5c.08 Aangegeven probleem door Bleeker aangaande niet koken van plantgoed.

Nu  de gang van zaken, achtergronden en ook kwaliteit plantgoed, en beoordeling teelt en oogstgegevens duidelijk zijn geschetst en beschreven, komen we toe aan de verweren van Bleeker.  Door Ruijter maar ook anderen is gesteld dat zo een groot verschil met een normale oogst, duidelijke en ook waarneembare en te traceren oorzaken moet hebben. Groot heeft ook aangegeven dat hij die oorzaken kent, die dus ook al heeft omschreven en meent dat daaraan  geen twijfel mogelijk is. In deze rapportage zijn twee zaken van belang ter beoordeling, allereerst of het met zekerheid,  of daar aan grenzende waarschijnlijkheid kan worden vastgesteld of aangenomen, dat de aangegeven redenen van de slechte oogst duidelijk en ook evident zijn. Op zich bezien zou dit al voldoende dienen te zijn.

Ter vervolmaking evenwel van zaken dient te worden bezien of de redenen die Bleeker heeft aangevoerd  steekhoudend zijn, of juist verzonnen en als redenen onjuist, wat dan ook in zou houden dat Bleeker op onrechtmatige wijze zijn verantwoording wil ontlopen, en ook of dit tegen beter weten in lijkt te zijn. Als één van de eerste, maar volgens hem ook zeer zwaarwegende reden stelt hij dat o.a. de halve oogst is ontstaan doordat het plantgoed niet was gekookt.

De eerste keer dat dit werd genoemd was in het eerste verslag van het overleg. Daarin staat dat Bleeker aan Metzelaar had gevraagd of het plantgoed was gekookt. Nu dit niet het geval was zou dit een belangrijke oorzaak van het woekerziek zijn. Dit kwam maar in een klein deel van het perceel voor en zou dus ook maar voor een klein deel als oorzaak kunnen gelden.  Later werd vooral gesteld dat in het z.g. Bader contract stond dat het plantgoed gekookt moest worden aangeleverd.  Groot meent dat het van algemene bekendheid is, maar dan ook bij iedere kweker zonder uitzondering bekend, dat koken wordt gedaan om bladaaltjes te bestrijden, dat dit ook vaak voorbehoedend, zogezegd voor alle zekerheid wordt gedaan, maar als men goede zekerheid heeft dat aaltjes niet voor komen, is ook algemeen bekend dat koken een risico in zich houdt, dat koken ook nooit de oogst verbeterd, maar vaak iets verminderd en dubbelneus vorming kan bewerkstelligen.  Dat koken ook helpt tegen woekerziek is niet juist. Kwekers maken derhalve zelf de afweging of koken wél of niet nodig of zinnig is.

Als tijdens de groei blijkt dat bladaaltjes niet aanwezig zijn, terwijl niet gekookt is, dan is dit ook bewijs dat koken in dat geval niet nodig was en dat de moeite en kosten, en daarbij ook het risico terecht is bespaard. Daarbij heeft Bader een contract opgesteld, en daar condities in gezet die niet door hem kunnen en mogen worden bepaald. Hij is bemiddelaar, de contractpartijen dienen het samen onderling over de condities eens te zijn. Een tussenpersoon (vergelijkbaar met een makelaar) kan iets adviseren of sturen, maar dient zich bij verschillen van inzicht tussen beide partijen, daar verder volledig buiten te staan.

Door het gehele dossier heen zien we commentaar van zaken door Duijsens namens Bleeker. We citeren uit een document wat Duijsens bijvoegt als productie drie bij een conclusie van antwoord d.d. 30-09-2009.  Beweringen op andere plaatsen wijken niet af. Ook is nooit inhoudelijk ingegaan op verweer dienaangaande anders dan summiere bestrijding. In dit geval heeft ook een medewerker en onderzoeker van PPO, die zeer deskundig geacht mag worden, zijn mening in een rapportage gegeven, die zich verenigde met het oordeel van Ruijter, waar we nog op terug gaan komen.

In een conclusie van antwoord van de hand van Bleeker stelt Duijsens  onder “uitvoer van de overeenkomst”   1. Het plantmateriaal werd geleverd door de contractgever, Lico . Gebruikelijk is dat de contractgever garandeert dat het plantmateriaal vrij is van knolcyperus, kiek en – voor zover van toepassing  –  door de bloembollenkeuringsdienst wordt goedgekeurd. Hiertoe dient het plantmateriaal te worden ontsmet en  gekookt. Immers het is zeer moeilijk , zo niet onmogelijk om met plantmateriaal van slechte, dan wel onvoldoende  kwaliteit het teeltcontract na te komen.”  Op pag 3 onder 2 bij ster één  wordt dan nog gesteld “Het plantmateriaal is niet gekookt waarmee Lico niet aan haar verplichtingen heeft voldaan”

Deze beweringen van Duijsens zijn zowel getruckt als misleiden voor wie zich gemakkelijk laat misleiden.  Dat plantgoed deugdelijk moet zijn is een soort gemeenplaats, dan stelt hij dat het plantgoed – voor zover van toepassing- gekeurd moet zijn door de BKD.  Dit is een onjuiste en ook misleidende bewering, het moet immers altijd gekeurd zijn door de BKD. met als gevolg dat, als het gekeurd is, zoals dus ook het plantgoed van Lico, het aan de gestelde criteria en eisen voldoet. Die keuring vindt vooral plaats op het aanwezig zijn van virussen, iets waar Duijsens het nooit over heeft omdat die immers ook in de partijen niet voorkwamen.   

