4 Wat is er mis?

Beschrijving wat naar onze ervaring mis gaat en mis zit in de rechtspleging.

Ons Nederlandse Recht,  waar gaat het mis? .

Onze ervaring;  Zaken gaan grondig mis bij de civiele rechtspraak, (vooral) in zaken waar faillissementen aan de orde zijn, of een rol spelen, waar een rechter geacht wordt de curator te controleren. Daar ontstaan zowel zakelijke als vriendschappelijke relaties, de curatoren zijn er (veelal) alleen op uit hun eigen zakken te vullen, de vermeende toezichthouder faciliteerd  dit (deelt mogelijk zelfs mee).  Als dit leidt tot rechtszaken dan komt die zaak bij dezelfde rechter of bij directe collega’s terecht die partijdig oordelen.     

Wie afgestudeerd is, na een rechtenstudie heeft zaken geleerd die de doorsnee burger niet kent en weet, tenzij die er veelvuldig mee te maken krijgt en van lieverlee leert en er mee bekend raakt dat het zogezegde recht niet abstract en eenduidig is. Ook dat zaken vaak niet gaan zoals die zouden behoren te gaan, kortom, er is gewoon heel veel mis. We schrijven al de zaken op deze site voor pakweg 75 % uit eigen ervaring maar voor het overige deel  ook met kennis van zaken van derden en wat ons vanuit de media bereikt. Hierbij willen we onze ervaring en opgedane kennis met u delen, en aangeven dat er nogal wat, of eigenlijk “heel veel” mis is, vooral zoals wij zaken zelf hebben ervaren.  

Nu veel mensen deze ervaringen missen, en datgene wat wij uit ervaring stellen ook ongeloofwaardig  zullen achten zal datgene wat we beschrijven mogelijkerwijs kritiek verkrijgen en als ongeloofwaardig worden aangemerkt, maar niet door degenen die in de ruimste zin van het woord, vergelijkbare ervaringen op hebben gedaan. Wij kennen dergelijke ervaringen maar beschouwen die als het topje van de ijsberg. Daarbij kan ik in onze casus wat bijzondere aspecten bedenken, die wat zouden verklaren, maar mogen we er ook van uitgaan dat zaken zodanig regulier zijn, dat er in veel reguliere zaken gelijkwaardig wordt gehandeld.

Deze zaken worden ook in andere documenten, in verschillende setting en context gesteld, wat overlap geeft, maar in dit document willen een aantal zaken in overzicht op rij zetten, punten duidelijk stellen en concreet maken, van de zaken die naar onze mening (redelijk) goed zijn geregeld en fout worden uitgevoerd..

Als er zaken kunnen worden aangemerkt als fout, en stel dat dit zodanig publiekelijk aan de kaart wordt gesteld dat het aandacht van de politiek (eindverantwoordelijken) gaat verkrijgen, dan zou dat een goede zaak, en ook een doel van deze site actie zijn.  Daar waar misstanden aan het licht komen is dit vaak slecht bij de eindverantwoordelijken tussen de oren te krijgen, maar als er moeilijke vragen komen en zaken worden in de spotlight geplaatst als zijnde puur fout en bij lange na niet integer, dan komt doorgaans iedereen tegelijk in actie, en valt men over elkaar heen om tot actie te komen en wordt doorgaans ook meteen op wetswijziging, meer regels en meer toezicht aangedrongen. Inderdaad is het onze mening dat veel wetten te kort schieten, en ook soms ongeveer uit de middeleeuwen stammen, ook dat men veel te naïeve uitgangspunten hanteert, de menselijke maat veronachtzaamd, en dat van toezicht  niet of nauwelijks sprake is. Anderzijds zouden ook veel wetten best wel voldoen, en behoeven niet gewijzigd, maar schort het aan een goede uitvoering en controle op goede handhaving.

