de drie crediteuren, zien wij er wel graag bij.  Als het (eindelijk) echt tot het horen van getuigen zou komen, zal het helemaal afhangen van de rechter die de waarheid boven tafel moet zien te krijgen.  Hoe dit verder zal gaan is op dit moment totaal niet in te schatten. Voor ons staat vast dat hij de drie crediteuren geen brief heeft gezonden. Duijsens stelt dat hij voor Bleeker wel zo een oproep heeft gehad en heeft ook een kopie opgestuurd die ook wel echt kan zijn maar dat zou dan alleen bewijzen dat hij wél een oproep heeft gehad, terwijl hem al (veel) eerder bekend was dat er, en wanneer er, die vergadering zou zijn. Dat Duijsens de vergadering niet heeft bezocht is op zich al vreemd, nu hij een flink belang had, en een ander zeer opvallend iets is dat in die brief het foute bedrag van (1x) E. 63.430,53,  staat en het dus wel heel bijzonder is dat hij er toen niet direct op heeft gereageerd dat het bedrag (de helft) te weinig was, en ook later niet toen het fout in het proces verbaal stond. Als het juist is dat Duijsens voor Bleeker wel zo een brief heeft gehad, doet dat er niet aan toe of af dat anderen die niet hebben ontvangen. Al eerder is gesteld dat Sweens en van den Berg bewust de mensen weghielden, die bij wel aanwezig zijn, later hadden kunnen getuigen dat we de vordering hadden bestreden, zijnde Beumer, Blokland, en o.a. onze boekhouder, en twee anderen die niet, zoals Duijsens dus wél, vijandig tegenover ons stonden, en die ze dus niet in de hand hadden.  Duijsens zat immer voluit in het Sweens kamp, of eigenlijk juist andersom zat Sweens in het Duijsens kamp.
  39.  De andere zaak was tegen de rechtbank, nu die de verantwoordelijke is voor Sweens die in hun opdracht dus onder hun verantwoording opereert. Net zo als iedere baas verantwoordelijk is voor het handelen van zijn personeel, was de rechtbank dus de verantwoordelijke voor het handelen van Sweens, dus ook voor het niet verzenden van z.g. oproepcirculaires, en de gevolgen die daar uit voort waren gekomen, en was van den Berg verantwoordelijk voor het weglaten van de Griffier met ook de staat als eindverantwoordelijke. Dit behoorden we dus bij de rechtbank Alkmaar in te dienen, waarbij wij (wederom) daarbij het dringende verzoek deden om dit niet in Alkmaar te behandelen vanwege betrokkenheid en betrokkenen. Toen nog niet direct, maar later steeds duidelijker, was dat dit verzoek dus bij Gisolf op zijn bureau lag, dus bij dezelfde die ons eerdere en andere verzoek dienaangaande had afgewezen. Kort na het indienen hadden we een z.g. executie kort geding aangespannen tegen het vonnis van Gisolf, waar we ook om een andere rechtbank hadden verzocht. Zonder antwoord werd dit in Alkmaar door een Haarlemse rechter (beide rechtbanken zijn gefuseerd) die ook alles afwees, maar die kennelijk volledig met de andere aangespannen zaak op de hoogte was, kennelijk onderling dus besproken, waarvan hij stelde dat hij dacht dat die zaak niet kansrijk was. Op zich een opmerkelijke uitspraak. Je moet al goed in een zaak thuis zijn voordat je een oordeel kan geven, en het is vreemd dat je prematuur een oordeel geeft over een zaak die je zelf niet doet, en er ook niet te veel (wel iets) mee van doen hebt. Verder kwam er gewoon geen antwoord op dat verzoek, wat vreemd was, een jaar eerder kwam er een complete uitspraak waar in stond dat ze in Alkmaar (ook wel) objectief en onpartijdig konden zijn. In plaats van antwoord op dit verzoek kwam er dus de al veelbesproken aanval om Vlaar uit te schakelen.
  40.   Die aanval werd 1 december 2014 ingezet, die zaken waren een aantal weken gaande voordat de deken in ’s Hertogenbosch de moed had om niet te doen wat Gisolf en zijn kompanen kennelijk wensten, en waar hij toe werd aangezet, dus kort voor de feestdagen.  Inmiddels hadden we wel een oproep gehad voor een zitting in deze zaak, die zou 15 januari 2015 zijn,  Maar een slordige week daarvoor kregen we dan bericht dat er in Alkmaar besloten was, of eigenlijk de 15e besloten zou gaan worden, dat Alkmaar het niet zou behandelen. Sprake was daar dus van een complete verrassing.  Hoe dit dan is gegaan en hoe zo gekomen is dus heel veel gissen. Het zal er zeker mee van doen hebben dat de actie uitschakeling Vlaar niet was geslaagd,  er zal over vergaderd zijn, men heeft mogelijk toch ingezien dat, om nog verder van regels en aanbevelingen af te wijken, dat dit de zaken bij hun in Alkmaar steeds discutabeler zouden maken, en te partijdig zouden gaan lijken, maar onmogelijk is om te weten wat er nog meer (aanvullend) achter de schermen gaande was, en of iedereen nog mee wilde doen. Op zich is het al bijzonder dat, iets wat gewoon normaal behoort te zijn, zo bijzonder is en ik gis er dus ook maar wat op los.
  41.  Vrijwel gelijktijdig begon dan ook de Staat de Nederlanden zich te roeren, vertegenwoordigd door wat men benoemd als de Landsadvocaat ene RSI  Lawant.  Het had, zoals bleek, de bovenste etage van “New Babylon” in de Haag bereikt. Het was maar ca. 1,5 pagina, waarin ze stelden dat die zaak “niet ontvankelijk” verklaard zou moeten worden. Er was immers al over geprocedeerd. Het zou slechts anders zijn als er sprake van nieuwe feiten zou zijn, maar daarvan zou dus volgens hen niets blijken. Natuurlijk weet deze persoon dat het nu juist wél gebaseerd is op nieuwe feiten. Hier zien we dan ook direct ten voeten uit dat de z.g. “staat” ook onbetrouwbaar en onbehoorlijk is.  De staat vertegenwoordigd zich op een paar kilometer van dat grote gebouw in Den Haag, waar op de bovenste verdieping de zogezegde landsadvocaten bivakkeren, die namens de staat de burgers die hun recht proberen te zoeken bestrijden. Het is toch, als je er goed over nadenkt, zeker wel bevreemdend, dat er op de ene plaats (binnenhof) na wordt gedacht om de mensen correct en verantwoordelijk te laten zijn, en daar vele wetten op baseren, maar dat tegelijkertijd, en ook onder de verantwoording van de volksvertegenwoordigers, er zaken in het geding zijn waar de staat zijn verantwoording voor dient te dragen, en ze veelal alles in het werk stellen om zich aan die verantwoording te onttrekken. Wat daar dan verder van zal gaan worden, zullen we ook af moeten wachten. A.s.  22 april 2015 zal er een zitting over gaan zijn. Als de staat op zich gewoon zijn verantwoording wél neemt, en de zaak serieus in behandeling neemt, dan zal dit inderdaad kunnen leiden tot een ongeldig verklaring van zowel de verificatie vergadering als het proces verbaal. Daarmee zal ook alles wat in de uitspraken is gebaseerd op het proces verbaal, op onjuiste zaken zijn gebaseerd, en herziening behoeven, dus ongeldig kunnen worden verklaard.
  42.   Er zou in wezen geen enkele reden behoren te kunnen zijn waarom de staat er niet voor in zou zijn om deze zaak niet op serieuze wijze aan te pakken en te onderzoeken, wij betogen immers door dit hele verhaal heen dat er scheefgegroeide zaken zijn, sommige doordat de wetten gewoon puur slecht zijn, andere zaken doordat de wetten wel deugen maar verkeerd worden uitgelegd, wat opzettelijk kan zijn, en we geven ook aan dat er ongewenste kruisverbanden zijn die tot foute zaken komen, vooral dus waar het faillissementen betreft, met excessen als diefstal op grote schaal waarbij iedereen de medeplegers afdekt en afschermt. Het zou een goede zaak zijn dat werd ingezien dat bijstelling en corrigering, en het feit dat veel zaken gewoon niet kloppen, worden aangepakt en bestreden. Het is immers ook in het belang van de Staat  zelf dat er geen zaken ontsporen, en van kwaad tot erger gaan. Daarbij behoeft het de staat op zich niet direct zelf geld te kosten en schade te doen, die kunnen de rekening ook weer neerleggen waar die hoort, zo iets als “De vervuiler betaald”  Het zou mooi zijn als dit er van zou komen, ook al leeft dat momenteel nog alleen in Utopia.
  43.  Inmiddels is Duijsens zich ook bewust van het dreigende gevaar. Hij heeft zich al een paar maal, ook bv. tijdens een recente zitting, er over geuit dat ons verzoek belachelijk is en kansloos en veel te laat, enz. en deed hij ook voorkomen dat hij die zaken niet serieus behoefde te nemen. Nu is Duijsens op zich helemaal niet bij die zaak betrokken. Hij heeft niets met deze procedure van doen, want hij heeft ook niets met de verificatievergadering en het tot stand komen van het proces verbaal van doen, hij had toentertijd alleen Sweens gevraagd om zijn vordering te erkennen, die had dat gedaan, dus Duijsens had gekregen wat hij vroeg en dat was het eigenlijk. Hij erkent natuurlijk niet dat het een opzetje was, dus hij zal volgens zichzelf wel bij toeval hebben ontdekt dat hij ons met het proces verbaal te pakken kon nemen, maar hij zal nooit  erkennen dat ze met elkaar hadden bekokstoofd wat er in zou moeten komen te staan, dus hij heeft er totaal niets mee van doen, en dus ook geen recht en reden om zich verder met deze aangespannen zaak te bemoeien. Wat steeds al op is gevallen, is dat Duijsens steeds zo goed is geïnformeerd en vooral snel de zaken weet die alleen Sweens weet en behoeft te weten.  Wat ik hier dan beschrijf is heet van de naald, zeg maar van de laatste week. Allereerst is Duijsens de oproep die hij kennelijk 10 jaar geleden had ontvangen, naar ons gaan mailen, met daarbij een mailtje dat hij in 2004 wel een oproep heeft gehad,(en goed bewaard) dus dat bewees dat er wel oproepen zijn rond gestuurd, dus dat we de procedure wel kunnen stoppen. Nu Duijsens en Bleeker, anderen zijn dan de drie die niets hebben ontvangen, gaat dat hem voor hem ook niet worden. Inmiddels realiseert hij zich natuurlijk het gevaar wat deze zaak voor hen in kan gaan houden.  Hij heeft nu, heel recent, gesteld dat hij zich wil gaan voegen in de zaak. Hij wil dus ook een eis of vordering in gaan stellen die over hetzelfde gaat. Dan kun je verzoeken om die zaken te voegen, en wordt je dus een derde partij in de zaak. Daar is nog niets van ontvangen, maar de grote vraag is wat hij in kan stellen als hij er niets mee te maken heeft. We zijn derhalve in afwachting van wat daar van zal gaan komen.  
  44. De klachten bij de raad van Discipline van de orde der Advocaten.                                                              Ik heb dit maar even dikgedrukt boven dit onderdeel / hoofdstuk geplaatst, want ook daar hebben we interessante en bijzondere ervaringen opgedaan die zeker een aantal lezers met interesse kunnen lezen. We hadden er al wat over geschreven, en ook in het z.g. A4tje. Tuchtraden heb je bij meerdere beroepsgroepen, het medisch tuchtcollege, De broederschap van Notarissen heeft zo iets, accountants ook, en dan dus ook de orde van advocaten.  Ze worden bemand door mensen uit hun eigen beroepsgroep en zijn de toezichthouders om hun leden op het rechte spoor te houden. Dat rechte spoor  is dan al uitgestippeld in hun reglement en de leden van zo een tuchtraad hebben de taak om, in geval van een klacht, zaken te toetsen aan dat reglement, en (als zaken in strijd zijn met het reglement) zonodig in te grijpen. De tuchtraad leden moeten dus onbesproken zijn, integer voor wat dat woord precies mag betekenen, onafhankelijk, onpartijdig, en nog zo het een en ander. De vraag gaat zijn of dat ook allemaal zo klopt. Heeft die club het aanzienlijke zelfreinigende vermogen wat de gehele vakgroep “strait” en  op het rechte pad houdt, of zijn het, zoals toch ook nogal eens wordt gesteld, “slagers die hun eigen vlees keuren”.  Dat laatste is een bekend spreekwoord, wat er op ziet dat vlees niet ziekmakend is en vol bacteriën mag zitten,  maar als de slagers het zelf keuren dan kan het wat hen betreft best wat langer worden verkocht, en kan het bijna al, niet al te fris meer ruiken.
  45. Allereerst kunnen we wel stellen dat het eigen vlees keuren niet werkt, dus er is een onafhankelijke vleeskeuringsdienst en zo zijn heel veel diensten, in mijn branche de bloembollenkeuringsdienst, de P.D. de A.I.D.  veel semi overheid, en zelfs die bleken soms wel eens een beetje corrupt. Veel van de kritiek dat de eigen beroepsgroep  de collega’s in het gareel weet te houden, zal dus terecht zijn, maar de tuchtraad bij de orde van advocaten is in mijn beleven en ervaring van zodanig kaliber, dat die grote groep van goede, eerlijke en gemotiveerde advocaten, die er zeker ook zijn,  (die dus ook nooit klachten krijgen) echt met plaatsvervangende schaamte hun eigen tuchtraad kunnen bezien. Dit geschreven hebbende kan de lezer dit toetsen aan de ervaringen die we tot nu toe hebben, maar ik stel meteen dat zaken in feite nog volop gaande zijn. Overigens staat iedere soort tuchtraad op zichzelf, dus kan het mogelijk bij andere tuchtraden wel beter zijn als bij de advocaten, en kunnen de afdelingen onderling ook best van elkaar verschillen. Generaliserend kan gesteld worden dat niet alle mensen even goed en deugdzaam zijn, en daar waar belangen spelen, is er dus doorgaans een buiten de groep staand onpartijdig inspectie instituut, nagenoeg altijd onontbeerlijk en bittere noodzaak.
  46. Dat er zaken in feite goed mis zaten bij de advocaten was ook tot den Haag (regering / Tweede Kamer) doorgedrongen. Deels, maar niet op de voet gevolgd, weet ik dat er wat veranderingen zijn geweest, vooral vestigingseisen etc. maar ook totaal onvoldoende. Vanaf internet hebben we een 78 pagina’s tellend document uitgeprint benoemd als NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET NADER VERSLAG van (ca) d.d. 4 juni 2013 waarin alle politieke partijen zich uiten, en ook hebben we een reactie gevonden van de landelijke deken, de grote advocaten baas dus, aan de Tweede Kamer, om vooral zaken zoveel als mogelijk te laten zoals ze waren, want ze deden het heel goed, alles was bij hen in goede handen, en veel in de zelfde strekking en extra Bla Bla, wat kennelijk heeft geholpen want erg ingrijpend blijken zaken niet veranderd te zijn. Dat kan ook niet als ik mijn ervaringen met u heb gedeeld, en de lezer dus tot eigen oordelen kan komen. Een andere actie om zichzelf  als de zuiver op de leer zijnde moraalridders, publiekelijke bekendheid te geven was de actie Moszkowics. Dat was eigenlijk een voor hen goud gerande actie, die aan alle kanten eigenlijk geweldig goed is geslaagd.  Onze Bram was immers zodanig succesvol, dat er veel collega’s (advocaten zijn ook maar mensen) behoorlijk afgunstig op hem zullen zijn geweest. Mensen die erg met jaloerse en afgunstige gevoelens behept zijn, onderdrukken dit zoveel ze kunnen en tonen vooral hun mooiste gezicht, maar hier kon de geest uit de fles. Bram was goed en succesvol, bekend, televisiepersoonlijkheid. Sommigen zullen hem een beetje arrogant en een praatjesmaker hebben gevonden, en net als veel van zijn collega’s ook af en toe een beetje stout. In het Bijbelverhaal zegt Jezus “Wie zonder zonde is werpe de eerste steen” waarna iedereen afdroop, maar de tuchtraadleden waren niet zo terughouden. alle stoute dingetjes werden zwaar aangedikt en veel groter gemaakt dan ze waren, en we weten allemaal wat er van gekomen is, want het was een complete media hype, dus heel Nederland kwam er achter dat er een advocaten tuchtraad was die niet met zich laat spotten, en dat de tuchtraad bestaat uit echte moraalridders, met een groot zelfreinigend vermogen wat uiteraard ook beslist (altijd) zo moet blijven, dus de tuchtraad heeft zich op de kaart gezet, en ook naar Den Haag het signaal afgegeven hoe goed ze zijn, en dat er beslist niets moet veranderen, en gelijktijdig hebben ze mr. Moszkowicz  uitgeschakeld en op zijn nummer gezet. Eerst reageerde hij nog stoer en arrogant, maar ze hebben hem helemaal kapot en klein gekregen en dat voelt voor een flink deel van de club kennelijk erg goed.
  47.  Nu schermen ze er mee dat hun tuchtcollege wel uit vier directe collega’s bestaat, maar dat ze voorgezeten worden door een echte rechter, wat dus hun kennelijke objectiviteit etc. verhoogd, nu ze daarmee erkennen en bevestigen dat een rechter kennelijk één of een paar gradaties beter zijn dan ze zelf, maar nog steeds wel mensen.  Het lijkt voor rechters een soort ere baantje te zijn om tot die uitverkorenen te behoren. Interessant voor mij was voor de televisie te zien dat Moszkowics voor de slachtbank werd geleid, en ik daar  een goede bekende ontwaarde als voorzitter van het tribunaal, de rechter die aanbeveling 8 nogal eens vergeet zijnde mr. J. Blokland, rechter in Alkmaar.  Verder heb ik er genoeg van gezegd, en merk nog op dat mijn vrije meningsuiting in deze zaak, lang niet door iedereen gedeeld zal worden, maar dat hoort bij vrije meningsuiting. Waar ik het verder over ga hebben is dus mijn eigen ervaringen die weer  als basis en onderbouwing gelden voor de door mij zelf  gestelde conclusies. In het verleden had ik al een paar maal klachten ingediend, nu ik bv. in boek één al heb beschreven dat ik nogal wat ervaringen had opgedaan met oneerlijke, leugenachtige en rancuneuze advocaten. Anders dan in rechtszaken, wordt bij de tuchtraad nauwelijks verder gekeken dan het ingebrachte klachtenverhaal, dus nader onderzoek of iets echt waar is, wordt nauwelijks gedaan. Bewijzen bijvoegen helpt maar beperkt, er kwam dan een zitting die voor jouw een soort uitwedstrijd was, en voor de advocaat een thuiswedstrijd. Terwijl je dus zelf alles uitgebreid en onderbouwd op schrift stelde beperkt de advocaat zich tot wat algemene gemeenplaatsen. Eerder heb ik de strijd met CNB en Cebeco beschreven waarbij men op gemene wijze mijn gehele bedrijf probeerde de stelen, waar aan vooraf ging dat ze een contractteler (Steijn) er toe aan hadden gezet om onze eigendommen aan onze concurrent te verkopen. Een klacht daarover tegen mr. Venbroek, waar toch zeer onderbouwd zaken beschreven waren die puur als diefstal en aanzetten tot leugen bedrog diefstel enz. inhielden waren klip en klaar gemaakt. Venbroek zijn verweer was, dat het zo ongeveer alles bij elkaar door ons was verzonnen (ondanks met documenten onderbouwd) en dat hij alleen maar zaken in het belang van zijn cliënt had gedaan, en zo kwam dat ook in de uitspraak gezet, en Venbroek kwam met alle leugen, bedrog, diefstel enz. gemakkelijk weg.
  48.  Niet lang daarna vond ik uit dat dezelfde Venbroek daarvoor zelf meerdere jaren lid van die raad van Discipline club was geweest, en werd alles nog wat meer duidelijk. Wat bij advocaten veel meer zo zal zijn als bijvoorbeeld bij notarissen of accountants, is het zogezegde netwerkgebeuren. Onderling komen advocaten al meer met elkaar in contact en voor mij is duidelijk geworden dat vooral het netwerken hen helpt en functioneert, dus ook voor het geval je buiten je boekje gaat, is het van belang dat je meer en belangrijke vrienden hebt, dit ook bij instanties, en ook clubs voor de elites (Rotary, Lions).  Zo was Sweens ook commissaris bij de lokale Rabobank en voorzitter of Bobo bij een landelijke club, en was hij ook o.a. later zelf deken of plaatsvervangend deken. Als je overal een beetje tussen zit dan kun je zaken (ook te kwader trouw) beter en gemakkelijker naar je hand zetten.  Ook door het veelvuldige contact met hun R.C. s als curator, krijg je sterke bastions, zoals al  beschreven. Bij een Visser faillissement was er een mr. Breederveld curator, die ook af en toe doceert op de V.U. en ook rechter plaatsvervanger is. Dan zit je er ook zodanig tussen en ben je zo gesetteld dat je met heel wat zaken weg kunt komen. Buitenstaanders weten dan nooit wat er achter de schermen gebeurd, wie maakt handjeklap met wie, enz.  Advocaten hebben dan zo een grote verwevenheid met elkaar, formeel en informeel, dat ze in veel gevallen leden van de tuchtraad ook beter zullen kennen en daar mogelijk ook toegang toe hebben. Het is niet echt je dat, dat het advocaten uit de eigen regio en omgeving zijn. Zo is het kantoor van Duijsens op loopafstand van de deken die in het Haagse klachten ontvangt en behandeld, ofwel meer de klager ontmoedigd dan de klacht behandeld, althans dat was mijn ervaring die ik met u ga delen.
  49.  Gezien mijn vroegere ervaringen had ik op zich geen enkele vertouwen in de tuchtraad meer. Daar kan bij gezegd dat iemand bepaald niet snel tot een klacht over gaat en er veel klachtwaardige zaken dus nooit tot een klacht komen. Het kost je tijd en energie en ook komt de ergernis weer boven, en het enige wat er mee bereikt kan worden is een gevoel van genoegdoening, waar geen brood voor is te kopen. Het gaat er dan voor dat een toegekende klacht kan helpen bij een rechtszaak als men iemand aanspreekt op onrechtmatig handelen, maar nu dat soort klachten doorgaans afgewezen worden, helpt dit ook niet veel. Voorgaand motiveren we dat iemand pas de moeite neemt om een klacht in te dienen, als hij/zij, gewoon erg boos en gefrustreerd is, dus ongeveer iedere klacht is gegrond, terwijl en nog niet in de helft van de gevallen ook een sanctie volgt. Waar dan in hoofdzaak sancties uit voortkomen zijn zaken als maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag, bv. openbare dronkenschap of i.d. een betrokkene / cliënt hoeft niet altijd te klagen, dit kan ook vanuit het dekenaat worden geïnitieerd (zoals bij Moszkowics)  of uit eigen kring. Terwijl het voor de klager / cliënt dus doorgaans alleen meer frustratie geeft, werkt het binnen de club (orde) soms wel om een niet gepruimde collega uit te schakelen, daar zijn meerdere voorbeelden van, wat met weinig scrupule wordt gerealiseerd. Vanuit die optiek, is het nog wel weer een machtige club, en is het om meerdere redenen begrijpelijk dat ze zich flink tegen veranderingen hebben verzet. Een onafhankelijk toezichthoudende instantie, van ons kent ons niet, lijkt naar wat mijn indruk is, voor hen een soort horror scenario te zijn.
  50. Al eerder heb ik er wat van geschreven, maar als men het advocaten reglement leest dan zijn er veel regels wel gesteld, maar kun je als advocaat de meeste regels gewoon wel een beetje (of twee beetjes) overtreden, maar voor ons springt regel dertig er uit, als de meest overtredene fake regel. We zullen die hier nog eens opschrijven, regel 30 luidt;  “De advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn”  Op zich bezien dus een hele duidelijke regel. Nu is het advocatenreglement aardig op de schop gegaan. Voorheen was dit regel 2.  er volgt daarop dus nog een toelichting: “Toelichting op regel 30 (regel 2 oud),  De oorspronkelijke gedragsregels spraken van een “mededeling” waardoor de rechter of de wederpartij zou worden misleid.  Waar het bij de voorlichting op het juridische vlak vaak op interpretatie aankomt gaf de oorspronkelijke tekst aanleiding tot misverstanden. De nieuwe formulering richt zich specifiek tegen het verstrekken van feitelijke informatie die, naar de advocaat weet, onjuist is of die tot nader onderzoek noopt, alvorens zij wordt gepresenteerd”.  Er zijn wel eens vage regels waarbij je je afvraagt wat er precies wordt bedoeld, maar wat hier geschreven staat is juist heel duidelijk en klip en klaar, de orde verbiedt haar leden om jokkebrokjes te zijn. je kunt je natuurlijk van de domme houden en doen alsof je cliënt je wat op de mouw heeft gespeld, maar de orde stelt dat je als advocaat wakker moet blijven, niet te naïef dient te zijn, en als je als advocaat het niet vertrouwt en denkt dat de cliënt je van alles op de mouw spelt, dan moet hij het nader onderzoeken voordat hij het in gaat brengen in een zaak.
  51.   Op zich bezien ook weer vrij normaal,  we zijn immers een heel beschaafd land en zomaar een beetje met opzet gaan staan liegen tegen beter weten in, dat moet je in een beschaafd land ook gewoon niet willen. Die regel is ook heel begrijpelijk, eigenlijk ook één van de meest vanzelfsprekende zaken, alles draait in rechtszaken ook om de waarheid, liegen onder ede mag ook niet, daar kunnen ook flink straffen op staan.  Zo een regel zou dan ook goed gehandhaafd moeten worden, regels moeten per definitie worden gehandhaafd, en vooral deze, die dus alles met fatsoen en beschaafdheid te maken heeft. Daarin onderscheiden we ons immers van veel andere z.g. derde wereld landen, beschaafdheid, fatsoen, integriteit, normen en waarden, het zou zo vanzelfsprekend moeten zijn dat het niet eens in regels behoefde te worden vastgelegd, maar dat was kennelijk een brug te ver. Goed vastleggen en daarna dus stevig handhaven is dus het kennelijke parool. Het moet natuurlijk ook nooit zo zijn dat de helft van de advocaten zich netjes aan regel 30 houdt en dat de andere helft die regel volledig aan de laars lapt. Dat zou een heel ongelijk speelveld geven met de brave broeders sterk in het nadeel bij de laaielichters.  Dat zou ook heel oneerlijk zijn.
  52.  Nogmaals wil ik stellen dat de advocaten waar ik tot nu toe mee heb gewerkt, en zo zullen er ook beslist velen zijn, nette lieden  zijn, die geen regel 30 hoeven te kennen omdat ze voldoende fatsoen in hun lijf hebben en ze er ook geen voordeel in zien. Als iemand wordt benadeeld en het is een eerlijke zaak dan is het ook geen enkele probleem om je aan de waarheid te houden, en dit heb ik zelf ook altijd gedaan. De een is ook veel beter in het jokkebrokkesen dan de ander. Maar dan de werkelijkheid en de praktijk zoals ik die al eerder had ervaren en inmiddels nu dus weer. Algemeen is men van mening dat (een deel van de) advocaten  het met de waarheid niet al te nauw nemen. Dat zou dus iemand doen denken dat er zowel regelmatig klachten zullen  komen op basis van regel dertig, maar ook dat die klachten met flinke regelmaat ook toegewezen zullen worden. Leugens zijn vaak bewijsbaar en als de advocaat zijn cliënt in eerste instantie geloofd, maar hij ziet hard bewijs langskomen van de tegenpartij dat zijn cliënt en a passant dus hij/zij zelf ook, de zaak beliegt en bedriegt, dan zou hij zich er dus in feite al niet meer achter kunnen en mogen stellen. Evenwel, de praktijk is een totaal andere dan de theorie.  Zover wij na hebben kunnen gaan is er nog nooit iets van een sanctie of aanmerking gemaakt of opgelegd op basis van regel 30.  Op de vraag of dit vreemd is geld het antwoord; niet alleen vreemd, maar bij serieuze handhaving van het reglement eigenlijk ook onmogelijk.  Wel mogelijk is natuurlijk dat deze regel er helemaal alleen maar voor de vorm is, het goede gezicht van de advocaten club. Naar de buitenwereld toe pretenderen.
  53.  Dat  dit laatst beschrevene in mijn ervaring en beleven ook helemaal het geval is mag de lezer mede gaan beoordelen, en bezien of hij op basis van de zaken zoals die plaatsvonden, en ook gaande zijn, tot een vergelijkbaar oordeel, en conclusies kan komen.  De gedachte bij mij is ook heel sterk dat het verzet van de orde tegen meer toezicht van buitenaf, en om zaken zo veel mogelijk in eigen hand te kunnen blijven houden, ook voor een belangrijk deel was ingegeven  door het gegeven dat een grote groep, onafhankelijke controle van buitenaf vreesde, omdat ze  het voor zichzelf erg belangrijk vinden dat ze er ongestraft op los kunnen blijven liegen, omdat die groep er op ingesteld is om zaken te kunnen winnen door rechters te misleiden en op het verkeerde been te krijgen. Die groep is kennelijk omvangrijk en invloedrijk en oververtegenwoordigd in de raden van toezicht. Zulke conclusies kun je alleen maar maken, en zulke beweringen doen, als je daar zodanige ervaringen mee hebt dat er geen enkele ruimte meer is om dit te kunnen nuanceren. Ik  schrijf er wel bij dat ik me er in zoverre toch ook nog flink over verwonderde omdat ik er ook een beetje in tuinde aangaande het gebeuren met Moszkowicz en het gegeven dat het functioneren van de tuchtraad, in de tweede kamer ter discussie was gesteld, en ze onder de loupe werden genomen. Voor mij was het dus niet ondenkbaar dat ze zich als tuchtraad wat zouden hebben herpakt, in vergelijking met mijn ervaringen van pakweg 20 jaar terug, en best wel wat aangaande objectiviteit en partijdigheid, voor de klager ten positieve, opgeschoven konden zijn.  Dit bleek alleen maar voor de Bühne te zijn.
  54.  Uit het feit dat ik al heel wat conclusies van ervaringen heb gegeven kan al worden opgemaakt dat die ervaringen er dus kennelijk zijn dus dat een klacht is ingediend, en dit (vooral) op basis van regel 30. Ik had daar overleg over gepleegd met Vlaar, die in een andere zaak  ook de voorgaande ervaringen al had opgedaan, maar die het idee van een klacht ondersteunde. Op zich bezien had ik er vaker aan gedacht en het overwogen, want het is ergerlijk dat je in een procedure wordt gesleept, die uitsluitend is gebaseerd op leugen, bedrog, verzonnen zaken enz. Je meent dan dat rechters niet in leugens en misleiding zullen trappen, zeker niet als je de waarheid bewijst, maar als leugens klakkeloos worden gevolgd en de waarheid genegeerd dan wordt het nog veel ergerlijker, maar eerst houd je zoiets nog vrij lang niet voor mogelijk. Steeds werd er weer wat nieuws door Duijsens en Bleeker bijgelogen, en als je dan geen eerlijk proces krijgt sta je machteloos.  Ik had het er ook met een paar andere advocaten over gehad en die voorspelden beiden dat ik afgepoeierd zou worden met de bewering dat de cliënt zaken had beweerd en de advocaat het geloofwaardig had gevonden. Op zich strookte dat natuurlijk op geen enkel end met regel 30, maar het was bij advocaten dus van algemene bekendheid dat dit de standaard afpoeier methode was, wat later ook wel bleek. Wat de doorslag gaf en waarom ik bijna door het dolle heen was, was dat Duijsens (voor het eerst) in een verweer naar de Raad van State toe stelde dat wij een sterfhuisconstructie hadden ingesteld, en daarna het bedrijf (in privé) hadden leeggeroofd. Dat was zo erg grof en zo erg tegen beter weten in verzonnen en gelogen en zoals gezegd, de orde deed het in de Moszkowicz zaak voorkomen dat je ze inmiddels serieus kon nemen, dus ik ben er mee aan de slag gegaan.
  55.  Je kunt iets gaan beweren en roepen, maar het moet dan ook weldegelijk armen en benen hebben. Ik heb het zo opgezet dat het geschrift ook zou kunnen dienen om een zaak te beginnen tegen Duijsens op basis van onrechtmatige daad. De filosofie was als het ware dat het het beste was om eerst middels een klacht een uitspraak te krijgen dat Duijsens de zaak beloog, en daarna een zaak om hem daarop aan te spreken, op basis van onrechtmatige daad. Ik had de klacht dus maar zo opgesteld dat die ook als dagvaarding dienst zou kunnen doen. Bij elkaar had ik 22  zaken beschreven die onjuist en verzonnen waren, die stuk voor stuk besproken en van, in totaal 48 bijlagen voorzien. Bij normale bestudering, dus met enige aandacht lezen, en met de bijlagen er bij, werd stuk voor stuk van ieder van de z.g. 22 verschillende onderdelen, iedere leugen dus voor zich en apart, omschreven in bij de ene iets sterker dan bij de andere, toch onomstotelijk bewezen, dat datgene wat Duijsens beweerde, gewoon niet waar kon zijn.  bij elkaar waren er vier zaken bij waar Duijsens op verschillende plaatsen en tijden, de ene keer exact het tegengestelde beweerde van een andere keer, soms het ene wel, en het andere niet waar, soms beide niet waar. Vanuit de dagvaarding waren et 16 zaken beschreven, en uit andere geschriften nog een keer zes. een aantal zaken die ook grof gelogen waren liet ik buiten beschouwing, omdat ik er geen hard bewijs bij had. We hebben Duijsens toen eerst een kopie gestuurd middels Vlaar met de mededeling  dat we voornemens waren dat als klacht bij de orde in de Haag in te gaan leveren. Dat was d.d. 25 maart 2013.  Duijsens reageerde als door een wesp gestoken, en sloeg meteen terug, het antwoord van Duijsens aan Jacob Vlaar citerende; “Geachte confrère,   Met stijgende verbazing heb ik kennis genomen van uw brief van 25 maart jl. Eerder heb ik al geconstateerd dat u blijkbaar processtukken welke uw cliënt vervaardigt, zonder meer doorzendt. U past daarop geen enkele toetsing toe, hetgeen wel uw taak is. Daarmee bewerkstelligt u zittingen zoals we al een paar keer gehad hebben. Cliënten en ik achten dit in strijd met de gedragsregels en ik zal daarover een klacht indienen. Daarbij  komt dat u door uw handelwijze mijn cliënten enorm op kosten jaagt, hetgeen eveneens in strijd met de gedragsregels is.                       De inhoud van uw brief van 25 maart jl. met de daarbij gevoegde stukken is de bekende druppel en ik zal een klacht tegen u indienen bij de deken te uwent en ik zal de procesdossiers waar het in dezen om gaat daarbij overleggen.                                                                                                                                       Het spreekt voor zich dat ik iedere aansprakelijkheid betwist. Ik moet de belangen van Bleeker Smit behartigen en als uw cliënt het niet eens is met de gestelde feiten, dan staat het u vrij om die te betwisten. Een kopie van de klachtbrief kunt u op korte termijn tegemoet zien. Ik zal die klacht indienen mede namens cliënten.                                                                                                                    Hoogachtend  P.J.L.J.   Duijsens
  56.  Jacob Vlaas schrok van de agressie van de brief en de dreiging dat Duijsens met gelijke munt terug zou slaan. Vlaar was bijna drie jaar advocaat, maar nog onder een z.g. mentor en zat niet op chicanes te wachten, ook al was het bla bla en sloeg het nergens op. Door mij  d.d. 3/04/2013 een brief gestuurd dat ik de klacht in ging leveren zonder dat Vlaar er verder nog bij was betrokken.  29 april de klacht verzonden, een flink pak papier, een begeleidende brief erbij en de klacht was gelanceerd. Om een rechtszaak te beginnen heb je een advocaat nodig, zo een klacht kan een z.g. burger zelf doen. Vaak is er natuurlijk wel een advocaat bij betrokken. Zoals u zult merken is een klacht indienen niet een zaak van een maand of een paar maanden, om daar een uitslag op te hebben. Al het inhoudelijke laat ik in hoofdzaak maar even voor wat het is, dus nu vooral hoe nu zo een verloop van een klacht is. We achten dit ook leerzaam voor degene die een klacht overweegt. Wij zenden de klacht naar het adres van de orde, die stuurt Duijsens een kopie met het verzoek om binnen drie weken te reageren, die vraagt nog en tijdje uitstel, d.d. 14 juni wordt een reactie ontvangen van 4 pagina´s.  Daarbij evenwel nog een dik pak papier met alle vonnissen en dagvaardingen. Duijsens gaat dan vertellen hoe de procedure is gegaan, dat wij dus niet erg succesvol waren en steeds in het ongelijk zijn gesteld. Dan vervolgens dat hij geen enkel vermoeden had dat Bleeker hem onwaarheden had verteld, alles logisch en goed te verklaren wat de rechters dus ook hadden gevonden. (precies het verweer wat me al was voorspeld) Hij ontkent onwaarheden te hebben gesteld, maar gewoon de standpunten van Bleeker Smit verwoord, en al zou dat al zo zijn, dat zeker niet bewust hebben gedaan. Dan bewijs ik volgens Duijsens ook niet dat hij feiten verstrekte, waar hij van wist dat ze onwaar waren. De rechtbank had dat ook allemaal bekeken en alles juist bevonden, en daar kwam dan bij dat de dagvaarding van 2006 was, veel te lang terug, dus ook op basis daarvan diende de klacht ook onontvankelijk verklaard te worden, en dat is het dan. Volgens Duijsens is het ondoenlijk om op ieder onderdeel te reageren, pas als de Deken daar op zou staan dan is hij daar wel toe bereid.  
  57.  Bij het Duijsens verweer was een briefje van de Haagse Orde, dat ik er maar eens goed over na moest denken of ik met de klacht door wilde gaan, en verzocht werd om binnen drie weken om op Duijsens te reageren. Daarna kon Duijsens nog eens reageren, en daarna zou de Deken zich er over gaan buigen en een zogezegd deken advies geven. Ik had geen drie weken nodig maar de helft en stuurde een epistel van 8 pagina’s terug.  Ik stelde dat wij duidelijke zaken met bewijzen onderbouwd hadden aangeleverd, en dat daar door Duijsens inhoudelijk helemaal niets tegenin was gebracht. Wat rechters er van hadden gevonden was volgens mij niet aan de orde maar wat zij er zelf van vonden. Ze dienden op basis van de omschrijving en de bewijzen de feiten vast te stellen, en als ze zelf ook vaststelden dat zaken door Duijsens gesteld onjuist en onwaar waren, dan dienden ze daar op basis van art. 30 hun consequenties uit te trekken.  Dat Duijsens er in was geslaagd om met leugens de rechters te misleiden, was hier niet aan de orde. Ze dienden slechts vast te stellen of er sprake was geweest van leugens en misleiding, het was immers juist de bedoeling van art. 30 om niet met jokkebrokken de rechters op het verkeerde been te zetten. Natuurlijk zou er geen klacht zijn geweest als de rechters hun taken zelf beter hadden gedaan, maar het handelen en oordelen van de rechters was niet aan de orde. Inhoudelijke beoordeling van de beschreven onderdelen, daar ging het om, waarbij er een aantal duidelijk uitschoten en een gemakkelijk en klip en klaar oordeel konden verkrijgen, vooral de zaken die in volle tegenstelling met elkaar waren beweerd. Aangaande de bewering van Duijsens dat te laat was gereageerd, brengen we in dat het laatste onderdeel (nr. 17)  van nog geen jaar terug dateert (sterfhuis en leegroven)  enkele anderen van iets minder recent. Weliswaar de meeste van origine uit de dagvaarding, maar zaken zijn nog volop gaande, dus Duijsens zit nog volop in het dossier en heeft nog recent in een stuk gezet dat hij zich nog steeds volledig stelde achter de, in de dagvaarding gestelde zaken, dus zijn argument van te laat klagen achtte ik volslagen onterecht. Voor het indienen van een klacht bestaat geen officiële termijn.
  58.  Dan beweerde Duijsens dat hij datgene wat Bleeker had ingebracht geloofwaardig vond dus geloofde, en geen reden had gezien om zaken nader te checken. Dat stelden we als zijnde zeer ongeloofwaardig.  Dit zou alleen kunnen slaan op zogezegde teelttechnische zaken. Nu Duijsens door de KAVB  (bloembollentelers vereniging) werd aanbevolen als terzake kundig in het bloembollengebeuren, zou hij rapportages en deskundigenrapporten van bv. instituten gelieerd aan het bollenvak serieus behoren te nemen, zeker zo serieus als die van zijn cliënt, volgens regel 30 zou hij dan minimaal moeten gaan onderzoeken wat de waarheid was, maar Duijsens zette scheidslieden van het scheidsgerecht en gerenommeerde onderzoekers weg als ondeskundige onbenullen. Dan gaf ik er aandacht aan dat een aantal van de beschreven zaken niet uit de koker van kweker prutser Bleeker konden komen, maar duidelijk van een jurist, zoals bijvoorbeeld de recente bewering van de Sterfhuisconstructie,  en het leegroven van ons van de bv.s wat alleen door Duijsens zelf verzonnen was en bewijsbaar onwaar, dit ongeveer als de belangrijkste punten uit het 8 pagina’s beslaande verhaal. De lezer zal denken dat zaken daarmee zijn verduidelijkt en weerlegd. Daar mocht Duijsens dan weer op reageren, die had altijd wat langer werk, maar  14 augustus, pakweg een week of 7 later, was die er, een blaadje of drie.
  59.   Allereerst houdt hij zich weer van de domme, alle gegevens zijn door cliënt aangereikt, ook aangaande de sterfhuisconstructie, geen onjuiste feiten in de dagvaarding, en als het al zo was hadden we direct moeten klagen. Hij schrijft wél;   Zover relevant had de rechtbank en natuurlijk ook het Hof aan één van de partijen bewijs kunnen opdragen van de juistheid van de stellingen”.  Daarmee geeft hij aan dat hij zelf niets heeft bewezen, en daar ook nooit een opdracht voor heeft gehad.  Dat bewijzen van onze zijde zijn genegeerd staat er niet bij.  Duijsens stelt dat hij op deugdelijke wijze geprocedeerd heeft  en mijn advocaten hebben daar nooit over geklaagd, hij vind het moeilijk om bv. op alinea 30 t/m 34 in te gaan, en daar zou zijn reactie juist interessant zijn geweest, een stukje citeren we nog even: “Onjuist is derhalve dat ik aantoonbaar onjuiste weergave van de feiten heb gepresenteerd. In ieder geval is mij niet gebleken dat de feiten onjuist zijn.    Uiteraard dienen advocaten grote mate van vrijheid te hebben om de belangen van hun cliënten te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt en dat deze vrijheid in beginsel niet ten behoeve van Groot kan worden beknot. Het is mij niet toegestaan de belangen van cliënten nodeloos en op toelaatbare wijze te schenden. Er zijn geen feiten en omstandigheden gepresenteerd waarvan ik wist of behoorde te weten dat die onjuist waren.” ik sla dan een alinea van meer van hetzelfde over, Duijsens stelt dan nog:  “De klachten van Groot, vaag en niet onderbouwd, zijn dan ook niet gegrond.   Ik moge u dan ook verzoeken die klachten ongegrond te verklaren”.
  60.  Daarmee waren de schrijfrondes voorbij en moest de deken, ene meneer Martens, er mee aan de slag.  Om niet de reactie te krijgen dat zaken ongemotiveerd en niet met bewijzen onderbouwd waren, was daar veel werk van gemaakt. Duijsens kon wel roepen dat klachten vaag en niet onderbouwd waren, de klacht was eigenlijk, dat Duijsens een grote leugenaar was, dus het meest voor de hand was wel dat Duijsens in zijn verweren dus ook alles aan elkaar vast zou liegen. Ik had in mijn 2e reactie, ook nog een paar leugens erbij beschreven, en criminelen ontkennen altijd, dus daar diende de Deken op bedacht te zijn, en er ook eigenlijk wel van uit gaan, dus zeg maar van, daar extra alert op zijn, en moeilijk was het voor de Deken ook niet als hij gewoon de door ons aangereikte stukken en zaken serieus zou gaan lezen en beoordelen. Dat was dus ook wat van hem verwacht mag worden, en als hij dat niet doet, en laten we er ook van uitgaan dat dit bijvoorbeeld standaardprocedure was, dan kun je de gehele tuchtraad uiteraard wel opdoeken. Zo zou het behoren te zijn maar ik heb al te veel verklapt dus we voelen hem aankomen. Het is gedateerd d.d. 1 oktober 2013  dus we zijn al 5 maanden doende, Het lijkt met 7 pagina’s een heel epistel, maar is ruim geschreven en had op bijna de helft gekund. Voor het grootste deel worden de verschillende standpunten verwoord, hoewel wij goed onderbouwd, gedetailleerd en gemotiveerd, inhoudelijk alle zaken hebben beschreven, krijgen de door Duijsens ingebrachte zaken, ongeveer dubbel zoveel aandacht, en worden de Duijsens stellingen, zoals we die al beschreven, flink uitgemeten en benadrukt. Voor alle duidelijkheid geef ik het daarna beschreven z.g. dekenstandpunt maar even helemaal weer:  Dekenstandpunt;  Op grond van de gewisselde stukken in het klachtendossier en de wederzijdse stellingen kom ik tot het volgende dekenstandpunt.—  De Advocatenwet kent geen algemene termijn voor verval of verjaring van het klachtrecht. Het beginsel van rechtszekerheid brengt echter met zich mee dat een advocaat er van uit moet kunnen gaan dat een klacht over zijn verrichtingen binnen een redelijke termijn wordt ingediend. Welke termijn als redelijk wordt beschouwd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In dit geval wordt mr. Duijsens naar de mening van de Deken door het lange tijdsverloop in zijn verdediging belemmerd, terwijl u niet of onvoldoende heeft gemotiveerd waarom u uw klacht niet eerder heeft ingediend. De omstandigheid dat u gewacht heeft op de afloop van de inhoudelijke procedures acht ik geen, althans onvoldoende reden om tot een andere conclusie te komen.  —  Indien de Raad van Discipline van oordeel zou zijn dat uw klacht wel tijdig is ingediend, acht ik uw klacht om de volgende reden ongegrond.—  Vooropgesteld wordt dat een advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mag niet ten gunste van een (processuele) wederpartij worden beknot, tenzij de belangen van die wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. De advocaat dient de belangen van zijn cliënt te behartigen aan de hand van feiten materiaal dat zijn cliënt hem verschaft en hij mag in het algemeen afgaan op de juistheid van die informatie. Verificatie door de advocaat van de hem door de cliënt verstrekte informatie is slechts dan geboden, indien er aanwijzingen zijn dat de informatie onjuist is. De advocaat dient zich uiteraard, bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt, te allen tijde te gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamd.—-  Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van discipline moet een advocaat in het rechtsgeding de vrijheid hebben om stellingen van zijn cliënt in diens belang aan de rechter over te brengen, ook indien de inhoud daarvan mogelijk onjuist zal blijken en/of schadelijk kan zijn voor (de goede naam) van derden. De advocaat zal in het algemeen niet hoeven af te wegen of het voordeel dat hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waar hij zich van bediend, wel opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. —  Uit de afschriften van de verschillende vonnissen en arresten maak ik op dat u in alle gevallen in het ongelijk bent gesteld. Op basis van de stellingen over en weer en de stukken in het klachtdossier heb ik niet kunnen vaststellen dat de door mr. Duijsens gestelde feiten onjuist zijn. Noch uit de stukken, noch anderszins is mij gebleken dat mr. Duijsens de hiervoor bedoelde, hem toekomende ruime mate van vrijheid te buiten is gegaan dan wel zich in enig opzicht heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Ik stel mij dan ook op het standpunt dat mr. Duijsens geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.” Conclusie Het voorgaande samenvattend luidt mijn voorlopig oordeel dat de klacht niet-ontvankelijk althans ongegrond is. —  u kunt genoegen nemen met mijn voorlopig oordeel over de klacht. Het staat u echter vrij te verlangen dat de klacht aan de raad van discipline, het tuchtrechtelijke college, wordt voorgelegd. Als u echter niet binnen 3 weken na heden schriftelijk bericht dat u dat wenst, zal ik er van uitgaan dat u daarop geen prijs stelt en zal ik over gaan tot sluiting van het dossier.”     

