7 Het Land waar de leugen regeert

Voorwoord en Leeswijzer en Leesinstructies.

Even van een korte samenvatting op zich niet voldoen. Dan zal er direct de roep om nadere onderbouwing en nadere toelichting van zaken ontstaan, en ook ontkenningen en andere beweringen. Het totale verhaal dient daar dus voor, dus ter bevestiging van de feiten en onderbouwing van alle zaken die we stellen en concluderen.

Om snel en gemakkelijk zowel de feiten als de conclusies ter kennis te krijgen, kan men navolgend te werk gaan.
1.  Men neemt kennis van dit voorwoord.   pag.  1
2.  Men leest de samenvatting van boek één op pagina 90.
3.  Men leest pagina 2 van boek twee  “Onze eindconclusies van zaken”.
4.  Men leest  onze samenvatting van boek twee op pagina 166  aan het einde van boek twee.
Op die wijze heeft dus de geïnteresseerde, mogelijk ook belanghebbende lezer in een kwartier tijd, in 4 afzonderlijke A4 tjes de gehele essentie en hoofdzaken van de onderliggende zaken tot zich hebben genomen. In de eerste ca. 29 pagina’s van boek twee wordt nader en uitgebreider ingegaan op achtergronden en conclusies.  

Vanaf nu (25-04-2015)  brengen we het verhaal ter kennis van derden, primair nog enigermate vertrouwelijk nu we nog werken aan wijzigingen, veranderingen, verbeteringen, toevoegingen of weglatingen ook een overleg met derden, en taaltechnisch zijn nog aanpassingen en verbeteringen benodigd,  voordat het een boekvorm zal verschijnen.  Een geprinte versie is het einddoel.

Het Land waar de leugen regeert.    Boek  één.

