5c.01 Verzoek tot rapportage

Verzoek tot rapportage.

Toelichting;

Door de fa. Bleeker Smit (niet meer functioneel bestaand) en Lico Teelt B.V. (ook niet meer bestaande) zijn in 1999  contractafspraken gemaakt. V.O.F.  Bleeker Smit wordt verder benoemd als Bleeker.  Lico Teelt B.V. benoemen we hier als Groot omdat die in privé in zaken is betrokken.

Feit is, en erkend door Bleeker,  dat bij lange na geen normale oogst terug is geleverd, van voornoemde contractteelt.  Hoewel het iets is te nuanceren, benoemd Groot dit als een halve oogst. Groot is daardoor in hoge mate gedupeerd, niet alleen waren de geschatte aantallen van ca. 800/rr  in werkelijkheid maar  ca. 450 stuks, maar daarbij een veel te groot aantal nagenoeg voor Groot onverkoopbare maat  10-12, en  slecht verkoopbare maat 12-14,  terwijl de goed verkoopbare maat 16 nagenoeg ontbrak. Dit had als gevolg dat de 10-12 grotendeels het opvolgende jaar weer zijn opgeplant, en een aantal reeds geboekte orders niet konden worden opgevuld en geleverd.  Waar over een halve oogst wordt gesproken, wordt bedoeld half in volume. Geldelijk was sprak van veel minder dan de helft, in opbrengst.

Een andere zaak deed zich hierbij voor. Experimenteel voor Groot, waren in tegenstelling met zijn reguliere contracten, in dit geval ook verwerkingsafspraken gemaakt. Zoals bij vakgenoten bekend gebeuren dergelijke zaken in een redelijke mate van vertrouwen, en wordt de afspraak gemaakt op basis van de gemiddelde reguliere omstandigheden, en wordt veelal niet alles zogezegd achter de komma geregeld.  problemen en geschillen worden regulier (doorgaans) in goede orde opgelost op basis van redelijkheid en billijkheid.

Daarbij speelt ook een rol dat, zoals ook bekend, zulke afspraken vaak gemaakt worden middels een tussenpersoon die als onafhankelijke dient te gelden. In dit geval zijn zaken anders gelopen als in een regulier geval.  De heer J. Burger was tussenpersoon, werkzaam bij Bader bemiddeling.  Bader bemiddeling had evenwel een verstorende werking door een door hen zelf opgemaakt contract op te dringen, terwijl Groot al jaren met een eigen contract werkte.  Bader had zich niet met onderlinge condities mogen bemoeien. Hooguit adviseren, maar hij gedroeg zich als partij en koos in latere instantie duidelijk voor partij Bleeker.  Zowel Bader als Burger hadden een ontregelende werking en hebben veel kwaad en geen goed gedaan.  

Al deze zaken worden door Groot zelf op schrift gesteld.  Als Groot hierbij bijvoorbeeld stelt dat zaken in onredelijkheid en onbillijkheid juist niet zijn opgelost dan is dit de persoonlijke mening van Groot zoals veel van de geschreven zaken de mening van Groot zijn. Het is en blijft daarbij aan degenen die zaken beoordelen om die mening toetsen (op basis van onderzoek en motivatie) en al of niet te onderschrijven, en nader onderzoek van zaken te verrichten.  Groot kent alle feiten en waarheden dus het is ook aan Groot om waarheidsgetrouw te zijn en te zorgen dat hij niet op enige onwaarheid kan worden betrapt.

Aangaande J. Burger ontstond partijdigheid pro Bleeker en ontstonden calamiteiten.  J. Burger kende de handel van Groot en vond die lucratief en interessant. Groot was zogezegd (vakmensen kennen de term), een “droogverkoopspecialist”. Mede door de ontstane interactie achtte Burger het opportuun om een breuk met Groot te forceren, waarna hij zelf de markt op ging onder de noemer “droogverkoopspecialist”. en werden alle klanten van Groot met aanbiedingen met lagere prijzen benaderd.