Vooraf had ik al beschreven wat iemand bij zo een klacht gaat ervaren en hier heeft u dus het bewijs. Allereerst zou Duijsens (vermeend) worden gehinderd in zijn verdediging door het tijdsverloop. Daar hadden we toch wel duidelijke steekhoudende argumenten tegen ingebracht, maar ik stel hier gewoon dat het de grootste flauwekul is die je kan bedenken en duidelijk aangeeft dat ze een loopje met hun eigen tuchtraad nemen. Verder is er dan wel hoogdravende taal, waarbij hoofdzakelijk de beweringen van Duijsens worden herhaald, maar zowel Duijsens, als deze Deken heeft over geen enkel inhoudelijk onderdeel ook maar een opmerking gemaakt, en nog twintig onderdelen en nog veel meer en nog veel harder bewijs inbrengen maakt geen verschil  en de gevoerde retoriek is natuurlijk standaard en het harde bewijs dat regel 30 en daarbij het gehele reglement, en daarbij dus ook de tuchtraad gewoon en farce is en puur een dode letter, en dus ook gewoon grote volksverlakkerij en misleiding van de samenleving. In het laatste deel haalt deze deken (ten onrechte) de vonnissen etc. er bij, maar het maakt verder allemaal niets uit wat wij schrijven, maar dat zal in dit geval zeker ook voor anderen gelden, er wordt altijd wel wat bij elkaar bedacht om de klager m.b.t. artikel 30 af te poeieren, en hun leugen cultuur in stand te houden en de leugenaars uit de wind te houden. Dit terwijl regel 30 op zich bezien duidelijk is. Als ik dan nog niet voldoende ontmoedigd zou zijn kon ik toch om behandeling door de tuchtraad verzoeken dus zo gezegd zo gedaan. d.d. 07-10-’13  hadden ze een brief dat ik het toch voor de tuchtraad wilde en waarom, wat nog wat schrijfgedoe over en weer gaf, maar met gepaste tegenzin werd daar kennis van genomen. We vestigen er nog de aandacht op hoe dubbel, de beweringen van Mertens zijn, wel wordt er gemeld dat een advocaat zich als nette advocaat dient te gedragen, en (pas) na dient te gaan of iets wel juist is, als hij (ernstig) twijfelt, en vervolgens stelt hij dat, ook volgens hun advocaten hof, ze best erg veel gewoon mogen liegen, dus ongeveer vrijelijk artikel dertig overtreden. Zo gauw ze weten, en dat zal heel vaak zijn, dat iets pertinent onjuist is, mogen ze als nette advocaat niet jokkebrokkese, en in een doordachte omhaal van woorden wordt dan toch weer gezegd dat een advocaat nu eenmaal gewoon best veel mag liegen. Kan iemand me dat uitleggen a.u.b.