  1. Schrijven doet iemand met de bedoeling dat het in latere instantie door anderen zal worden gelezen. Iedereen die schrijft heeft daarmee een doel. Een lezer moet vrijwillig kiezen wat hij wil lezen en waarom, en dit met keuze uit vele zaken en mogelijkheden, zoals kranten boeken, magazines, wetenschappelijke artikelen, die dan weer worden gelezen uit interesse, nieuwsgierigheid, spanning, of leerzaamheid. Het is daarom wel goed om op voorhand duidelijk aan te  geven, wat van dit geschrift de bedoeling is, en wat men er van mag verwachten, en voor welke doelgroep er speciale interesse en een belang in kan zijn gelegen.
  2. De schrijver is zich er van bewust dat de zaken die hij gaat beschrijven niet direct een breed publiek trekken, ook al meent hij dat dit goed en mooi zou zijn, maar er zijn te veel redenen waarom veel mensen genoeg aan hun eigen sores hebben, of in allerlei andere werelden leven, zoals ik dat ook graag had willen doen. Ik zou vanuit mijn langjarige positieve gedachten ook veel zaken die in heb beleefd en ervaren ook, als die door anderen zouden worden benoemd, in het geheel niet hebben geloofd, en daarom mag ik dus niet anders verwachten dan dat zaken ook veelal zo over zullen gaan komen dat ze ongeloofwaardig lijken maar wel op feiten zijn gebaseerd, en toch helemaal waar.
  3. Dan komen er meningen en conclusies uit voort die inderdaad zijn zoals ze worden benoemd, persoonlijke conclusies die ook mogelijk op een andere manier (kunnen) worden bezien, maar die andere mening moet dan wel worden onderbouwd, want wat ik in ieder geval zal doen, en dat door het gehele verhaal heen, is duidelijk aangeven waarom ik tot mijn eigen meningen en conclusies ben gekomen.  
  4. Daar komt dan bij dat, als je in bepaalde zaken verwikkeld bent geraakt, dat je ook in contact komt met lotgenoten, en je tot de ontdekking komt dat, hoewel iedere zaak verschilt, er toch ook veel vergelijkbare raakvlakken zijn, dus dat je lang niet de enige bent. En van lieverlee ontdek je ook veel meer. Ook dat er zaken gaande zijn waarvan al jarenlang wordt gesteld dat bepaalde wetten verouderd zijn of gewoon niet deugen, en er ook al wel 50 jaar, men al bezig is met voorbereiden van wetswijziging, maar dat degenen die baat hebben bij de kennelijk niet deugende wetten, een sterke lobby hebben om dit te voorkomen, dit om hun bevoordeelde positie te behouden.
  5. Wat we willen gaan beschrijven gaat over zaken die wij bediscussiëren, en als onjuist door ons worden aangemerkt, met de bedoeling dat anderen de kritiek gaan zien, begrijpen, en dat het gaat helpen om er iets aan te doen. Zoiets zal alleen gaan slagen als het personen bereikt die het landelijke beleid kunnen beïnvloeden, en veelal is publiciteit dienaangaande belangrijk, zelfs soms onontbeerlijk.
  6. Daarbij gaan we gebeurtenissen beschrijven zoals die plaats hebben gevonden, en daarbij de personen met hun eigen naam benoemen. Geen verhaal dus dat als fictie of romanvorm wordt geschreven, maar meer zoals een krantenartikel. In kranten worden personen ook vaak negatief neergezet, en worden dieven, oplichters etc. ook zo benoemd. Dat gaan wij dus ook zo doen.
  7. Net als bij kranten moet men wel zaken goed onderzoeken en de waarheid schrijven. Als zaken onjuist zijn, dan kan degene die door de mangel wordt gehaald, en dit ook op terechte gronden, de krant daar op aangesproken worden, en kan men een rectificatie of schadeloosstelling eisen.  Je kunt ook aannemen dat degenen die je op de korrel neemt je eerste lezers zijn, en dat die het je niet in dank afnemen, dat ze op negatieve wijze worden neergezet.
  8. Voor hen ontstaat dan zeker wel een dilemma, immers, om bijvoorbeeld een uitgave te verbieden,  zal men naar de rechter moeten stappen en aantonen dat sprake is van laster, en beschadigen van de goede naam etc. Men zal dan aan moeten tonen dat zaken niet juist zijn, en andersom de andere partij, dat zaken wel juist zijn. Van belang is derhalve dat je al datgene wat je schrijft zo nodig op juistheid kan worden getoetst en bewezen. De zaken waarvan je weet dat ze waar zijn, maar je hebt onvoldoende bewijs dus maar gewoon weglaten, er blijft genoeg over wat wel te bewijzen is.
  9. Voor degene die dus hierbij met de pen (toetsenbord) wordt belaagd, ontstaat daarbij een vervelend dilemma. Het liefste wil hij / zij direct hoog van de toren blazen, maar diegene kent zelf ook de waarheid, en weet ook dat die bewezen kan worden. ook zal hij / zij begrijpen dat ze uit de tent worden gelokt. Hoog van de toren blazen heeft dus het risico dat zaken bekender worden, in de publiciteit raken, en als bewezen juist uit de discussie komen, dus dat kan juist heel negatief uitpakken. Niet reageren is evenwel ook verdacht. De mogelijkheid blijft dat het hoog van de toren blazen wel slaagt als men de rechter aan zijn zijde krijgt. De vraag daarbij is dan weer, als het over rechters gaat, hoe eerlijk en objectief zijn dan die rechters.
  10. Want voor een belangrijk deel gaat dit over rechters die kritisch onder de loep worden genomen. Rechters kunnen we bezien en benoemen als elite persoonlijkheden. Ze zijn de basis en ruggengraat van onze rechtsstaat, en onze rechtszekerheid, waar de burgerij zeer aan hecht. Bij die burgerij is het geloof daarin ook wel redelijk groot, hoewel veel mensen er weinig eigen ervaring mee opdoen. We kennen het ook, “de rechter heeft gesproken” dan kan men nog in hoger beroep en in cassatie, en dan staan zaken onherroepelijk vast.  Dit is het systeem en einde verhaal.
  11. Op het moment dat ik dit schrijf hadden we onze minister president een dag eerder in “Buitenhof” waar hij nog een loftrompet opstak over de Nederlandse rechters, die behoorden tot de beste ter wereld. Of er een soort onderzoeks of vergelijkingssite bestaat, en of hij dit op vastgestelde feiten baseerde is onbekend. Het kan ook zijn dat hij onwetend is van de ware feiten, en dat de wens de vader van de gedachte is. Als men op regeringsniveau over zoiets zo vooringenomen is als Rutte, mag niet worden verwacht dat men snel aan zal willen nemen, dat het hier en daar toch wel behoorlijk fout kan zitten, en daar actie en reactie op verwachten.
  12. De doorsnee burger heeft daarbij veelal weinig met  rechtszaken van doen. Vaak nog wel eens individueel een zaakje of dingetje, maar dan hebben we het over het zogezegde civiele recht. Wat veel meer tot de verbeelding spreekt is het strafrecht, dit ook omdat dat de publiciteit trekt, vooral de grote zaken, en ook de zaken bv. bij verkeersdoden spreken tot de verbeelding. Daarbij speelt ook de haat en wraak cultuur.  Strenger straffen is een issue, veel gedupeerden, maar ook buitenstaanders willen revanche en genoegdoening, en graag op de stoel van de rechter plaatsnemen.
  13. Ook gister (11-01-2015)  was er een programma voor T.V,. waar iemand 2 jaar gevangen had gezeten in Italië omdat men Cocaïne in zijn handbagage vond, volgens hem door iemand daar in gestopt en zeer geloofwaardig en aannemelijk. Toch dus veroordeeld op basis van een volstrekt onbewezen aanname, en neem Gulio Poch in Argentinië, al vijf jaar in voorarrest, alleen vanwege wat vage beschuldigingen, en wat vermeende gezichtsuitdrukkingen. Zaken die volgens normale rechtsregels (wettig en overtuigend bewezen) niet kunnen, gebeuren wél. Ook in Nederland hebben we spraakmakende zaken gehad, (o.a. Lucia de B., paskamermoord enz.) maar onbekend is hoeveel zaken er puur fout zitten zonder de publiciteit te halen. Het zou toch zo behoren te zijn, dat Rutte iets bescheidener, en genuanceerder aankeek tegen zijn eigen rechtssysteem.  
  14. Het zijn dan vooral de zogezegde strafrechtelijke zaken die publiciteit krijgen en spraakmakend zijn, en men zou denken dat er in het civiele gebeuren minder fouten worden gemaakt en gerechtelijke dwalingen plaatsvinden. Daar is minder druk van de samenleving, en zaken zijn veel minder in het oog springend, en de gevolgen lijken veel minder als de rechter in de fout gaat. Men mag minder z.g. tunnelvisie verwachten, maar ik kan u, en ga u dus ook vertellen dat er op dit z.g. civiele vlak ook behoorlijk wat mis kan zitten. En ik zeg er nog iets bij, want wat missers, fouten en vergissingen lijken te zijn, hebben soms de schijn van het partijdig  en opzettelijk bevoordelen van een procespartij, dus handelen te kwader trouw. Hier schrijf ik nogal wat, maar ik kan er niets anders van maken, ziezo, die steen ligt alvast in de vijver, en vormt grote kringen. Er zullen er meer gaan volgen.
  15. Natuurlijk is onschuldig gevangen zitten dan van een andere orde, maar onterecht veroordeeld worden en daarmee in de grote problemen komen, aan de bedelstaf of dakloos worden, komt met zekerheid voor en  is bepaaldelijk geen leuke ervaring en niet een te onderschatten zaak.  Hoe vaak zoiets voorkomt kan ik niet zeggen maar ik heb het zelf ervaren en ken meerdere schrijnende gevallen. Om te weten hoe dit in werkelijkheid is zou er een onderzoek moeten komen, maar een onderzoek komt er pas als men zich daarvan bewust is, en als men er zich van bewust is, dan zal de maatschappij wel in gaan grijpen.
  16. We mogen veronderstellen dat mensen met dergelijke ervaringen dit verhaal wel willen lezen en daarbij zaken herkennen. We komen later op de rechters terug, hierbij alleen nog opgemerkt, dat rechters eigenlijk het grootste vertrouwen als beroepsgroep hebben van de (argeloze) burger. Er is daarbij evenwel geen instantie die hen controleert.  Dit maakt hen dus ook ongeveer onaantastbaar, en heel gemakkelijk om het vertrouwen dat men in het stelt, te misbruiken.
  17. Naast Rutte is ook minister Opstelten (justitie) iemand die naïef is en zijn ogen voor de werkelijkheid sluit. Of hij die werkelijkheid kent is te betwijfelen maar hij zou die zowel kunnen als moeten kennen. Dit gaat dan niet om rechters maar om curatoren, die nogal een hoofdrol vervullen in dit verhaal. Curatoren horen bij faillissementen, en hier komen we op bekender terrein. Iedereen weet wel wat dit is, hoort er van, leest ervan, maakt ze in zijn omgeving mee, de baas kan failliet gaan, je kunt het zelf meemaken, al die situaties zijn verschillend maar hebben ook zaken gemeen. (p.s. bij nacorrectie (ruim drie maanden later) zijn zaken een politieke zin (zoals bekend) ingrijpend gewijzigd, zullen we later ook tegenkomen).  
  18. Een jaar of wat terug heb ik samen met iemand een commissievergadering (als publiek) bijgewoond in de tweede kamer, die over faillissementsfraude ging. Ook daar bleek weer dat het frauderen met BV.s. etc. wat wel degelijk plaats zal vinden alle aandacht kreeg en de stemming heel erg tegen die kennelijk ca. 1/3 was waar men een luchtje aan vond zitten. Opstelten vroeg zich af of er wel voldoende curatoren waren, en natuurlijk moest die fraude nog harder aangepakt worden enz. Niemand, dus ook van geen enkele politieke partij vertegenwoordiger, vroeg zich af of het bij die curatoren wel snor zat, dit terwijl zij daar met regelmaat informatie over ontvangen (ook door ons toegezonden).  
  19. Dat is mogelijk ook niet zo hip en populistisch. Toch is algemeen bekend dat er bij een doorsnee faillissement eigenlijk nooit een uitkering aan de crediteuren volgt maar alles in de zak van de curator verdwijnt, maar er is gewoon veel en veel meer aan de hand. Daar wel weer op terugkomende kunnen we nu al wel stellen dat de maatschappij jaarlijks wel voor enkele miljarden tekort wordt gedaan, wat onnodig is, en stukken beter had gekund.  
  20. Op basis van de opgedane kennis en ervaring en wat er zoal ter kennis is gekomen van derden, ontdekken we daar zo ongeveer een staat in een staat, met hechte netwerken, die in flinke getale bezig zijn zichzelf te bedelen. Ook hier is het moeilijk om een algemeen oordeel te vormen. Dat er ook goede en correct handelende curatoren zullen zijn, zal ongetwijfeld waar zijn. Evenwel, het feit dat ik er zelf zo weinig tegen ben gekomen, geeft wel te denken.
  21. Curatoren zijn vrijwel altijd advocaten. Waarom is onduidelijk, en ook menen we dat er veel betere regels dienaangaande zijn te bedenken. Kenmerkend is ook dat er met de insolventie in verschillende landen ook zeer verschillend daar mee wordt omgegaan, en dat Nederland een slechte uitzondering maakt.  Niet alleen brengt een advocaat een advocaten tarief in rekening van pakweg 250 euro per uur, terwijl het voor 50 euro ook zou moeten kunnen, maar er is op geen enkele manier, door wie dan ook, controle op de gemaakte en gedeclareerde uren en of die ook daadwerkelijk door de advocaat/curator zijn gemaakt.
  22. Ja maar, zult u zeggen, er wordt toch toezicht gehouden op curatoren door rechters, die dan ineens rechter commissaris heten. Inderdaad is dit zo geregeld en geloven bv. Rutte en Opstelten dat daarmee zaken goed zijn geregeld, maar de ervaring leert dat zaken daarmee juist fout zijn geregeld. Het idee van de strenge toezichthouder die de handel en wandel van de curator met een kritisch oog bekijkt bestaat gewoon niet, althans niet in de eigen ervaringen.  In de zaak die we nader gaan beschrijven, hebben we o.a. te maken met een curator die er alleen op gericht is om zichzelf zoveel mogelijk te verrijken, en neemt het met de waarheid, en het op correcte wijze handelen bepaaldelijk niet nauw, maar kan dit alleen doen omdat de rechter commissaris daar zijn fiat aan verleend.
  23. Hierbij dienen we dan te bedenken dat, bv. zoals de situatie in Alkmaar is, er een aantal curatoren zijn, die meerdere faillissementen behartigen, en daarbij meerdere, en steeds wisselende rechter commissarissen hebben. Hoewel wat afhankelijk van personen en omstandigheden is het toch begrijpelijk en navolgbaar, dat er al snel een jij en jouw verstandhouding ontstaat, waarin men elkaar de bal toe gaat en blijft toespelen, en dat er van een soort hiërarchische verhouding al gauw geen sprake meer is.  Het wordt derhalve al snel een ons kent ons club, althans, in Alkmaar bleek dit overduidelijk. We hebben dus eerst kritische kanttekeningen bij (sommige) rechters gemaakt en doen dit nu bij curatoren, maar hier hebben we dan ook de link van de curator / een advocaat, met de R(echter) C(ommissaris) en hier hebben we ook de link die ze met elkaar hebben en het ontbrekende toezicht.
  24. Nu we het dan over de curator als advocaat hebben, spelen andere advocaten, en daarbij één in het bijzonder in dit verhaal c.q. feitenrelaas ook een dubieuze hoofdrol. Advocaten zijn een aparte beroepsgroep, vrij heterogeen en ook nogal op wisselende wijze door de burgers beoordeeld. Ook op die groep hebben we grote kritiek. Advocaten zijn georganiseerd in een beroepsorganisatie, de orde van advocaten, met zaken en een reglement waar ze geacht worden zich daaraan te houden. Ze hebben een eigen tuchtraad, en hebben zichzelf een paar jaar terug in de publiciteit op de kaart gezet, als een strenge club, door collega Moszkowicz buiten spel te zetten.
  25. De ervaring van mij met die club is intussen ook een behoorlijk negatieve, want hun tuchtraad blijkt een papieren tijger te zijn. Naar buiten toe doen ze zich als streng en objectief voorkomen, maar ze blijken bij calamiteiten toch meer elkaar in bescherming te nemen dan om kritisch en objectief tot oordelen te komen. De ervaringen daarmee opgedaan zijn ook inmiddels zeer negatief, puur slagers die het eigen vlees keuren, dus daarover ook later (veel) meer.
  26. Waar wij de ervaring hebben dat het soms wel eens behoorlijk mis kan zitten met rechters is iets wat in verschillende hoedanigheden ook nogal eens de publiciteit haalt. Maar waarom zouden we nu ook veronderstellen dat zij zo ver boven anderen uit zouden steken. Het zijn gewone mensen die dan op hun uiterlijke en ook wel innerlijke kenmerken als het ware uit zijn geselecteerd, met de mogelijkheid en optie dat ze toch anders zijn dan ze leken te zijn en zich voordeden. Een volledig objectieve beoordeling van personen is daarbij ook eenvoudigweg niet te maken, maar dat zijn eigenlijk algemeenheden en bijzaken, maar in dit verhaal bezien we ze in relatie met de curatoren en advocaten en hun verwevenheden of soms ook onverklaarbare zaken die vermoedens versterken.
  27. Wij bezien ze evenwel in hun relatie met de curatoren want daar zijn ze als de kat op het spek gebonden. Ze wheelen en dealen met de curatoren waar ze R.C. van zijn, het hemd is nader dan de rok. Verder hebben ze (als normale schepselen) helemaal niets met werkgevers, en nog minder met de losers die failliet zijn gegaan, en de curatoren mogen wat hen betreft hun gang gaan, en zij tekenen wel even bij het kruisje.  Mijn ervaring is dat rechters in veel gevallen ook gevoelloze wezens zijn, dus ook daarover later meer.
  28. Toch durf ik ronduit te schrijven (en dat zal wel eens commotie op kunnen leveren) dat ik het wel vreemd mag vinden, en het ook bijzonder is dat er in bepaalde faillissementen, waar ik vrij dicht op sta, er voor grote bedragen (denk in miljoenen) aan goederen enz. zijn verdwenen met duidelijke lijnen over het hoe en wat, met sterke vermoedens en zichtbare richtingen waar zaken, ook in bv. het z.g. zwarte circuit zijn verdwenen, waarbij de vraag opborrelt waar die zaken zijn verdwenen, en wie de buit heeft opgestreken en wie er dus allemaal mee hebben gedeeld.
  29. Nu curatoren in faillissementen advocaten zijn, en ze vaak lange jaren faillissement na faillissement onder hun hoede krijgen, zijn daar ook veel collega’s die met zaken van doen hebben en krijgen, en daar lijkt dan toch ook vaak nogal wat in een ons kent ons sfeertje te worden afgehandeld. Ook hier is weer de vraag in welke mate dit algemeen is, maar de ervaringen die ik met u ga delen, zijn daar vol van, en vooral één van hen zal de hoofdrol gaan vervullen. Hoofdpersonen zijn derhalve, rechters, curatoren en advocaten.
  30. Het verhaal dient hierbij een soort aanklacht te zijn tegen de rechters in de gevallen waar we hun handelen bekritiseren, ook dus tegen curatoren, en advocaten, en dan niet in algemene zin, maar een aantal van hen die nader worden beschreven en langs de lat gelegd. Dan dus tevens tegen de wijze waarop ze hun elitaire gedrag ten uitvoer brengen, verder het gebrek aan toezicht en controle, op rechters, curatoren en advocaten, die allemaal in groepsvorming een systeem hebben opgebouwd, om hun handelen naar de buitenwereld toe te camoufleren en zich anders, en dus veel beter voor te doen dan ze zijn.
  31. Bekend is dat rechters in feite boven alle kritiek zijn verheven. Als er negatieve zaken in de pers verschijnen, op welke wijze dan ook, dan kan dat soms tot wat Kamervragen leiden, de roep om verandering of verbetering borrelt af en toe op, maar die dooft steeds weer uit. Een enkele maal ziet een rechter zich zo beschadigd dat hij zelf er mee stopt, met natuurlijk wel recht op wachtgeld enz. maar de opinie, zeker bij degenen die het land besturen en als enigen de mogelijkheid hebben om zaken aan te passen en te verbeteren, die worden niet gehinderd door veel kennis van zaken. Iedereen kan naar de rechter, kan in hoger beroep en de eindcontrole, de cassatie, die maakt dat alles sluitend en in orde is.
  32. In wezen is dit niet geheel juist, immers er is nog een Europees hof. In praktische zin werkt dat niet zo gemakkelijk, het is afstandelijk, duurt lang, en bij de gedupeerden is het geld al lang al op. Toch komen daar zaken terecht en blijkt er ook dat daar toch nogal wat zaken een andere wending krijgen, wat in ieder geval het bewijs levert dat er ook in hun ogen foute beslissingen zijn genomen, (dus ook door de Hoge Raad) en de eigen rechtspraak dus toch in feite een zekere mate degradeert.
  33. Toch willen we hier het punt maken dat rechters er gemakkelijk mee weg komen als ze niet volgens de eigen richtlijnen handelen, zo is de richtlijn dat een rechter geen zaak behandeld waar hij een eerdere bemoeienis mee heeft gehad. In het gebeuren wat wij hebben mogen ervaren, werd die regel bv. al met voeten getreden. Zo was mr. Blokland, rechter in Alkmaar, de behandelende rechter van de z.g. Bleeker zaak, die hier later wordt beschreven, een zaak tussen twee civiele partijen, waarin hij tot tussenuitspraken kwam die ons inziens goed en verdedigbaar was.
  34. De lopende rechtszaak verviel later in een faillissement, waar hij ook de R.C. van werd. Door die curator werden we misleid, gechanteerd, bestolen, en hij maakte een soort complot met de advocaat die bij die rechtszaak  betrokken was, zaken die allemaal nog volgen. Die curator werd door ons aangesproken omdat hij ons inziens ver buiten zijn boekje was gegaan, en, wel / niet verwonderlijk, die rechtszaak werd gevoerd door dezelfde rechter Blokland, die R.C. was, en in allerlei andere faillissementen ook al lange tijd met die curator (Sweens) van doen had, dus oude jongen en (heel veel) krentenbrood, dit dus al vele jaren, en wel / niet verwonderlijk, de curator had het volgens rechter Blokland allemaal prima gedaan.
  35. Voor alle duidelijkheid, als R.C. had hij al het zeer discutabele handelen van die curator gefaciliteerd, chanteren en stelen was allemaal oké. Natuurlijk kent hij de z.g. “aanbevelingen” voor rechters, dus ook aanbeveling 8   die zeer duidelijk aangeeft dat dit “Not done” is, maar hij vond het kennelijk belangrijker om zijn vriend en maatje, weg te laten komen met zijn handelen. Overigens is rechter Blokland een beetje een bekende Nederlander geworden want hij was “ook” de voorzitter van de advocaten tuchtraad (die bestaat uit collega advocaten, maar met een rechter als voorzitter) van de club die Moszkowicz pootje lichtte. Met die pet op een echte moraalridder dus. (komen daar later nog op terug).
  36. Ook bij een andere rechter kwamen we dit tegen. In de z.g. Bleeker zaak kregen we 27-08-2008  een zeer negatief vonnis, we werden er volledig ingetikt (en ons inziens zeer onterecht) maar in de uitspraak stond dat ze anders zou hebben geoordeeld als Bleeker verwijtbaar tekort was gekomen in het uitoefenen van zijn contract maar dat was (volgens deze rechter mr. mevr. Allegro) niet in rechte vastgesteld. Ze stelde dus dat ze ons mogelijk onrecht aandeed. Waarom zij dan zelf geen beoordeling wilde maken, terwijl ze al goede bewijzen had, maar ook een bewijsopdracht had kunnen geven was onduidelijk en is dat nog steeds.
  37. Voor ons was die z.g. in rechte vaststelling dus cruciaal, dus daar begonnen we een aparte rechtszaak over, en die kwam dus weer precies bij dezelfde rechter terecht. Op basis van aanbeveling 8 had zij zelf moeten zeggen dat ze die zaak niet kon doen, maar ook vanuit de leiding dient men daar alert op te zijn. Men zal zaken toch per zaak moeten bezien wie dat gaat doen en waarom. Het zal niet volgens een loting of op volgorde van binnenkomst gaan. Of het u wel / niet verwonderd dat deze rechter met een onnavolgbare omhaal van woorden, over dit punt, met nog duidelijker aangevuld bewijs, gewoon geen uitspraak deed (onontvankelijk), is niet in redelijkheid verklaarbaar. Wel dient duidelijk te zijn dat Alkmaar een relatief kleine rechtbank is, en de z.g. Handels en Insolventie vakgroep(H en I), elkaar heel goed kennen. Zowel bij mr. Blokland als bij deze mr. Allegro hadden we ook nog schriftelijk bezwaar gemaakt dat zij die zaak behandelden.
  38. Hier hebben we dus al een probleem bij de kop. Als er z.g. aanbevelingsrichtlijnen zijn (op internet te vinden) en men houdt zich daar niet aan, en er is geen controlerende of toezichthoudende organisatie, dan hebben zulke regels geen zin en is er sprake van een vrijgevochten bende. Of zoiets veelvuldig ook in andere regio  gaande is weten we niet, en is moeilijk denkbaar, maar het hierboven beschrevene zijn vaststaande feiten. Met de aanbevelingen, en ook met veel wetten is het vaak niet mis (soms ook wel), maar wel met uitvoering en toezicht.
  39. Zo zijn de richtlijnen ook dat er een goed gemotiveerd vonnis moet zijn. In ons gebeuren hebben we alleen maar vonnissen gehad met onnavolgbare en rammelende of puur onjuiste motiveringen, als er al een motivering werd gegeven. Veel zaken vond je helemaal niet terug. Dit wordt dus gevraagd en eigenlijk geëist, maar van controle, laat staan sancties is geen enkele sprake.
  40. Dan zijn er ook andere zaken gaande die aan een gewone burger niet uit te leggen zijn. We hebben net beschreven dat we de betrokken curator aanspraken wat de R.C. in dat faillissement zelf afwees. In de motivatie stond dat de curator vermogensbestanddelen moet vergaren ten behoeve van de crediteuren en dat hem  daarbij “ruime bevoegdheden” toekomen. Dit is mooi voor de curatoren maar staat nergens in een wet of een regel, en wordt ook en vooral niet gespecificeerd. Nergens wordt aangegeven waarom hun bevoegdheden zo ruim zijn, en waar de grenzen liggen van wat dan wel mag en wat niet.
  41. Zoals door ons in de praktijk ervaren bestaan die bevoegdheden er uit dat curatoren ongeveer alles mogen doen, wat de normale burger niet mag, zoals stelen, chanteren, misleiden. Dit doen ze dus ook, met toestemming van hun toezichthoudende R.C. maar hier klopt natuurlijk niets van. Als chanteren volgens de wet niet mag, dan mag een curator dit ook niet.  
  42. Vreemd genoeg, of eigenlijk juist niet (curatoren zijn immers advocaten en andersom) blijkt dit ook te gelden voor advocaten. Advocaten hebben hun eigen reglement, waar men zich te pas en te onpas wel of niet aan houdt en wat men dus ook te pas en te onpas gebruikt of misbruikt om een collega die ze niet pruimen pootje te lichten, en a passant wat media aandacht te scoren.
  43. In dit reglement hebben we regel dertig, die vroeger anders luidde, maar nu luidt al volgt; “De advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist zijn”.  In de toelichting lezen we dan nog; “De nieuwe formulering richt zich specifiek tegen het verstrekken van feitelijke informatie die, naar de advocaat weet, onjuist is of die tot nader onderzoek noopt, alvorens ze wordt gepresenteerd”.   Een duidelijk regel dus, feitelijke gegevens die onjuist zijn bestaan natuurlijk niet want dan zijn het geen feiten, maar dat terzijde.  geen gelieg en gejokkebrok, en als je de verhalen van je cliënt niet vertrouwd dan zaken even natrekken en verifiëren.
  44. Deze regel is echt een gotspe te noemen, en als je een zaak bij de tuchtraad aanspant op basis van structurele en vooropgezette leugens, dan gaat de Deken je vertellen dat je die regel niet serieus moet nemen, een advocaat komt (ook) ruime bevoegdheden toe, en mag dus best wel een beetje jokken, maar alleen niet heel erg. Dat dit wel mag staat natuurlijk ook nergens in een aanvullende regel of wat dan ook. Maar we lopen vooruit, want we gaan het daar later nog uitgebreid over hebben, en aangeven wat een misleidende club dit is. Wat we wel kunnen verklappen is dat, naar ons bekend alle zaken die op basis van artikel 30 tegen een advocaat zijn aangespannen, tot nu toe zijn afgewezen, door hun collega’s van de tuchtraad.  Of de advocaten spreken altijd de waarheid, wat nogal utopisch overkomt, of regel dertig is puur een dode letter. Belangrijk onderdeel van dit verhaal is ook en vooral een aanklacht tegen die achterbakse en misleidende club, we gaan het er later verder over hebben.  
  45. Nog maar even samengevat wat onze ervaringen tot nu toe zijn,  we hebben gesteld dat onze conclusies en ervaringen zijn dat rechter vaak tot onjuiste en onverklaarbare uitspraken komen, en door niemand gecontroleerd worden, en dat ze als toezichthouder van curatoren in faillissementen, niet functioneren, maar meer samen onder één hoedje spelen, maar die curatoren die ook advocaten zijn, spelen elkaar dan ook wel eens aardig de bal toe over de rug van een betrokkene waarbij ze ook veel en gemakkelijk hun eigen reglement, vooral artikel 30 overtreden, wat een klachtwaardige zaak zou zijn bij hun toezichthouders, de raad van discipline, die de betreffende advocaat dan weer niet sanctioneren, maar in bescherming nemen. Ze staan dus samen in een kringetje en werpen elkaar de bal toe. Hiermee wordt dus een stevige bewering gedaan en een flinke steen in de vijver gegooid. Vervolgens komt dan dus de vraag of ik die beweringen kan onderbouwen, en waarmaken, anders zou het laster zijn en dat is onjuist en gaat problemen geven.
  46. Op zich bezien gaat dit een flink verhaal worden, ook al zullen we zaken kort samenvatten. Alles is in principe natuurlijk waar, tenzij iemand het tegendeel gaat bewijzen. Ook zal in de loop van het verhaal af en toe in worden gegaan op zaken die derden betreffen, waarop onze zaken in wordt gehaakt en wat zaken soms ook ondersteund.  
  47. Ook gaan we kennismaken met meerdere advocaten die bij onze zaken betrokken zijn. En hoewel we al aardig het onderspit hebben gedolven, zaken zijn op dit moment ook nog volop gaande, en zijn nog zeer grimmig. Momenteel zijn er twee advocaten die voor me opkomen, vrij recent mr. van Meel, waarover later meer, en vanaf 2010  mr. Jacob Vlaar. Beide zijn geen doorsnee advocaat en hebben een achtergrond verhaal, wat we later gaan beschrijven, maar nu al even een paar interessante opmerkingen over J. Vlaar.  Die behandeld momenteel een viertal zaken van gedupeerden van faillissementen, alles omvangrijke zaken die met bloembollen van doen hebben. Hij is daar door omstandigheden ingerold, ervoer daar veel onrecht, en vecht voor zijn cliënten om recht te verkrijgen.
  48. Zijn tegenpartijen zijn dus diverse curatoren die weer in netwerken verweven zijn met hun rechter commissarissen, maar ook in andere zaken, die allemaal en gezamenlijk niet blij met Jacob Vlaar zijn, hem dus zoveel mogelijk nul op zijn rekwest geven, en elkaar in dekking nemen, maar het is wel duidelijk dat hij lastig wordt gevonden, nu hij vecht voor recht terwijl door de betrokken rechters onrecht wordt gedaan. Zelf woont hij in Budel / Noord Brabant. D.D. 1 december 2014 (nu ca. 6 weken terug) kreeg hij een mail van de Deken van de orde van Advocaten in ‘s-Hertogenbosch waarin werd gesteld dat er vanuit de Handel en Insolventie vakgroep (rechters) in Alkmaar ernstig was geklaagd, omdat hij zomaar rechters en curatoren regelmatig ervan betichtte dat er sprake van strafbare feiten zou zijn, en of de deken in ‘s-Hertogenbosch mr. Vlaar maar even, net als Moszkowicz  hem maar even wilde royeren. Deze deken vond dit, na kennis van zaken en feiten te hebben genomen, nogal (veel) te ver gaan, maar dit zijn dus wel de feiten, die al aardig voor zich spreken.
  49. Ik vergelijk het een beetje in mijn fantasie met Holleeder die met zijn makkers bespreekt dat er iemand erg lastig wordt, en dus maar moet worden uitgeschakeld. Zo zie ik ook de vakafdeling Handel en insolventie van rechtbank Alkmaar met elkaar vergaderen, en bespreken hoe ze die lastpost, die dreigt hun spel te verstoren, uitgeschakeld kunnen krijgen, en dachten dat de deken in ‘s-Hertogenbosch ze slaafs zou gehoorzamen. We zullen het wel met elkaar eens zijn, dat dit wel heel erg ver gaat. Dit opende ook onze ogen nog verder en gaf zekerheid dat die gehele vakgroep met elkaar verweven was, en ook dat ze erg ver gingen in het afdekken en afschermen van elkaar. Over Jacob Vlaar later nog veel meer.
  50. Dan noemde ik mr. van Meel.  Ook dat is eigenlijk een verhaal apart.  Hij zal inmiddels 71 zijn, maar ik denk dat ik hem als jong advocaat inschakelde voor een probleem dat ik ca. 25 was, dus pakweg 45 jaar terug. Daarna is hij mijn advocaat geweest tot eind 2002, waarna hij rechter werd in ‘s-Hertogenbosch. Voor die tijd was hij betrokken bij een aantal rechtszaken bij ons die zeer heftig waren, en die ik nog kort ga beschrijven, en heeft daarbij ook flinke successen behaald, maar op een moment dat zaken weer spannend werden liet hij mij feitelijk dus verweesd achter. Als rechter moet men stoppen als men 70 wordt,  en ik had hem benaderd voor hulp. Dit heeft ertoe geleid dat hij zich weer als advocaat in heeft laten schrijven, en zich vol inzet om zaken toch nog zogezegd, tot een rechtvaardig eindoordeel te brengen.
  1.  Dat er ook advocaten zijn die niet uit zijn op dure uren te schrijven, bij hen geen  Haarlemmerdijkies maar zij zijn de uitzonderingen die verontwaardigd zijn door onrecht en daar de strijd tegen aangaan. Vanuit de voornoemde Alkmaarse rechters club was het verwijt naar de deken in ‘s-Hertogenbosch gestuurd dat Vlaar ondeskundig en onprofessioneel handelde, met enkele brieven van hem er bij. Een van die brieven was evenwel opgesteld door van Meel, die daar een verklaring voor af gaf.  Iemand benoemen als onprofessioneel, die ruim 35 jaar advocaat was, maar daarna 10 jaar rechter in datzelfde s’ Hertogenbosch benoemen als onprofessioneel en nog een rijtje beschuldigingen er bij, ging dus ook de deken daar te ver.
  2.  Tot nu toe heb ik al een flink aantal beschuldigingen geuit en daar gaan er nog veel bijkomen. Natuurlijk kunnen er lezers al afgehaakt hebben, anderen willen mogelijk wel verder lezen maar vinden het tot nu toe ongeloofwaardig. Die moeten dus door blijven lezen om tot een eigen oordeel te komen. Daarbij is het een feitenrelaas, voor ons was en is het nog steeds zeer spannend, maar spannender als het is kunnen we het niet maken. Hoewel dit vaak geen fervente lezers zijn, zal een bepaalde groep doorlezen omdat ze zaken herkennen. Dit doordat ze in meer of mindere mate zaken zelf hebben meegemaakt en herkennen. In ieder geval is het tijd om maar eens met het achterliggende verhaal dus de achterliggende zaak te beginnen. In de voorgaande 11 pagina’s hebben we dus een feite al veel samengevat, van zaken die hoofdzakelijk in het tweede deel nader worden beschreven. De feiten en ook beschuldigingen hebben we al geuit, maar nog niet onderbouwd, gemotiveerd, en voldoende aannemelijk gemaakt en dit zal zeker nodig gaan zijn. We kiezen er verder voor, om voor het goede begrip, eerst een beschrijving te geven van de relevante zaken die vooraf gingen aan wat in deel twee wordt beschreven.
  3.   De snelheid van schrijven zal wat ten nadele van stijl en kwaliteit gaan maar we zijn er aan begonnen en willen het snel klaar. Vandaag is het 17 januari 2015. Over twee dagen is het de meest deprimerende dag van het jaar wordt gezegd. Het streven is gemiddeld 4 pagina’s per dag, dus klaar in twee maanden (p.s. is drie maanden geworden). We gaan zien wat daar van zal komen. Als de zaak waar het over gaat weer veel aandacht behoeft gaat het niet lukken, we gaan het zien.
  4. De zaak waar dit specifiek over gaat benoemen we als de Bleeker zaak. Die zaak wordt gevoerd door advocaat Duijsens. Deze zaak begon pakweg 15 jaar terug, dus daar zouden we moeten beginnen, maar eigenlijk begon de zaak al eerder. Om de achtergronden wat beter te kunnen begrijpen, moeten we niet 15, maar ruim 30 jaar teruggaan.
  5.  In eerste instantie ga ik nog verder terug, ieder mens heeft zijn levensverhaal, verhalen verschillen bij spannende interessante of juist gewone levens, of ronduit saaie levens. Een goede schrijver kan ook daar een verhaal van maken omdat mensen vaak toch veel herkennen. Over levensverhalen zijn veel boeken geschreven, veel schrijvers baseren hun verhaal ook veel en vaak op eigen ervaringen, die ze romantiseren, en we kennen ook de memoires enz.
  6.  Op de lagere school was ik maar middelmatig en wat dromerig. Erg geïnteresseerd in natuur en vooral vogels, en ook aardrijkskunde en geschiedenis, week dus een beetje af, had wel vriendjes ook wel een paar met dezelfde interesses, maar vooral in de laatste klassen van de lagere school en ook op latere leeftijd soms wel, werd ik ook wel af en toe behoorlijk gepest. Niet dat dit me erg beïnvloedde maar de zaken die nu bv. soms tot zelfmoord leiden kan ik begrijpen. De lagere school was aan de dijk gelegen, en na schooltijd ging ik over de dijk en keek naar de vogels, de boten en verderop was een aangeslibd stuk land buiten de dijk, met rietvelden waar ik doorheen zwierf, ik wist een nest van een roerdomp en snippen en rietgorzen en te veel om op te noemen, meestal alleen, later ook wel met een vriendje met gelijke interesses.
  7.   Ik had dus mijn eigen interesses en week dus wat af van de standaard, wat dromerig zijnde,  zou ik in deze tijd mogelijk zelfs een of ander rugzakje aangemeten hebben gekregen, maar die bestonden toen nog niet. Op de vraag “wat wil je later worden” zag ik me in mijn fantasie als boswachter, of als archeoloog, en een scala aan dat soort beroepen, maar stelde steevast dat ik geen “Bouwer” wilde worden. Bouwer was het streekwoord voor een tuinder. Het dorp waar ik woonde (Andijk) bestond uit pakweg 500 tuinders bedrijfjes, met intensieve bollen, groente en ook zaadteelt, en ook daaruit voortgekomen handelsbedrijven, en mijn vader had dus ook een Bouwerij, wat van (gewassen) verbouwen was afgeleid, dus een tuinderijtje, met de teelt van allerlei gewassen, tulpen ,irissen, lelies, aardappelen, en ook zaadteelt op contract, waarbij ik mij de stullen (koolzaad) en bonenkruid goed herinner.
  8.  Nog op de lagere school moest er al mee gewerkt worden, oudste zoon van 9 kinderen, en gewoon werken van 6 tot 6  in de vakanties, en de woensdagmiddag enz. Daarbij waren we gereformeerd dus tweemaal op zondag naar de kerk enz. Net zoals de zussen naar de huishoudschool moesten was de lagere tuinbouwschool voor mij bestemd, terwijl ik nog steeds geen bouwer wilde worden, maar vaders wil was wet, dus ik had tegen al die zaken weinig in te brengen. Toch leidde dit wel, vooral wat later, tot behoorlijke conflicten, en werd ik later ook wel vrij rebels. Uitgaan, naar de bioscoop, en dat soort zaken waren not done, maar de maatschappij begon te veranderen, en te ontwaken, later werd er natuurlijk geschiedenis geschreven met Maagdenhuisbezetting, opkomst van de Beattles enz.
  9.  Tegen de zin van mijn vader in ging ik naar de Middelbare Tuinbouwschool, daarna de onvermijdelijke diensttijd, intussen was ik dan toch wat afgestapt van mijn geen Bouwer willen worden, want mijn interesse was gewekt doordat er een grote vernieuwing gaande wat bij het gewas lelies. In Andijk werden een paar soorten geteeld, maar nu kwamen er soorten uit USA, daar door een geëmigreerde Hollander door kruisingen verkregen, en ook wat soorten door mij aangekocht, wat het begin was van wat later dan toch een leven met het gewas lelies en de lelieteelt is geworden. Veel mensen zullen op enig moment terugzien op hun leven, dus ik ook, en met gemengde gevoelens.
  10.  Eigenlijk kon ik me op zich toch wel vinden in dat leliegebeuren, en zie de goede zaken ook wel, maar zou als bioloog af archeoloog of, wat dan ook, mogelijk niet veel hebben verdiend, maar daar mogelijk veel meer plezier in kunnen hebben gehad, en zoals ik me het voorstel, veel agressie, rancuneuze acties, van concurrenten en jaloerse  mensen zijn misgelopen, die zoals veel mensen zullen herkennen, het leven van een ander behoorlijk kunnen verzieken, wat ik wel graag mis zou zijn gelopen, en zeker de ellende van de Bleeker zaak, die al 15 jaar mijn leven heeft verziekt, met zijn structureel liegende advocaat, stelende curatoren, gedekt door partijdige rechters, dat gun ik eigenlijk niemand, of alleen degenen die anderen daar zelf ook voor over hebben.
  11.  Zonder een echt goed toekomstplan te hebben en zonder geld (niet eens zakgeld) was ik toch zelf wat tulpen en irissen gaan telen, en investeerde de opbrengst weer, en kreeg daar inderdaad wel wat medewerking van mijn vader, dit al vanaf mijn vijftiende, en later dus ook wat nieuwe lelies gekocht, en de teelt uitgevoerd in vrije en verloren uurtjes, dus toch wel ambitie. Daarbij was ik toch wel een doorzetter, ook nog avondcursussen enz. In militaire dienst rook ik een beetje aan wat handel is, tot toen aan toe waren het gekweekte producten, maar de gladiolen waren heel goedkoop, middels een gestenselt foldertje ging ik bij particulieren de  huizen langs, en nadat ik een halve vrachtauto gemengde pakketten had afgeleverd liep ik met ruim duizend gulden cash op zak, tussen al mijn berooide collega soldaten. Stiekem burgerkleren meesmokkelen een fiets overbrengen en uitgaan, veel regelen en ritselen, en later ook een auto kopen, bracht aardig wat peper en zout aan die diensttijd, en zorgde er ook voor dat ik altijd een gewoon soldaatje bleef, niet eens zo een rode streep voor mij.
  12.   Daarna dan dus bollen gaan telen, maar later ook wat met handel begonnen. De lelieteelt ontwikkelde zich vrij stormachtig maar kende ook veel ups en downs. Terugkijkende zijn er toch veel bedrijven geweest die het niet hebben gered, of zijn doorgestart, zowel teelt als handelsbedrijven, over al die zaken is veel te vertellen en boeken over vol te schrijven als je zou willen, maar het gaat er nu om, om  globaal de achtergronden te schetsen. De lelieteelt ontwikkelde zich op diverse manieren, wij pionierden daarin mee, maar net getrouwd zijnde, gingen er meerdere zaken mis in teelt en prijsvorming, en werden kredieten ingeperkt, en kregen we een sterk verliesgevend jaar voor de kiezen. Het kostte vijf jaar voordat we weer op hetzelfde niveau uitkwamen, en een werkbare relatie met een bankier (Amro Bank) hadden.  
  13.  Duidelijk mag zijn dat ik dus alle ervaringen opdeed, met problemen in het bedrijf, niet op tijd een rekening kunnen betalen, deurwaarder van de belasting aan de deur, moeilijke gesprekken met de bank, negatieve beoordeling van lieden die het allemaal beter wisten, niet voldoende de ruimte krijgen, en al die zaken die heel veel kleine ondernemer ook in deze tijd ervaren, nu het aantal faillissementen bij bv. midden en kleinbedrijf, horeca en middenstand hoog is, maar er veel meer verborgen leed is, wat niet tot faillissement leidt (faillissementen zijn doorgaans de slechtste en ook de meest onmenselijke oplossing) maar waar de ondernemer wél berooid is achtergebleven en vooral de maatschappij en overheden, zoals belastingdienst etc. genadeloos zijn. Ik kan me dus ook zeer inleven bij al die zaken die we tegenwoordig ook veelvuldig om ons heen zien gebeuren, en wat ze te verduren krijgen, met ongeveer dezelfde soort en groep van personen waar dit verhaal over gaat.
  14.  Hoewel dus later zaken wel goed gingen en groeiden en ook een goede basis en structuur kregen, geven ook de goede jaren je zorgen dus een leven als een kleine ondernemer zoals wij zijn geweest, (later kon je over een middenbedrijf spreken), maar ook als het relatief goed ging waren er hoge bankkredieten en altijd toch wel zorgen, en was ieder jaar opnieuw spannend. Het was ook wel het soort bedrijf waar stoppen, de zaak uitverkopen en daarna dus afgelopen erg moeilijk was, omdat je veel in producten, plantmateriaal enz. investeerde wat bij executie weinig tot niets op zou brengen. Daarbij waren er echt grote prijsfluctuaties, als voorbeeld nemen we het leliesoort Enchantment. Dit was nieuw uit USA de eerste goede snij lelie, en groeide uit van niets tot 500 ha. Meerdere handelaren hadden grote oppervlakten vooraf ingekocht om maar genoeg te hebben en de klant van de concurrent ook te kunnen bedienen en alles ging gigantisch mis. Inmiddels had men het z.g. invriezen uitgedacht waardoor jaarrond leliebloemen geteeld konden worden, maar een overproductie van de bollen resulteerde in pakweg een kwart van de kostprijs en toch moeilijk verkoopbaar en een jaar later stonden de cellen nog vol. Na grote stroppen en handelsbedrijven die onderuit gingen en allerlei ontwikkelingen bodemde zich zoiets dan in een aantal jaren weer uit en verdienen de overblijvers, en de niet gokkers weer een paar jaar goed geld, totdat het dan weer mis ging. Hoewel de overgebleven bedrijven hun les hebben geleerd  zien we nog steeds de ups en down, maar dit dus vooral in de teelt voor de snijbloemenkweker. Het Enchantment voorbeeld / debacle, dateerde van ca. rond 1975 als ik me het goed herinner.
  15.  Inmiddels  is er een enorme ontwikkeling geweest doordat veredelingsbedrijven steeds met nieuwe en betere soorten kwamen, alles gericht op de grote aantallen  in het snijbloemen segment. Goed geld werd verdiend met de winnende soorten, en ook veel verloren met de verliezers, ook aparte verhalen waar boeken over zijn te schrijven. Een relatief klein deel van de totale lelieopbrengst werd dan ook gebruikt als tuinplant. Doorgaans probeerde men onverkoopbare soorten op die manier nog als verpakte bloembol in winkels te slijten zodat ze nog wat opbrachten. Voor de tuinliefhebber waren dit niet de interessantste soorten, de particulier wilde er ook best iets voor betalen, zo was er dus ook een sortiment wat niet als snijbloem maar wel als goede tuinplant geschikt was.
  16.  Tegen de stroom in zijn we ons daar op gaan specialiseren. We hadden daarbij één concurrent die ook die specialisatie wel had maar die we aftroefden, met meer goede en aparte soorten, die we zelf teelden, gewone soorten kochten we, we spoelden en ontsmetten de bollen standaard voor de klanten (toegevoegde waarde) en maakten onze organisatie zo dat het ongeveer vandaag besteld, morgen geleverd was. Dan konden wij in augustus al leliebollen leveren door aparte teeltmaatregelen, waarmee we de concurrentie voor waren dus goede en stabiele prijzen. De concurrenten wonnen dan wel  soms op prijs, en ook als de markt weer eens was ingezakt dan werden goedkope bollen voor (onze) duurdere vervangen, dus wel concurrentie strijd en interactie, maar we leverden aan de grote Hollandse exporteurs, bij sommigen konden we alle lelies leveren die ze gebruikten, en ook aan grote afnemers in het buitenland.
  17.  Inmiddels was ik dus allang niet alleen lelie kweker, maar handelaar dus eigenlijk bloembollenhandelaar, en kweekten we ten behoeve van onze handel, en ca. 50%  werd ingekocht van andere kwekers. Inmiddels was mijn werk offertes maken, met klanten communiceren, buitenlandse en binnenlandse klanten bezoeken, ook nieuwe soorten zoeken die in ons pakket pasten. Nieuw betekende soms uit bv. soorten die in het wild voorkwamen waar liefhebbers echt geïnteresseerd in waren. Ook deed ik de inkoop en had me ook af en toe met boekhouding te bemoeien dus erg druk en nooit klaar met het werk, maar na de slechte periode zat de groei er in, huis gekocht, bedrijfspand gekocht, deel nieuw gebouwd, en creatief een goede bedrijfsformule in een niche markt gevonden.
  18.   Trompet of kelk lelies is een aparte groep soorten. In een vallei in de Himalaya groeide een wilde lelie de Regale, mooie kelk bloem, roze buitenkant Geel hart en bekend bij liefhebbers. Door kruisingen ook een gele, roze, en oranje versie, niet geschikt als snijbloem, leek te verdwijnen in de teelt, maar wij teelden ze juist voor de tuinmarkt, ook voor tuin catalogussen, we creëerden dus op basis van ons aanbod ook markt, en verkochten voor een goed haalbare prijs. De teelt brachten we inmiddels voor een deel onder bij contracttelers, op enig moment (1984) waren er twee medewerkers die voor ons gingen telen  dit onder goede afspraken, waarbij ons bedrijf goed ging en groeide, en hun bedrijf ook 3 jaar een nette winst maakte. Win win heet dat tegenwoordig. Ik schreef al dat we eigenlijk 30 jaar terug zouden gaan, of eigenlijk nog eerder. Inmiddels al pakweg 30 jaar overbrugd,  zijn we dus bij de 30 jaar terug aangeland.
  19.   Veel leliesoorten werden onder kwekersrecht verkocht met restricties aan de te telen oppervlakte, maar de kelk lelies (maar ook andere eigen soorten), waren vrij te telen voor anderen. We hadden een aardige monopoliepositie, en de concurrentie kreeg ook de aanvragen (omdat wij het artikel aanprezen en promootten) maar moest dus veel néé verkopen en de koper kwam weer bij ons.  Daar ontstond dan ook de onvrede, agressie en rancune. Vooral middels één speciale vertegenwoordiger van In en verkoopbureau (later IVB) CNB werd getracht ons monopolie te doorbreken. Kwekers konden een hogere prijs krijgen als ze een deel van reeds door ons gekochte bollen verduisterden, zogezegd zwart verkopen werd aangeboden, en wat je zoal aan oneerlijke zaken kunt bedenken. Je had het dan niet over een beetje stelen, want zoiets ging snel over duizenden of tienduizenden guldens (toen nog) geen kruimeldiefjes dus.
  20.   Voornoemde vertegenwoordiger Benoem ik verder als de CNB er was van een vriend een vijand geworden en probeerde achter onze rug om de voornoemde kwekers te bewegen om van onze leveranciers, de leverancier van de concurrenten te worden, of beter nog, onze grote klanten direct te gaan beleveren. Ze zijn daar twee jaar mee doende geweest, de kwekers gingen om, een van de kwekers die de zaak domineerde was al tweemaal bedrijfsmatig onderuit gegaan, en had nu ineens succes, maar dit smaakte naar meer, hij zag mij in een Mercedes rijden, en handelaar zijn leek hem belangrijker en interessanter en hem werd door de CNB er een serie worsten voor de neus gehouden. Ze zouden voor eigen rekening gaan telen, ze kenden al onze klanten en zouden die benaderen met lagere prijzen, en de CNB er zou dan voor ze gaan inkopen en verkopen met een groot deel naar onze voornoemde concurrent, die dit ook als een goed plan zagen. Al die zaken werden achter onze rug om bedisseld, zeg maar in het geheim, eind 1987 zouden ze de bom laten barsten, wij zouden onze klanten niet meer kunnen bedienen en snel als bedrijf ter ziele gaan, alles goed gepland. Voor de goede orde, ik kies ervoor om niet iedereen bij naam te noemen.
  21.   Voor het goede begrip, en ook voor het begrip van alle latere verwikkelingen, is wat meer uitleg nodig. Ik ben dus, zo kunnen dingen gaan, leliebollenteler en handelaar geworden, iets wat ik vroeger niet wilde, en waar ik altijd aan heb getwijfeld of er geen betere keuzes zouden zijn geweest. Bollenboer in de volksmond. Dit vak heeft een aparte geschiedenis en reputatie, maar wat van belang is, is dat er in dit vak zaken zijn gegroeid en ontstaan die met veel zaken en beroepen niet vergelijkbaar zijn. Hier is van belang hoe het handelsgebeuren is georganiseerd, niet bedacht maar door omstandigheden en gebeurtenissen tot stand gekomen. Om tot een goede afzet te komen ontstonden er veilingorganisaties, maar van daaruit ook termijncontracten, z.g. voorverkoop en vanuit die veilingen de z.g. in en verkoopbureaus, en ook een handelsreglement, scheidsgerecht enz. In het handelsgebeuren kon je dus pakweg een jaar tevoren, of een maand of, ook een paar jaar vooruit, je oogst al verkopen, gewoon een contract waar beide partijen aan vast zaten. Ook de zogezegde daghandel, je bood een klaargemaakte partij aan, die werd dan met een z.g. koopbriefje verkocht dus werd niet geveild.
  22.  Het belang van de veilingen nam steeds af, en de z.g. in en verkoophandel nam steeds toe. Daarbij is de CNB, de grootste en dominerende partij, een coöperatieve vereniging, die zo ongeveer de halve handel voor zijn rekening nam. Hobaho, een particulier bedrijf ca. 1/4,  dan was er lange tijd een derde grotere partij, eerst ABM, later Bloembollenbureau Cebeco, ook nog een klein bureau “Bader” en een clubje zogezegde vrije vertegenwoordigers. Duidelijk moge zijn dat dus CNB de markt domineerde en dat je kon stellen dat de CNB directeur in feite de machtigste man was in het bollenhandelsgebeuren. de voornoemde vertegenwoordiger, verder benoemd als CNB er, was bij zijn baas geweest en had die medegedeeld dat ze maar beter geen zaken meer met ons bedrijf konden gaan doen, want, suggererende hij dat er met ons eigenlijk niet te werken was, zouden onze beste mensen weg gaan, en handel meenemen, en konden ze hun kaarten maar beter op het andere bedrijf zetten. Wij zouden immers met een jaar van de kaart zijn.
  23.  Hier moet dan nog bij vermeld worden dat de in en verkopen van die bureaus zoals CNB wel een soort makelaar waren, maar zoals dat in het verleden was gegroeid, ook het geld ontvingen van de koper en door betaalden aan de verkoper, en daar bij elke partij 2,5  % inhielden. Zij namen dus het betaalrisico op zich. Bij handel via hen was je financieel veilig was de leuze, wat voor velen mede een reden was om via bv. CNB te verkopen. Dit maakt ook dat ze een sterke machtspositie hadden en je konden maken en breken. Als iemand niet via de CNB mocht handelen dan sprak zich dat rond en zat je zwaar in de problemen. Dit gaf ze zeer veel macht in het handelsgebeuren. Het is wel noodzakelijk om dit beeld duidelijk te hebben want ze konden je dus het leven goed zuur maken als ze dat wilden en dat hebben ze bij ons ook goed gedaan.
  24.   Zelf had ik er al even het goede gevoel niet meer bij, ik was meerdere malen voor de persoon die voor ons  teelde gewaarschuwd, maar zij hadden een financiële afhankelijkheid dus daardoor hadden wij overwicht. Toch had ik wat meer teelt bij andere contracttelers ondergebracht, en uit intuïtie wat andere maatregelen genomen, en toen ze de bom lieten barsten direct met de klanten gecommuniceerd. Ze hadden een jaar eerder zelf een bedrijfspand gekocht, de ABN Amro had dit gefinancierd omdat ze zagen dat de samenwerking (toen nog) goed ging, en zaten er dus ongewild tussen, maar gaven de telers wel een financiering. Er werd een verdeling gerealiseerd, en nog wat andere perikelen, vergelijkbaar met een vechtscheiding, in een grimmige sfeer. Pas later kwamen we er achter hoe het in werkelijkheid zat en dat de CNB er de feitelijk oorzaak was, en hoe het dus al een paar jaar was voorbereid.
  25.  Achteraf bleek hun plan niet volmaakt, de klanten liepen niet zomaar weg en we hadden voldoende producten, terwijl zij een deel niet konden leveren, en we bleven handel met CNB doen, middels een collega van de CNB er. Maar deze kwekers boden vooral de kelklelies, waar ze er aardig wat van hadden, goedkoper aan en ook aan onze voornoemde concurrent dus van lieverlee begon het aan te tikken, we raakten klanten kwijt en we moesten mee in de prijzenoorlog. Dat we met een jaar weg waren kwam niet uit maar na drie jaar konden we bollen die we in Duitsland voor 60 cent verkochten, met de grootste moeite voor 30 cent kwijt. Bij onze voormalige compagnons hoorden we dat het daar ook niet lekker ging, de CNB er, had ook nogal wat ingekocht en verkocht met veel te weinig marge, en het werd de vraag wie het het langste vol zou houden, of eigenlijk, wie de eerste was die onderuit zou gaan. Uiteindelijk bleken dat onze exen te zijn.
  26.    Tot dan toe hadden we wel met CNB gehandeld, ook wel met anderen, de rekeningen betaald, en kon men daarom dus ook niet moeilijk doen. Dat de CNB er achter onze rug om een hele laster en opstook campagne had gehouden hoorden we pas veel later. De kelklelie prijzen waren onder druk gekomen, er was ook een overschot, wij teelden een deel, onze exen teelden een deel, en pakweg een vijftal andere kwekers, die dus het jaar daarvoor aan onze concurrenten hadden verkocht maar die nu de boot afhielden, dus de gehele zaak was bezig onderuit te gaan. In oct. nov. 1989 benaderden we middels een andere CNB vertegenwoordiger de diverse kwekers, en deden hun een redelijk voorstel, aankoop tegen hun kostprijs, een jaar later 5 cent meer, nog een jaar later 2,5 cent meer, en dan stabiliseren, en ieder jaar recht op eerste koop, en samen het areaal beheersen om overproductie te voorkomen. Omdat een aantal eerst overgelopen waren naar de concurrent, en nu in de problemen zaten moest dit nogal met takt en diplomatie benaderd worden, maar iedereen was over de brug te krijgen.  Bij onze bank vroegen we of we de transacties, die een half miljoen gulden beliepen, konden uitvoeren, die zei ja, maar vanuit CNB, werd dit niet toegestaan. Hun reden was dat ze geen monopoliepositie van ons wilden, en verdeel en heers wilden spelen bij hun klanten.  een zeer onterechte reden, ze behoorden alleen bemiddelings opdrachten uit te voeren. De werkelijke reden was, dat ze partij voor onze concurrent hadden gekozen, en hun macht misbruikten.
  27.   Als die concurrent er lucht van kreeg zou hij snel een deel kopen en zou de zaak onderuit gaan.  Onze opzet was om weer tot een winstgevende prijsstelling te komen, hun inzet zo goedkoop mogelijke bollen. Nu CNB eerst niet wilde besluiten hadden we al een ander kantoor gepolst. In het verleden waren een aantal CNB vertegenwoordigers met meenemen van hun handel daar weggegaan, en opereerden als ABM, dus een directe concurrent van CNB, en geen vrienden. In pakweg twee dagen had ik alle kwekers gevraagd of de transactie ook via ABM mocht waar men in toestemde. Een zekere H. Kneppers was net met stevige ruzie bij CNB weggegaan, en zorgde bij ABM voor een snelle afhandeling. CNB had dus het nakijken en was erg boos, en onze concurrent was erg boos, en een aantal van hun klanten ook, en de oorlog was compleet. het is altijd wel goed om inzicht in geschiedenis en achtergronden te hebben, maar in het geheel van dit verhaal is het van belang, want er was dus eigenlijk al een paar jaar een (kelklelie) oorlog gaande, maar het feit dat de directeur van CNB ene dhr. Algera, de machtigste man in het bollenvak was, en aan alle touwtjes trok, en hier gewoon het nakijken kreeg, met allerlei mensen die daar boos over waren tegen hem, hebben tot een soort totale oorlog geleid, en diep gegronde agressie en rancune, waar later ook diverse advocaten bij betrokken werden die op onze ondergang uit waren. Dit werkt nu, naar mijn stellige overtuiging, nog na in de voornoemde Bleeker zaak, en bij hun advocaat Duijsens, die in het pro CNB en anti Groot kamp zat. Zonder de voorgeschiedenis zou alles anders zijn gegaan.
  28.  Wij hadden dus een soort monopolie positie gecreëerd, waarvan later nog eens één van de vijandige advocaten stelde dat monopolies illegaal waren, nu ja, hoe ver wil je gaan. Eerst werd heftig geklaagd over de veel hogere prijs, maar die was voor iedereen hetzelfde, dus iedereen paste zijn verkoopprijs daar op aan, het was even wennen en daarna werkte het prima, en verstomde snel het geklaag. Die stabilisatie kwam pas in 1990 tot 1994, want in seizoen 1989/90 waren al verkopen voor te lage prijzen gedaan en waren en bleven er te veel onverkocht, en de z.g. vroege levering  was al uitgeleverd. Het eindresultaat was toch dat we in 1990 sterk verliesgevend waren, en de Amro Bank de financiering wilde stoppen. Toen ze onze ex collega’s gingen financieren heb ik ze gewaarschuwd, dat dit in een prijzenoorlog kon eindigen, en mis kon gaan. Onze relatie beheerder was een jonge vent die een jaar later achter zijn bureau in elkaar zakte en overleed, maar die had dit wel als notitie in het dossier achtergelaten, achteraf bezien niet onbelangrijk.
  29.   De Amro Bank wilde toch de financiering stoppen. Daardoor moesten er zaken met crediteuren geregeld, en hebben we een doorstart gemaakt, waarna we in BV. vorm verder gingen. Uiteindelijk wilde ING Bank verder financieren, vooral door de kelklelie transactie, die we dus in tact hielden, waardoor de prognoses weer een stuk beter waren. Als ABN Amro door was blijven financieren zouden zaken achteraf goed zijn gekomen, en de achterstanden ingehaald, maar je zit dan inmiddels met de verkeerde mensen om tafel. Toch wil ik opmerken dat de zaken net en in goede orde op zijn gelost, en ABN Amro een bedrag af heeft geschreven met kwijtschelding. Tien jaar later kwamen we in een vergelijkbare situatie met ING, waar ik geen goed woord voor over heb, maar dan zijn we 10 jaar verder, het jaar dat de Bleeker zaak begon. We beschrijven veel zaken in een soort telegram stijl, en er zou ook veel en veel meer van zijn te zeggen, nu dus alleen de grove lijn, en we slaan gewoon zaken ook over, maar het zal duidelijk zijn dat een bank die de financiering stopt, een vrij heftige zaak is, met alle besprekingen en wat daar bij aan de orde is en komt, de stress en al het extra werk en uren. Dat zoiets een verhaal apart is, een boek zou kunnen vullen, flink heftig is, en slecht voor de gezondheid, moge duidelijk zijn.
  30.  CNB had als vaste advocaat ene mr. Venbroek, die ik heb leren kennen als zacht gezegd, niet een erg aardige man, en niet iemand die constructief probeerde problemen op te lossen, heel erg zachtjes gezegd dus. Ik zou hele andere woorden kunnen gebruiken, maar blijf toch maar wat voorzichtig. op basis van wat ik schrijf, maar de lezers kunnen ook eigen conclusies trekken natuurlijk. We dienen ook te bedenken dat zijn opdrachtgever, de hoge CNB baas, heel erg boos op me was geworden, en bij mij over is gekomen als een niet al te goede verliezer, ofwel, uitermate rancuneus. Daarbij mochten we bij hen geen zaken meer doen, maar had men bij ABM (in en verkoop bureau) er een klant blij van pakweg 4 miljoen gulden extra omzet, en kon CNB verder geen handel manipuleren, nu ze geen handel meer toestonden. Een bedrijf als CNB, waar voor een half miljard aan bollen transacties om ging, heeft altijd wel daarbij ook problemen met relaties, voor hun advocaat, de voornoemde mr. Venbroek was CNB een grote dus belangrijke klant. Met Venbroek werd later ook wel duidelijk dat het bij hem net als bij zijn opdrachtgever, een persoonlijke vete werd, en ook dat beiden geen morele beletsels hadden. Daarbij was er weinig controle van bestuur en raad van toezicht (komen we nog op) en genoeg geld. In zakelijke zin hebben ze in de opvolgende periode van een jaar of vijf alleen maar veel geld van de coöperatie verprutst.
  31.  Bloembollen teelt en handel is aan apart gebeuren, met eigen hoedanigheden en zaken waar men als buitenstaander vaak weinig van begrijpt. Dan is er een overkoepelende organisatie voor de telers, de KAVB waar de meeste telers lid van zijn, ondanks vrij hoog lidmaatschapsgeld, en is er een eigen arbitrage gerecht. Omdat buitenstaanders deskundigheid missen heeft de KAVB daar een initiatief genomen, door een aantal advocaten als deskundigen aan te merken, die ze aan de leden adviseren. Dan ging de dienstverlening nog verder, als iemand een juridisch probleem had dan betaalde de KNVB het eerste uur om de drempel te verlagen. Voor de advocaten was dit natuurlijk een prima aanbeveling, die gemakkelijk klandizie opleverde. Er waren er nog een paar, maar in hoofdzaak gingen die zaken naar onze advocaat Mr. van Meel (voornoemd) en mr. Venbroek die dus ook de CNB advocaat was. Van Meel en Venbroek kruisten dus met regelmaat de degens. In latere instantie, werd ook de voornoemde mr. Duijsens als deskundige door KAVB aangemerkt. Dit zorgt dus ook in dit circuit, bij bestuur van KAVB, veilingen enz. voor een ons kent ons cultuur, hoewel van Meel altijd correct en  onafhankelijk bleef, maar bij de anderen zag je toch een soort groepsvorming en het elkaar de bal toespelen. Daar gaan we in de Bleeker zaak, waar we de aanloop toe aan het nemen zijn,  weer op terug komen.
  32.  Wij dachten eigenlijk dat we rust in de tent kregen en weer vol voor het bedrijf konden gaan, maar dat was een utopie. Het werd eigenlijk alleen maar harder en grimmiger. Het is uitzonderlijk hoe moeilijk en lastig mensen het je kunnen maken, als ze menen dat ze zo ongeveer God zijn, en ook boos, agressief en wraakzuchtig zijn. Bij CNB waren meer van dit soort gevallen geweest, en ook een paar paleisrevoluties waar mededirecteuren er door het opperhoofd uit werden gewerkt, maar ach, overal is wel eens wat wordt er gezegd, maar op sommige plaatsen is toch wel eens iets meer dat wat, dus erg veel. De man is inmiddels al jaren met pensioen en voor iedereen uit beeld. We hebben het over 25 jaar geleden.
  33.  Eind 1989 kochten we dus de kelklelies bij elkaar waarbij de tegenwerking van CNB werd opgeheven door de medewerking van concurrent ABN met behulp van H. Kneppers (we gaan meer van hem horen), die tot een half jaar daarvoor nog CNB vertegenwoordiger was, maar door de concurrent zogezegd weggekocht was. Wel had hij nog veel provisie te ontvangen van CNB van transacties die nog uitgevoerd moesten worden, wat CNB weigerde te betalen wat om een groot bedrag ging. Daar was van Meel de advocaat voor Kneppers en Venbroek voor CNB en knokken maar. In het seizoen 1989/90 hadden we nog weinig profijt van de kelklelieaankopen en raakten we dus in de verliezen. CNB kreeg er lucht van dat we het moeilijk hadden en begon daarmee bij onze relaties rond te stoken. Voor het volgende seizoen hadden we de kelklelies wel vast in handen, dachten we, we hadden onze verkoopprijzen gesteld, zo ongeveer terug naar het niveau van voor de prijzenoorlog.
  34.  Onze ex compagnons  geraakten in faillissement, waarbij CNB flink de boot in ging. Nu ze op voorspraak van de CNBer hun kaarten op onze exen hadden gezet, maar wij met kunst en vliegwerk wisten te overleven waren de druiven extra zuur en de wraakzuchtige agressie dus nog veel groter. Ieder voordeel zijn nadeel, en wat er dus in de loop van 1990 allemaal achter mijn rug om gebeurde daar kwam ik pas stukje bij beetje, veel later achter, maar zo ging het altijd.
  35.   Wat er dan zoal achter onze rug om, zoals later uitkwam, gebeurde waren de navolgende zaken. Allereerst bleek CNB directeur Algera tegen onze concurrent, en enkele grote gebruikers de toezegging te hebben gedaan dat ze vanuit de machtspositie van CNB de aankopen bij concurrent ABM wel geannuleerd zouden kunnen krijgen, dus  hun export klanten behoefden niet van die hoge prijzen van ons uit te gaan, want CNB was machtig en invloedrijk genoeg om die transactie geannuleerd te krijgen en ongedaan te maken. Ook werd daarbij al gesuggereerd dat we financieel klem zaten wat ze uit zouden gaan buiten. Op basis daarvan begonnen de betrokkenen dus voor lagere prijzen in het buitenland te verkopen o.a. bij onze eigen exportklanten. Nu we over alle aanbod beschikten begrepen we niet dat we in het buitenland orders misten. Dan heeft Kneppers me later zelf verteld dat hij op een vergadering was, waar hij door Algera apart werd genomen en stevig onder druk gezet, om de gedane inkoop te annuleren. Inderdaad kon een IVB inkopen annuleren als de financiën niet verzekerd konden worden, maar het zou ook van invloed kunnen zijn op hun andere geschillen. Kneppers heeft toen geweigerd daar aan mee te doen, maar inmiddels gebeurden er dus toch weer allerlei zaken die ons weer flink schade deden, en dan beschrijf ik nog lang niet alles.
  36.  De meest brutale en agressieve actie was bij contractteler Steijn. Achteraf was dat een dief, leugenaar en bedrieger, ook naar derden toe en is later aan zijn eigen praktijken ten onder gegaan. Contractteelt dient een wat nadere verklaring nu de buitenstaander die dit niet duidelijk in beeld zal hebben, en dit ook de zaak is, waar het in de Bleeker zaak om ging. Op enig moment is door telers bedacht dat het een idee was om hun product door anderen te laten telen, waar verschillende redenen voor konden zijn. Het is daarbij aan de contract nemer en contractgever om onderling met elkaar de condities af te spreken en op schrift te stellen. Die condities konden dus sterk van elkaar verschillen. Dit is dus ergens aangevangen en werd door anderen overgenomen, en vooral bij lelies was dit ook steeds algemener geworden. Er vond ook wel standaardisering plaats, de IVB s (in en verkoopbureaus) ontdekten dit en gingen daarin bemiddelen, en de contractteelt groeide uit  tot een soort wezenlijk onderdeel van het vak.
  37. Deze Steijn had ons zelf gevraagd of we contractteelt voor hem hadden, we hadden een contract gemaakt buiten de IVB’s om (dus rechtstreeks) dus CNB had er zakelijk niets mee van doen. We hadden met hen een prijs per bol vastgesteld, dus hoe beter de oogst, des te meer opbrengst. Het plantmateriaal was door ons ter beschikking gesteld en ons eigendom, een waarde van ca. 20.000.  Het volledige hoe en wat, hoe zaken zijn gegaan is niet bekend, of CNB hem zelf contactte, of andersom, maar deze Steijn heeft bij CNB kennelijk gemeld dat hij voor ons op contract teelde, CNB heeft hem gezegd dat wij op het punt van failliet gaan stonden maar dat CNB wel zou regelen dat ze zeker gesteld werden. Vervolgens heeft CNB ze zover gekregen  dat ze de gehele opbrengst van ons eigendom, aan onze concurrent verkochten, middels een officiële CNB overeenkomst, in september 1990. Naar hij later beweerde had CNB gezegd dat dit zonder problemen kon, en Venbroek had dit stellig bevestigd.
  38.  Dit was ons onbekend maar we kregen van iemand door dat er 1/3 van het perceel was gerooid, 10 regels van één soort. Steijn beweerde dat hij had gehoord dat we financieel moeilijk zaten en had alvast wat gerooid en op een geheime plaats opgeslagen, beweerde hij later zelf. Achteraf bleek dat hij op vrijdag en zaterdag voor de herfstvakantie deze 10 regels had gerooid en dat onze exen ze in een paar dagen, mogelijk zelfs in het weekend, snel hadden gesorteerd en aan onze concurrent geleverd die er meteen een deel had doorgeleverd. De bollen waren dus al verdwenen voordat we wisten dat er was gerooid. Bij een undercover actie vonden we de bollen deels in de schuur van de concurrent, later vonden we ze ook terug bij een klant (Clause) in Frankrijk, die tien regels was voor ons een waarde van ca. 30.000 gulden.
  39.  Inmiddels werden we dan door Steijn en Venbroek op allerlei manieren belogen en misleid. Door van Meel werd beslag gelegd op de rest van het perceel, dat moest gerooid onder controle en verwerkt onder controle, met leugen en dreigbrieven van Venbroek namens Steijn, en boos dat we om de paar dagen controleerden, maar controle of niet, er verdween weer een deel van zeker 100 kisten. Voor buitenstaanders is zoiets wel lastig maar wij wisten precies hoe de oogst was, en ook in welke verhoudingen. Uiteindelijk werden die bollen, althans wat er over was aan ons geleverd. Uiteindelijk werd het een langdurige rechtszaak, met van de zijde van Steijn/Venbroek/CNB  vol leugen en bedrog. Uiteindelijk werd Steijn wel veroordeeld tot betaling van wat verduisterd zou zijn. Natuurlijk was er meer verduisterd, en had Steijn die, zeker ook voor een deel met zwart geld, betaald gekregen. Die rechtszaak duurde vele jaren en kostte ongeveer wat het opbracht. Zo een zaak is dus diefstal, leugen, bedrog, misleiding enz. maar men noemt het een civiele zaak, en dan mag je zomaar in eens wel straffeloos stelen. Een klacht tegen de liegende Venbroek leverde niets op, hij had alleen maar zijn best gedaan voor zijn cliënt.
  40.  Daar stopte het dan niet mee, zo werd een andere kweker, die ca. 1/4 van de totale kelklelie hoeveelheid teelde ook door Venbroek bewerkt, bang gemaakt, en aangezet tot contractbreuk, hoewel de betaling door ABM was gegarandeerd. Ook daar werd het grimmig, hij wilde niet leveren, wilde niet communiceren, toen zijn oogst was gerooid, door ons in de gaten gehouden, is er ook door ons beslag op gelegd. Uiteindelijk kon hij weinig anders dan toch aan ons leveren. Later normaliseerden we de relatie en vertelde hij mij dat hem was aangeboden om een deel klaar te zetten, die zouden s’avonds worden opgehaald en zwart betaald, wat men ook bij andere kwekers probeerde, Duidelijk was dat het geen zakelijke zaken meer waren, maar vooral opgezet om ons uitgeschakeld te krijgen. Het CNB had daarbij onze concurrent op zijn nek want die had een heel deel verkopen gedaan tegen te lage prijzen, omdat CNB zou zorgen (had toegezegd) dat het monopolie zou worden doorbroken en de bollen voor dumpprijzen te koop zouden komen(er was een overproductie van ca. 10%). Die klanten riepen hun bollen af, als je niet levert volgt een schadeclaim. De bollen van Steijn gaven een beetje lucht, maar te kort. De concurrent zat dus klem.
  41.  Onze tussenpersoon bij ABN was Erwin Vriend. Die werd gebeld door de concurrent of er gepraat kon worden. Op 8 december 1990 zaten we bij elkaar bij v.d. Valk Akersloot. Volgens de concurrent had CNB hen de bollen aangeboden, van Steijn en wisten ze niet dat het ons eigendom was en nog een hoop ongeloofwaardige bla bla.  Waar het op neer kwam was dat ze dringend verlegen zaten om een half miljoen kelklelies, een deel al binnen een week. Ik stelde dat ik vond dat ik te maken had met een dievenbende, maar ze hadden de bollen gewoon te koop aangeboden gekregen bleven ze roepen. Ik heb ze gezegd dat er te praten zou zijn als ik een kopie van de CNB koopbriefjes zou krijgen en de aantallen die geleverd waren. Dat zouden ze gaan doen, en natuurlijk was het niet goed gegaan, allemaal de schuld van anderen. E. Vriend heeft koopbriefjes gemaakt, wij kregen de koopbriefjes en de geleverde aantallen en hebben hun de bollen geleverd, die ze hadden gekocht in de wetenschap dat wij er wel op verdienden en zij niet.
  42.  Inmiddels zongen er al wat geruchten rond dat ABM financieel moeilijk zat, en ging het daar ook helemaal mis. CNB en Venbroek hadden dat ook proberen uit te buiten tegen ons, en dachten dat ze hun concurrent kwijt waren, Maar het in en verkoop bureau werd als onderdeel uit het faillissement verkocht, aan een grote Coöperatie die ook in sierteelt bedrijven wilde investeren, en ging Bloembollen bureau Cebeco heten. In ABM bleek 27 miljoen schuld te zitten, ook daar mislukten de pogingen van CNB die er ook nog voor een bedrag in leek te zitten. Hoewel Cebeco Handelsraad, een groot conglomeraat was, en het in en verkoop bureau maar een klein onderdeel, benoemen we het verder als Cebeco.
  43.  We hadden dus aan de concurrenten verkocht en geleverd, en hadden de koopbriefjes en getallen van Steijn doorgekregen maar ook daar bleek niets van te kloppen. Minder als de helft van wat ze aan bollen moesten hebben ontvangen was niet verantwoord. Kennelijk was er ook flink wat niet gefactureerd dus zonder rekening, en leefde de conflictsituatie weer voluit op. Daarna is het dus nooit meer goed gekomen, maar nog flink verhevigd. De daarop volgende seizoenen 1991/92, 1992/93 verliepen dan minder tumultueus. Ondanks al die procedures en zaken die ons hinderden en die kosten genereerden, en de diverse naweeën daarvan werd er weer wat verdiend. De kwekers waarvan we kochten konden winstgevend produceren, wij winstgevend verkopen, onze kopers wisten waar ze aan toe waren, de concurrenten hadden geen goedkoper aanbod, dus het leek er op dat iedereen blij zou zijn. Onze omzet groeide boven de 10 miljoen gulden uit, en alles leek er op dat zaken in de toekomst jaarlijks wat beter zouden gaan.  De winst werd meteen in teeltmateriaal geïnvesteerd,  rust in de markt, en goed de moed erin. Maar helaas, het blijkt dat je vijand nooit slaapt. Het gedoe was nooit helemaal uit de lucht, links en rechts kwam de agressie en de rancune steeds weer aan de oppervlakte, en de Steijn zaak was tijd en geld verslindend, en één grote leugen en bedrog partij. Steeds werd ook nog geprobeerd om door ons gekochte, en voor ons op contract geteelde bollen te ontfutselen, soms kwamen we daar achter, soms hadden we sterke vermoedens, soms vonden we onze eigen bollen bij anderen in de schuur terug. De concurrent betaalde meer dan wij of betaalde zwart, en je hebt dan echt snel de duizendjes verdiend. Toch leek het van lieverlee minder te worden. Klanten of bedrijven die eerst klaagden over de ongeveer verdubbelde prijs, waren er later juist blij mee, want die prijs gold voor iedereen. Zo terugkijkende was dit toch een korte periode, dat het ging zoals het eigenlijk altijd had moeten gaan.
  44.   Soms voel en merk je dat er iets in de lucht zit en je begrijpt niet wat. Men kan ineens anders handelen en reageren dan daarvoor, zonder dat je begrijpt wat er gaande is, totdat je het later stukje bij stukje kan recapituleren en het kwartje valt. Als ik achtergronden ga belichten is het dus mogelijk dat dan pas veel later de puzzel stukjes op de plaats kwamen. Bekend is al dat de baas van CNB erg boos en rancuneus was, en er waren meerdere gevallen bekend dat ze hun macht gebruikten om relaties in het gareel te brengen, nu ze volgens hun reglement transacties kunnen weigeren of zekerheden vragen, en ook kunnen annuleren. Uiteindelijk bleek wel, in latere verwikkelingen, dat ze dit niet zonder goede reden mogen doen, zelf dachten ze van wel, en gebruikten het als pressie middel.
  45.  Doordat die IVB’s (o.a. CNB en Cebeco) dus de geldstromen beheersten en geld inden en Doorstart met hulp van HOBAHO, en faillietverklaring van de oude BV.s zoals in deel twee beschreven.  Zonder de Bleeker strop van enkele tonnen, zou het krediet niet zijn opgezegd en ons de verdere ellende bespaard zijn gebleven.

