6.03 Het opzetje

2.  Dit opzetje of complot is bedacht en uitgevoerd door curator Sweens, ten behoeve van een crediteur van Lico Teelt BV. de V.O.F. Bleeker Smit, en opgezet door de advocaat van Bleeker mr. Duijsens. Door opzettelijk feiten uit het proces verbaal weg te laten wilde men bereiken dat de aanname werd gedaan dat Groot de Bleeker vordering erkende, omdat niet in het proces verbaal stond vermeld dat Groot de vordering niet erkende, wat Groot overigens ten allen tijde, ook tijdens die vergadering wél heeft gedaan.

Groot wil hierbij de bijlagen beperken maar brengt de navolgende als producties in;
1.   Een brief van 23-03-2004 van Duijsens (advocaat van tegenpartij Bleeker) aan Sweens, curator Lico Teelt BV.
2.  Een brief van 12-05-2004 van curator Sweens aan Groot.
3.  Een brief van 13-05-04 (antwoord op 2) van Groot aan curator Sweens.
4.  Het proces verbaal van de verificatievergadering van 14-05-2004  waar dit document over gaat.

Alinea 3

Van erkennen van die bewuste vordering door Groot was volstrekt geen sprake. Groot was aanwezig en heeft de vordering ten stelligste als bestreden aangemerkt, maar daarnaast is altijd, bij welke gelegenheid dan ook, is door Groot, de vordering überhaupt nooit erkent, maar dit ook nog stellig in een brief (3), een dag voor de vergadering, en Groot bestreed de vordering in een rechtszaak tegen Bleeker, wat uiteraard alle twijfel over bestrijding wegneemt. Dat Groot de vordering erkent zou hebben was (en is) dus ook 100 % ongeloofwaardig. Waarom dit toch als aanname zijn eigen leven is gaan lijden, is een volstrekt onbegrijpelijke zaak, althans in redelijkheid gesteld onverklaarbaar. Evenwel, in de context van een opzetje, juist wel verklaarbaar en ontegenzeggelijk. Gesteld kan dus worden dat het voornoemde opzetje “zeer aannemelijk” is en het tegendeel onbegrijpelijk, onnavolgbaar, onverklaarbaar.

Aline 4

Groot is hierdoor (uiteindelijk) ten zeerste gedupeerd, en partij Bleeker juist omgekeerd evenredig bevoordeeld. Dat er iets bestaat waar de één voordeel van heeft en de ander nadeel is niet bijzonder. Evenwel, als alles er op wijst dat datgene wat in kwestie is, een opzetje is, en valsheid in geschrifte betreft, waarbij regels zijn geschonden, en wat zonder enige (verdere) noodzaak tot stand is gebracht, dan zijn zaken duidelijk en staan alle signalen op rood. Dit wat betreft buitenstaanders, en ook mensen (bv. rechters) die zich in latere instantie een objectief oordeel moesten vormen. Die zouden, zeker als zaken ook duidelijk zijn aangegeven, zaken moeten doorzien. Dit heeft evenwel niet het geval mogen zijn.

Aline 5

Hierbij opgemerkt dat het gehele complex aan rechtszaken, die uit die z.g. Bleeker zaak voort zijn gekomen, zich zijn gaan scharnieren rond dit proces verbaal, en dat aangaande het proces verbaal zaken zich dan juist weer scharnieren, om het feit of de z.g. Bleeker vordering nu wel, of niet door Groot is erkend. Vreemd genoeg is daar niets van opgenomen in het desbetreffende proces verbaal. Volgens dit proces verbaal, was Groot aanwezig op die vergadering maar heeft geen woord gezegd.  Uiteraard weet Groot zelf beter, en dus dat (kennelijk opzettelijk en voorbedacht) men niet heeft opgenomen wat Groot (weldegelijk) heeft gezegd. Het zou ook wel zeer vreemd en bevreemdend zijn, dat Groot niets zou hebben gezegd. Er worden immers altijd vragen gesteld, die een antwoord vermogen. Dit geeft al aan dat sprake is van volstrekt onaannemelijke zaken.

Recta nos malum