4.2 Wie controleert de rechter?

Op basis van het vorengestelde is de conclusie dat er van controle geen sprake is, dat sprake is van een soort “staat in een staat”. Dat een fout vonnis wel kan sneuvelen, maar dat een rechter er nooit zelf op wordt aangesproken, of minpunten kan krijgen, of ontslagen kan worden, ook niet in duidelijke en extreme gevallen.   

Aangaande een nadere bespreking en onderbouwing van de genoemde 7 punten eerst nog het navolgende;  Natuurlijk zijn rechters in eerste aanleg goed onderlegd en competent en capabel, en zal er in doorsnee weinig mis zijn (we hebben het steeds over civiele zaken) met een uitspraak over een buren of familieruzie, dus zaken waar men geen reden heeft om partijdig of niet objectief te zijn, wat ook wel de grotere meerderheid van zaken die langskomen zo zal zijn. Zoals gesteld is de wettelijke opzet als toezichthouder van curatoren, en daarbij de vaak lange relaties en kruisverbanden die ontstaan en de persoonlijke belangen een volstrekt andere situatie, waar het grandioos mis gaat. Dit is ook wel veelvuldig door anderen aangekaart en geconstateerd, maar tot nu toe tevergeefs. Het is algemeen bekend dat in de kleinere doorsnee faillissementen bij midden en kleinbedrijf   er nagenoeg nooit iets overblijft voor de crediteuren en dat curatoren zich royaal en rijkelijk bedelen zoals ook in andere documenten beschreven.

In de z.g.  Bleeker zaak die aan deze site en deze zaken ten grondslag ligt is sprake van een vervalst proces verbaal door een rechter ten behoeve van een curator die dit kennelijk had verzocht. Hoe zaken daarbij precies zijn gegaan zal nooit bekend worden, nu rechters, curatoren en advocaten net zo hard (soms harder) kunnen liegen als ieder doorsnee mens, en dat naar onze ervaring ook doen of zullen gaan doen. Het is dus vooral die zaak, de gevolgen daarvan, en wat daar weer als (rechts)zaken uit voortkwam, dat de oordelen en conclusies die we hier stellen, ten grondslag liggen..

Daartoe stellen we het navolgende ter verduidelijking. We kennen vanuit publiciteit etc. spraakmakende zaken van gerechtelijke dwalingen. Ook zijn er bewezen zaken van mensen die onschuldig ter dood zijn veroordeeld, en er zullen aardig wat zaken zijn waar dit nooit duidelijk wordt en naar buiten komt.  In al die gevallen is er in ieder geval één persoon die weet dat hij onschuldig is veroordeeld, dat is de persoon in kwestie zelf. In dit geval is de schrijver van dit document ook de persoon in kwestie, die exact de waarheid kent, in tegenstelling tot de beoordelende rechters, met hun aannames, veronderstellingen en percepties.