Zoals Duijsens het stelt is er uit op te maken dat de BKP eist dat plantgoed ontsmet en gekookt wordt en dat is nu juist weer niet het geval.  Ze keuren er alleen op of de gezondheid in orde is, en in orde is in orde. Ontsmetten en koken is bedoeld om die gezondheid in stand te houden maar deze, onderling zeer verschillende maatregelen, verbeteren de gezondheid niet. De BKP verplicht de kweker daar dus niet toe, wat niet wegneemt dat alle kwekers standaard zullen ontsmetten, en het plantgoed van Lico ook voor 100 % ontsmet was, dus  ontsmetten is verder ook niet aan de orde. Koken is weer een andere zaak. De BKP kan ongekookt plantgoed goedkeuren, maar later op het veld aaltjes constateren en dan de partij (alsnog) afkeuren. Het is aan de kweker om het risico te bepalen waarbij veelal voorbehoedend (voor alle zekerheid) wordt gekookt. Of een kweker dit nodig acht wordt beoordeeld op basis van de voorgeschiedenis en teelt in de daaraan voorafgaande jaren. Bij bespreking van punt 9  en punt 12 krijgen zaken nog nadere aandacht. (uit het contract van De Jong Lelies blijkt ook dat zij  wel / niet koken zelf bepalen).

Het meest uitgebreid en vergaand is Duijsens in de reeds benoemde antwoord akte voor zitting 13 sept. 2001. Reeds als bijlage ingebracht onder 3 i  Het gaat er in deze zaak om te bepalen of Bleeker geen fouten had gemaakt. Deze akte was dus nog in de door Groot aangespannen periode genomen. Op dat moment was Groot nog de eiser, en was er nog geen gemanipuleerd Proces Verbaal. Daar waar Duijsens zal gaan roepen, dat dit niet van belang is vanwege het proces verbaal, is dit voor deze rapportage niet aan de orde en geen uitgangspunt. In deze acte bijlage 3 i  staan de zaken waar het om gaat dus we dienen die gedetailleerd te bespreken, en te weerleggen.

In die antwoordakte van d.d. 13 sept. 2001 lezen we zijn stellingen en zijn verweren.. De gehele pagina 4  en een deel van pag. 5  is gewijd aan het niet koken. (zie bijlagen).  Ter ondersteuning van hun stelling dat koken gebruikelijk is, wordt gewezen op de algemene standaardvoorwaarden van Bader B.V.  Erbij vermeld dat die voorwaarde in nagenoeg alle teeltcontracten, (dus kennelijk niet in alle), worden opgenomen. Bekend is dat die voorwaarden (het Bader contract) door ons niet was geaccepteerd en dus juist niet aan de orde. Ook verwijzen we naar bijlage  4 c, het contract van de Jong lelies.

Het bevreemdende in dit stuk is dat er op geen enkele wijze wordt aangegeven dat koken groeibevorderend werk en niet koken tot een halve oogst leidt. Allerlei beweringen als zou er op enig moment onderling over iets  zijn gesproken, zijn overigens onjuist en ook niet onderbouwd, dus niet anders dan losse flodders, maar dit zijn ook niet de zaken waar het om gaat. Het enige waar het om gaat of het niet koken, enige relatie had met de halve oogst met het antwoord NEE.  Volgens Duijsens  stelt Groot dat het plantgoed dient te voldoen aan een normaal plantgoedcriterium, en is dan weer volgens hem “het gebruik van koken” een normaal plantgoedcriterium enz.  Daar gaat het volgens Groot niet om, maar wel of koken groeibevorderend is, of dat het op groei geen invloed heeft, of juist een negatieve invloed op de groei kan hebben.  Zie ook bijlage 8a.

Zie verder wat gesteld onder 10 waarin wordt gesteld dat de kiekbesmetting (waar we het in 10 over zullen hebben)  kwam door niet koken. Volgens Duijsens rust op Lico de last om aan te tonen dat , aangaande het koken de besmetting door andere factoren is veroorzaakt.  Die last lijkt vreemd genoeg niet op Bleeker te rusten.  Onduidelijk is ook waar Duijsens het nu wel over heeft. Er is immers geen enkele sprake van welke besmetting dan ook.

Zie ook de bijlagen rapporten Ruiter PPO   12 a  en  12 b

Bijlage  8  a    Vakblad artikel van onderzoeker PPO,  Geen betere groei bij koken, wel kans op schade.  

Te beantwoordende vragen;  

8  /1.    Heeft koken invloed op de groei van Leliebollen.

8  /2.    Is dat zo in alle gevallen of zijn daar uitzonderingen op.

8  /3.    Stelt de BKD koken verplicht ?.

8  /4.     Kan een tussenpersoon koken verplicht stellen?

8  / 5      Kan een contractteler koken verplicht stellen ?.

8  /6.     Heeft niet koken en een z.g. kiekbesmetting enig verband met elkaar?

8   /7.     Heeft niet koken en het zich voordoen van woekerziek (in een beperkt deel van de percelen)  enig verband met elkaar.

Recta nos malum