6.18 Rol Rechter

Rol Rechter (commissaris)  mr. J. Blokland dubieus.

120.   Groot zou nog terug komen op rechter mr. J. Blokland. Groot heeft vermeld dat hij de door Groot aangebrachte rechtszaak tegen Bleeker behandelde, en overigens ook een andere zaak waar Groot in de voorafgaande jaren bij betrokken was, maar dat die later dus (ook) rechter commissaris was van Lico Teelt BV., en getuige een brief van Sweens aan hem, dit ook in april 2005 nog was. Enerzijds beoordeelde Groot hem als een rechter waar hij niets op aan kon merken, maar later sanctioneerde hij wel curator Sweens, om op basis van onwaarheden en aannames, Groot privé aansprakelijk te stellen.

121.   Groot weet niet wat het met rechters is maar twijfelt veelal aan menselijk gevoel. Om iemand in privé veel ellende te bezorgen en te ruïneren, dient men niet lichtzinnig te doen en behoort een gedegen grondslag te hebben, wat een R.C. zorgvuldig dient te beoordelen, en bij geen grondslag, of gerede twijfel, dient een R.C. dit niet toe staan, uit gerechtelijk zakelijke overweging, maar ook uit menselijk oogpunt. Zeker een rechter weet hoeveel impact dit heeft op dergelijke slachtoffers. Zowel bij beide R.C. s als ook bij tot nu toe alle beoordelende rechters in voornoemde zaken, ervoer Groot ze allemaal als gevoelloze ijskonijnen. Een rechter Commissaris dient te controleren dat een curator geen wettelijk onjuiste, en moreel verwerpelijke zaken doet, zoals het onder valse voornemens iemand een proces aan te doen ter zelfverrijking. Ervaren en geconcludeerd is, dat van controle en terugfluiten geen sprake is maar het omgekeerde, zoiets als dief en diefjesmaat.

Blokland als R.C. was wel degene die rechtszaak (op onjuiste gronden) van Sweens tegen Groot faciliteerde waarmee hij bij Groot een lager rapportcijfer verkrijgt. Nu Groot de stellige mening had dat Sweens de zaak puur beloog in zijn bewering dat hij dacht dat hij de R.C. niet van de brief (3) in kennis had gesteld (terwijl die brief ter vergadering op tafel lag), maar dat Sweens, naar hij zelf beweerde, dit niet had gedeeld, terwijl hij dit had behoren te doen, heeft Groot Sweens daarop aansprakelijk gesteld (als hoofdpunt, onderdeel van meer en aanvullende zaken).  Het bijzondere was dat, ondanks schriftelijk protest van Groot daartegen, die zaak ook door mr. Blokland werd beoordeeld. Gezien alle belangenverstrengeling, en persoonlijke verhoudingen als voornoemd, meent Groot dat dit niet had gekund en gemogen, en dat Blokland zelf zich terug had moeten trekken. Dat Sweens dankzij mr. Blokland vrijuit ging, ziet Groot als de volgende belangenverstrengeling en bevoordeling van een bevriende partij in een lange reeks, en is het rapportcijfer voor rechter Blokland tot een dikke onvoldoende gezakt.

Recta nos malum