2.6 Mevr. Mr.  Allegro.

De volgende die we in haar handelen ter discussie stellen is mevr. mr. Allegro.  Zij was een directe collega van Blokland en van den Berg,  die naar we aan mogen nemen, onderling ook veelvuldig contact hebben  en dus (naar we inmiddels ook weten) samen een team vormen, mogelijk ook met teambuildings sessies, en informele contacten en wat dies meer zij, waar genoeg verder bij voor is te stellen.  Van haar hand was het eerste vonnis in de Bleeker zaak, wat voor ons uitermate verrassend en ook negatief was. Eerlijk gezegd begreep ik Duijsens niet dat hij zo agressief met die zaak doorging. De door ons begonnen rechtszaak was aan de curator vervallen. Om die door te zetten en te winnen had de curator onze hulp nodig gehad, maar  wij hadden informatie aangaande Bleeker ingewonnen, ook van HOBAHO (die goed met zaken bekend was), dat Bleeker zodanig zogezegd onder de bank zat, dat hij geen verhaal zou bieden als wij de zaak hadden gewonnen.  Onbekend was bij Sweens dat wij nog snoeihard bewijs achter de hand hadden (zie ook de bijgevoegde rapportage)  dus bij ons een goede zekerheid dat we de zaak zouden winnen, maar wel ten koste van pakweg nog 30.000 euro kosten,  en vervolgens van de kale kikker geen veren zouden kunnen plukken.   We hadden Sweens gemeld dat de zaak wat ons betrof een stille dood mocht sterven, dus dat zowel onze schade eis, als de tegenvordering van Bleeker een stille dood zou sterven. Om zo een zaak van de rol geschrapt te krijgen behoeft geen actie. Als beide partijen niets meer doen, stil blijven zitten, wordt een zaak automatisch na een bepaalde tijd, eerst geparkeerd en dan geseponeerd.  Een actie tot officiele beeindiging was dus onnodig, dus dat die wel plaats vond was opmerkelijk.

Sweens stelde dat de vordering geen goede kans maakte, dit uitsluitend op basis van gegevens van zijn feitelijke tegenpartij, en zonder aan ons informatie te vragen (uitermate vreemd dus). Vervolgens  werd  dus het nep proces verbaal geconstrueerd, en 14 maanden daarna werd in een onderonsje tussen Duijsens en Sweens de lopende zaak officieel ten grave gedragen,  waarna dus wij werden gedagvaard voor de volgens hen door ons erkende tegenvordering.  Op zich wel slim bedacht, met voldoende slimheid is recht ook in ruime mate te misbruiken wat nu niet echt de bedoeling van het recht zal zijn geweest.  Ook in overleg met mijn toenmalige advocaat, stelden en concludeerden we dat  er van erkenning van de vordering niets in het proces verbaal stond, en  dat de brief van de dag tevoren overduidelijk was, zodat we ons wel zeer verwonderden dat deze Allegro stelde dat er niet in het proces verbaal stond dat de vordering was bestreden, wat leidend was dus dat de vordering geacht werd ook door ons erkend te zijn, en dat de brief geen betekenis toekwam.  Nu brieven altijd betekenis toekomt is dit buitengewoon vreemd te noemen, terwijl in latere uitspraken daar ook weer anders over werd gedacht, maar het is toch wel uitermate bizar als iets duidelijk op schrift is gesteld, dat er daarna een soort groepsverkrachting van die brief plaatsvond, door iedere rechter die er een oordeel over gaf, en ook op sterk aandringen van Sweens. Dit is ook zo bizar dat  het stinkt aan alle kanten.