Dit verhaal is bedoeld als “WAKE UP CALL” voor hen die slapen en dromen, om ze te confronteren met de realiteit, vooral bedoeld voor degenen die bevoegdheden hebben en daarbij verantwoordelijkheidsgevoel en rechtvaardigheidsgevoel, in de hoop (ook wel verwachting) om zaken hersteld en verbeterd te krijgen. Personen en zaken zijn bij de naam genoemd, in sommige gevallen iets terughoudender, maar bij veel verhalen staat aan het begin dat vergelijking met bestaande personen op toeval berust, hier berust het dus op opzet. Daarbij zullen de “Good guys” dit niet problematisch vinden, terwijl het de “Bad Guy’s” niet vrolijk zal maken. Als ze menen en kunnen bewijzen dat er zaken feitelijk onjuist zijn, kunnen ze naar de rechter stappen, we zien wel hoe spannend en interessant dat gaat worden, we zijn daar wel klaar voor.

De vele meningen, beschouwingen, oordelen en conclusies zijn mijn persoonlijke meningen die zoals mij bekend velen met mij delen. Nu de vrijheid van meningsuiting geldt voor iedereen, zijn anderen er vrij in om het met ons oneens te zijn, waarbij wij geïnteresseerd zijn in hun meningen, motivaties, en onderbouwingen bewijsvoeringen.

We hebben in het deel één de voorgeschiedenis beschreven. Die voorgeschiedenis speelt een belangrijke en ook overwegende en beslissende rol bij de zaken die zich voordoen na maart 2003 toen zaken, door een dwaze actie van een semi overheidsinstantie (GUO), die onnodige faillissementen door drukte, een totaal andere wending gekregen.  Zaken gaan over datgene wat er daarna is gebeurd en wat in het tweede deel wordt beschreven. Deel één is in één A viertje samengevat op pagina 90.  De lezer heeft derhalve de keuze dit deel over te slaan.

We proberen ook degenen te bedienen die wél interesse hebben in de feiten en hoofdzaken maar geen tijd of andere reden hebben om het gehele verhaal te lezen. Zeker in dit geval zal het guitbetaalden, hadden ze een sterke rechts, dus machts positie, waar nog weinig mis mee was als die niet werd misbruikt, maar machtsposities worden nu eenmaal vaak wel gebruikt. Door de acties van CNB, en betrokkenheid bij allerlei zaken om ons bedrijf om zeep te brengen, en hun bemoeienis en aanstichten van de ontvreemding, zeg maar grove diefstal bij Steijn waar ze die er toe hadden aangezet om gewoon een officiële CNB transactie te realiseren van bollen ter waarde van ca. fl. 100.000 die ons eigendom waren, dus waarbij Steijn gewoon aangezet werd tot grove diefstal, waar hij zelf overigens voluit aan mee deed, met Venbroek die namens CNB bleef liegen, en zaken verdraaien en modder gooien naar ons, was uiteraard alle zakendoen gestopt met CNB en had Cebeco er een klant bij met pakweg 4 miljoen gulden omzet. CNB had aan ons dus geen verdiensten meer maar ze hadden ook geen grip meer op ons. Geen zaken transacties was ook geen macht en invloed dus directeur Algera had wat dat aanging geheel het nakijken. Met onze relatie met Cebeco ging het verder wel aardig goed, er was wel eens een betaalachterstand, er waren nu eenmaal nog steeds zaken die onnodig geld verslonden, maar dat was na een maand of wat weer bijgesteld. Bij andere klanten kwam dit ook veelvuldig voor, en bespaarde veel gedoe met extra leningen bij de bank. Dit vond ook bij CNB met klanten veelvuldig plaats, en ging daar ook wel eens mis.

  1.  Ik had er al over bericht dat H. Kneppers had geregeld dat ik de z.g. kelklelietransactie snel bij de ABM, later Cebeco had kunnen regelen. Nu we veel zaken deden was het goed om ze op de hoogte te houden en hadden we om de pakweg drie maanden een lunch om bij te praten. Dat ging wel een beetje van twee kanten want zoals al gemeld, hij was met ruzie bij CNB weg, moest daar nog veel geld van ontvangen voor provisie, had ook een belang in ABM genomen waardoor hij flink geld verspeelde, toen ABM in faillissement raakte maar had daardoor een stuk belang in Cebeco die het IVB uit de boedel had gekocht, en ook vertelde hij dat CNB een opzetje had met een garantie stelling waarmee ze het ABM hadden gemeend als concurrent geheel uit te kunnen schakelen, wat evenwel gewoon in de failliete boedel was gekomen, wat ze een kleine miljoen had gekost en zo in vertrouwelijkheid vertelde hij mij nogal wat andere zaken die verder niet van belang zijn.
  2.  Meer omzet was meer teelt en inmiddels werd alle teelt bij z.g. contracttelers ondergebracht. Eerder contracteerden we zogezegd rechtstreeks, maar sommige telers vonden het veiliger om dit via Cebeco te doen, die betaling garandeerde en we deden toen die concessie maar  door alle contracten bij Cebeco onder te brengen. Van sommigen hoefde dat helemaal niet, anderen wilden het juist, Daarbij was het een heel groepje, ca. 20 met de kleintjes erbij, voor Cebeco waren we dus best een grote klant.  Hier zou het sprookje kunnen eindigen met,; “En ze leefden nog lang en gelukkig” maar er is wel enige vergelijk, in sprookjes heb je immers ook de hele goeden en de hele slechten. Inderdaad heb ik meerdere malen gedacht dat ik wel ongeveer alles had meegemaakt wat mogelijk was, terwijl je later dacht dat het net was begonnen.

Als we het over de goeden en de slechten hebben, dan hebben we zeker goede steun gehad van een heel groepje klanten, die gewoon constateerden dat er sprake was van onjuist en onwettig handelen, die ons op zeker moment zeker hebben gered. Ook zijn er een aantal contracttelers geweest die volledig onze kant kozen, maar ook het tegengestelde. In 1989/1990, ontstond er al een soort groepsvorming, rond CNB en Venbroek die dan weer een groep om zich heen kregen die ze beïnvloedden, zo ook de concurrent voornoemd, en wist je nooit wie er achter je rug om negatieve actie voerde. Achteraf is wel gebleken dat in de paar jaar 1991/92/93, dat we zaken konden normaliseren en groei genereren, en we buiten bereik van CNB waren, dat die toch niet stil hadden gezeten.

