5c.12 Beoordeling / waarde oordeel rapportages  Ruiter  PPO en reacties en beweringen van Duijsens dienaangaande.

Deze gehele uitvoerige beschrijving zou niet nodig zijn geweest als rechters op objectieve wijze de gemaakte rapporten hadden beoordeeld.  Bij een objectieve rechtsgang,  verlaten rechters zich veelal op rapporten nu ze zelf niet op alle fronten zogezegd deskundig kunnen zijn. Daar waar ze zelf bij herhaling stellen (zoals b.v. mr. Allegro  deed) dat ze totaal geen verstand hebben van iets, dan zou men een zorgvuldige beoordeling mogen verwachten, en daar waar zaken bestreden zijn of onduidelijk, zou men vragen ter verduidelijking en  bewijsopdrachten verwachten.  Tot nu toe hebben deze rapportage geen beoordeling verkregen.  Redenen daarvoor kunnen we wel nagaan en benoemen, ook al is dit deels giswerk, maar heeft er in ieder geval toe geleid dat we zaken nu dus breder op willen zetten, zodat de conclusies moeilijker te negeren zijn, en dus niet meer op enigerlei wijze te gemakkelijk af zijn  te doen.

Deze reportage wordt derhalve veel breder opgezet, en er wordt ook verzocht om meningen en waarde oordelen over zaken zoals die zich inmiddels voor hebben gedaan, te verkrijgen,  maar onze verwachting is vooralsnog dat u de zaken zoals die in de eerdere rapporten zijn vastgelegd,  mogelijk met enige nuance, ook zult gaan onderschrijven, nu die naar onze stellige mening conform de feiten zijn.  Als bijlagen brengen we in;

  1.   Een rapportage van Ruiter van d.d. 20 juli 2001.  De opzet van Groot was om zaken zo simpel mogelijk te houden door beantwoording van een aantal vragen te verzoeken. Voor een rechter zou dit duidelijk genoeg zijn, althans een goede basis, met zo nodig verduidelijking op verzoek.  
  2.  Tweede rapportage Ruiter. Nu dit zo ongeveer werd genegeerd in de uitspraak van 27-08-2008  bleek dit kennelijk onvoldoende en is om een meer uitgebreidere en ook professioneel uitziende rapportage verzocht. Deels dezelfde vragen (en antwoorden) maar aangevuld met vragen die van essentie waren gebleken.  Ruiter geld feitelijk als een autoriteit in het lelievak met integriteit die buiten iedere discussie staat.  Die rapportage is gedateerd d.d. 15 oktober 2008, dus kort na de eerste, voor Groot negatieve uitspraak en bestemd voor het ingestelde Hoger Beroep.
  3.   Gezien de reactie van Duijsens werd gemeend dat dit nog kracht bijgezet moest worden, en heeft Groot zich tot de hoogste en meest deskundige instantie gewent, het onderzoeks laboratorium PPO,   anders en beter is er niet. Die hebben de bevindingen van Ruiter bevestigd. Het ging er bij die rapportages vooral om, om de vermeende en beweerlijke oorzaken zoals Duijsens die bezigde, uit te sluiten. Als die oorzaken door hen onmogelijk worden geacht en het feit of calamiteit is wel evident dan dient daar dus uiteraard een ander oorzaak voor te bestaan, en ligt ook voor de hand dat die oorzaak aan Bleeker verwijtbaar is.  Het rapport van PPO is gedateerd   17 augustus 2009.

Ruiter stelt in Rapport 2  o.a.   op vraag 1  of het logisch en verklaarbaar is dat alle andere kwekers met gelijkwaardig plantgoed een goede oogst hebben en één kweker een zeer slechte.  “Het is niet logisch als bij alle andere kwekers sprake is van goed, normale oogst en bij 1 kweker niet. Uitgaande van gelijkwaardig plantgoed” G. Ruiter was voorheen correspondent voor het scheidsgerecht, en nu al langere tijd lid van het scheidsgerecht en doet ook taxaties voor verzekeringen etc.

