2.8 Mr.  Gisolf.

De ervaringen met Gisolf waren wel zodanig dat hij, als we er nog aan twijfelden dat het niet van  het begin tot het einde doorgestoken kaart was, en onderling gefixt was, dat hij de laatste twijfel wel weg heeft genomen. Deze rechter was ons tot dan toe nog onbekend maar kwam naar voren als de rechter die de z.g. schade staat procedure zou gaan beslissen. Hij bleek dus later de team voorzitter te zijn. Hoe hiërarchisch dat is weet ik niet maar hij resideerde dus het team waar alle voornoemde rechters dus onderdeel van waren.

Onbegrijpelijkerwijs volgens geldende rechtsregels, maar juist in dit document verklaard, won Duijsens alle voornoemde zaken, wat hem na 7 jaar procederen een verklaring voor recht opleverde.  Voor wie niet thuis is in deze materie, betekende dit dat ons volgens het corrupte stelletje,  een ernstig verwijt was te maken als bestuurder, omdat we Bleeker  zonder reden niet zouden hebben betaald,  dit dus met dien verstande dat ze anders zouden hebben geoordeeld  als Bleeker verwijtbaar tekort was geschoten, maar dat was niet in rechte vastgesteld, waar rechter mevr. Allegro een dubieuze dubbelrol had gespeeld, maar in hoger beroep stelde men dat  het inderdaad zo kon zijn dat die Bleeker het niet zo goed had gedaan, maar  zij vonden dat aan hen alleen “een verklaring voor recht”  was gevraagd, maar daarna volgde er nog een volledige procedure om  te bepalen wat het bedrag is waar het om gaat. Omdat de schade dan zogezegd opgemaakt wordt bij staat heet dat schadestaatprocedure. In feite betekend dat  nieuwe ronde nieuwe kansen.     

Allegro had dus gesteld  dat ze anders zou hebben geoordeeld als Bleeker verwijtbaar te kort was geschoten. Ze vond dus kennelijk dat fouten van Bleeker best zo zouden  kunnen zijn, dus ze stelde eigenlijk dat de mogelijkheid aanwezig was, en misschien wel groot was, dat ze fout oordeelde en dus iemand grof onrecht aandeed, maar (ijskonijnen) dat interesseerde haar op zich niets, dat moest iemand anders maar uitzoeken. Mag ik haar dan een flut of nep rechter noemen?.  Als rechter moet je immers een fout oordeel gewoon absoluut niet willen.  Ze oordeelde zo omdat dit volgens haar niet in rechte was vastgesteld.  Dat was juist, want dat zou gaan gebeuren, en zou ook gebeurd zijn als de procedure die liep niet was gestopt. In de zitting voorafgaand aan haar uitspraak heb ik voorgesteld om die procedure verder te gaan voeren vanaf het stadium waarin die verkeerde, waar Duijsens natuurlijk fel op tegen was, maar wat wel eerlijk zou zijn geweest. Evenwel, nu  er een rechter benodigd is om iets in rechte vast te stellen, en Allegro rechter was, had zij dat toen al zelf kunnen doen.  Dat zou ook voor de hand hebben gelegen en was in feite ook haar taak, grote vraag dus, waarom koos ze er voor om een grote kans te nemen om  onrecht te plegen in plaats van recht.  Die vragen hebben we al beantwoord, ze was een verlengstuk van het opzetje om ons er in te tikken.  

Dat heeft ze feitelijk daarna ook aanvullend bewezen. We hadden immers een aparte zaak ingesteld om de prutserij van Bleeker “in rechte vastgesteld”te krijgen.  In een zaak die  Allegro volgens hun eigen aanbevelingen helemaal niet mocht doen, maar kennelijk naar zichzelf toegetrokken had weten te krijgen, verklaarde ze dit verzoek “onontvankelijk “.   Ze wilde de zaak dus helemaal niet in rechte vastgesteld hebben, alleen de schijn wekken, dat ze een beetje objectief was.   Hoe krijg je zoiets dan in rechte vastgesteld ?.  Dit kon dus ook in het hoger beroep van haar uitspraak en was daarin dus voluit aan de orde gesteld,  en met extra bewijs en onderbouwing ingebracht, en, hoewel de “rapportage” nog beter onderbouwd is en door 5 deskundigen gedragen, had het ingebrachte bewijs al ruim voldoende moeten zijn.  Evenwel, de hoger beroep rechters hadden er kennelijk ook weinig zin in, dus die stelden dat het  heel goed zo kon zijn dat Bleeker verwijtbare fouten had gemaakt,  maar dat hen alleen was verzocht om een verklaring voor recht te geven en dat er dus maar in de schadestaatprocedure bepaald moest worden of Bleeker verwijtbaar tekort was gekomen.  Die schoven het door op het volgende bordje zodat het weer in  Alkmaar terecht kwam en nu dus op het bordje van Gisolf.