  1.  Uiteindelijk werd H. Kneppers daarbij de sleutelfiguur, die als good guy, onze kelkleliedeal redde, en later in het kamp van de bad guys raakte. Zoiets is natuurlijk erg vervelend, maar nog vervelender is als dit al een tijd zo is geregeld zonder dat je er weet van hebt. als je achteraf tot ontdekkingen en conclusies komt, dan zit daar al snel een deel giswerk bij, zo ook hier. Het bleek (achteraf) dat CNB en Cebeco een aantal jaren echt grote ruzie hadden over allerlei zaken. Zo had Cebeco alleen verkooprechten van leliesoorten (o.a. Le Reve, en Yellow Giant) en stookte CNB kwekers op om stiekem aan hen te verkopen, en omgekeerde acties van Cebeco naar CNB toe met alle trucjes uit het boek en een aantal er bij bedacht, maar op enig moment begreep men dat dit niets met normaal elkaars concurrenten zijn van doen had. ABM was ontstaan doordat enkele topverkopers uit ontevredenheid zelf waren begonnen (A ugustinus, B ader,  M antel) en daarna dus water en vuur, ze uitschakelen toen het misging slaagde niet en zette nog meer kwaad bloed, maar nu Cebeco een feit was, en niet meer zomaar zou verdwijnen, werd op enig moment besloten om de geschillen maar te bespreken en ieder het zijne te laten verkrijgen.
  2.  Cebeco was onderdeel van een zeer grote organisatie, waar in 1994  in een conglomeraat van allerlei overgenomen bedrijven nog 4500 mensen werkten, maar waar niets werd verdiend (veel bedrijven waren verliesgevend) waar later vrijwel alle bedrijven weer zijn verkocht of verzelfstandigd en er 10 jaar later nog 25 mensen op de loonlijst stonden. maar in 1993, waar we nu zijn aangeland, waren ze nog in de winning mood, ze hadden verschillende bedrijven in de sierteelt en bollensector overgenomen, waarbij een zeker hr. Paulie de groepsvoorzitter was, en zoals het ons jaren later duidelijk werd was hij degene die in gesprek met CNB was gegaan. Dan was er nog een directeur Mulder waar we mee van doen hadden, die daar mogelijk ook bij was, maar die de afspraken dus uit voerde, en die dan weer H. Kneppers de ruimte gaf om plannen te bedenken om de doelen te bereiken. In de hiërarchie was Paulie de koning, Mulder de onderkoning en H. Kneppers de generaal in het veld.
  3.  Wanneer die afspraken zijn gemaakt is onbekend, maar ergens in 1993, en mogelijk ook in meerdere gesprekken over langere tijd. In ieder geval stond de enkele tonnen achterstand van provisie aan Kneppers ook (hoog?) op de agenda. Daarover liepen rechtszaken waarin CNB fictieve schade claims tegen Kneppers inbrachten, en Venbroek uiteraard de advocaat was, maar die mogelijk toch op verliezen stond. Wel behoorlijk zeker is dat CNB (Algera en Venbroek) hebben gesteld dat zij de provisie wilden gaan betalen, uitgangspunt was sowieso om alle rechtszaken (er liepen er meerdere) te stoppen, maar van de zijde van CNB is gesteld dat ze van Cebeco vroegen (als onderdeel van de totale deal) om ons bedrijf ter ziele te brengen, nu CNB geen enkele grip op ons had, en dit voor Cebeco niet zo moeilijk behoefde te zijn, vanwege onze financiële onafhankelijkheid. Van Cebeco zijde is dan, naar wel is gebleken, gezegd dat ze die uitruil wel wilden maken, en wat er verder allemaal gedeald en geweald is, zal nooit met zekerheid bekend worden. Erg veel notulen zullen er ook niet zijn. Zulke zaken zullen ook nog stellig ontkend worden, inmiddels zijn we dus 22 jaar verder.
  4.  Officieel was CNB een coöperatie met leden en een bestuur, en een raad van toezicht. De directie diende dus te gehoorzamen aan het bestuur, maar de praktijk was zo ongeveer omgekeerd. De dominerende directeur was wel twee handen op één buik met de voorzitter van het bestuur, maar de meeste bestuurleden waren met bepaalde zaken gewoon niet bekend. Op enig moment werd een andere directeur in een paleisrevolutie achtige setting er uit gewerkt, een groep leden kwam daar tegen in opstand, maar één voor één bezweken ze voor de druk van handelsbelemmering totdat er één overbleef die financieel zo sterk was en ook zijn rug recht hield, maar niets meer uit kon richten, en die mij dit heeft bevestigd. Dit even om aan te geven dat het af en toe wat rammelde en kraakte. Dan was er de raad van toezicht, die in 1993 vervangen moest worden (volgens de directie), door commissarissen, omdat ze volgens wettelijke regels te veel omzet hadden.  Met de voorzitter van de raad van Toezicht had ik wekelijks contact, en hij had mij al verteld dat hij met de directeur totaal niet overweg kon, en er flinke geschillen waren. Ook meende hij dat de raad van toezicht alleen werd opgeheven om van een lastige en kritische raad van toezicht af te komen. Zelf had de voorzitter een paar leden van de raad van toezicht voorgesteld als commissaris, goede bestuurders, goede vakmensen, eerlijk, kritisch, maar die waren juist uitgesloten. Op 9 maart 1993 was de vergadering tot afschaffing van de raad van toezicht en benoeming van de commissarissen.
  5.  De voorzitter was Dirk Schipper, een exporteur waar ik ook af en toe mee handelde. Die vroeg mij of ik op die vergadering wat kritische vragen wilde stellen daarover.  Ik bleek de enige te zijn die hij kon vragen, natuurlijk mocht ik nee zeggen, het zelf doen ging hem net iets te ver, ook omdat zoiets nogal bijzondere publiciteit op kon leveren. Nu ik hem kende als een recht door zee, eerlijke en consequente vent, had ik maar ingestemd, ik zou dus bij de rondvraag of mogelijk eerder zoiets vragen als, waarom J.v.de Wereld en J. de Keijzer, niet met een bloemetje of zo afscheid namen, waarom ze er helemaal niet aanwezig waren, en of het waar was dat er eigenlijk een soort knallende ruzie gaande was. Ik was geen CNB lid, want dat mocht ik niet worden, maar ik had als vertegenwoordiger van een ander lid een geldige kaart, maar ik werd door de voorzitter aan de deur geweerd. Ik dacht dat ik als een soort klokkenluider me nuttig zou maken, maar heb daarmee zeker nog extra de woede van dhr. Algera op mijn hals gehaald. Of dit er aan bij heeft gedragen dat ze ons bedrijf wilden ruïneren weet ik niet, maar dit zou zomaar zo kunnen zijn.
  6.   Later gaf dhr. Schipper nog wat meer achtergrond informatie. Een directe concurrent van Schipper, met handel in Italië, was in financiële problemen en had 8 miljoen van CNB kwijtgescholden gekregen, en deed daarna weer volop zaken. De commissie van toezicht had een paar jaar pogingen gedaan om de boekhouding op tafel te krijgen, maar dat werd geweigerd. De volgende actie was dus de kritische raad van toezicht wegwerken. Duidelijk was dat mijn bemoeienis niet op prijs was gesteld.
  7.  In sept. 1993 kregen we een geschil met een contractteler, omdat er 50.000 gulden teveel was gefactureerd. Er werden geschatte oppervlakten op een koopbriefje gezet, en daarna zijn de meetgegevens bepalend, en hier bleek dat ineens anders en ging men van de ongemeten oppervlakte uit. Dat was het eerste begin van allerlei onnavolgbaar gedoe. Begin januari 1994  betrok Cebeco een nieuw gebouw, met een feestje. Directeur Mulder reageerde opmerkelijk vreemd op ons, pas later dus te verklaren als de eerste signalen dat er al zaken gaande waren en naar dus later bleek, al tevoren bekokstoofd. Toen nog te weinig om er van uit te gaan dat de relatie niet meer normaal was te noemen. Ik had een bedrijfsplan gemaakt, en daarin de planning en visie beschreven, terug en vooruit gekeken en ook een overzicht gemaakt van de belangrijke en niet of minder belangrijke soorten lelies die we verhandelden. In februari 1994 had ik een kopie aan Kneppers gegeven, die verder normaal deed terwijl naar later bleek, ze nog niet wisten hoe, maar wel dat ze ons uit de mark zouden gaan werken. In maart konden we een deel van onze rekening niet betalen, en gemeld dat dit in mei zou komen. Andere jaren was dit geen probleem en nu kwamen er ineens grote problemen. Achteraf hoopte men dat we in mei niet alles konden betalen, waarna het pik ik heb je zou zijn, maar we betaalden wel dus plan 1 mislukt.
  8.  In maart zouden de contracten van de contractteelt worden geschreven. Cebeco wilde daar ineens een extra zekerheid voor, wat ze kraamcontracten noemden, wat een soort tweede hypotheek zou zijn. De bank had z.g. pandrecht op de kraam maar dit zou ze executierecht kunnen geven zoals bij een hypotheek. Wij weigerden dit, waarna Cebeco de contracten niet in orde wilde maken, wat natuurlijk een heel negatief signaal was naar onze contracttelers. Toen kregen we een briefje of we even voor 4 miljoen bankgarantie af wilden geven. Bankgaranties werden sowieso nooit afgegeven, en Cebeco wist dat we dit niet konden, en daarna werd het een schaakspel. We hadden de opdracht voor de contractteelt aan Cebeco gegeven, maar die trokken we schriftelijk in. Daarna had Cebeco dus geen opdracht meer, en wij schreven de contracttelers dat vanwege verschillen van inzicht er niet middels Cebeco gecontracteerd zou gaan worden, maar rechtstreeks. Inmiddels waren de bollen wel al geplant. Allerlei gedoe dus en ook zorgende voor veel onrust, bij de contracttelers, en onbegrip bij hen maar ook bij ons. We wisten immers niets van het vooropgezette plan, afgesproken met CNB.  
  9.  Naar dus ook pas ruim een half jaar later bleek had Cebeco in mei 1994 al alle al eerder ingekochte kelklelies van ons aan de voornoemde concurrent verkocht. Dit dus terwijl die eerder door Cebeco aan ons waren verkocht en die overeenkomsten dus nog intact waren. De verkopers zelf wisten daarbij niet dat die bollen doorverkocht waren. Ook een aantal andere soorten waren gekocht. De soorten die als niet goed en interessant waren aangemerkt in het bedrijfsplan waren dan weer niet doorverkocht. De markt was ingezakt, die bollen konden ze dus goedkoper krijgen.  Nogmaals, voor ons was dit geheim en ook iets wat eigenlijk niet voor te stellen is. Duidelijk was dus achteraf dat ze van plan waren om onze aankopen te gaan annuleren, nu er in hun reglement stond dat ze dit mochten, maar het zou toch wel de normale volgorde zijn geweest als ze eerst die aankoopcontracten annuleerden en ze later dus pas aan de concurrent doorverkochten.
  10.   Met de contractteler in de NOP waar het eerste geschil mee ontstond werd de zaak toen al grimmiger. Cebeco weigerde de rekening te corrigeren onder allerlei voorwendselen. Ook veel later bleek dat Kneppers in september 1993 al tegen hem had gezegd dat ze het bedrijf van ons om zeep gingen brengen, maar als hij hun instructies goed op zou volgen dan zouden de bollen gratis in eigendom in zijn bezit gaan komen. Een extra bevestiging dus dat en van een groot en agressief complot sprake was. Inmiddels hadden wij schriftelijk de opdracht ingetrokken met redenen omkleed, de contracttelers geïnformeerd, en zoals bij een schaakspel was Cebeco weer aan zet. Zonder enige verdere communicatie kregen we, als ik het goed herinner ca. 20 mei alle uitgeschreven contracten, alsnog opgestuurd, wij weer aan zet. Na ze te hebben gekopieerd hebben we ze in een grote enveloppe gedaan, met een begeleidende brief, dat de opdracht (aangetekend) was ingetrokken en de contracten niet werden geaccepteerd. Cebeco aan zet. De reactie kwam al een paar dagen later, met een brief dat zij ons een boete oplegden vanwege het annuleren van de contracten. Daardoor leden ze 5 % provisieschade, en volgens hun reglement konden ze ook 10 % annuleringskosten + 6 % BTW  zijnde totaal fl. 265.000 aan ons in rekening brengen, en a.u.b. binnen twee weken betalen, en de klok loopt voor de volgende zet van ons. Wij schreven dan terug dat het ze kennelijk was ontgaan dat de opdracht was ingetrokken, nadat ze zelf ongebruikelijk en onredelijke extra condities en eisen hadden gesteld dus dat van annuleren geen sprake was, men kan immers geen contract annuleren zonder dat er een opdracht is.
  11.   De contracttelers hadden dan wel contact met Cebeco, vooral met  de tussenpersoon E. Vriend die de contracten schreef en ook wel met Kneppers. dienaangaande werd er een bijeenkomst belegd, Kneppers en directeur Mulder kwamen naar Andijk, en vergaderden bij een contractteler in de huiskamer. Mulder kwam daarbij met een bak bagger over ons, we zouden nooit op tijd betalen, en dat waren ze zat, en het was risicovol zakendoen met ons, dus zij kwamen, goed als ze waren, de contracttelers waarschuwen. Het verzoek om met elkaar om tafel te gaan zoals de contracttelers opperden, werd bot afgewezen, ze adviseerden ten stelligste om met ons te breken. Op zich hadden ze natuurlijk niets meer met ons en de contracttelers van doen, maar ze manifesteerden zich als bezorgd voor de arme contracttelers. Op de vraag of er ook betaalachterstanden waren werd gezegd dat ze voor drie ton direct zouden kunnen incasseren. Door mij geïnformeerd zijnde vroeg er een of dit de opgelegde boete betrof en het geschil over de 50.000 gulden met de teler in de NOP. Men moeite werd dit bevestigd. Op de vraag of de (ongeldige) boete niet werd ingetrokken en of die wel geldig was werd geen antwoord gegeven. Daarna kwam er een fase van enige rust. De inkopen waren gedaan, onze verkopen in volle gang, en de bollen bij de contracttelers stonden op het land te groeien.
  12.  Inmiddels had mr. van Meel (onze advocaat voornoemd) er ook al allerlei bemoeienis mee gehad, en kwam Cebeco met advocaat Wolf op de proppen, van het kantoor Barendsz en Kranz, het kantoor waar toen ook Duijsens toe behoorde waar we in later stadium nog veel van gaan horen. Echte procedures waren er nog niet uit voortgekomen, maar wel correspondentie over en weer, waarbij partijen zich als het ware aan het ingraven waren.   
  13. Erg lang duurde die fase van relatieve rust dan ook weer niet. Cebeco had onze concurrent de bollen toegezegd, alle kelklelies, die van de aankoop, maar ook van  contractteelt. Nu we die contractopdracht ingetrokken hadden, hadden ze met die contracttelers als partij niets meer van doen. Ze hadden er gewoon niets mee te maken. Hoe ze van plan waren geweest om het te spelen was ook niet bekend, maar dat was ook niet aan de orde. op enig moment kreeg ik een telefoontje van Kneppers met een sommatie om te komen praten bij hen op kantoor. Ik stelde dat ik niets te bepraten had, ik verbood ze niet om bij mij langs te komen, maar begreep direct dat ze me dictaten of ultimatums wilden gaan stellen, ook al begreep ik toen nog niet waarom ze zo vijandig waren geworden en gemene zaak met CNB maakten. Later werd mij wel bekend hoe de afspraken waren gemaakt. De concurrenten huurden accommodatie en diensten van CNB, wat een behoorlijk bedrag beliep, dat zou CNB binnenhalen en Cebeco zou de in en verkoop voor hen gaan doen, in ieder geval voor de handel die ze dus alleen nog even moesten ritselen, ofwel onder onze handen vandaan stelen. CNB zou er dus ook flink beter van worden en Cebeco zou dezelfde omzet maken, als bij ons, maar nu met onze concurrenten.
  14.  Op enig moment, ik denk eind juni, hoorde ik van contracttelers dat ze werden bezocht door Kneppers en Vriend. Die stelden dat onze financiële toestand erg slecht was, dat zij zich om hen bekommerden, en voorstelden om middels een rechtszaak (die Venbroek) zou voeren, dat het mogelijk zou zijn, nu ze de bollen bij hen in de grond hadden staan, door zogenaamd retentierecht, legaal in hun eigen bezit te verkrijgen, en ze konden ze dan ook meteen doorverkopen.  De ratten waren dus uit hun holen gekropen.  Sprake was van ca. twintig contracttelers, meerdere met kleinere oppervlakten, en een aantal veel groter. Ook waren er die zowel op contract teelden, en ook eigen teelt aan ons hadden verkocht. Daarbij waren er een paar, die eigenlijk een beetje tegen heug en meug met ons handelden, maar ook waar we al jaren een goede en eigenlijk ook vriendschappelijk relatie mee hadden. Natuurlijk konden Kneppers & co. ook niet zo goed meer terug want de concurrent zat ze op de nek, met de vraag wanneer ze de beloofde contracten kregen, een gemakkelijke weg terug was er dus eigenlijk niet meer, maar dat was mij toen niet bekend. In feite beschikten de concurrenten over geen enkele trompetlelie maar we ontdekten dat ze ze wel in de markt verkochten, met verkoopprijzen lager dan de onze.
  15.  Dit schrijvende beleef ik alles wel weer zo ongeveer. Kneppers was bij een kweker geweest, ik ging er naar toe, toen ik er van hoorde en raakte in een grote en lange discussie. Er zou toch wel wat van waar zijn dat we financieel fout zaten, men zei zoiets toch niet zomaar. Ze hadden er wel niets mee te maken, maar waarschuwden hun toch. Die rechtszaak vonden ze ook wel vreemd, dit kostte me ongeveer de gehele middag zonder ze te overtuigen dus dat ging niet werken. in een algemeen gestelde brief waarschuwde ik alle kwekers dus, dat ze de afspraken met ons na dienden te komen en dat we dit anders in rechte zouden eisen. Kneppers en co, namen er gewoon zo ongeveer een paar weken voor en gingen van de een naar de ander. Lang niet iedereen informeerde ons, dat ze bezoek hadden gehad, en tekenden voor de rechtszaak. Hun bollen (bijna) gratis verkrijgen, ook al was het gewoon diefstal, daar waren een aantal wel voor in, maar na de brief van mij belden ze dan Cebeco die weer zei dat ze zich niet door mij moesten laten beïnvloeden, en ik stuurde er nog maar een brief achteraan.
  16.  Ik had al jaren een relatie met J. Tijms in Heemskerk, wat inkoop en wat contractteelt, altijd zonder tussenkomst van een IVB maar de laatste paar jaar wel omdat we dat standaard waren gaan doen. Die wist wat er gaande was, Kneppers belde Tijms dat hij langs zou komen om de problemen die er met ons zouden zijn, te bespreken, en zeg maar van meteen ook hun oplossing. Tijms stelde dat hij geen problemen had, Kneppers dacht van wel, en van dit en van dat, en Tijms vroeg wat hij met zijn handel met ons van doen had, maar Kneppers zei dat ze het belang van de telers voor ogen hadden, en Tijms zei dat hij de dam niet op kwam, en hem anders voor huisvredebreuk door de politie zou laten verwijderen. Dat was eigenlijk de eerste dreun voor Kneppers. Dan was ik bij C. Schut in Akersloot geweest, had zaken uitgelegd, en met hem ook een langere en goede relatie, dezelfde middag kwam Kneppers. Iets minder resoluut maar duidelijk genoeg heeft die Kneppers ook duidelijk gemaakt dat hij geen probleem met ons had en aan dieverij niet mee ging doen. Dat was twee. Toch bleken uiteindelijk 10 van de twintig voor de op te zetten rechtszaak te hebben getekend, naar later bleek.
  17.  Van Meel (onze advocaat) vond het ook onbegrijpelijk en onnavolgbaar. In overleg met elkaar stelde ik dat alles er op leek dat ze vanuit Cebeco aanstuurden op een annulering van de koopcontracten, de interactie met de kwekers was volop gaande. Zonder mijn weten is van Meel onaangekondigd bij Cebeco naar binnen gestapt om met directeur Mulder in gesprek te gaan, althans wat daar voor door ging. Mulder gaf niets bloot van wat ze van plan waren, gaf geen reactie op hun opjutterij van de contracttelers, en gaf zeker niet aan dat ze samen een oplossing voor de vermeende problemen konden bedenken. Toen van Meel mij daar kennis van liet nemen, had ik de stellige indruk dat een annulerings actie nabij was. op het moment dat van Meel met Mulder sprak lagen de brieven voor de annulatie al klaar.
  18.   Er bestond ook nog een vrij klein in en verkoop bureau, Bader bemiddeling. Bader was de B van ABM  die na wat onenigheid voor zich zelf door was gegaan. ik deed daar wel wat handel mee, en hun kredietverzekering gaf een ruime dekking op ons. Zonder zekerheid of er nu echt op annuleren werd aangestuurd, en of ze na het bezoek van van Meel, die ze voor de gevolgen had gewaarschuwd, er nog het lef voor zouden hebben, heb ik hun vertegenwoordiger J. Burger benaderd. Die had samen met broers een grote kwekerij gehad, een voorbeeldbedrijf, totdat het op de fles ging, en was nu een jaar of wat bij Bader in dienst. Ik heb hem bijgepraat, en gevraagd of hij alle aankoopcontracten precies zoals ze door Cebeco waren opgesteld, op hun papier over wilde schrijven, met alleen de toevoeging, dit contract komt in plaats van het Cebeco contract in geval van annulatie door Cebeco.
  19.   Hij was daar dus een heel tijdje in het weekeinde aan zoet geweest, en stond maandag ochtend op de stoep waarna we ze samen rondbrachten op een paar na die niet in de buurt waren. Dit was op 2 augustus 1994.  Dit verraste uiteraard alle kwekers en gaf dus ook weer verschillende reacties, maar  de meesten accepteerden het, maar een aantal belden Cebeco, wat ze daar mee aan moesten. Die adviseerden om het niet te accepteren. Op dat moment hadden ze net de annuleringsbrieven verzonden want die ontvingen we de morgen daarop, op 3 augustus 1994.  Voor de duidelijkheid, dit betrof alleen de bollen die al in veel eerder stadium waren aangekocht, wat helemaal los stond van de contractteelt en contracttelers. Ook op 3 augustus 1994 kregen de kwekers van Cebeco een zelfde contract, maar dan te leveren aan de concurrent voornoemd, met dien verstande dat de minder interessante inkopen daar niet onder vielen. Die liet Cebeco gewoon vervallen.
  20.  Het had dus nog steeds alles weg  van een spelletje schaak, met onverwachte zetten van beide zijden. Ook voor dat weekend, op een geheime plaats in Medemblik was Venbroek naar het hoge noorden gekomen om met degenen die hadden getekend ze toch nog aan te zetten, en ook verder te instrueren voor de diefstal rechtszaak. Wij werden door iemand ingeseind, er waren er nog 4 of 5 die daar naar toe zijn gegeaan.  Die hadden er niet het goede gevoel bij. Uiteindelijk hebben op 4 augustus 1994, de 10 die hadden getekend allemaal hun handtekening terug getrokken. Jammer voor Cebeco na al die moeite en inspanning, en weken werk, stonden ze toch met lege handen. Cebeco weer aan zet. Drie kwekers kregen ze toch weer om, niet voor een rechtszaak, die is er nooit gekomen,  maar om de bollen aan de concurrent te gaan leveren. Twee waren ook contracttelers, die net hun handtekening terug hadden getrokken. De methode van Kneppers was eenvoudig, hij benaderde niet de kweker zelf, maar hun vrouwen en stelde dat, als ze met ons door zouden blijven handelen, dan zou Cebeco er voor gaan zorgen dat ze binnen een jaar op de fles zouden gaan. Een IVB was nu eenmaal erg machtig. Als ze echter hun instructies op zouden volgen dan zouden ze onze bollen vrij verkrijgen, en zou het goed met hun blijven gaan. Zo ongeveer van, als je niet gelooft kom je in de hel, en als je gelooft kom je in de hemel. Dreigen en beloven.
  21.  De actie van annuleren was goed getimed en zeer doordacht gekozen. Begin augustus begon wat we noemden de vroege levering. Lelies worden in het voorjaar verkocht, maar wij hadden een programma op gezet om ook in de herfst, gelijk met tulpen enz. te kunnen leveren wat goed liep en ca, ruim 1/3 van de hele omzet betrof. we wilden niet te vroeg rooien, maar zaten aan strenge deadlines van leveren vast. De opzet en timing was dus om de gehele levering volledig in de soep te laten lopen, de klanten zouden klem zitten en gedwongen naar de concurrent moeten. Doordat de Bader briefjes door de meesten werden geaccepteerd, en anderen niet meer aan de dieverij mee wilden doen slaagden we er toch in om te leveren, weer een zet gedaan, nog steeds niet schaakmat. Vriend liep nog bij sommigen het land op, om ze tot andere gedachten te brengen, maar trof inmiddels vijandige kwekers aan tegen hem en Cebeco, dus gaf dat snel op.
  22.   Een aantal klanten hadden inmiddels allerlei verhalen vernomen, sommigen van mijzelf, anderen van de zaken die zich rondspraken. op initiatief van één van hen, maar direct gesteund door een aantal anderen, hebben ze zichzelf uitgenodigd bij Cebeco directeur dhr. Mulder. Nu zijn lelies maar een klein deel van het totaalpakken van een exporteur, en betrof dit grote en vooraanstaande exporteurs, dus die kon Mulder niet weigeren. Of Mulder uit wilde leggen waar ze mee bezig waren, en of ze er bij bedachten dat zij, dus ook de Cebeco klanten, behoorlijke schade op konden lopen als ze door de acties van Cebeco niet geleverd zouden krijgen. Volgens Mulder was de financiële toestand bij ons onhoudbaar, ze hadden een gesprek gehad met de bank van Groot en die vonden dit ook, die meneer van de bank zou nog een aparte opmerking hebben gemaakt die we later nog gaan vermelden, dus ze vonden het als Cebeco allemaal gerechtvaardigd. De klanten bekritiseerden dit en hadden vragen waarop ze nagenoeg geen antwoord kregen. Mulder benadrukte dat er geen probleem voor de klanten zou zijn, zij, dus Cebeco, kon en zou er voor zorgen dat ze hun bollen wel, en op tijd enz. zouden verkrijgen. Als ze direct kenbaar maakten wat ze nodig waren dan stelde hij dat meteen in werking. Dit vond plaats binnen een week na de annulatie maar we waren al volop aan het uitleveren, het ging met kunst en vliegwerk, een aantal kwekers zaten nog onder de Cebeco controle en wilden wel aan de concurrent leveren, ze hadden immers nu twee contracten, maar durfden niet. Er waren er net genoeg om geleverd te krijgen wat nodig was.
  23.  Twee rechtszaken kwamen daar uit voort, van de ene weet ik de datum niet meer, maar dit was ca. half september. Zoals gesteld, drie kwekers waarvan 2 ook contracttelers, had Cebeco onder controle weten te houden. Die waren ook zeer vijandig tegen ons geworden, en werden nog constant bewerkt door Vriend en de concurrent. Die zaak werd door Cebeco aangekaart, althans die begeleidde en coatste de kwekers, en Venbroek was de advocaat van Koster, Sijm en Bakker.  In het geding was ca. ruim 1/4 van het kelklelietotaal, en ruim voldoende om de markt behoorlijk te ontregelen, vooral in de grimmige situatie zoals die was. Dit vond plaats voor het scheidsgerecht, een arbitragecommissie met bindende uitspraken. Daarin hebben 3  kwekers en 3 handelaren zitting, met een kantonrechter als voorzitter.
  24.   De tegenpartij kwam nogal zelfverzekerd over, volgens Venbroek zouden ze gemakkelijk gelijk gaan krijgen. Nu de relatie zo verstoord was, en ze in hun beleven zoveel hadden moeten doorstaan, wilden ze graag van ons af. Vijf jaar daarvoor waren deze kwekers ook niet erg pro voor ons, maar hadden we wel hun teelt gered door de prijzenoorlog te stoppen, maar een mens vergeet snel. De vrouwen van twee (een was vrijgezel) waren prominent aanwezig, ook al erg joviaal met Venbroek, een van hen flirtte eigenlijk zo ongeveer openlijk met Venbroek. Waar het in de hoofdzaak om ging was, hoe nu zo een overeenkomst in elkaar stak. In feite bemiddelde een IVB zoals Cebeco alleen, net als een makelaar, dus tussen twee partijen, maar ze namen wel het financiële risico op zich, maar waren ze daardoor ook partij van de overeenkomst?. Dan hadden ze in hun reglement staan dat ze de vrijheid hadden om overeenkomsten te ontbinden. Niet duidelijk stond daar in of ze dit willekeurig, en te pas en te onpas toe mochten passen. De uitkomst was dat voor annuleren zeker een goede reden diende te zijn, en dat het alleen kon als duidelijk is dat er financieel onvermogen is. Nu Cebeco dit niet aan kon tonen, en nu de overeenkomsten wel door Bader waren overgenomen, werd de annulatie als onjuist en onrechtmatig bepaald, en werden de kwekers dus gesommeerd om hun eerder gemaakte afspraken na te komen.
  25.   Dit werd dus gewonnen en maakte de weg ook vrij om Cebeco aan te gaan spreken voor de geleden schade. De kwekers waren erg boos op iedereen, de afspraak dat we ieder jaar recht van eerste koop zouden hebben kwamen ze niet na, daarna zijn ze nog jaren vervelende concurrenten in de markt geweest, de flirtende vrouw van de ene kweker nam binnen een half jaar de benen, dat zou ook nog een beetje onze schuld zijn. Onderhuids gingen zaken dus als een veenbrand door, en bezorgden ons dus nog vele jaren schade, kosten en omzetverlies. Meerdere rechtszaken waren nog gaande, zoals die van Steijn, en de kweker in de NOP. Later volgden er meer zaken. Problemen met klanten en leveranciers losten we op maar als er een probleem ontstond, waar de tegenpartij  juridisch advies vroeg bv. bij Venbroek, dan was het bingo. Die kweker werd er dat toe aangezet om juist geen oplossing te zoeken, maar een rechtszaak aan te gaan en ons zoveel mogelijk schade te berokkenen. Dit altijd in het nadeel van de kweker.  Als we bij de zogezegde Bleeker zaak aankomen zien we daar het sterkste voorbeeld van, maar zeker een vijftal zaken ging dit voor. Aan die zaken geven we geen verdere aandacht, ook niet aan veel details, en details en anekdotes. Vooruitlopende, de concurrent bestond uit twee broers, die wisten eerst dus weer een stuk markt terug te veroveren dankzij de kwekers die zich tegen ons hadden gekeerd, en gemaakte afspraken niet nakwamen, onder druk van Cebeco, Venbroek en op de achtergrond CNB. Op enig moment gingen de broers met ruzie, uit elkaar, en nog weer later werd het bedrijf verkocht, omdat het steeds minder goed ging. Cebeco had zich ook met ons en anderen zo in de nesten gewerkt dat ze het bedrijf, gedicteerd vanuit de grote organisatie, aan een paar medewerkers verkochten die een beleggings piramide met tulpenbollen hebben opgezet. Dit speelde ongeveer rond of direct na de eeuwwisseling, de Novacap affaire. Daar werd voor ruim 100 miljoen beleggersgeld in verspeeld, ze gingen eind 2003 failliet. Natuurlijk gaf dit wat publiciteit maar veel minder als bv. het Palmeiland en andere beleggingsfraudes en piramide spelen, van minder omvang. Op internet kan men bv. Novacap Tulpenfraude goochelen om nog wat interessant leeswerk te verkrijgen. Maar we gaan eerst nog weer even een kleine 10 jaar terug in de tijd. In ander verband zullen we hier nog op terug komen.
  26.  Al deze zaken hebben uiteindelijk wel van doen met de zaak waar we later aan toe komen en waar het om gaat. Deze paar uur leeswerk behoeft niet per sé als saai over te komen, maar het gaat er vooral om, om het goede begrip te krijgen en aan te geven dat agressie en rancune, en ook jalousie en misgunning nooit stoppen. Wie zien momenteel de televisie spot over huiselijk geweld, met “Het houdt niet op”. Dat pesterij nooit ophoudt hebben wij dus ook ervaren, en de maatschappij heeft er geen antwoord op en gaat dat antwoord ook niet krijgen. Zoals we zaken hebben beschreven, gebeuren die niet in normale zakelijke omstandigheden en is sprake van zaken die strafrechtelijk bestreden zouden moeten worden, maar men noemt het civiele zaken, en de dieven en leugenaars hebben niets te vrezen en gaan door. Geen straf voor Kneppers en consorten. Daar gaan we nog meer van vernemen.
  27.   Van de tweede rechtszaak weet ik de datum nog precies, want dat was op de dag dat mijn vrouw vijftig werd. 28 september 1994. We hadden een kort geding ingesteld om onze naam gezuiverd te krijgen. We eisten dat Cebeco in het orgaan / vakblad van de bloembollencultuur een rectificatie zou plaatsen dat ze ten onrechte ons bedrijf als bijna failliet had aangemerkt, en een schriftelijk rectificatie aan de desbetreffende relaties. Dit vond plaats in Den Haag, mr. Wolf voor Cebeco en mr. van Meel voor ons. Cebeco probeerde het er nog weer aan met allerlei leugens en bagger over ons, maar de kort geding rechter was een mr. Punt die heel snel door had hoe het zat, de juiste vragen stelde, en ons volledig in het gelijk stelde. Als Cebeco niet aan de uitspraak voldeed  zou ze 10.000 gulden per week aan dwangsom verbeuren. Compliment voor rechter Punt. Rechtspraak zoals die behoort te zijn. Ook in het vervolgtraject van pakweg drie jaar hebben we geen kritiek op het rechtsgebeuren, in de context zoals we die verderop in dit geschrift, sterk en stellig zullen gaan uiten.
  28.  Die diverse uitspraken, ook in Hoger Beroep enz. in dit beschreven Cebeco gebeuren waren alle uitspraken duidelijk, navolgbaar en correct. Dit neemt niet weg dat ook wanneer het recht als zodanig wel (in onze opinie) op juiste wijze wordt uitgevoerd, dat het geen werkbare en efficiënte aangelegenheden zijn. (wat eigenlijk ook iedereen weet). Het zijn langdurige aangelegenheden, een paar jaar is vaak niets, en de pogingen om zaken te versnellen, hebben maar beperkt effect. Als iemand zijn recht zoekt en uiteindelijk verkrijgt, kan diegene al eerder ten onder zijn gegaan. Dan lopen veel mensen stuk op de kosten, die heel snel de pan uitrijzen. Terwijl onze overheid een strijd voert om de zorgkosten in te dammen, doet ze op dit terrein niets, terwijl de kosten veel lager zouden moeten kunnen. Ook “no cure no pay” zou in veel gevallen uitkomst kunnen bieden. Vooral waar de grote en elite partijen de degens kruisen met de kleinere underdog partijen, dan is er ook vaak sprake van het uitputten van de tegenstander, wie houdt het het langste vol. Dan dienen de bewijzen doorslaggevend te zijn. die dienen op correcte wijze beoordeeld te worden, maar de tegenpartij heeft doorgaans geen moraliteit of scrupules, dus iedere stap moet met bewijs etc. bevochten worden. Vooral als getuigen de doorslag moeten geven zijn getuigenverhoren ook zeer kostbaar (veel advocaten uren) en zeer tijdrovend. Al die zaken zullen wel iets te verbeteren zijn, maar ook weer niet gemakkelijk en eenvoudig. Alles wordt natuurlijk anders als de rechters partijdig of corrupt zijn, of gewoon heel ongeïnteresseerd en slordig. Niet naar bewijzen kijken en op basis van ongefundeerde aannames vonnissen vellen was 20 jaar geleden bij ons onbekend dat dit ook mogelijk zou zijn, nu weten we beter.
  29.  De pagina vullende rectificatie was spraakmakend en voelde voor ons goed en voor Cebeco natuurlijk minder goed. Ze rectificeerde ook de kwekers, maar niet de groep exporteurs die Directeur Mulder hadden bezocht. Wij stelden dat wij Cebeco schade aansprakelijk stelden voor alle opgelopen schade, relatieschade, reputatie schade, verlies van omzet, en kosten. Cebeco maakte meteen weer een grote fout. Natuurlijk had ze direct moeten erkennen dat ze de handelaren waren vergeten. Natuurlijk waren ze dat niet, het is natuurlijk moeilijk om je grootste klanten een berichtje te sturen dat je eigenlijk de zaak bedonderd en onrechtmatig handels. Naar de kwekers toe, ala, die wisten het toch al, maar die handelaren waren dus bewust vergeten. In de rechtszaak die volgde ontkende Cebeco datgene wat was gezegd. Daartoe werden de exporteurs onder ede verhoord, waarin ze verklaarden dat Cebeco ons wel financieel onvermogend had genoemd, maar Cebeco ontkende bij hoog en laag, ook middels Kneppers die ook bij het gesprek aanwezig was geweest. Nu was er eerder een gesprek geweest met Mulder en onze bankier, zonder dat we daar kennis van hadden. Volgens de bewering van Mulder had de vertegenwoordiger van de Bank ook zijn twijfel geuit over ons en ons een kamikaze piloot genoemd. Op mijn latere vraag bevestigden ze bij de Bank dat dat woord was gebezigd, maar in een geheel ander context en meer algemeen bedoeld. Wat er precies van was en in werkelijkheid is gezegd gaan we nooit meer weten. Van belang was dat Mulder tegenover de exporteurs had gesteld dat ook onze eigen bankier zich negatief over ons had uitgelaten en ons een kamikaze poloot had genoemd.
  30.  In het getuigenverhoor onder ede herinnerde een Handelaar zich dit nog in die context. Bij de volgende getuige viste de rechtbankpresident er naar of er bij die bijeenkomst nog een speciaal woord was gevallen en twee anderen herinnerden zich dit woord als zijnde gebezigd. Daarmee vond de rechtbank wel vaststaan dat Mulder zich in zeer negatieve zin over onze financiële positie had geuit, en stelde dat daardoor dwangsommen waren verbeurd. Die waren opgelopen tot 1,88. miljoen gulden totdat de rechtbank stelde dat ze daar de stop neerzetten. Daarmee lag Cebeco toch behoorlijk klemvast op de mat. Al hadden ze direct gezegd dat ze het zonder opzet hadden vergeten, dan was het wel losgelopen en ook weer veel kosten en moeite bespaard.  In een opvolgende sessie voor de schadeclaim werd vastgesteld dat Cebeco niet had voldaan aan het kort geding vonnis, maar dus ook dat de dwangsommen op dat punt werden gestopt. Als Cebeco de overeenkomsten niet had geannuleerd, zouden we ze wel op schade hebben aangesproken, maar bv. voor 50.000 gulden geschikt. Toen ze die 50.000 wilden betalen was er meer dan een half miljoen aan de orde, en toen ze daartoe bereid zouden zijn, was het bedrag weer sterk verder opgelopen.
  31.  Zaken waren lange tijd nog erg grimmig, en alles wat men van Cebeco uit, nog wist te bedenken om ons het leven zuur te maken werd bedacht en dat was nog best heel veel. Kneppers was daarvan duidelijk de architect en uitvoerder, maar aangestuurd van bovenaf. Vriend zou het vanuit zichzelf nooit zijn aangegaan, ik heb hem nog een keer gebeld en gevraagd waar hij mee bezig was. “Ik moet ook eten”, was zijn reactie, hij volgde dus slaafs de opdrachten voor geld. Kneppers had dan zijn eigen belang en die had A gezegd, dus B volgde en wat toen duidelijk werd, maar later nog veel meer, was dat er van enig moreel beletsel bij hem geen sprake was. Indirect kwamen we heb jaren later nog weer tegen. Eind 1994 leek het er op dat ze me persoonlijk nog zoveel plaagstoten en gedoe probeerden te bezorgen, vooral door op iedere denkbare manier stoken in de relatiesferen, kennelijk in de hoop dat ik het psychisch en moreel af zou gaan leggen, en het was toen al vrijwel een jaar gaande en zeer intensief, en heel veel extra werk terwijl ik de verkoop en het hele bedrijf gaande moest houden, en steeds weer beschuldigingen bestrijden en ontzenuwen, en branden en brandjes blussen. Cebeco had een vertegenwoordiger, een topverkoper, later overigens de hoofdpersoon in het Novacap beleggings schandaal, die van een aantal grote klanten de boodschap kreeg dat ze geen zaken meer met Cebeco wilden doen, o.a. de Ree, en Frijlink. Die vertegenwoordiger heeft zijn directeur en Kneppers toen goed de wacht aangezegd, waarmee de pesterij meteen ophield.
  32.  Ik heb het al over dhr. Paulie gehad die in het Cebeco conglomeraat boven Mulder en Kneppers stond, en ook dat ik meende dat hij zaken met CNB had afgetikt, maar ca. april 1995 kende ik hem niet eens en had geen enkel vermoeden van zijn voorgaande betrokkenheid. Die meldde zich, nadat Cebeco een hoger beroep had verloren en de schadezaak en getuigenverhoren in gang waren. Exacte tijd en wat exact gaande was weet ik niet meer. Het kan ook een paar maanden later zijn geweest. Wat ik me goed herinner was hoe er van alles aan elkaar vast werd gelogen door advocaat Wolf, en ook door o.a. Kneppers onder ede alles bij elkaar loog en de waarheid verdraaide. Van Meel en ikzelf hadden het er druk mee, maar het rechtssysteem werkte, aan waarheidsvinding gedaan, en op basis van bewijzen geoordeeld. Daarbij hadden we een reeks verklaringen, van telers, vooral een aantal zeer waardevolle van contracttelers, en ook van klanten die hun diefstal en bedrog duidelijk blootlegden. We waren overtuigd van ons gelijk en twijfelden er ook niet aan dat er geen recht zou worden gedaan. Hoe anders zijn zaken, nu we 20 jaar verder zijn.
  33.   Paulie stelde dat hij van (bloembollen in en verkoop bureau) Cebeco had gehoord dat er problemen waren en opperde het voorstel om te bezien of er in overleg tot een oplossing zou kunnen worden gekomen.  Eigenlijk hunkerden we naar een einde. Als we tot een vergelijk zouden komen zou ik natuurlijk maar een deel van de schade binnenhalen, maar zaken hadden al zoveel gekost en het bedrijf ondermijnd dat ik klem begon te raken, en ook mijn bankier werd ongeduldig. Met mij waren ze het er mee eens geweest, dat ik onrechtmatig was gepakt, en stonden ze aan mijn kant, maar nu dit zich vertaalde in veel schade en teruggang stelden ze dat ze met slechte cijfers natuurlijk niet lang uit de weg konden. Paulie kwam dus met zijn dure auto en dure pak, naar ons toe, en we ontvingen hem in ons nederige kantoortje. Joviaal, aardig, vriendelijk. Hij deed het in het begin voorkomen dat hij wel een en ander had gehoord maar lang niet alles wist, en liet ons dus praten. Natuurlijk wist hij helemaal van de hoed en de rand en ook dat het behoorlijk mis aan het gaan was, voor hen. Hij dacht dat we maar moesten proberen om er met elkaar uit te komen, en eigenlijk dan ook maar zonder advocaten, die hadden genoeg gekost, en hij dacht ook dat ze best wel fouten hadden gemaakt, en wat Mea Culpo gedoe, en het was belangrijk dat we met elkaar hadden gesproken, nu had hij  een goed beeld van de zaak gekregen.
  34.   Hij zou nog wat nadenken om het goed en eerlijk op de rit te zetten, en met een goed voorstel te komen. Dit gaf mij, in mijn naïviteit, en vooral in de gretigheid om zaken tot een relatief goed einde te krijgen, een goed gevoel. Ik dacht dat er kennelijk toch nog goede en eerlijke mensen bij Cebeco waren, maar verwonderde me wel dat Paulie, toch de directe baas en toezichthouder van Cebeco en Mulder,  dat het allemaal had kunnen gebeuren buiten hem om, en dat hij er toch al veel eerder van had moeten geweten, en waren rectificaties hem ontgaan?  Toch was Paulie voor even mijn held en idem van mijn vrouw zonder dat ik me overigens al rijk had gerekend.
  35.  De volgende ontmoeting was dan in een wegrestaurant tussen Rotterdam en Gouda, op weg naar Engeland. Paulie had een voorstel, daar had hij flink tijd in gestoken en hij had een hele dag bij Cebeco in Hillegom overlegd en nog wat bla, bla. Hij had daar een kant en klare overeenkomst voor bij zich, wat een voorstel tot arbitrage in hield. Zo op het eerste gezicht zag het er wel goed uit, ook al was er niet eerder over arbitrage gesproken, en kwam het als een duveltje uit een doosje. Beide partijen zouden een midiater instellen, en een voorzitter benoemen, die dan tot een bindend advies zouden komen, met daarbij dus nog regels en richtlijnen, op twee A 4 tjes.  Paulie drong aan op direct tekenen, dan konden ze er direct mee aan de slag, het liep allemaal al lang genoeg, hij had de pen er bij klaar leggen. Het zag er aardig uit, en ik was erg gretig om zaken tot een eind te brengen, maar had toch het benul om te zeggen dat het toch over nogal heel wat ging, en dat ik het toch eerst aan mijn adviseur / advocaat voor wilde leggen. Daarop ontplofte Paulie bijna, hij had er zoveel werk en tijd in gestoken, ze waren heel coulant en toeschietelijk, en die aardige vriendelijk Paulie was in enen gewoon boos, reden te meer om niet direct te tekenen.
  36.  Op weg naar Engeland las ik het nog een paar maal door en kwam toen pas tot de ontdekking dat het echt uitermate getruckt was. De grootste adder was de voorzitterskeuze, dat was zo opgezet dat dit een Cebeco vriendje zou zijn dus meteen overwicht in de arbitrage, twee tegen één en alles afwijzen met bindend advies. Bij de eerste klant faxte ik het aan van Meel en belde hem later. Die had het direct doorzien, en vroeg of ik absoluut niet had getekend, en ook geen enkele toezegging had gedaan waar ze op konden proberen om rechten te ontlenen. Dit was niet zo en ik ontsprong op het nippertje de dans. Ik kreeg al snel het vermoeden dat Paulie de echte man was die aan de touwtjes trok en de meest verantwoordelijk veroorzaker van alles wat plaats had gevonden. Wij claimden inmiddels een paar miljoen schade plus de dwangsommen. Voor de schade hadden we een rapportage laten maken, die natuurlijk fel door Cebeco en Wolf werd bestreden en zaken duren lang, vooral met getuigenverhoren en rapportages.
  37. Op een nogal aparte manier middels iemand die hem goed kende kwam ik in contact, met ir. Luteyn, die inmiddels weer onbekende Nederlander is, maar toen o.a. een hoge functie bij Rabobank (commissaris?) had, en nog wat hoge bestuursfuncties, maar ook bestuursvoorzitter van Cebeco. Het conglomeraat was toen bij de top tien van grootste bedrijven in Nederland en spraakmakend, met 4500 medewerkers en overnames enz., maar dat is al beschreven. Doordat ik door een derde toegang tot hem kon verkrijgen hebben we een gesprek gehad, en zogezegd hem mijn zijde van het verhaal verteld. Uitgangspunt was dat deze persoon (later is hij nog waarnemend commissaris van de Koningin in Zuid Holland geweest), mogelijk toch gewoon eerlijk, en wat men tegenwoordig “integer”noemt, zou kunnen zijn. Een oordeel over de betrokken personen heeft hij niet gegeven, wat hij er intern mee heeft gedaan is onbekend, in ieder geval hebben ze Kneppers toen niet op straat gezet, een aantal jaren later, toen Cebeco de zaak overdeed overigens wel, maar Luteyn heeft een (groot) advocaten kantoor ingeschakeld om een einde aan de zaak te maken en het op te lossen. De wijze waarop alle zaken plaats hadden gevonden tussen ons en Cebeco was in zijn onrechtmatigheid en agressie zeker uniek en uitzonderlijk, en Cebeco zat ook eigenlijk helemaal klem, maar het is ook uniek en uitzonderlijk om dan een bestuurder te vinden die ook gewoon uit moraliteit en fatsoen besluit dat zaken niet onder zijn verantwoording plaats mogen vinden en opgelost moeten worden. Ook die mensen bestaan dus gewoon, ook al zijn ze schaars.  Bij wat meer van dat soort mensen en wat minder van het soort Paulie, Kneppers, Mulder, en Wolf, dan was dit verhaal niet geschreven, dan waren zaken niet voorgevallen.
  38.  Met een schikking van fl. 2.445.000 , uiteraard dus in ons voordeel, heeft Cebeco de lopende rechtszaken afgekocht. Dit lijkt een groot bedrag en dat is het ook, maar de kosten en schade was aanzienlijk hoger. Dit vond plaats ca. halfweg 1997.  Gelijktijdig had Cebeco nog een grote calamiteit, met een ander bedrijf en was er een zaak gaande die het gehele vak bezig hield, wat A. de Bruijn in Naaldwijk betrof, die financieel moeilijk zat. Later bleek het meer een ruzie over slechte kwaliteit bollen te zijn, enz., maar de wildste verhalen deden de ronde. Een IVB kon bij calamiteiten een korting toepassen op de uitbetaling, maar CNB stelde dat ze 10 miljoen van hun reserve gingen gebruiken om niet te hoeven korten, terwijl een ander IVB dit wel wilde, dus goede sier naar klanten toe. Zoals ik het later na meende te kunnen gaan, maar ik kan er op verschillende manieren naast zitten, zou CNB er maar pakweg 2,5 miljoen bij in kunnen schieten, maar was het een boekhoudkundige truck om de boekhouding op te schonen, van posten die er nog als vordering in stonden terwijl ze al lang al oninbaar waren. De balansen had ik opgevraagd, en ik verwonderde me er ook over dat Cebeco nog ongeveer kiet speelde, terwijl ze o.a. bij ons een paar grote stroppen hadden. Wie het weet mag het van mij zeggen maar het leek er voor mij nogal op dat Paulie toch handig genoeg was geweest om te stellen dat hij ons bedrijf wel wilde proberen om het ten onder te krijgen, maar als dit niet zou slagen, dat dan de rekening bij CNB zou komen. Door alles op A. de Bruijn af te schuiven werd het voor de buitenwereld, en dus ook de CNB leden (het was immers een coöperatie), en ook zelfs voor het Gross van het bestuur en de commissarissen, uit het zicht te houden.
  39.  Hierbij dus lang niet alles beschreven, we zouden er een trilogie van kunnen maken, maar inmiddels is dus wel duidelijk dat er nogal wat vooraf was gegaan aan wat de werkelijke aanleiding is voor dit verhaal, en het is hiermee ook voor de lezer mogelijk om zich in te leven, wat er gaande was, en wat je kan overkomen. Het voelt een beetje of ik mijn memoires schrijf, en Nederland is het land van de tulpenbollen (en andere soorten bollen, hier dus lelies).  Natuurlijk is dit mijn verhaal en zullen de betrokkenen met hele andere beweringen komen. Mij negatief en subjectief voor willen stellen. Men zal niet snel gaan zeggen van, ja ik ben een dief en we zouden die bollen gaan stelen, maar die vervelende rechters hebben het tegen gehouden. Wat men ook zal beweren, laat ze maar komen en dan ook maar meteen bewijzen voor wat ze gaan beweren.
  40.  De door Cebeco betaalde schikking, was wel een groot bedrag maar de totale schade was uiteindelijk veel groter. in 1994, toen het allemaal begon haalden we toch een omzet van 11 miljoen gulden. Ieder jaar groeiden we ca. 10 % . Onze winstcapaciteit was ook ca. 10 %, maar we hebben al beschreven dat eerst de prijzenoorlog, en later de vele extra kosten, die winst flink uitholden, en waar ruimte was investeerden we het in de z.g. bollenkraam, en plantmateriaal. Dit is een technisch verhaal met veel variaties en hoedanigheden maar simpel voorgesteld investeerde men ca 25 %, in plantmateriaal, om 100 % opbrengst te verkrijgen, dus de waarde van plantmateriaal enz. bedroeg grote bedragen. De balans opmakende waren we ca. een half miljoen kwijt aan advocaat en deskundigen kosten. Dan ging het volgende jaar de omzet terug naar 9 miljoen, en het jaar daarop naar 7 miljoen, alleen vanwege de beschreven zaken, nu men zich zowel op onze kwekers relaties, maar vooral op onze handelsrelaties richtte, om die relaties te ondermijnen. Daarna stabiliseerde de omzet zich. Doordat ze een paar kwekers toch weer onder hun invloed hadden gekregen, tegen de eerder gemaakte afspraken in, scheelde ons dit jaren achter elkaar dus ook een flink stuk omzet, Als iedereen gewoon zijn afspraken na was blijven komen, en men niet onze relaties opzettelijk had verstoord, dan waren we gewoon rijk geweest.  
  41.   Na de deal met Cebeco, ging onze in en verkoop via Bader. Dat ging redelijk goed, ook via HOBAHO werd wel wat handel gedaan, en ook rechtstreekse aankopen.  Nog steeds liepen er nog vervelende rechtszaken o.a. die van Steijn, en Venbroek.  Daar kwam nog een heel vervelende zaak bij waar ook een paar boeken over zijn te schrijven, wat zich in familie sfeer afspeelde, maar ook een zakelijke achtergrond had, waar ik verder liever niet te veel over uitweid, maar die doorslaggevende invloed heeft gehad, veel geld kostte, dus ook veel eigen tijd en energie. Uiteindelijk werd die zaak wél gewonnen, maar net als zoveel van dit soort zaken, eigenlijk twee verliezers kende, de een verliest alleen (veel) meer dan de ander. Er viel door het einde van de Cebeco zaak een grote druk en last weg, maar gemakkelijk was het allemaal nog niet. toch was 1997 zakelijk gezien een goed jaar, en een jaar zoals het zou zijn zonder calamiteiten, met ca. 400.000 gulden winst. 1998 ging eerst ook wel goed,  maar werd een bijzonder jaar. Velen zullen zich nog herinneren dat er een uitzonderlijk nat jaar is geweest, waar in de herfst de aardappelen verrotten, uien niet van het land kwam en veel problemen, de gehele agrarische sector breed. Ook hele leliepercelen raakten verrot, en veel schade in het voorjaar in geplante tulpen. Door de overheid werd veel schade gecompenseerd, maar wij vielen daar buiten, en hadden ook geen percelen met verrotte bollen, maar wel meerkosten door meer vracht en rooikosten, wat flink opliep. Maar waar het wel flink mis ging waren de z.g. tweejarige percelen. Sommige percelen werden niet hetzelfde jaar geplant en gerooid, maar het jaar daarop. het jaar 1998 werd een kietspeler. Toen die in voorjaar 1999 boven kwamen bleker er plekken niet op te komen of beschadigd te zijn, wat ons meteen op achterstand zetten en een rampjaar inluidde.
  42.  Dan waren er nog de voornoemde lopende geschillen, maar handelstechnisch ging het ook niet goed. Er bleek een overproductie te zijn, met grote druk op de markt. in het voorjaar was dit nog niet duidelijk, we kochten steeds ca. 80 % van de verkoop van het voorgaande jaar in, maar toen prijzen onder druk kwamen en daalden werden er veel minder afgenomen, en moesten we met verlies gaan verkopen, om niet te veel over te houden wat je weg kon gooien, wat toch al een probleem was. Een lang verhaal kort, teveel zaken die gelijktijdig negatief uitpakten, schade in de teelt, kostbare rechtszaken, een markt die inzakte, daar was eventjes niet tegen te werken. Enerzijds zag de bank dat dit alleen incidenten waren, en niet structureel, maar ze begonnen wel te morren. Ook de zaak die er weer bij was gekomen ergerde ze zeer. Die kwam niet echt als gevolg van Cebeco maar had er wel weer mee van doen. Als er geen Cebeco zaak was geweest zou die zaak ook niet zijn ontstaan, maar zaken hadden van doen met zaken doen met familie en hulp bieden en dan merken dat er ook oud zeer en vooral afgunst de hoofdrol spelen. meer wil ik er niet over kwijt, want dit was een zeer negatieve ervaring. Als die zaak er niet was geweest zouden zaken later bij de bank niet mis zijn gegaan, die familie zaak wed wel gewonnen maar met hoge kosten.
  43.   Maar een nog grotere calamiteit was de Bleeker zaak, die de basis en oorzaak van deze documentatie is. In het voorgaande hebben we daar naar toe gewerkt, de voorgeschiedenis verteld en de achtergronden belicht, en impliciet duidelijk gemaakt dat ook het Bloembollenvak een vak apart is, mogelijk wel aparter dan veel andere branches,  en bevolkt wordt door beslist hele correct handelende mensen, en mensen met een hoogstaande moraal, maar dat er bepaald ook geen gebrek is aan lieden die omgekeerd evenredig gewoon puur slecht zijn, en “rücksichtslos”.  The good guy’s and the bad guy’s. Van de bad guy’s mochten er wat ons betreft wel een paar onsjes minder zijn. We hebben eerder gesteld dat deze zaak ca. 15 jaar geleden was begonnen. We staan nu dus aan het begin van die 15 jaar. Een nieuw tijdperk zou je kunnen stellen. Ik bereid de lezer er al vast maar op voor dat we nog een heel verhaal gaan krijgen. Dan is al bekend dat het vervolg eigenlijk niet zo zeer gaat over vakgenoten die elkaar belagen, en jaloerse mensen, en na-ijver enz., hoewel we die ook nog wel, vooral in het directe vervolg, nog aardig tegen gaan komen.
