4.1 Onrecht

                                                  “ONRECHT”

Dit is dus enerzijds nogal stevig gesteld, maar er zal anderzijds nauwelijks een speld tussen zijn te krijgen.

Vragen die men daarop kan stellen zijn allereerst; “Wie controleert onze rechter en onze rechtspraak”,  Het antwoord is “niemand“.  Wel is er sprake van het zogezegde gesloten systeem.  Verder zijn er regels opgesteld in een document waar men spreekt over aanbevelingen. Waarom aanbevelingen ???.  Een aanbeveling kan men immers gemakkelijker negeren of afwijzen dan een regel die gecontroleerd en gehandhaafd kan worden. Gesteld wordt derhalve dat men aangeeft wat men van belang acht om objectief en onpartijdig te zijn en te blijven, waarna men het aan de rechters over laat om zich daar al of niet aan te houden. Onze ervaring is dat die aanbevelingen in de wind worden geslagen. Dit wil zeggen, veel nette rechters hebben die aanbevelingen niet nodig omdat ze zich er op voorhand al aan houden, en de foute rechters (waar we het over hebben), kunnen die aanbevelingen volkomen straffeloos aan hun laars lappen en doen dat ook.

Klachten;  zover we kunnen overzien zijn mogelijk niet alle, maar wel veel klachtenregelingen gewoon een farce, en zeker die in het rechtsgebeuren gelden. Zo kun je wel klagen als een rechter bijvoorbeeld beledigend was geweest of anderszins onbehoorlijk. Met veel geluk kun je dan een beetje gelijk krijgen maar wat heb je daar dan verder nog aan. Dan is er de laatste halte of instantie, de “Procureur Generaal”van de Hoge Raad.  Daar kun je een klacht indienen als bijvoorbeeld alle rechter hun z.g. aanbevelingen aan de laars lappen, zoals in ons geval gebeurde (zie andere stukken). Die P.G. is dan de allerhoogste baas en wordt geacht in te grijpen en de rechtspraak op het spoor te houden, maar twee klachten van ons gaven tweemaal nul op ons rekest.  Dit was een meneer Fokkens die net blijkt te zijn afgetreden. Hij stuurde ons dus het bos in en niemand controleert hem dus over en uit.

Vaak gehoord:  De rechter heeft gesproken. Met die kreet geeft men impliciet aan dat de rechter altijd gelijk heeft, maar is dat ook zo. Het schijnt zo te zijn dat men in de helft van de zaken in hoger beroep gaat, en dat in de helft van die helft het vonnis onderuit gaat. In feite bewijst dit dat in een kwart van de gevallen de rechter er kennelijk in eerste instantie naast zal en fout oordeelde. Of men in hoger beroep dan wél juist oordeelt is de volgende vraag, maar ook in cassatie komt men soms nog tot een ander oordeel. Hier hebben we dus al afdoende bewijs dat de vonnissen van rechters zeer kunnen wisselen en dat sprake van mensenwerk is, en ook door allerlei subjectieve zaken beïnvloed kunnen worden.

Bij de klachtenregelingen mag men dan niet klagen over het uitgebrachte vonnis. Enerzijds begrijpelijk nu eenieder die in het ongelijk wordt gesteld dan zal gaan klagen, maar voor rechters ook wel heel gemakkelijk omdat men ook niet kan klagen als het vonnis niet aan de regels voldoet. Men kan mogelijk soms ook aantonen dat een vonnis niet voldoet of dat de partijdigheid er vanaf druipt. Maar met een fout vonnis aantonen dat een rechter fout is gaat dus niet lukken.

Wat men beziet als de feitelijke controle op rechters is het zogezegde gesloten systeem, de hoger beroeps rechters controleren de lagere rechter, en die worden in cassatie gecontroleerd, maar de vraag is (zeker voor ons) of dit goed werkt. Om navolgende redenen twijfelen we daaraan. Zo vertelde iemand die rechter was geweest dat hij klachten kreeg omdat er zo weinig bij hem in hoger beroep gingen.  Men zou denken dat, als er veel in Hoger Beroep gingen dat men dan inhoudelijk ging bezien wat de reden was, immers, slechte en foute vonnissen zou men niet moeten willen (zou een gruwel moeten zijn), en men zou een rechter er op aan moeten kunnen spreken, maar het omgekeerde lijkt waar. Men wenst slechte vonnissen om genoeg zaken dus werk te behouden. Ook is onze ervaring dat een nieuwe, onafhankelijke beoordeling bij het Hof vaak een utopie is. Naar wij menen te hebben geconcludeerd weegt een vorig vonnis vaak onevenredig zwaar, en wordt gemakkelijk een klap op zaken gegeven.  Ook is bekend dat het percentage wat met succes in cassatie gaat steeds lager wordt. Wat er dan verder van moge zijn. Er is geen sprake van een toezicht organisatie die vonnissen nader kan beoordelen, en een onpartijdig oordeel geven, en iemand daarbij ook terecht kan wijzen.  

Het gaat er voor dat rechters een extra opleiding hebben gehad en strenge selectie en screening. Of en wat daar op af te dingen is weten we niet, dat zal vast wel zo zijn. Wel weten we dat een rechter grote vrijheid van handelen heeft, en als hij / zij buiten zijn boekje gaat (b.v. een proces verbaal vervalst) dat hij/zij kan weten dat hij/zij eigenlijk niets en van iemand iets heeft te vrezen. De enigen die hem aan zouden kunnen pakken, zou een collega zijn, die zodanig rechtuit, gemotiveerd, en uit het goede hout gesneden zou zijn (iets wat we eigenlijk wél van een rechter verwachten), dat die tegen hem / haar zou acteren. In de praktijk blijkt dit utopisch te zijn. In feite kunnen ze dus totaal ongecontroleerd buiten hun boekje gaan.  De oorsprong daarvan ligt aan een te hoog vertrouwen in de als zodanig geselecteerde rechters, en hun veronderstelde imago en verwachte rechtschapenheid. Ze worden daarbij benoemd voor het leven en bezien als de hogere elite. Naar onze mening worden ze daarbij overgewaardeerd, en is het vooral op voorhand fout, en altijd fout geweest, dat van overheidswege is gemeend dat toezicht op curatoren bij hen in goede handen was, maar in feite juist leidde tot grote belangenverstrengeling.

Recta nos malum