Op zich vinden we dit zeer laakbaar,  want een objectieve beoordeling en vaststelling door het Hof had recht gedaan aan ons (en daar zijn rechters voor)  en de zaak beëindigd, terwijl ze er dus  voor kozen dat zaken op die manier weer veel langer door zouden gaan, wat je als rechter gewoon niet moet willen als je zaken kan stoppen.  Zo kwamen zaken dus weer in Alkmaar en hadden wij daar onze hoop en vertrouwen op gericht.  Pas na het acteren van Gisolf was en werd duidelijk dat er in feite sprake was van grote verwevenheid van het hele Alkmaarse H en I  team met curatoren die stalen als raven en hun zakken vol propten, en kennelijk degenen die hun hielpen en faciliteren mogelijk ? ook niet vergaten?.  Een advocaat die daar zaken bestreed benoemde het (al 8 jaar terug) als “een grote incestueuse bende”  en die club was kennelijk verenigd met deze Gisolf (die we tot dan toe niet kenden) als voorzitter.  Als die inderdaad de teelt zou beoordelen en de bewijzen bezien zou hij concluderen dat Duijsens de zaak onterecht was aangegaan, en alles op leugen en bedrog had gebaseerd, en de zaak zou alsnog in ons voordeel worden beslist (hoe naïef kan iemand zijn).

Anderzijds hadden we het wel gehad met de Alkmaarse rechtbank, en vroegen behandeling aan van een andere rechtbank b.v. Utrecht of Leeuwarden, met als onderbouwing dat de Alkmaarse rechtbank al te veel betrokken was en vooringenomen kon zijn.  Daar werd een apart proceduretje van gemaakt, met een echte uitspraak d.d. 18-12-2013 waar dus de naam Gisolf  (voor het eerst) verscheen.  Die wees ons verzoek af en stelde dat de rechtbank Alkmaar in staat zou zijn om onpartijdig en objectief te oordelen, en Gisolf had de zaak ook kennelijk helemaal naar zichzelf toegetrokken. Overigens hadden we ook geprotesteerd tegen de behandeling van Blokland  in de zaak tegen Sweens, en de behandeling van Allegro in de tweede zaak, wat werd afgewezen of er kwam niet eens een reactie op.

In die uitspraak van Gisolf  stelt hij dat hij een comparitie zal gelasten, zo mogelijk een schikking beproeven,  en partijen moeten er op voorbereid zijn dat hij ter zitting een tussenvonnis zal wijzen , zoals een bewijsopdracht.  Dit zou dan aangaande de teelt zijn nemen we aan, maar we behoeven niets aan te nemen, want van wat hij daar stelde (en op schrift staat) is niets terecht gekomen, en hij wilde kennelijk alleen maar voor doen komen dat hij zaken serieus nam, terwijl hij, in de matchfixing business, toen al (naar we duidelijk achten) heel andere plannen had.  Duidelijk stelde hij dus dat  hij een tussenvonnis zou geven en geen eindvonnis.

Er kwam na die zitting wel een eindvonnis waarin letterlijk op ieder punt ten nadele van ons werd beslist, en alles wijst er op dat dit al voor de zitting met onze tegenpartijen  was afgesproken (gefixt)  om ons effectief uit te schakelen met een vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekend dat je wel in hoger beroep kan, maar dat je dan al ridder te voet bent gemaakt,en  dat tot aan een deel van je AOW van je af wordt afgepakt dus als het een nep vonnis is, gewoon  gestolen, en je dus ook geen middelen (geld) meer hebt om door te vechten. Die tactiek is overigens vrij algemeen, gewoon iemand kapot procederen om iemand uit te schakelen, en kennelijk  stond die uitspraak voor de zitting al vast, in overleg met voornoemde betrokkenen, waar Sweens ook en rol speelde. Sprake was echt een overduidelijk vonnis van een corrupte nep rechter die een nep vonnis uitsprak, wat aan geen enkele rechtsregel voldeed. Op de zitting gingen zaken al bevreemdend maar zaken lieten zich achteraf bezien uiteraard nog veel beter verklaren.  Je kunt iets een nep vonnis van een nep rechter noemen, maar daar zal naar onze verwachting, die nep rechter heel erg boos om gaan worden.   Wat hij deed was uiteraard de schijn van objectiviteit en onpartijdigheid nog wel wat ophouden, ondanks dat rechters een vrijwel onaantastbare positie toebedeeld hebben gekregen.  Wij dachten dus dat er een tussenvonnis zou komen,  waar we op inspeelden maar werden volledig verrast door het eindvonnis.

