13.0 De (liegende) Pinokkio Advocaten.

De  (liegende) Pinokkio  Advocaten.

Orde van Advocaten,   Tuchtraad.
Advocaten reglement  artikel  30

(zie ook samenvatting in het volgende document)

Regel  30   (Regel 30 van het Advocaten reglement wordt hierbij geciteerd)

De advocaat dient zich te onthouden van het verstrekken van feitelijke gegevens waarvan hij weet, althans behoort te weten, dat die onjuist is.  

Toelichting

Toelichting op regel 30  (regel 2 oud)

De oorspronkelijke gedragsregels spraken van een “mededeling ”  waardoor de rechter of de tegenpartij zou worden misleid. Waar het bij de voorlichting op het juridische vlak vaak op interpretatie aankomt gaf de oorspronkelijke tekst aanleiding tot misverstanden.  De nieuwe formulering richt zich specifiek tegen het verstrekken van feitelijke informatie die,  naar de advocaat weet, onjuist is of die tot nader onderzoek noopt, alvorens zij wordt gepresenteerd.

(einde citaat uit het reglement)

  1.   Dit is dus zoals het in het reglement is beschreven, de oorspronkelijke tekst is dus gewijzigd, want die gaf aanleiding tot misverstanden, maar voor ons dus niet, en gebleken is ons dat een al of niet gewijzigde tekst ook geen enkele verschil maakt, want gewijzigd of niet, veel advocaten lappen deze regel, hoe ook geformuleerd, aan de laars.  Er staat gewoon dat de advocaat niet mag liegen.  Het is ook weinig anders te lezen als dat, als een advocaat aan de waarheid zoals het hem wordt aangereikt, door een cliënt, aan de juistheid twijfelt, hij / zij dan zelf maar even nagaat of het wel allemaal klopt, voordat hij / zij zaken in een procedure gaat brengen.  Voor degenen die gewoon volgens hun reglement willen handelen is dit een simpele, en gemakkelijk na te komen regel. Sorry cliënt, ik heb even een paar zaken nagevraagd en gegoogeld, en die en die bewering van u is puur onjuist, ga ik dus niet in brengen. Dat wil ik niet (want ik ben een net mens) en dat mag ik ook niet volgens ons reglement waar ik geacht van wordt me daar aan te houden. Met uitsluitend dit soort nette advocaten zou de rechtspraak op zijn kop komen te staan maar wel zeer ten goede.
  2.  Zelf (P. Groot) heb ik (zoals u inmiddels heeft begrepen), nogal eens mijn recht moeten zoeken, of me tegen onrecht moeten verdedigen. Lange tijd heb ik daarbij een advocaat gehad die er ook niet over zou prakkiseren om bewust onwaarheden te stellen.  Nu behoefde hij dit ook niet, immers, als je in je recht staat, en zaken op feiten zijn gebaseerd, is onwaarheid onnodig, maar hij heeft toch wel eens wat extra vragen gesteld om na te gaan of zaken juist waren. Voor die advocaat, en advocaten van gelijke instelling, is zo een regel, en ook de rest van hun nep reglement ook helemaal niet nodig en daar was hij natuurlijk niet de enige in, ook al heb ik het vermoedelijk wel over een (flinke?) minderheid.  (kom nog op hem terug).  Dit is dus wel giswerk op basis van eigen ervaring, en verder nooit echt onderzocht.
  3.  Het zou de rechtspraak natuurlijk ook goed doen als alle advocaten zich in redelijke mate aan de waarheid hielden, even nachecken als je twijfelt.  Je collega liegt niet, dan doe jij dat ook niet, en de rechter vertrouwt daar op en behoeft niet, of veel minder aan de zogezegde waarheidsvinding te doen, en alles gaat vlotter en eerlijker, zaken die we allemaal wel willen, zou je denken, als je niet door schade en schande wijs was geworden.  Eerste voorwaarde zou een kwestie van morele instelling moeten zijn (waar nooit iets mis mee is)  Volgende voorwaarde is dus handhaving, natuurlijk niet wij ieder wissewasje, geen heksenjachten, maar als duidelijk is dat een advocaat zelf zaken verzint, opzettelijk de waarheid verdraaid of omdraait, verzonnen beschuldigingen uit, dan zou daar krachtdadig tegen op moeten worden getreden, dat advocaten alleen al uit respect voor hun reglement zich dat soort zaken uit het hoofd laat.  We benoemen hier feitelijk ook gewoon puur crimineel gedrag.