  1.   Aangaande partijdigheid;  dienaangaande hebben we al beschreven dat partijdigheid in geval van faillissementen evident is, en zich altijd richt ten nadele van de gefailleerde, die als de underdog, en de reeds murf geslagen, en als uitgeperste partij, als regel het onderspit delft. In ons geval zijn bewijzen evident en opzichtig, en zijn de onderlinge verbanden duidelijk te onderscheiden.
  2.   We stellen dat we tot nu toe geen bevlogenheid en motivatie bij rechters hebben kunnen ontdekken om recht te doen, en om eerlijk en rechtvaardig te zijn. Dit is wel zeer opmerkelijk omdat dit ook buiten de Alkmaarse kring van het Team handel en insolventiezaken plaatsvond, en zeker ook bij uitspraken in cassatie, in uitspraken met zeer opmerkelijke aspecten en onnavolgbare zaken. Wel zien we de duidelijke verbanden met diverse Alkmaarse rechters (elders beschreven) die de rijen duidelijk gesloten hadden om hun teamgenoot “de vervalser” uit de wind te houden, en ons zo effectief mogelijk uit te schakelen, en men ook onze gemotiveerde en rechtzoekende advocaat uit wilde schakelen.
  3.   Dat bewijzen, hoewel in ruime mate ingebracht, geen aandacht verkregen ligt dan in de lijn van hun partijdigheid en mag ook niet eens meer verwonderen. Alles wijst op een soort matchfixing, waar de direct betrokkenen aan meededen en de niet betrokkenen die er kennis van hadden van wegkeken. Als we de uitspraken een aparte beoordeling geven, zullen we aangeven dat ze bol staan van “aangenomen dat” en “veronderstellende dat” maar dat men ook soms gewoon uit de losse hand zelf wat bedenkt, of achteloos beweringen van de tegenpartij volgt zonder dat die enig bewijs in bracht. Voorbeeld;  In hoger beroep tot verbetering van het Proces verbaal, stelden wij dat we de vordering ter vergadering hadden bestreden. Dit was (opzettelijk) niet in het proces verbaal vermeld, maar wel duidelijk door ons in een brief van de dag daarvoor gesteld, en zo ook daarvoor en daarna bij iedere gelegenheid, terwijl er zelfs een rechtszaak nog gaande was, waarin de vordering werd bestreden. Niemand van de drie aanwezigen op de verificatievergadering kon achteraf bewijzen wat er was besproken (en of het proces verbaal juist was en deugde) maar dat wij de vordering hadden bestreden was wel uitermate aannemelijk. In hoger beroep werd gesteld dat het (nu net) niet aannemelijk was dat de vordering door ons was bestreden. Met alle respect voor rechters kunnen alleen een stel idioten tot een dergelijke aanname of veronderstelling komen, bewijsbaar was er immers niets, ze waren er zelf niet bij, en alle signalen van kwade trouw en doorgestoken kaart stonden op rood.  
  4.    Aangaande z.g. waarheidsvinding.  Rechtspraak behoort gebaseerd te zijn op de waarheid. Sprake dient te zijn van vastgestelde feiten.  Daarbij constateren we wel verschil tussen strafrecht en privaatrecht,  maar het verschil zou er niet behoren te zijn. Er bestaat maar één soort waarheid, en als partijen tegengesteld beweren is er doorgaans één mening de juiste (inderdaad kan de waarheid soms ook in het midden liggen).  In ons geval werd er niet aan waarheidsvinding gedaan, stellingen van de tegenpartij, die nooit van enig bewijs waren voorzien, werden klakkeloos over genomen. Een (extreem) voorbeeld hierbij benoemd, met daarvan eerst even een kleine voorgeschiedenis; Door de tonnen schade die we door de door Bleeker gemaakte fouten opliepen, zegde de ING Bank ons krediet op, in overleg men goede adviseurs en crediteuren realiseerden we een doorstart en voorkwamen faillissement en voorkwamen een directe kapitaalvernietiging van enkele miljoenen voor crediteuren. Duijsens / Bleeker stelden dat we de doorstart pleegden om te voorkomen dat we nog verhaal zouden kunnen bieden, zij benoemden het als een sterfhuisconstructie, beweerden dat dit in overleg met Bleeker (waartegen we een rechtszaak hadden aangespannen) had gemoeten, en stelden dat we over grote kredieten beschikten (iedereen, zeker rechters konden begrijpen dat het omgekeerde waar was), en stelden dat we daarvan (van niets) het bedrag opzij hadden moeten zetten voor het geval we de rechtszaak zouden verliezen.  Verklaringen van de betrokken deskundigen werden genegeerd, in de uitspraak hoger beroep stond dat de (kennelijk foute en criminele Groot) een “manoeuvre” had uitgehaald om Bleeker te vlug af te zijn. Met alle respect voor goede rechters, was dit onbegrijpelijke kwarts en kolder. Opmerkelijk was dat Duijsens wel allerlei verzinsels had gebezigd, en met bakken modder naar ons gegooid, maar het woord “manoeuvre”had hij nooit gebezigd. Deze rechters gooiden dus eigenhandig er nog een schep modder bovenop. Dat ze niet aan waarheidsvinding hadden gedaan stond daar wel vast, de vraag is waarom. Deden ze in volkomen desinteresse hun werk gewoon fout, of hadden ze toch een dubbele agenda of was de partijdigheid vanuit Alkmaar tot hun doorgesijpeld. Vragen die geen antwoord zullen verkrijgen.