  44.   De wet van Murphy bestaat in vele gedaanten en hoedanigheden, en veel interpretaties, en onze belevenissen en ervaringen zouden we mogelijk een aantal nieuwe wetten kunnen genereren, in iets andere hoedanigheden. In 1999 beleefden we dus een opstapeling van tegenslagen, met verschillende oorzaken. De natuur als overmachtsituatie, naslepen van alle voorgaande interactie met CNB en Cebeco, de markt die inzakte en halveerde in prijs, en klanten die hun afspraken (daardoor) niet nakwamen, en de vervelende familiekwestie, waren allemaal ingrediënten die per incident bezien, nooit exact berekend maar wel geschat kan worden en per benoemde calamiteit meer dan een Ton, of zelfs enkele tonnen kostten dus dan gaat het snel. (we waren nog in de gulden tijd, maar bijna in de overgang naar de euro) In zo een geval kijkt een Bank er naar wat de oorzaken van verlies zijn. Als dit een eenmalig incident is, of is het structureel dan maakt dit veel verschil. Vooral de rechtszaken werden ze goed zat, hoewel ze zaken wel analyseerden en concludeerden dat we daar gewoon door de “Bad guy’s”in werden gesleept. Het gaat er dan uiteindelijk om, hoeveel verlies accepteert men, en acht men de terugverdien capaciteit naar de toekomst voldoende. Nu speelde dat in 1999 nog totaal niet, alle indrukken waren redelijk gunstig, de ergste problemen achter de rug, daar relatief goed uitgekomen, de begroting aan het begin van het jaar zag er gewoon goed uit. De markt leek in orde, we hadden een z.g. gebroken boekjaar, van 1 juli tot 1 juli, maar in de loop van 1999 zagen we dus het ene na het andere negatief uitpakken, maar pas in mei 2000 was duidelijk dat het verlies veel erger was dan we van lieverlee waren gaan vermoeden en vrezen. Pas toen hadden we ons eerste, echt moeilijke gesprek met de Bank.
  45.  Van een slechte markt behoefden we normaal gesproken niet heel veel last te hebben, dat betrof doorgaans, wat we normale handel noemden, die bollen teelden we niet maar kochten we in. We keken naar het gebruik van het jaar daarvoor, en kochten dan alvast ca. 80% in wat we de voorverkoop noemden. De bollen moesten dan nog groeien en gerooid en voor een bepaalde datum geleverd. Dan was er in het bollengebeuren echt sprake van markt. Het was een bederfelijk artikel, beperkt houdbaar, en bewaring voor een bepaalde tijd, in koelcellen en z.g. ingevroren was mogelijk maar men maakte wel kosten, een jaar bewaren en dan weg moeten gooien is ook niet lucratief. De instinker voor ons in 1999 was dat de markt pas pakweg augustus / september echt inzakte, en wij in april / mei al ingekocht hadden maar ook al veel verkocht. Dit o.a. voor de klant Colijn, die er een paar miljoen had gekocht. Dat waren indicatie getallen, die later bijgesteld werden afhankelijk van de orders. Toen de markt inzakte stelden ze dat ze hun prijzen te hoog hadden gesteld, en daardoor bijna geen orders hadden gekregen en lieten ons met pakweg 80 % van de bollen zitten. Ook andere bedrijven bestelden gewoon wat minder, of niets, dus in dit marktsegment verkochten we maar ca. de helft van het jaar daarvoor. Dit betrof niet het z.g. eigen sortiment en de kelklelies. Als dit te voorzien was geweest of in te schatten, dan hadden we gewoon niet ingekocht en geen probleem gehad. We zijn daarna zeker ook (nog) voorzichtiger in gaan kopen.
  46.  We geven dit wat extra aandacht voor het goede begrip, maar ook om meteen maar op wat zaken die zich later manifesteerden, vooruit te lopen. Vanaf 1994 deden we de inkoop dus in hoofdzaak via het kleinere in en verkoopbureau van Bader, geen coöperatie maar door dhr. Bader opgezet, die eerst dissident was bij CNB, en later weer met wat gedoe uit ABN was gestapt en nu met een paar zonen, en wat aangetrokken vertegenwoordigers, de veel kleinere concurrent was van CNB, Cebeco en HOBAHO.  We kennen al het verhaal van de stunt, en eigenlijk ook een huzarenstukje, dat we de koopbriefjes van Cebeco vervingen wat toen eigenlijk onze redding was, net als eerder Kneppers ons uit de klauwen van CNB redde. Daarmee hadden ze er natuurlijk een grote en interessante klant bij, dus ook veelvuldig contact.  Hoewel we ze geen handel doen met anderen konden verbieden wilden we wel graag dat ze niet eerst aan ons verkochten en dan onze verkoopprijzen gingen onderbieden met goedkoop aanbod van andere kwekers, bij klanten van ons, maar we merkten wel dat dit af en toe gebeurde.
  47.   Dan hebben we onze ervaringen en gebeurtenissen beschreven met de kwekers waar we ooit eens een samenwerkingverband mee hadden, waar een CNB vertegenwoordiger de zaak ondermijnde en met de hele handel aan de haal wilde gaan. We noemden hem de CNB er, we willen niet iedereen bij naam noemen, deze persoon heeft recent het aardse voor het hemelse, althans het (vermeende) hiernamaals verwisseld, maar of het daar voor hem een vrolijke boel is zal onbekend blijven. Toen die kwekers, die ik onze exen noemde, failliet gingen werd hun teelt voor een prikkie aan een ander bedrijf verkocht, dit met de verkopen er bij. Die verkopen betroffen vooral de zogezegde vroege leveringen, een door ons opgebouwde markt, die ze, met goedkopere prijzen, voor pakweg 20 % van ons in hadden weten in te pikken. Onze exen waren ter ziele maar de concurrentie bleef of werd heviger, vooral doordat Burger er ook de markt mee opging, dus ook bij onze klanten, maar uiteraard  zoveel mogelijk voor ons verborgen. Dan benoemde ik de zaken bij Colijn, daar was een andere directeur en inkoper gekomen. Waar ik achter kwam was dat Colijn helemaal geen orders mis was gelopen maar de bollen, en dat dus via Burger, bij anderen in had gekocht. Dan was er de zaak met een Engelse klant die goed was voor enkele tonnen handel. Die raakten we plotsklaps helemaal krijt. Die kocht al zijn andere bollen bij Colijn, alleen zijn lelies bij ons. Colijn had ca. 10 % goedkoper geoffreerd waar die klant op in was gegaan, we raakten dus zowel die Engelse klant, als ook Colijn als klant kwijt.
  48.  Voor de goede orde, de zaak Bleeker vond zijn aanvang begin 1999 en de hiervoor beschreven zaken vonden daarvoor plaats, en dat Burger van twee walletjes at werd ook maar stukje bij beetje aan ons duidelijk, dus we deden de rest van 1999 nog vrij normaal zaken, maar toen had Burger, zoals we later reconstrueerden, dus al het idee dat hij onze handel wel als het ware over kon nemen, met bollen direct bij kwekers vandaan, met de grote klanten als beste prooien. Van verschillende klanten vernamen we dat ze goedkope aanbiedingen kregen terwijl Burger wist dat wij, volgens reeds gemaakte afspraken, daar alles leverden. Toen Colijn ons met veel bollen liet zitten, we ook die Engelse klant door zijn toedoen verloren,werden ca. eind 1999 begin 2000 zaken al grimmiger. Daarna werd eigenlijk de Bleeker zaak gebruikt als aanleiding om met handel met ons te stoppen, maar de echte aanleiding was dat de geschiedenis van de CNBer, en later Kneppers bij Cebeco, zich bij deze hr. Burger herhaalden. Dan lopen we nog iets verder vooruit, en zien we bijna een soort patroon want een jaar later stopte Bader van de ene op de andere dag. Er kwam geen faillissement en ook nauwelijks een verklaring, maar zaken gingen duidelijk niet al te best, en Bader bleek ook verwikkeld in juridische kwesties, en ook de naam van Burger zong zich daarbij rond. Burger solliciteerde bij CNB en Hobaho, die hem niet wilden, en begon toen maar met enkele anderen weer een eigen, dus nieuw in en verkoop bureautje. Probleem bij alle zaken voornoemd, was dat de betrokken vertegenwoordigers alle klanten kenden, net als bij familie ruzies, het is altijd nadelig als men te veel van je weet.
  49.   De Engelse klant nam na drie jaar contact met ons op of we ze weer wilden offreren dus ook beleveren. Dit was zeer verrassend, en deed ons het vliegtuig naar Manchester nemen, ineens leek alles weer koek en ei.  Ik stelde dat ze altijd een gewaardeerde klant waren geweest en we dus er open voor stonden om de draad weer op te pakken, maar toch wel wat meer wilden weten van de achtergronden. Hij stelde dat hij niet van leverancier zou zijn veranderd als de verkoper van Colijn niet tegen hem had gezegd dat wij in ernstige financiële moeilijkheden waren en de kans groot was dat hij geen bollen geleverd zou krijgen dus ook zijn orders niet uitvoeren. Ik heb aangegeven dat we inderdaad een moeilijke tijd door hadden gemaakt, maar dat het leveren van bollen en orders nooit in gevaar was geweest. Maar er was meer want hij had erg veel klachten gehad over kwaliteit en soortechtheid, over de bollen die Colijn hem leverde, terwijl bij ons alles altijd goed ging, en dan nog het meest cynische, Colijn was er mee gestopt, vanwege aanhoudende verliezen. Overigens hadden we met andere klanten ook wel van dat soort ervaringen gehad. Nadat we dus wat vooruit zijn gelopen ter verduidelijken van zaken die we nog gaan beschrijven, gaan we nu weer terug naar ca. maart 1999.
  50.   Hoewel we veel contractteelt na de negatieve ervaringen met Cebeco weer rechtstreeks (zonder tussenkomst van een IVB) deden, kwam Bader / Burger met wat nieuwe relaties o.a. Jacob Douwe Dokter, in Fochterloo. Inmiddels hadden we een eigen contract opgesteld. Eerst waren de contracten erg beperk en te beperkt. HOBAHO had een uitgebreider contract opgesteld, maar dit als service naar de partijen toe, zij waren immers alleen tussenpersoon. Zelf hadden wij een contract wat voor pakweg 80 % conform het HOBAHO contract was en op een paar punten wat afweek. Dit hanteerden we o.a. bij Dokter, met medeweten van Bader, dus niets loos zou je zeggen. In ons contract stond iets  duidelijker dat, als er schade ontstond door het niet nakomen van de juiste teeltmaatregelen enz., dat er dan schade zou worden geclaimd, eigenlijk een open deur maar, iedereen moet een contract nakomen als hij dit aangaat, dit maar voor alle duidelijkheid. Een andere bepaling was dat, als er financiële nood zou ontstaan dat de bollen zouden vervallen aan de andere partij, dit om ook de contractnemer te beschermen. We gebruikten dit dus al jaren.  Overigens was er toen een affaire gaande met wat men als illegale teelt benoemde, vooral met de soort Casa Blanca. Door die over de grens te telen in Duitsland werd betaling van Royalty’s en teeltrecht voorkomen, allemaal voor de leek nogal technisch, maar wel begrijpelijk, dit ging om grote bedragen, en Burger was daar sterk bij betrokken, en had bij Dokter flinke oppervlakten gecontracteerd, maar dit ging in rechtszaken mis, daarbij werd te onrechte Dokter de zwarte Piet toegespeeld, waarmee een contract gever bij Dokter zijn huid kon redden over de rug van contractnemer Dokter, en weer een bedrijf, nu dus dat van Dokter, naar de filistijnen. Wederom en bloembollen anekdote maar het gemaakte punt is dat wij al langere tijd een eigen contract hanteerden, en dat Burger daarmee bekend was.
  51.   We hadden ruimte voor één of een paar nieuwe contracttelers, mede doordat Dokter uitviel, en hadden Burger gevraagd of hij in zijn relatiesfeer daar een idee of kandidaat voor had. Daar kwam nog iets bij, want wij hadden het altijd erg druk als iedereen ging rooien. Men leverde het gerooide product aan, en wij lieten het verwerken en sorteren. Vooral als we nog niet klaar waren en er moest ook hurry up uitgeleverd worden, ca. eind november begonnen dan twee zaken door elkaar te lopen, en mijn teeltchef (Jan Willem) dacht dat het een goed idee kon zijn om ook een deel van die verwerking, onder-aangenomen te krijgen. Dit zou dan experimenteel zijn. Ik was er niet zo enthousiast over, maar heb er toch in toegestemd. Burger kwam met kweker Bleeker op de proppen, eigenlijk V.O.F. Bleeker Smit,  maar vader Jan en zoon Frans. Volgens Burger goede kwekers, helaas hebben we dit niet bij derden nagevraagd, anders hadden we meteen al andere berichten gehoord. Deze kweker had wel ruimte voor 6 a 7 hectaren, er zou dan in Brabant, tegen de Belgische grens en een deel in België zelf worden geteeld. Het leek op zich allemaal in orde , dus we zijn in gesprek gegaan, wij, de kweker, en met Burger erbij. Voor de reguliere contractteelt golden tarieven van 45 tot 50 gulden per rr. als een soort uitgekristalliseerde standaard, dus kleine verschillen, en kleine verschillen in condities. de z.g. contractnemer (verder maar de nemer)  betaald dan de kunstmest, bestrijdingsmiddelen, beregenen enz. Daar is een berekening op gemaakt hoeveel dat doorgaans, uiteraard met enige bandbreedte, aan kosten is, wat bij de prijs in is berekend. Voor de contractgever (verder gever) houdt dit een beetje risico in, men moet er immers op vertrouwen dat de nemer niet extra wil verdienen door op bv. kunstmest te besparen of i.d. Dit moet in goed vertrouwen gaan, dus betrouwbare nemers, en dit gaat weinig, maar en enkele keer toch wel mis. Zo had een gever eens een lucifersstokje neer gezet in het spuitpad. De nemer zou twee maal gespoten hebben maar het luciferstokje stond nog overeind, en de lelies kregen een schimmelziekte. Dit hebben we opgemerkt dus weer iets om in het achterhoofd te houden. Contractteelt kan eigenlijk alleen goed gaan met betrouwbare mensen die de afspraken nakomen.
  52.  Het verwerken was een ander verhaal, als een kweker zoiets aanneemt wil die daar 10 % en nog liever 20 % aan overhouden dus dat gaf best wel discussie. De onderhandelingen gingen voor een deel met onze teelt manager (zo noem ik hem nu maar), maar voor dit deel werd ik er bij gehaald, want dat was niet zo gebruikelijk dus geen standaard criterium, om op aan te sluiten. Burger maakte allerlei klad notities die de chef later bewaard leek te hebben, en nu nog als bewijs gelden. Van sommige soorten zou ook het plantgoed worden verwerkt en gesorteerd, en de bedoeling was dat Bleeker dan meerdere jaren voor ons zou blijven telen. Die aparte bewerking laten we even buiten beschouwing want we wilden tot een bedrag per rr (=rijnlandse roede, een verouderde oppervlakte maar die nog veel wordt gebruikt). Volgens de notities gingen we uit van het verwerken van 800 stuks bollen per rr. We wilden het simpel houden, en kwamen er op uit dat, voor 800 stuks per rr, 35 gulden per rr een hele nette prijs was, waar de kweker pakweg 20 % aan over kon houden, als hij het goed en efficiënt zou doen. Voor ons zou het de ergste verwerkingsdruk van de ketel halen, ik zag daar wel het belang van in, vond het wel flink aan de prijs, maar heb uiteindelijk toch er mee ingestemd. Dit hield in dat deze contractteelt voor de teelt ruim 230.000 gulden zou gaan kosten, en dat daar dus het bedrag van de verwerking van ruim 160.000 gulden bovenop zou komen. Dan heb je het wel over geld, maar we konden er dan wel voor ca. 900.000 gulden oogst van verwachten. Dit lijkt een dikke winst voor ons, maar dan vergeten we de waarde en inzet van het plantgoed, die varieert per soort maar was ca. 140.000 gulden.
  53.   Uiteindelijk werd het een ca. halve oogst, daar gaan we het nog veel over hebben, maar het is wel heel erg verwonderlijk, en toch ook wel onbegrijpelijk, dat onze stelling dat Bleeker bij die verwerking maar het halve aantal heeft verwerkt, en, omdat kleine bollen die niet in elkaar gegroeid zijn, veel sneller verwerken dat het absoluut vast staat dat Bleeker bij het verwerken zeker de helft, pakweg 40.000 euro, maar waarschijnlijk meer, heeft bespaard, en dat de rechter ons veroordeeld om te betalen voor niet verricht werk, en dan hebben we het over een ruim jaarloon. Natuurlijk komen we daar later op terug maar we geven nu al aan hoe onrechtmatig en krom het recht is, u kunt zich met ons afvragen hoe zo iets kan en wat hier aan de hand is, kort gezegd in onze ervaring en conclusie, stellen we dat dit komt omdat we leven in het land waar de leugen regeert. Die veroordeling dat we moeten betalen voor niet geleverd werk is dan van zeer recent, en ruim 15 jaar nadat we de contractafspraken maakten, met een vertegenwoordiger die ons deze kweker aanbeval als goede kweker, een vertegenwoordiger die we vertrouwden als een onpartijdig tussenpersoon, en een kweker waar we van verwachtten dat die zou gaan doen wat er werd afgesproken.
  54.  Nu we even flink vooruit zijn gelopen, en nu weer terug gaan in de tijd, gaan we wat hap snap. Wat nu onbegrijpelijk lijkt zal vanzelf nader worden verklaard, en nu we zaken dan toch beschrijven maken we het verhaal concreet. We hebben al gesteld dat 1999 een rampjaar werd, maar het punt van belang is,  waar de Bank de grens legt tussen wel financieren of daarmee stoppen. Bij een aantal calamiteiten die zich opstapelen, gaat men op enig moment over de grens van net nog wel, of net niet meer. We kunnen met zekerheid stellen dat de strop die we door Bleeker opliepen, van pakweg een paar ton Euro’s (nu omgerekend) uiteindelijk dat verschil heeft gemaakt. het cynische van de zaak was dat we het opvolgende jaar een heel goed jaar verwachtten, dit ook bij de bankier aangaven, maar men wilde het niet geloven, nu men het vertrouwen kwijt was, en er niet alleen een extra strop kwam bij Bleeker maar ook weer een nieuwe rechtszaak. De goede opbrengsten bleken achteraf juist ingeschat, en maakte het enerzijds mogelijk om met kunst en vliegwerk dus toch tot een doorstart te komen, maar ging voor een heel deel weer verloren door alle extra kosten en inspanningen en zaken die onnodig mis gingen. Dan hebben we het over 2001, we gaan nu twee jaar terug, om de verrichtingen van Bleeker te volgen. Waar we het net over hadden was al het gevolg van de oorzaak.
  55.   Nu we er met de condities voor de contractteelt er met elkaar uit waren, verzonden we dus het plantmateriaal naar de grens van België.  U zou zich af kunnen vragen waarom zo ver, maar het transport en de reistijd is minder belangrijk als een geschikte grond, en kwekers die graag zo een teelt wilden doen. De animo van zowel de nemers als de gevers, nam gestadig toe, en men zocht steeds verder. Ook in Frankrijk en Duitsland werd (en wordt) geteeld. Verschillende factoren geven daarvoor de doorslag.  Onze medewerker, Jan Willem, organiseerde de verzending, begeleidde zaken, was er vaak bij met planten, maar de nemer plantte, en verzorgde het verder. Later bleek er evenwel dit er een uitzonderlijke situatie bij Bleeker aan de hand waar we pas later bekend mee werden en ook dus pas later van de hoed en de rand wisten. Normaal deal je met een kweker die zelf land heeft, Bij Bleeker was hij zelf de kweker niet, maar in hoofdzaak een soort tussenpartij. Hij had het als het ware onder aan laten nemen, en kennelijk ook met iemand die te weinig ervaring met de lelieteelt had.  Onder welke condities hij dit deed wisten we niet en zijn we ook nooit achter gekomen. We verwachten wel minimaal 10 % dus alleen voor die teelt zou hij 23.000  gulden opstrijken, zonder er veel voor te doen.
  56.   De verwerking, sorteren enz. zou Bleeker wél zelf doen,  daar zou hij dus best wel aardig aan over kunnen houden ook bij een normale oogst, pakweg 30.000 van de 160.000 die hij zou ontvangen. Bij het verwerken van maar de helft zou er ca. 15.000 overblijven, + de helft dus 80.000  samen fl. 95.000.  Dat zou toch allemaal wel heel gemakkelijk verdiend zijn.  Dan was er dus de onderaannemer, iemand die dus voor minder geld alles moest doen wat Bleeker met ons had afgesproken, waarna Bleeker omdat hij de teelt aan had genomen en er af en toe ging kijken, dus een aardig bedragje voor op zou strijken. Bij al onze andere contractteelt nam een kweker dit aan, had vaak zelf het land of huurde het, en deed de bespuitingen, onkruidbestrijding, en al het andere werk zelf. Bleeker was wel verantwoordelijk natuurlijk, maar voor hem was België ook ver weg vanuit Tuitjehorn, en het moge duidelijk zijn dat met zo een onder-aanneem-construktie er veel eerder iets mis kan gaan, en dat deed het dan ook, en niet weinig ook.
  57.   Mijn werk was instructies geven, zaken coördineren, inkoop, bemoeienis met boekhouding, personeel, maar vooral de verkoop, die wel ruim de helft van mijn tijd in beslag nam. De percelen bezoeken en controleren deed Jan Willem, ieder jaar ging ik dan wel mee voor een ronde, liefst een paar keer, maar het is al bekend dat 1999 een jaar was, waarin onverwachte problemen opdoken die extra tijd en aandacht vroegen. Daar kwam bij dat het Bleeker perceel bezoeken een volle dag in beslag nam vanwege de verre ligging, dus ik kwam daar pas begin oktober 1999, en als aanleiding dat er kiek in het perceel zat. Een deel van degenen die dit lezen weten wat gele Kiek is, maar velen zullen zich afvragen, van, “Wat is dat nu weer”. Nu dan, kiek is een soort onkruid, en onkruid is vervelend want dat hindert de groei van een plant, maar kiek blijft laag dus, de leliebol groeit evengoed wel en heeft weinig hinder, maar het groeit snel, maakt wortels door de grond dus groeit uit tot hele plekken, en als je de bollen rooit blijft het in het land achter dus de landeigenaar is boos, en het blijft in kleine stukjes in het plantgoed achter, dus dan heb je het een jaar later weer, en als je bollen in een kas plant met wat wortelresten, dan groeit je hele kas vol, dus wel een vervelend onkruid. Daar was dus gedoe over geweest, want de onderaannemer en dus ook Bleeker beschuldigden ons er van dat het vanuit het plantgoed kwam, terwijl ons dat onmogelijk leek, maar om ruzie te voorkomen hadden we maar in het bestrijden van het onkruid op onze kosten ingestemd, terwijl bij ons later wel vast kwam te staan dat het niet uit het plantgoed kwam maar in het land voorkwam. Na het een paar keer uitgesteld te hebben offerde ik er dus maar een dag er aan op om het gebeuren daar te gaan bekijken, en meteen eens zogezegd bekijken wat we zouden kunnen gaan verwachten, als oogst.
  58.   Eerlijk gezegd schrok ik me daar meteen het apezuur. Op een paar late soortjes na was alles al afgestorven, maar wel te zien was dat het gewas kort was gebleven, en toen we wat stukjes opgroeven zagen we al snel dat de bollen veel te klein waren gebleven. Jan Willen stond wat met een mond vol tanden, het viel hem ook wel tegen, hij had gehoopt dat ze nog wat gegroeid zouden zijn, en toen kwam ook wel de rest van het verhaal.  Alle lelies waren goed opgekomen en normaal gaan groeien tot dat hij en begin juni kwam, en constateerde dat het er niet zo florissant bij stond. Hij controleerde bij andere kwekers pakweg 10 x zoveel percelen, en dan nog bij kwekers waar we leliebollen van aankochten, dus hij had de kennis en de routine, en zag dus snel dat iets niet klopte. Frans Bleeker was een beetje de zelfde leeftijd, waar Jan Willen (toen) wel een goede werkbare relatie mee had, dus hij belde die Frans, dat hij bij de lelies was en dat hij vond dat ze geen goede gezonde kleur hadden, en het leek op te kort stikstof. Volgens Frans was dat niet mogelijk want zij hadden de onderaannemer goede instructies gegeven, dus het moest alles in orde zijn.  Jan Willen ging er eens in de maand bij langs, maar dit zat hem niet lekker dus hij ging er twee weken later al weer bij langs, en zag dat de lelies eerder achteruit dan vooruit waren gegaan. Hij heeft weer gebeld met Frans maar die wilde nergens van weten, alles moet in orde zijn. Omdat Jan Willen gewoon zag dat het niet klopte heeft hij een grondmonster laten trekken, maar ook een bladmonster. Hij had Bleeker gevraagd om stikstok bij te strooien en het was ook erg droog, maar hij kreeg ze niet in beweging. Voordat je de uitslag van die monsters hebt ben je 10 dagen verder. De uitslag was naast wat andere gebreken, een groot te kort aan stikstof. Jan Willen faxte dat naar Frans, die inmiddels ook een monster had laten nemen, meer om aan te tonen dat het juist in orde was. Frans faxte de uitslag weer terug met handgeschreven notities er op. Ook van daarvoor en daarna zijn er faxen met handgeschreven opmerkingen. Volgens Frans klopten de uitslagen niet en waren dingen vreemd. Vanaf het moment dat het gewas begon te zieltogen, waren er intussen dus al pakweg 5 weken voorbij, en was de groei gewoon tot stilstand gekomen. Toen Frans ook zijn uitslag binnen kreeg en die ook een veel te kort stikstof aangaf was hij ineens dus wél overtuigd en moest er ineens snel worden gehandeld.
  59.   Beregenen is dan ook zo een teeltmaatregel die van belang is voor een goede oogst, maar je kunt ook hopen dat de natuur het zelf regelt. Als het flink regent, en die kans bestaat altijd, dan bespaar je als nemer meteen flink en voor besparen daar was de onderaannemer kennelijk ook erg voor in, en natuurlijk hadden we dat jaar juist erg warm weer en weinig regen, dus te kort stikstof maar ook geen water, en in zo een geval verzwakt het gewas en wordt ook kwetsbaar voor andere ziekten en kwalen. Bij Bleker waren dat ook z.g. grondaaltjes, een klein aalvormig beestje kleiner dan een mm, bijna niet te zien, die aan de leliewortels eet. Sommige gronden zitten er vol mee, wel te bestrijden, maar bij Bleeker hielden ze een feestmaal en van bestrijden was geen sprake. Ook komt er soms een bacterieziekte voor, meestal alleen in kassen, maar in een verzwakt gewas kan het zich soms ook in z.g. buitenteelt openbaren. Dan ontstaan woekerachtige vergroeiingen, vooral in het plantgoed. Dat openbaarde zich ook in een paar soorten, de ene een beetje, één soortje nogal veel. Je kon ook duidelijk zien dat het ene soort meer last had van hun mishandeling dan het andere. Er bestaan heel veel leliesoorten, ca. 100 komen er in het wild voor, die worden species genoemd. Maar ieder jaar worden er honderden nieuwe variëteiten geregistreerd, wat weer een grote variatie geeft, van groot naar klein, alle kleuren en vormen, en nog steeds groeiende. Een aantal bedrijven hebben zich in die veredeling gespecialiseerd, wie een winnend soort vindt (vooral goede eigenschappen in de snijbloementeelt) kan er met royalty’s enz. aardig op binnen lopen, maar tussen die z.g. veredelingsbedrijven is harde concurrentie en af er toe valt er weer eentje tussenuit die het loodje legt. Ook daar zouden boeken over te schrijven zijn.
  60.   Ik beschrijf vooral de z.g. kiek en de woekerziek omdat dit tot de dag van vandaag een soort eigen leven is gaan leiden. Bleeker en Duijsens zijn later gaan roepen, ondanks wat deskundigen hebben verklaard, dat die kiek en het woekerziek in het plantgoed voorkwam, dat het plantgoed dus niet deugde, en dat daardoor de halve oogst was ontstaan. Natuurlijk weet Duijsens beter en levert geen enkel bewijs, maar heeft daarmee, in combinatie met allerlei andere zaken, nog steeds verwarring weten te zaaien, en de rechters weten te misleiden. We leven nu eenmaal in het land waar de leugen regeert. Dat die twee zaken niet of nauwelijks invloed op de groei hadden is heel simpel vast te stellen, en zal iedereen die dit leest ook meteen begrijpen, want  zoals gezegd, het ene soort was wat beter gegroeid als het andere en de late soorten waren wat beter en de vroege soorten slechter, dus het benoemen als halve oogst is om het gemakkelijk begrijpelijk te maken, maar dit was over de hele linie, er waren geen soorten gewoon goed en andere slecht maar de woekerziek en kiek kwamen maar in 30 % van het areaal voor, terwijl de andere 70 %  er vrij van was. Daar kwam dan bij dat de lelies op twee percelen geplant waren, het ene perceel op Nederlandse bodem, het andere perceel net over de Nederlands Belgische grens, in België. Hoewel het Belgische perceel ruim 1/3 van het totaal was, kwam daar de kiek en woekerziek in het geheel niet voor, en was de oogst in gelijke mate slecht. Als iets ergens niet voorkomt kan dat toch geen oorzaak van een ramp zijn, je I.Q. behoeft niet al te hoog te zijn, om dat te begrijpen, tenzij je het niet wilt begrijpen zoals dat bij een peloton Nederlandse rechters het gaval is geweest. Daar gaan we het dus later over hebben, met de vraag wat er nu echt aan de hand is en waartoe onze rechtspraak is verworden.    
  61.   Een halve oogst heb je ook niet zomaar, ons is het in 40 jaar lelies telen dus ook maar één maal overkomen, terwijl we in hetzelfde jaar bij de andere contract nemers een normale oogst hadden, en dit dus met gelijkwaardig plantmateriaal als bij Bleeker, erger nog, de meeste partijen waren opgedeeld, bv. een kleinere maat voor een tweejarige teelt, of een uitgeselecteerde grote maat om vroeg te rooien, van exact dezelfde partij als bij Bleeker was geplant, en overal een gemiddelde normale groei.  Er kwamen in de loop van de jaren wel eens calamiteiten voor, bv. plekken met waterschade, of andere oorzaken, wat altijd voor beide partijen vervelend was, maar ook altijd in onderling overleg werd opgelost.  Reeds het simpele feit dat er een halve oogst was, gaf al aan dat het gewoon goed mis zat bij de kweker, want als de oorzaak het plantgoed was, dan zou het overal mis hebben gezeten.
  62.  Mogelijk verschieten we een beetje ons kruit door op zaken vooruit te lopen, maar de opzet van dit verhaal is niet om voor de lezer de spanning er in te houden, maar zo duidelijk mogelijk te maken dat er grote misstanden zijn bij de rechtelijke macht, en dan vooral in de combinatie met curatoren die ze helpen en steunen bij al de graaierij die zij plegen, in diverse gradaties, en hoe leugenachtige advocaten zich daarin mengen en er een netwerkgebeuren van maken, en hoe de samenleving daar voor opdraait en daarmee ieder jaar een aantal kostbare miljarden verspeeld. Daar gaan we vanaf nu de nadruk op leggen. We zijn nog niet helemaal door alle foute vakgenoten heen, maar dat begint op te schieten, daarna komen de foute lieden zo als voornoemd aan bod. We moeten dan af en toe op technische zaken uit het vak in gaan om het zoveel als mogelijk begrijpelijk en navolgbaar te maken.
  63.   Wat ik voorgaand beschreef aangaande de conditie waarin ik onze teelt aantrof, kon ik op het moment van het bezoek niet bepalen en zaken en conclusies zoals beschreven kwamen maar van lieverlee boven water. Jan Willen vertelde me dat hij een discussie had gehad over de gang van zaken met de teelt, maar pas later had ik het gehele plaatje compleet, en nog later kwam hij met de faxen over en weer, en de gehele gevoerde discussie, die ook het hard bewijs zijn dat zaken zijn gegaan zoals beschreven. Natuurlijk begreep hij mijn verwijt dat ik graag eerder geïnformeerd was geweest, maar zoals hij zei, “ik had al zoveel aan mijn hoofd” en hij had gehoopt dat het gewas zich nog wat beter zou gaan herstellen, en dat de oogst uiteindelijk nog wat mee zou vallen. Hij had toch wel flink woorden met Bleeker gehad en was er flink mee doende geweest. Zo was Bleeker boos op hem geweest dat hij zelf een grondmonster had laten nemen, en zich zo in hun zaken mengde, en hij had er zelf bij de onderaannemer op aangedrongen om tot uitvoering van maatregelen te komen, daar had hij zich niet mee mogen bemoeien (hoe nodig het ook was). Uiteindelijk was het zo dat J.W. begin juni aan de bel had getrokken dat het niet goed leek te gaan, en met alle heen en weer gedoe en monsters nemen, was het pas begin augustus dat ook Bleeker er van overtuigd was dat zaken mis gingen. Toen zijn alle maatregelen die veel eerder hadden gemoeten gelijktijdig uitgevoerd, een middel tegen de grondaaltjes, kunstmest, wat goed werd ingeregend met de beregen installatie, maar dat maakte natuurlijk niet meer goed dat het gewas in de belangrijkste groeiperiode tot een groeistilstand was gekomen, het gewas was later weer wat bijgekleurd, er waren ook weer wat wortels aangegroeid, maar de schade was niet meer ongedaan te maken.
  64.   In gevallen van schade of een geschil is het gebruikelijk om daarbij de tussenpersoon in te schakelen, in dit geval dus Burger, waarvan ik van lieverlee al door begon te krijgen dat hij van twee walletjes at en er een dubbele agenda op na hield. Ik was al wat meer handel via het concurrerende IVB  HOBAHO  gaan doen, wat hij wel door kreeg, en ook wel weer geen blijmaker voor hem was, maar ik kwam bij echte grote vaste klanten, waarvan hij wist dat wij alle lelies leverden, die mij zijn aanbod lijst lieten zien, met veelal veel lagere prijzen. Eerst bollen aan mij verkopen en dan zorgen dat ik die niet meer kon verkopen, kon ik natuurlijk niet waarderen, maar ik kon zoiets ook niet echt verbieden, en was ook niet van plan met hem te stoppen, maar hij liep kennelijk toen al met de gedachte dat het geen slecht idee zou zijn als hij onze handel zou kunnen ritselen, zoals ik dus al een paar maal eerder mee had gemaakt. Geschiedenis blijkt zich nogal eens te herhalen. Bloembollen voor de tuin (alle soorten bloembollen) vallen onder de term “Droogverkoop” zo een woord is zomaar eens ontstaan en voor een buitenstaander niet begrijpelijk, maar in het bollenvak een bekende term. Burger was zich in zijn aanbiedingen inmiddels al de “leliedroogverkoopexpert” gaan noemen. Nu de markt was ingezakt kon hij heel goedkoop aanbieden, dus kon hij onze markt flink ondermijnen. Ook die zaken waren op dat moment (okt. 1999) nog maar ten dele bekend, en met ruzie of een conflict schoot ik ook niet op, maar ik dacht van lieverlee wel van “O jongens, daar gaan we weer”.
  65.   Dan tussendoor nog wat extra aandacht voor de kiek, want dat was mede een reden om toch maar eens af te dalen naar de Belgische grens. Die kiek was al bespoten in de percelen die al eerder afgestorven waren, en was maar met moeite terug te vinden. Bij wat latere soorten was nog maar net gespoten en concludeerden we dat het plekken betrof en niet egaal door een soort waren verspreid, wat er op wees dat het niet uit het plantgoed kwam, want dan was het egaal door een soort verspreid geweest. Het kwam dus uit de grond. Ook het feit dat dit zich pas erg laat openbaarde wees daarop. Op dat moment was dit echter niet zo erg belangrijk, we hadden er al mee ingestemd dat we de bestrijding zouden betalen, een paar duizendjes aan kosten, en hadden daar toen op terug kunnen komen nu het wel aantoonbaar was dat het onze schuld niet was (wat ik al nooit geloofde), maar een halve oogst gaat niet over een paar duizend, maar over een paar honderd duizend euro’s dus een probleem van totaal andere orde om mij druk over te maken.
  66.  In feite was het z.g. kiekprobleem ook opgelost, er was d.d. 22- 9-1999  een overeenkomst gemaakt, door ene John Droog, een andere medewerker van Bader bemiddeling. Die overeenkomst was heen en weer gefaxt en door iedereen voor akkoord getekend, die dus de oplossing voor het kiekprobleem was, dus ook het einde van de kwestie. De landeigenaar, en onderaannemer, en Bleeker, en ook Bader vonden dat het onze schuld was, met ons besmette plantgoed. De afspraak was dat de onderaannemer zou wachten tot het gewas was afgestorven terwijl de Kiek nog welig tierde. Voor kiek bestaat een bestrijdingsmiddel met de weinig fantasierijke naam “Anti Kiek” waarmee het na bespuiting volledig afsterft, ook de wortels die door de grond gaan. Afgesproken was dat Bleeker door proefsteken zou controleren, of het zodanig zou zijn afgestorven, dat het onvindbaar was in de grond en daarna pas gaan rooien. Dus aldus afgesproken, en zo gezegd zo gedaan. Iedereen blij en tevreden, wij niet zo heel erg, maar ruzies met contracttelers die in rechtszaken kunnen ontaarden lonen nooit, en het was een miniprobleempje zoals er zoveel zich voordoen, afspraken gemaakt, probleem opgelost en klaar.
  67.   We hebben al geschreven dat Bleeker, en dus zijn advocaat Duijsens, het vermeende kiekprobleem heeft opgeblazen en is gaan roepen en beweren dat daar die halve oogst uit voort kwam, iets wat direct doorgeprikt had kunnen worden, maar wat niet is gedaan. Dat een besproken en opgelost probleem later opnieuw van stal wordt gehaald en pakweg 100 x groter was gemaakt dan het was, is al zeer onbehoorlijk. Daarbij dus ook dat het wel zeker is dat het niet uit het plantgoed maar uit het land kwam, maar het kreeg ca. 15 jaar later nog een staart van pakweg 40 a 50.000 euro in ons nadeel. Na een reeks van verloren rechtszaken (die allemaal voorbij gaan komen) was er 26 mei 2014 een zogezegde comparitie van partijen. Er was eerder bepaald dat ons zogezegd een ernstig verwijt was te maken, en dat een valselijk opgesteld proces verbaal door een rechter (mr. H.A. van den Berg)  gemanipuleerd, ons de das om deed, en nu ging het er dan over wat de schade was voor Bleeker in de schadestaatprocedure. Daar komen we veel later nog nader op terug maar we lichten er één aspect uit. Wij hadden aangegeven dat Bleeker in de verwerking ook maar de helft was nagekomen nu er een halve oogst was, en ze niet de 800 / rr stuks hadden verwerk zoals de afspraak en indicatie was, maar de helft dus ca. 40.000 euro bespaard. De rechter vroeg daarop J. Bleeker sr. wat hij daarop had te zeggen. Bleeker stelde dat er van een besparing geen sprake was, want de grootste helft van de percelen zat zo verschrikkelijk onder de kiek, wat ze alles mee hadden moeten rooien en ze er heel veel werk aan hadden gehad om de kiek en de bollen van elkaar te scheiden, dus daarom hadden ze geen besparing gehad. Dit werd dus tijdens die zitting pas voor de eerste maal gesteld. Verwacht mocht worden dat ik  daarop had mogen reageren, dus daarna had mogen zeggen of dit juist was, maar die gelegenheid kreeg ik niet. Ook werd Bleeker niet gevraagd of hij dat kon bewijzen. In de uitspraak werd de eis om de besparing als onrechtmatig berekend toe te wijzen niet gehonoreerd, omdat er geen besparingen zouden zijn, nu Bleeker het voornoemde leugenverhaaltje had opgehangen. Bij aanvang van de procedure had Bleeker in die dagvaarding dus aangedikt beweerd dat er veel kiek in het perceel zat en om dit aan te tonen had men de overeenkomst voornoemd van 22 – 09 – 1999 als bijlage ingebracht. In een door Bleeker zelf ingebrachte bijlage stond dus het bewijs dat Bleeker daar tegen ieder beter weten in van hem en zijn advocaat, met een totaal verzinsel kwam, terwijl daar juist in staat dat pas gerooid zou worden als alle kiek dood en afgestorven zou zijn. Nu wordt er wel meer gelogen in rechtszaken maar zo grof, en zo simpel bewijsbaar onjuist, zal zeldzaam zijn.
  68.   Wat daar dan verder ook van was, ik nam contact op met mijn onpartijdige tussenpersoon (???) Burger, van Bader Bemiddeling, met de mededeling dat ik bij  een bezoek aan het perceel bij Bleeker onaangenaam was verrast, en de indruk had verkregen dat de oogst flink tegen zou gaan vallen en dat ik ook begrepen had dat er zaken mis waren gegaan en dat daar ook behoorlijk discussie over was geweest. Op dit moment was er alleen nog maar een schatting te maken, pas als er was gerooid, en de oogst was verwerkt, dan had je exacte gegevens, die dus ook nog wel wat mee (of tegen) konden vallen. Zijn collega John Droog is nog op de percelen geweest, ik denk van kort daarna, maar na 15 jaar heb je niet alles meer helemaal helder. Ik weet dat ik bij Bader op kantoor was, en dat er wat plastic zakjes waren met uitgestoken monsters uit partijen. Burger dacht dat het er best goed uitzag. Inderdaad waren er na de grondaaltjes bestrijding wel weer redelijke worteltje aan gegroeid, en waren de bolletjes best wel kerngezond (een bewijs dat het plantgoed ook gezond was), maar ze waren gewoon veel te klein.
  69.   Goede raad was duur, ik opperde om Bleeker aangetekend te informeren en aansprakelijk te stellen, nu dit ook een beetje de regel was. Burger was daar fel op tegen en hij had beslist een punt, want alles moest nog worden gerooid en verwerkt, en als Bleeker de kont tegen de krib zou gooien, dan zouden ze weigeren om te gaan rooien, en eerst zekerheden eisen of wat dan ook, in algemene zin is ruzie met contractnemers, die dus jou bezit in hun bezit hebben, absoluut niet lonend, ook al was het in dit geval niet zo erg geweest want toen alles gerooid en geleverd was, bleek dat de oogst nog veel meer tegen viel dan verwacht. Dat de markt slecht was, is al beschreven, maar lelies worden in maten gesorteerd, en we verkochten vooral de grotere maten, en een deel van de soorten waren wel iets bijzonderder en hadden we nog voor redelijke prijzen op soort verkocht, maar de maat 16, miste zo ongeveer, ca. 10 % van wat het had moeten zijn, en van de maat 12 hadden we er veel te veel en maat tien verkochten we nauwelijks maar plantten we weer. We noemden de oogst half op basis van het aantal stuks per rr, maar verkooptechnisch was de geteelde helft incourant en de te kleine bollen veel slechter verkoopbaar dan de missende grotere maten, dus het was echt dramatisch.  
  70.   Het voorstel van Burger was geweest om eerst de geleverde aantallen te bezien, en of die mee of tegen vielen (tegen dus) en dan met Bleeker in gesprek te gaan, want Burger was het met me eens dat er kennelijk best flink wat mis was gegaan, hij was zelf steeds kweker geweest en kende de klappen van de zweep. Later krabbelde hij daar overigens weer op terug, had hij ineens geen oordeel meer. Zoals al beschreven begon de relatie van lieverlee al  scheuren te vertonen, maar deze z.g. Bleeker zaak heeft het sneller doen escaleren. op dat moment noemde hij zich al de droogverkoopspecialist, en dacht hij al dat hij er van kon profiteren als wij als bedrijf onderuit zouden gaan, maar op dat moment waren we dus nog niet zover. Bleeker verwerkte de oogst en leverde die aan ons. Ik heb toen een overzicht gemaakt van de ontvangen bollen per soort en gedeeld door de oppervlakte voor het aantal per rr.   Dat overzicht heb ik gefaxt naar Bleeker met een begeleidende brief dat de oogst ver onder het normale was, en dat dit voor ons een grote strop in hield, en dat dit besproken diende te worden. De eerste reactie van F. Bleeker was dat hij opmerkingen op het overzicht had geschreven, handgeschreven, waar per soort de opmerking bij stond wat er in voor kwam, zoals kiek, zwaar kiek, woekerziek, zwaar woekerziek, en zelf een soort aangevreten door muizen, die kennelijk ook in het pangoed hadden gezeten. Ook gaf hij aan wat van het Nederlandse perceel kwam en wat van het Belgische. op zich was dit voor ons niet verkeerd want dit voorkwam de discussie waar wat in zat en welke oppervlakte, zo was zwaar en licht woekerziek en ook kiek beide ca. 30 %, waar Bleeker al gauw 50 % van maakte.
  71.  We zouden dus gaan bezien of we in der minne, tot iets van een oplossing konden komen, de eerste bespreking was op oudejaarsdag 1999. Dit ging onder leiding van Bader jr. dus in een bemiddelende rol en als onpartijdige tussen partijen in, althans zo had het behoren te zijn. Wel probeerden IVB’s (zoals ook CNB en Cebeco) in kwesties (die best wel veelvuldig voorkwamen) altijd te bemiddelen en de grotere (CNB, Cebeco en Hobaho) hadden daar zelfs iemand apart voor in dienst, maar als men in de minne tot minder betalen kwam was dit ook minder provisie, dus in dit soort kwesties waren ze standaard al minder voor de gever, en meer voor de nemer. Bader had er een z.g. onpartijdige persoon bijgehaald, een zekere Sloothof, die correspondent was van het scheidsgerecht, maar hier meer als waarnemer en adviseur bij zou zijn. Ook die vond ik achteraf niet echt onpartijdig. Die maakte een verslag waar ik het later lang niet mee eens was, en dat ook op schrift heb gezet (is er dus nog) maar uiteindelijk staan er ook wat zaken in waarvan Bleeker in de rechtszaken die ze later begonnen, precies het omgekeerde beweerden, en dus zwart op wit, bewijsbaar verzonnen. (Komen we nog op terug). Dan was Jan Willen er bij, vader en zoon Bleeker, en ik zelf uiteraard.  Burger was er niet bij aanwezig, en heb ik daarna nog één keer aan de telefoon gesproken, en daarna was het lijntje stuk, en werd hij als “droogverkoopspecialist” onze grootste concurrent. Een paar maanden later stuurde Bader een brief dat ze met ons bedrijf geen zaken meer wilden doen, dus weer een vijand erbij, maar de opvolgende bijna 10 jaar, was er nog wel wat van dit en dat, maar kwamen we niet meer in een directe clash met vervelende vakgenoten van dat kaliber. Integendeel, zoals de lezer zal merken zijn er ook echte goede vakgenoten o.a. Siebelt van HOBAHO die we nog veel tegen gaan komen.
  72.   Erg toeschietelijk waren de Bleekers niet om zaken op te lossen, dus een hoop gehakketak. Volgens Bleeker was alles goed gegaan, en begon hij over de kiek en de woekerziek, wij stelden dat er fouten waren gemaakt, en we een grote strop opliepen, dat anderen met hetzelfde plantgoed een normale oogst hadden, en er werd gewoon veel in de rondte gepraat en herhaald. Op enig moment vroeg Bader wat wij wilden en voorstelden, Ik heb gezegd, een halve betaling voor een halve oogst.  Als dat niet werd geaccepteerd stelde ik voor om een eigen arbitrage commissie in te stellen, zoals dit in ons contract stond. Er kwam nog een discussie over, of het plantgoed wel of niet gekookt was, want in het Bader contract stond dat het plantgoed gekookt aangeleverd moest worden, maar wij hadden ons eigen contract, en de vrije keuze om wel of niet te koken. Koken is een warmwaterbehandeling tegen Bladaaltjes, waarbij de aaltjes net worden gedood en de bollen net in leven blijven. Die bladaaltjes kunnen in een plant (en bol) voorkomen, maar veelal dus ook niet. Tot aan de dag van vandaag beweert Bleeker / Duijsens dat dit (ook) een reden van de halve oogst is, terwijl iedere kweker weet dat het geen invloed heeft op groei (waar het over gaat) soms groei zelfs remt, en onnodige kosten en ook risico is, als die Aaltjes er niet in voorkomen, zoals ze in de percelen van Bleeker niet zijn waar genomen, een pure onzin bewering dus, waarvan rechters, die er gewoon de ballen verstand niet van hebben, van denken dat het wel zo zal zijn omdat zo een (beëdigde) advocaat dit toch niet zomaar zal verzinnen.
  73.   Al eerder ben ik in gegaan op ons eigen contract, en weldegelijk met een reden. Zoals al geschreven hanteerde HOBAHO een eigen contract (later CNB waarschijnlijk ook), en hanteerden wij ook al jaren een eigen contract, deels daarvan afgeleid, maar met wat eigen bepalingen. Doordat Bader kennelijk ook wat meer contractteelt contracten maakte, was die er ook toe over gegaan om een eigen contract op te stellen, en om de enige reden dat zij dit zelf opgesteld hadden vonden ze hun contract beter als het onze.  Burger wist dat wij (al jaren) ons eigen contract hanteerden, en wij wisten niet dat Bader nu zelf ook iets had opgesteld, en daar kwam nogal gedoe over. Maar even voor alle duidelijkheid, Bader / Burger was bemiddelaar (net als een makelaar) en geen contractpartij, en had alleen maar vast te leggen wat partijen afspraken. Ze hadden zich daar ook niet eens mee moeten bemoeien, want zij waren geen partij, maar ze miskenden hun rol en bemoeiden zich er nu juist wél mee. Volgens hen had Bleeker het contract aangegaan volgens hun contract en niet volgens het onze. Natuurlijk had er een contract ondertekend moeten zijn voordat de bollen waren geplant, maar dat was niet gebeurd nu we geen problemen verwachtten en toen kwam Bader met zijn contract. Ik stelde dat ik hun contract niet accepteerde en ook duidelijk waarom, en dat ik een eigen contract hanteerde wat Burger wist, omdat dit o.a. een paar jaar bij Jacob Douwe Dokter was gehanteerd, voordat de illegale telers hem ten gronde richtten.
  74.   In mei schreef Bader een brief aan Bleeker (kopie aan ons, hebben we nog) dat ze Bleeker adviseerden ons contract niet te tekenen, wij tekenden hun contract niet dus er was geen  contract. Zoals gesteld ging Bader daar gewoon flink zijn boekje mee te buiten. Ik heb ze toen op hun kantoor bezocht, en ergens op een bovenkamertje met twee Baders daar over gesproken, en allereerst gevraagd wat ze het recht gaf om zich met condities van gever en nemer te bemoeien wat hun zaak niet was. Ze gaven daarbij toe dat ze daar inderdaad geen recht toe hadden, maar dat ze hun contract, in samenspraak met goede juristen hadden opgesteld, om de partijen te helpen, nu die dat naar hun mening zelf niet zo goed konden. Ze dachten dan dat ons contract zogezegd addertjes onder het gras bevatte, en wij legden ze uit dat dit juist niet zo was, omdat we ook de nemer bescherming boden als er iets mis zou gaan. Ons contract week eigenlijk op drie punten af, allereerst aangaande mogelijke geschillen. Wij stelden dat we bij geschillen niet naar het scheidsgerecht zouden gaan, maar een eigen arbitrage in zouden stellen, en als dat mislukte naar de gewone rechter. De lezer moet dit even onthouden want dit krijgt een vervolg. De reden was dat bij de ontwikkeling van de contractteelt daar geen regels of jurisprudentie voor was. Toen er geschillen ontstonden, was er vooral door toedoen van mr. Venbroek voornoemd, de stelling ingenomen dat een contractteler onwetend was met de teelt, en begeleiding behoefde, en als hij fouten maakte was die begeleiding dus kennelijk onvoldoende geweest, dus in een reeks zaken had de gever altijd ongelijk gekregen en de nemer altijd gelijk. Inmiddels waren de kwekers veel professioneler geworden en waren er begeleidingsbureau’s en in later stadium is dit standpunt ook onhoudbaar geworden. Wij hadden dus in ons contract staan dat we contracteerden met professionele kwekers die geen teeltbegeleiding behoefden.
  75.   Een andere afwijking, die verder niet zo van belang is, was dat in geval dat er één van de twee partijen, dat kon de gever of de nemer zijn, in financiële problemen kwam (dat behoefde niet direct faillissement te zijn) dan zou de teelt vervallen aan de andere partij. Dit was dus een goede bescherming en zekerheid, voor beide partijen, maar dat werd door achterdochtige en niet al te slimme mensen, zoals de Baders en ook Burger, niet begrepen, die dachten dat er wel een slimmigheidje onzerzijds achter verborgen zat terwijl wij juist ook de andere partij wilden beschermen. Dat daar niets achter zat bleek maar moeilijk uit te leggen. Ergens in juni 1999 is Burger met Bleeker bij ons geweest en hebben we het zo goed mogelijk uitgelegd en heeft Bleeker gezegd dat ze het wel konden accepteren. ook Burger zag geen problemen meer. Bleeker zou het contract meenemen, nog even overleggen, ik denk met een boekhouder of zo, en het daarna getekend terugsturen. Ik had een assistent aangenomen die het verder af zou werken, en ging zelf een dag of tien naar U.S.A.  Dat Bleeker het niet opgestuurd had was Bleeker eerst zelf ook vergeten, en mijn assistent had er ook niet meer aan gedacht en ik dacht juist dat hij het wel geregeld had, want ik dacht immers ook dat de lelies bij Bleeker weelderig stonden te groeien, en we aan het begin stonden van een goede samenwerking voor jaren. Naar later bleek een beetje de wet van Murfy achtig zoals Murfy ons bleef achtervolgen.
  76.   De derde bepaling die afweek, was wel een bepaling die het vervolg bepaalde. We hadden er in staan dat er bij duidelijk verwijtbare tekortkomingen we schade zouden claimen.  Eigenlijk was dat een open deur want ieder contract moet goed worden uitgevoerd, en ook in de andere contracten stond dat de teelt als goed huisvader uitgevoerd diende te worden. Ook al stond het er bij anderen niet expliciet in, dan houdt het toch in dat het consequenties heeft als je niet doet, wat in het contract staat. Wij stelden dat dit niet gold als oorzaken duidelijk overmacht waren geweest, en dat een afwijking van wat als normaal geld van 10 % nog tolereerbaar zou zijn. Het was vooral die bepaling die maakte dat men later het contract niet accepteerden en dat men het bestreed.
  77.   Dit was dus een zijstap, nu we de bespreking beschreven. er gebeurde nog iets vreemds, want Bleeker stelde dat hij ons wel iets tegemoet wilde komen want wij hadden bij het meten van de percelen een meetfout gemaakt, en dat dit dus foutief en flink in ons nadeel was berekend. Dit maakte een verschil van 21000 gulden, pakweg 10.000 euro. Dit was voor mij zeer verrassend en ook onnavolgbaar en onbegrijpelijk. Het was dus zo dat mijn mensen niet goed hadden gemeten, dat de Bleekers het na hadden gemeten en dat ze de fout hadden geconcludeerd en elkaar aan hadden gekeken, van ziezo, die 21.000 stelen we en steken we in onze eigen zak, maar nu er discussie gaande was stelden ze zoiets als, we willen jullie wel tegemoetkomen, we hadden 21.000 gulden gestolen die geven we je weer terug. dat is toch wel goed van ons vind je niet. Dit was toch wel een ogen opener. De bijeenkomst had een paar uur geduurd, het was oudejaar dus iedereen wilde naar huis. afgesproken werd dat we d.d. 6 januari verder zouden gaan. de vraag werd gesteld of beide partijen de intentie hadden om er (toch) samen uit te komen. Dit werd bevestigd, en zo is het dus ook in het verslag vastgelegd.
  78.   Da volgende afspraak was op 6 januari, in dezelfde setting, en dus onder de afspraak dat we er gezamenlijk uit zouden komen, maar het ging en liep totaal anders. Tijdens het eerste gesprek vond ik het al een uitwedstrijd, en waren zowel Bader als de zogezegde onpartijdige waarnemer, in feite niet onpartijdig, en probeerden ze kritiekpunten op ons te zoeken. Zo vond die mijnheer Sloothof dat we eerder aan de bel hadden moeten trekken en daarmee onze rechten hadden verspeeld. Dit terwijl hij niets moest vinden (hij zou alleen een soort waarnemer zijn), en als ze al wat hadden moeten vinden, dan was het niet dat hij en Bader vonden dat een halve oogst nooit kon kloppen en dat je niet door eigen schuld iemand met een grote strop kon laten zitten. De omvang van die strop was niet meer weg te nemen, maar een bijdrage daaraan was mogelijk en dus ook aan de orde. In Euro’s was de totale afgesproken contractvergoeding berekend op ca. 190.000 euro dus ruim 400.000 gulden, met de opmerking er bij dat de meetfout van 10.000 nog nooit is gecorrigeerd. Van dit bedrag was 1/3 betaald, en zouden er nog twee delen betaald moeten worden, van 63.430,53.  Het was dus meer zoeken naar zaken die ze ons meenden te kunnen verwijten, waar Bleeker natuurlijk steun in vond, en dus minder motivatie om iets te regelen. Terwijl wij dus aanschoven omdat we zouden pogen er met elkaar uit te komen, hadden de partijdige en ook onpartijdige partijen al andere ideeën en intenties.