  4.  In totaal hebben wij 4 klachten ingediend aangaande leugens door dhr. Duijsens gebezigd.  We zijn dus echte ervaringsdeskundigen geworden, en hebben ervaren dat de “Tuchtraad”en daarbij dus ook de Order der Advocaten absolute NEP is, en een overduidelijk voorbeeld is van “Slagers die het eigen vlees keuren” en dat vlees goedkeuren voor consumptie terwijl het al half verrot is en aan alle kanten tegen je op stinkt.  Een ervaring die je niet zou geloven als je dit niet alles had meegemaakt, en dus ook daarvan het harde bewijs voorradig hebt.  Inmiddels heb ik van de klachten en de verweren van Duijsens en de reacties van de Deken en aanverwante lieden, twee volle ordners op de plank staan, die ik op internet, en op deze website zou kunnen plaatsen, maar ik zal me beperken tot een paar uitspraken, en een paar pleitnota’s die aantonen en weergeven wat ik hier beschreven heb en nog nader aan zal gaan vullen.
  5.  Ook zal ik alleen wat delen beschrijven omdat de rest meer van hetzelfde is, maar de lezer mag en kan aannemen dat die twee volle ordners bestaan.  Duijsens begon de z.g. Bleeker zaak tegen ons zoals elders is beschreven, maar ongeveer uitsluitend op basis van onjuiste en ook duidelijk verzonnen beweringen.  op zich is dit al buitengewoon irriterend, maar nog irriterender, maar ook schokkender is, als je tegenbewijs levert, wat  wordt genegeerd, en geen enkele aandacht verkrijgt, terwijl je wordt veroordeeld op de onbewezen leugens, in dit geval dus van Duijsens. In de door Duijsens zelf begonnen, eerste rechtszaak,  bleek pas na de eerste uitspraak, dat er sprake was van een vervalst proces verbaal wat de doorslag gaf, ofwel ons de das om deed, en een oordeel van een rechter die dit kennelijk in handjeklap met de vervalser had geregeld, maar dat zijn zaken die allemaal zijn beschreven, (of nog worden beschreven) maar hier dus niet zo zeer aan de orde zijn.  We hebben het nu over een advocaat die alles aan elkaar vast loog en dit kennelijk ook nog  bleek te mogen volgens hun eigen kromme uitleg van hun reglement.
  6.  Natuurlijk kent een leek dit advocaten reglement eigenlijk niet, maar er kan een moment komen dat iemand zich echt af gaat vragen al die liegerij nu zomaar kan en mag, en zaken na gaat zoeken, en dat bleek dus zomaar niet zo te zijn, in feite werd liegen nadrukkelijk verboden.  Dit was dus reden voor onze eerste klacht. In die klacht beschreven we 23  zaken die puur onwaar waren, met daarbij stukken gevoegd die bewezen dat ze onjuist waren.  Daar leerden we dus ook de gang van zaken kennen, en ook de procedure zoals het met zo een klacht gaat,  die we nog gaan beschrijven.  Die eerste klacht dienden we in in 2012.  Dat was 6 jaar na de eerste dagvaarding, en nadat er al meerdere uitspraken waren, ook in hoger beroep.