In geval van een normale oogst, en een opbrengstberekening dienaangaande, en daar dan van afgetrokken de afgesproken contractteeltvergoeding, zou dit de opbrengstberekening geven zoals die had behoren te zijn. Dit is uiteraard niet tot achter de komma berekenbaar, maar door deskundigen zijn daar, hoewel globaal, goede aannames op te maken, die voldoende realistisch zijn.  Enigermate aan de voorzichtige kant stelt Groot die minimaal op ca. 250.000  euro, uit zou komen. Groot meent dat dit aan hem toegebrachte schade is door wanprestatie, c.q. toerekenbare tekortkomingen. Nu deze schade de afgesproken contractteelt vergoeding (royaal) overtrof, zou er dus geen vergoeding betaald behoeven te zijn, in een verrekensituatie.

In rechte zou het zo behoren te zijn dat, indien iemand door niet vervullen van taken, het maken van fouten, of wat dies meer zij, dat de gedupeerde de geleden schade kan verhalen. De wetten zijn daar zeer duidelijk over,en voor geen andere uitleg vatbaar. Wel is daarbij vereist dat rechters die zich daarover moeten buigen en tot een onpartijdig en objectief oordeel dienen te komen, hun taak ook naar behoren uitvoeren. Naar de mening van Groot is dit niet geschiedt.  Die mening, of wat daar in werkelijkheid dan ook exact van moge zijn, is hier niet van belang of ter discussie, en ligt niet ter beoordeling voor.

Dat neemt niet weg dat niet om een nadere beoordeling en duidelijke vaststelling zou worden verzocht, als zaken op een andere, meer naar wat de wet daarvan stelt, zou zijn beoordeeld en er niet allerlei onwaarschijnlijke en  niet duidelijk verklaarbare zaken  plaatsvonden die een objectieve behandeling kennelijk in de weg leken te staan. Dit heeft geleid tot een reeks van procedures die fataal voor Groot zijn verlopen, maar overigens ook nog gaande zijn. Ook dit is slechts ter kennisname en niet ter beoordeling.

Het relevante geschil bestaat uit het navolgende;

  1.   Groot meent dat hij gemotiveerd en onderbouwd kan onderbouwen en motiveren, dat zaken  bij Bleeker in de teelt, door tekortkomingen zijnerzijds, of door zijn z.g. onderaannemer maar voor zijn rekening en risico mis zijn gegaan.
  2.   Bleeker heeft stellingen ingenomen, waarbij de miserabele oogst een gegeven is, dus wordt erkent, maar Bleeker beweert dat hij desalniettemin alle teeltmaatregelen goed, juist en tijdig heeft genomen en uitgevoerd.  Hij definieert dan zelf een aantal oorzaken die ons inziens geen steek houden, en stelt dat het plantgoed van inferieure kwaliteit was. Verzocht wordt op basis van beoordeling van gegevens, feiten, kennis en in dit geval ook vooral uw ervaring enz. een deskundigen oordeel te gaan geven.

Zoals zal blijken worden gemakkelijk en uit de losse hand allerlei zaken beweerd en allerlei stellingen ingenomen, die een leek kan beoordelen als mogelijk wel waar, of aannemelijk, waarvan een deskundige direct al weet dat sprake is van onjuiste beweringen en verzinsels.  Een beoordelaar vanuit het vak zal direct veel kritischer zijn en ook genuanceerder, zaken bezien en ook tot nader onderzoek en navraag gaan komen.  Het is de mening van Groot (die door de beoordelaars kan worden bevestigd of onjuist bevonden) dat er zeer veel zaken worden verzonnen, waarheden verdraaid, pure onzin wordt beweerd, en ook personen (o.a. G. Ruiter en natuurlijk Groot),  onheus worden bejegend.  Aan al die zaken zal aandacht worden gegeven, wat van een in feite simpele, en vrij ongecompliceerde zaak, een omvangrijke en gecompliceerde zaak maakt.

Aangaande de zaken en punten, die stuk voor stuk zullen worden beschreven en van onderbouwing voorzien, zal door Groot een reeks vragen worden gesteld waarvan beantwoording wordt verzocht.

In de procedures speelden dan ook enkele andere zaken die voor deze rapportage niet aan de orde zijn:   o.a. op basis van volstrekt onjuiste beweringen is Groot privé aansprakelijk verklaard, en dankzij een vervalst proces verbaal heeft Bleeker  geen bewijs van zijn handelen behoeven te leveren, nu zijn vordering (dankzij de vervalsing) daardoor geacht werd vast te staan.  De voornoemde veroordeling en de vele hoge gerechtskosten hebben Groot inmiddels geruïneerd. We vermelden dit maar laten die zaken verder buiten beschouwing.

Recta nos malum