2.2. Een lange introductie

Een flinke introductie maar nodig voor alle duidelijkheid.  Nu de naming en ???

Nu veel  zaken reeds  in andere documenten staat, en men daar aanvulling kan vinden, even heel summier zaken gesteld. Hoofdrollen spelen curator Sweens, en de advocaat van een  zogeheten contractteler mr. Duijsens, die de contractteler Bleeker vertegenwoordigde (en vertegenwoordigt).   We verwijzen naar het bijgevoegde rapport van 5 deskundigen (recent voltooid 5a t/m5g)), en vooralsnog onbestreden door Duijsens, wat aantoont dat deze Bleeker grote verwijtbare fouten maakte, en daardoor volgens de wet, in onze rechtsstaat, en rechtszekerheid, dankzij onze capabele rechters, niet beloond had behoren te worden.  In rechte had deze Bleeker ons de enkele tonnen schade, door zijn gepruts aan ons toegebracht, behoren te vergoeden.  Hoe is het dan mogelijk dat dit mij persoonlijk, in privé, volledig heeft geruïneerd, en dat deze Duijsens (zijn cliënt zal er geen cent van zien),   iedere maand  een deel van mij A.O.W. opstrijkt.

Zoals elders beschreven hadden  we in de basis een goed bedrijf maar hadden we in 1999  een opstapeling van rampen en schadelijke zaken.  Als daar die z.g. Bleeker zaak niet bij, of bovenop was gekomen was de ING Bank door blijven financieren en zouden een jaar later de stroppen alweer zijn goedgemaakt,  maar men wilde de prognoses niet geloven, zegde de financiering op, maar in een harde onderhandeling slaagden we in een doorstart waarmee o.a. het werkeloos raken van het personeel, en een kapitaalvernietiging van enkele miljoenen werd voorkomen die anders voor rekening van crediteuren zou zijn gekomen.   Bij bedrijven in nood of bij faillissement wordt altijd (in het belang van de werknemers) om een doorstart geroepen, dat wij dit hebben kunnen regelen durf ik (ook al regelde ik het zelf) een huzarenstukje te noemen, dus, ondanks de wanprestatie van Bleeker die onze ondergang had veroorzaakt hadden we toch veel gered.

Tegen Bleeker was een rechtszaak aangespannen, waarbij Duijsens beweerde (en is blijven beweren) dat Bleeker alles goed had gedaan en dat wij inferieur plantgoed hadden geleverd, en ook werd beweerd, dat er eigenlijk af was gesproken dat Bleeker er best een puinhoop van mocht maken maar we evenzogoed moesten betalen, en heeft hij in de tussenliggende periode van inmiddels 16,5 jaar alles aan elkaar vast gelogen, waar een capabele en gemotiveerde rechter zo doorheen had kunnen prikken. Detail was dat een groep vakgenoten, met medewerking van advocaten, o.a. een toenmalig  collega van Duijsens, onze lucratieve handel hadden trachten te stelen, wat duurde van 1990 tot 1997  wat de rechters doorzagen en (in verwees er al naar) ze in het stof deed bijten, waarvan vanuit die (ik noem het nu maar de Duijsens) groep men nog allerlei wraak en agressie acties genereerde door relaties en o.a. contracttelers tegen ons op te zetten in geval van een geschil  om ons nog optimale schade aan te doen, wat ons onnodig nog pakweg 5 andere rechtszaken opleverde, aangezet en aangestuurd door vooral ene mr. Venbroek die ook de Bleker zaak bij Duijsens aanbracht, en advocaat Wolf, toenmalig een directe collega van Duijsens bij kantoor Barendz en Krans. Die zaken leverden ons veel extra schade op.  Dit is ook wat we in de Bleeker zaak onderscheiden,  Bleeker zelf is ook de dupe, hij betaalt Duijsens en heeft in 16 jaar nog geen cent terug gezien, en laat zich alleen gebruiken  (ook al is Duijsens relatief succesvol) en opjutten, en heeft Duijsens goede schikkingsvoorstellen gepareerd, en heeft hij kennelijk zijn cliënt nog steeds goed onder controle.

Wij hadden in de doorstart de nodige problemen en de doorstart zou snel mislukt zijn, en op voorhand al niet mogelijk,  als we niet zowel handelstechnisch, als ook financieel waren geholpen door het Bloembollenbemiddelingsbureau  HOBAHO,  en hun medewerker dhr. Siebelt, en, nu zij betrokken waren, gebeurde veel in overleg.   Ze verleenden noodhulp maar geen financiering,  met als doel snel een nieuwe financier te vinden.  Dit is nooit meer gelukt, in 2009 is het doorgestarte bedrijf verkocht.  Door eerdere betaling aan ons en afgesproken latere betaling van leveranciers bleef het bedrijf draaien maar dit kostte alles extra  rente, kosten etc. Wat ook in de papieren liep. Daardoor bleven zaken moeizaam gaan, evenzogoed hadden we met alle crediteuren afspraken gemaakt, overeenkomsten gesloten en regelingen getroffen en zouden we achteraf bezien ca.eind 2004 alle crediteuren (met mede hulp van HOBAHO) hebben afbetaald, en HOBAHO ca. 2 a 3 jaar later. Aan de hand van de zaken en feiten zoals die zijn gegaan kunnen we dit achteraf bezien, met zekerheid stellen.