  7.  In het verleden, pakweg ruim 20 jaar terug, hebben we ook een paar maal klachten ingediend,  daar kwam dan altijd een (volwaardige) zitting van, waartegen je dan ook nog in hoger beroep kon komen. Dat klinkt vrij normaal zal men zeggen, maar die procedure bleek zich flink te hebben gewijzigd.  Nu bleek dat de “Deken” in het rayon, de klacht vooraf beoordeelde, en die kwam met een aantal afwijsgronden.  Dan kon je toch de klacht doorzetten, die dan werd beoordeeld door de (een) voorzitter (of waarnemende) van de tuchtraad. Als die de klacht ook afwees dan mocht je daartegen nog in verzet (democratisch als we allemaal zijn). Als je verzet aantekende dan  was het eerst eens maanden wachten en dan kreeg je een oproep en mocht je komen uitleggen waarom je het er niet mee eens was. Voor jouw z.g. verzetsgronden, het weerwoord van je tegenpartij en mogelijke vragen was dan 20 minuten uitgetrokken.
  8.  Ik sprak eerder over een advocaat die me lang had vertegenwoordigd in zaken. Eind 2002 werd die rechter in s’Hertogenbosch maar in 2012 werd hij 70 wat einde baan betekende, en benaderde ik hem met de situatie zoals die was ontstaan. Zeker voor mij is dat die nooit zou zijn ontstaan als hij mijn advocaat was gebleven, maar zo waren er nogal wat meer zaken.  Hij was bereid om verweer te doen in die verzetszaak, en stelde zaken duidelijk en Duijsens voerde ons inziens geen sterk verweer.  
  9.   Zaken werken dus zo, dat je een klacht in dient, in dit geval dus met onderbouwde en van bewijs voorziene beschrijving van onwaarheden.  Die worden aan de tegenpartij voorgelegd, die reageert daarop, daar kan de klager op reageren en dan de aangeklaagde nog een keer. Het was al vreemd dat Duijsens inhoudelijk nergens op in ging, maar het was hem natuurlijk allang bekend dat hij niets van zijn collega’s en vrienden had te vrezen, en dat de gehele klachten regeling een nep en schertsvertoning was, alleen geldend voor de Bühne, en met de opzet om zich naar de buitenwereld te manifesteren als streng en rechtvaardig.  Onze mening is inmiddels ook dat het veel publiciteit genererende tuchtrechtproces tegen Moszkowitcz   alleen maar als doel had om zich naar buiten daadkrachtig te manifesteren, om hun werkelijke aard te verbloemen en te camoufleren.  Saillant detail was daarbij dat die tuchtraad (tegen Moszkovitcz) in eerste instantie werd voorgezeten door rechter Blokland,  een rechter die in onze zaken een rol speelt o.a. als overtreder van aanbeveling 8,  en als R.C. waarbij hij curator Sweens steunde bij zijn zakkenvullerij.
  10.   Die gang van zaken was dus verrassend en ook verhelderend.  Men zou verwachten dat een beklaagde zich zou gaan verweren tegen de gedocumenteerde onwaarheden, maar dat gebeurde niet meer als een ontkenning van een paar zinnetjes. Op geen enkele wijze werd dus op enig inhoudelijk iets ingegaan.  Dan was daarbij het hoofdverweer dat zaken dateerden van 2006 en dat werd als te lang geleden bestempeld. Feit is evenwel dat er geen verjaringstermijn is voor een klacht, maar andere feiten waren dat er inderdaad in de dagvaarding van 6 jaar terug een deel onwaarheden  waren geuit en beschreven, maar ook een aantal zeer recent, dus dateerden van hooguit een jaartje terug (en één echt duidelijke en grove leugen behoort al genoeg te zijn).  Ook waren er zaken die eerder al eens waren gesteld, terwijl later het tegendeel werd beweerd, dus wat is er dan waar?.  In dit geval hadden dan eerst het Dekenadvies, en het z.g. voorzittersoordeel, ook vooral ingezet op een soort verjaring. De stelling was dat er geen verjaringstermijn was, maar dat binnen een redelijke termijn moest worden geklaagd en dat werd  geacht, ca. 3 jaar te zijn.  