25 september had ik voor het eerst een gesprek met van Meel gehad, die dus als rechter af had moeten zwaaien, niet zozeer aangaande de rest van de Bleeker zaak, maar aangaande de klacht, dus net voordat ik het Deken advies had ontvangen. Hij had de hele map, een volle ordner, meegenomen ter bestudering,  op die manier las hij zich ook in op de rest van het Bleeker gebeuren en hij stond echt perplex  van alle zaken zoals die waren gegaan en hadden kunnen gebeuren. Zowel ik als hij ook, waren er van overtuigd, dat zaken hoe dan ook anders zouden zijn gegaan als hij onze advocaat was gebleven, en hij was ook zeer verwonderd en teleurgesteld dat de advocaat die hij in zijn plaats had aanbevolen, er een zooi van had gemaakt, en ons had laten stuiteren, en ook nog eens onder ede had gelogen. Daar is dan ook over en weer over gecommuniceerd, er is ook aardig wat mail verkeer in de map, die is uitgegroeid tot een volle standaard ordner.  Wat me niet bekend was, maar wat bleek, was dat er nog een extra hobbel was ingebouwd, die er voorheen ook niet was. Het leek op een stuk weg met verkeersdrempels. Er komt eerst nog een voorzittersbeslissing, die ontvingen we dan 12 november 2013, en die  gaat nog korter door de bocht om de klacht kennelijk onontvankelijk te verklaren, op basis van dezelfde (non)  argumenten en retoriek, waar de Deken mee kwam.  Deze voorzittel blijkt een mr. M.F.  Baaij te zijn. Na zo een beslissing kun je in verzet, door een verzetschrift in te dienen, dit is een ultieme poging om een zaak toch nog in behandeling genomen te krijgen, maar je staat al pakweg 5-0 achter. Er komt dan nog een mondelinge behandeling van 20 minuten, waarin je de club nog mag proberen te vermurwen.

Mijn hoop en verwachting was dat men van Meel meer als gelijke zou zien, en dus veel serieuzer zou nemen, dan mij zelf, want het was voldoende duidelijk dat het hun hele instelling was om die lastpost, dat vervelende mannetje, hoe dan ook, af te poeieren. Ik heb de zaken als concept voor het verzetschrift goed op papier gezet, en daarna geeft van Meel het nog wat meer in gerechtelijke taal etc. ofwel wat professioneler gemaakt (ook al hoort het om de inhoud te gaan die nagenoeg hetzelfde bleef), en ook gemeld dat hij als advocaat op zou gaan treden. Alles wat er in stond was eigenlijk ook al eerder benoemd en geschreven, maar zeker een goed en gedegen stuk met duidelijke verwoording van zaken. Vooral dat er te lang met een klacht zou zijn gewacht bestreden we, zoals al eerder aangegeven was dat onredelijk, opgeklopt, en onrealistisch, met goede en duidelijke argumenten waarom. Van Meel hield een gloedvol betoog.  Vooraf was nog een opstelling van zaken opgestuurd waar we inhoudelijk er nog een paar zaken uitlichtten waar ik nog even op in wil gaan. Ik heb wel geschreven dat we bij de klacht allerlei zaken hadden onderbouwd en bewijs bijgevoegd, maar we willen voor de lezer er toch een paar uitlichten, om zelf ook een inhoudelijke beoordeling te kunnen maken.  Aangaande de teelt kon Duijsens zich nog erg verschuilen achter de cliënt die zaken had beweerd waarvan Duijsens aannam dat die waar waren, overigens zaken die de tuchtraadleden ook heel gemakkelijk en simpel door hadden kunnen prikken, maar we willen inhoudelijk een viertal zaken inhoudelijk benoemen en beschrijven, voor het goede idee en oordeel van de lezers.                                     1.   Zo schreef Duijsens in de eerder aangehaalde brief aan de curator 23-03-2004 dat wij bij het aangaan van de contractteelt al een kredietopzegging hadden dus wisten dat we niet konden betalen, wat onwettig was, maar door Duijsens volledig verzonnen, kennelijk bedoeld als verzinsel om daar een zaak mee te beginnen. Kennelijk had hij zich 2,5 jaar later bedacht omdat het tegendeel te gemakkelijk bewijsbaar was, en had hij in de dagvaarding een tegengesteld iets verzonnen zijnde dat we over omvangrijke kredieten beschikten waar we dan maar even het geld voor Bleeker van moesten reserveren als de rechtszaak onverhoopt door hen zou worden gewonnen, volstrekt tegengesteld dus, en indien tegengesteld was dus in ieder gaval een van de twee gelogen maar in dit geval beide.  Andere opmerking, dit soort zaken werd uiteraard niet bedacht door Bleeker zelf maar door Duijsens, dus niet aangereikt door cliënt, zoals hij beweerde.                                                                            2.   In een verslag van 31-12-1999  staat opgetekend uit de mond van Bleeker;  “De eigen bollen waren ook niet best” Dit betrof een deel bollen die Bleeker op hetzelfde perceel voor eigen risico teelde. Daarmee gaf hij dus aan dat het plantgoed van ons geen oorzaak was, zoals hij later beweerde. Zijn plantgoed was immers goed, dus hij gaf zelf aan dat er met de teelt zaken mis waren gegaan.  Ca 10 jaar later in een memorie (of i.d.)  schreef Duijsens “Aan de eigen bollen heeft Bleeker in het geheel geen schade”.  Volledig in tegenspraak dus met een eerdere bewering, de ene waar, de andere om het voor te doen komen dat onze oogst slecht was door slecht plantgoed, en de oogst van Bleeker niet.                                                                                                                                                                           3.  In hetzelfde verslag was opgenomen:  “De heer Bleeker zegt dat hij iedere week de teelt in de gaten hield, bij de verschillende percelen en dat het er allemaal prima bij stond”.  6,5 jaar later stond in de dagvaarding: “Vervolgens kwam het plantgoed op en bleek dat de oogst niet goed was, sprake was van woekerziek en kiek”   Ook hier, een van beide beweringen kon maar juist zijn, uiteraard de eerste toen Bleeker nog geen reden had om te liegen (de inzet van dat gesprek was om tot een schikking te komen)  de tweede bewering dus gelogen.                                                                                 4.  Dan stelde Groot in een memorie van grieven (20 febr. 2010, alinea 144, pag. 42, dat hij op de zitting van 19 mei 2008  had aangeboden om de Bleeker zaak door te procederen op de plek waar die was gestopt. Duijsens reageert daarop in de memorie van antwoord 21 juni 2011 door dit te ontkenen, maar ontkennen is bij Duijsens niet genoeg, exemplarisch en naar vaste gewoonte van Duijsens gooit hij ook meteen met modder en pleegt karaktermoord. We citeren zijn passage, alinea 38, pag.8: “Voor zoveel van belang betwist Bleeker Smit het gestelde sub 144; nergens blijkt uit dat Groot ter zitting van 19 mei 2008 heeft aangeboden de zaak over te nemen. Daargelaten dat dit niet relevant is(de vordering van Bleeker Smit op Lico staat immers vast)blijkt dat Groot er niet voor terugdeinst zaken ronduit onjuist voor te stellen”  populair vertaald “zie je nu wat een grote leugenaar, en slechterik die Groot is”  Wat Duijsens was vergeten was dat er proces verbaal van die zitting was gemaakt, waar het netjes en duidelijk in was vermeld.  Grote leugen van Duijsens dus, snoeihard het tegendeel bewezen, en ook zeker niet door zijn cliënt aangereikt, en ook op dat moment nog maar twee jaar daarvoor geuit, dus niet verjaard. Deze zaken zijn duidelijk en waren door bv. deken en voorzitter zeer goed herkenbaar als zijnde flagrant in strijd met artikel 30, en levert het bewijs dat  wij geen zaken verzinnen of aandikken of overdreven voorstellen, dus tevens het bewijs dat zaken zijn zoals door ons eerder gesteld.  De advocaten houden zich het recht voor om er maar wat op los te liegen, ze schermen zich naar buiten toe, door de schijn van correctheid te wekken met hun reglement, en beduvelen daarmee de gehele maatschappij. Een andere conclusie is er niet te trekken.