  79.   In de loop van het jaar kwam ik als relatie natuurlijk met regelmaat bij Bader op kantoor. Met Bader sr. deed ik niet mijn zaken maar had wel eens een praatje of conversatie. Daarbij vertelde hij mij dat ze toch wel een aantal vervelende rechtszaken gaande hadden. Inhoudelijk waarover bij mij niet bekend, bekend was dat er zaken liepen over de illegale teelt in het buitenland, maar het kunnen ook totaal andere zaken zijn geweest. Je loopt er immers nooit zo mee te koop. Hij vertelde mij dat ze wel een hele goede advocaat hadden, mr. Venbroek, dus mijn haren rezen ten berge. Die had hun ook geholpen bij het contract wat ze als service naar hun klanten hadden opgesteld, waar we al zoveel gedoe over hadden gehad, maar wat hij vertelde was interessante wetenschap en maakte ook later veel duidelijk. Wat ik later al begreep en vermoedde en wat ook al was genoemd heb ik later nog wat concreter bevestigd gekregen, door een direct betrokkene. Na het voornoemde gesprek, had Bader (vader, zoon, beide?)  het verstandig gevonden om in de met ons lopende kwestie advies in te winnen, wat dus al hun partijdigheid tegen ons, en voor Bleeker bewijst. Zoals beschreven was dat op zich niet zo abnormaal. Men zag de kweker snel als de underdog en het slachtoffer, en als de gever een reden had om niet te betalen dan ook geen provisie, maar er is verschil tussen een beetje partijdig en heel erg partijdig. We hadden nog drie rechtszaken gaande (o.a. Steijn) waar een agressieve en constant liegende Venbroek bij was betrokken, die gedekt door zijn machtige vrienden, niet zozeer de belangen van zijn cliënten behartigde, bv. door er samen uit te komen, maar die zaken vooral gebruikte om ons het leven zo zuur mogelijk te maken. (daarnaast liep er nog de vervelende familiekwestie). Het was mij volslagen duidelijk dat al zijn handelen er op was gericht om ons schade te doen en op kosten te jagen. Het feit dat Bader binnen twee jaar van de ene op de andere dag stopte, duidelijk niet van weelde, zou heel goed met de rechtszaken waar Bader het over had van doen gehad kunnen hebben, en misschien was Venbroek toch minder goed en waren zaken mis gegaan, maar dit is giswerk.
  80.   Venbroek zag dus zijn kans schoon en adviseerde Bader om geen enkele concessie te doen,  en direct aan te sturen op een scheidsgerechtzaak. Hij had al meerdere contracttelers daar vertegenwoordigd en alles gewonnen, met de stelling dat het verprutsen van een teelt aan de gever te wijten was, omdat die geen goede teeltbegeleiding had gegeven, dat dit jurisprudentie gaf en dus feitelijk ook vaste rechtspraak was,  dus gewoon geen enkele concessie doen en direct naar het scheidsgerecht. Dan had hij Bader er van doordrongen dat zij, door zaken met ons te doen, dit met ongeveer de grootste crimineel in het bloembollenvak deden, en hij adviseerde Bader om ons zo snel mogelijk als klant de deur uit te werken. Wel had Venbroek gesteld dat hij al zoveel problemen en narigheid met ons had gehad en nog had, dat hij in dit geval Bader, of in dit geval hun relatie Bleeker niet wilde vertegenwoordigen, maar hij wist wel iemand, die ook erg goed was, en waar hij goede contacten mee had. Hij adviseerde om Duijsens te vragen of heeft die zelf gevraagd. Duijsens was directe collega (van hetzelfde kantoor) van Wolf die we kennen van de Cebeco zaak, wist dus van de hoed en de rand, we hadden ook met hem van doen gehad in wat kleinere kwesties, en hij zat bij aanvang van die zaken dus al overduidelijk in onze vijandenkring. Ook had hij, net als Venbroek, een reputatie die bv. tegengesteld was aan die van mr. van Meel, een reputatie die hij meer dan waar heeft gemaakt.
  81.   Wij kwamen dus d.d. 06-01-2000 met de intentie om spijkers met koppen te slaan, en zouden ook bereid zijn, om nog iets toe te geven, om in ieder geval nieuwe en langdurige rechtszaken te voorkomen. We hadden dus weer dezelfde setting, als de week daarvoor, en wederom een niet al te ontspannen sfeertje, en nadat de koffie was geserveerd en opgedronken, waren we klaar voor het serieuze werk. Ik schrijf deze gebeurtenissen vanuit mijn herinnering, hoewel van deze vergaderingen verslagen zijn, en ik gok af en toe naar een naam en het exacte hoe en wat (zoek ook niet alles terug, want heb haast), maar er zijn altijd zaken die je gewoon onthoudt. De eerste vraag van Bleeker was, of we een ondertekend contract hadden. Bij de vorige sessie waren we beiden van mening dat we dit hadden, maar beiden konden we dit kennelijk niet terugvinden en bleek het alleen door veronachtzaming van beide partijen niet geregeld en afgerond te zijn. Vastgesteld dus dat dit er niet was. Ik stelde dat ondertekening was toegezegd en afgerond zou worden. Ook dat ze op een avond in juni bij me waren geweest, dat we de zaken die onduidelijk waren hadden uitgelegd, en dat men die kon accepteren, en dat Burger dat ook kon bevestigen. Bleeker zag dit anders, nu er geen contract was getekend behoefden ze zich daar niet aan te houden. Toen vroeg hij of het plantgoed wel was gekookt want dan zou die halve oogst, samen met de kiek en woekerziek daar wel van komen. Het moest gekookt plantgoed zijn want dat stond in het Bader contract, wat wij niet hadden geaccepteerd, maar kort en goed, Bleeker wilde gewoon geld voor niet verleende diensten, en Bader deed geen enkele poging om Bleeker nog tot enige consensus te bewegen. Die bijeenkomst was dus snel afgelopen, en de juridische strijd kon beginnen.
  82.     Hoe ver van Meel al op de hoogte was weet ik niet meer, die had er in ieder geval weer een zaak bij. Van Meel handelde deze maal, uiteraard ook op sterk aandringen, best wel snel, en op 2 februari ging de dagvaarding tegen Bleeker de deur uit waarin we hem aansprakelijk stelden voor de schade, en de verdere contractteelt betaling verrekenbaar stelden  met de schade.  Na ca. een week kregen wij dan een oproep van het scheidsgerecht van Bleeker waarbij we nu alvast opmerken dat dus Duijsens namens Bleeker optrad, Bleeker was de cliënte zoals dat heet, dus als we het over Bleeker hebben, hebben we het doorgaans ook over Duijsens, en als we Duijsens schrijven, ook over Bleeker of namens Bleeker, maar voor veel zaken zien we Duijsens als de leidende en bepalende persoon, en zijn er volgens ons zaken waar Bleeker soms maar beperkt (of helemaal geen) weet van heeft, en zullen we dus ook veelvuldig Duijsens benoemen. Dit dus even voor de rest van het verhaal. Er waren dus twee rechtszaken ingesteld aangaande dezelfde zaak. Het al veel besproken contract speelde daarbij een beslissende rol. In dat contract sloten we het scheidsgerecht uit, en stelden een eigen arbitrage voor. Dat dat laatste er niet kwam werd snel duidelijk, en zaken waren dus van het ene op het andere moment verhard, grimmig, en volledig op scherp. We stelden dat het contract door Bleeker mondeling was geaccepteerd, wat ook zo was, dus dat het scheidsgerecht was uitgesloten, en stelden ze daarvan in kennis. Normaal is er een scheidsgerechts zitting binnen twee weken, maar in dit geval, en vrij uitzonderlijk, stelden ze dat wij gelegenheid kregen om een verweerschrift in te dienen. Daarin gaven we wel zaken inhoudelijk weer, maar ook dat we hen hadden uitgesloten. Dat het intern ook veel discussie gaf, nu het een omvangrijke zaak was, buiten gebruikelijk standaard zaken, lekte dit wel naar ons uit. Er werd een zittingsdatum bepaald, maar vervolgens kregen we kort voor de zitting bericht dat men had besloten om het om hun moverende redenen, niet te gaan behandelen. Bleef dus over de door ons ingestelde rechtszaak, die dus ook zijn aanvang had genomen.
  83.   In hun verweer, zoiets heet memorie van antwoord, stelde Duijsens zich heftig te weer tegen de geldigheid van het contract nu het niet was ondertekend. Als zoiets niet ondertekend is wil het niet zeggen dat het niet geldig is. Dat het Bader contract ongeldig was, was duidelijk, omdat we dit schriftelijk kenbaar hadden gemaakt, maar Bleeker dat nooit gesteld dat zij ons contract niet accepteerden. Daarbij was er niet een ander of derde contract, en het was normaal en gewoon gebruikelijk dat er een contract zou zijn, dus aannemelijk dat dit ons contract was, nu het het andere contract in ieder geval niet was. Dan was de stelling van Bleeker dat alles goed en volgens afspraak was gegaan maar dat de halve oogst kwam door de schuld van ons, door het niet koken, de kiek, de woekerziek, en doordat partijen met elkaar vermengd waren. Iedereen die maar een beetje met de lelieteelt bekend is, en alle kwekers weten dat dit allemaal zaken zijn die geen, of maar miniem invloed hebben op groei, maar dit is al besproken en willen we niet te veel herhalen, hoewel Duijsens dit tot aan de dag van vandaag beweert. Natuurlijk kwam daar nog extra bla bla en moddergooien naar ons toe bij, en dingen die ik buiten beschouwing laat of niet goed meer herinner, maar dit waren dus hun verweren in de hoofdzaak.
  84.   Deze zaak werd behandeld en beoordeeld door rechter mr. J. Blokland die al eerder is genoemd. In de voornoemde familiezaak, hadden we, om hun bedrijf te redden, een bedrijf van broers op onze naam genomen die dit vervolgens opzettelijk failliet lieten gaan. Daar was Blokland rechter commissaris, en had hij de partijen een keer ontboden, dus onbekend waren we al niet met elkaar. Verder was Blokland voor mij een serieuze rechter, en zijn beslissingen zogezegd begrijpelijk en navolgbaar, maar ik heb al aangegeven dat ik later tot een ander inzicht was gekomen. De eerste tussenuitspraak die Blokland deed was dat eerst vastgesteld diende te worden of het door ons opgesteld contract nu wel of niet geldig was. Dit moest middels zogezegde getuigenverhoren, of voorlopige getuigenverhoren. Die zijn op twee manieren tijdrovend, als er een datum moet worden gesteld dan worden verhinderdata gevraagd, en ben je snel drie maanden verder. Dan gaat het soms in twee sessies, en kan de tegenpartij daarna ook nog getuigen oproepen. De partijen geven dan in de volgende ronde vaak weer een eigen, dus verschillende uitleg aan wat wordt beweerd. er was een eerste tussenuitspraak d.d. 2 augustus 2001, dus de zaak was toen al ruin 1,5 jaar gaande, en de tweede 17 jan 2002  waarin werd gesteld dat middels getuigen de geldigheid van het contract vastgesteld diende te worden.  De daaropvolgende tussenuitspraak was van 20 augustus 2003. We waren toen dus al ruim 3,5 jaar verder, en intussen hadden er zaken plaatsgevonden die zaken flink ondersteboven geschopt hadden en als fataal, of althans zeer schadelijk benoemd kunnen worden, maar nog even wat verder ingaande op het verloop van de zaak.
  85.   Het contract leek eigenlijk een beslissende rol te vervullen, en hield ons in ieder geval 3,5 jaar bezig. Voor Duijsens was het van belang om een zogezegde inhoudelijke behandeling te voorkomen, dus voorkomen dat wij de bewijzen zouden leveren en zaken hard maken dat Bleeker grote steken had laten vallen, dat zou fataal worden, dus hij klemde zich krampachtig aan het contract, vooral omdat daar in stond dat een nemer bij fouten aansprakelijk zou worden gesteld. In de contracten van Bader en de andere IVB’s stond dit niet duidelijk gesteld, maar wel dat de nemer de goede en juiste teeltmaatregelen uit moest voeren, en er stond zeker niet bij dat, als ze door eigen schuld de zaak verprutsten, dat ze dan evengoed recht op hun geld hadden. Dat zou ook wel vreemd zijn, want dan zou een contractnemer zijn bollen in de grond stoppen en er verder niet meer naar omkijken, en alleen rooien als er nog iets viel te rooien.  Sprake is van een contract, en contracten die niet na worden gekomen of uitgevoerd worden niet en nooit betaald. Daar maken lelie contractteelt overeenkomsten geen uitzondering op.  Het bijzondere was dat eigenlijk die bizarre gedachte wel in het bollengebeuren leefde, vanwege de scheidsgerechtzaken die altijd in het voordeel van nemer werden beslist, en daarbij de sterke hand van de IVB’s  die vanuit hun machtspositie snel druk op de ketel zetten. Duijsens heeft die mening nog steeds en roept dit nog steeds.
  86.   Om de geldigheid van het contract vast te stellen, had de rechter ons opgedragen om bewijs te leveren, en hebben we Burger, en Bader en de tegenpartij Bleeker sr. en jr.  als hoofdgetuigen opgeroepen, wat inmiddels zogezegd vijandige getuigen waren. Die maakten er dan ook een flinke leugenpartij van. Bader was wel, alleen tussenpersoon, maar had toch Bleeker het contract ontraden, en Burger en Bleeker waren wel bij ons geweest en hadden uitleg gehad, maar hadden juist besloten om niet te tekenen want ze vonden het een onbehoorlijk contract, maar konden ook weer niet uitleggen wat er dan onbehoorlijk aan was. Wat daar dan verder ook van moge zijn,  achteraf maakte het allemaal niets uit en waren we gewoon 3,5 jaar voor niets aan het soebatten geweest, maar Duijsens had wel 3,5 jaar tijd kunnen rekken. Zonder dat tijdrekken zou al zijn gevonnist mogen we aannemen. Over fouten bij de teelt en welke andere zaak dan ook was nog in het geheel niet gesproken, en Duijsens wist dus ook niet welke bewijzen we hadden. Die waren nog niet ingebracht.
  87.   In het derde tussenvonnis van Blokland, stond ongeveer, en iets vrij vertaald in,  dat Blokland bepaalde dat hij niet vast kon stellen of het contract geldig was, maar het stond wel vast dat Bleeker contractteeltverplichtingen aan was gegaan en die ook adequaat na had moeten komen. Nu het er om ging of die wel of niet op toereikende wijze nagekomen waren, deed het contract er verder niet meer toe. Er zou opvolgend een comparitie van partijen volgen waarbij wij/ onze partij, er mee moest rekenen dat wij een bewijsopdracht zouden gaan krijgen. Dit hield dus een aantal zaken in. Allereerst moet rechter Blokland het zeker en weldegelijk als aannemelijk hebben geacht dat Bleeker de benoemde fouten had gemaakt. Ten tweede kan daar uit op worden gemaakt, dat als wij met duidelijk en afdoende bewijs zouden komen, dat onze vordering tegen Bleeker toegewezen zou gaan worden. Maar inmiddels hadden er zich dus nogal wat andere zaken gelijktijdig afgespeeld, daarvoor gaan we terug in de tijd, tot zo ongeveer dat de Bleeker zaak begon, of iets later, mei 2000.
  88.   Een bedrijf zoals wij hadden, had ieder jaar wel wat tegenslagen, het ene jaar dit, het andere dat, met teelt, prijsschommelingen maar daar was het bedrijf wel op berekend en het kon wel iets hebben. Dat er wat zaken al snel tegenliepen in 1999 veroorzaakte dus nog niet direct paniek, maar allerlei zaken stapelden zich in één jaar op dus van lieverlee begon door te dringen dat we op een flink verliesgevend jaar aan streefden, maar het hoe en wat precies weet je pas als zaken, ook al is het nog maar voorlopig, echt op papier staan. Daar kwam bij dat het mij pas in oktober duidelijk werd dat ik bij Bleeker ook nog eens de nodige tonnen ging verspelen en die calamiteit is ook datgene geweest wat de flinke plas was, die de emmer flink liet gaan overlopen. We hadden bij de ING Bank een relatiebeheerder met een agrarische achtergrond, die kennis nam van de oorzaken van verliesgevendheid, en stelde dat het een stapeling van incidentele, dus niet van structurele zaken was, en adviseerde nadrukkelijk om  door de financieren, en als ING dat advies had gevolgd, dan was dit verhaal niet geschreven en als dit niet, of als dat niet was gebeurd, gaan we nog meerdere malen meemaken. Voor veel zaken geld dat, als op een bepaald moment het net iets anders was gegaan, wat ongeveer in al die gevallen de betere beslissing of optie zou zijn geweest, dan genoten we nu van een onbezorgde oude dag. Daarbij is het echter volledig zeker, en leidt het geen enkele twijfel, dat de Bleeker zaak ons bij de ING Bank over de rand heeft geduwd.
  89.  Zoiets gaat natuurlijk niet van de ene op de andere dag, zoals ik me herinner had ik wel contact met de relatiebeheerder, en had hem wel redelijk bijgepraat, en hadden we elk half jaar sowieso een gesprek, vanaf de tijd van de Cebeco narigheid, maar zwakte dat af nadat die zaak geschikt was. Ons boekhoudjaar liep van 1 juli, tot 1 juli, en juli 1999 leek er nog weinig aan de hand, maar begin 2000 kwamen we krediet te kort, en maakten veel kosten en te weinig opbrengst. Binnen de afgesproken ruimte, die verstrekt was op basis van de begroting, konden we de verplichtingen niet betalen, dus we moesten aankloppen voor extra krediet. Toen we om tafel zaten waren we weer enige tijd verder, en zag het er nog slechter uit. In zo en situatie vraagt de bank ook om steeds meer informatie, en zo herinner ik me nog heel goed de vergadering met de bank in mei 2000. De boekhouder was er bij, ik denk Hans Veldman ook al, en de voorlopige cijfers waren slecht. Met een lang verhaal kort werd er gesteld dat  zoals het er uitzag de financiering ter discussie stond, en ze zich zouden beraden hoe verder, dit afhankelijk van meer definitieve cijfers. Natuurlijk zijn de oorzaken besproken, en ook dat het in hoofdzaak incidenten waren maar een hoge Ome uit Amsterdam viel nogal uit, hij liet me zien wat er de laatste jaren, en het laatste jaar aan juridische en advieskosten uit was gegeven, en hij had vernomen dat er naast de nog lopende zaken, er weer een nieuwe rechtszaak bij was gekomen, en ik kon in die zaken allemaal wel gelijk hebben, maar rechtszaken financieren zagen ze niet echt als hun core business. Waar het op neerkwam was dat we in een soort proeftijd terechtkwamen, dat ze begrepen dat de geteelde percelen, niet gemakkelijk verkoopbaar waren, en het dus beter zou zijn in ieder geval dat seizoen door te draaien, en als ze definitief besloten om te stoppen dat er dan een soort uitverkoop scenario bedacht zou worden. Bij zo iets kun je dan tegen sputteren maar je hebt weinig tot niets in te brengen. Het directe gevolg was dus ook dat, nog erger dan voorheen, de uitgaven werden gecontroleerd, het budget altijd krap werd gehouden, en je over investeringen, zowel in inventaris, als in nieuw teeltmateriaal gewoon niet had te prakkiseren. We draaiden dus door maar er ontstonden steeds betaalachterstanden, dus het was steeds schuiven en overleggen en regelen met crediteuren.
  90.   Zaken vielen daarna onder de afdeling intensief beheer. Zoals gezegd hadden we het voorgaande jaar en opstapeling van tegenslagen en incidenten, en normaal gesproken was er ieder jaar wel iets gaande, maar in 2000 ging eigenlijk gewoon alles goed. Geen teeltproblemen bij kwekers, de handel ging goed, voorzichtig inkopen, dus zaken leken hoopvol. Daarbij waren we sterk achteruit geboerd, maar in een verantwoorde taxatie van zaken zou er nog steeds een miljoen eigen vermogen zijn, ook al waren dit voorraden en materialen, die niet gemakkelijk te verkopen waren, en hadden we eerder afspraken gemaakt, die nog genoeg ruimte zouden bieden. De bank zou 50 % van de waarde van de bollen financieren en 60 % van de inventaris, maar zonder overleg schroefden ze dit terug, de voorraad werd 25 % afgewaardeerd, en  geen 50 % meer maar 40 %. Toch nodigde ik mijn relatiebeheerder uit, of dit niet anders kon en in welke mate men het meende om ons te laten stoppen en hoe ze dit in gedachten hadden. Wat hij daarop zei gaf een beetje hoop maar niet veel. Bij ING konden ze heel rigoureus zijn, en hij had al een paar zaken meegemaakt die niet nodig waren geweest of veel beter hadden gekund, en hij had ons verdedigd maar was gewoon opzij geschoven, en in zulke gevallen mag hij zich er nauwelijks meer mee bemoeien. Dat nam niet weg dat, als alle indicatoren op positief stonden, dat hij dacht, het tij wel te kunnen keren.
  91.   Natuurlijk gebeurde er weer iets waarvan je zegt of denkt dat, als dat niet was gebeurd, dat zaken anders zouden zijn gelopen. We hadden contractteelt bij een Limburgse kweker staan. We waren een aantal jaren daarvoor ook via Bader met hem in zee gegaan, maar nu rechtstreeks en het was ook een relatie van HOBAHO. Die kweker had al een faillissement achter de rug, en had eigenlijk te veel hooi op de vork. Zijn teelt was redelijk maar kreeg minder aandacht als in de voorgaande jaren, dus het rommelde al iets in de relatie. De geruchten dat we moeilijk zaten gonsden dan ook wel wat rond. Begin augustus moesten we hurry up bollen uitleveren, en het orderboek was vol, maar die eerste tijd in het nieuwe seizoen is het nogal een uitdaging om alles tijdig geleverd te krijgen. Veel voor USA, staat op een bepaalde boot voor transport al ingepland, wij kunnen niet te vroeg en vooruit werken, bollen zijn dan ook in volle groei, en er kan ook zomaar nog eens honderd millimeter water vallen in een paar dagen, en alles ligt even stil (ook meegemaakt).  Met die kweker, we noemen hem de Limburger, waren natuurlijk normale betaalafspraken, maar kort voordat hij moest gaan rooien weigerde hij dit. Hij vertrouwde ons financieel niet, en wilde eerst een bankgarantie en ander ging hij niet rooien. Bij hem stonden een aantal soorten die in delen naar verschillende klanten moesten, dus hij had ons aardig klem.
  92.   Van achteraf bezien was er een andere oplossing geweest of we hadden hem aangetekend aansprakelijk kunnen stellen, maar ik kon al redelijk berekenen  dat we op een goed jaar aan stevenden, had een overzicht voor de bank gemaakt, had het probleem op schrift gesteld en uitgelegd, en vroeg de bank om een financiering van een half miljoen extra. Eerst leek dit ook nog gemakkelijk te gaan slagen, in een bespreking hadden we het nader uitgelegd, maar men kwam toch met bedenkingen, nog een bespreking, weer een ander mannetje erbij, nog meer bedenkingen, nog weer een bespreking en verzoek om meer gegevens. Wat eigenlijk het grote probleem leek te zijn was dat ik met te gunstige prognoses kwam, dus men dacht dat ik het opklopte, ze geloofden het niet en vertrouwden het niet. inmiddels dus een maand verder en geen geld voor de Limburger. Inmiddels deden we steeds meer handel met HOBAHO en hadden ook wel goede gesprekken met hen gehad.  Hun financieel directeur was D. Siebelt, waar ik best al langere tijd goed mee door een deur kon, terwijl hij ook met alle voorgaande zaken bekend was, zijn pappenheimers kende, en zaken op waarde kon beoordelen. Siebelt was uiteraard zakelijk, maar durfde iemand wel wat ruimte te geven, de helpende hand te bieden, en stelde nooit onredelijke eisen. Hij sprak de Limburger, die hij ook al eerder had geholpen eens toe en garandeerde Betaling voor de leveringen, in ieder geval de hoogstnodige voor direct, dus net op tijd kregen we de benodigde bollen, dus “saved bij the Bels”, en ondanks alle gedoe wat we weer aan de fiets hadden hangen, gingen de leveringen en de verkoop verder allemaal goed. Het was intussen wel duidelijk geworden, dat Burger de Limburger tegen ons had opgestookt, in ieder geval strooide die dat soort geruchten rond, bij kwekers maar ook bij klanten van ons.  Vooral door prijzen flink te onderbieden pikte hij hier en daar een klantje, maar over het algemeen bleven ze ons in goede mate trouw.
  93.   Meer krediet hebben we dus van de ING Bank nooit gekregen maar we hadden in het wespennest lopen porren en dat werd eigenlijk een zooi. Door te weinig budget konden we lang alle rekeningen niet betalen en begonnen er achterstanden te ontstaan. Dit ook bij de bedrijfsvereniging GUO, aangaande sociale lasten en pensioenpremies, van ca. 10 vaste medewerkers. Zo gauw als een leverancier zegt, sorry betaal eerst de vorige levering maar voordat ik weer lever, en deze keer wil ik contant betaald krijgen, dan raken de problemen in de versnelling. In totaal zijn er 8 besprekingen geweest, een paar maal op het bedrijf, maar later in dat aparte gebouw in de Bijlmer, die hebben niets positiefs opgeleverd, maar bij iedere bespreking leken zaken te verslechterd. De stellige indruk bestaat, dat, als ik niet aan de bel had getrokken voor extra geld op een verkeerd moment, dat het allemaal nog heel anders had kunnen gaan.  Bij die besprekingen was dan doorgaans mijn registeraccountant en een collega aanwezig. Dan was er Hans Veldman, een bedrijfsadviseur, die min of meer door ING was aangesteld, om de informatie te controleren. Dan was van Meel er mogelijk niet altijd, maar de meeste keren dus ook bij, en ook Siebelt was er later bij. Bij de ING bank was er altijd een hr. Romijn, en dan wisselde het, en het waren moeilijke gesprekken want van kennis van lelies en die handel hadden ze geen verstand, dus ze vergeleken het met andere bedrijfstakken, het waren voor ons de verkeerde mensen van de verkeerde afdeling, die zaken niet eens probeerden te begrijpen, en ook niet wilden begrijpen. Natuurlijk kwamen Veldman, de boekhouders, en van Meel wel met hun urenrekening en was ik veel van mijn tijd er mee bezig om zaken uit te werken, na te rekenen en op schrift te zetten. Extra tijd en kosten hielp ons natuurlijk niet de goede kant op, en we wisten niet eens precies meer waar het om ging. De toezegging dat er serieus bezien zou worden of ze verantwoord verder konden gaan leek vergeten, De inzet leek in hoofdzaak hoe ze met een minimum aan kosten, en bij crediteuren zoveel mogelijk rekeningen onbetaald te laten, nog zoveel mogelijk bollen konden laten verkopen.   
  94.   Het ging dan helemaal mis toen de heer van Baren ten tonele verscheen. Van Baren moest een soort super accountant zijn die moest gaan controleren of de leliebollenvoorraad ook wel de 5 miljoen waard was die we aangaven. Ik denk dat hij bij de zesde bespreking op de proppen kwam en bij de zevende verslag deed, en we bij de achtste zouden bespreken wat er, mogelijk met de aangeboden hulp van HOBAHO, alsnog mogelijk zou gaan zijn. Het zou ook kunnen zijn dat hij juist bij die laatste was. Het zou nog na te vinden zijn, er liggen nog een paar mappen in de kast. Van Baren hadden we een paar dagen op ons bedrijf te gast, en die wilde dit zien en dat weten, met twijfel van mij of hij begreep wat we aangaven, bij ING is sowieso al minder kennis van agrarische zaken. Verder was hij wel aardig, gaf nog wat tips voor de bedrijfsvoering enz. en gaf zich verder niet bloot wat hij er van dacht of vond, maar we dachten dat zaken wel overgekomen waren dus positief. Toen van Baren zijn rapport klaar was, spoedden we ons allen dus weer naar het aparte gebouw  in de Bijlmer, en van Baren ging los. Hij dacht dat de voorraad, die wij voor 5 miljoen waardeerden, sterk overgewaardeerd was en dat dan ook al jarenlang, en structureel. hij dacht dat die mogelijk maar de helft waard zou zijn, en mogelijk nog veel minder, misschien maar een miljoen. We stonden allemaal echt met onze oren te klapperen, en in een flits realiseerde ik mij, dat die meneer, die er gewoon helemaal naast zat, ter plekke mijn hele bedrijf de nek om draaide. Je eerste impuls is dan natuurlijk, om daartegen in te gaan, zijn puur onjuiste beweringen en aannames bestrijden, maar ik bedacht me meteen, dat dit geen zin zou hebben. Ik heb dus gezegd dat, als hij dacht dat de voorraad een miljoen waard was, dat ik hem er een miljoen voor bood. Verwonderde blikken, maar het leek er op dat ze er meteen op in wilden gaan.
  95.   Zaken die eerst raadsels lijken te zijn, worden later wel weer wat duidelijker. Een hint hier, een opmerking daar, een directe vraag aan iemand, met antwoord. We hadden van Baren zo goed als mogelijk geïnformeerd, goede klanten, eigen soorten, kelklelies, productverbetering door behandelingen, snel kunnen leveren, niche markt, toegevoegde waarde, als je iemand twee dagen voor je poten hebt, kun je nogal wat uitwisselen, daarbij was hij een soort super accountant dus moest erg slim zijn, ook al leek het of hij veel niet begreep en meestal de foute vragen stelde, maar dat hij de hele zaak later afbrandde kwam toch als een volslagen verrassing, en hij deed ons dus gewoon de das om. Het duurde ook daar even voordat het me duidelijk was. Natuurlijk kwam hij bij ING Bank relaties alleen in actie als men de gegevens niet vertrouwde, hij moest naar fouten in de boekhouding zoeken, en die moest hij boven water halen, dan deed hij zijn werk goed en dan mocht hij blijven.
  96.  Wat later bleek was het navolgende, na bij ons geweest te zijn, had hij in het vak wat inlichtingen verzameld, dan kom je als eerste bij het grootste in en verkoop bureau uit, CNB.  Met wie hij had gesproken, en wat er was besproken, en hoe lang, en of hij er persoonlijk was geweest is onbekend gebleven. Duidelijk is dat al zijn negatieve informatie van daaruit aan hem was  aangereikt en ingelepeld. Die informatie zou ongeveer als navolgend zijn geweest; “Als bedrijf en dus met mijn persoon hadden we met iedereen problemen, het ging een tijdje goed en dan was het mis, begrijp niet dat jullie er nog weer met hem ingetuind zijn, en die bollenvoorraden, ja die kun je sterk overwaarderen om je balans op te poetsen, maken we dagelijks mee. Je vraagt wat het opbrengt als wij ze executoriaal voor jullie verkopen, ze staan voor 5 miljoen op de balans, ha ha, er is overaanbod, kwekers verkopen voor alle prijzen, reken maar dat ze tussen de 10 en 20 % opbrengen van wat er in de boeken staat. Goede raad van ons, zo snel mogelijk van hem af zien te komen, wij zijn de grootste en de beste, we hebben grote hallen en koelruimte in Bovenkarspel. We zijn “at your service”. ” Zo kan en zal het dus ongeveer gegaan zijn.  Je vijand slaapt nooit, en weer een geval van, als dit niet zo was voorgekomen had alles nog ander kunnen gaan en waren alle opties nog open geweest. Achteraf bezien, zal ING  zeker meer dan een half miljoen Euro, plus kosten enz. volstrekt onnodig hebben verspeeld.
  97.  In de periode van pakweg drie weken tussen die bespreking en de laatste was er veel hectiek, we zaten midden in het uitleveren en het voorbereiden van de orders in de winter en voorjaar. We hadden al veel eerder de bollen die we nodig hadden ingekocht en we kochten nog steeds bij. Op zich was daar niets mis mee, van de verkoopprijs konden we de inkoopprijs betalen, en er waren geen missers bij de inkoop zoals het jaar daarvoor. Bij ING bedacht men dat, als men de gehele voorraad in één keer publiek zou verkopen, dat ze daarmee (een deel) van de schuld uit konden winnen, en dat idee was kennelijk na de van Baren bespreking bij ze binnen gekomen. Dat zou inhouden dat alle klanten die hadden besteld en levering verwachtten, niet geleverd zouden krijgen, dat de voorraad voor veel te lage prijzen zou worden verpatst, maar ook dat de net gekochte, en de net geleverde bollen die dus nog betaald moesten worden, door ING werden ingepikt en verkocht, en de leverancier zou onbetaald blijven. Daar gelden dan bepaalde wettelijke regels. Als iemand net heeft geleverd en de partij staat er nog zoals geleverd (niet verwerkt)  dan mag de leverancier de bollen terughalen in geval van (dreigend) faillissement, of betaalonmacht. Een bank kan voorkomen dat iedereen zijn spullen terug gaat halen door ze te verplaatsen, dus ze bijvoorbeeld in een ander hal zet. ING was dus bezig met een plan om alle bollen naar een andere locatie te laten brengen, van daar uit te verkopen, en alle nog openstaande rekeningen, ook die van degenen die net hadden geleverd, onbetaald te laten, en dit zonder enig overleg en zonder ons er in te kennen. Opzet leek alles naar de CNB hallen in Bovenkarspel te gaan verplaatsen, kennelijk hadden ze dit als goede optie aangereikt en wilden ze de verkoop wel organiseren. Wel hadden ze Hans Veldman om informatie van een en ander gevraagd en had ING zich iets blootgegeven, waarna die mij dus meteen informeerde dat ze bij ING zo ongeveer volledig losgeslagen waren, en rampzalige plannen koesterden.
  98.  Natuurlijk was dat echt schrikken, en ik ben er nog laaiend over. Allereerst om dat zoiets al totaal onnodig was, dan ook omdat het een stelletje dwazen bij elkaar waren die er totaal niets van begrepen en ook totaal niet wisten waar ze mee bezig waren, en ook nergens naar luisterden of iets aannamen, en gewoon arrogant waren, maar vooral omdat ze willens en wetens, een groot aantal mensen puur opzettelijk met grote stroppen, door onbetaalde rekeningen wilden laten zitten, vanwege de gedachte dat ze pandrecht hadden en op die manier al die bollen konden verkopen zonder ze te betalen, en dat dat het dan wel op zou brengen, en kennelijk ook een, mogelijk zelfs doorslaggevend contact met CNB. Ik heb dus meerdere keren met H, Veldman heen en weer gebeld, en die heeft al een flinke poging ondernomen om ze dit onzalige plan uit het hoofd te praten. Ik heb meneer Romijn, die het zelf niet bedacht leek te hebben, toen een fax gestuurd met een kosten berekening. Ik stelde dat het mij het beste leek voor hen om ze naar CNB (de koel en opslaghallen in Bovenkarspel) te brengen. Ze moesten er mee rekenen dat het minimaal ca 100 vrachtwagens vol betrof, die geladen en gelost moesten worden, pakweg 50.000 gulden (de euro kwam een jaar later), dat voor koeling van een maand met in en uitslag op basis van de CNB tarieven ca. 200.000 aan kosten gerekend moest worden, en het door veel soorten en maten extra bewerkelijk zou zijn, 2 euro per kist, of een tonnetje moesten ze wel rekenen, en dan kwam er bij dat als er even iets mis ging door te weinig koeling door heen en weer gesleep, dat de bollen door spruitvorming onverkoopbaar zouden worden, en dat opruimkosten ook een paar gulden per kist waren. Ze hebben daar dan weer met Veldman over gecommuniceerd en leken eindelijk overtuigd dat het geen goed plan was.  
  99.   Dit leidde dus tot de laatste bijeenkomst waarbij Siebelt / HOBAHO voorstelde om verkopen allemaal via HOBAHO te laten lopen, maar dan wel de betaling van de inkoop en ook contracttelers normaal van de opbrengst te kunnen gaan betalen. Bij ING was er zoiets als, nu hun onzalige plan was gecancelled, het nu al goed was, als de kosten en kredieten maar niet meer op zouden lopen. Dat er voor grote bedragen was verkocht, en daarvan snel geld binnen zou komen leek ze nauwelijks te interesseren, ik was er ook al lang al mee gestopt om dat soort zaken uit te leggen. Ook was doorgaan en doorfinancieren gewoon niet meer aan de orde gekomen, maar een goed plan hadden ze zelf verder dus ook niet. Zaken via HOBAHO laten lopen, zou veel extra rompslomp geven maar ook veel extra kosten, dus ik had daar niet veel zin in maar dit werd dus zogezegd door de strot geduwd.
  100.  Dan had ik nog een, in verhouding klein probleem want er waren een aantal rekeningen die dringend betaald moesten worden, anders behoefden we niets af te spreken want dan kon er einde van de week een faillissementsaanvraag liggen. Dit betrof een viertal rekeningen die tezamen ca. 60.000 beliepen, maar waar ca. 30.000 van aan oude Bader relaties betaald moest worden. Die bollen waren al een paar jaar eerder door ons gekocht voordat daar het lijntje brak, en hadden 1 november betaald moeten zijn. Na een maand (die om was) zouden ze het aan de kredietverzekering doorgeven en we konden wel inschatten dat ze de instructie zouden geven om direct tot incasso over te gaan. Dit stelde ik dus in de bespreking van 01-12-00 aan de orde. Met gepaste tegenzin werd door ING daarmee ingestemd, we hadden de betaalopdrachten mee, en op de terugweg belde ik Bader dat zaken geregeld waren en betaling onderweg. Dit was op een vrijdag maar woensdag stond toch de deurwaarder voor de deur. Bellen met ING bracht aan het licht, dat die hadden bedacht dat ze toch maar niet gingen betalen en dus meteen de poppen aan het dansen. 202.  Daar bleek ook heel duidelijk dat Bader er helemaal over uit was om het advies van Venbroek op te volgen, maar hun einde naderde in een maand of wat, en is na 15 jaar al lang vergeten,  en ons bedrijf is later door anderen overgenomen en draait momenteel nog prima.
  101.  Wat ik de komende dagen toen gedaan heb is dat ik naar ING toe stelde dat ze de laatste afspraak (betalen aan Bader) niet na waren gekomen, waardoor alle andere afspraken op losse schroeven waren geraakt. Gelijktijdig deed ik ze een voorstel, dhr. van Baren dacht dat de voorraad een miljoen waard zou zijn, ik bood ze een miljoen. 400.000 voor alle plantmateriaal, 400.000 voor de Handelsvoorraad, en 200.000  voor afkoop privé aansprakelijkheid.  Dan voor de inventaris 500.000   en de gebouwen in optie in nader overleg voor taxatie prijs, en kwijtschelding van wat er dan aan restschuld over zou zijn gebleven, alst u blieft meneer Romijn, jullie dachten een miljoen, ik biedt jullie een miljoen. Ik had dit goed op papier gezet in afzonderlijke deelovereenkomsten, en er ook duidelijk bij gezet op welke datum dan door ons alle rechten en plichten overgenomen werden want dat was van belang. Wij zouden dan alle betalingsverplichtingen overnemen, maar van die dag af zouden ook alle betalingen voor ons gaan zijn. We hadden meerdere malen aangegeven wat we aan inkomen verwachtten, en dit lag in een normale lijn met andere jaren. In dat seizoen zou dan nog pakweg voor 5 miljoen, mogelijk nog meer, worden verkocht en bij ons binnen gaan komen. Daar konden wij dat dan van betalen, plus de rekeningen van de bollen, contactteelt en wat dan ook. ING had cessie op die vorderingen die dan dus bij ingaan van de transactie zou vervallen, zonder dat ze er naar om keken wat er aan inkomsten binnen zou gaan komen. Als ze naar het jaar daarvoor zouden kijken hadden ze al een goede indicatie.  Ze gaven dus  onnodig geld weg maar het waren inmiddels een stel koppige ezels geworden, die zich er alleen op focusten hoe ze zo snel mogelijk van ons af konden komen, en heel belangrijk, met zo weinig mogelijk werk, moeite en inspanning.
  102.  Het voorstel, met begeleidend schrijven dus naar Romijn gefaxt. ik had zijn directe nummers en belde hem en hij zei in ieder geval geen nee, of zoiets als, hoe kom je op het idee en denk je dat ik gek ben of zo. Hij was het serieus aan het bezien en er mee in overleg, maar ik stelde dat  ik weinig voorstellen meer kon doen als Bader beslaglegging liet doen, of faillissement aan vraagt, dus opschieten graag. Even geen besprekingen met een hok vol dure mensen en wat in een kringetje rond redeneren, maar een klap er op. Ik had het ca. 15 december gefaxt, de dag voor kerst waren ze na overleg er bij ING in zoverre uit dat ze er mee akkoord gingen als wij ons bod met fl. 250.000 zouden verhogen. Ik had het dus in onderdelen opgedeeld, het zou niet uit maken op welk onderdeel ik het verhoogde of over de zaken verdeelde als er maar 250.000 bij kwam. Ik heb gezegd dat ik zou gaan overleggen en er snel op terug zou komen. Ik had het directe telefoon nummer van Romijn, en deed dit op eigen houtje zonder het legertje adviseurs erbij, of zonder die er in te kennen. Overleggen moest ik dus met mezelf en met mijn vrouw. Duidelijk was dat ING voor een regeling in was. Een globale berekening had opgeleverd dat sprake was van pakweg 750.000 tot een miljoen wat  ING kwijt zou schelden. Voor de goede orde, we leefden nog in de gulden tijd, maar op de valreep naar de euro. Ik kan dit mogelijk gaan verwarren, maar dat doet aan het gebeurde niet eens veel toe of af. Het blijven allemaal toch grote bedragen.
  103.  250.000 gulden erbij was een flink bedrag maar eigenlijk niet onredelijk. De foute mannen op de foute afdeling hadden hun knopen geteld, en begrepen dat ze met weinig inspanning een redelijk resultaat konden hebben, en ze leken het al druk genoeg te hebben. Hun alternatief was dat ze met veel moeite en gedoe minder binnen zouden gaan halen, want zo ver waren ze kennelijk en dat bleken ze wel te hebben begrepen. Aan de andere kant spelen er andere zaken voor hen en bij banken in het algemeen. Per definitie zijn het altijd harde onderhandelaars, en ze willen ook niet dat het zo gemakkelijk is of wordt, om aan ze te ontsnappen, voor de uitstraling naar de buitenwereld, en ze zijn per definitie arrogant, om maar eens wat bij elkaar te benoemen. De feitelijke en enige overweging voor mij was dus of ik gewoon ja zou gaan zeggen, of dat ik vast zou houden aan mijn eerste aanbod, of dat ik met ze in een onderhandelingsslag zou gaan, om pakweg halfweg uit te kunnen komen. Dat laatste was op zich verleidelijk. Vasthouden aan het eerste aanbod zou volgens mijn inschatting niet gaan lukken. Als ik helemaal niet zou bewegen, zo als ik het aanbood zouden ze inschatten dat er onderhandelingsruimte zou zijn, en waarschijnlijk gewoon nee zeggen. Een handjeklap zaak er van maken, was verleidelijk, maar we zaten voor de feestdagen en dat is ook onze drukste tijd, we waren hurry up die honderd vrachtauto’s vol bollen aan het uitleveren, die ING naar de CNB hal had willen brengen, elke dag een paar auto’s, elke auto voor ca. 40.000 gulden aan bollenwaarde, en ze zouden er zomaar achter kunnen komen dat ik ze zou gaan betalen van het geld wat anders ook van het zou gaan worden, dus ik koos voor de optie om gewoon ja te zeggen. Ik had een aanbod gedaan, als ze ja hadden gezegd dan was er al een vaststaande overeenkomst geweest zoals door mij op schrift gezet. Nu zeiden ze geen ja maar deden een tegenbod, als ik ja zei had ik dus gewoon een overeenkomst, dan konden ze niet meer terug. Dan zou ik dus ook verder kunnen, hopen dat mijn vijanden me een beetje met rust zouden laten, en weer verder, en ook gewoon de crediteuren kunnen betalen, want de schulden liepen snel op. Ik heb dus een paar uur later al gebeld dat ik akkoord ging en verzocht Romijn of hij de overeenkomsten wilde ondertekenen en terug faxen,  ik zou het bedrag van de inventaris zelf veranderen en direct naar hem faxen, en zou er al meteen van uit gaan dat met ingang van de gestelde datum, zaken waren zoals afgesproken. Romijn wist niet of het voor de kerst nog lukte maar hij zou ook tussen kerst en Nieuwjaar op kantoor zijn en vrolijk Kersfeest, goede feestdagen, zalig kerstfeest mag ook, dat zou wel gaan lukken. We hadden een deal, ik zag het toch wel als een huzarenstukje, als ze dan blind zijn voor alle reële en positieve zaken, laat ze dan maar in hun eigen mes vallen.
  104.  Ik had het vergelijkbare dus ook met Amro Bank gehad, niet helemaal vergelijkbaar, we zaten er toen eigenlijk wat dieper in en konden moeilijker een (goede) prognose maken, maar we waren er toen ordentelijk met elkaar uitgekomen, en iedereen kwam gewoon zijn afspraken na. We dachten dus dat ING Bank ook een nette bank was, en dat bleek nu net weer niet het geval. Banken zien we in reclames vertellen hoe goed en betrouwbaar ze zijn, en we kennen al die televisie reclames, en het is 15 jaar terug, maar de ING Bank heeft bij mij een vieze smaak achter gelaten. Ik moet er bij zeggen dat ik ca. 10 jaar goed met ING had gewerkt, en goed om was gegaan met de relatiebeheerders, en dat ze me ook lang steunden in de Cebeco strijd, en natuurlijk begrijp ik dat er veel goede medewerkers zijn, die zich aangesproken kunnen voelen, maar ik moet toch even kwijt dat het niet nakomen van eerdere afspraken, en iemand misleiden en eigenlijk bedriegen toch een bank onwaardig zou moeten zijn. Daar kwam bij dat ze zichzelf niet bevoordeelden maar ons nog wel erg extra benadeeld hebben. Nu ik toch aan het schrijven ben, wil ik ze toch nog wel even persoonlijk bedanken voor het niet nakomen van afspraken wat ons nog weer veel onnodige extra kosten en problemen opleverde. Dankzij hun zijn de zaken ook anders gegaan als nodig, en ten kwade gekeerd.
  105.   Na de kerst zat ik op de bevestiging te wachten maar die bleef uit. toen ik belde was Romijn er net mee bezig zei hij, op zich al vreemd want hij behoefde alleen de overeenkomsten terug te faxen want alles stond al op papier. Toen er wat kwam bleek hij het overgeschreven te hebben in een soort overeenkomst brief, en daar stond alles in zoals afgesproken, behalve het belangrijkste, de algehele kwijting van het te kort als zaken waren afgehandeld. Ook wat ik opgesteld had aangaande het onroerende goed week wat af, en of ik het ondertekenen wilde en terugsturen en alles zou zijn geregeld. Ik belde hem dus dat hij het belangrijkste was vergeten, waarbij Romijn wat moeilijk en ontwijkend begon te doen. Ik stelde dat alles exact zo was geaccepteerd zoals door mij vastgelegd, alleen die 250.000 er bij en het was akkoord dus ook duidelijk akkoord met de bepaling dat voor het resterende, na afwerking van zaken, algehele kwijting zou gaan gelden. Dat was ook natuurlijk de basis van de gehele operatie, ik zou zaken zo regelen dat ze meer zouden verkrijgen door eigen inspanning, dan wat het bij hen zou gaan worden, en de kwijting was daar voor de bonus, en ook niet bijzonder, maar veel vaker voorkomend. Romijn mompelde zoiets als dat hij er eerst fiat en toestemming voor had gekregen, maar dat zijn baas er later op terug was gekomen. Ik zei dat dit gewoon niet kon, de afspraak was definitief gemaakt, ik had aan hun laatste voorwaarde voldaan, afspraak is afspraak, eens gegeven is altijd gegeven. Ik stelde dus dat de afspraak in juridische zin stond, en dat datgene wat hij had gefaxt ook bevestigde wat in ieder geval als afspraken gold. Romijn bleek dus ook maar een loopjongetje te zijn, en zijn baas was dwars gaan liggen maar liet hem de kastanjes uit het vuur halen.  Natuurlijk wist die baas dat hij in feite gewoon de wet overtrad, en is het gissen wat hem bezielde door eerst voluit ja te zeggen, en later aan de afspraken ging sleutelen. Ook hier is het gissen, maar mijn vermoeden is dat hij eerst ja heeft gezegd, het toen eens wat beter is gaan bekijken, en in begon te zien waar de anderen blind voor waren geweest, namelijk dat we ons vrij kochten met geld van de verkoop van de zaken waar ze cessie en pandrecht op hadden, ons gewoon de bollen goed laten verkopen, en daarna de opbrengst inpikken en de crediteuren en leveranciers niet betalen had ze veel meer opgeleverd. Wij knokten er voor om iedereen het zijne te kunnen geven, in de eerste plaats de kwekers en leveranciers die er ook voor knokten om hun bedrijf overeind te houden, terwijl wij al hadden ervaren dat de ING Bank ten aanzien van hen geen enkele morele scrupules had, althans de mensen van deze slagers afdeling. Kennelijk alleen omdat hij zich de verliezer voelde was hij dwars gaan liggen. Met zekerheid kunnen we wel stellen dat, als de ING Bank, of in november 2000 zoals ze van plan waren, of bv. in februari toen er al veel was verkocht en uitgeleverd, maar ook veel leveranciers nog moesten worden betaald, hadden ingegrepen en ons uit de mark gegooid, dan zouden er ruwweg geschat, voor enkele miljoenen aan crediteuren, voor altijd onbetaald zijn gebleven. We kunnen concluderen dat ING Bank zich daar op geen enkele wijze om bekreunde (hoewel daar ook eigen klanten bij zullen zijn geweest) terwijl het ons, ondanks alles wat daarna is gebeurd middels de opvolgende boevenbende, nog steeds een goed gevoel geeft dat we geen mensen tegenkomen die door ons toedoen ter ziele zijn gegaan of schade opliepen. Helemaal schadevrij is het niet voor iedereen geweest maar het gros van hen kende bij benadering de problemen en waardeerden toch onze inspanning die we ons getroostten.
  106.  Van Meel en de andere betrokkenen hadden zich er zeer over verwonderd dat we een naar verwachting goede deal hadden weten te forceren, dit zonder hun, in hun ogen noodzakelijke hulp, maar nu moest ik me toch weer tot hem gaan wenden, uitleggen wat er gaande was, en gelijktijdig dus weer een flinke extra rekening realiseren. Een brief naar ING dat we ze aan de afspraken hielden en ons anders genoodzaakt zagen juridische actie te ondernemen, en om extra schade te voorkomen, binnen enkele dagen een volledig akkoord of anders een afspraak met ze verzochten, wat er in resulteerde dat van Meel, ik en mijn vrouw, en een vijftal anderen uit het ING kamp, zich weer in een kamer van het ietwat  uitzonderlijke gebouw in de Bijlmer verzamelden, kort na Nieuwjaar. Dit had natuurlijk alles in zich om een raar en bijzonder gesprek te worden. Meneer Romijn was er, die nauwelijks iets zei (mocht zeggen) , dan was er iemand anders, wel eerder bij een bespreking gezien die het meeste het woord voerde, en dan was er de baas die de broek opgehaald had. Sommige namen onthoud je altijd. In fabeltjes krant hadden we Bor de wolf, en deze heer heette ook Bor. Dan waren er twee advocaten bij van een duur Zuidas kantoor, dus het mocht bij ING ook wat kosten. Van Meel vroeg wat men nu eigenlijk  wilde en van plan was. Geen duidelijk antwoord. Ze stonden er inmiddels iets anders in wilden de kwijting niet meer. Bor hing onderuitgezakt in zijn stoel en keek de gehele tijd sacherijnig zonder iets te zeggen. Op enig moment was het enige wat hij zei dat die kwijtschelding naar de schatting 700.000 gulden zou gaan belopen, en dat was ook voor de ING Bank heel veel geld. Ik zei dat gewoon doorfinancieren ook een goede optie was geweest, maar dat leek vloeken in de kerk. Van Meel was gewoon duidelijk. Volgens hem stond vast dat wij een voorstel hadden gedaan, dat ING een tegenvoorstel had gedaan, wat wij hadden geaccepteerd dus in juridische zin was volgens hem die zaak gewoon beklonken. Daar konden ze zich dus al niet meer op terugtrekken, het zou wel lastiger worden als ze het gingen ontkennen en wij het zouden moeten bewijzen, maar ING had het allemaal zelf op papier gezet dus datgene wat op schrift stond  was geaccepteerd, was dus ook al bewezen, behalve de kwijting. Vaststond dat de onderhandeling op basis was van het op schrift gestelde, door mij, dus met kwijting. Dat er later overeen was gekomen dat de kwijting zou vervallen was zeer onwaarschijnlijk en stond ook nergens op schrift, wat wilde ING nu eigenlijk. De ING  advocaat stelde dat ze erkenden dat de overeenkomst voor het deel wat ING zelf op schrift had gesteld als door beide partijen geaccepteerd moest worden geacht, en dat er over de kwijtschelding een geschil was, waar ze aan vasthielden. Wij zouden dan maar naar de rechter moeten stappen, of misschien deden ze het zelf wel, en verder kwamen we dus niet.
  107.  Vervolgens probeerden ze de afgesproken datum te veranderen door die op te schuiven met een aantal weken, In die tijd was er zeker een tonnetje binnengekomen, die ze er nog bij wilden ritselen terwijl die datum duidelijk was, maar gewoon proberen. Toen ze daar ook opgaven, hadden we de ING voorlopig van onze nek. Een paar jaar later is er nog iemand van ING langs geweest. We konden het geschil over de kwijting wel afkopen, wat dachten we van een half tonnetje (waren inmiddels Euro’s.) niet gedaan natuurlijk, ook geen geld voor. ik moest me tegen hem niet beklagen want hij was ook maar om een boodschap gestuurd. In het verdere vervolg van zaken waren wij dus eigenaar van de bollenkraam met alle lusten en lasten, en de inventaris en hadden we ook onze prive aansprakelijkheid afgekocht wat ook wel heel erg goed voelde, maar dus pas eigenaar na betaling van de afgesproken bedragen, die deels in januari en deels in maart betaald zouden worden, wat gelukte. We gaven daarbij voorrang aan de andere crediteuren, en wat niet lukte was om snel een andere bankier te vinden. We probeerden Rabobank en vingen direct bot om twee redenen, de eerste was dat we geen zwart op wit kwijting van ING Bank hadden, en de tweede omdat ik als privé persoon betrokken was bij een faillissement van derden, de kwestie die met mijn broers gaande was. De kwestie met de broers werd eind 2002 beëindigd, maar die met de ING natuurlijk niet. Geen van beide partijen begon er een rechtszaak over, en dus was het na vijf jaar verjaard. Dat wisten ze ook van tevoren natuurlijk, en ze wisten ook dat het ons zeer zou hinderen als we dit niet zwart op wit hadden. Het was eigenlijk niet anders te benoemen als  flauwe en kinderachtige pesterij van grote jongens die niet tegen hun verlies konden.
  108.   Al die extra kosten en tijdverlies maakten het er natuurlijk niet gemakkelijker op. Ook al de tijd van je zelf, maar ook het feit dat je er met je gedachten niet bij bent, en ik heb het niet zo in mijn bestaan om ergens aan onderdoor te gaan, maar echt goed voor de gezondheid is ook weer anders. Mijn geluk was dat er in 2000 niets mis was gegaan, behalve dan dat er nog steeds drie rechtszaken liepen plus dan Bleeker die er net bij was gekomen, en de z.g. familiezaak. Daar kwamen dan de extra kosten bij van de adviseurs bij het ING gedoe, maar ondanks al die extra kosten hadden we toch een royale winst. Toch stopte het gedoe niet, want bankkrediet ging niet lukken en nadat we de 1.750.000 gulden aan ING hadden betaald, bleef er door alle extra kosten enz. minder over als gedacht, en leveranciers die nog een rekeningen open hadden staan wilde vooruitbetaling, of zoiets. Iedereen reageerde uiteraard verschillend, en na de eerste poging bleek wel dat nieuw krediet bij een andere bank niet zou gaan lukken.  Al gauw was duidelijk dat het zo niet zou gaan lukken, we kwamen gewoon een paar miljoen te kort, de een wil de ander te vlug af zijn, en je houdt het niet. De datums weet ik niet precies meer (is nog wel terug te vinden denk) maar een eerste vergadering hadden we met hoofdzakelijk de contracttelers, en een paar leveranciers, met de boekhouder er bij. We gaven uitleg, speelden open kaart, er waren problemen, deels waren die opgelost, deels niet en problemen om een financier te vinden. Siebelt was daar ook bij, die stelde dat HOBAHO wel contractteelt wilde garanderen, voor het komende seizoen, de aanwezigen wilden wel doortelen, maar hadden allemaal nog maar een deel betaald gehad.  
