2.4 Mr. J. Blokland

De  beschreven activiteiten van Sweens en zijn werkwijze was uiteraard alleen mogelijk  met goedvinden van zijn toezichthouders.  De R.C.  in dit geval de al eerder genoemde mr. J. Blokland voor Lico Teelt B.V. en mr. H.A. van den Berg voor Lico Export B.V.  De Bleeker zaak viel onder   J. Blokland en Lico Teelt B.V. maar v.d. Berg is daar de rol gaan spelen. Zeker is dat Blokland tot april 2005  nog in functie was, (vanwege een bestaande brief)  maar de latere puur corrupte handelingen kwamen waarschijnlijk uitsluitend voor rekening van van den Berg.  Onze indruk is dat Blokland daar buiten was gehouden, en daar ten principale,  ook niet aan mee zou doen.  Onze indruk / mening van Blokland is navolgend;  We denken dat het op zich een goede rechter is met in doorsnee correcte uitspraken, daar waar hij onpartijdig oordeelt.  Toch hebben we aanzienlijke kritiek op zijn persoon.  We menen dat het een prima rechter was, als hij geen foute vrienden had, maar dat hij zich, mogelijk niet eens volledig bewust, zich mee laat nemen door curatoren in hun dubieuze praktijken, gemakkelijk zaken fiatteerde zonder zaken nader te bezien, of  gewoon werd misleid.  Mogelijk wel door hem onbedoeld, zijn er toch inmiddels heel wat zaken die aan hen zijn gaan kleven.

Apart detail is dat hij de voorzitter was van de tuchtraad die in eerste instantie mr. Moszkowicz uitschakelde dus zich manifesteerde als een echte moraalridder.

De opstelling van Sweens als curator was dat hij ons een rechtszaak aan zou gaan doen wegens vermeend paulianeus handelen, waar in de verste verte geen sprake van was.  Pauliana staat voor crediteuren benadelen, terwijl wij juist alles in het werk stelden om  met eenieder tot een bevredigende regeling te komen, exact het omgekeerde dus, en dat wist Sweens ook, dus een actie  om ons te chanteren, zaken die we op andere plaatsen uitgebreider beschrijven.  Hij stelde dus eigenlijk zo ongeveer; ,” als je me niet een bedrag betaalt, veroorzaak ik voor jullie zodanige problemen, dat je doorgestarte bedrijf  ook onderuitgaat.  Dit deed hij dus met goedkeuring van beide R.C.s . Dat sprake was van pure chantage wisten dus beide RCs of konden ze weten.  Op stellig aanraden van HOBAHO zijn we uiteindelijk door de knieën gegaan nu na betaling van 50.000 euro Sweens in ruil daarvoor ook toezegde geen privé aansprakelijkheid in  te zullen gaan stellen en de faillissementen snel, gesproken was over binnen een half jaar, op zou heffen, voor weke beloftes hij dus  50.000 euro heeft ontvangen waarna hij zich aan beide afspraken niet heeft gehouden,  opheffen van de faillissementen heeft 10 jaar geduurd, en  hij is wél een procedure voor privé aansprakelijkheid begonnen, tegen alle afspraken in, maar kennelijk daartoe opgejut door Duijsens. We zijn er nu nog versteld en perplex van dat iemand zo gemeen en onbetrouwbaar kan zijn, maar ook dat de beide  R.C.s. daar aan meewerkten en dit goedkeurden.  Eerder hebben we gesteld dat we bij rechters weinig menselijk gevoel ontdekken wat dit ook bewijst.  Onze poging de faillissementen  te voorkomen, had door betaling van de steunvordering en de advocaatkosten al een halve ton gekost,  daar kwam dus de 50.000 chantage geld, plus pakweg  10.000 extra advocaatkosten, en  de eigen tijd, stress enz. wat niet kon worden benut om het bedrijf  te runnen en gaande te houden, en door de faillissementen kon geen financiering voor het doorgestarte bedrijf worden verkregen.  Dit bracht uiteraard het gehele bedrijf in gevaar, en het afhandelen van de z.g. oude schulden kwam stil te liggen.

Van Blokland hoorden we verder niet al te veel.  Nu de chantage kennelijk naar meer smaakte en advocaat Duijsens inmiddels Sweens aanzette om ons te belagen en te pakken te nemen kregen we d.d. 27- 12-2004  een brief van Sweens dat hij ons persoonlijk aansprakelijk stelde voor het faillissements tekort, waarop ik heftig protesteerde per brief met kopieën aan de  R.C.s.  Sweens stuurde daarop o.a. een recatie naar beide  R.C.s.  op 24-04-2005  met zijn mening dienaangaande wat dus bewijst dat Blokland toen nog actief betrokken was, en dus ook de nieuwe chantage had goedgekeurd, dat Sweens mij persoonlijk aansprak, dus ook Blokland was daarvoor volop medeverantwoordelijk.  Hij deed dus mee aan opzettelijke chantage. De RCs zullen ook geweten hebben dat alle geld standaard in de zak van Sweens verdween.  Mogelijk zullen ze, als er navraag zou komen, stellen dat ze te weinig tijd hebben en het niet goed hadden bezien, of dat zaken verkeerd waren voorgesteld door Sweens, wat allemaal kletspraat is. De feiten zijn dat ze er mee instemmen dat een curator een rechtszaak begint om iemand financieel volledig kapot te maken op verzonnen gronden en dat daarna in veel van zulke gevallen, als dit tot een rechtszaak leidt,  daarbij dan door hun directe collega’s  wordt gevonnist en je bent doorgaans al flink uitgekleed en dan dus helemaal kapot.  Geen wonder dat ik rechters ijskonijnen durf te noemen.  Geen Albert Sweitsers of (meer dan de helft is inmiddels vrouw) Florence Nightingales.

In 2009 meenden we genoeg reden en mogelijkheid te hebben om Sweens zelf aan te spreken op zijn handelen (alles in detail beschreven in het boek nr. 7 en 8).  Die zaak werd tegen alle regels en de z.g. aanbeveling 8 in door Blokland behandeld.  Het aantal faillissementen waar Sweens curator was, en  Blokland R.C. zal in de tientallen lopen, de uitkomst was dan ook voorspelbaar,  Sweens liet hij uiteraard vrijuit gaan.  Behandeling door hem had natuurlijk nooit gemogen en is een misstand,  en de onderlinge verwevenheid van rechters en curatoren in Alkmaar (waar miljoenen verdwijnen) , is zodanig,  dat zulke rechtszaken niet eens in de eigen Rechtbank thuishoren, of in een team handels en insolventie. Maar de ellende begint bij het fiatteren van oneigenlijke zaken die op verzinsels zijn gestoeld, en bedoeld zijn om hun slachtoffers middels chantage geld te ontstelen. Die zaken zitten diepgeworteld in het Alkmaarse, en vermoedelijk bij rechtbanken door het gehele land.

Recta nos malum