Allereerst is Gisolf de eerste die ronduit stelt dat wij paulianeus hadden gehandeld dus eigenlijk criminelen waren. Voordien is wel gesteld dat Sweens die beschuldiging had geuit (om ons geld uit de zak te chanteren) maar nooit dat dit een zekere zaak was, terwijl (ook) dat nooit in rechte is vastgesteld.  Wel  loopt Duijsens dit van de daken te schreeuwen, maar verdacht (en bewijs van partijdigheid)is dat deze rechter ons daarmee in die uitspraak onnodig negatief afschildert en stigmatiseert.

Navolgende zaken waren aan de orde;   Allereerst had Bleeker toegegeven dat er door een meetfout 10.000 euro te veel was berekend, wat nooit was gecorrigeerd.  Dat was “maar” 10.000 euro en “maar ”  ca 7 % van de totale vordering, maar veel rechtszaken gaan over minder. Die 10.000 is volledig genegeerd, er is  geen woord aan gewijd, voor ons een bewijs dat  minimaal gesteld zeer onzorgvuldig werd geoordeeld.

Dan de zaak over het anders oordelen, als Bleeker verwijtbaar te kort zou zijn gekomen, wat op het bordje van Gisolf was geschoven.   In plaats van dit te beoordelen, wat nadrukkelijk door ons werd verzocht, en waar hij  feitelijk toe verplicht was,  wordt dit ook  gewoon niet gedaan. Het wordt als het ware, ook gewoon overgeslagen.  Hij maakt zich er vanaf door in zijn uitspraak te stellen (r.o.4.6) “Ook later is nooit in rechte vastgesteld dat Bleeker Smit is tekort gekomen in de nakoming van enige verplichting. in rechte moet er daarom van worden uitgegaan dat Lico Teelt geen vordering uit wanprestatie en/of onrechtmatige daad op Bleeker Smit had of heeft”.  Inderdaad had, ondanks steeds hernieuwde en dringende verzoeker, geen rechter dit willen beoordelen, maar het was op zijn bordje gelegd, en ook hij maakt zich er vanaf, ondank uitvoerige beschrijving en hard bewijs als bijlagen.  Zoiets heet het verzaken van je plicht .   

Onderdeel van dit teeltgebeuren was dat wij stelden en onderbouwden met bewijs dat Bleeker grote besparingen had  gehad,  door de z.g. halve oogst  wat ook onderbouwd is in de rapportage en door de deskundigen bevestigd.   Dit beliep grote bedragen zoals eerder al beschreven. In feite was het zo dat, indien Gisolf de bewijzen aangaande de wanprestatie van Bleeker had beoordeeld, dat hij dan  tot de conclusie had moeten komen dat de vordering van Bleeker geen  grondslag had. Net als dat Allegro stelde dat, als dit in rechte zou zijn vastgesteld, dat ook hij dan anders zou oordelen,  dus de eisen van Duijsens afwijzen, waarna dus de besparingen ook niet aan de orde zouden zijn.  Echter, als een rechter bepaalde dat Groot, hoe onredelijk en onjuist dan ook, wel zou moeten betalen, dan  zou het wel buitengewoon onredelijk zijn, en in rechte ook zeer onjuist dat  Bleeker een royaal  jaarloon  extra in de schoot geworpen kreeg, waar hij niets voor had behoeven te doen dan alleen een teelt verprutsen en zijn contract niet nakomen, omdat die kosten er vooraf bij in waren gerekend maar die kosten nooit had gemaakt.  In eerdere instantie (vorig document 1) hebben we  de contractteelt vergeleken met  een vooraf berekende aanneemsom.  Het zou feitelijk inhouden dat je een contract afsluit, maar de helft van het afgesproken doen, (of waarom dan niet helemaal niets doen),  en dit toch moeten  betalen.  De helft doen en volledig  moeten betalen is  een bizarre uitspraak, en ook een door Gisolf zelf uitgevonden, “unieke” uitspraak. Dit is dus ook gewoon tegen alle regels in.