Dan zouden alle zaken afgehandeld zijn geweest, en ons leven weer normaal en stressvrij,  maar zaken liepen anders. Allereerst gaf ING Bank ons alsnog grote problemen. Die kwamen de afspraken niet na, hebben het onroerende goed geveild, zelf opgekocht, en is door ons  (het doorgestarte bedrijf) teruggekocht. dit in 2003, het jaar dat ook de twee doorgestarte B.V.s  in faillissement geraakten. Doordat het bedrijf en de handel  structureel goed was, leidden al die extra kosten, stress, extra tijd en energie, toch niet tot de ondergang van het doorgestarte bedrijf, maar kwam wel het afhandelen van oude schulden in de knel. Voor alle duidelijkheid, Wat wij deden was datgene wat een curator behoort te doen. We achtten dit onze morele plicht (eenieder had zijn goederen of dienst geleverd), en dit tegen adviezen in van lieden die anders waren ingesteld. Ook adviseurs gaven in overweging om de zaak te laten ploffen en de crediteuren het nakijken te geven. De meeste crediteuren (ook al werd het bij eenieder een verschillend verhaal) , hadden ook begrip voor zaken en omstandigheden, zodat het bij de meesten in goede orde verliep.  Begin 2003 was ca. 2/3 geregeld.  Evenwel,  de faillissementen   gooiden roet in het eten,  dit heeft er voor gezorgd dat het doorgestarte bedrijf het extra moeilijk kreeg, er veel geld nodeloos moest worden verbruikt, dat de crediteuren daardoor niet meer afgeregeld konden worden volgens de afspraken, en  dat curator Sweens zijn zakken weer wat bij kon vullen, die al vol zaken met de buit bij anderen gescoord.

Inmiddels liep vanaf febr. 2000 de z.g. Bleeker zaak waarbij wij Bleeker een royaal schikkingsvoorstel deden, dus veruit het grootste deel  van de schade voor lief zouden nemen, maar ze vroegen advies bij oude vijanden van Groot, mr. Venbroek en Duijsens, die Bleeker van een schikking weerhielden, om  Groot en zijn bedrijf nog eens maximale schade te kunnen berokkenen. Met correcte rechters en rechtspraak had dit nooit kunnen slagen maar door hun netwerk en manipulatie vermogen zijn ze zeer succesvol geworden.  Van lieverlee zijn de lijnen ook steeds duidelijker geworden en zijn we op basis van de ervaringen, feiten en waarschijnlijkheden van alle zaken tot alle conclusies gekomen die we ten beste geven, in dit document en in andere beschrijvingen. De meeste andere crediteuren waren er mee bekend dat de strop bij Bleeker de emmer bij de ING Bank over had doen lopen, en dat Bleeker dus ook de hoofdoorzaak van hun problemen en ellende waren, dus voor Bleeker bij hen weinig sympathie.

Waar het fout liep was bij GUO, het z.g. sociale fonds, later overgegaan in het GAK.  Op zich is het een bizar verhaal van agressieve en sadistische idioten, wars van enig humaan gevoel, bezig met eigen belang, en wegsmijters van publiek geld. Hoewel dit GUO altijd zeer agressief was in inning enz.  waren we tot een afspraak gekomen, voorafgaand aan de z.g. doorstart. Bij hen bekend  dat bij een faillissement de bank niet kon worden voldaan dus voor hen nul, en bij een doorstart  zouden we trachten om 50 % van de vordering (die nooit concreet is vastgesteld), te voldoen, en is men akkoord gegaan met de z.g. doorstart, en zouden ze een half jaar ons met rust laten, mits de doorgestarte B.V. wél  stipt af zou dragen, en als zaken vlot getrokken waren dan verder in gesprek gaan.  Ca. een half jaar later nov. 2001 kregen we brieven van een incasso bureau IMNederland die alle incasso voor GUO deed, dit dus buiten de afspraken om.  Bij GUO was de contactpersoon inmiddels weg en wilden ze niet reageren of iets bespreken nu het ” uit handen” was gegeven, want nu liep alles via het Incassobureau. Contactpersoon was ene mevr. van Oosten die ons overschreeuwde, en  criminaliseerde, en dreigde enz. De (geschatte vordering was met 15 % verhoogd te hunner behoeve, ca. 30.000 euro die ze dus voor zichzelf wilden incasseren).