  11.   We kregen dus 20 minuten om ons z.g. verzet te onderbouwen.  Dat liep om te beginnen een slordig uurtje uit dus ik zat met mr. van Meel en nog iemand die we als getuige deskundige mee hadden te wachten, met Duijsens op enige afstand.  Van Meel had zaken goed op schrift en verdedigde de zaken met verve.  Hij focusde o.a. ook op de tegenstrijdige beweringen van Duijsens.  Die had in een brief van 15-04-2004 gesteld dat wij bij aanvang van de contractteelt met Bleeker al in financiële nood zaten en een krediet opzegging hadden.  Duidelijk was dat hij op basis van dit verzinsel van een onrechtmatigheid  ons daarmee wilde pakken.   Een simpel recept, je verzint iets wat volgens de wet niet mag, en begint een procedure. Als je daarmee de rechter kunt misleiden, win je (uiteraard onrechtmatig) een recept wat Duijsens al vele malen beproefd zal hebben.
  12.  Nu wij daar toen op hadden gereageerd en aangegeven dat dit onjuist en onmogelijk was, kwam hij 2,5 jaar later met een geheel andere bewering, we hadden de beschikking over grote kredieten en geen geld voor Bleeker gereserveerd en Bleeker ook niet om toestemming gevraagd voor een doorstart. Dit was dus ook wel verzonnen maar tegengesteld aan de eerdere bewering. In ieder geval één van beide beweringen kon maar juist zijn (maar in dit geval geen van beide). Dan had Bleeker ook eigen teelt die naast de onze stond. In een verslag van een gesprek was van Bleeker opgetekend dat zijn oogst ook niet best was. Hij had dus ook gewoon net als wij een halve oogst, wat dus een aantal zaken bevestigden, allereerst dat  het niet echt opzet was geweest, en ook dat het niet aan het plandgoed lag (zoals Bleker later beweerde) maar aan domme teeltfouten, onjuiste aannames, en kennelijke miscommunicatie met de uitvoerder van de teelt. Evenwel, pakweg 10 jaar later stond er in een gerechtelijk stuk van Duijsens “De eigen oogst van Bleeker toonde geen gebreken”.  Zo een bewering zonder enig bewijs behoort geen waarde te hebben, tenzij rechters vooringenomen zijn (zoals ze altijd bleken te zijn). Nu dit verslag bestond was dit uiteraard bewijsbaar een kristalzuivere leugen, en zo waren er nog een paar,  waarbij je dus geen nader onderzoek behoefde te doen maar kon stellen dat in ieder geval één van de twee beweringen een leugen moest zijn.
  13.   Wel werden ook wat bijkomende zaken genoemd maar de klacht werd dus vooral afgewezen omdat men vond dat te laat geklaagd was. Inmiddels liepen de zaken door en kwamen er dus ook weer nieuwe leugens voor de dag, goed voor een nieuwe klacht die dan dus niet te laat kon zijn. De Deken was in dit geval een zekere mr. Mertens  die op loopafstand van Duijsens kantoor houdt. Ik maak ze uit voor een NEP club  en behoor dat dan ook netjes te onderbouwen. Dit kunnen we ook, en bij een gedegen (onafhankelijk) onderzoek zouden alle documenten en alle correspondentie boven water gaan komen en zal ook (mits objectief, onafhankelijk dus onpartijdig) nooit anders geconcludeerd kunnen worden. Al dat materiaal staat dus stand bij. Wij gaan nu dus stellen wat door ons is geconcludeerd, met het aanbod voor nader onderzoek, maar ons daarbij omwille van efficiëncy beperken.  
  14.   Hoofdconclusie is dus dat deze gehele tuchtraad, en daarbij ook de orde, een wassen neus is.  Ze fungeren zo ongeveer als een staat in een staat, en hebben in feite toch zeer veel macht, zoals we hebben gezien in het Moszkovitcz  proces.  Daar is door ons ook nog een opmerkelijk iets van ervaren, waar de Alkmaarse rechters club zich over onze advocaat beklaagde die onder het resort  s’Hertogenbosch viel, met het verzoek om onze advocaat het leven zuur te gaan maken. Die desbetreffende deken is daar niet in mee gegaan, maar het bewijst wel dat men selectief collega’s om zowel goede, als ook foute redenen, uit kan schakelen, en dit soms doet of dit probeert.
