5b.1.02 Kwaliteit van het plantgoed.

2,   Kwaliteit van het plantgoed.

In onderdeel  twee is de kwaliteit van het plantgoed aan de orde.  Volgens Bleeker zou dit inferieur zijn en zogezegde “ouwe Troep” wat voor een kweker beteken, zodanig besmet door virussen, dat daardoor de groei  ernstig wordt belemmerd.  Van de zijde van Groot wordt dit ontkend.  Van Bleeker zien we geen bewijzen van zijn stelling.   We gaan er van uit dat die bewijzen er niet zijn,  mede omdat er door Groot bewijzen worden aangeleverd dat die bewering onjuist is.  

Als bewijs brengt Groot   diverse documenten in. Allereerst kunnen we de stelling ondersteunen, dat plantgoed slechts mag worden geplant als het aan gestelde kwaliteit criteria voldoet.  Volgens de overlegde plantgoed  gegevens is het plantgoed gekeurd, getest,  en van een klasse en letter voorzien.  In de Rapportage van Ruiter is gesteld dat daarmee het plantgoed naar zijn waarneming en kennis in orde moet zijn geweest, wat ook de mening van de commissie is. Hier komt dan bij dat door Groot gesteld, en niet door Bleeker weersproken,  de  partijen regulier gekeurd  zijn op het land en er geen virusaantasting is geconstateerd, maar ook geen bladaaltjes.   

Dan is door Groot gesteld en niet door Bleeker weersproken dat Bleeker op eigen  titel monsters op heeft laten planten van het geteelde product, dus aan het einde van de teelt, die zijn beoordeeld door de KAVB.   In die monsters bleek geen enkele onvolkomenheid voor te komen, zowel 100 % soortecht en geen ziekten en plagen.  Naar verluid zou er in een aangekochte partij (klein deel van totaal) zijnde de soort Vogue, enkele procenten TBV virus hebben voorgekomen,  plantgoed mocht wel geplant, op het veld zijn die ook goedgekeurd en leverbaar mocht verkocht.  In de groei en oogst  kan dit hooguit tot een miniem verschil met normaal hebben geleid.

Conclusie,  Beweringen van Bleeker missen bewijs en grondslag. Overlegde documenten zijn ruim voldoende en overtuigend dat er niets mis was met het plantgoed.  Daar waar Bleeker beweringen doet, dient hij naar onze mening degene te zijn  om daar (tegen) bewijs van te leveren.  In feite wordt door Groot veel en overtuigend bewijs overlegd om  de beweringen van Bleeker te weerleggen en zien we de bewering van “ouwe troep”  als een loze kreet.

Recta nos malum