Het reglement volgende was derhalve tijdig tegen de voorzitters beslissing in verzet gekomen, waar maar twee weken voor werd gegeven. Daarna was de vaart er dan meteen weer goed uit, de zaak kwam pas  maandag 1 september  2014  voor (10 maanden later). Het ging er dus alleen om of de tuchtraad bleef handhaven dat de zaak onontvankelijk was, of dat er toch een echte tuchtraad zitting, zou volgen. Je was dan dus al aan het vechten tegen de Bierkaai. Een uur wachten omdat een andere zaak uitliep kon er ook nog bij, van Meel deed zijn ding met verve, Duijsens brabbelde allerlei  z.g. nietes zaken door elkaar, en 20 minuten zijn snel om. Er werden, kennelijk voor de vorm, nog een paar vraagjes gesteld, en daarna was het dus nadenken geblazen. Daar deden ze dan dus ruim 5verzinsels) van curator Sweens, en wat iedereen nu (net wel) als aannemelijk beziet, bezien de drie dames n weken over. Ook de z.g. verzetsbeslissing gaan we (zoals dit tegenwoordig heet) met u delen;  “BEOORDELING  5.1  De raad verenigt zich met het uitgangspunt voor de beoordeling van de klacht, zoals de plaatsvervangende voorzitter dit onder nummer 3.1. e.v. van de bestreden beslissing heeft vermeld.  5.2.  De behandeling van het verzet heeft niet geleid tot andere beschouwingen of conclusies ten aanzien van de klacht dan die van de laatsvervangend voorzitter. De raad verenigt zich met diens beoordeling van de klacht(onderdelen) en maakt die tot de zijne. Dit brengt mee dat het verzet ongegrond is.  6.  BESLISSING  De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.   —-   Aldus gewezen door mr. C.H. Breevoort de Bruijn, voorzitter mrs.  M. Aukema, L.P.M Eenens, J.H.M.  Nijhuis, A.J.N. van Stigt, leden, bijgestaan door mr. M. Boenders-Radder als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 6 oktober 2014.   Van  Meel inschakelen had dus niets geholpen, alleen meer kosten, totaal 17 maanden onderweg en waarschijnlijk net als iedereen die zich aan artikel 30 durft te wagen  AFGEPOEIERD.

Nu we al hebben beschreven dat we een, in onze ogen zeer onredelijk vonnis in de z.g. schadestaatprocedure hadden, waartegen beroep aangetekend, maar ook de andere procedures, zijn we in kort geding gegaan met het verzoek om de z.g. executie uit te stellen. Daar hoort nog een heel verhaaltje bij wat ik opvolgend wil beschrijven dus nu alleen summier de zaken die van belang zijn voor het navolgende. Duijsens wist intussen dat hij vrijelijk hun reglement kon (blijven) overtreden, wat kennelijk ook de algemene mening en ervaring is van de advocaten die er aan hechten om te overtreden en gebruik te maken van de officieus toegestane leugencultuur. Ook in de latere zaken, o.a. dat kort geding, loog hij er dus aan alle kanten en op allerlei manieren weer heftig op los. Nu was het verwijt o.a. geweest dan men vond dat zaken te lang geleden waren, wat we overigens als onzin hadden doorgeprikt, en het zoeken naar een afpoeier reden. Ook was gesteld dat Duijsens (net als kennelijk veel advocaten) mogelijk wel loog maar dat wist hij niet. Hij vond zijn cliënt zogezegd geloofwaardig, en zag geen reden om zaken nader te onderzoeken. Die redenering is dus heel algemeen en standaard voor afwijzen van klachten, maar natuurlijk ook vergezocht en grote onzin en quatsch. Natuurlijk weet je wat wel en niet waar is, en als de tegenpartij duidelijk en hard bewijs in dient en je bestrijdt dat dus tegen beter weten in dan zit je in feite al fout. Als je rapporten van goede deskundigen en wetenschappers afdoet als dat het ondeskundige onbenullen zijn dan is dat dus zeker tegen beter weten in, maar er is ook altijd veel inbreng en informatie die niet bij de cliënt vandaan komt, maar bij de advocaat zelf. Als lid van een tuchtraad, zelf advocaten, zie en herken je uiteraard direct de zaken die een Cliënt niet bedacht kan hebben, en wat de advocaat wel zelf moet hebben bedacht.

Op basis van nieuwe leugens, maar duidelijk geselecteerd, alleen die onmiskenbaar van de advocaat afkwamen, en dus met nauwelijks verstreken tijd, waren de standaard afwijs gronden niet aan de orde, wat dus niet meer gebruikt kon worden. In rechtszaken is het zo dat je maar één keer over hetzelfde kan procederen, bij klachten zal dat ook wel zo zijn, maar dit waren nieuwe zaken en nieuwe voorvallen, en net als dat je wel een nieuwe rechtszaak kan beginnen als het nieuwe zaken zijn (ook al zouden ze vergelijkbaar zijn)  is dat uiteraard ook zo met een klacht. Nogmaals, voor de goede samenhang stel ik het even uit om te gedetailleerd op zaken in te gaan, maar Duijsens kwam met verzinsels en beschuldigingen die heel gemakkelijk als onjuist bewezen konden worden, en ik stel 15 zaken op rij, die verzonnen en gelogen zijn. Ik beschrijf in een klacht van 23 pagina’s dat zaken onjuist zijn en waarom, met een verkorte versie van 3,5 kantje, en beschrijf dat die zaken onjuist zijn en waarom. Als iemand het ook een beetje  Duijsens (en de tuchtraad) pesten wil noemen, dan zal ik dat bevestigen noch erkennen, maar in het kader van “Jij pest mij, ik pest jouw”, zou ik wel een motief hebben. Toch is dat het niet, of niet de hoofdzaak, al zorgt het z.g. klagen natuurlijk  in het geval dat het zou slagen, voor niet veel meer dan wat genoegdoening.  De leugens waren net zo zwaarwegend als de keer daarvoor, ik wist al tevoren hoe het zou gaan, maar er was niet te veel tijd verstreken, en het waren zaken die niet door Bleeker konden zijn aangereikt, dus er waren veel minder afpoeier argumenten. De reden van wederom klagen, was vooral, ik wilde nog duidelijk aangetoond hebben en in de schijnwerpers zien te krijgen hoe een corrupte bende (ook) deze schijnheilige elite club is.

Wat de leugen/verzinsels waren komt navolgend nog aan de orde, we vervolgen de gang van zaken, die dus vergelijkbaar was aan de vorige.  Duijsens dient dus verweer te voeren wat gedateerd is d.d. 04-12-2014. Ik wil er niet te veel van herhalen, maar het eerste verweer is dat er al een soortgelijke klacht is geweest, die is behandeld en afgewezen, want die was te laat en niet terecht, dus deze klacht is daarom ook te laat ingediend (?) en niet te recht en al behandeld. Gemeld is dat alles over nieuwe zaken en feiten ging, dus onzin, als de deken daar doorheen wil prikken dan zal die dat doen, maar ? wil die dat ook?. Dan komt het er zo ongeveer op neer, en dat wordt steeds herhaald, dat we steeds in het ongelijk zijn gesteld dus dat zou dan zo ongeveer bewijzen dat ze steeds de waarheid spreken. Ook daar zou de Deken ook kunnen bedenken dat het ook zo kan zijn dat ze op slinkse wijze de rechters hebben weten te misleiden, en dat het doel van hun regel 30 juist is, dat dit niet mag gebeuren, en dat hij ook maar eens naar het inhoudelijke en de bijgevoede bewijzen moet kijken, want wat Duijsens beweerd is geen vanzelfsprekend iets. Hij zal immers degene moeten zijn die de eerste toets dienaangaande moet doen. We weten al hoe goed hij de voorgaande maal getoetst heeft. Duijsens benadrukt nog een paar maal / citaat;  “Daarbij komt dat zowel de Deken als ook de Raad van Discipline heeft geoordeeld dat door mijn kantoorgenoten en ook door mij voor wat betreft de gedragsregels niet onjuist gehandeld is”.   Wat daar van is weten we, geoordeeld hebben ze, maar of dit ook een juist oordeel is, is geen vanzelfsprekende zaak.

Verder stelt hij dat we nog drie procedures hebben aangespannen van zaken die al van tien jaar geleden zijn, terwijl de termijn van drie maanden allang is verstreken, en er geen enkele grond voor herroeping is, maar dat Groot alleen zijn cliënten op kosten wil jagen, dus daarover gaat nu Duijsens zelf een klacht indienen tegen de advocaat van Groot. Hupsakee, oog om oog en tand voor tand. Het opmerkelijke daarbij is dat die procedures niet tegen Bleeker gevoerd worden maar tegen de Staat en Sweens. Duijsens heeft daar in directe zin niets mee van doen, dus dat we hem daarmee op kosten jagen is dus, inderdaad, u raad het al, gelogen. Zijn leugens beperken zich immers niet tot zittingen en gerechtelijke stukken, maar ook zijn eigen tuchtraad wordt voluit belogen en op het verkeerde been gezet. Opmerkelijk is dat hij ook direct op de hoogte lijkt te zijn met zaken die hem niet betreffen. Het contact met Sweens is kennelijk nog prima.  We zullen nog een stukje citeren; Wat in wat verschillende  vormen en toonaarden, zich in het verweer steeds herhaalt: “Er is door mijn kantoorgenoten en door mij niet gehandeld in strijd met artikel 30 van de gedragsregels.  Groot onderbouwt ook op geen enkele wijze dat aan de criteria zoals deze in dat artikel zijn aangegeven, voldaan is. Dat Groot alle procedures tot nog toe verloren heeft, komt door de feiten en omstandigheden zoals deze door de rechtbank, Hof, Hoge Raad zijn aangenomen. Dat Groot door de rechters niet in de gelegenheid gesteld is om door hem gestelde feiten te bewijzen, kan Bleeker of zijn advocaat toch niet verweten worden”.   ons commentaar daarop, het nietes geroep is bekend, Ook hier het breed uitmeten dat we alles hebben verloren, Daarbij waren het, wat Duijsens noemt, feiten en omstandigheden, maar dit betroffen dus de door Duijsens gefourneerde leugens, (een leugen is geen feit of omstandigheid)  die dan inderdaad klakkeloos zijn overgenomen, dus precies datgene wat fout ging. Dan erkent Duijsens hier dat we niet in de gelegenheid zijn gesteld om onze zaken te bewijzen. Dat wordt dus toegegeven met de vermelding dat hem dat niet verweten kan worden, maar als dat verzinsels en opzettelijke leugens waren, dus in strijd met artikel 30, dan kan dit hem juist wél verweten worden. De zaken die we hadden ingebracht, daar wordt net als in de vorige ronde, nauwelijks op in gegaan. Daar waar hij het heeft over “voldoen aan de criteria van regel 30” is die regel duidelijk en zijn er geen bijzondere criteria vermeld.

De beurt was dus weer aan ons, wat we terugschreven hebben we al ongeveer aangegeven, niet alles wat in de 7 pagina’s staat natuurlijk, en deels herhaling en benadrukking van zaken en meer specifiek ingaande op de onderwerpen die we navolgend nog gaan beschrijven, en uiteraard duidelijk benadrukt dat inhoudelijk wederom niets is bestreden. Dat zo een klacht ook nog toegewezen zou kunnen worden kwam overigens niet meer bij me op. In de zomer had ik  nog contact gehad met Siebelt die nog steeds dezelfde functie heeft bij HOBAHO (maar ook richting pensioen gaat), die net als alle direct betrokkenen bij doorstart etc.  ook zeer ontdaan en verbolgen is over alle leugen, bedrog, diefstal, en corrupt handelen van officials, die nog een korte verklaring voor me op schrift heeft gesteld die ik nog bij mijn geschrift heb gevoegd. Die herhaal ik hier nog wel even  “Verkorte verklaring inzake faillissement Lico Teelt BV. —   Lisse 25 augustus 2014  —  Vanaf mei 2000  had Lico Teelt BV geen mogelijkheid meer om bedragen apart te zetten of te reserveren. Zo ook met zekerheid d.d. 01-07-2001, de officiële doorstartdatum.  —  Zonder hulp van Hobaho BV was geen doorstart mogelijk geweest. Dit zou tot een uiteindelijke kapitaalsvernietiging van enkele miljoenen hebben geleid. Dit had niet alleen voor Lico Teelt BV. het geval geweest maar ook voor een aantal cliënten van HOBAHO BV. — Zonder doorstart en het hulp van HOBAHO, zou geen enkele betaling meer plaats hebben kunnen vinden, op dat moment bestond er al een feitelijke faillissement situatie. Alle bollen zaten nog in de grond van de contracttelers en hadden dus ook geen enkele bijdrage voor een eventuele faillissementsboedel bij kunnen dragen. —  De door mr. Duijsens beweerde zaken aangaande gemaakt persoonlijk verwijt zijn onjuist en door hem verzonnen, nergens op gebaseerd en niet onderbouwd.  —  Het lijkt mij sterk dat deze zaken door zijn cliënt zijn verzonnen.  —   Het is mijn mening en conclusie dat Dhr. Groot door mr. Duijsens, cru gezegd, door een opeenstapeling van onjuiste veronderstellingen de vernieling in is geholpen. —  Zaken zijn nader onderbouwd is de uitgebreidere verklaring. —   D. Siebelt —  Medewerker financieel relatiebeheer HOBAHO  BV.   Dit dus nog als bijlage bijgevoegd, net als de rest wat ik beschreef, niets nieuws, alles al gezegd en geschreven, maar voor alle duidelijkheid, ook naar de (vermeende) moraalridders van de tuchtraad toe (primair dus de deken) een duidelijke ondersteuning. Wat beweert Duijsens ook weer, o ja, we zouden op geen enkele wijze zaken hebben onderbouwd of aangetoond.

De bel dus voor de laatste schrijfronde, ondertussen Zalig Kerstfeest en Gelukkig Nieuwjaar dus wederom gepasseerd zijnde, kregen we dit gedateerd 3 februari 2015  binnen, 4 pagina’s uiteraard typisch a la Duijsens, met daarbij de vraag of Duijsens ook wel eens wél de waarheid spreekt of schrijft. Duijsens slaat als een houwdegen om zich heen, Groot is veroordeeld en hij zal gaan incasseren door beslag op de AOW van Groot te leggen, met nog een flink portie wapengekletter erbij. Zo dreigt hij er mee om me persoonlijk failliet te laten verklaren, wat niet al te zinnig zou zijn want de paar centen die mogelijk nog uit mijn zak zijn te plukken gaan dan niet naar Bleeker, maar verdwijnen (zoals doorgaans het geval is) in de curator zak, maar al veel eerder hebben we beschreven dat het doel om geld binnen te halen bij Duijsens en consorten ondergeschikt is aan de agressie en rancune die er aan ten grondslag ligt om mijn leven naar vermogen te verzieken. Met dat in het achterhoofd zal Duijsens dit zeker gaan doen. Willekeurig citeren we wat zinnetjes (pag. 2 midden):  “Ieder feit dat door Bleeker is opgevoerd zou een “leugen”zijn en in de procedure zou Bleeker aan moeten tonen dat het feit wel juist is. Overigens is volstrekt onduidelijk welke feiten Groot precies bedoeld daar hij zowel in de aanvankelijke klacht als nu ook in repliek daar volstrekt vaag over blijft. In de repliek weidt Groot uit met een groot aantal algemeenheden, beledigingen richting beklaagden en in het bijzonder mijn persoon, en geeft Groot beslist niet aan waar de klacht nu exact betrekking op heeft. Groot vindt alle feiten die gesteld zijn blijkbaar leugens, maar dat werkt niet zo. Groot zal nader moeten onderbouwen waar de klacht op ziet.”  Natuurlijk was alles juist wél onderbouwd en ook met documenten bevestigd, maar op zich kun je het slim en geroutineerd vinden om op deze wijze mist en verwarring te zaaien. Dit heeft natuurlijk alleen zin en resultaat als je weet dat zo een Deken juist niet doet wat hij moet doen, namelijk onderzoeken wat de werkelijke feiten zijn, maar Duijsens weet dat de Deken alleen maar wat winkelt in de beweringen van Duijsens om er uit te selecteren waar hij ons het beste mee af kan gaan poeieren. Dan maakt zo een verklaring van Siebelt, dat afpoeieren wel wat lastiger, daar zat Duijsens niet op te wachten, en daar zal hij nog wel even over na hebben moeten denken hoe hij dat moest pareren. De onderste alinea op pag. 2 is daaraan gewijd, citerende:  “De verklaring van Siebelt van 25 augustus 2014 heeft betrekking op feiten en omstandigheden, die meer dan drie jaar geleden zich hebben voorgedaan en waarop ook de onherroepelijke uitspraak van de rechter is gebaseerd dat Groot persoonlijk aansprakelijk is voor-kort gezegd- tekortkomingen van zijn besloten vennootschap. De verklaring zoals deze door Groot wordt overlegd van Siebelt ziet op de “Oude kwestie”en daarover heeft de Raad van Discipline al geoordeeld. Overigens is hetgeen Siebelt aangeeft onjuist. Siebelt kan ook de juistheid van de feiten trouwens niet beoordelen”.  Duijsens beweert steeds dat wat wij stellen onduidelijk en niet onderbouw is, dat geld dan wel zeker voor de twee laatste zinnen van Duijsens die totaal niet onderbouwde kreten slaakt. Waarom is wat Siebelt stelt onjuist? waarom heeft Siebelt geen beoordelingsvermogen?, en dan doet Duijsens het af als verleden tijd. Meer dan drie jaar terug, de termijn die de tuchtraad hanteert als afpoeiertermijn, en behorend bij de oude kwestie, waarmee hij de vorige klacht bedoeld, dus verjaard. Het zijn wat gekunstelde wanhoop argumenten, want zaken slaan net zo goed op bv. de cassatie met uitspraak van nog geen twee jaar terug en de schadestaatprocedure, maar dat Duijsens zaken verzint, beliegt en verdraaid is bekend, natuurlijk ook bij de Deken, het gaat er om of de Deken naar argumenten zoekt om ons af te poeieren, dan is dit wel bruikbaar, of op correcte  wijze uitvoering geeft, en wil geven, aan hun reglement, en de doelstellingen daarvan.  Een aantal zaken waar het verder over gaat komt in het vervolg nog terug, de deken zou in, of binnen een maand zijn dekenstandpunt gaan geven. Dat is nu twee weken binnen. We kunnen er binnen drie weken op reageren,  dat gaan we direct na de Paas doen. ik probeer dit verhaal dan afgerond te hebben, en wil dit verhaal dan ook met de Deken en zijn consorten en kompanen gaan delen. Het is nu zaterdag 4 april 10.20.  Veel te doen en te genieten dit weekend, maar dus niet voor mij. Over twee dagen zal ik dan dus ook mijn 71 ste verjaardag vieren, of althans beleven of meemaken of wat dan ook.