Aanvullend opgemerkt als navolgend;  Als een rechten professor met pensioen gaat houdt hij een rede die vaak de pers haalt. Zo stelde iemand aan de kaart dat rechter in hun, op veel gebieden onderkundigheid, vaak (te) zwaar leunden op deskundigen rapporten. Hij uitte dienaangaande bedenkingen maar zag ook geen beter alternatief. In ons geval zijn deskundigenrapporten tot nu aan toe, feitelijk gewoon genegeerd.

  1.   Volgens voorschrift behoort een rechter zijn vonnis gedegen te onderbouwen. Evenwel, al eerder is aangegeven en gesteld, dat hun z.g. aanbevelingen en regels een dode letter zijn gebleken. Niemand die die zaken controleert of een rechter aanspreekt bij een vonnis wat aan alle kanten rammelt.  Het meest extreme voorbeeld is wel het laatste vonnis van Gisolf van 30-07-2014  waarin al onze inbreng nagenoeg ongemotiveerd of met onzin argumenten wordt afgewezen, en onderdelen niet eens worden genoemd. Ander voorbeeld, recent werd in een vonnis gesteld dat de bewering van ons, dat er geen griffier aanwezig was, in onze “perceptie” zo was geweest, ofwel, het zou ingebeeld of verzonnen zijn, dit zonder enig verder bewijs. De perceptie van ons was dus feitelijk de perceptie van de rechters, gebaseerd op ongefundeerde of bewezen aannames / veronderstelling.
  2.   In alle zaken is uiteraard aanvullend bewijs aangeboden. Twee gelijktijdige verzoeken tot getuigenverhoor zijn afgewezen, en recente aanvragen inmiddels ook. duidelijk is vooral dat men wil voorkomen dat de meest malafide van het Alkmaarse H en I team, de vervalser mr. H.A. van den Berg in bescherming wordt genomen en uit de wind gehouden. In andere landen heeft dit corruptie.
  3.   Een aantal jaren terug las ik dat een Maastrichtse rechten professor in zijn afscheidsrede stelde dat de kwaliteit van de rechtspraak terug liep doordat er steeds vaker in uitspraken zaken volgens de rechters, “onvoldoende  gesteld” waren, of “onvoldoende onderbouwd”. Naar zijn mening (die ik deel) was dit veelal onjuist maar maakte men zich er gewoon gemakkelijk vanaf. Daar kwam bij dat zijn mening was dat, indien een rechter iets niet begreep, of de onderbouwing onvoldoende vond, dat het rechters vrij stond de partij te bevragen of een nadere bewijsopdracht te geven, en dat dit, in het kader van zorgvuldige rechtspleging, ook zijn taak was. Volgens hem was afwijzen op basis van “Onvoldoende gesteld” of woorden van gelijke strekking, uit de boze bij een zorgvuldige rechtspleging.  In de veelheid van inmiddels verkregen vonnissen, zijn we inderdaad meerdere malen op die wijze afgepoeierd.  Vrij bizar was dit in de zaak waarin de we het handelen van Bleeker in rechte vastgesteld wilden hebben. Primair werd die zaak (tegen aanbeveling 8 in) behandeld door dezelfde rechter (Allegro) die eerder negatief had gevonnist, die onze eis “onontvankelijk” verklaarde. In hoger beroep werd gesteld dat dit een volstrekt onjuiste beslissing was, maar men wees toch de zaak af omdat men zaken onvoldoende gesteld c.q. onderbouwd achtte wat we werkelijk als een gotspe kunnen classificeren.

Apart in onze situatie is dat een (corrupte) rechter een curator ter wille heeft willen zijn, om een proces verbaal te vervalsen (in en outs in een ander document beschreven) en rechters kennelijk foute collega’s collectief en standaard afschermen.  Niet apart is dat curatoren en hun vermeende toezichthouders samenspannen om ten behoeve van eigen gewin boedels en bestuurders van failliete bedrijven, leegroven en stelen (zie; verdienmodellen van curatoren).  Dit hebben we persoonlijk ervaren, hebben we om ons heen zien gebeuren, en dit zodanig dat we aannemen dat die cultuur wijd verbreid is, en algemeen gehanteerd. De goeden, die er niet aan mee doen uiteraard daargelaten, maar die komen we zelf niet tegen, en de eindverantwoordelijke is de overheid en dus de Staat der Nederlanden die niets controleert en alles laat gebeuren, veelal maar niet altijd in onwetendheid.

Recta nos malum