  15.   Evenwel, voor zover we nagaan en ook veronderstellen, is er nog nooit een klacht aangaande artikel  30, op enigerwijze gehonoreerd, terwijl Duijsens dus niet de enige leugenaar zal zijn.  Duidelijk is geworden dat artikel 30, een volstrekt dode letter is, alleen in het reglement opgenomen om zich beter voor te doen dan men is, maar de advocaten die de gelederen bemannen van tuchtraad enz. zijn ook advocaten die er aan hechten dat ze voluit raak kunnen liegen, uiteraard met als enig doel rechters te misleiden. Daarbij dient te worden bedacht dat er advocaten in soorten en gradaties zijn, met ook allerlei specialisaties, en dus ook wisselende belangen. Desalniettemin blijkt dat men in het organiserende deel de leugen cultuur maximaal in stand wil houden. Onduidelijk voor ons is  hoe keuze en selectie van advocaten voor de tuchtraad tot stand komt, maar zeker is wel dat iemand die b.v. regel 30 ook maar minimaal zou willen handhaven, tevoren wordt weggepromoveerd. Men zal er wel voor betaald krijgen, maar het lijkt evenzogoed een soort erebaantje te zijn, en het versterkt je c.v.
  16.   Onduidelijk is ons, hoeveel klachten er op basis van artikel 30 binnenkomen, we denken dat dit in theorie er vele zouden kunnen zijn, maar in de praktijk niet al te veel zijn. Men verwacht ook niet van een advocaat van een tegenpartij dat die de waarheid spreek, en geen feiten verdraait, etc. En dat men kan klagen is vaak niet eens bekend, en klagen is meer een middel om je gram te halen, dan dat je er zoveel beter van wordt. Het kost je alleen tijd en veel ergernis. Zoals in ons geval, als alles op onwaarheden is gebaseerd, en er steeds weer nieuwe leugens worden verzonnen en opgekookt, en als rechters daar ook nog klakkeloos in mee gaan, zelfs met negeren van tegenbewijs, dan krijgt men de gedachte dat het recht duidelijk niet blijkt te werken, maar de tuchtraad mogelijk wel, nu er een reglement is, en handhaving verwacht zou mogen worden.  Dat is dus onjuist gebleken en is de schijn ook voor de hand liggend, dat er allerlei onderlinge verbanden bestaan.
  17.   Op zich bezien is het een bizarre zaak,  dat men een organisatie, zijnde dus de tuchtraad, heeft opgetuigd, wat een tijdrovend dus ook duur institution is, om te bewerkstelligen dat men exact het omgekeerde er mee kan bereiken als, waar het naar de buitenwereld voor lijkt te dienen, en alleen als doel heeft om de buitenwereld zand in de ogen te strooien. Pas als men zo intensief als wij, ze hebben benaderd voor handhaving van hun reglement, en daarbij een specifieke regel, wordt gestadig steeds duidelijker dat zaken toch zo in elkaar steken.
  18.   Hoewel bepaalde advocaten met recht hun tuchtraad kunnen vrezen in hun selectieve benadering van personen, is duidelijk dat het gross, zeker advocaten a la Duijsens, op voorhand al weten dat ze van hun tuchtraad niets hebben te vrezen en daar dus ook geen enkele rekening mee houden. Als men toch een klacht aan de broek krijgt, dan is dat hooguit wat vervelend aangaande wat extra tijd wat het kost, maar is wel gebleken dat men zich geen zorgen maakte over de uiteindelijke uitkomst. Zoals gesteld, kon men vroeger een klacht indienen die standaard werd behandeld en kon men daarna ook in hoger beroep, en was er geen griffiegeld verschuldigd. Dat is inmiddels allemaal veranderd en zeker niet verbeterd. Als je een klacht indient worden zaken beoordeeld door de Deken, die zaken afwijst, als je toch naar de tuchtraad wil, moet je dit nadrukkelijk aangeven, dan wordt de zaak doorbeoordeeld door de voorzitter, iemand dus aan de tuchtraad verbonden, die afwijst op dezelfde gronden.  Daar kun je tegen in verzet, waarbij sinds kort 50 euro griffiegeld bij is verzonnen wat ook nooit bestond.  Vervolgens wordt dat verzet ook afgewezen zoals ons dan dus inmiddels vier maal is overkomen, waar geen beroep tegen is, en bereik je dus de tuchtraad zelf dus nooit.
