6.04 Geschil,Achtergrond

6.4   Omschrijving van het geschil en achtergronden.

6.   Korte omschrijving van het geschil met Bleeker. Deze heeft in 1999 z.g. contractteelt op zich genomen voor Lico Teelt / Groot, maar maakte zodanige fouten dat dit resulteerde in een z.g. halve oogst, een schade voor Groot van ca. 300.000  euro, waarna Groot die schade claimde en het nog niet betaalde deel z.g. contractteeltvergoeding daarmee verrekenbaar stelde (nog. ca.  126. 000 euro). Bleeker claimde in die zaak de niet betaalde vergoeding als tegenvordering.

7.   Bleeker nam daarbij advocaat Duijsens in de arm, een advocaat die er om bekend staat dat waarheid voor hem niet telt, iemand die beweringen op verzinsels baseert, en geen morele scrupules kent.  Daar zou inmiddels ook veel en veel meer van zijn te zeggen, maar Groot wil zaken waar mogelijk simpel en overzichtelijk houden.  Van belang is dat  zaken dateren vanaf 1999 (jaar van de contractteelt), Dat Groot een rechtszaak aangaande wanpresteren is begonnen d.d. 2 februari 2000 en dat Bleeker / Duijsens, die zaak wist te traineren met getuigenverhoren tot augustus . 2003.

8.   Het debakel met Bleeker deed bij de bankier de emmer overlopen, waardoor het krediet bij Groot werd opgezegd, waarbij Groot met hulp van een derde een doorstart heeft kunnen realiseren. Daarbij kwam Groot tot regelingen met zijn crediteuren maar één van hen bedacht zich (bedrijfsvereniging GUO, vergelijkbaar met GAK) en vroeg faillissement aan van voornoemde B.V.s.  Dit leidde tot allerlei zaken, verwikkelingen, en interactie met de curator. Vervolgens leidde dit dan ook tot de voornoemde vergadering.

9.   Groot stelt zich daarbij zaken voor als navolgend: De curator heeft contact met Duijsens gehad, wat wordt ondersteund door een brief van 23-03-2004 (prod. 1), van Duijsens aan Sweens.  Gesteld door Sweens naar Duijsens zal zijn dat de boedel geen verhaal zou bieden, maar Groot in privé (mogelijk) wel. Daar zagen ze kennelijk mogelijkheden, en is een plan gemaakt. Daarbij dient bedacht te worden dat allerlei zaken achter de rug om van Groot zijn geregeld en geritseld waar hij geen enkele weet van had, of kon hebben.

10.  Groot heeft getracht de voornoemde faillissementen te voorkomen, wat dus mislukte. Nadat de curator (Sweens) er kennis van had dat de BV.s leeg waren, zonder activiteiten, maar dat het doorgestarte bedrijf (Lily Company BV.) kennelijk leek te slagen stelde de curator dat hij de doorgestarte BV. ter ziele zou procederen op basis van beschuldiging van Pauliana. Dit kon met 50.000 euro worden afgekocht, wat Groot onder druk van derden heeft gedaan. Daarmee zouden alle zaken zijn geregeld, en zouden de faillissementen omgaand worden opgeheven, voor Groot een noodzaak om noodzakelijke kredieten te kunnen verkrijgen. Vanaf het begin nam deze curator al een vechthouding aan tegen Groot. Groot stelt dat er van paulianeus handelen geen sprake was en er ook geen enkele grondslag voor bestond, en er dus sprake was van pure chantage, overigens met instemming van twee betrokken z.g. toezichthouders, de Rechter commissarissen mr. v.d. Berg, R.C. van Lico Export B.V. en mr. Blokland, die de R.C. van Lico Teelt B..V. was, de bij Bleeker betrokken BV.

11.   Het afgesproken direct opheffen van de faillissementen heeft bijna 10 jaar geduurd, waarbij Groot hierbij, zonder verdere bewijsvoering of onderbouwing (die wél ruimschoots aanwezig is) stelt dat er bij Groot sprake is van zeer negatieve ervaringen. Groot heeft al chantage genoemd. Daar noemt Groot diefstal, bedrog, misleiding, misbruik van recht, leugens, niet nakomen van afspraken, en o.a. dus ook het leveren van de hand en spandiensten, waar dit document over gaat bij. In aparte documenten zijn zaken gedetailleerder beschreven.

12.  Groot heeft de stellige mening dat zaken anders zouden kunnen zijn verlopen als mr. Duijsens ten behoeve van Bleeker zich niet in zaken had gemengd. Groot had in januari 2000 een schikking met Bleeker beproefd, waar ze uitgekomen zouden zijn als niet Duijsens dit had ontraden en feitelijk geblokkeerd. Daar lag weer een veel langere geschiedenis aan ten grondslag. Een groep vakgenoten, met als leidende groep het machtige in en verkoopbureau CNB hadden in 1994  de handel en het bedrijf van Groot ten voordele van concurrenten, aan Groot proberen te ontstelen, wat mislukte en in opvolgende rechtszaken tot een schikking van meer dan een miljoen euro (ten voordele van Groot) leidde. Dat men daarna zon op wraak, en daar al meerdere gelegenheden voor had aangegrepen was bekend en gaande. Duijsens behoorde bij de groep opponenten van Groot waarbij het zakelijke werd overheerst door zogezegde negatieve persoonlijke sentimenten, waarmee minder begrijpelijke zaken zijn verklaard.

Recta nos malum