5b.1.04 Beoordeling van de inhoudelijke contractteelt overeenkomst

Beoordeling van de inhoudelijke contractteelt overeenkomst  en de zaken die daaromtrent speelden.

Groot verzoekt ons die beoordeling te maken aan welk verzoek wij kunnen voldoen.   We bezien dit wel  als een uitzonderlijke vraag.  Groot beschrijft evenwel dat daar heel veel om te doen is geweest,  en zaken  ook anders hadden kunnen lopen als  er geen grote discussie was geweest over die overeenkomst.  Er zou 3,5 jaar over zijn geprocedeerd met getuigenverhoren dienaangaande.  Kennelijk hecht Groot nadrukkelijk aan het oordeel van professionele kwekers die de materie kennen en begrijpen.  Als bijlagen zijn bijgevoegd,  een contract door Bader opgesteld, een contract door Groot opgesteld en een contract wat de Jong Lelies hanteert.  (4a,4b en 4c).

Groot stelt dienaangaande twee vragen, om eerst vraag twee te beantwoorden,  naar onze mening  vindt contractteelt plaats tussen contractteler en contractgever.  Een tussenpersoon bemiddelt,  en legt vast wat partijen overeenkomen.   De tussenpersoon dient zich strikt neutraal op te stellen, als dit niet het geval is geweest  en Bader  eigen eisen stelde of één partij  bevoordeelde en de ander benadeelde dan  achten wij dit onjuist.

Naar  Groot stelt hanteerde hij het eigen contract al jaren,  al voordat Bader een eigen contract had opgesteld als extra  dienstverlening.  Bader stelde dat het Lico Contract naar hun mening vooral onbehoorlijk  en slecht voor partij Bleeker was opgesteld (en hun contract zou dus veel beter zijn)en heeft Bader  Bleeker er van weerhouden om  het contract van Groot te tekenen. Groot op zijn beurt wilde het contract van Bader niet tekenen.  Groot beschrijft de verschilpunten  en beschrijft zijn beweegreden.   Groot stelt  dat zijn contract  bescherming biedt voor beide partijen in geval van insolventie,  dat kunnen we beamen,  Waar het onbehoorlijke en nadelige voor Bleeker uit bestaat  zou volgens Groot nooit zijn onderbouwd en wordt door ons niet ontdekt.  We concluderen dat meerdere zaken overeenkomen en dat daar waar we verschillen zien,  die zaken ook in het contract van de Jong lelies zijn opgenomen.

In alle drie de contracten,  staat dat de contractteler  zijn taken naar behoren dient uit te voeren .   In het  Bader contract wordt duidelijk gesteld dat de contractnemer alle teeltwerkzaamheden op zich neemt, en die uitvoeren in onderling overleg.  In het contract  van Groot staat feitelijk hetzelfde in wat andere bewoordingen. Onder alinea 4 stelt De Jong Lelies, hetzelfde, ook weer in iets andere woorden.  Nu het over de uitvoering van de teelt gaat, en er ook in het Bader contract staat dat deze zich er toe verplicht om alle teeltmaatregels goed en tijdig uit te voeren, en de adviezen en aanwijzingen van de contractgever op dient te volgen,  maakt het naar ons idee niet uit welk contract men  zou volgen.

Door ons kan niet ingezien worden waarom het contract van Groot niet goed was, en dat van Bader beter zou zijn.  In ieder contract werd gesteld dat de kweker de teelt goed en naar behoren uit diende te voeren.  Alle kosten die de kweker daarvoor moest maken zaten al in de contractprijs verdisconteerd.  Bij contracten geld altijd dat beide partijen hun condities na dienen te komen,  als één partij niet nakomt, vervallen de verplichtingen c.q. tegenprestatie van de ander.  Bij onze overweging telt ook,  dat b.v. de Jong Lelies vergelijkbare condities hanteert, daar waar  enig verschil is met Bader.  Ook stelt Groot dat hij dit, ook bij eerdere Bader contracten reeds hanteerde, terwijl het door Groot verkochte bedrijf (Lily Company B.V.)  dit contract nog nagenoeg ongewijzigd tot op heden hanteert.

Conclusie;   We achten niets mis met het contract wat Groot hanteerde,  de bemoeienis daarmee van Bader en de partijdige opstelling van hen achten we stellig onjuist, en in redelijkheid gesteld onverklaarbaar.

Recta nos malum