Onze beschuldigingen aan het adres van de diverse betrokken Alkmaarse rechters zijn gebaseerd op de meest voor de hand liggende aannames en veronderstellingen. Die kunnen dus een foutmarge hebben maar hebben een grote waarschijnlijkheid om gewoon juist te zijn, en om zaken voldoende juist vast te stellen is objectief onderzoek nodig en dat is het grote probleem want onderzoek en het horen van getuigen is steeds en consequent geweigerd en dus  kennelijk ongewenst wat er weer op wijst dat de veronderstellingen ook gewoon juist zijn.  Opmerkelijk is het feit dat wij van onze zijde zaken weerspraken en ook bewijs van onze stellingen indienden, maar dat de niet onderbouwde verzinsels van Duijsens werden gevolgd en onze bewijzen genegeerd en ook doodgezwegen. Op zich bezien is dit in strijd met rechtsregels, en een bewijs van partijdigheid. Alleen waarom waren ze  zo partijdig is dan de overblijvende vraag.

Ook bij Allegro was alles een puzzle, en onnavolgbaar maar gezien de zaken zoals we die achteraf  hebben  geanaliseerd  komen we tot het navolgende:    Duidelijk is dat sprake was, toen en ook later, van wat in de voetbalwereld  “Matchfixing” wordt genoemd.   Van den Berg had de voorzet gegeven en Allegro  heeft de bal er ingeschopt zoals ze dit vooraf en in onderling overleg hadden “gefixt”.  Dit is uiteraard een zware beschuldiging dus we zullen terdege goed moeten onderbouwen waar we dit op baseren.  Het was namelijk zo dat dankzij het proces verbaal Duijsens de vordering niet meer behoefde te bestrijden, maar om iemand persoonlijk aansprakelijk te maken als bestuurder, dient er sprake te zijn van een ernstig verwijt, dus als bestuurder  moet je laakbaar hebben gehandeld, zeg maar de zaak besodemietert, en wij hadden juist steeds exact het tegendeel gedaan. Ook om die redenen begrepen we niet wat Duijsens bezielde, zijn beweringen kon hij immers nooit bewijzen,  wat de eerste voorwaarde is als je iemand zwaar beschuldigd.   De eerste aanwijzing van z.g. matchfixing is wel dat hij een volkomen verzonnen bewering deed die ondanks tegenbewijs klakkeloos over werd genomen door Allegro en er op neer kwam dat wij, ondanks de lopende rechtszaak, toestemming van Bleeker hadden moeten verkrijgen, voor de doorstart van het bedrijf.  Beweerd werd dat we enkel en alleen waren doorgestart om hun vordering, als zij (ooit) de zaak zouden winnen, oninbaar  hadden gemaakt,  en dat we grote kredieten hadden waar we gemakkelijk geld van hadden kunnen reserveren, om te kunnen betalen als we de zaak (die dus nog steeds gaande  is)  te kunnen betalen als we verloren.   Alles verzonnen en bewijsbaar onjuist, en Bleeker had ook voor ons geen geld gereserveerd, dus een geconstrueerde zaak, klakkeloos overgenomen, dus kennelijk gefixt.

Ook de bewering dat onze brief geen waarde kon worden toegekend, sloeg nergens op, maar vooraf de krampachtige redenering aangaande het proces verbaal en de betekenis die er uit op werd gemaakt zonder dat die betekenis er concreet in stond, wijst er op dat zaken  gefixt waren.  Het beste en hardste bewijs was en is evenwel  de zinsnede dat ze anders zou hebben beslist als Bleeker verwijtbaar tekort was gekomen, maar dat dit niet in rechte was vastgesteld. Ook daar is van alles vreemd aan.  Allereerst zag ze kennelijk in dat het te gek voor woorden was om iemand die vrij zeker wanprestatie had gepleegd in feite te belonen.  Ze stelt dus dat ze het proces verbaal zou hebben genegeerd, als er in een gerechtelijke uitspraak was vastgesteld dat hij zijn zaken fout had gedaan.  Maar naar we concluderen en begrijpen was dit niet meer als dat ze begreep dat ze feitelijk fout oordeelde, maar dat als het ware met die stelling goed praatte.