  19.   Om het wat nader te stellen en ook hoe lang men daarmee bezig is het navolgende;  Zoals gemeld hadden we een klacht ingediend, die werd afgewezen omdat men vond, ons inziens geheel ten onrechte, dat er eerder geklaagd had moeten worden. 26 mei 2014 vond er en zitting plaats met  een vonnis van 30 juli.  In die zaak werden wederom grof leugens en verzinsels geconstrueerd, en had alles er ook van weg dat zaken tevoren al ten nadele van ons waren opgezet waarover later meer.  Dit waren dus verzinsels vers van de pers, waarover we ons op 8 november beklaagden en die zaken ook van duidelijke bewijzen voorzagen. De klacht betrof 23 pagina’s tekst, maar met een samenvatting van 3,5 pagina,  waarin 10 onwaarheden c.q.  nieuwe leugens zijn beschreven.  Een reactie van Duijsens op 4 december 2014,  Groot reageert daarop  21 december 2014 Duijsens reageert   3 februari  2015,  daarop volgt het z.g. Dekenadvies  d.d. 16 maart 2015.  Dit lijkt allemaal redelijk snel te gaan maar duurt inmiddels dan toch al bijna 5 maanden. De deken oordeelt dat de klacht deels niet ontvankelijk is en deels ongegrond, dringt er op aan om af te haken, maar als we dat niet willen moeten we binnen een paar weken dit aangeven,  wat we per brief van 04-04-2015 hebben gedaan.  Dan komt er dan de voorzittersbeslissing, in dit geval op 12 mei 2015, en sturen we een verzetschrift in op 22 mei 2015.
  20.  De verzetsbehandeling wordt bepaald op 12 oktober 2015, maar Duijsens vraagt uitstel en krijgt dat ook. Dit brengt de zitting naar 26 oktober, dus wel even 5 maanden na de verzetsbeslissing.  Van die vergadering is (bij uitzondering) een proces verbaal ontvangen, waar ook onze pleitnota van toen, door ons zelf uitgesproken, aan is gehecht. De  verzetsbeslissing wordt dan  14 december ontvangen en zoals al gezegd, ook negatief beoordeeld, dus we zijn ruim 13 maanden verder, en hebben er veel tijd en energie in gestoken, maar de echte tuchtraad wordt niet bereikt en je staat, naar we aannemen en begrijpen net als vele anderen, met lege handen. Naar ons bekend worden er wel (eens) klachten toegewezen, maar het percentage is relatief gering en betreft dan  andere zaken   
  21.   Wat we er dan verder van hebben kunnen leren is, dat, zoals iedereen zal verwachten, dat men bij een klacht, de klacht inhoudelijk gaat onderzoeken. Dit is nu juist niet aan de orde gebleken.  Dit is gewoon  “not done”.  Men heeft daar ook geen middelen en mankracht voor.  Op zich vrij onbegrijpelijk (uitgaande van een serieus instituut).  Het maakt dus ook gewoon geen verschil wat men inbrengt en waar men over klaagt  en in ons geval dus ook hoe duidelijk de feiten zijn, en welk bewijs men bijvoegt.  Vervolgens gaat men dus wél extra waarde hechten aan datgene wat een advocaat te zijner verdediging aanvoert, wat als waar wordt aangenomen, dus die staat altijd al pakweg 2.0 voor, en dit terwijl dit onzin (dus wederom leugens) waren, b.v. Duijsens stelde dat er al eerder over dezelfde zaken was geklaagd, en dat te laat was geklaagd, zaken waarvan zeer simpel van was vasts te stellen dat die onjuist waren, wat niet gebeurde.