Het maken van wetten wordt gedaan door onze regering, “de wetgevende macht” .  Daar kunnen we van stellen dat (ook) ons uitgangspunt is dat die naar beste weten en kunnen, zonder bijbedoelingen of dubbele agenda’s, tot stand komen. Wel kan men af en toe vraagtekens zetten bij de lobbyisten die naar verluid Den Haag hebben overspoeld. Wel zien we dat onze regeerders soms van onjuiste gegevens en uitgangspunten uit gaan,  en foute uitgangspunten geeft soms ook foute wetten, en wetten die hun doel voorbijstreven. Men zou ook denken dat de regering wel eens een tijdje klaar zou kunnen zijn, en alles geregeld. Ook het feit dat er toch steeds weer nieuwe wetten komen, komt vaak doordat wetten niet blijken te deugen, hun doel voorbij schieten, voor verbetering vatbaar zijn, enz. Daarbij opgemerkt dat bepaalde wetten helemaal fout kunnen zijn, maar dat het vaak erg moeilijk en moeizaam is een foute wet weg of veranderd te krijgen, met daarbij het risico dat men te veel doorschiet naar de andere kant.

Dit betoog aangaande wetgever en wetten is de aanloop naar het punt wat we willen maken. De z.g. wetgevers hebben, wel. vanuit hun wisselende gezichtspunten, geen reden om niet hun stinkende best te doen om goede wetten te bewerkstelligen, met daarbij de controlerende kiezers die ze kritisch volgen. op enig moment is dan de vernieuwde of nieuwe wet een feit, en moeten we ons daaraan houden. Als we ons er niet aan houden is het z.g. handhavings instrument de rechter. Dat is dus de tussenschakel, waarbij dan meteen de vraag rijst of dat een sterke of zwakke (of de zwakste) schakel is. In feite staat of valt dus het gehele rechtssysteem bij de mate van kwaliteit, objectiviteit, onpartijdigheid enz. van de rechters. Daartoe worden ze met zorg opgeleid, beoordeeld, gescreend, gekozen, aangesteld etc. en daarna wordt het door de wetgever in hun handen gelegd op goed geluk af dat ze tot de juiste handhaving van de wetten komen, zoals de wetgever wenst en bedoeld.

Als een rechter eenmaal benoemd is, is hij benoemd voor het leven en kan alleen in extreme gevallen uit zijn functie worden gezet. Er is geen instantie die hen controleert op kwaliteit van werk en uitspraken, dus ze zijn eigenlijk een staat in een staat. Daar komt dan bij dat ze enerzijds een ruime marge van handelen hebben, maar zich in feite nog meer vrijheid van handelen toe kunnen eigenen, nu ze door niemand worden gecontroleerd.  Wel zijn er regels en richtlijnen waaraan hun handelen, zittingen en zittingverloop en ook en vooral vonnissen dienen te voldoen, maar wederom, niemand voert daar controle op uit. Dan zijn er z.g. aanbevelingen opgesteld, bedoeld voor rechters om die in acht te nemen, maar wederom, niemand controleert of die in acht worden genomen, en onze ervaring is dat rechters die aan de laars kunnen lappen als ze dat wensen, en zich zonder dat ze problemen krijgen in aanzienlijk mate afwijken van regels, richtlijnen en aanbevelingen. Zoals elders gesteld, daar waar sterke netwerken zijn ontstaan van curatoren en hun vermeende toezichthouders, daar gaat het mis, en gezien de menselijke maat en natuur, niet verwonderlijk.

Nederland noemt zich een rechtsstaat, en zou zich daarin (kennelijk) onderscheiden van andere landen. Nu in alle landen wetten en regels gelden is niet in te zien dat Nederland zo uitzonderlijk zou zijn. Verder ben ik lang niet de enige die negatieve ervaringen heeft. Middels internet zijn vele zaken vindbaar. Zo is er het zogeheten  I.R.M.  rapport wat al ca 20 jaar oud lijkt te zijn, dat ook vanuit bevlogenheid en afzetten tegen onrecht blijkt te zijn ontstaan. Als je dit tegenkomt en de hoofdzaken leest (zaken die worden beschreven zijn voor mij slechts bevestigingen dat er nog niets is verbeterd, mogelijk verslechterd) dan mag het je verwonderen dat zoiets kennelijk geen publiciteit en niet meer algehele bekendheid heeft gekregen. Het bewijst allereerst dat er inderdaad heel veel loos is, en vervolgens dat er heel veel ook kennelijk met succes onder het karpet wordt geschoven.  

