5b.1.09 Oud Plantgoed en Woekerziek

Aangaande  “oud plantgoed” ouwe troep,  woekerziek,  vermenging.

Groot stelt bij dit onderdeel  geen vragen.  Reeds gesteld is dat  volgens onze waarneming het plantgoed  goed en gezond was.

Groot stelt hierbij aanvullend nog enkele zaken die we benoemen en  waarbij wij hem  steunen en volgen in zijn mening.   Allereerst geeft Groot duidelijk aan dat in nog geen 1/5 van de percelen de woekerziek substantieel voorkwam. Groot stelt dat de oogst over de gehele linie slecht was. Als  een kwaal in 4/5  van een perceel niet voorkomt kan dit ook geen oorzaak van een slechte oogst zijn.

Dan stelt Groot dat er in het ene geschrift van Bleeker staat dat het bij opkomst van het plantgoed mis was, omdat zich toen woekerziek openbaarde. Woekerziek openbaart zich pas aan het einde van de teelt en niet in het begin. In een ander geschrift  stelt Bleeker dat hij  de teelt iedere week in de gaten hield, en dat alles er  (de eerste periode) prima bij stond.    Als er willekeurig tegengestelde meningen en beweringen worden geuit, worden zaken ongeloofwaardig.

Dan is er de bewering van Bleeker dat een (mede) oorzaak zou zijn dat partijen vermengd zouden zijn.  Zowel Ruiter als PPO zijn daar al stellig over geweest dat  dit Groei niet beïnvloed.  Ook blijkt dat sprake was van één soort, wat gemengd was aangekocht  wat ca. 7 % van het totaal besloeg.  Het soort  Batist was vermengd met 20 %  van het gelijkwaardige soort Monte Negro.  Derhalve iets zeer kleins wat op allerlei manieren werd opgeklopt en veel groter gemaakt dan het was, terwijl de stelling dat vermenging tot slechte groei leidde, voor ons als deskundigen, op zich al pure nonsens is. Kennelijk wilde Bleeker iedere strohalm aanpakken om redenen te bedenken en op te kloppen.

Ook beschrijft Groot dat Bleeker tijdens een rechtszaak stelde  dat hij (Frans Bleeker) de teelt bij de BKD  op wilde geven maar dat Lico / Metzelaar hem dit verbood, omdat het plantgoed zowel uit afgekeurde partijen  als ook illegaal geteelde partijen bestond.  Van afgekeurde partijen is, zoals gesteld, niets gebleken,  dus duidelijk een bewering om de rechter te misleiden.  Ook is niets gebleken van z.g. illegale teelt, waarbij opgemerkt, dat  het z.g. illegaal zijn van een soort, zo al het geval, de groei niet belemmerd, dus geen reden voor een halve oogst kan zijn.

Groot brengt dienaangaande  bijlage  9a  in. Dit blijkt de opgave aan de BKP te zijn die kennelijk wél  door Bleeker is ingeleverd.  Bij opmerking lezen we;  “Formulier opgemaakt door contractnemer  Bleeker Smit  V.O.F.   St. Maarten.  Nu dit als feit kan worden geaccepteerd, en dit kennelijk door Bleeker niet is of wordt bestreden,  ontstaat steeds duidelijker een beeld  van de werkelijke gang van zaken en de wijze van procederen.

Conclusie,  deze door Bleeker ingebrachte redenen zijn niet steekhoudend.

Recta nos malum