6.05 Over het PV

6.5   Over het Proces Verbaal.

13.   Een proces verbaal van een vergadering ligt enige tijd ter inzage, maar wordt in de ervaring van Groot ook altijd aan de direct belanghebbenden toegezonden. In dit geval meende Groot geen belanghebbende te zijn, nu hij afspraken had met de curator en niet kon vermoeden dat deze curator afspraken niet na zou komen. Groot had geen enkele reden om het proces verbaal, (als het daadwerkelijk ter inzake lag wat onbekend is) in te gaan zien, en kreeg het dus ook niet toegezonden.

14.   Groot raakte er pas bekend mee, ca 14 maanden later,  toegezonden door de curator tezamen met een z.g. verzoek tot instantie wat de lopende rechtszaak met Bleeker officieel moest beëindigen. Die zaak was aan de curator vervallen, die had gesteld dat hij die zaak niet voort wilde zetten. Hij bood de zaak (opmerkelijk genoeg) niet ter overname aan Groot aan, maar van Groot mocht de zaak vervallen, dus zowel de vordering van Groot als de tegenvordering van Bleeker. De motivatie van Groot, hij zou de zaak ongetwijfeld winnen, maar schatte in dat hij nog minimaal 20.000 Euro kosten zou gaan maken, en had sterke signalen dat de vordering daarna oninbaar zou zijn. Verder was Groot alle rechtszaken meer dan zat.

15.  Voor de goede orde en duidelijkheid, toen Groot 14 maanden later het proces verbaal ontving heeft hij er nauwelijks aandacht aan gegeven, De rechtszaak waar het later voor bedoeld leek te zijn werd immers pas bijna een jaar later opgestart, en dit proces verbaal werd in een nog later stadium pas ingebracht, maar wel duidelijk planmatig. Wel had Groot gezien dat het niet naar waarheid was, maar Groot meende er geen belang bij te hebben, Groot dacht immers dat hij alle narigheid met het voornoemde chantage geld had afgekocht. Ook toen Duijsens het inbracht, om daarmee een inhoudelijke behandeling aangaande de wanprestatie van Bleeker te kunnen voorkomen, meende Groot dat dit niet kon slagen omdat Groot duidelijk per brief, de dag voor de vergadering zijn standpunt op schrift had gesteld (3).

16.  Zaken achteraf reconstruerende is de brief van Duijsens aan Sweens van 23-03-2004 (1) kennelijk en met goede zekerheid van beslissende invloed geweest voor de verdere gang van zaken. Daarin verzoekt hij de curator om hun eigen z.g. tegenvordering in voornoemde rechtszaak te gaan erkennen. Dat een belanghebbende zoiets verzoekt is navolgbaar en begrijpelijk. Evenwel, in die brief stelt hij Groot zeer negatief voor, door allerlei onjuiste beweringen, en fokt als het ware de curator op om Groot te lijf te gaan en Groot nog eens extra te pakken te nemen, bv. door Groot een proces aan te doen, wegens privéaansprakelijkheid.

Recta nos malum