Het dekenstandpunt heb ik nog maar vluchtig gelezen, genoeg om zijn eindconclusies te hebben gezien. Ik moet dus nu eerst even een leespauze in lassen om weer verder te kunnen gaan, maar ik had de uitslag al voorspelt, dus erg spannend is het niet meer. Op zich bezien is het nogal een heel verhaal,  8 pagina’s,  en is dus wederom een duidelijk bevestiging van al het eerder geschrevene. In eerste aanleg wordt verwoord, wat de inhoud van de klacht is, daarna wordt dan omstandig, alles omschreven wat Duijsens heeft aangevoerd als zogezegd verweer, 1.5 pagina voor inhoud van de klacht,  drie voor alles wat Duijsens heeft ingebracht, en dan volgt het z.g. dekenstandpunt.  Overduidelijk is dat er op geen enkele wijze naar onderdelen van de klacht is gekeken, Duijsens ging ook als bekend inhoudelijk op helemaal niets in, maar duidelijk is vast te stellen en te concluderen dat deze Deken, geen enkel onderzoek of test, op welke wijze, en hoe dan ook heeft verricht. Hier zien we al, en kunnen we concluderen, dat een klachten procedure gewoon waardeloos is, en altijd zijn doel voorbij zal schieten, als een beklaagde partij alleen maar een paar maal nietes behoeft te roepen, waar dan genoegen mee wordt genomen, en als standpunt wordt nagekakelt, zonder ook maar een blik op de feiten en de inhoudelijke kant van zaken te werpen. Hoewel het Dekenstandpunt, op het moment van dat ik dit schrijf, vrij heet van de naald is, en het nogal wat ruimte neemt, meen ik toch dat de beste onderbouwing van wat ik aangaande het tuchtrecht en het functioneren er van heb beweerd en gesteld, voor alle duidelijkheid, hier dan toch maar integraal weergeef. Overigens, over de bijgevoegde verklaring van Siebelt wordt niet gerept. Dekenstandpunt gedateerd 16 maart 2015, ontvangen 20 maart.  Dekenstandpunt, Naar aanleiding van de stellingen over en weer als verwoord in de hiervoor vermelde correspondentie met bijlagen luidt mijn standpunt over de klacht als volgt;  —  Welke termijn met betrekking tot het niet ontvankelijk verklaren wegens tijdsverloop moet worden aangehouden, kan niet op voorhand worden gezegd. (HvD 1 juli 1996, no 2175, Advocaten blad 1997, blz. 564) De uitkomst van de hiervoor bedoelde afweging zal steeds van geval tot geval aan de hand van omstandigheden worden bepaald. Factoren die een rol kunnen spelen zijn ondermeer, doch niet uitsluitend, de aard en het gewicht van de klacht, en bezien vanuit de positie van de advocaat, de vraag of de advocaat na verloop van tijd nog redelijkerwijs met een klacht over zijn optreden rekening heeft moeten houden, alsmede de vraag of de inmiddels verstreken tijd de advocaat in een nadelige bewijspositie heeft gebracht”. reactie, onduidelijk waar dit op slaat, Het enige wat de deken had kunnen stellen was dat de bewering van Duijsens van te laat reageren onjuist en ook onzinnig was. Vervolg volgende alinea: “Uw klacht heeft betrekking op de advocaat van de tegenpartij. Vooropgesteld wordt dat een advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt in overleg met die cliënt te behartigen, welke vrijheid niet ten gunste van een processuele tegenpartij dient te worden beknot, tenzij die belangen nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. De advocaat dient de belangen van zijn cliënt te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem  verschaft en hij mag in beginsel afgaan op de juistheid van die informatie. Verificatie door de advocaat van de hem door cliënt verstrekte informatie is slechts dan geboden, indien er aanwijzingen zijn dat de informatie onjuist is. De advocaat dient zich uiteraard te allen tijde te gedragen zoals een behoorlijke advocaat betaamd en hij mag bij het optreden namens zijn cliënt niet over de schreef gaan”. (tussen) commentaar, we hebben hier ongeveer dezelfde retoriek en het standaard afpoeierverhaal als bij de eerdere klacht. Duijsens wist op voorhand al dat zaken onjuist waren, en bedacht het meeste zelf. Hij ging er van uit dat hij van de tuchtraad niets had te vrezen. Je onbehoorlijk gedragen en over de schreef gaan kan vrijelijk als dit niet wordt gecontroleerd en zelfs vergoelijkt. Het is zoiets als zeggen dat te hard rijden niet mag terwijl bekend is dat niet wordt gecontroleerd. Volgende alinea: “Anders dan u stelt is het niet zo dat ik van oordeel ben dat een advocaat “een beetje mag liegen. De advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn. De enkele omstandigheid dat de juistheid van stellingen door de wederpartij of derden wordt betwist is in de regel geen omstandigheid waaruit een advocaat dient af te leiden dat de door hem geuite stellingen onjuist zijn. Afhankelijk van de bewijsopdracht zal een advocaat namens de cliënt geuite stellingen dienen te bewijzen”.  Commentaar, wel liegen? niet liegen? we raken aardig in verwarring. Vervolg volgende alinea —  “U stelt dat voormelde advocaten structureel gedragsregel 30 hebben overtreden. Anders gezegd stelt u dat voormelde advocaten structureel feiten en omstandigheden hebben gesteld waarvan zij wisten, althans behoorden te weten dat deze onjuist zijn. In uw hoedanigheid van klager dient u dan te onderbouwen welke van de door de advocaten gestelde feiten en omstandigheden onjuist zijn en waaruit blijkt dat zij op het moment waarop zij die feiten en omstandigheden stelden, wisten dat die feiten onjuist waren. De omstandigheid dat die stellingen naar uw oordeel onjuist zijn is daarvoor niet voldoende”.  Commentaar, eigenlijk is dit niet anders te lezen als de aperte onwil om tot inhoudelijk beoordelingen van wat dan ook te komen. Voorgaand hebben we al voorbeelden gegeven van zaken waarin de ene keer iets werd gesteld, en als het beter uit kwam de volgende keer het tegengestelde. Als dat onvoldoende is, is duidelijk dat  aan wat zij stellen niet is te voldoen en dat op voorhand de zaken al dichtgezet zijn.  Dit blijft dan nog een tijdje zo doorgaan.  Volgende alinea:  “U hebt een uitvoerige uiteenzetting gegeven van het verloop van diverse procedures. Het is echter niet aan mij een oordeel te vellen over de stellingen van mr. Duijsens en mr. Zwijnenberg en van de Klei in die procedures. Het oordeel daarover is voorbehouden aan de rechter die over de zaken heeft geoordeeld of nog zal oordelen. Indien de stellingen van de advocaten mrs. Duijsens, Zwijnenberg en van der Klei onjuist waren had u die stellingen in de desbetreffende procedures dienen te weerleggen. een tuchtrechtelijke klachtprocedure is daarvoor niet bedoeld en u kunt in een tuchtrechtelijk procedure eerder gevoerde juridische procedures niet nog eens over doen”. Commentaar, overgenomen wordt wat Duijsens aanhoudend roept. Hier zijn we het dus mordicus met elkaar oneens, maar hier is deze Deken ook tegen zichzelf aan het vechten. Eerder stelt hij dat een advocaat zich behoorlijk dient te gedragen, niet over de schreef mag gaan en niet “Een beetje mag liegen”.  Als dat zo is dan is het nu net de taak van de Deken om te bezien of dat wel of niet het geval is, materiaal, bewijzen en feiten genoeg, en of rechters daar over hebben geoordeeld en wat ze hebben geoordeeld is de verantwoordelijkheid van de rechters, en daar behoort de Deken geen conclusies uit te trekken, zoals, de rechters zullen wel gelijk hebben of wat dan ook. Zelfs maakt het geen verschil of we ons wel of niet afdoende hebben  geweerd. Liegen mag niet omdat anders rechter worden misleid.  Hier wordt de zaak op de kop gesteld, de rechters zijn (mogelijk / kennelijk) misleid, dus dan beoordelen we niet of dit op basis van onbehoorlijk gedrag is gebeurt, terwijl de tuchtraad dat nu juist wél zou moeten doen.

Inmiddels zijn we over de helft van het Dekenstandpunt, we vervolgen: In het onderhavige geval is mij noch uit de stukken, noch anderszins gebleken dat de advocaten tijdens de gerechtelijke procedures één of meer feiten en omstandigheden hebben aangevoerd waarvan ze wisten althans behoorden te weten dat die onjuist waren. Dat wil niet zeggen dat die desbetreffende stellingen niet onjuist kunnen zijn, maar het gaat er in de tuchtrechtelijke klachtprocedure om of de advocaten wisten, dan wel behoorden te weten dat zij feiten en / of omstandigheden presenteerden die onjuist waren. U hebt geen schriftelijke stukken overlegd waaruit dat blijkt. Mij is om die reden niet gebleken dat voornoemde advocaten de hiervoor bedoelde hen toekomende ruime mate van vrijheid te buiten zijn gegaan. Zij hebben de feiten en omstandigheden aangevoerd die zij van hun cliënten hebben vernomen en daar juridische gevolgen aan verbonden. Dat staat hen vrij, tenzij zij zich willens en wetens op onjuiste feiten baseren. Dit hebt u naar mijn mening niet aangetoond. Ook is mij niet gebleken dat zij zich in enig ander opzicht niet hebben gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamd”.  Commentaar:  met deze, hoofdzakelijk algemeen gehanteerde afpoeier retoriek was dan ook eigenlijk het afpoeieren in hoofdzaak voltooid.  We hadden de klacht ook tegen het kantoor gericht en nog wat zaken die ook afgewimpeld worden met als conclusie: “Conclusie Het voorgaande samenvattend luidt mijn standpunt dat de klacht niet ontvankelijk, althans ongegrond is”.  Binnen een paar dagen zal ik hem schrijven dat ik het met hem oneens ben en waarom. ik zal dat beknopt doen want wat ik verder denk en vind kan hij in dit document lezen want ik zal hem het gehele verhaal toe mailen.  We zullen dus vermelden dat we het toch behandeld willen zien waarna de afpoeiering van de voorzitter zal volgen, en dan kan ik nog verzet proberen, wat ook afgepoeierd gaat worden. Vooralsnog denk ik dat ik van Meel er buiten houdt, dat zal alleen meer kosten en gedoe geven. Ook al zullen ze hem serieuzer nemen, er is immers de orde en de tuchtraad meer aan gelegen om hun leugencultuur in stand te houden, maar nogmaals, de goede advocaten niet te na gesproken.

Ik had al aangegeven dat ik als laatste deel nog in zou gaan op de ontstane situatie zoals die op dit moment is en daar ook nog wat geschiedenis en achtergrond informatie bij geven, die er voor het goede begrip toch nog wel bij hoort, maar ook nog een aanvulling op het klachtengebeuren. Omdat dit vooral met de privé zaken van doen heeft, was ik daar tot nu toe enerzijds nogal terughouden mee, maar nu moet dit dan toch maar “out in the open”. Het is inmiddels ook maar beter om naar dit document te kunnen verwijzen aangaande de zaken die gaande zijn, voordat allerlei Indianenverhalen de ronde gaan doen, in het achterklap en roddel circuit. Het is tot nu toe in feite maar een klein groepje mensen die er mee bekend is wat hier allemaal plaatsvindt, en een nog kleiner groepje die echt de feiten en de “ins en outs” kennen, en door zaken hier te gaan beschrijven komt het aan de grote klok, want het is immers de bedoeling om hiermee zaken aan de grote klok te gaan hangen. In ieder geval beschrijf ik navolgend dus ook een aantal zaken die nog met de laatst beschreven klacht van doen hadden, dus daar zullen wat zaken in elkaar overlopen, en we zullen aanvullend daar nog wat zaken zogezegd over stellen. We hebben de zaken die bedrijfsmatig plaatsvonden beschreven, we hadden daarbij dus een BV. en een salaris uit de BV. wat redelijk maar niet overdreven hoog was. Op enig moment had mijn vrouw haar verpleegsters baan opgegeven, en was de boekhouding gaan doen, en had dus haar eigen salaris uit de BV. zoals dit normaal te doen gebruikelijk is.  We bedeelden onszelf niet overdreven, het moet immers aan het bedrijf onttrokken worden, maar met twee salarissen was het ook niet slecht. De eerste tien, moeilijke jaren nadat we getrouwd waren hadden we in een huurhuis gewoond, maar begin jaren tachtig zakte de woningmarkt en hadden we zaken weer redelijk op de rit, en kochten we een huis. Zoals beschreven hadden we goede tijden en slechte tijden, In die tijd waren de regels zo dat je je huis aan je kinderen kon schenken. Dat gaf later belasting technische voordelen en werd veelvuldig gedaan. Je regelde dan vruchtgebruik en behield je  hypotheekrente aftrek.

Dat hebben we in 1997 gedaan, de regeling was evenwel zo populair dat die wet een aantal jaren later  werd gewijzigd en het schenken veel onaantrekkelijker gemaakt, en ook de hypotheekrente aftrek verviel. Zelf vond ik dit een typisch voorbeeld van, hoe onbehoorlijk en onbetrouwbaar een overheid blijkt te zijn. Dat iets aan eigen succes ten onder kan gaan, ala, maar de regels veranderen tijdens het spel,  is onbehoorlijk, en misbruik maken van de macht die je hebt, en dit is ook van de laatste tijd. Vroeger (pakweg 50 jaar terug), gold “Eens gegeven, altijd gegeven”. Wat daar verder van moge zijn, ons huis was in 1997 geschonken aan onze beide dochters, dus ook “eens gegeven, altijd gegeven” . Dit is dan bij benadering vergelijkbaar met de net afgelopen regeling dat ouders bv. 100.000 euro (belastingvrij) konden schenken aan kinderen voor koop van een woning, om daarmee de economie weer wat op te krikken. Als ouders denk je dat je het tot aan je einde wel goed zult redden, je kinderen help je om het verschil van net de touwtjes aan elkaar knopen, tot je goed kunnen redden, te maken, wat alle verschil maakt voor hen, en het geld bij je einde meenemen is  nog nooit gelukt. Beter geven met een warme hand dan met een koude, de een zal er niet over prakkiseren, de ander  geeft het gewoon veel voldoening. Wat dit met Duijsens van doen heeft en ook nog met de klacht daar gaan we zo op komen.

Dan was er nog sprake van twee, of eigenlijk drie grondtransacties. Dat is dan ook weer zo iets. Als er bij iemand wat financiële ruimte ontstaat, dan gaat de één sparen, de ander in aandelen of obligaties, beleggingsconstructies, onroerend goed of wat dan ook, een leger aan adviseurs staat klaar, speculeren kan goed verdienen maar zoals bekend, je kunt het ook zo weer kwijt zijn. Dan kun je ook nog speculeren met geleend geld, nog meer winstkansen en nog meer risico, wat dan ook, zelf zag ik meer in grond, voor mij was dat incidenteel ook nog wat bruikbaar, en het is iets wat van lieverlee schaarser zal worden en tot nu toe waardevast is gebleken. De eerste grondtransactie deden we 20 jaar terug 1995. We besloten dit direct op de naam van de beide dochters te zetten, dus ook te schenken. Op alle gekochte percelen werd ook hypotheek gevestigd waar steeds op werd afgelost. Dit perceel was interessant omdat er een kas op stond die ik verhuurde aan het eigen bedrijf voor de teelt van Lelieplantgoed. Het perceel was zeer verwaarloosd en er stond een bouwvallige loods op en het was qua bestemming strikt agrarisch, en het verkrijgen van een woonbestemming leek volslagen ondenkbaar. In 1999 is de oude loods gesloopt waar een nette paardenstal geschikt voor drie paarden voor in de plaats neer is gezet, en de ruime ha. verwaarloosd land hebben we omgetoverd in een soort tuin, park, natuurtuin. Ik vond het leuk om te doen, ook al was mijn vrije tijd niet overvloedig, dan was ik lekker bezig, noem het maar hobbymatig, je creëerde iets, het zag er leuk uit en knapte enorm op.  Een deel omgetoverd als natuurgebied, met een deels overdekt terras, en een tuinhuisje gaf ook een mooie plek om te recreëren, en voor feestjes, barbecueën enz. Dit legden we aan in 1996/97, het tuinhuisje plaatsten we in 1998, de paardenstal in 1999, het kostte allemaal wel wat, maar je had ook wat.

In 2000 vonden er een aantal veranderingen plaats. We kochten een aangrenzend perceel er bij. Dit was uiteraard geheel los staand van de vorige aankoop, maar maakte het een groter en veel mooier geheel, 2,66 ha  weiland.  We hadden de buurman daar al veel eerder om gevraagd, en op het moment dat hij het wel wilde verkopen ging het bedrijf al wat minder lekker maar in prive konden we hypotheek krijgen. Dan had onze oudste dochter een boerderijtje gekocht in Oost Gelderland, waar ze vier ha grond extra bij kon kopen. Ook dat hebben we gekocht, en gelijktijdig de zaken onderling gewijzigd, dus het Oost Gelderland perceel op naam van de oudste dochter, en alle land bij ons op naam van de jongste dochter, een goede en eerlijke verdeling dus. Zowel de kas als een deel van het bijgekochte land verhuurden we aan het bedrijf, voor plantgoedteelt, een showtuin om klanten uit te kunnen nodigen, opplant van restanten, en ook om goed fotomateriaal te kunnen maken voor marketing, propaganda, en verpakking. Alles dus geregeld en onder controle en naar beste weten geregeld en geordend, en rondgezet in het jaar dat ook de Bleeker ellende met het sukkeltje dat lelies voor ons zou gaan telen, maar er een puinhoop van maakte, en daarna in samenspraak met ene mr. Duijsens alles en iedereen beloog en bedroog, maar dat wisten we al.  De kredietopzegging, doorstart, procedure tegen Bleeker, faillietverklaring van oude BV.s zakkenvullende en stelende Sweens, gedekt door beide R.C.s al die zaken vonden dus gelijktijdig plaat en in de opvolgende jaren. Dat we naar beste kunnen het bedrijf gaande hielden en runden, en het ook boven water hielden is bekend en beschreven.

We teelden dus plantgoed in de voornoemde (broei)kas  maar het was niet de modernste, iets te laag en daardoor te warm, wat ziektes in de hand werkte, dus niet ideaal. Tevens werkten we een methode uit om het plantgoed in de volle grond te telen, wat de helft goedkoper was, dus de kas raakte een beetje overcompleet. Daar kwam bij dat volgens plaatselijk beleid men dat soort kassen in de bebouwde kom graag zag verdwijnen, later is er ook een aparte regeling (ruimte voor ruimte) voor gekomen, maar die was er toen nog niet. Al in 2001 vroegen we bij de gemeente aan of er geen bouwvergunning mogelijk was in ruil voor het slopen van de kas. Eerst kon het natuurlijk niet maar een aantal gemeenteraadsleden vonden het toch een goed idee en uiteindelijk kwam er toch zogezegd groen licht. Mijn vrouw zag er niets in, ze woonde prima, wie gaat er nu twee maal zo groot wonen als ie boven de zestig is, maar ik zag het anders. Gewoon een vergunning zien te krijgen en dan verder zien. Daarbij was de filosofie dat we met een  paardenstal, weiland, en een grote tuin etc. een compleet geheel moesten creëren wat aantrekkelijk verkoopbaar zou zijn voor een fikse prijs. Door het van agrarische bestemming up te liften naar woonbestemming gaf uiteraard een flinke waardevermeerdering, als bouwterrein werd het in feite meteen tonnen meer waard, dus het huis royaal opgezet, niet omdat we graag groot wilden wonen maar om er zo een goed geheel van te maken dat we er later goed de winst op zouden kunnen pakken. We kregen ook al de vraag wat we er voor vroegen, het land met bouwvergunning, we hadden dus ook al meteen de winst kunnen pakken. Een makelaar had ons ook verteld dat hij vraag had naar goede zogezegde paardenlocaties, die schaars waren, en ook vaak problemen met buren en bestemmingsplan etc. We waren dus meerdere jaren bezig met voorbereidingen, van ca 2002 af in de tijd dat de economie ieder jaar groeide en de huizen en onroerend goed prijzen stegen en het eigenlijk allemaal niet op kon. Ook in het jaar dat we het huis bouwden ging het dus economisch nog halleluja. In januari 2006 was eindelijk alles geregeld en is met de bouw begonnen. In september 2006 was het klaar.

