2.3 Mr. P.H.B. Littooy

De rechter was ons bekend nu hij ook had geacteerd in de familieruzie. (daar verder geen aanmerkingen op) met de naam Littooy.  Dat hij zich geroepen voelde het faillissement door te drukken, terwijl een ander besluit   probleemloos mogelijk was, en veel beter (voor iedereen)  was geweest zal een raadsel blijven maar (als hypothese)  waren faillissementen in het Alkmaarse gewenst en lucratief (voor de curatoren en wie er meedeelden), en al eerder gesteld, erg menselijk hebben we rechters nooit mogen ervaren dus  in die richting zijn verklaringen te zoeken. Verder zijn we hem niet meer tegen gekomen. O.a. op deze ervaring baseren we onze stelling dat rechters zich per saldo negatief opstellen tegen mensen en bedrijven die in faillissement geraken, en ze behandelen als underdogs.

Curator werd mr. Sweens, ons toen onbekend maar geleerd, gehoord, en ervaren dat hij vooral grotere faillissementen veelal gerelateerd aan bloembollenteelt en handel op zijn bordje kreeg. Onze ervaringen die we dus nu in de tussenliggende ruim dertienjarige periode met hem hebben opgedaan zijn uitsluitend negatief, en we kennen inmiddels ook vergelijkbare ervaringen bij meerdere anderen. We verwijzen hierbij ook naar de Boekvorm “Het land waar de leugen regeert”  waarbij eenieder, die de moeite van het lezen zich getroost de eigen conclusies kan trekken.  Die conclusies, dus in vrije meningsvorming getrokken, en bij het uiten daarvan dus in vrijheid van meningsuiting, zou bijvoorbeeld best wel kunnen zijn dat sprake is van een liegende bedriegende dief, die steelt als een Raaf, connecties heeft met opkopers die gelinkt zijn aan zwart geld circuits, maar die ook chanteert, meedogenloos  en gevoelloos is, en zonder met de ogen te knipperen gemaakte beloftes verbreekt.   Reeds het feit dat in een faillissement met  volstrekt lege B.V.s  en weinig crediteuren wist hij, vooral met in hoofdzaak met chantage, rente”s en een valse BTW aangifte  ca. 65.000 euro aan de eigen voorraad euro’s toe te voegen, terwijl de crediteuren, ook de preferente, het volle nakijken hebben verkregen.  Dit is dus het bekende eindresultaat.  Hij bleek al vele jaren curator in tientallen faillissementen met  daarbij dus wisselende Rechter Commissarissen (verder R.C.), dus ongeveer iedere rechter van het Alkmaarse H en I team was wel eens of meerdere malen R.C. geweest in door hem bestierde faillissementen.

We  zullen vervolgens de aandacht richten op de diverse Alkmaarse rechters die bij  de Bleeker zaak betrokken zijn geraakt, en hun rol daarin hebben vervuld.  Littooy had dus een bijrol  (maar zeker een belangrijke),  een hoofdrol werd vervuld door mr. J. Blokland,  de meest foute  was wel de andere R.C., mr. v.d. Berg.  Dan was de rol van mr. mevr.  Allegro cruciaal en ook uitermate dubieus.  Dan is er ook eenmalig een zeer dubieuze rol gespeeld  door ene mr. mevr. van Leeuwen.  Uiteindelijk was het hun groepsvoorzitter mr. Gisolf die de genadeklap gaf, in de kennelijke hoop en verwachting om ons volledig uitgeschakeld te hebben.  A passant probeerde hij onze advocaat uit te schakelen, die in meerdere zaken tevergeefs trachtte (en tracht) om recht te verkrijgen, dus een vervelende luis in de pels is, als niet recht doen, maar zakkenvullen je uitgangspunt is.  

We hebben hier dus een vijftal die we in een beschrijving van onze beoordeling en conclusies zullen voorzien. (lees en huiver).  Allen maken dus onderdeel uit van een kennelijk hechte groep, onderling solidair, en in leeftijd niet veel verschillend.  Nu wij  de procedure tegen Bleeker waren begonnen, maar die procedure niet uit het faillissement hadden gekocht (dus dood mocht bloeden)  begonnen zij (Duijsens / Bleeker) pas jaren later in juli 2006 de procedure waar alles om is gaan draaien. Daarbij was dus sprake van een dubieus en twijfelachtig proces verbaal , twee jaar eerder opgemaakt, van de hand van een directe collega rechter waar door de andere betrokkenen dagelijks mee om werd gegaan.  Dat men een kritisch oordeel had moeten geven, en daar vraagtekens bij moeten hebben plaatsen, en geen verzonnen zaken klakkeloos voor waarheid aannemen, en geen bewijzen mag negeren, is uiteraard allemaal juist, maar dat zo een team de rijen sluit en  de collega dekt, is in menselijke zin fout maar begrijpelijk en te volgen.  Daar vloeit uiteraard uit voort dat van het één het ander komt, door de collega te dekken wordt men zelf medeplichtig,  en kan dit, zoals is gebleken, er zelfs in gaan  eindigen dat ze één van de weinige advocaten die zich volledig inzet op recht te verkrijgen,  uit proberen te schakelen en pootje te lichten.

We gaan dus vervolgens beschrijven waar we menen dat de genoemde rechters  met een gezamenlijk doel voor ogen  veel onrecht hebben gegenereerd , en het hoe en waarom,  met goede zekerheid vastgesteld,  of voor de hand liggend, tenzij tegendeel is of wordt bewezen.  We richten ons op deze Alkmaarse rechters, en laten de rechters, bij beroepen in latere instanties in hoofdzaak buiten beschouwing.  Wel hadden we daar meer objectiviteit verwacht. Onze indruk is dat men toch vrij gemakkelijk de vonnissen die ze beoordelen volgt en zich er ook vaak gemakkelijk vanaf maken door (ten onrechte) te stellen dat onderbouwing ontbreekt of dat zaken onvoldoende zijn gesteld.  Daarbij zou men verwachten dat, daar waar men iets niet begreep of onduidelijk achtte, men dit nader had kunnen onderzoeken en bevragen. Als de motivatie is om recht te doen is het onjuist om je er  te gemakkelijk vanaf te maken, zeker als  veel er op wijst dat iemand onheus wordt bejegend.  Daarbij is de gedachte dat men er zich meer op instelde om een collega te dekken, dan te concluderen dat hij een rotte appel in de mand was.

Recta nos malum