Ter zitting was Duijsens niet aanwezig maar een kantoorgenoot, die nauwelijks verweer voerde, wat voor mij de vooraf geregelde matchfixing bevestigd.  Kennelijk was er vooraf besproken dat er enigermate een basis moest zijn voor afwijzing van de besparingen dus  dat er wel iets van argumentatie moest zijn bedacht.  Ook dit was zo voorbedacht en gekunsteld dat dit  vooraf moet zijn gecoördineerd, en afgestemd. Aan Bleeker sr. werd verzocht om een reactie te geven op de besparingen.  Deze stelde dat de besparingen te niet waren gedaan doordat in 50 % van de oogt grote hoeveelheden kiek voorkwam. Dit werd voorgesteld als een ziekte, terwijl  het een onkruid is. Van  gezonde en zieke bollen scheiden was dus ook geen sprake, de bollen waren gezond, hooguit hadden er wortelresten in hebben kunnen zitten, maar dat weten rechters niet, en Gisolf wilde dat ook niet weten. Dit verhaal en deze beweringen waren zo gekunsteld in elkaar gezet dat  er goed over na was gedacht wat en hoe men in zou gaan brengen.  In het proces verbaal staat het als navolgend;  “Het plantgoed zou gezond zijn geleverd, maar de helft van de vijf hectare zat vol met kiek. We hebben er heel veel werk aan gehad om de gezonde van de zieke bollen te scheiden.  Alleen daarom is er al geen sprake van bespaarde kosten”.     

Als sprake is van normale dus onpartijdige en objectieve rechtspraak, kan het nooit zo zijn dat een belangrijk deel van de uitspraak, op alleen zo een  verder niet onderbouwde losse flodder wordt gebaseerd, gesteld  tijdens een zitting, dus dat konden we ook niet verwachten. Daarbij geld  als vaste regel in de rechtspraak dat woord en weerwoord tegen elkaar af wordt gewogen,  dus na die losse flodder had Gisolf aan mij behoren te vragen, wat ik daar op had te zeggen. Dat dit niet is gedaan is pure wanprestatie van deze rechter, maar ook een duidelijk bewijs van de fixing vooraf.  Gevraagd  was kennelijk om hem iets in handen te geven waar hij de al vooraf vaststaande uitspraak op kon baseren om ons alle kosten in de maag te splitsen.

We citeren dienaangaande de gehele r.o 4.5 in de uitspraak; “Dat er, zoals Groot c.s. aanvoert, rekening gehouden moet worden met door Bleeker Smit bespaarde kosten bij het telen van de bollen is onjuist. De betalingsverplichting van Lico Teelt vloeide voort uit de tussen Bleeker Smit en Lico Teelt gesloten overeenkomst. Of Bleeker Smit kosten heeft bespaard, is zo dit al het geval is, niet relevant voor de hoogte van de vordering van Bleeker Smit op Lico Teelt. Dat Bleeker Smit voordeel heeft genoten uit de schadeveroorzakende gebeurtenis (art. 6.100 Burgerlijk Wetboek), te weten onrechtmatig handelen van Groot c.s. is gesteld noch gebleken”   Inderdaad is hier voor ons geen kop af staart aan te breien, ook volgens goede juristen is wat Giself stelt onnavolgbaar, en ook alleen maar verklaarbaar uit een vooropgezette vooringenomenheid om ons er  volledig in te tikken. Van goede onderbouwing en motivatie is totaal geen sprake, en wat hij met de laatste zin bedoeld en de verwijzing naar een wetsartikel, is in nevelen gehuld gebleken.  Nogmaals, enig gevoel is afwezig,  en vooral de simpelheid en het gemak waarmee deze rechter ons uitschakelt en de nek omdraait, met wat gezwam uit zijn nek,  is zeker van een speciale orde.

Daar komt dan bij dat sprake was van een verzinsel en een grote leugen van Bleeker sr.  Wat er werkelijk het geval was geweest is gesteld in de rapportage (pag. 32-33)   en daarbij ook in een apart onderdeel gemerkt als bijlage 10a  (9 pagina’s) en onderbouwd met 10 bijlagen die bewijs leveren dat er in één van de twee percelen kiek voorkwam, niet uit het plantgoed maar verwijtbaar aan de grond dus verwijtbaar aan Bleeker. Dat dit in 17 % van het totaal in flinke mate voorkwam, was wel juist dus niet in 50% (drievoudig overdreven),  maar bijlage 5 bewijst dat die kiek is bestreden en voor het rooien volledig was afgestorven dus in de oogst in het geheel niet voorkwam.  Dat dit in een overeenkomst (van 22-09-1999)  was vastgelegd was Bleeker sr. na 14 jaar kennelijk vergeten maar die is wel het harde bewijs dat hij in zeer ernstige mate de rechter beloog, maar dat dit kennelijk tevoren was gefixt c.q. verzonnen in overleg met Duijsens.  Dat Bleeker sr. de rechter ter plekke besodemieterde kan niet zozeer gesteld worden, nu  de rechter zelf in het complot zal hebben gezeten, die vooraf gesteld zal hebben van verzin maar iets wat een beetje steekhoudend lijkt, wat dan tot de eerder beschreven uitspraak heeft geleid. Bleeker besodemieterede de rechter niet, maar tezamen, dus inclusief de rechter, besodemieterden ze ons.