Voordat het zo ver was dat er gebouwd kon worden, moest er een aantal zaken worden geregeld. Allereerst het feit dat het onze grond niet was maar van onze jongste dochter. Van het vorige, aan hun geschonken huis kregen we geen hypotheekrente aftrek meer. Als we eigenaar van het nieuwe huis zouden worden, dan zou het ons eerste huis zijn, goed voor volle aftrek. Als dat niet zo was geweest dan zouden we het op hun naam hebben gesteld, maar dit maakte juist een groot verschil, wat ook het verschil was tussen haalbaar en niet haalbaar. In overleg en op advies met onze belasting adviseur hebben we opstalrecht gevestigd. Nu we op huwelijkse voorwaarden waren getrouwd, stond dit op naam van ons beiden maar was het wat je noemt een gedeeld recht, ieder voor de helft eigenaar.  Dan moest onze dochter meetekenen als grondeigenaar.  Dat was dan één te regelen zaak, de andere zaak was de financiering.  Al op voorhand, bij de eerste plannen, was afgesproken met de dochters dat zij de opbrengst van het aan hun geschonken huis, als hypotheek zouden gaan verstrekken. Wat dit op zou gaan brengen kon geschat worden, maar wat het allemaal zou gaan kosten moest ook geschat. We meenden met een hypotheek van 550.000 ruim voldoende te hebben als eerste hypotheek. Nationale Nederlanden was steeds onze hypotheek verstrekker geweest, dat leek eerst niet zo een probleem. Anderen die we benaderden leken niet eens geïnteresseerd. Ook bij Nationale Nederlanden ging het bijna mis, want die wilden weten of het bedrijf voldoende winstgevend was, om ons loon te kunnen blijven betalen. Ze vroegen de jaarcijfers van 2003, het jaar dat GUO het faillissement doordrukte, en we door kosten, het chantage bedrag aan Sweens, en betaling van de z.g. steunvordering ruin een ton verspeelden, onze relaties door concurrenten werden ondermijnd, en we veel tijd verspeelden wat direct ook orders scheelde. Daardoor hadden we een verlies van min 70.000 euro, terwijl we in andere omstandigheden een plus van ca 100 a 150.000  zouden hebben gehad. Gelukkig kon de boekhouding van 2004 versneld op papier, die wel een nette plus had, en werd de hypotheek alsnog gefiatteerd. Uiteindelijk werd het oude vorige huis snel verkocht, maar hadden we al het geld dik nodig. Alleen voor de vergunning, architect, en nutsvoorzieningen waren we al 60.000 euro kwijt, graaf en straatwerk viel tegen en alles moest goed. Half tonnetje meerwerk er bij, keuken, enz. Alle zaken die in aanmerking kwamen voor de aftrek zijn door de boekhouder op rij gezet, wat er op neer kwam dat van zowel de eerste hypotheek van Nationale Nederlanden, als ook de tweede hypotheek, verstrekt door de dochters van de verkoop van het aan hen geschonken huis volledig aftrekbaar waren, waardoor we bijna de helft van de te betalen rente als aftrek hadden. In onze omstandigheden betaalden we steeds veel belasting, maar hier hadden we dan eens een meevaller..

Zoals bekend verprutste Bleeker in 1999 onze contractteelt, met als direct gevolg financiële problemen enz. inmiddels al genoeg over gezegd en geschreven. Door ons een rechtszaak aangevangen om de schade te verhalen. De BV. (mede) daardoor failliet verklaard, de curator wilde de zaak niet verder voeren, erkende wel een tegenvordering van Bleeker maar daarmee leek de zaak voor ons gestopt te zijn. Alle voornoemde zaken hadden inmiddels plaatsgevonden, sommige lang daarvoor, andere kort daarvoor. Totaal niet meer verwacht kregen we een dagvaarding waarin we in privé werden aangesproken, ook alles bekend, maar hierbij vooral benadrukt dat we dit voor onmogelijk hadden gehouden, enerzijds omdat Bleeker de wanpresterende persoon was, en hij in zijn handen mocht knijpen, dat de procedure was gestopt want dan zou hij verder van huis zijn geweest, en dat het irreëel was om ons in privé aan te spreken, wat hij op een leugenverhaal zonder bewijs baseerde, dus in een redelijke en normale rechtsgang zou die zaak voor hem nooit zijn te winnen.  Direct was wel duidelijk dat de opzet ook en vooral was om ons nog eens extra problemen te bezorgen, uit eerder opgebouwde agressie en rancune door zaken uit het verleden. Zaken zoals die waren verlopen zijn uitgelegd en overduidelijk zal het de lezer zijn dat zaken uit overwegingen zijn geregeld zoals ze zijn geregeld, die niets van doen hadden of kunnen hebben met de Bleeker zaak. Allereerst waren privé en bedrijf gescheiden en was de Bleeker zaak, zoals alle zaken die met bedrijf en zakenrelaties van doen hadden, een zaak van het bedrijf.  Dan was er geen enkele indicatie dat Duijsens ooit zou gaan doen wat hij heeft gedaan, er waren immers al weer jaren voorbijgegaan dat er nog iets van Bleeker was gehoord. Duidelijk dus gesteld dat zaken zoals gegaan, geregeld, en verlopen met al de benoemde privé zaken van doen hadden, maar juist en vooral helemaal niets en op geen enkele wijze, en ook  onmogelijk, iets met het Bleeker gebeuren van doen had, die toesloeg toen het huis vrijwel klaar was.  De voorgaande pagina of vier zijn nodig voor het goede begrip van het handelen van Duijsens, om duidelijk te maken wat een groter leugenaar, pestkop en treiteraar Duijsens is. Hij schrijft dan veelal mijn cliënt wil dit of mijn cliënt wil dat, maar een cliënt zoals Bleeker weet echt niet wat paulianeus handelen is etc. Alles komt gewoon uit de koker van Duijsens, wat een Deken van de Orde ook heel snel kan constateren en concluderen.

Voordat we daarop verder gaan beschrijven we nog wat zaken van na 2006, dus waar we stopten bij de bijna gelijktijdige oplevering van het huis en de dagvaarding van Bleeker.  Bekend is dat onze bedrijfsvoering moeizaam verliep doordat we niet bij een reguliere financier aan konden kloppen vanwege de nog lopende faillissementen. Het bedrog van Sweens is afdoende beschreven, die driegde ook al ruim 1,5 jaar met prive aansprakelijkheidsstelling, zo van nog een keer een flinke schikking of ik ga je zowel zakelijk als in je prive nog even proberen om je op een gemene rotmanier af te maken met hulp en steun van de Alkmaarse rechters club. Kort na Duijsens maakte ook hij zijn dreigement waar, en begon de kosten rekening te tellen. De kosten werden betaald door de zaak die daardoor pakweg ieder jaar een tonnetje minder resultaat had. De directe kosten zijn bekend, zoals advocaten rekeningen, maar ook van de boekhouder en van rapporten enz. Wat je niet rekende was je eigen tijd wat in de honderden uren liep, en wat daardoor vervolgens gemist werd door bv. een paar orders te missen, telefoonkosten, autokosten. Onmogelijk te berekenen maar altijd meer dan je denkt. In begin 2009 deed zich vrij onverwacht een mogelijkheid voor om het bedrijf te verkopen. Daarbij ook extra kosten voor prognoses, extra informatie, dat verder nog wel in het redelijke, en we kwamen een redelijk, eigenlijk wel gewoon een nette prijs overeen. Inmiddels was het crisis wat de klok luidde, dus om tegen de stroom in toch je bedrijf te kunnen verkopen was een opsteker.  We zijn inmiddels bijna 6 jaar en 6 seizoenen verder. de nieuwe kopers, vier personen van de jongere generatie, kregen de zaak gefinancierd, wel moesten we er een deel lening in laten, de kopers werden dus niet meer gehinderd door lieden die hun zaken misgunden, konden op normale wijze hun bedrijf voeren, zijn in goede mate succesvol met flinke omzetvergroting en winst. Ze erkennen dat alles zoals door ons beschreven en voorgesteld klopte, geen lijken in de kast, goed bedrijf, en we worden nog steeds voor de bedrijfsfeestjes uitgenodigd. Bij veel overnames zien we achteraf ruzie en onenigheid, hier dus niet.

Wel zal duidelijk zijn dat de prijs op basis van het aanwezige actief, en ook de gerealiseerde winst dus winstverwachting was gebaseerd.  juist door de rechtszaken o.a. Bleeker was het aanwezige duidelijk lager als dat het had kunnen zijn, maar ook de winst van de laatste pakweg tien jaar was gemiddeld zeker 100.000 minder op jaarbasis dan het had kunnen zijn.  Ook hier berekenen je zaken niet gemakkelijk, maar zonder Bleeker ellende in al zijn vormen, zouden we minimaal een half miljoen beter af zijn geweest, bij de verkoop.  Wat dan ook goed tegen viel was dat van het geld wat we ontvingen ca. 50 %  afgerekend moest worden met de fiscus.  Dan hebben we nog 1,5 jaar het bedrijf begeleid voor een vergoeding maar daarna geen salaris meer, alleen A.O.W.,  dus voor vaste kosten en hypotheek, ging er meer uit dan er binnen kwam. Dat zou zich dan wel hebben verdeeld, als niet de kosten van de Bleeker zaak en ook nog de procedure tegen Sweens, waarbij Blokland in strijd met artikel 8 Sweens matste, nog steeds gaande waren. Die kosten vlogen echt de pan uit. Alleen aan kosten veroordelingen tellen we ca. 25.000 bij elkaar, dan betaal je nog griffierecht, maar de kosten zijn vooral de advocaat. In alleen 2010 is er wel ca. een ton  (100.000 euro) alleen aan kosten uitgegaan, inmiddels zitten we aan de grond, niet eens alle rekeningen zijn betaald, we zijn op huwelijkse voorwaarden getrouwd maar het spaargeld wat mijn vrouw van haar eigen salaris opzij had gezet is er ook door. Dat we de zaken met de dochters regelden zoals we hebben gedaan, was met de gedachte en de berekening, dat we voldoende overhielden voor een zogezegde onbezorgde oude dag. Dat het zo zou gaan en aflopen was ondenkbaar geweest.

Bleeker, de ene keer junior, de andere keer senior, zien we dan bij iedere rechtszaak, waar ze dan weer een paar nieuw bedachte leugens fourneren, zoals vrachtauto’s vol kiek, terwijl er bij henzelf bekend hard bewijs is dat het beetje kiek dat er was, niet uit ons plangoed maar uit het land kwam maar inmiddels tot nul was gereduceerd. We mogen aannemen dat Bleeker ook zijn advocaat moet betalen, tenzij Duijsens alles gratis doet. hij kan verzekerd zijn, ons verder onbekend, maar ze zullen inmiddels ook hoge kosten hebben en nog nauwelijks iets ingevorderd. Dat kan Bleeker toch niet echt blij maken.  Ik ken eigenlijk geen mensen die iemand veel schade berokkenen en dan met zoveel leugen en bedrog de verantwoording op anderen afschuiven, maar bekend is dat ook onder mensen er uitersten zijn van hele goede tot hele slechte. In ons verweer naar de deken toe hadden we ook nog maar eens beschreven dat we een royaal schikkingsvoorstel hadden gedaan, en door een derde schriftelijk vastgelegd d.d. 22 januari 2000, dat we er nog 1/3 deel bij zouden betalen en 1/3 onbetaald laten. In zijn verweer van 3 febr. 2015 stelt Duijsens daarop: “Saillant is nog dat Groot de beklaagden verwijt niet ingegaan te zijn op een voorstel zoals hij dat destijds heeft gedaan om de helft van het bedrag te betalen. Daargelaten dat partijen toen al een heel eind onderweg waren met de procedure, heeft Bleeker expliciet geweigerd om daarop in te gaan. Het is uiteraard Bleeker die uiteindelijk bepaald of een schikking tot stand komt en niet de beklaagde”  Allereerst zijn wij klager en geen beklaagde, dan was ons voorstel niet om de helft van het bedrag te betalen, maar 2/3, de ene grote leugen is dat de procedure niet al een eind onderweg was, maar nog niet eens begonnen, een zeer bewuste leugen dus, maar de andere  (verborgen) leugen is dat Juist Duijsens Bleeker er van heeft weerhouden. Het enige punt wat wij overigens wilden maken was, dat  het bepaald niet moeilijk is te berekenen dat hij wel veel beter af zou zijn geweest, als hij ruim 15 jaar geleden, niet naar Duijsens zou hebben geluisterd.

Zo zijn we dus nog weer terug aangeland bij de laatste klacht. De voorgaande 5 pagina’s waren daar al een aanloop toe, want Gisolf had de weg vrij gemaakt voor Duijsens om alle remmen los te gooien. Een vonnis uitvoerbaar bij voorraad,  wat met alle z.g. wettelijke rente er bij geteld zo ongeveer 250.000  euro beliep, wat hij snel moest zien te innen want in Hoger Beroep zou het nog weer anders kunnen gaan, en inmiddels waren er ook de andere ingezette procedures. Als daar nog iets mis zou gaan dan moest hij zijn ding hebben gedaan, ons leeggeplukt, en zorgen dat al het geïnde geld verdwenen zou zijn. Als we toch nog iets zouden winnen dan zouden we gewoon het nakijken hebben. Intussen was er dus ontdekt, dat huis en land niet op onze naam stonden. Op één perceel land, het laatst aangekochte weiland hadden we vruchtgebruik gevestigd, daar had hij beslag op laten leggen, en op het z.g. opstalrecht. Dit was een gedeeld recht, helft voor mij, helft voor mijn vrouw. Een koper daarvan zou het dus eerst met mijn vrouw eens moeten worden, dan zou er 440.000 bestemd zijn voor Nationale Nederlanden en 270.000  voor de hypotheek van de dochters, dat werd dus allemaal wel lastig, en wij waren uiteraard niet van plan deze dief, leugenaar en misleider een handje te helpen, in tegendeel.  Nu zaken toevallig zo waren gekomen, omdat dit om andere reden op bepaalde momenten ons het beste leek, was dat dan dus maar jammer voor Duijsens. Omdat er nog zaken gaande waren, en omdat men bij executie, als vast staat dat die niets op zal leveren, er misbruik van recht aan de orde kan zijn, hadden we een kort geding aanhangig gemaakt, om de executie te stoppen, minimaal totdat in hoger beroep zou zijn beslist, en ook vanwege de andere ingestelde procedures. Hier ook gevraagd voor een rechtbank buiten Alkmaar, maar onbeantwoord, maar wel een rechter uit het z.g. gefuseerde Alkmaar ene mr. Roëll.  Kort voor die zitting stuurde Duijsens brieven rond dat wij door paulianeus te handelen de zaak bedonderden, één groot complot van ons en de dochters, We citeren uit de eerste brief: “Zoals ik al op 7 oktober berichtte , stellen cliënten, de heren Bleeker, zich op het standpunt dat de hypotheekvestiging en ook de overdracht én de vestiging van een recht van opstal en recht van vruchtgebruik in september 2006 paulianeus zijn. Enkel zijn die transacties aangegaan om verhaal van crediteuren te ontlopen. Voorts betwisten cliënten dat er sprake is van een daadwerkelijk uitlenen van gelden en cliënten menen dat sprake is van een schijnconstructie.”  Zoals gesteld kregen we die brief zo kort voor de zitting van 14 oktober in handen, dat we al een pleitnota klaar hadden en er nauwelijks goed meer op in konden gaan. De rechter had dus gewoon moeten zeggen dat we een te korte tijd hadden gehad om  ons voor te bereiden enz. maar zoiets zou wel gelden voor Duijsens maar niet voor ons. Rechts ongelijkheid moet er nu eenmaal zijn in dit land. Duijsens liet zich vervangen door collega van der Klei, die er in zijn pleitnota een enorm stuk drama theater van maakte, ook maar een paar stukjes uit de pleitnota, een alinea genummerd 13 : “Uit het dossier blijkt dat in 2006 – NADAT Groot en Evereg door Bleeker aangesproken werden  –  de woning van Groot hebben overgedragen aan twee dochters. Die twee dochters hebben voorts een hypothecaire inschrijving verkregen voor E.  275.000,=  voor een geldlening”,  Dan uit de alinea nr.  14:  “Volgens Bleeker woont Groot in een woning in een hele hoge prijsklasse. De constructie die gekozen is, is een hele ingewikkelde. In zoverre dat het eigendon blijkbaar bij de dochters ligt en een recht van opstal gevestigd is, dat weer afgegrendeld is door een recht van hypotheek en een recht van vruchtgebruik voor Groot. Hier is over nagedacht en vooralsnog heeft Bleeker zich beroepen op Paulianeus handelen. Immers toen de transacties werden afgesloten, was al duidelijk dat Groot waarschijnlijk fikse bedragen aan Bleeker zou moeten betalen”.  Eigenlijk behoeven we niets te weerleggen want dat hebben we al gedaan. Vooral de bewering dat we allerlei zaken zijn gaan ondernemen Nadat we door Bleeker werden aangesproken, is natuurlijk een gotspe, alles was, en ook in de grote hoofdzaak, lang al geregeld voordat Bleeker zijn zaak begon. Nu ook Duijsens het grote verschil tussen voordat en nadat zal kennen, was hij zich volledig bewust dat hij allerlei zaken suggereerde tegen beter weten in, zaken ook in officiële registers na kon zien, en er maar wat op los insinueerde, en beschuldigde. Nog een laatste citaatje, alinea 21: “In 2006 heeft blijkbaar Groot niet alleen de opbrengst van zijn eigendom verkregen van zijn dochter maar ook nog eens een keer een lening, waar nu de hypotheek voor gevestigd is en nog een financiering van de eerste hypotheekhouder.  Groot moet derhalve ZWEMMEN in zijn geld. Anders is een en ander toch niet te verklaren”.  Wat Duijsens hier precies oreert in onduidelijk en terug te brengen tot wartaal, maar wel zeer suggestief. Ook de rechter die die pleitnota aanhoorde snapte er natuurlijk niets van behalve dat ik wel een grote boef moest zijn die Bleeker en Duijsens er behoorlijk van tussen had weten te nemen. Best toch ook wel goed van Duijsens, weer een keer de rechter er van tussen genomen die daar overigens kennelijk volledig voor open stond.   

Op zich zou er wel een probleem behoren te zijn want alles was verzonnen en gelogen en volgens artikel 30 mag een advocaat dit niet en het kan simpelweg niet zo zijn dat een niet al te slim en slecht leliekwekertje dit hem had aangereikt. Daar zal de grootste debiel nog niet in trappen terwijl rechters het andere uiterste behoren te zijn, en ook de al veelbenoemde deken. Deze leugens lagen dus ten grondslag aan de laatste klacht van ons, bij de orde, die wat de gang van zaken betreft al is besproken, maar nu op het z.g. pauliana punt nog nadere aandacht verkrijgt. In de klacht hadden we dus alles uitvoerig en gedetailleerd beschreven dus dat we o.a. werden beschuldigd dat we nadat Bleeker ons aansprak allerlei ingewikkelde schijnconstructies hadden bedacht, om onze crediteuren te ontlopen terwijl ik zwom in mijn geld. Nu kan een Deken ook per definitie niet dom zijn en het verschil kennen tussen nadat en voordat. Van alle aktes was een bijlage gevoegd waar de datum van de transactie bleek. Een deken moet begrijpen dat als land in 1995 op naam van de dochters is gesteld, dat dit niet is gedaan omdat we al wisten dat een prutskweker in 1999 een oogst zou verknoeien, ons in de problemen brengen, een liegende misleidende advocaat in de arm zou nemen die nog vol agressie en rancune zat aangaande eerdere zaken, maar pas bijna 10 jaar later zelf een zaak instelde, en een deken weet ook dat het bouwen van een huis veel voorbereiding vergt en vooral de wijze van financieren wat dus alles geregeld moet zijn, voordat de bouw überhaupt begint, dus dat er onmogelijk nog iets geregeld kan zijn op het moment dat het huis nagenoeg gereed was. We herhalen nog een regeltje uit het al eerder geciteerde Dekenstandpunt:  ” — maar het gaat er in de tuchtrechtelijke klachtenprocedure om of de advocaten wisten, dan wel behoorden te weten dat zij feiten en / of omstandigheden presenteerden die onjuist waren. U heeft geen schriftelijke stukken overlegd waaruit dat blijkt”.  Natuurlijk had de deken die stukken wel gezien en wist hij beter maar, ziezo, weer iemand afgepoeierd, collega’s lieg maar vrolijk verder.  De harde conclusies die ik stel zijn dus wel degelijk gebaseerd op zaken en feiten. Wie gaat er iets doen aan deze, de samenleving misleiden club???.

