6.17 Belangenverstrengeling

Belangenverstrengeling van  rechters (als toezichthouder) en curatoren helemaal fout.

115.  De waarheid van zaken is maar bij drie personen bekend, die eigenlijk twee partijen vertegenwoordigen met twee tegenstrijdige belangen. Daarbij is geen van beide partijen in staat om bewijs van zijn stellingen of beweringen te leveren. Alleen om die reden zou geen van beide stellingen, in rechte gevolgd kunnen worden, immers beide zijn door de andere partij bestreden, en beide zijn onbewezen. Een onbewezen (en bestreden) iets voor waar aannemen, is in strijd met goede en juiste rechtsregels. De enige reden dat een proces verbaal als gezaghebbende bron wordt benoemd, is omdat een rechter dit heeft opgesteld. Daarbij is er niet bij nagedacht dat een rechter gewoon een beetje (of erg) corrupt kan zijn.

116.  Daarbij mag men als uitgangspunt hebben dat een rechter rechtschapener is dan een crimineel,  maar beide zijn mensen, en er zijn bewijzen genoeg dat de rechtschapenheid geen vanzelfsprekende en vaststaande zaak is. Wat wel vast staat is dat een rechter, die de hand wil lichten met waar hij (onder ede) voor behoort te staan, weet, en zich er dus van bewust zal zijn, dat hij zodanig op een voetstuk is gezet, en ook dat er van controle nagenoeg geen sprake is, dat hij vrij straffeloos zijn boekje te buiten kan gaan, en juist bij bijvoorbeeld het manipuleren van een proces verbaal, of daar opzettelijk zaken uit weglaten, dit (nagenoeg) geen risico oplevert.

117.   Hoewel zaken nog niet alle zijn geëindigd, wordt er door Groot inmiddels weinig illusie meer gemaakt over ons recht, rechtspraak en rechtsstaat. Hoewel zaken met het recht en de wetten niet zozeer fout zit, en die ook zijn gemaakt, beoordeeld en vastgesteld met alle goede bedoelingen zien we dat het in de uitvoering gewoon volledig mis kan gaan, en er kennelijk ook allerlei subjectieve en onzakelijke factoren mee kunnen spreken. Daarbij kan een rechter een beetje of zelfs helemaal fout zijn, maar er is geen directe controlerende instantie. Opmerkelijk is dat ook de raad van state wel erg gemakkelijk argumenten van een hof overneemt.

118.   Wat in feite helemaal fout zit, is dat een willekeurige rechter, de toezichthouder is bij faillissementen.  Naar Groot is gebleken, deinzen sommige curatoren nergens voor terug en vinden hun toezichthouders het normaal dat ze mensen chanteren, en procedures beginnen zonder dat die R.C. beoordeeld of daar voldoende grondslag voor is.  In de correspondentie van Groot heeft hij brieven aan de R.C. geschreven (of aan Sweens met kopie aan de R.C.)  met alle argumenten tegen bv. de procedure die Sweens wilde beginnen (dit in eerste helft 2005), waar deze mr.v.d. Berg met een laconiek briefje op reageerde dat hij zich achter de curator stelde, die het wel goed zou doen. Dat diezelfde het hier besproken proces verbaal had vervalst, wist Groot toen nog niet. Stukje bij beetje zijn de zaken zoals die kennelijk in werkelijkheid zijn aan Groot duidelijk geworden.

119.   Momenteel staat vooral het strafrecht ter discussie, maar de burgerij is er zich nauwelijks van bewust dat er veel meer publieksechtelijke zaken spelen, waar publiciteit veel minder bij is, en ook missers en misstanden zich dus meer in een schemergebied afspelen. Voor de media zijn die doorgaans maar weinig interessant, ook schrijnende zaken zoals wat Groot voorgaand heeft geschetst, zijn vaak moeilijk in de publiciteit te krijgen. Inmiddels heeft Groot contacten met andere gedupeerden, waar grote bedragen op allerlei slinkse wijzen zijn verdwenen, zonder dat er controle of verantwoording plaats vind. Curatoren komen een ruime bevoegdheid toe, heeft men zelf bedacht, dus worden onder en boven de wet gesteld, en maken daar goed gebruik van. Dat er af een toe wat onrechtmatig verkregen geld in de zak van de R.C. verdwijnt is niet denkbeeldig.

Recta nos malum