  109.  Daarbij is ook geopperd dat er werd overwogen om in een andere BV. verder te gaan, HOBAHO zou bezien tot hoeverre ze hulp wilden en konden bieden, en als zaken toch mis zouden gaan dan, stond er het contract (hetzelfde als waar bij Bleeker de discussie over ging) dat de bollen aan de kwekers zouden vervallen, en zou HOBAHO voor verkoop zorgen. Een aantal  accepteerden het zonder mokken, een paar wilden eerst hun restant betaald enz. Eén haakte af, een ander liet zich pas later door Siebelt overtuigen, die had al weer een paar weken te laat geplant, het begin van een valse start. De grootste crediteur was HOBAHO zelf, Bleeker telden we niet mee, maar hun tegenvordering in de rechtszaak zou ook zo iets zijn, (ca. 260.000  gulden), en dan waren de schulden bij de bedrijfsvereniging (GUO, vergelijkbaar met GAK) ook flink opgelopen zo richting 200.000.  Daarna is er een bespreking geweest met de boekhouders van BDO. Siebelt en van  Meel. De beide BV.s opheffen en een doorstart maken leek de enige oplossing. Een paar crediteuren wilden snel geld en dreigden met faillissement. Met GUO was het ook slecht onderhandelen, afgesproken werd dat BDO een lege BV. zou bezorgen om in verder te gaan, van Meel zou zich er in verdiepen dat alle regels gevolgd zouden zijn, en Siebelt zou bezien in hoeverre hij de ruimte van de directie kreeg om zaken mogelijk te maken. Om zaken eenvoudiger en overzichtelijker te maken werden alle rekeningen beneden de fl. 5000  direct betaald, en na ca. een maand zouden we kijken of zaken te beklinken zouden zijn. Over Bleeker werd ook wel gepraat maar alleen in het kader van degene die de oorzaak van de problemen was, zoals beschreven was die zaak dus zogezegd onder de rechter.  Mijn inzet was vooral toch hoe ik zaken weer zo op de rit kon krijgen dat iedere leverancier, al zou het dan ook even duren, gewoon zijn geld zou krijgen. Dan zouden we alweer jaren verder zijn, en intussen werd er al nagedacht, of ik dan als alles geregeld zou zijn, zelf wel verder wilde, en hoe lang nog, en of het regelen van opvolging mogelijk zou zijn.  Het zal de lezer wel duidelijk zijn dat er toch bij al het beschreven gebeurde, er veel zaken waren waar weinig plezier aan was te beleven. De laatste bijeenkomst van de adviseurs was eind mei of begin juni. In die tussentijd was er dus van alles bedacht, georganiseerd, overlegd en geregeld. Belangrijk was dat de zaken van de oude BV. s, zoals bollenkraam en inventaris, overgenomen zouden worden tegen een reële c.q. redelijke waarde, die zonodig in later stadium verdedigbaar zou zijn. Betaling in een later stadium, bv. na een jaar mocht dan weer wel.  Die waarde behoefde helemaal niet overdreven te worden, het ging er om dat niet iets wat 10.000 waard was, aan een vriendje werd overgedaan voor 1000 euro. Gezamenlijk zijn dus de verschillende onderdelen besproken, en is er een prijskaartje aan gehangen waar iedereen het wel over eens was. De zaken formeel goed te regelen wilde ik natuurlijk ook, maar voorop stond om gewoon faillissement te gaan voorkomen.
  110.    Natuurlijk was er nog veel meer  te regelen en had je er ongeveer dagwerk van om zaken in goede banen te leiden, en is het hier geschrevene allemaal nog steeds een verkorte versie van heel veel zaken die plaatsvonden en me overkwamen. Ons boekjaar liep tot 1 juli, dus het was praktisch om dat dan als officiële overgangsdatum ofwel doorstartdatum te menen, Lily Company BV. nam de activa over van Lico Teelt BV. en Lico Export BV. en ging met de activiteiten verder terwijl de andere BV.s geen activiteiten meer ontplooiden, per brief werden alle klanten geïnformeerd, en bij de goede grote vaste klanten gingen we natuurlijk persoonlijk langs, die bezochten we toch al af en toe. O.a. Burger had al aardig onrust lopen te zaaien. Hij had ons ook wat nagebootst met informatie materiaal, wat er eerlijk gezegd wel vrij goed uitzag, en hij bezat nog een eigenschap die wij niet hadden want hij was zogezegd Hondsbrutaal.  We hadden twee klanten die elk 1/6 van de omzet afnamen, een van deze twee (de Ree) werd opgebeld door Burger waarbij hij zichzelf uitnodigde om te komen praten over zijn benodigde leliebollen behoefte want, nu wij nagenoeg failliet waren was hij zo ongeveer de aangewezen persoon om dat in te gaan vullen. De Ree hield Burger buiten de deur en informeerde mij,  en informeerde mij als Burger ergens bollen weg ritselde die door ons waren gekocht, dus dat soort van activiteiten hadden we er nog bij gaande. Ook dat vrat tijd, iemand op achterbakse wijze zwart maken, gaat veel sneller dan om dit te weerleggen en aan te tonen dat iets onjuist of anders is dan beweerd.
  111.  Die zaken stopten niet, en gemakkelijk was het allemaal lang niet. Na de afkoop bij ING hadden we onze bollen voorraad en percelen en ook de inventaris als onderpand, aan HOBAHO verstrekt, daar liep de betaalachterstand op ten voordele van z.g. oude crediteuren, met sommigen maakten we een deal in een soort maatwerk overeenkomsten, of een stuk inventaris (bv. een tractor) die we niet meer nodig hadden, en op die manier, deels dus ten koste van HOBAHO (omdat die zekerheden had), hadden we dus na een jaar voor een slordige miljoen gulden aan schulden van de gestopte BV. s betaald. Het z.g. doorstarten was evengoed wel nodig geweest want met een aantal crediteuren was niet te praten. Uiteindelijk kozen die dus voor bv. een vijftig procent betaling met kwijting van de rest. Die namen dus genoegen met minder als ze maar voor konden dringen op de rest, en zo verdwenen er weer een aantal uit de boeken. Nu dit door de nieuwe BV. ten behoeve van de oude werd betaald, was dit ook ter delging van de overnameprijs, die betrof ca.  660.000  gulden, dus er was al flink wat meer betaald dan het bedrag dat voor de overname gezamenlijk, en naar beste weten en kunnen, hadden vastgesteld.  Deze zaken beschrijven we omdat al die zaken een vervolgtraject kregen in het land waar de leugen regeert. Op zich slaagde de doorstart dus, maar het had veel beter gekund.
  112.  Jammer genoeg maakten we in het eerste jaar al een soort valse start. We hadden nog een aantal percelen bij de eerder benoemde Limburger staan, wat ze 2 jarige percelen noemden dus in voorjaar 2000 geplant om in  herfst 2001 te gaan oogsten. We hadden in de winter een vorst en periode met een flink pak sneeuw, en een dooi met veel regen. Ik vertrouwde het niet bij de Limburger, was om andere redenen ergens onderweg blijven slapen en besloot om te gaan rijden en te kijken of de percelen goed ontwaterd waren. Er was een perceel kelklelies wat al voor het derde jaar stond, we hadden er teveel dus daarom een deel laten zitten, daar schrokken we ons het apezuur, want het perceel was een soort badkuip en er stond wel 30 a 40 cm. water op. Ik wilde samen direct een flinke doorgang gaan graven, dat moest door een landpad, maar de Limburger zou even een kraantje bellen en deed dit in mijn bijzijn. Hij beloofde er voor te zorgen dat alle water weg zou zijn aan het einde van de dag. Ik ben terug naar huis gegaan want had het daar ook erg druk, maar had moeten blijven totdat het geregeld was. Achteraf hadden ze gewoon een halve meter dieper moeten graven, er was veel te veel water nog een paar dagen blijven staan, alle bollen gestikt in de grond, behalve een rand aan de buitenkant van pakweg 10 meter. Daar kwamen mooie grote bollen van dus zo hadden ze allemaal kunnen zijn. We hadden een flink tekort aan dikke bollen die herfst, de concurrenten (we kennen ze nog) hadden ze wel, van de kwekers die Cebeco nog weer bij ons weg had weten te chanteren. Omdat wij te kort kelklelies hadden, verspeelden we hele orders daaromheen. Weer een contractteler die ons een dikke strop bezorgde. Uiteraard bracht hij het perceel niet in rekening, maar de schade was voor ons en een proces aangaan voor de schade had niet zo veel zin want hij was zo arm als een kerkrat. Toch weer een verkeerde start die direct een tonnenstrop veroorzaakte, door de domme schuld van een ander.
  113.   Door de onrust in de markt, en de door onze vijanden aangezwengelde geruchten enz. bleven we meer kosten maken en meer tijd verspelen, een deel van de percelen werd te laat geplant, omdat de kweker het niet vertrouwde, wat meteen weer flink oogst scheelde, alles bij elkaar maakte dit het verschil tussen een moeizame bedrijfsvoering of een gemakkelijke. Zonder deze fouten en extra moeite en kosten zou het resultaat een slordige half miljoen beter hebben kunnen zijn, en zouden er meer oude zaken kunnen zijn opgelost, en afgehandeld. Dit had dan weer alle verschil kunnen maken voor het verdere verloop, in feite hadden we flink voordeel gehaald door de transactie met ING.  Jammer genoeg ging dat voordeel al door alle gedoe voorafgaand aan de doorstart meteen weer deels verloren, maar ook in het opvolgende jaar zoals omschreven. Het jaar 2000 / 2001 was dus het jaar van de doorstart, officiële datum 01-07-2001. Het daaropvolgende seizoen 2001/02  werd duidelijk minder dan het had kunnen zijn, maar we slaagden toch om alvast veel te regelen, en meer rust en orde te verkrijgen, en naar het leek zouden we dan het opvolgende jaar 2002/03 zaken in een rustiger vaarwater kunnen krijgen. HOBAHO hoopte dat ook, want die waren er toch dieper in geraakt dan ze hadden gewild, op terechte gronden zouden die dus ook gewoon spijt kunnen gaan krijgen van de hulp aan ons.
  114.  Ons bedrijf, de leliebollen teelt en handel, is een seizoensbedrijf. Eigenlijk zijn er twee seizoenen, Augustus September voor de vroegelevering, een soort voorseizoen, oktober November is het dan veel rustiger, maar het loopt wel wat door en in elkaar over, maar dan moeten alle bollen gerooid. Die komen dat gerooid op ons bedrijf aangeleverd, geteeld in Drenthe en de Noord Oostpolder, en ook andere plaatsen als dat zo uitkomt, die dan allemaal bij ons op het bedrijf werden gesorteerd en verwerkt, met een flinke groep arbeidsmigranten, over daarvoor ontwikkelde machines. Die verwerking moest ca. half december klaar zijn, dan was het alweer druk met de voorjaarsorders, met een top in januari, met vaak twee vrachtauto’s vol per dag, in februari nog druk, en dan in de handel snel afzakkend, dus buiten teelt enz. om (waar ik me alleen maar met wat planning enz., bemoeide) was het dus een klein halfjaar relatief rustig. In die drukke maanden moest het dus gebeuren. Als we het over het seizoen hebben is dus duidelijk dat daar de voornoemde jaarlijks terugkerende hectische periodes mee worden bedoeld. De beschreven gebeurtenissen bij ING vonden dus midden in de grote drukte plaats, Het daaropvolgende seizoen 2001/2002 was dus het eerste seizoen van de doorstart, en ook door alle beschreven zaken een soort vechtseizoen, maar alles was dankzij HOBAHO toch op redelijke orde, de vijanden en concurrenten kregen geen gelijk, dus werden ongeloofwaardig, dus het “Luctor et emergo” begon zich af te tekenen.
  115.  Al eerder hadden we gemeld, dat nadat de bank ons te weinig krediet was gaan verstrekken, de schuld met het GUO (als GAK)  snel op was gelopen. Het GUO is een instantie, waar je minder gemakkelijk mee kan overleggen dan een begripvolle leverancier. De verplichtingen die afgedragen moeten worden, zijn voor een deel, net als bij de belasting, preferent, wat betekend dat ze voorrang hebben op de zogezegde concurrente crediteuren. Waarom dit zo is kan in niet uitleggen, ik zie het zelf als machtsmisbruik van de overheid, en heel oneerlijk en onredelijk, maar wie ben ik. Door die preferentie zijn ze dus belangrijker dan andere crediteuren, en vinden ze zichzelf ook veel belangrijker. ze zijn ook veel arroganter en dommer, en verkwisten gemakkelijk gemeenschapsgeld zoals ik heb ervaren. Ook daar zul je niet iedereen over één kam kunnen scheren, er zullen best ook wel goeie zijn maar bij ons hadden de slechten steeds de overhand. Als er daar een paar iets betere, in plaats van hele slechte en domme waren geweest zou ook alles weer anders zijn gegaan. Ik had dan nu in een  prettige situatie verkeerd, onbezorgde oude dag en redelijke welstand,  dat zou allemaal zijn geslaagd als er bij het GUO geen lieden rondliepen die een zogezegde SADO instelling leken te hebben, met voldoende handlangers die graag wat gemeenschapsgeld verspeelden, als ze er maar de lol van konden hebben om anderen flink wat ellende te bezorgen. Dank zij hen liep dus alles anders. Ik stel dit erg cru, in de hoop dat het bij deze en gene wat in zal dalen, en er gaat mogelijk wel  de een of de ander roepen dat hij/zij gewoon zijn werk deed, en in opdracht handelde, dus lees maar verder en oordeel zelf. 217.  Ik stel hierbij dat ik hun handelen heb ervaren in zakelijk opzicht als zeer onzakelijk, chaotisch, inconsequent onbegrijpelijk en onnavolgbaar. In het kader van normale omgangsvormen en communiceren als zeer arrogant, onbehoorlijk, onnavolgbaar, onmenselijk, met nog wel meer toe te voegen aan dit rijtje. Vooraf zijn veel zaken alleen in te schatten, of te begroten, maar achteraf kun ze zaken evalueren, en tot vaststelling van zaken komen. Achteraf bezien heeft GUO ons in de ellende gestort, heeft de curator Sweens die we in het vervolg als hoofdpersoon gaan kennen degene, die zelf 65.000 euro in eigen zak heeft gestopt. Die heeft dan ook samen met een rechter commissaris ten behoeve van Bleeker een vervalst proces verbaal tot stand laten brengen, wat ons de Bleeker zaken heeft doen verliezen,  en aan GUO zelf hadden we een schikking van die oude schulden (die zoals ze zelf wisten niet meer verhaalbaar waren) aangeboden van ca. 90.000 euro (de helft van het openstaande bedrag).  Dat ze dat hoogstwaarschijnlijk zouden verspelen door de oude BV.s. failliet te laten verklaren, zat er vooraf al dik in, en daar hebben we ze ook zeer nadrukkelijk voor gewaarschuwd. Behalve voor de zakkenvullende Sweens, was het dus het omgekeerde van de win, win situatie, dus dat zal verlies, verlies situatie heten.   
  116.  De mentaliteit van GUO was bij ons een bekende zaak, het GUO is later onderdeel van het GAK geworden, en onbekend is of ze nog steeds op zinloze wijze bedrijven om zeep brengen. In de periode waar ik over schrijf was het bekend dat zij de eerste waren die een bedrijf onderuit haalden, en dit veelal in niemands belang. Ik was daarom al voor de z.g. doorstart datum met ze in onderhandeling gegaan, en heb typisch die  ervaring opgedaan van een organisatie waar men langs elkaar heen werkt, en de een niet weet wat de ander doet. Ook hadden ze er een handje van om zich onbereikbaar te houden, maar ik had voor 1 juli 2001, de officiële datum van doorstarten, contact met iemand gehad en het probleem voorgelegd, en gesteld dat de bank krediet had opgezegd, maar dat we mogelijkheden voor doorstart zagen en die wilden beproeven. Ook dat we er naar toe probeerden te werken, dat we de preferente crediteuren nog 50 % konden gaan betalen, weliswaar in een paar gedeelten, als de concurrente crediteuren met 25 % genoegen zouden nemen.  Ik communiceerde rechtstreek met een bepaalde persoon, en kreeg van hem op schrift dat ze ons een half jaar de tijd zouden geven om dit georganiseerd te krijgen, dus dat ze het eerste halve jaar niet tot invorderingsacties over zouden gaan, op de voorwaarde dat het doorgestarte bedrijf, wél prompt op tijd aan hen zou betalen. In december zouden wij dan contact gaan hebben over de stand van zaken, en of er tot een regeling kon worden gekomen. Natuurlijk wist die persoon dat er bij een dergelijke kredietopzegging normaal gesproken niets meer te halen valt. In november kregen we een brief van een incassobureau IMNederland wat in Ermelo was gevestigd, dat ze de openstaande vordering, zogezegd in zouden gaan vorderen. Eerst met IMNederland gebeld dat we andere afspraken hadden. Een nogal onaardige dame aan de telefoon, zij hadden het in handen gesteld gekregen, we moesten verder alleen met hen communiceren, nu zij het in handen hadden, en maar snel betalen. Toen gebeld naar GUO.  De man van de afspraak kregen we niet meer te pakken, steeds een andere smoes, hij zou er niet meer werken of hij was ziek of wat dan ook. Uiteindelijk dan maar schrijven zowel aan GUO als IMNederland, ongeveer zonder resultaat, je krijgt gewoon geen antwoord, bij IMNederland was er direct 15% incassokosten bij geschreven, pakweg fl. 25.000 dus en daar gingen ze dus voor. Als je GUO belde dan ging doorschakelen moeizaam, en er werd gezegd dat de vordering uit handen was gegeven, en dat zij zich er daarom niet meer konden bemoeien. Ik stelde dat dit onjuist en ook onzin was. De opdrachtgever is altijd verantwoordelijk en baas over de situatie.
  117.  Het eerste halfjaar gebeurde er verder weinig meer dan dreigbrieven, toch kwam er op enig moment reactie vanuit GUO zelf. Van de eerdere afspraak wilden ze niets weten, maar ze wilden de laatste boekhouding zien en dan beslissen. De laatste boekhouding was niet op papier, de boekhouding was een flinke kostenpost, en ook bij de boekhouder was betaalachterstand. Toch heeft de boekhouder in een haastklus een concept gemaakt, er zelfs nog voor overgewerkt, en bij GUO ingeleverd. Daarna dachten we dat we wel iets zouden gaan horen, en in overleg gaan maar dat bleef uit. Het is mogelijk dat ik een bericht gemist heb, omdat ik later iets in een verkeerde map terug heb gevonden, waar ik dus niet op had gereageerd, maar dan bel je of je schrijf nog eens. In ieder geval heeft iemand beweerd dat hij steeds geen contact kreeg, dit echter (lang) nadat het kwaad was geschied, en het ze duidelijk was dat ze een groot bedrag onnodig verspeelden. Hoe dit zat daar ben ik niet achter gekomen. In ieder geval kwam IMNederland weer in actie, en schakelden die van Veen advocaten in, ene Robustella, die aanzegde dat een faillissementsaanvraag werd overwogen. Bij IMNederland kregen we aan de telefoon puur een grote mond, en bij GUO was degene die om een concept boekhouding had gevraagd inmiddels ook zoek. Ik heb die papieren van toen in hoofdzaak nog wel en heb meerdere malen ze per brief proberen te bereiken, de situatie uitgelegd, aan de eerder afspraken gerefereerd, brief aan GUO, brief van 1 aug. 2002 aan IMNederland van vier kantjes, vind ik terug, brief van 23 september aan Robustella, 21 oktober 2002 aan GUO, maar brieven van binnen 8 dagen betalen, daarna gevolgd door een faillissementsrequest.
  118.  Als bijlage zat er een document bij wat benoemd was als  “Interne Voorlegger UWV GUO Faillissementsaanvraag” die gedateerd was 23-09-2002. Dat was dus het door UWV uitgesproken doodvonnis. Daar stond IMNederland dus buiten, en de advocaat ook. Voor die datum maar ook na die datum hebben we ze gebeld en geschreven, terwijl na die datum er al was beslist en het vonnis kennelijk geveld. Ik kreeg dat dus pas maanden later onder ogen. Het was behandeld door  Nelly Soukotta voor  Cobie Goudriaan, en een andere van dezelfde datum voor Ratna Beer-Balgobind. Bij beiden lezen we; “Door ons zijn er diverse herinneringen en aanmaningen aan de debiteur verstuurd. Hierop volgde geen reactie en/of betaling. Ook de incasso via IMNederland leverde geen resultaat”.  ik meen aangegeven te hebben dat ik me een slag in de rondte reageerde, en dat Nelly, en Cobie, en Ratna, dat drommels goed wisten ook. Wat daar stond was gewoon grof gelogen in het land waar de leugen regeert.  Natuurlijk staat dit verhaal niet op zich, en zullen er vele soortgelijke ervaringen zijn. Die komen niet naar buiten want het zijn kleine ondernemers die het niet hebben kunnen redden en zich schamen voor hun situatie. Ze komen ergens in een huurhuisje terecht, gaan ergens werken, en spelen verder geen rol meer. Ieder jaar krijgen ze bezoek van iemand van GUO om te bezien of ze nog wat betaalcapaciteit hebben bewerkstelligd en of ze geen erfenis of winnend lot hebben gehad, want, terwijl de buren in de schuldsanering zitten, liet GUO in ieder geval toentertijd zijn prooi nooit los. Ze voelen zich een loozer en worden zo ook door hun omgeving behandeld. Voor iedereen zijn er hulpverleners, bij hun nieuwe buren in het rijtjeshuis komt de ene hulpverlener na de andere, spelen de kosten nauwelijks een rol (is wel aan het veranderen). Voor hem geen hulpverlener, waar hij ook eigenlijk te trots voor is, maar wel een grote wrok tegen de maatschappij en ook tegen de Nellys, Cobies, en Ratnas met hun leuke baan waarin ze gewoon lekker bezig zijn,  terwijl veel bedrijfjes gewoon nog een vechtende kans hadden, en ze er blind voor zijn dat door hun onbehouwen handelen, er ook eigenlijk veel maatschappelijk kapitaal verloren gaat en kapitaalvernietiging, dit los van veel maatschappelijk leed wat ook veel anders en beter kan.
  119.  Op het voornoemde formulier van 23 september 2002 stond dat nog; “Beslissing financiële manager afdeling Financiën: “Akkoord“.”,  en daar zal het pleit mee beslecht zijn geweest.  Het doek was gevallen dus alle brieven en telefoontjes zullen  genegeerd zijn. Hoe het kon dat we in het begin al een afspraak hadden waar later niemand van wist en niet meer van wilde weten, en ca. een jaar later nog een keer en we daar nog een concept boekhouding voor hadden laten maken a de somma van pakweg  5.000 euro waar later niemand van wist of wilde weten, en wie de drijfveren waren, is onduidelijk en zal onduidelijk blijven. Als ze er op aangesproken zouden worden kreeg je geen eerlijke antwoorden. Niet veel jaren later zijn ze onderdeel van GAK  geworden. 7 jaar later heb ik nog getracht met ze in contact te komen, maar ze hielden zich onbereikbaar. Begin januari 2003, kwam de brief met faillissementsaanvraag van Roustella, van van Veen advocaten uit Ede, uit naam van incassobureau IMNederland ook uit Ede die weer handelden namens hun kennelijk grootste klant GUO in Gouda.
  120.  Inmiddels heb ik bedacht om, zoals je dat in sommige boeken ook wel ziet, om van het vervolg een  Boek twee te maken.  Ik ga dit afronden met nog wat verder op wat perikelen van het bedrijf in te gaan, en aan te geven hoe dit verder ging. In deel 2 ga ik dan nauwelijks meer in op zogezegde bedrijfsaangelegenheden,  maar vooral de gebeurtenissen met betrekking tot de faillissementsverklaring van de z.g. oude, al bijna twee jaar niet meer functionerende BV.s. De curator die daarbij werd aangesteld, en de Bleeker zaak die door die curator een voor ons negatieve wending kreeg. Het bedrieglijke opzetje ten behoeve van Bleeker waar ook een rechter vuile handen bij maakte en hoe daarna alle directe collega’s, hun collega rechter in dekking namen in plaats van de rotte appel te verwijderen. In dit verhaal is dus de voorgeschiedenis van meer dan 20 jaar daarvoor beschreven, van belang om zaken begrijpelijk en inzichtelijk te maken. Ook geven we a passant een kijkje in wat is te bezien als een voor de buitenwereld wat ondoorgrondelijk vak, de bollenteelt en handel.  Van veel zaken zouden interessante en veel langere en vaak ook vrij spannende verhalen van te maken zijn. Ik heb gekozen om zaken vrij kort, min of meer in een soort telegramstijl te beschrijven.
  121.  Daar komt bij dat ik al eerder een boek heb geschreven over deze gebeurtenissen, met de (veelzeggende) titel “Terrorist in naam der Koningin”.  Wie daarin als de Terrorist wordt aangemerkt is curator Sweens, die die term volgens ons volledig verdiend. Dit was uitgegeven in eigen beheer, en was net als dit verhaal bedoeld om een breder publiek te bereiken om de misstanden zoals wij die ervoeren naar buiten te brengen. Als zaken niet waar zouden zijn geweest dan zou Sweens direct met een procedure hebben gedreigd en een verbod hebben geëist. Daar had hij dus een zeer vervelend dilemma, hij zou immers moeten bewijzen dat zaken niet waar waren, de waarheid mag immers gezegd, en er is vrijheid van meningsuiting en vrije pers. Als iemand te keer gaat en beweert dat het onjuist en niet waar is, en hij kan het niet bewijzen en de tegenpartij wel, dan maakt men zaken dus ook alleen maar erger. Wijselijk heeft Sweens zich dus stil en rustig gehouden. Er zijn ca. 500 stuks in het leescirquit terecht gekomen. Het kreeg wat publiciteit, werd deels verkocht, maar is bv. ook (gratis) naar tweede Kamerleden verzonden. Volgens eigen zeggen zou Teeven het hebben gelezen. Niemand heeft er verder dan dus iets mee gedaan. Het zette zaken dus in het juiste perspectief wat veel geroddel en achterklap stopte, en had ook wel wat andere effecten, maar kwam niet verder als locale pers. Pogingen om het verder te promoten is moeilijker dan het lijkt, en ik kwam gewoon te veel met mijn tijd in de knoei. ik schreef dit in 2008/2009  dus we zijn momenteel 6 jaar verder en er is daarna gewoon nog heel veel gebeurd, maar pas daarna is mij ook steeds meer duidelijk geworden hoe fout het Alkmaarse clubje rechters is, van wat de handels en insolventiegroep van Alkmaarse rechters heet te zijn. Dat zijn dus degenen die in het volgende deel centraal gaan staan, en we gaan niet positief over ze zijn, maar wel alles gemotiveerd en gedetailleerd beschrijven. Je zou kunnen zeggen dat het een Smaadschrift wordt om ze aan de schandpaal te plaatsen. Het is ook anders te benoemen, een soort klokkenluiderei, of gewoon een realistische beschrijving van feiten, die in het belang van de rechtsstaat en de gedupeerden, openheid van zaken behoeft. Daarbij gaan we duidelijk mededelen wat we er van vinden, maar ook (daarna) de beschrijving geven waarom. Eenieder kan op basis van de feiten dus ook zijn eigen conclusies trekken.  
  122.  Inmiddels waren we ruim twee jaar verder na de confrontaties en kredietopzegging van ING, en drie jaar verder na de aanvang van de z.g. Bleeker zaak, en stonden in feite de signalen van overleven duidelijk op groen. De faillissementen dreiging betrof de z.g. oude BV.’s  Lico Teelt BV., en Lico Export BV.  De doorgestarte BV. Lily Company BV staat daar dus in theorie buiten maar de praktijk is anders. Dat bedrijf draaide dus gewoon door. Als er niet nog steeds rechtszaken en allerlei kosten verhogende zaken, etc. gaande zouden zijn geweest, zouden we ieder jaar een nette winst hebben geschreven, nu bleven we net wat boven de rode streep, maar losten wel af, en bouwden wat reserve en stille reserve vooral door investeren in nieuwe rassen (dus innovatie) op. Veel bedrijven doen dat niet veel beter en blijven op die manier gewoon bestaan. Aangaande de z.g. stille reserve in nieuwe rassen: In 2000 had ik in één keer een hoeveelheid soorten gekocht in USA, bij hobby hybridiseurs die geschikt waren als tuinplant, en had daarmee het eigen sortiment flink uitgebreid, en maakte ons daarmee voor onze klanten direct weer (nog) veel interessanter. Eerst moest er evenwel nog flink in z.g. opbouw van partijen geïnvesteerd worden voordat er genoeg verkoopbaar product aanwezig was. Door het eerst kosten maken, vertekende het beeld ook wel in negatieve zin maar juist omdat we de eigen niche markt sterker hadden opgebouwd en dit inmiddels zijn revenuen bracht, waren we in 2009 een interessante overname partij terwijl de crisis al volop gaande was.
  123.   Aangaande de diverse beschreven concurrenten en vakgenoten die me het leven zuur hadden gemaakt, nog even een overzichtje, van de verdere gang van zaken. Zoals al gesteld, we hadden steeds een paar directe concurrenten, die het verloren van ons door steeds achter te lopen op toegevoegde waarde, en planning en service naar de klanten toe, maar het af en toe wonnen, in het stelen en ondermijnen van onze handel, en door ons gekochte bollen, maar altijd in samenwerking met onbetrouwbare IVB vertegenwoordigers. De veelbenoemde concurrenten, dit waren twee broers, die gingen met ruzie uit elkaar ca. 2002, één ging verder maar verloor wat grote buitenlandse klanten en verkocht zijn zaak aan een andere grote klant van ons, waar we meer handel mee gingen doen, dus die concurrent waren we kwijt. Hij kocht de z.g. kelklelies van de twee kwekers die Cebeco had weten te chanteren om de afspraken niet na te komen. Door te veel productie nam de overgebleven broer ze later maar voor een deel af, de rest kwam op de vrije markt en werkte zeer prijsbedervend. Hun resterende deel wilden ze niet aan ons verkopen, maar toen ze doorkregen dat ze aan het kortste eind konden trekken waren we toch in gesprek met ze, wat na de overname van het bedrijf is afgerond. De kelklelies zijn nog een wezenlijk onderdeel van het aangeboden sortiment, maar van lieverlee minder dan voorheen. Dan begon eigenlijk alle narigheid doordat de kwekers waar we mee samenwerkten (we noemden ze later onze exen) die in 1990 failliet gingen en hun bollenvoorraad voor veel te lage prijs verkochten, met verkooporders er bij aan een bedrijf in onze buurt, wat later naar de grens van Duitsland verhuisde. Ze hadden een flink stuk land in onze regio wat ze verkochten via de ook beschreven bollendief Steijn, die intussen in de makelaardij zat, die dacht dat hij het snel door kon verkopen. De BV. van Steijn die het aankocht betaalde niet, de landprijzen daalden, een rechtszaak die Steijn verloor, baan kwijt, privé aangesproken en Steijn ging aan zijn dubieuze praktijken ten onder. Met die andere kweker, die zaken voor weinig had overgenomen van onze exen, leek het eerst goed te gaan, hij was onze concurrent in het goedkope segment van de vroege levering, maar kreeg kwaliteits problemen, een paar grote claims daardoor van een paar grote klanten, ook een Portugees die hij bij ons weg had geritseld, die niet betaalden, en ging ook op de fles. Dat zal ca. 2005 zijn geweest (is nog wel na te zoeken) alle inventaris verkocht in een veiling Onroerend goed verkocht en ridder te voet. Een bevriende vrije commissionair (niet aan een IVB verbonden) bood ons de bollen aan zoals ze in de grond zaten. Samen met Gert, en Jan Willen hebben we in een dagje Limburg op alle percelen proef gestoken, maar we kwamen nog flink wat problemen (ziektes) tegen maar hun als concurrent voor de voeten weg maakte dat we toch tot een bod kwamen. Dit bleek geaccepteerd dus we waren een paar dagen blij, toen het in enen niet door leek te gaan. Zowel Burger had er lucht van gekregen en leek er mee bezig te zijn, maar ook Kneppers, die de hele zaak aan een fa. Heuting had verkocht, die zelf ook net was doorgestart. In een proces hadden we kunnen claimen dat er eerder akkoord aan ons was gegeven, maar dat hebben we er bij laten zitten. Kneppers hebben we al eerder leren kennen en gaan we later weer tegenkomen. De z.g. CNBer is inmiddels overleden, Burger was gestopt en het laatste wat ik hoorde was dit zijn gezondheid slecht was. De CNB directeur is met pensioen en uit zicht, nieuwe leiding etc. maar nog steeds kennelijk nog zaken gaande en moeite om zwarte cijfers te  schrijven, is wat ik zijdelings zo hoor. Natuurlijk veranderd er in pakweg 25 jaar veel. HOBAHO lijkt wél goed te gaan, onlangs nog bijgepraat met Siebelt.  
  124.  Per 1 juli 2009 verkochten we ons bedrijf. alle problemen die zich in het bedrijf voor hadden gedaan waren nagenoeg opgelost, daarbij was bij de aankoop een vrij respectabel bedrijf  betrokken qua reputatie waar men niet zo snel dezelfde geintjes mee uit zou gaan halen als bij mij, waarbij vaak het idee leek te spelen dat men dacht dat men mij wel kon hebben, en ons het misgunden dat wij een succesvol marktconcept hadden, en een goede eigen niche markt creëerden. Het verkochte bedrijf draait uitstekend, en is verschoond gebleven van rechtszaken. Ze hebben de omzet met ca. 60 % weten te verhogen, hebben recent een groot bedrijfspand aangekocht en maken daarmee een efficiëncy slag in kostenbesparing. De verkoop ging voor wat ik benoem als een nette prijs. De kopers erkennen dat alle informatie klopte en er geen lijken uit kasten zijn gevallen, en zijn blij met hun aankoop. Zoals we al stelden, vanaf de doorstart kunnen we stellen dat we gemiddeld zeker jaarlijks pakweg 200.000 meer winst per jaar gehad kunnen hebben (zeker niet minder, mogelijk (aanzienlijk) meer) zonder alle soorten van naweeën van de beschreven zaken die weer oorzaak waren van de kredietopzegging, wat weer leidde tot de faillissementen van de oude BV’s. Als dit effect er niet of in mindere mate zou zijn geweest, dan zou de verkoopprijs van het bedrijf dus ook veel hoger zijn geweest, enerzijds omdat het eigen vermogen flink hoger zou zijn geweest, anderzijds, vanwege de hogere goodwill en winstcapaciteit. Ik heb nog prima contact met de nieuwe eigenaren die nu al hun zesde seizoen draaien. Ik kom er nog steeds af en toe, en we worden nog steeds uitgenodigd voor de bedrijfsuitjes.
  125.  Met ING Bank hadden we een afspraak gemaakt over het onroerende goed wat uit gebouwen op twee verschillende locaties bestond. Wij zouden een bepaalde tijd (halfjaar) krijgen om te beslissen of we die wilden (en konden) overnemen. De reden was dat ik in die periode er lang niet zeker van was, of we door konden gaan, maar ook of ik dat wel wilde. Ik werd ook ouder en was het vechten af en toe flink moe, als ik in een paar jaar tijd, de z.g. oude schulden betaald zou kunnen krijgen dan zou ik daar al blij mee zijn. Ik dacht dat de gebouwen nog een paar jaar huren ook een optie zou zijn. In de ING overeenkomst had ik opgenomen dat de prijs gebaseerd zou worden op wat het in de makt op kon brengen, zo nodig door twee deskundigen te bepalen. Hoewel ik nog geen financier had, had ik me met een makelaar samen op een prijs beraden en die bij de ING Bank neergelegd. Ik kreeg daarop geen reactie, ook niet aangaande een eventueel huurbedrag, dus we hadden de gebouwen gewoon maar in gebruik. Ik had al geschreven dat we de ING Bank hebben ervaren als onbetrouwbaar en onbehoorlijk met mensen omgaand. Natuurlijk had ik te maken met een klein groepje van hun tienduizenden medewerkers, maar het was ook in de tijd dat banken in algemeen zin hun reputatie aardig aan het verspelen waren. Ons hadden ze er met dit gebeuren dan ook weer helemaal voor over. Toen ik op een zaterdag begin 2003 de krant las kwam ik daar een advertentie van Publieke verkoop van mijn eigen bedrijfspanden tegen. Men behoort iemand van zoiets in ieder geval voortijdig in kennis te stellen, en ik kreeg later op de dag een pakket papier in de brievenbus gefrommeld. Dit waren dan toch weer zaken die niet nachtrustbevorderend waren. De strategie van ING was wel duidelijk, zij hadden een bod van ons, maar met deze tactiek, wilden ze kennelijk een flink hoger bod proberen te forceren. Natuurlijk wisten ze dat zo een handelwijze tegen de afspraken in was, en dat die ons ook veel nadeel berokkenden, de advertentie werd door Burger uitgeknipt, gekopieerd en naar alle klanten gefaxt. Dit deed hij ook met de publicaties van de faillissementen wat bijna gelijktijdig plaatsvond, dus Burger had het erg druk. Wij mailden dan maar weer wat rond om het wat te temperen, voor zo ver mogelijk. Natuurlijk wist ook ING dat publicaties enz. gewoon puur schadelijk waren voor onze reputatie, en gewoon een shit ervaring, maar dat interesseerde ze dus niet als ze er al niet gewoon van genoten.
  126.   Zoiets gaat dan wel heel erg raar. duidelijk was dat ze het nodig vonden om mij klem te rijden en dan maar te gaan zitten wachten totdat ik op mijn knietjes bij ze langs zou komen.  Omdat ze dit kennelijk zo graag wilden, deed ik dat dus maar gewoon niet. Ik kreeg een aantal kijkers op bezoek. Ik gaf ze koffie en geen rondleiding en vertelde wat er zo ongeveer gaande was, en een dag of tien voor de datum kreeg ik dan toch onverwacht bezoek. Ze troffen het dat ik op kantoor was. Ik zei dat ik ze eigenlijk maar zeer onbehoorlijke lieden vond. Dat ze een bod van mij hadden erkenden ze, dus ik zei dat we gewoon een fatsoenlijke afspraak hadden kunnen maken om er met elkaar op nette wijze uit te komen. Nu ze op deze toer gingen moesten ze het zelf maar weten, ik zei dat ik eigenlijk geen zin meer had om door te gaan, maar ook een andere locatie op het oog had die ik kon kopen of huren, en ze wisten zelf ook wel dat agrarische bedrijfsgebouwen, maar slecht in de markt lagen, en of ze me geloofden of dachten dat ik blufte weet ik niet, maar hun chantage werkte dus niet. Op 9 maart ging de zaak dus onder de hamer. ik had schriftelijk nog doorgekregen dat ik de gebouwen voor 660.000 kon kopen, ik had eerder (denk ik) 530.000 geboden, maar had mijn bod verlaagd. Ik was op mijn kantoor maar Jan Willen was er wel, Ik had hem gebeld, en we hadden beiden de telefoon aan staan, wat werkte want ik kon het goed volgen. De gebouwen werden afgemijnd, voor het bedrag wat ik eerder had geboden, opgekocht door een aparte BV van ING zelf (Cofiton). Die kwamen dus later op bezoek, ik kon het voor die prijs, dus de eerder door mij geboden prijs kopen, ik wilde wel huren, maar dat wilden ze later niet. Het vele gedoe wat we hadden beschrijf ik in het “Terrorist” boek, maar ik bood 50.000 minder, en kreeg hun tegenbod dat ze bij die prijs bleven. Zoiets heet onderhandelen. Ik vroeg bedenktijd en de mogelijkheid om financiering te regelen, en kreeg een maand. Kort daarna heeft iemand contact met ze opgenomen. Er was een woning bij waar een medewerker van ons woonde, die samen met iemand achter mijn rug om (en in mijn nadeel) met iemand anders iets wilde regelen, maar gelukkig kreeg ik er op tijd lucht van. Ik gaf aan Cofiton door dat ik met hun vraagprijs akkoord ging, maar kreeg door dat het al verkocht was. Daar gingen nog even wat lelijke brieven over en weer. Ik stelde dat ik (gelukkig ook zwart op wit) bedenktijd had gekregen, die nog (net) niet om was, dat ze direct ja moest zeggen of er zou de volgende dag een kort geding worden ingesteld en ook beslaglegging plaats vinden, en Cofiton koos eieren voor zijn geld. Ze hoopten nog dat we de centjes niet bij elkaar zouden krijgen, maar dat lukte net aan met de nodige moeite. We hadden wel rondgekeken naar andere gebouwen, maar iedere andere oplossing had meer gekost, en veel extra gedoe. “A narrow escape” zeggen de Engelsen.
  127.  De familiezaak waar ik weinig over wilde vertellen heeft me ook veel geld gekost, en was net door mediation aan een einde gekomen, en daarbij ook het faillissement van hun bedrijf wat ik op mijn naam gezet had om hun te helpen. Doordat dat ten einde was, was de weg open om de Rabobank nog eens te benaderen om te bezien of zij zouden willen financieren, want ik werkte nog steeds zonder financier. ik had al een afspraak gemaakt toen de advertentie van de publieke verkoop in de krant stand, en de faillietverklaring van Lico teelt BV.  ik heb de afspraak niet afgezegd maar ben gewoon weggebleven. Dat was dus, tezamen met alle andere zaken zoals al beschreven, een groot probleem. Bij aankopen verschoven we de datum dat er betaald moest worden, dan hadden we het al over onze twee Grootste klanten die samen 1/3 van de gehele handel afnamen. Eén Amerikaanse en de eerder genoemde de Ree, met hun kon ik regelen dat ze voor twee procent korting ca. 6 weken sneller betaalden, ook een grote klant in Velserbroek kon dit en wilde dit wel, en een grote Engels klant. Een andere Engelse klant was ik een tijdje kwijt (zoals beschreven) maar toen die terug was, hadden we ook die deal. Dit loste al aardig wat op, maar kostte natuurlijk ook weer extra. Dan raakte de Amerikaanse klant onverwacht in problemen doordat ze kort na elkaar in een aantal faillissementen terecht kwamen van winkelketens, en lukte het bij hen niet meer. Later gingen de twee grote klanten voornoemd samen, maar dit werkte niet echt en bezorgde de Ree ook een wat moeilijker periode en ging ook daar de snelle betaling moeizamer, maar die kwam er vrij snel en goed doorheen en is nog steeds een prachtig bedrijf, en nog steeds de grootste klant. Leveranciers wisten dat ze soms even moesten wachten (dat heet leverancierskrediet) maar ook dat het wél kwam. We hebben nooit meer een echte financier gehad. Daardoor was bij HOBOHO de schuld behoorlijk opgelopen. Natuurlijk was ik blij dat die me de ruimte gaven, maar daar had je het weer, we betaalden een hogere rente dan wat we bij een bank hadden moeten betalen. Korting en hogere rente gaf snel ca. 50.000 extra kosten, dus ook zoveel minder winst. Ook op het financieringsfront was het dus nog sappelen, en moeizaam en steeds spannend. Toen we bij HOBAHO weer van lieverlee flink teruggingen, en bij de verkoop zaken hebben afgeregeld, hebben we nog weer een stuk compensatie voor de wat hoge rente gekregen. wat zou de wereld toch een stuk mooier en beter zijn als die alleen uit dit soort nette bedrijven bestond, en met nette medewerkers. Kortgeleden hebben we nog een etentje met Siebelt gehad, “for old times sake”.
  128.    We beëindigen dit eerste deel dan met de gebeurtenissen zoals die verliepen aangaande de vooraangekondigde faillissementen. Allereerst het navolgende. Ca. november 2002 kwam van Meel met de mededeling dat hij de advocatuur ging verlaten, hij had gesolliciteerd als rechter in ‘s-Hertogenbosch, en was daar aangenomen, en vond dit een mooie afsluiting van zijn loopbaan. Hij introduceerde mij aan een jonge, nog maar kort begonnen advocaat, mr. Sweep, die zijn zaken over zou gaan nemen, dat waren de nog lopende Steijn zaak, van der Meer, Bakker de Tuinspecialist, en Bleeker,  en nog een zaak die daarna met behulp van Siebelt is geschikt. Bij al die zaken was dus Venbroek of Duijsens betrokken die alles aan elkaar vast logen en zaken traineerden, en nog naar revanche zochten vanwege de CNB en Cebeco zaken, die voor hen dramatisch af waren gelopen, door veel kosten, een groot schikkingbedrag en flink reputatie verlies. Die pakten alles aan om ons nog zoveel mogelijk te narren en dwars te zitten, waar we inmiddels mee hadden leren leven. Erg blij was ik daar niet mee, maar ik zou het er mee moeten doen. Op dat moment was de faillissementaanvraag in de maak, dat was immers 23 sept. 2002 besloten, maar bij mij in november nog onbekend dat dit doorgezet zou worden.
  129.  Tijdens een korte vakantie arriveerde de faillissementsaanvraag op mijn kantoor ca. 5 januari, het betrof alleen Lico Teelt BV., en zou op 31 januari beslecht gaan worden. Daarbij dus van Meel (was er nog tot februari) en Sweep ingeschakeld, om alles op alles te zetten om dit te voorkomen.  Terwijl in de brief van 23-09-2002 van GUO staat dat er geen reactie op aanmaningen volgde, terwijl ik nog meer dat een tiental schriftelijke reacties nu heb liggen, van voor die tijd, te beginnen zelfs met een aankondiging van mogelijke problemen van 3 december 2000 dus een paar dagen na het laatste gesprek met de bank, maar ook van na 23-09-2002, en één zelfs op diezelfde datum verzonden. Ik lees ergens o.a. dat ik ze goed en duidelijk wens te informeren zodat ik nooit het verwijt kan krijgen dat ik niet voldoende heb gereageerd, maar het was puur eenrichting verkeer, en men was ongevoelig voor het steeds herhaalde aanbod dat we in een totaalregeling, met andere crediteuren ze 50 % boden van de openstaande vorderingen en dat ze die bij faillissement ook zeker zouden gaan verspelen (en aldus geschiedde). De laatste brief was van 22 januari, in was de dag tevoren (voor de eerste maal) zelf gebeld, door advocaat Robustella. ik werd mobiel gebeld terwijl ik me op de ijsbaan bevond, niet een gemakkelijke en ontspannen plaats, met veel achtergrond geluid en een matige lijn. Eigenlijk werd ik de huid vol gescholden door Robustella, en werd het ook wel duidelijk dat het vechten tegen de bierkaai was, een zeer onprettig gesprek zoals ook de eerdere gesprekken met IMNederland en GUO geclassificeerd konden worden. In die wat ongelukkige setting was het toch een vrij lang gesprek, zeker 20 minuten.
  130.   De aanleiding was dat ik s’morgens contact had weten te krijgen met GUO, en door de voornoemde mevrouw Ratna Beer Balgobind te woord was gestaan. Die had deze keer nog een beetje geluisterd en gezegd dat ik teruggebeld zou worden. Die had dus de betrokken advocaat gevraagd om mij maar de les te lezen, dan hoefde ze dit niet zelf te doen. De dag daarop heb ik het gesprek schriftelijk weergegeven en daar mijn mening en commentaar bij gegeven, wat 5 kantjes beslaat. Ik geef een paar alinea’s weer;
  131.  Halfweg pag. 1  schrijf ik ; “P. Groot acht het van belang dat door hem de zaken aangaande de inhoud van het gesprek door hem zelf zijn samengevat. Verwacht mag worden dat zaken een lange nasleep zullen krijgen, en dat zaken welke gaan zoals ze gaan later anders worden geïnterpreteerd, uitgelegd, of zelfs ontkend. Daar waar de betreffende advocaat anders beweerd zal dit zijn woord tegen het mijne zijn”. Dit is dus allemaal precies zo gegaan, ik heb dit zowel naar GUO als Robustella gefaxt en is verder onbestreden gebleven (geen reactie) maar later is wel geprobeerd om de zwarte Piet bij mij te leggen.
  132.  Dan in alinea op pagina 4;  “Daar kwam in feite de aap uit de mouw, duidelijk werd gemaakt dat het P.Groot zeer kwalijk werd genomen dat hij hulp en een manier had gevonden om bepaalde bedrijfsactiviteiten te kunnen continueren door een doorstart te maken. De advocaat maakte duidelijk dat dit voor hem onaanvaardbaar was. Daar diende Groot de les te worden geleerd en hij diende aangepakt te worden met  als einddoel dat P. Groot als ondernemer uitgeschakeld kan worden en ridder te voet wordt, of dit het GUO wel of niet iets op zou brengen werd niet belangrijk geacht”.  Hij gaf dit als hun mening dus de mening van GUO waar hij het hartgrondig mee eens was.
  133.  Ik geef daar dan in 1,5 pagina nog commentaar op. Meer naar het eind toe, onderaan pagina 5  schrijf ik dan;  P. Groot hecht er aan dat u deze informatie heeft zodat u in een after match nimmer de stelling in kan nemen dat wij u onvoldoende hadden geïnformeerd waardoor u minder gelukkige besluiten had genomen”.
  134.  Pas in het gesprek met Robustella was duidelijk geworden dat het hele betrokken clubje elkaar had opgefokt tegen ons, en dat er niet te praten was. We zien hier een zeer vreemde contradictie in het maatschappelijke gebeuren die we in het vervolg ook aan zullen kaarten. Enerzijds leeft er dus een opgeklopte aversie tegen mensen die eigenlijk ten onder behoren te gaan nu ze niet bij de winners behoren en als loozers nog wat trappen na behoren te krijgen. Als die zich toch uit een situatie weten te ontworstelen blijkt dit voor een toch flinke club kennelijk onaanvaardbaar te zijn en gebruiken ze hun macht om iemand ten koste van gemeenschaps geld kopje onder te drukken. Naar de buitenwereld draaien ze zaken dan zo dat ze voorwenden dat ze goed bezig zijn. De grote contradictie is dat, als er grotere bedrijven in een faillissementssituatie terecht komen, waar regelmatig de kranten vol van staan, dan is men maatschappelijk ineens exact de tegengestelde mening toegedaan. Dan is het eerste wat geld, of er een doorstart mogelijk is, want anders zou er economische activiteit verloren gaan (ten dele waar, concurrenten staan altijd klaar) maar telt vooral het behoud van werkgelegenheid. Vooral de vakbonden dringen daar op aan, terwijl bij underdog bedrijfjes, ons bekend werd dat juist de vakbondsvertegenwoordiger in het dagelijks bestuur van bijvoorbeeld GUO de motiverende kracht was van direct een faillissement, bij problemen. Ook wordt bij een groot bedrijf nooit een bestuurder aangepakt, maar krijgt die vaak nog een gouden handdruk mee, ook al is hij degene die alles fout heeft gedaan. Zo zit dus onze maatschappij in elkaar hebben we mogen ervaren.
  135.  De zitting strekkende tot faillissementsverklaring werd voorgezeten door rechter Blokland. Voor GUO was er iemand in Alkmaar de waarnam, een advocaat Bol. Wij hadden een pleidooi waarom het op geen enkele wijze een zinnige zaak zou zijn, ook dat we GUO naar vermogen een goed schikkingsbod hadden gedaan, en dat er met alle andere crediteuren al afspraken golden en schikkingen waren gemaakt, etc. Blokland besloot daarop dat hij ons nog twee weken de tijd wilde geven om tot een schikking te komen, en deed een beroep op beide partijen om tot elkaar te komen, omdat hij een faillissement ook niet opportuun en een goede zaak vond. Natuurlijk was ik er over in gesprek en overleg geweest met, toen nog zowel van Meel als Sweep. De stelling was eigenlijk zo van, het gaat om de beide zogezegde oude BV s die leeg waren en niet meer actief. Een curator zou weinig anders kunnen als concluderen dat er geen actief en activiteit was, en ook dat we zelf ons best deden om ieder het zijne te geven wat alleen maar positief beoordeeld zou kunnen worden, dus dat de gevolgen zich zouden beperken tot wat gedoe, en zo had het ook behoren te zijn, maar we ervoeren dus later het verschil tussen theorie en praktijk. Ikzelf daarentegen had de stellige mening dat het beslist voorkomen zou moeten worden. Ik had al vervelende ervaringen met de familiezaak, maar het zou negatieve publiciteit geven wat heel schadelijk zou zijn, en ook en vooral was inmiddels duidelijk dat een Bank niet gaat financieren als iemand betrokken is bij een faillissement. Het argument dat het doorgestarte bedrijf los stond van de oude bedrijven werkte niet. Het bedrijf werkte zodanig dat een nieuw bankkrediet wel kansrijk kon zijn, maar bij een faillissement konden we het vergeten.
  136.  GUO bij monde van Robustella had al te kennen gegeven dat de gehele vordering binnen een aantal maanden betaald zou moeten zijn, met een flinke aanbetaling direct, en dat anders verdere onderhandelingen geen zin hadden. We gaan er van uit dat dit meer het GUO standpunt was, als zijn eigen standpunt ook al leek het andersom. Ons aanbod was bekend en al een paar jaar oud, en met GUO zelf kwamen we niet meer in contact. Die verwezen naar Robustella. In overleg met Sweep dachten we dat mogelijk surseance aanvragen een oplossing kon zijn. Ik vond nog een door van Meel opgesteld verzoekschrift daartoe, maar waar het in andere landen standaard is om een bedrijf te redden indien mogelijk, lijkt dit in Nederland totaal niet te werken en werd het afgeraden. Hoewel het beschikbare en binnenkomende geld dringend nodig was voor andere crediteuren, besloot ik zelf om de steunvordering te gaan betalen. GUO beheerde een paar verschillende fondsen, waar ze dus intern een steunvordering aan ontleenden. Het ene fonds, betrof ca. 1/5 van het totaal, als we die zouden betalen, dan zou het feest niet doorgaan. Zo was dus de strategie bepaald.
  137.  Onno Planting kennen we nog niet, die was advocaat in Medemblik, ik had daar in goede orde wat dingetjes mee gehad, we kenden elkaar dus, maar hij was curator in het faillissement van wat ik de familiezaak noemde, en later degene die er als mediator een punt aan had gebreeën. Op enig moment een dit gebeuren keerde hij zich tegen mij, aangezet door beweringen van de betrokken broer, maar ging later (na brieven van mij) twijfelen en nodigde me uit om een kopje koffie te gaan drinken. Ik toonde hem een paar documenten die bepaalde beweringen weerspraken, die hij niet kende. Hij had de broer het dossier door laten nemen, kennelijk waren die door die broer uit het dossier ontvreemd, wat hem 180 % deed draaien. Niemand wil immers graag belogen en besodemieterd worden. Die zaak was net een paar maanden achter de rug, en had, vooral doordat iedereen werd misleid en op het verkeerde been gezet, heel veel gekost en had voor niemand iets opgeleverd, en voor de broers uiteraard ook heel veel kosten. Mijn stelling dat de Bleeker zaak de doorslag gaf bij ING Bank is op zich gewoon juist, want een paar ton negatiever maakte het verschil, maar als ik van die familiezaak verschoond was gebleven zou die ook het verschil hebben gemaakt van net wel of net niet. Ik beschrijf dit omdat ik Planting van de verwikkelingen in kennis had gesteld, en die het initiatief nam om per brief van vier kantjes, die zaken naar GUO toe uit te leggen en een dringend beroep op ze te doen om consensus, en om tot een regeling te komen. In die brief stond de passage; “weliswaar zijn nog niet alle oude crediteuren betaald, maar Groot zet zich in om met iedereen tot regelingen te komen, het zou wel zeer bedroevend zijn als, nadat alle voornoemde problemen zijn opgelost, dat zaken alsnog deze voor niemand gunstige wending zouden krijgen” of woorden van ongeveer die strekking. De duidelijke oproep dus van Planting, GUO, gedraag je menselijk, stop waar je mee bezig bent, kon in overleg tot een oplossing, de persoon waar jullie je tegen richten verdient dit (naar de stellige mening van Planting) niet en het gaat jullie geld kosten ook. Dat die brief ontvangen is door GUO  zal blijken, en ook dat die het beoogde doel voorbij schoot.
  138.  Voor een faillissementszitting was het een lange zitting die 13e februari en er werd een aantal malen geschorst, want dan werd er met Robustella gebeld, en die moest mogelijk weer naar zijn cliënt bellen dus twee schorsingen van pakweg 10 minuten tot een kwartier. GUO werd weer vertegenwoordigd door advocaat Bol, en wat mij altijd bij zal blijven was zijn enorme agressie en fanatisme om hun zin doorgezet te krijgen. Onmogelijk voor mij denkbaar is wat er nu voor lol aan is om iemand in het ongeluk gestort te krijgen, zonder er zelf ook maar enige baat bij te hebben. Daarbij werd dus op de zitting ingebracht dat de steunvordering was betaald (met betaalbewijs), wat dus direct een wending aan de zaak gaf, en waardoor dreigde dat GUO en Bol en Robustella allemaal met lege handen zouden komen te staan, (hoewel er ruim 32.000 Euro was betaald) en ze zich echt als kleine kinderen die hun zin niet kregen gingen gedragen. Van onze zijde gaven we dus ook nog eens het onredelijke en niet zinvolle aan van de GUO actie, maar na twee maal schorsen leek de rechter er naar te neigen om vanwege de betaalde steunvordering het feest niet door te laten gaan. Wij hadden gedacht dat het gewoon appeltje eitje zou zijn, geen steunvordering / geen faillissement, maar zo ging het dus niet. daarna gebeurde het navolgende, mr. Bol kwam met de brief van Planting op de proppen. Hij stelde dat er in die brief stond dat er “weliswaar meer crediteuren waren” dit in de context dat met iedereen al wat was geregeld, en dat niemand het faillissement wilde, maar er stond dus met zoveel woorden in dat er nog meer crediteuren bestonden en dat er dus wel een steunvordering ergens zou moeten bestaan.
  139.  Het is mijn vaste overtuiging dat er alle ruimte was om anders te beslissen en dat een grotere meerderheid van rechters dat ook zou hebben gedaan, en de vorige keer had ik rechter Blokland (die we nog veelvuldig gaan ontmoeten) die de instelling had om zaken te voorkomen en daarvoor twee weken respijt gaf. Die had naar mijn stellige vermoeden anders beslist, maar nu had ik een rechter Littooy, die ik al kende doordat die in de familiekwestie, overigens wel in mijn voordeel, had beslist. Nu echter was met een tik van de hamer het faillissement uitgesproken van Lico Teelt BV. waar dan wel, naar later bleek Blokland rechter commissaris van werd dus de toezichthouder van de curator. Ik heb toen nog gevraagd of er dan maar een zakelijk ingestelde en objectieve curator ingesteld kon worden. Littooy raadpleegde een lijstje en kwam met een curator uit de Helder, die daar dan volgens hem kennelijk aan voldeed, mr. Sweens.

