5b.1.12 Rapportage Ruiter PPO

Beoordeling / waarde oordeel rapportage Ruiter  PPO  en reacties en beweringen van  Duijsens dienaangaande.

Groot verzoekt ons   om de eerder door hem ontvangen rapportages, van PPO  en Ruiter nader te bezien.   Groot heeft van Ruiter ook  voor deze rapportage medewerking  verzocht.  Ruiter heeft hieraan dus ook zijn inbreng, waarbij dus door de anderen de voorgaande rapporten ook worden bezien en een beoordeling krijgen.  Die beoordeling is niet anders dan dat de anderen zich  in die rapporten kunnen vinden.  Dat ook het PPO rapport als nietszeggend wordt weggezet achten we bijzonder en ook wel uniek.   De beweringen zoals  Bleeker die op de rapporten loslaat,  missen (wederom) enige inhoudelijke onderbouwing, en zijn feitelijk loze kreten.  Wel is duidelijk dat daarmee verwarring wordt gesticht.

Groot citeert een aantal oordelen en beweringen van Bleeker/ Duijsens.   Zoals in de bijlagen  12 d/e en F. te lezen is,  worden zowel Ruijter als  PPO als het ware in diskrediet gebracht, maar (wederom)  wordt daarvoor geen enkel bewijs of motivering voor aangevoerd.  Naar ons oordeel is op de rapporten niets aan te merken, en is het onnavolgbaar dat  deze rapporten nooit inhoudelijk zijn beoordeeld en dat zwaarder geschut nodig is.

Kennelijk worden door Bleeker algemeen geldende zaken aangevochten terwijl het juist om de algemeen geldende zaken gaat. Zoals Ruiter stelt gelden zijn oordelen en conclusies voor alle lelies.  Als (als voorbeeld)  vaststaand is en algemeen bekend, dat koken op geen enkele wijze invloed heeft op meer groei, dan is dat met partijen door Bleeker geteeld uiteraard niet anders.

Vraag  12 / 4  gaat er over dat de kritiek van Duijsens is dat  zaken gebaseerd zijn op informatie van Groot.  Groot is van mening dat daarmee wordt gesuggereerd dat Groot onjuiste informatie verstrekt om ons te misleiden.  Allereerst achten we ons dusdanig met lelieteelt en aanverwante zaken bekend, dat we dit snel zouden doorzien, ook  worden zaken afdoende onderbouwd, en  is er geen enkele reden voor ons om onjuistheden of wat dies meer zij, aan te nemen, of te vermoeden.

Recta nos malum