Het bijzondere in deze zaak is dat Duijsens bij de KAVB wordt aanbevolen als deskundige op bollengebied. Om dat te zijn dient men o.a. het scheidsgerecht te respecteren (en hun leden) en kent hij de hoge waarde van PPO en kan het niet anders dan zo zijn dat hij ook bij gelegenheden gebruik van PPO maakt om feiten vast te stellen en zaken te bewijzen. In dit licht bezien gaan we bezien wat er door Duijsens over deze rapportages is opgemerkt. Zelf zullen we er weinig meer aan toevoegen. we achten de lezers voldoende capabel tot eigen oordeelvorming.

In de eerste aanleg (beginprocedure) stelt Duijsens in de pleitnota; “terzijde merkt Bleeker Smit wel op productie 4 en 5,  van gedaagde te betwisten.  De relevantie van bijlage 4, zijnde een vragenlijst, ziet Bleeker niet in”  Daarmee was dus de eerste rapportage van Ruiter  afgedaan. Hij kwam er dus mee weg niets te onderbouwen of wat dan ook.

d.d. 30 september 2009  schrijft Duijsens in een conclusie van antwoord;  “productie 11  De verklaring van Ruiter is in dezen nietszeggend en evenmin kan gevolgd worden hetgeen door Ruiter Bloembollen wordt opgemerkt ter zake van de schadeomvang. Uiteraard dient Ruiter niet als een expert te worden aangemerkt. Blijkbaar heeft Ruiter vragen van Groot beantwoord. In ieder geval betwist Bleeker dat f  900.000 opbrengst van de bollen zou zijn geweest. Daarvan is absoluut geen sprake. Ruiter’s redenaties zijn onjuist en daaraan kunnen voor deze procedure geen conclusies verbonden worden”.

11 maart  2010;  “Pag  5  “mr. van der Klei”achter het rapport op de Ruiter uit 2001. Het rapport van de Ruijter levert geen bewijs van de stellingen van Lico.  Ook dit zijn leidende vragen. De Ruiter weet niet waar het over gaat, heeft de bollen niet gezien en kan derhalve daar ook geen oordeel over geven.”.

d.d. 21 juni 2011.  Memorie van antwoord  schrijft Duijsens;  “De rapportage van Ruiter en PPO zijn bij voorbaat niets zeggend. Het gestelde onder 20 van de memorie is onjuist. Zie immers productie 5 van Groot. In de laatste alinea vermeld Ruiter dat zijn antwoorden zijn gebaseerd op aanreiken van informatie van Groot en dat de desbetreffende informatie niet is gecontroleerd. De rapportage van PPO is gebaseerd op de rapportage van Groot, derhalve wederom gefundeerd op niet geverifieerde, laat staan op juistheid beoordeelde informatie van Groot zelf. Bleeker Smit handhaaft uiteraard nimmer wanprestatie te hebben gepleegd. Zie nogmaals het gestelde in de dagvaarding in eerste aanleg”.  

Dit zijn dus verweren van Duijsens, waar hij dus ook mee weg is weten te komen, althans, uit de uitspraken blijkt dat men niet de rapporten serieuze aandacht heeft willen geven.

Bijlagen  

12  a    Rapportage Ruijter van  20-07-2001

12  b    Rapportage   Ruiker  van  15 oktober  2008

12  c    Rapportage  PPO   van  17- o8 – 2009

12  d    Conclusie van antwoord  30  september  2009

12   e    11 maat 2010  v.d.  Klei

12   f     Memorie van Antwoord 21-06-2011

vragen;

12  /1.   Acht u Ruiter serieus, betrouwbaar en vakkundig.  Kan hij als deskundige worden aangemerkt ?

12  /2.   Acht u het terecht dat Ruiter en het PPO als niets zeggend enz. worden weggezet.

12  / 3.   Ruiter stelt dat zijn conclusies voor alle lelies gelden, het gaat over algemene en algemeen bekende zaken, is er dan sprake van leidende vragen, moet iemand een partij hebben gezien om te weten of koken de groei verdubbelt, en waarom zou hij geen oordeel kunnen vellen.

12  /4.   De rapportages zouden zijn gebaseerd op informatie van Groot zelf. Duidelijk suggereert hij dat Groot (zoals de waard is) onjuiste informatie verstrekt.  Heeft u twijfels aan de tot nu toe door Groot verstrekte informatie. Is daar iets van te motiveren waarom.

Recta nos malum