Van de zaken die we als fout, en in strijd met goede en correcte rechtsuitvoering achten, zoals door ons zelf ervaren, zullen we er hierbij een aantal benoemen en beschrijven en daarna nog wat aanvullende opmerkingen maken, en tot slot kort samenvatten. Van de zaken die we hebben ervaren (en nog steeds ervaren) in de rechtspleging  benoemen we navolgend dus de zaken die er in onze ervaring en conclusie, bovenuit steken en ons inziens schrijnend zijn.

  1.   Grote mate van partijdigheid.
  2.   Ongeïnteresseerdheid, geen echte motivatie laat staan (sociale) bevlogenheid om goed en rechtvaardig te zijn.
  3.    Bewijzen verkregen geen aandacht.  Geoordeeld werd op aannames en veronderstellingen.
  4.    Daarmee in verband en als gevolg van.  Aan waarheidsvinding werd simpelweg niet gedaan.
  5.    Van een redelijke, laat staan gedegen onderbouwing, in de uitspraken was geen sprake.
  6.    Aanbod voor (nog niet ingebracht) nader bewijs, en concrete verzoeken tot het horen van getuigen werden altijd en consequent afgewezen.
  7.   In meerdere uitspraken kwam voor dat zaken “onvoldoende waren gesteld” of “onvoldoende onderbouwd waren.

Ieder genoemd onderdeel zullen we nog wat nadere beschouwing en onderbouwing geven. We overwegen ook om op deze site ook alle uitspraken te gaan plaatsen en van commentaar te voorzien en daarbij ook terug te verwijzen naar het in dit document beschrevene.  Ook willen we de meest relevante bewijsstukken van commentaar voorzien en in een apart document gaan vervatten, maar die zaken zullen nog enige tijd vergen.  Als de site in de lucht en bereikbaar is staan de belangrijke stukken erop, waarna zaken in later stadium aangevuld, en eventueel ook aangepast of gewijzigd worden.

Wat we duidelijk willen stellen, en wat vooral het te maken punt is wat we in dit document beschrijven, heeft er mee van doen, dat de bovengenoemde 7 punten wezenlijke onderdelen zijn van een correcte rechtspleging zoals die zaken in de wet op de rechtspleging zijn vastgelegd.  Het maken van wetten en regels heeft geen zin als er geen sprake is van toezicht, controle en handhaving van die wetten, en sancties bij overtredingen enz. Daartoe zijn er op vrijwel alle andere gebieden een veelheid aan toezicht, inspectie en controle instanties, voor alle zaken en instanties. Enkele voorbeelden “de Vleeskeuring, keuringsdienst van waren, onderwijsinspectie, tuchtcolleges enz. Al die instanties worden dus overkoepelend door de rechtelijke macht, die zelf feitelijk geen toezicht kent..

Rechters passen dus de wet toe (niet meer, niet minder). Om tot een goede toepassing te komen zijn er voor hen dan weer wetten en regels die er toe moeten leiden dat dit goed, correct, juist en adequaat geschiedt,  wat inhoudt dat ze onpartijdig behoren te zijn, hun oordelen en vonnissen baseren op bewijzen (niet op aannames), dus niet eerder oordelen als wanneer de waarheid voor hen vast staat. Ook worden ze verplicht om hun vonnis gedegen te onderbouwen, en pas in uitzonderingsgevallen mogen ze aanbod van bewijs en verzoek om getuigen te horen weigeren.

Gesteld dus dat de in de 7 punten genoemde zaken juist zijn gesteld, en niet nagekomen en in acht genomen zijn,dan volgt daaruit automatisch de navolgende stelling en bewering  en dus ook het “statement”wat we in dit document maken;

Recta nos malum