De procedure van 14 oktober, kort geding om de executie te stoppen, mislukte dus, mede door het verzonnen en gelogen stuk theater aangaande de door criminele Groot verzinnende schijnconstructies. Hoger beroep d.d. 2 maart heeft een bevestiging van dat vonnis gegeven, maar zaken zijn wel zoals ze zijn. De dochters overwegen nu om aangaande hun belangen een procedure in te stellen, en zo gaan we door totdat iedereen los is. Om het vonnis zogezegd te executeren, wordt dit aan een deurwaarder ter hand gesteld, die dan alles nagaat en uitzoekt, en overal waar hun slachtoffer nog iets heeft wordt dit afgepakt, tot aan de A.O.W. toe. Een deel(tje) mag je dan houden, minder als wat als bestaans minimum geld.  Ook een deurwaarder kan natuurlijk niet voor niets werken dus als hij wat dingetjes te pakken weet te krijgen, dan worden daar eerst de eigen kosten van verrekend, dus dat is niet snel een vetpot. Dat executie van het opstal en vruchtgebruik, beide zogezegd ongedeeld, nooit iets op zal en kan leveren staat op voorhand vast maar het hoofddoel van Duijsens, ons leven verzieken en zijn SADO opzet uitleven bereikt hij weldegelijk, en hij zal niet stoppen voordat hij zijn hogere doel heeft bereikt. Wat dat betreft is hij dus ook zeer succesvol.  Daarbij was bij mijn vrouw wel bekend dat deze z.g. Bleeker zaak gaande was, maar bij de dochters in het geheel niet. Ik hield me dan vast aan een kennelijk zeer verouderd spreekwoord, “Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaald het wel”, maar dat stamt uit de tijd dat advocaten wat minder logen, er geen rechters proces verbalen vervalsten, en recht niet was verworden tot onrecht. Natuurlijk was het voor mij al lange tijd een zeer vervelende zaak die mijn leven verziekte.  Als iemand een verdiende straf uitzit zal die daar mogelijk wat anders in staan, maar vooral ook de wetenschap dat je juist alles in het werk stelde om anderen niet de dupe te laten worden van de strop en schade door Bleeker veroorzaakt en dan ervaren dat al de beschreven zaken in dit land kunnen gebeuren en tot de mogelijkheden behoren, maakt het nog onverteerbaarder en grimmiger.  Na de uitspraak van Gisolf zijn zaken dan nog vele malen verergerd.  Zoals gesteld, de dochters waren nagenoeg onbekend met de Bleeker zaak en kregen plotsklaps brieven waarin ze werden beschuldigd van opzetjes, constructies, en kwade opzet.  Daarna dan nog andere brieven met bedreigingen die ze slapeloze nachten bezorgden. Natuurlijk verziekt zoiets ook de onderlinge relaties in je familie en gezin. Daarbij dus financiële problemen, en dus ook moeite met de hypotheek. Het huis zetten we te koop, maar duidelijk is dat Duijsens daar dwars zal geen liggen al is het alleen om te pesten en te treiteren. Het mooie plannetje van een prachtig geheel wat ieder jaar wat duurder zou worden dus bij verkoop veel op zou brengen is dan ook totaal anders gelopen.  Door de crisis zit juist de grootste klad in het soort projecten wat wij bewonen. De oude rijken wonen briljant en blijven dat wel doen, het was een project voor een nieuwe rijke, maar die zijn als sneeuw voor de zon verdwenen, en als er al iemand zou zijn dan kan die op andere plaatsen en gebieden ook te kust en te keur terecht. De duurdere projecten in de omgeving staan vaak al langer dan 6 jaar te koop en zijn gehalveerd in de (vraag) prijs.  Niet te voorzien toen we het ondernamen maar de huidige realiteit. We zouden er nog wel een tijdje willen blijven wonen, maar de lasten zijn te hoog, geen geld voor huishoudelijke hulp, het wordt voor mijn vrouw te zwaar, en als dat voor mij op het moment nog niet zo zou zijn dan nadert die tijd dus ook.

Slapeloze nachten zijn mij inmiddels ook niet vreemd, en de machteloosheid van een individu tegen het systeem. Het loont dus niet om netjes te zijn en je redelijk aan de regels te houden en een stuk moraliteit, en normen en waarden in acht te nemen, want je legt het af tegen de elite die het met de waarheid en al dat soort zaken bepaaldelijk niet zo nauw neemt, en elkaar afdekt en beschermd. De vraag is dan bijvoorbeeld ook, hoe zit het dan met die zogezegde integriteit waar bestuurders te pas en te onpas op afgerekend worden, maar wat kennelijk de gehele ongecontroleerde elite in het rechtsgebeuren aan zijn laars kan lappen.  Bij de ene groep is de heksenjacht gaande, worden zaken vele malen groter gemaakt dan ze zijn, en bij de andere groep kan alles onder de pet gehouden en het deksel op de beerput blijven en dekt iedereen iedereen. Het blijkt verder dan ook weinig mensen echt te interesseren, iedereen heeft momenteel wel genoeg aan de eigen sores. We hebben als uitgangspunt dat een aantal betrokkenen en geïnteresseerden dit verhaal wel zullen lezen, maar we leven in de tijd van de A viertjes. Zaken samenvatten in een aantal A viertje is dus wat we gaan doen. Bij een  a viertje onderbreekt de onderbouwing.  Die wordt dus teruggevonden in het hele verhaal, en is dus afdoende verwoord. Hierbij dit ook opgemerkt dit zaken nog niet over zijn, en mogelijk op een later moment nog een update kunnen krijgen.

Als slot willen we nog een aantal (eigen) beschouwingen verwoorden, waarin we wat compacter en meer gestructureerd onze beschouwingen en conclusies gaan verwoorden. In onderdelen zijn die al door het verhaal heen genoemd en terug te vinden, maar navolgend doen we het op een wat andere wijze, en in een andere structuur.  Daaropvolgend zullen we dan nog het verhaal van boek twee en de essentie van die zaken in één A viertje gaan samenvatten.  In onze beschouwing delen we de beschreven elite in, in een drietal groepen die een onderlinge samenhang hebben, waar later nog een vierde groep aan wordt toegevoegd. Als eerste bezien we de advocaten in het algemeen en Duijsens in het bijzonder. Als we de morele waardering van de doorsnee burger voor advocaten bezien dan worden die als niet al te hoogstaand  beschouwd. Daarbij dient bedacht te worden dat er grote onderlinge verschillen zijn,  zodanig dat ze niet generaliserend onder een noemer zijn te plaatsen. We kennen de bekende strafrecht advocaten, maar er zijn veel meer zaken in het civiele gebeuren gaande, en daar zien we weer grote verschillen een specialisaties en kennis en kunde. Velen komen niet verder dan de kleinere zaken en het kruimelwerk, waar ook het meeste van gaande is. Ook in moraliteit zijn er grote verschillen. Als men een enquête zou houden of men dacht dat advocaten altijd eerlijk zijn, zou een meerderheid menen van niet. Dan is overduidelijk geworden dat ze middels hun orde een leugencultuur een stand houden. Toch menen we dat de veelgenoemde en besproken Duijsens wel een negatieve uitzondering is, maar mogelijk in wat mildere vorm toch ook weer exemplarisch voor een flinke groep.

Wat we benoemen als de tweede groep zijn de curatoren. Die stellen zich daarvoor beschikbaar, (zijn er niet toe te verplichten)  en worden benoemd door de Staat dus opereren ook onder de verantwoordelijkheid van de Staat. Over het algemeen, zo niet uitsluitend zijn het ook advocaten en geld voor hen primair ook het als voorgaand geschrevene. Ook hier kunnen we spreken van een soort rangen en standen, sommige krijgen alleen de kleinere, en vaak ook niet zo interessante zaakjes. Anderen krijgen de grote(re) zaken toebedeeld. Duidelijk moge zijn dat een advocaat zich niet aan zou bieden als curator, als hij daar geen brood in zou zien. De beloning is zodanig geregeld dit er volop gesjoemeld kan worden, en controle bestaat alleen in naam. Een curator die zich goed wil bedelen, en wat ruim boven de Balkenende norm uit wil komen heeft daartoe kansen en mogelijkheden. Voorwaarde is dat je van je controleur, de rechter Commissaris, een medestander weet te maken. Dit lijkt daarbij gemakkelijk en vrij standaard ook goed te lukken. Net zoals bij advocaten gaat het er voor dat ze volgens anderen (zoals rechters en collega’s) zogezegd ruime bevoegdheden toekomen. In de faillissementswet is daarvan niets terug te vinden, dit staat ook nergens en niemand kan uitleggen hoe ruim die bevoegdheden geacht worden te zijn en waarom. In onze eigen ervaring houdt dit in dat een curator mag stelen, liegen, misleiden, chanteren, en nog zo wat zaken die voor de gewone burgers, door God en de wet verboden zijn. Als een opinie zou worden gevraagd middels een enquête, dit mag worden verwacht dit men nog negatiever zou zijn over curatoren dan over advocaten. Mensen die echt met ze van doen hebben gehad zullen veelal zeer negatief zijn.

We memoreren dat er tussen mensen in algemene zin ook zeer grote verschillen zijn in allerlei hoedanigheden, en ook karakters. Er wordt wel over normale mensen gesproken maar wanneer ben je dan ook normaal. Veel mensen kunnen een label opgeplakt krijgen zoals autistisch, narcistisch, psychotisch, neurotisch, en wat dies allemaal niet meer zij, maar ook de verdeling tussen de (zeer) goeden, en de (zeer) slechten. Bij de goeden hebben we de Florence Nightingales en Albert Sweitzers (in meervoud)  en Ghandies, en bij de slechten de Holleeders en Al Capones, en daartussen in zitten dan allerlei gradaties.  Dat de voorgaand beschreven groepen in het algemeen niet al te hoog scoren hebben we al benoemd. Of oppervlakkige beoordelingen altijd objectief zijn is een andere vraag. Anders is het met de navolgende groep, die van de rechters.  Ook daar hebben we grote verschillen en zogezegd rangen en standen. De kantonrechter en een Staatsraad van de Hoge Raad, zijn heel verschillende ordes. Ook van rechters bestaat een algemene opinie, maar ook daar is de vraag of die opinie altijd objectief is.  We hebben dus inmiddels in het gehele gebeuren zoals beschreven al met pakweg een paar dozijn rechters in allerlei instanties van doen gehad, en kunnen er dus wel wat van denken en vinden. Rechters worden geacht volstrekt rechtschapen en integer te zijn. Daar zijn ze ook op beoordeeld en geselecteerd. Onbesproken gedrag is voorwaarde naast goede rechtsgeleerdheid en ook mag worden verwacht dat ze weten wat er in de maatschappij leeft en wat daar gaande is.  In de algehele opinie van de goeden en de slechten zullen ze hoog scoren, ze zijn onze rechtszekerheid, en als de rechter heeft gesproken dan heeft hij (zij) per definitie het gelijk aan zijn kant. Ik begin maar om daar in algehele zin alvast maar wat op af te dingen. Veel vonnissen gaan in hoger beroep onderuit dus dan had de rechter dus wel gesproken maar kennelijk niet goed, en blijken dus ook lang niet altijd gelijk te hebben. In een gelijke zaak kunnen drie rechter met drie verschillende vonnissen komen. Ook halen rechters soms ook ruimschoots de krant, omdat ze zus of zo gewoon fout blijken te zijn, en we kennen ook de pure gerechtelijke dwalingen, waarvan er een aantal veel media aandacht hebben gekregen, maar veel ook niet, omdat de fout nooit wordt erkent of ontdekt dus niet gecorrigeerd (dit zal je maar overkomen). Hiermee zijn ze meer op hun plaats gezet, en is de moraal van het verhaal dat het toch allemaal maar gewone mensen zijn.

Toch ga ik nog wat verder met het verlagen van het voetstuk waar ze op staan. Er zijn zeker beroepen die iemand kiest uit motivatie om mensen te helpen en de mensheid te dienen. Mogelijk soms ook wel bij rechters, maar daar heeft bij mij, ook de twijfel nogal toegeslagen. Inmiddels bestaat bij mij toch meer de indruk dit het een goedbetaalde baan is, die daarbij en daarnaast in hoog aanzien staat. Als rechter ben je de “Edelachtbare” en je speelt een beetje voor God, en je behoort tot de hoge elite, het niveau van de Rotary en Lions, boven de gewone man uitgetild en gestegen.  Kortom, als de beweegreden is om dienstbaar aan de maatschappij te zijn, kiest men een ander beroep.  Dan is toch de opinie dit we in Nederland de betere rechters en rechtspraak hebben, en zoiets heb ik ook recent Mark Rutte (minister president) voor T.V. horen zeggen. Zelf meen ik dat, in geval van bv. burenruzies, of zakelijke conflicten tussen twee partijen, de rechters ook onpartijdig en objectief kunnen en zullen zijn, en voldoende professioneel, dus verder wel in orde.  We weten evenwel inmiddels dat er een z.g. Handels en Insolventie vakgroep is en juist bij die Insolventie gaat het echt helemaal mis. Daar kunnen ze ook nauwelijks meer onpartijdig zijn, omdat ze als R.C. vaak al veel te close zijn met de curator.  Ooit, vele generaties terug, hebben toenmalige wetgevers gemeend dat het een goed idee was, de rechter als toezichthouder te benoemen. Zij waren immers het hoogst haalbare, in oprechtheid en onkreukbaarheid werd verondersteld. Mogelijk functioneerde het toen ook doorgaans wel beter, maar nu in ieder geval veelal beslist niet meer. Het grote probleem daarbij is, wie houdt er toezicht op de toezichthouder. In dit geval dus niemand.  Daarbij zijn er veel meer vakgroepen waar men van oprechtheid en integer handelen uitgaat, maar die hebben desalniettemin een toezichthoudende organisatie.  Dat die niet altijd naar behoren functioneren, zoals de tuchtraad bij Advocaten, neemt niet weg dat er daar wel een controleclub bestaat, die zich mogelijk ook kan herpakken en herstellen,  maar bij rechters is er eigenlijk niets. Op zich is dit ook niet helemaal juist, een bepaalde gevallen kan een klacht ingediend worden bij de Procureur Generaal van de Hoge Raad. Die route is naar onze indruk vrij onbekend, en die weg wordt niet veel bewandeld. Ca. 2 jaar terug hebben we daar een klacht aan verzonden aangaande het bedrog bij het proces verbaal, Twee maanden later werden we met een kort briefje afgepoeierd. Weer een ervaring waar we onze conclusies aan kunnen verbinden.

Rechters geven in mijn ervaring ook nooit blijk van enig gevoel of medeleven. Dat is enerzijds wel begrijpelijk nu ze op voorhand onpartijdig behoren te zijn, anderzijds is het missen van de menselijke maat toch ook weer een indicatie dat het geen mensen mensen zijn. Het verbinden van rechters als (vermeende) toezichthouders bij faillissementen is dan in mijn opinie een grote fout in de wet die landelijk gezien onze maatschappij een paar miljard per jaar kost. In mijn beleven werken zaken evenwel veel verder door. Allereerst zie je dat er bij geen of onvoldoende toezicht altijd van lieverlee de grenzen opgerekt worden als men daar over uit is. Neem als voorbeeld de leugens van Duijsens, hij weet dat hij van hun artikel 30 niets heeft te vrezen dus houdt er geen rekening meer mee. Zo ook in de verhouding curatoren en  R.C.s.  waar de grens van wat maatschappelijk aanvaardbaar is ook steeds is opgerekt, nu dit zonder consequenties mogelijk bleek. Men kan stellen dit sprake is van wisselende contacten zowel bij de  R.C.s.  die doorgaans meerdere curatoren tot hun verdoen hebben, voor langere tijd, soms dezelfde in meerdere zaken, soms weer hernieuwd, maar omgekeerd ook bij de curatoren. Die kunnen bv. tien faillissementen onder zich hebben met bv. vijf verschillende  R.C.s.  Voor de R.C. is het van belang dat hij de curator de ruimte geeft, al zou het alleen al zijn om er weinig tijd in te hoeven steken, de curator moet de R.C. in de broekzak zien te krijgen, om zijn vermeende ruime bevoegdheden uit te leven. Mogelijk zullen curatoren en  R.C.s. zich, als ze dit zouden lezen, in deze zaken, mogelijk bij velen ook terecht, niet herkennen. Wij baseren ons oordeel op de feiten die wij kennen en hebben ervaren. Wij concluderen slechts op feiten en ervaringen.

Het voornoemde heeft indirect en op andere wijze ook veel impact op dit rechtonderdeel en rechtsgebeuren  althans is dit ook zo door ons beleefd en ervaren. In algemene zin hebben rechters kennelijk al weinig op met ondernemers en ook kleine ondernemers. Kennelijk beschouwen ze die, voor de samenleving essentiële groep toch als mensen van een andere wereld die niet de hunne is, en waar ze in klasse en maatschappelijke status boven staan. Ook ondernemers zijn uiteraard geen homogene groep en onderling zeer verschillend, en ook variërende van goed en slecht in meerdere hoedanigheden. Wat daar dan verder ook van moge zijn, mijn ervaringen dienaangaande vertaal ik er naar, dat rechters dan nog minder, dus weinig tot niets op hebben met personen en bedrijven die het niet redden en in faillissement geraken. Die worden gezien, en ook behandeld als loozers en paria’s,  waarbij ze ook de idee fixe hebben dat de voornoemden per definitie min of meer een criminele inslag hebben. We hebben het er ook al over gehad, dat men op voorhand al wordt bezien als pleger van zogezegde faillissementsfraude, en men meent dat overal een luchtje aan zit. Alleen al om die redenen liggen curatoren en advocaten al pakweg 5-0  voor, bij aan faillissementen gerelateerde rechtszaken, en wordt het, zoals ik dus heb mogen ervaren, vechten tegen de bierkaai, en heeft het met recht doen allemaal niets meer te maken. Men laat de leugen regeren. Mijn beoordeling aangaande rechters in brede zin, en dan meer in het bijzonder de rechters die bij insolventie zijn betrokken, komt dus lang niet meer overeen met wat de algemene opinie aangaande rechters zal zijn. Ik ga in mijn mening heel ver,  bij mij zijn ze van hun voetstuk gevallen, en zijn ze meer van het onrecht dan het recht.  Het scheelt niet veel of de hier beoordeelde sub groep van rechters is in mijn beleven aardig richting de voorgaande groepen geschoven, aangaande hun moraliteit.