Dat zaken gefixt waren wordt ook wel stellig bewezen door het navolgende.  Het is zeer zeldzaam of eigenlijk “not done”  dat  een rechter bij een schadestaatprocedure een uitspraak van een hogere rechter aan de laars lapt maar Gisolf deed dit wél.  Dit is zo uitzonderlijk dat het ook zeer vreemd is want de vraag waarom een onpartijdige en objectieve rechter een uitspraak van het hof negeert en, ten nadele van ons als partij spreekt feitelijk voor zich en spreekt boekdelen..  Waarom geeft  Gisolf geen objectief en onpartijdig oordeel , antwoord;  omdat hij partijdig en niet objectief is!!!.

Dit betrof  zaken aangaande het proces verbaal.  Dat was opzettelijk vervalst maar er was ook een dwaze en grove fout in geslopen (foutje van Sweens) doordat het bedrag wat er in werd genoemd, dus wat was geverifieerd, maar de helft van de werkelijke vordering betrof. Duijsens had daarbij nooit om verandering of verbetering gevraagd.  Het hof had daarop gesteld dat het genoemde bedrag geldend was, en dat deel dus (vermeend) door ons erkend, maar als Duijsens ook aanspraak maakte op de andere helft, dan zou hij voor dat bedrag  wél het bewijs moeten leveren dat Bleeker geen grove fouten had gemaakt.  Dat zou Duijsens niet gaan gelukken, en als hij daar op door ging procederen en vastgesteld werd dat Bleeker fout zat, dan stond ook vast dat de wel geverifieerde helft eigenlijk ook onterecht was, dus daar waren zaken toch nogal scheefgelopen. Dat werd dus opgelost op de zelfde wijze als het vervalste proces verbaal. Gisolf negeerde wat het Hof daarop had gesteld en wees de gehele vordering aan Bleeker toe zoals kennelijk tevoren al was gefixt.

We zijn van mening dat Duijsens nooit deze zaak zou zijn begonnen, als hij niet bij aanvang curator Sweens  en zijn goede contacten met de Alkmaarse rechter en o.a. van den Berg aan zijn kant had gehad. Daardoor konden ze het proces verbaal vervalsen en de lopende zaak officieel beëindigen, maar zelfs dan verwondert mij het in hoge mate; Hij weet immers  zelf goed genoeg dat Bleeker fout zat, en als je op verzinsels en onjuiste beweringen een zaak begint is één eerlijke rechter , als je die tegen komt, al genoeg om onderuit te gaan.  Zijn cliënt heeft hij er ook niet veel plezier mee bezorgd, en het zal voor hem tot nu toe ook nog  geen kassucces  zijn. Hooguit heeft het zijn agressieve en rancuneuze gevoelens wat bevredigd.  

Hierbij hebben zich na de uitspraak van Gisolf nog allerlei zaken voorgedaan  die we weer op ander plaatsen aandacht zullen gaan geven.  Dit document is er voor bedoeld om  de onderlinge verbanden  tussen de diverse betrokken Alkmaarse rechters bloot te leggen. Duidelijk te maken dat sprake is van valsheid in geschrifte, partijdige en onnavolgbare oordelen, gefixte zaken en handelen tegen de aanbevelingen van de rechtsorde in, die in volkstaal worden samengevat als corruptie en het corrupt zijn.  Alle zaken zijn met documenten te onderbouwen.  

Getracht zal door ons worden om zaken vol in de publiciteit en openbaarheid te brengen , en ook wederom zullen tweede kamer leden worden benaderd en geïnformeerd.  Mochten wij er in slagen om zaken in publiciteit te brengen,  dan mogen wij op agressieve en woedende reacties rekenen van de betrokkenen, dus we hebben ons voorbereid op een hete zomer.  

Recta nos malum