6.12 Fouten, manipulaties

6.12   Fouten en manipulaties in het proces verbaal van 14/05/2004.

84.   Aangaande het proces verbaal, de vierde alinea stelt; “Tegenwoordig: mr. H.A.van den Berg, rechter commissaris en de griffier A. Beumer”.  Zoals gesteld, was die griffier pertinent niet aanwezig.  De volgende alinea stelt dat Sweens en Groot ter vergadering verschijnen. Alleen Groot verscheen, Sweens was al langere tijd in voorbespreking. De opvolgende alinea stelt dat er publicaties plaats hebben gevonden. De opvolgende alinea is dan weer een grote leugen; “De curator deelt mede dat hij conform art. 109 van de faillissementswet alle bekende schuldeisers schriftelijk in kennis heeft gebracht van deze verificatievergadering”. Zoals gesteld dit is ook puur onjuist gebleken maar ook nooit ter vergadering gesteld, en middels verklaringen door belanghebbenden ook stellig ontkent. Vervolgens zou de rechter commissaris de lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen voor hebben gelezen, ook dat is Groot ontgaan. Dan wordt ingegaan op de betwiste vorderingen, waar met één al een regeling was afgesproken, dus alleen Bleeker was over als bestreden vordering. Daar dus gesteld dat de curator terug komt op de betwisting van Bleeker Smit, “ten bedrage van 63.430,53  over te brengen naar de lijst van concurrente crediteuren, daar hij deze vordering niet langer betwist”.  Een curator behoort wel argumenten te hebben om een vordering niet langer te betwisten, Groot heeft zeker gesteld dat hij voldoende bewijzen had, zodat de zaak kansrijk was, maar heeft (eerlijkheidshalve) ook steeds gesteld en geschreven dat naar zijn informatie, er weinig tot niets zou zijn te incasseren, nu alles verpand en verhypothekeert was. In ieder geval is er van de vele door Groot met zekerheid wel gesproken woorden er 0 (zegge nul) van zijn verwoord in het proces verbaal. Groot mag toch wel stellen dat dit  wel zeer onwaarschijnlijk is, dus feitelijk onmogelijk.

85.  Daar kan Groot bij stellen dat het Sweens was die hem zo nadrukkelijk had uitgenodigd, niet om zijn mond te houden (of de mond te snoeren) maar kennelijk om een inbreng te geven, en vragen te beantwoorden. Zoals het wordt voorgesteld, zijn er geen vragen gesteld aan Groot. Dit kan feitelijk niet waar zijn. Als zij hun werk neutraal en zorgvuldig willen doen, dan zouden ze Groot expliciet hebben gevraagd of hij de vordering wél of niet bestreed, omdat dit van belang was (zij wisten immers van de plannen van Duijsens en Groot niet). Als het waar zou zijn wat daar is geschreven (drie mensen weten dat dit niet waar is, niemand kan het bewijzen) dan is dit het zoveelste bewijs dat de opzet was om Groot er in te laten lopen.

86.  De R.C. zou dan vervolgens de niet meer betwiste vorderingen overgebracht hebben naar de lijst van erkende schuldeiser. Daarna zou de curator verslag uit hebben gebracht van de stand van de boedel, dit is Groot dus ook ontgaan.  Daarna wordt gesteld dat niemand verder enig verzoek doet of het woord verlangt waarna de r.c. de vergadering sluit.   eindigende met “Waarvan is opgemaakt dit proces verbaal, dat door de rechter commissaris en de griffier is vastgesteld en getekend”.

Recta nos malum