Op enig moment is er toch weer met GUO zelf contact gekregen (vraag niet hoe en met hoeveel moeite) en is door hen om een concept boekhouding verzocht die nog geforceerd is gemaakt en ingeleverd, en zou er daarna, alsnog overleg gaan komen.  Ook dat contact was later weg of onbereikbaar of mocht niet meer communiceren, en na een ordner vol bedreigingen enz. werden zaken uit handen gegeven aan Advocaten kantoor van de Veen en een advocaat Robustella.  Terwijl  we met de enen persoon bij GUO overlegde en tot consensus zouden komen, blijkt uit een bijgevoegd document, dat anderen bij GUO (Nelly Soukotte en Cobie Goudriaan) toen aan Robustella al door hadden gegeven dat hij  een faillissement door mocht gaan drukken. Vermeld staat dat door ons op aanmaningen etc. nooit was gereageerd, dus een puur onjuiste bewering.  

Op basis van het  voornoemde etc. hebben we ter zitting verweer gevoerd. De beslissende rechter was mr. Blokland die we nog veel tegen gaan komen en bespreken en benoemen. Die heeft de zitting twee weken verdaagd zodat partijen tot elkaar konden komen, nu dat voor ieder het beste zou zijn. Op zich een goede beslissing. Wij hebben ons verwonderd over de ongekende agressie van die Robustella, en  zijn z.g. procureur die ter zitting was, ene mr. Pot. Onbegrijpelijk wat er leuk is om mensen onnodig in de ellende te storten en ze als voetveeg en underdog te behandelen. Duidelijk was ook steeds gesteld dat we een 50 % bod hadden liggen wat besproken zou worden maar in de GUO organisatie werkte kennelijk iedereen langs elkaar heen, en hield men van sadistische spelletjes. Op de waarschuwing dat ze het aanbod zouden verspelen werd niet gereageerd of weggehoond of gelachen,  puur sadistisch dus op bizarre wijze.

We wilden tot iedere prijs dit faillissement voorkomen. We waren net zo ver dat we een bespreking bij Rabobank gepland hadden voor een financiering. Bekend was dat dit sowieso niet zou worden verkregen als er betrokkenheid was bij en faillissement. GUO  beheerde naast sociale lasten ook een pensioenfonds, verschillende instanties dus, dus altijd een steunvordering ter hand.  wel waren er nog gesprekken geweest met zowel GUO (die weigerden te communiceren en naar Rubustella verwezen) en met Robustella. Van dat gesprek heb ik direct een verslag gemaakt. Dit gesprek was buitengewoon onprettig en destructief.  Alleen de gehele vordering met alle bijberekende kosten betalen en anders Bingo.  Ter voorkoming van de rampspoed hadden we de kleinste vordering betaald, zodat er geen steunvordering meer was voor de andere, zodat het feest niet door zou gaan. Die leidde tot een ongehoord lange zitting, met diverse onderbrekingen voor overleg. In een net afgehandelde zaak had een mr. Planting een brief verzonden om voor een oplossing te pleiten nu de doorgestarte B.V. anders onnodig en nutteloos ten gronde zou worden gericht. In die brief stond een zinsnede dat er “weliswaar nog meerdere crediteuren nog niet betaald waren, maar dat met allen er afspraken waren, en dat zaken opgelost zouden worden. Mr. Pot, in overleg met Robustella, toverde die brief uit zijn tas, en stelde dat er, hoewel niet gespecificeerd bij naam, er toch onbetaalde crediteuren waren dus een onbenoemde steunvordering ergens wél aanwezig was, en dit bezegelde ons lot.

Einde beschrijving van introductie opmerkingen en  korte beschrijving van voorgeschiedenis, (gedetailleerd beschreven in document 7 en 8 “Het land waar de leugen regeert.”)

Begin van beschrijving van de betrokken rechters, in hoofdzaak bij de Bleeker zaak, en de beschrijving van hun handelen, en beoordeling daarvan door ons (goed, dubieus, corrupt, merkwaardig, onverklaarbaar, enz.).

Voornoemde mr. Planting was betrokken bij een familieruzie die hoog op was gelopen, waarbij flinke zakelijke belangen speelden. Hij betreurde het zeer dat zaken zodanig afliepen, dat zijn stellige oproep om gezond verstand te laten prevaleren, boven agressie en sadisme, juist  werd gebruikt voor tegengesteld doel (en natuurlijk ook laf, flauw en gemeen). Hij was het er volledig mee eens dat de rechter die dit honoreerde, dit niet had behoeven te doen, het faillissement niet uitspreken was ten volle verdedigbaar geweest, en in zowel zakelijk als menselijk opzicht, voor iedereen het beste geweest, en dat wist die rechter zelf ook . Hierbij opgemerkt dat GUO dus dankzij hun actie geen cent meer heeft ontvangen en anders 90.000 euro zou hebben ontvangen. Op dat moment was dit waarschijnlijk maar niet zeker, en achteraf bezien dus ook zo uitgekomen.  Sprake was van Onnodig en nutteloos verspeeld gemeenschapsgeld, door een stel sadisten. Achteraf bezien was die betaling aan hen wel mogelijk geworden en is een veel groter bedrag verspeelt door de ellende waarin ze ons hebben gestort. Voor ons, dus het doorgestarte bedrijf had dit de consequentie dat we 32.000 euro kwijt waren, en ruim 10.000 advocaat kosten en  extra tijd en stress die de bedrijfsvoering benadeelde.

Recta nos malum