Ik hoor iemand om nadere onderbouwing roepen!!!, dat velen het hiermee oneens zijn accepteer ik maar vrijheid van meningsuiting geld ook voor mij, en ik ben nog steeds pisnijdig op die drie raadsheren die me van een “manoeuvre” zijn gaan betichten, overigens al een bewijs en onderbouwing van het hiervoor gestelde, waarbij klakkeloos de kretologie van de tegenpartij werd overgenomen, bewijs niet telde, men weigerde om na te gaan of juist tegenpartij Bleeker niet de pleger van onrechtmatige daden was, maar het feit dat men er eigenhandig nog een flinke schep bovenop gooide zegt immers genoeg. Meer specifiek (ter onderbouwing) wil ik de toezichthoudende rol van de  R.C.s. nog eens nader beschouwen, ondanks dat dit ook door het verhaal heen al belicht en besproken is. Hoewel beide bedrijven zeer aan elkaar gerelateerd waren, hadden we (en Sweens) twee  R.C.s. mr. J. Blokland van Lico Teelt BV., en mr. H.A. van den Berg  van Lico Export BV. Zeker is dat er niet in de faillissementswet staat dat een gefailleerde gechanteerd en bestolen dient te worden, en ook niet dat de opbrengst daarvan in de zak van de curator dient te verdwijnen. Dan mag men verwachten dat een rechter een soort moraalridder is, en strikt van de normen en waarden is, en tegenwoordig heet veel integriteit, wat dit ook moge zijn, maar dit heeft zeker van doen met eerlijk, lief, aardig, correct, humaan, en nog wat dingetjes, naar hun medemensen toe in de lagere klasse, en volgens art. 1 van de grondwet ook zelfs naar failliet gegane loozers toe, en mogelijk waren de rechters ook zo toen de wet ze als toezichthouders bombardeerden, ruim honder jaar terug of zoiets..

We gaan dus terugzien of we hun nobelheid en deugdzaamheid ook in hun handelen gaan ontdekken. Allereerst de beschuldiging van Sweens aangaande de beweerlijke Pauliana. Het kan zo zijn dat Sweens zaken voor de R.C. achter hield, of soms eigenmachtig dingen deed, omdat het toch wel goed zou zijn, en dat kan ook het verweer zijn, zoals van “wij niet wisten” maar niet weten was ook fout en hun verantwoording, en niet weten is niet controleren. De beschuldiging van Sweens was dit we mogelijk, de door ons vastgestelde prijs voor het actief, pakweg 10 % hooguit 20 % te laag hadden gesteld, wat we stellig ontkennen. Dit staat al in een bizar daglicht als men bedenkt dat zowel Sweens als andere bekende curatoren actief uit boedels aan opkopers verkochten voor pakweg 20 % van de waarde. Ter onzer verdediging stelden we dat we onverplicht al pakweg 80% meer aan z.g. oude crediteuren hadden betaald en de prijs dus ook probleemloos, achteraf bezien, veel hoger hadden kunnen stellen. Dit was een duidelijk en steekhoudend argument van ons, en ook het bewijs,  dat er juist van het omgekeerde van paulianeus handelen sprake was, en dus sprake van een volstrekt loze en valse beschuldiging. Vervolgen stelde Sweens zoiets als “slikken of stikken” . Als ik een procedure begin gaat het doorgestarte bedrijf kapot, aan jullie de keus. Al die zaken waren dus bij de beide R.C.s bekend, en het ging niet over “peanuts”.  Ze waren zich er ten volle van bewust dat wij vochten om de zaak overeind te houden, en ze daar misbruik van konden maken en er sprake van pure chantage was. Het was hun volle verantwoordelijkheid als toezichthouder. Excuses zoals “we wisten niet wat er gaande was”, en “we dachten dat de curator het wel goed zou doen” gaan niet op. Ze hadden na moeten gaan of alles juist en gerechtvaardigd was, en in de maatschappelijk context door de beugel kon. Chantage valt daar niet onder.

Dan zal Sweens zich voordat hij de bestuurdersaansprakelijkheid stelling verzond, 1,5 half jaar later, d.d. 27 december 2004  dit vooraf hebben besproken met de beide  R.C.s.  Ruim daarvoor hadden ze in het proces verbaal complot al een onjuist document opgesteld, maar dat was mij toen onbekend. We laten dat hier verder buiten beschouwing, hoewel dit wel aangeeft hoe close beiden waren, en het dus ook navolgbaar is dit in ieder geval van den Berg in alles mee zou gaan. Het kan in feite niet anders zijn als dat beide  R.C.s. er mee bekend waren dat we eerder hadden geschikt vanwege de belofte dat daarmee alle zaken geregeld zouden zijn en een snelle afhandeling als afspraak gold. Ze moeten dus ook en zeker hebben geweten dat daar door Sweens een grote mate van bedrog werd gepleegd. Maar buiten dat was het hun taak geweest om na te gaan of de beschuldiging van Sweens, er alleen op gebaseerd waren, dat er eenmalig niet tijdig de cijfers waren gepubliceerd van een bedrijf wat niet meer actief was, voldoende grondslag was voor privé aansprakelijkheid. Ze zijn rechter van beroep, dus zo een beoordeling moet simpel en gemakkelijk zijn. Dan was en niet één maar waren er twee  R.C.s.. Laten we als uitgangspunt nemen dat van den Berg gewoon fout is, en ons en iedereen er voor over heeft, maar dan was er nog mr. J. Blokland. Blokland is niet zomaar iemand, dat is een moraalridder “pur sang”, althans, hij was de voorzitter van de advocaten tuchtraad, die Moszkowicz uit zijn ambt keilde, omdat die een paar stoute dingetjes had gedaan. Een erebaantje om die club voor te mogen zitten, en je wordt meteen een bekende Nederlander en televisieheld. En de normen en waarden dropen van zijn gezicht af. Iemand zomaar een rechtszaak aan doen, met als opzet om iemand in privé volledig ten gronde te richten dient niet lichtvaardig te worden ondernomen, daar dienen dus zwaarwegende, duidelijke en onmiskenbare gronden voor te zijn, en als er maar enige twijfel zou zijn, dan doe je iemand zo iets niet aan. Niemand beter dan rechters weten wat voor impact zulke rechtszaken hebben en ook hoe hoog de kosten zijn, en hoe het het leven van het slachtoffer verziekt. Men zou dus denken dat juist rechters er zeer terughouden mee zouden zijn, om zomaar iemand te pakken en te mangelen, onder hun toezichthoudende verantwoordelijkheid. Van enig excuus, als ze daar plompt verloren, en zonder enig voorbehoud wel hun fiat voor geven kan hoe dan ook, op zich al geen sprake zijn, maar zoals we verder zullen onderbouwen, in ons geval al in het geheel niet, op welke wijze dan ook.

De voornoemde brief van Sweens, aangaande de privé aansprakelijkheid zal dus met het fiat van beide  R.C.s. zijn verzonden. d.d. 8 januari  schreef ik een brief terug van een kantje of zeven, kopie aan de R.C. ,vol argumenten waarom ik het mordicus oneens was en het totaal onterecht vond, en tegen alle afspraken in. Sweens schreef terug zonder op enig argument in te gaan, en deed er een concept dagvaarding bij om extra druk op de ketel te zetten en gaf aan dat hij klaar stond om middels nog een schikking, ons dus nog een poot uit te rukken. Ik schreef nogmaals, kopie aan de R.C. en kreeg d.d. een kopie toegestuurd, van een briefje wat hij aan beide  R.C.s. had toegestuurd, apart geadresseerd dus één t.a.v. de heer mr. J. Blokland.  Van Blokland had ik niet al te veel meer gehoord, zoals bekend was hij niet bij de verificatievergadering maar met die brief, die nu naast me ligt, had ik het bewijs dit Blokland in ieder geval d.d. 26 april 2005  als R.C. nog vol een functie was, en dus ook voluit meebesliste, of ,en hoe Sweens ons te pakken mocht nemen. We citeren: “Edelachtbare heer, —  In zijn brief van 14 maart geeft de heer Groot in bloemrijke en robuuste bewoordingen zijn visie op mijn standpunt dat het niet tijdig deponeren van jaarrekeningen op grond van de wettelijke bepaling leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid. Alhoewel ik de strekking van de brief van de heer Groot begrijp, zie ik geen steekhoudende argumenten om van aansprakelijkheidsstelling af te zien. —  Ik handhaaf derhalve mijn standpunt en zal binnenkort met u in overleg treden om de verdere voortgang te bepalen”. —  Een kopie van deze brief zend ik ter kennisname aan de heer Groot”.  Allereerst zien we hoe Sweens het omzeilt om ergens ook maar inhoudelijk op in te gaan. Daarbij had Blokland mijn brief dus kon die wel inhoudelijk beoordelen of Sweens een serieus punt had, of alleen maar met chantage en getreiter, ons nog een extra poot uit wilde rukken, en was hij degene die Sweens terug moest fluiten of juist aanmoedigen. Niet de standpunten van Sweens, maar die van de  R.C.s. behoorden bepalend te zijn. Wederom een brief gezonden maar nu geadresseerd aan de  R.C.s. We citeren vervolgens uit een antwoord brief van R.C.  H.A. van den Berg van 3 juni 2005,  onderdeel  Insolventies,  onderwerp  Faillissement Lico EXPORT BV. :  “Geachte heer Groot, —  In aansluiting op mijn brief aan u van 28 april jl. bericht ik u, na daartoe overleg te hebben gevoerd met de curator mr. Sweens als volgt. —  Voornoemd overleg heeft uitgewezen dat de curator vooralsnog het standpunt inneemt dat er voldoende gronden zijn voor aansprakelijkstelling zoals aan u gemeld. Vooralsnog zie ik geen aanleiding de curator niet te steunen in dit standpunt. —  Niettemin lijkt het raadzaam deze kwestie in eerste instantie verder te behandelen door middel van onderling overleg, opdat alle relevante feiten en omstandigheden goed over het voetlicht komen. In dit verband wil ik u voorhouden u van juridische bijstand te voorzien. Voor een goede behandeling van de gecompliceerde onderdelen van de kwestie lijkt mij dit onontbeerlijk. Het is mijn verwachting dat daarmee aan beide zijden een beter inzicht zal ontstaan in de gegrondheid van de standpunten en ook een beter wederzijds begrip zal ontstaan voor de – alsdan in te nemen – standpunten. —  Vriendelijk verzoek ik u in contact te treden met de curator omtrent de wijze waarop u een en ander verder wenst te behandelen. Vooralsnog wacht ik de berichten van de curator dienaangaande af”.  

Het heeft iets weg van een tamelijk vriendelijk briefje waarin hij ons probeert om van goede raad te voorzien, maar het is pure “SHIT” en maakt het overduidelijk dat ze samen onder één hoedje spelen om ons nog eens een bedrag te ontfutselen. Daarbij is van den Berg de toezichthouder die moet bepalen wat Sweens doet en niet andersom. Daarbij had hij alle relevante informatie c.q. feiten en omstandigheden, en was er van gecompliceerde onderdelen geen sprake, wel van leugen en bedrog en afspraken niet nakomen, allemaal aan hem geschreven, en dus bij hem bekende zaken. Daarbij deed hij niet meer of minder als wat Sweens al een paar maal had gedaan, met een omhaal van woorden aangeven dat ze me nog een poot uit wilden rukken, dus maar snel schikken, en anders een dagvaarding op de mat.  Op alles wat ik ze schreef is er zowel door Sweens als door van den Berg, inhoudelijk nooit iets terug beantwoord. Dan is het heel vreemd en ook verdacht dat hij zo vaderlijk met goede raad komt, aangaande juridische bijstand. Hij weet dat ik in staat ben dit zelf te regelen als ik dit nodig achtte. Dit briefje maakte mij duidelijk dat ik van doen had met de dief en zijn diefjesmaat. Ik heb nog een korte brief terug geschreven, dat het mij duidelijk was dat men me nogmaals wilde chanteren en ik daar niet aan toe zou gaan geven. Na nog wat dreigbrieven en aandringen op een schikking begon Sweens in augustus 2006 (zoals bekend) een procedure, dus met volle goedkeuring van beide  R.C.s. Eind 2007, toen de procedure al ruim een jaar gaande was, is er een briefwisseling geweest van enkele crediteuren die Sweens verweten dat hij het afbetalen van ons van de z.g. oude schulden had verstoord en onmogelijk gemaakt, waarbij J.J. Tijms ook een brief aan van den Berg had gericht. D.d. 14 december had hij een brief(je) terug, we citeren: “Geachte heer Tijms, —  Hierbij bevestig ik de goede ontvangst van een afschrift van uw brief aan de curator mr. Sweens d.d. 3 december jl.  —  Inmiddels ontving ik van de curator een reactie op uw eerdere brief van 10 november jl. —  Voor de goede orde meld ik dat, gelet op de stukken die mij in het dossier ter beschikking staan, ik het standpunt van de curator ondersteun. Nu het tot taak van de curator behoort ten behoeve van de schuldeisers vermogensbestanddelen voor de boedel te vergaren, zie ik voorshands ook niet in op welke wijze mr. Sweens uw belangen zou schaden. —  Ik ga ervan uit u met het bovenstaande voldoende te hebben geïnformeerd, —   Hoogachtend,  — H.A. van den Berg,  rechter commissaris”.  Ook dit briefje maakt dus voldoende zaken duidelijk of bevestigd eerdere conclusies. Allereerst stelt van den Berg (impliciet) dit hij het gehele dossier kent, dus weet van de hoed en de rand.  Ook van den Berg omzeilt het om ergens inhoudelijk op in te gaan, het is niet “ikke niet weten”maar “ikke niet snappen en begrijpen”.  Klip en klaar was duidelijk gemaakt dat wij al lang alle crediteuren zouden hebben voldaan, als Sweens ons niet had gechanteerd en bestolen, en als hij maar alleen woord had gehouden door na de eerste chantage actie zaken snel te beëindigen dan hadden we wel weer een financier gevonden, dus de reactie van van den Berg van “ikke niet snappen, ikke beetje dom” slaan helemaal nergens op. De heer Tijms werd voor de gek gehouden en met het bekende kluitje in het bekende riet gestuurd, afgepoeierd door dief en diefjesmaat.  

Hiermee heb ik naar ik meen dus voldoende onderbouwing gegeven, aangaande hoe ik aan mijn zeer negatieve beoordeling van, in ieder geval een specifiek deel van de rechtelijke macht kom. Als ik de vraag moet beantwoorden wie ik zaken het meeste aanreken dan reken ik alle leugens en bedrog van advocaten a la Duijsens natuurlijk zwaar aan, maar iets verzachtend stel ik dat hij het in het belang van zijn cliënt doet, althans laten we daar van uit gaan, en is het tot nu toe nog niet al te lucratief.  Qua leugen, bedrog, onbetrouwbaarheid en zonder scrupules anderen onterecht in de vernieling helpen, zijn Duijsens en Sweens aan elkaar te wagen. Toch wint Sweens het in dit geval toch nog van Duijsens. Sweens misbruikt zijn taakopdracht van de staat, uitsluitend voor eigen gewin en geeft de crediteuren het nakijken, dus voor mij is het toch slecht, slechter, en dan blijft slechtst over voor de rechters die zich gemakkelijk laten misleiden, kennelijk worden aangestuurd en misleid door curatoren, maar vooral de toezichthouders die geen toezicht houden, maar alle spelletjes die curatoren weten te bedenken, ter zelfverrijking, meespelen. Ik meen dat ik er van uit mag gaan dat ik mijn negatieve oordeel over de rechters (die met insolventie van doen hebben) in het algemeen, en sommigen in het bijzonder inmiddels zodanig heb onderbouwd, dankzij de harde feiten en omstandigheden, dat  velen mijn conclusies kunnen delen. Reeds medegedeeld dat dit verhaal een vervolg, of mogelijk nog een heel nieuw deel gaat krijgen.  

 

  

 

 

Samenvatting van deel twee in één A viertje.  

Op pagina 2 hebben we in één a viertje samengevat wat de eindconclusies waren die we uit het beschreven deel hebben getrokken, ook al samengevat in de eerste 29 pagina’s en onderbouwd door de rest van deel twee. Zaken hadden hun voorgeschiedenis, maar dit verhaal ontstond doordat een crediteur eerst in een voorstel mee zou gaan en later veranderde, een faillissement door heeft weten te drukken, en daarmee ca. 90.000 euro verspeelde. Met alle andere crediteuren hadden we reeds regelingen en afspraken, die in enkele jaren afgerond zouden zijn, waarna het bedrijf in rustig vaarwater zou zijn voortgezet. Achteraf bezien zou dit alles zijn geslaagd.

Beschreven is dat curator Sweens zich niet bezighield met de van hem verwachte taken, maar een soort dubbele agenda had, er op gericht om de bekende zogezegde verdienmodellen van curatoren, zijnde beschuldigingen van paulianeus handelen en bestuurdersaansprakelijkheid uit te gaan buiten, en de verkregen inkomsten uitsluitend ten eigen voordele heeft aangewend. Door ons te chanteren met procedures stemden we toe in een schikking van 50.000 euro waarvoor in ruil hij beloofde de faillissementen snel te beëindigen. In tegenspraak met het afgesprokene, en met volle hulp en ondersteuning van 2 rechter commissarissen  begon hij, nadat we weigerden ons nogmaals te laten chanteren, een rechtszaak, die 3,5 jaar duurde, ca. 30.000 euro kostte, maar die door Sweens werd verloren. Faillissementen zijn na bijna 10 jaar opgeheven, ca.  65.000 euro is door de curator in de eigen zak gestoken.  Duidelijk moge zijn dat sprake was bij Sweens van een zeer vijandige houding tegen ons, en er bij ons geen waardering bestaat voor zijn handelen.

In deel één is beschreven dit er in 1999 problemen met een contractteler waren ontstaan en hoe en waarom.  Dit betrof de V.O.F.  Bleeker Smit, die teeltfouten maakte waardoor er maar een halve oogst werd geleverd. Door ons was een rechtszaak aangespannen in februari 2000 die aan de curator verviel vanwege het faillissement. Daarin waren over en weer vorderingen ingesteld, Onze overtuiging was dat die zaak zou zijn gewonnen mits doorgeprocedeerd. De curator wilde die zaak niet doorprocederen, en wij wilden de zaak niet overnemen, vanwege nog te maken kosten en een verwacht incasso probleem. Dat zou die zaak zogezegd laten doodbloeden.  

Ook in die zaak is Sweens zeer vijandig tegen ons gebleken, en maakte hij gemene zaak tegen ons en smeedde een complot, daarbij misbruik makende van onze juridische onkunde, met de advocaat van Bleeker, ene mr. Duijsens, en met de hulp van R.C. van den Berg die ze benodigden, om een proces verbaal zodanig onjuist op te stellen dat dit Bleeker bevoordeelde en ons benadeelde. In latere instantie is een  officiële beëindiging van de lopende rechtszaak geforceerd, en zijn we daarna door Duijsens gedagvaard ter verkrijgen van hun tegenvordering, terwijl de curator onze vordering had geëlimineerd en die van Bleeker erkend. De dagvaarding en andere stukken waren uitsluitend gebaseerd op verzinsels, en onwaarheden, waarbij in meerdere gevallen op enig moment zaken werden beweerd en later exact het tegengestelde.

Het opmerkelijke in de processen was dat beslissend was dat de rechters consequent zaken in het voornoemde proces verbaal wilden lezen, die er niet in stonden, terwijl gemakkelijk was te concluderen dat zaken niet klopten. Ook opmerkelijk was dat wel werd gesteld dat hun oordeel anders zou zijn, als in rechte was vastgesteld dat Bleeker wanprestatie had gepleegd, maar ons nooit de gelegenheid is geboden het bewijs te leveren. Ook werden onjuiste beweringen van Duijsens klakkeloos over genomen ondanks onbewezen, of bewezen onjuist. Onrecht dus in plaats van recht.

 

Recta nos malum