241   Achteraf was mogelijk toch het beproeven van surseance niet kansloos geweest, hoewel men in Nederland die mogelijkheid nauwelijks lijkt te willen benutten, waar naar onze mening veel kansen worden gemist. Ik wilde in hoger beroep. Die mogelijkheid bestaat maar moet binnen 8 dagen ingesteld worden. Sweep achtte dit kansloos, ik wilde dit toch maar kreeg hem niet in beweging. Met onwillige honden vang je geen hazen. Zaken hadden mogelijk toch kunnen slagen, jammer dat die mogelijkheden niet zijn beproefd.

Einde eerste Boek

 

 

Samenvatting in één A. viertje, van boek één.

Dit verhaal is een aanloop naar de zaken die ik beschrijf in deel twee omdat ik wil pogen om die zaken publiekelijke bekendheid te laten geven. In deel twee beschrijf ik het misfunctioneren van ons gerechtelijk systeem, door te sterke invloed van graaiende curatoren die ruim baan krijgen van hun (toezichthoudende?) rechter-commissaris, die hun praktijken dekken. Dit eerste deel betreft datgene wat er aan vooraf ging, voor het betere begrip, maar deel twee is van hogere essentie.

Zaken spelen zich af in het bloembollengebeuren. In de geschiedenis daarvan zijn specifieke zaken en omstandigheden tot ontwikkeling gekomen, en ook structuren ontwikkeld die door de eigenheden van dit artikel afwijken van andere branches. Eén daarvan is dat er zich een bemiddelingslaag (IVBs)vergelijkbaar met makelaardij, heeft ontwikkeld, die ook de geldstromen beheerst, en daardoor veel macht en invloed heeft. In combinatie met foute mensen en kwade wil kan dit tot allerlei excessen leiden, en misbruik van macht. Doordat wij een eigen concept en bedrijfsmodel ontwikkelden, dat succesvol was,  ontstond ook afgunst, achterklap en een soort partijvorming van ons gunstig gezinde lieden, klanten en leveranciers, contra lieden die ons niet gunstig gezind waren, en hun macht misbruikten om, in een complot situatie met concurrenten, ons dwars gingen zitten en probeerden ons gehele bedrijf aan ons te ontstelen. Interactie met concurrenten was al langer gaande, escaleerde nadat (naar later bleek) een vertegenwoordiger van CNB een aan ons gelieerde partij, bij ons wegspeelde, naar onze directe concurrent, en zijn directie achter zich kreeg om ons te benadelen en de concurrent te bevoordelen. Dit resulteerde in een prijzen oorlog (1990), deed zeer veel schade, bracht ons aan de rand van de afgrond,  maar de andere partij ging failliet.  Derhalve leed ook CNB het onderspit, maar zag 4 jaar later (1994) kans op revanche, door samen te spannen met een concurrent van hen, Bloembollenbureau Cebeco. Eerst heimelijk, later dus “Out in the open” bleek degene die ons eerst in feite van CNB had gered, ene hr. Kneppers, van vriend tot vijand geworden. Een veel kleiner I.V.B. /  Bader bemiddeling, redde ons weer uit de klauwen van Cebeco, maar in 2000 herhaalde de geschiedenis zich, nu vertegenwoordiger Burger bij Bader, mede door de toen ontstane Bleeker zaak, ook veranderde van vriend in vijand, nu ook hij meende kans te zien onze lucratieve handel naar zich toe te trekken, drie maal lijkt scheepsrecht te zijn. Een ander I.V.B. HOBAHO, kleiner dan CNB, maar wel belangrijk, heeft hulp geboden en zaken gered, door hulp te bieden om een doorstart te kunnen realiseren, op goede, correcte, maar ook zakelijke wijze.

In principe en zoals opgezet en ingericht was het bedrijf van ons goed en gezond, wat zich ook heeft bewezen nadat het in 2009 aan derden is verkocht. Alle interactie voornoemd resulteerde in een reeks van rechtszaken, waarbij wij op basis van juiste feiten voor ons recht vochten, tegen tegenpartijen die feiten verdraaiden en onwaarheden en ook laster inbrachten en ook ver onder de gordel gingen. Dat heeft voor ons tot hoge kosten geleid, maar de meeste tegenpartijen gingen uiteindelijk zelf ook ten onder, of liepen flinke deuken op. Ondanks de vele kosten, narigheid, en de trage rechtsgang, kunnen we stellen dat de leugens etc. de tegenpartijen niet hielpen, en zogezegd, met alle beperkingen van dien, het recht heeft gezegevierd. Wel had dit een constant ondermijnend effect, en waren de, op zich machtige vijanden, er steeds over uit om ons te kunnen pakken en schade te doen. Dit is ook een belangrijk aspect bij de z.g. Bleeker zaak, die een 1999 ontstond, doordat Bleeker wanpresteerde bij contractteelt. Door een opstapeling van calamiteiten werd 1999 een rampjaar, wat leidde tot Kredietopzegging, een do

Recta nos malum