2.7 Mevr. mr. van Leeuwen.

We stelden dus ook een zaak in tot verbetering van het proces verbaal.  Dit was na 14-05-2004 opgesteld, maar ons pas bekend  in juli 2005, maar op dat moment waren er geen procedures gaande, leek het onbelangrijk dus we namen het voor kennisgeving aan.  Pas veel later werd het in de Bleeker rechtszaak ingebracht maar leek het ons onmogelijk dat  men  er conclusies aan zou verbinden maar dat bleek dus, zoals wij menen, vooraf al gefixt te zijn.  Pas na de uitspraak van 27-08-2008 was ons duidelijk hoe giftig dit vervalste stuk was,  en kort daarna zijn we  die procedure gestart.  Dit was in feite om een verbetering van een proces verbaal waar een rechter, dus de staat eindverantwoordelijk voor was, en  zoals Sweens ook meerdere malen heeft gesteld, had hij daar geen bemoeienis mee, maar ter zitting verscheen hij met een in onze ogen onjuist en warrig betoog van 3 pagina’s waarin hij stelde dat het proces verbaal weldegelijk juist was, en dat onjuistheid uit de stukken moest blijken en ongeveer niets behalve dan zijn verslagen behoorden tot de stukken,  dus de vraag is waarom Sweens zich er tegenaan bemoeide en zo partijdig was, maar dit past wel duidelijk in het geschetste “all over beeld”  nu hij een belangrijk en invloedrijk onderdeel van de vijanden club was.  Op die wijze zijn zaken weer verklaard. Zoals wij hem al hebben beschreven zou het vreemd zijn als hij zich onpartijdig had opgesteld.

Zaken werden afgewezen en vervolgens steeds in ons nadeel gebruikt.  Opmerkelijk is dat in opvolgende instanties, men niet onafhankelijk beslist maar vaak de meest vreemde en onredelijke beslissingen  adopteert.   We benadrukken nogmaals dat deze mr. van Leeuwen  gewoon onderdeel was van het team, en overduidelijk zaken met  van den Berg en Allegro had afgesteld (mogelijk ook al met Gisolf), en tot een zeer discutabele uitspraak kwam. Vaste regel is dat een vonnis onderbouwd en gemotiveerd moet zijn, dus geen onzin of onredelijkheid bevat, maar niemand controleert dat of spreekt iemand er op aan. Haar afwijzing was er op gebaseerd, dat  zij vond dat het al vijf jaar terug was, en dat wij onmiddellijk hadden moeten reageren (er niet eens een verjaringstermijn voor een wijzigings verzoek!!!), en verder  dat  de brief van 13-05-2004  niet tot het dossier behoorde  (onjuist en belachelijk)  en dat was het dan zo ongeveer waarom ze ons in de kou zetten.

Overigens was de uitspraak in hoger beroep eigenlijk nog bevreemdender, zonder dat we een verklaring hebben voor hun onredelijke en bevreemdende uitspraak.  De zaak werd beoordeeld door drie vrouwelijke raadsheren  in de oma leeftijd.  Ook daar kwam Sweens opdraven met zijn negatieve argumenten reeks.  Die dames maakten het zichzelf wel heel erg gemakkelijk. Ze stelden dat van mij verwacht had mogen worden dat ik de vordering zou hebben bestreden maar dat was (nu net) niet gebleken.   Ze negeerden dus onze bewering van wel bestreden, want het proces verbaal was een soort heilige schrift, en ze negeerden het feit dat de vordering altijd en overal door ons was en werd bestreden, en deze drie omaatjes waren er zelf niet bij geweest, dus die konden het niet weten. Een ware ontgoocheling dus aangaande objectie en zorgvuldige rechtspraak. Letterlijk stelden ze:  “De omstandigheid dat de brief van 13 mei 2004 anders luidt doet aan een en ander niet af aangezien van appellanten, die bij de vergadering aanwezig waren, verwacht had mogen worden dat zij zich hadden geuit en dit laatste is (nu net) niet aannemelijk”.   Dit terwijl ieder normaal denkend mens, (daar behoef je niet eens er intelligent voor te zijn),  het juist wel aannemelijk zou achten dat we ons hadden geuit, en feitelijk nergens op gebaseerd (in het proces verbaal staat niets) , dus een door ons stellig weersproken aanname en veronderstelling, die nergens op slaat maar wel hun collega rechter beschermd en uit de wind houdt.  Om het hof ook corrupt te noemen en te stellen dat ook daar zaken gefixt zijn, gaat ook mij te ver. Dat ze partijdig zijn en kennelijk er gewoon geen zin in hadden om zaken serieus en objectief te bezien is wel weer een soort zekerheid, en overduidelijk..

Het navolgende kan hier nog bij opgemerkt,  wij hadden gesteld dat er geen griffier aanwezig was geweest en ook dat alle aantekeningen enz. zoek waren, wat  in redelijkheid gesteld nagenoeg onmogelijk is.  Pas later stelde een ervaren jurist dat een verificatievergadering zonder griffier niet volgens de regels is en dus ongeldig,  en hij verwonderde zich er zeer over dat geen van deze drie raadsheer vrouwen, daar niet op door hadden gevraagd en om nadere informatie en onderzoek verzocht.  Mijn opmerking is wel opgetekend in het proces verbaal van die zitting.

Recta nos malum