Dit werpt dan wel degelijk directe vragen op.  Allereerst zou een gewetensvolle en objectief gemotiveerde rechter al nooit een uitspraak doen terwijl ze eigenlijk wel wist dat  ze iemand onrecht aan deed.  Niets stond haar evenwel in de weg om  zelf die vermeende in rechte vaststelling te doen, nu er ook al een rapportage ingebracht was, die stelde dat de door Duijsens beweerde oorzaken  onmogelijk waren.  Ze meende het verwijt te voorkomen waarom ze geen aandacht gaf aan het wanpresteren van Bleeker, maar het houdt geen steek en was doorzichtig.  Op zich was dit wel een belangrijke zinsnede,  nu ze de kern van de zaak raakte, immers als Bleeker wanprestatie had gepleegd,  dan was Bleeker volgens de wet (die Allegro behoorde te handhaven) fout en diende Bleeker de consequenties te dragen, dus dan was ook  niet aan de orde of ik een slechte bestuurder was, en of het proces verbaal van belang was of deugde.

Ook Duijsens is tot nu toe blijven roepen dat Bleeker alles goed had gedaan en dat wij (alleen bij Bleeker) inferieur plantgoed hadden geleverd etc. zoals zaken in ander documenten o.a. de rapportage zijn beschreven.  Inmiddels  ligt er het keiharde bewijs van 5 deskundigen,  die Duijsens ontmaskeren.  Dit rapport is van vrij recent, inmiddels wel bij Duijsens bekend, maar hij heeft er nog niet op gereageerd, laat staan inhoudelijk bestreden.   Sprake is dus van een onbestreden rapport.  Duijsens had na het verkrijgen van het gemanipuleerde proces verbaal, uiteraard een lange neus naar ons kunnen trekken, en stellen van: ” dit hebben wij en mijn vrienden even goed gefixt”.  Natuurlijk heeft Bleeker een puinhoop van de teelt gemaakt maar door dit vernuftige stukje valsheid in geschrifte wat vriend Sweens en van den Berg even handig hebben geregeld, kun je er niets meer aan doen, maar daar heeft hij niet voor gekozen.  Hij heeft steeds bakken modder naar ons gegooid, ons van paulianeus handelen beschuldigd wat nooit is vastgesteld (in rechte bewezen),  en is blijven beweren dat Bleeker geen fouten had gemaakt. Dit kennelijk omdat hij  anders toch verwacht dat hij zaken niet overeind zal kunnen houden.

Het feitelijk harde bewijs dat Allegro  onderdeel was van de fix club leverde ze in feite zelf.  Na haar uitspraak, besloten we in hoger beroep te gaan, en besloten we tot twee aparte rechtszaken. De eerste als verzoek tot verbetering van het Proces verbaal, en de tweede met het verzoek om in rechte vast te stellen dat Bleeker verwijtbaar te kort was gekomen.  Allereerst ingaande op het laatste,  daartoe hadden we aanvullende rapporten o.a. van het onderzoeks instituut  PPO en Bloembollenkweker maar ook lid van het scheidsgerecht G.  Ruiter.  Onbekend is  hoe de organisatie bij rechtszaken werkt. Wie er besluit aan wie welke zaak wordt toegedeeld,  en of rechters er zelf inspraak in hebben of invloed op hebben om een zaak toebedeeld te krijgen.  Haaks staande op (naar we later ontdekten) aanbeveling 8 van de richtlijnen voor onpartijdigheid van rechters, was deze zaak  ook aan Allegro toebedeeld.  Die stelde ter zitting dat ze goede aandacht zou geven aan de rapporten, waarna ze vervolgend de zaak in haar uitspraak  “onontvankelijk“verklaarde.   Dit stond dus haaks op haar eerdere bewering.   Ze zou anders oordelen bij verwijtbare tekortkoming van Bleeker en vervolgens weigert ze zelf die vaststelling te doen, op dubieuze gronden.  Vooral  die zaak en dat handelen bewijst dat sprake was van matchfixing, en  het saboteren en traineren van een deugdelijke rechtsgang.  Zaken liggen er eenvoudigweg te dik bovenop.

Recta nos malum