  22.  Niet alleen was er geen enkele sprake (niet en nooit) van enige inhoudelijke beoordeling,  Duijsens is zelf ook nooit op enig inhoudelijk iets ingegaan, laat staan bewijs geleverd.  De beoordeling van Deken, voorzitter, en verzetsbeslissing kakelen elkaar dan na, kennelijk zitten delen daarvan al als concept standaard in de tekstverwerker. Ter ondersteuning van wat ik schrijf voeg ik een aantal documenten bij, niet te veel en wie gewoon gelooft wat ik hier schrijf, behoeft ze niet eens te lezen.  We brengen het z.g. Dekenstandpunt in, vervolgens de z.g. voorzittersbeslissing  die in de hoofdzaak een herhaling is van de Dekenbeslissing, en de verzetsbeslissing is wat summierder nu ze stellen dat ze het met de dekenbeslissing eens zijn.  We hebben dan inmiddels nog een paar van die setjes, wat alles met elkaar overeen komt. De hoofdzaken zal ik in een eigen impressie beschrijven, maar is dus in het origineel na te lezen.
  23.   We lezen zoveel als dat die regel 30 wel bestaat, maar dat de advocaat  “een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen, op de wijze die hem goeddunkt”.  Daar staat dus een beetje dat een advocaat best wel aardig wat mag liegen, maar eigenlijk ook weer niet. Niet erg duidelijk dus. Niet alleen hier, maar ook bij herhaling wordt gesteld dat advocaten en b.v. ook curatoren (die ook advocaat zijn) ruime bevoegdheden toekomen. Dit staat nergens in een wet of reglement, dus officieel bestaat het niet, maar er staat dus ook nergens waar dit begrensd is. Wat mag nu wel, wat niet, hoe ver mag je als advocaat gaan. Kennelijk heel ver. Kennelijk eindeloos ver.
  24.   Dan wordt er (onder 4.3 pag. 4) gesteld dat we uitvoerig klaagden over verloop van procedures. Men stelt dat de rechter moet beoordelen, of die zaken wel of niet waar zijn en dat wij daar zaken hadden moeten weerleggen. Dat wij dit hebben getracht is bekend, en dat dit niet slaagde is ook bekend, maar de oorzaken zijn ons ook wel duidelijk (vooringenomen partijdigheid),  maar eenieder heeft toch gewoon zijn eigen verantwoordelijkheid. Door artikel 30 in het reglement op te nemen, is dit een regel die ze moeten handhaven, dus een eigen objectieve beoordeling maken, en zaken grondig zelf onderzoeken. Wat een rechter er mee doet is zijn verantwoording.
  25.   Het standaard verweer is dat de cliënt de feiten aan de advocaat heeft gepresenteerd, dat de advocaat, per definitie geen reden had of heeft om aan de waarheid van de ingebrachte zaken te twijfelen dus dat hij zaken dus ook zo had gepresenteerd, in het kader van. “Ikke niet weten”. Dit is natuurlijk een grote dooddoener. Tamelijk getruckt ook. Daar verschuilt men zich dan achter.   In 4.2 van de z.g. voorzittersbeslissing die we bijvoegen staat; “Met betrekking tot de  onder 2 genoemde beperking moet voorts in het oog worden gehouden dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid van dat feitenmateriaal en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. De voorzitter zal het optreden van verweerder derhalve aan de hand van deze maatstaf beoordelen.”  Op zich beslist te benoemen als vreemde zaken, want zo staat het niet in regel 8. Integendeel zelfs. Regel 8 is eigenllijk niet anders te lezen als, beste advocaat ga even na of zaken kloppen (zeker als je twijfelt) anders overtreed je je reglement. Feitelijk dus nogal onnavolgbaar.
  26.  Wat deze voorzitter, als standaard voor alle ons bekende gevallen en in commissie met alle andere betrokkenen, besluit is dat; “De klacht deels kennelijk ongegrond is, en deels kennelijk niet-ontvankelijk.”   Hij heeft aangegeven volgens welke maarstaf hij de klacht ging beoordelen, en we kennen de conclusie en hebben hier dus de exacte, en algemeen gehanteerde vluchtroute in beeld. Iedere kwaadwillende en liegende advocaat is daar mee bekend en weet dat hij vrij spel heeft, de advocaat mag van de waarheid van de aangeboden feiten uitgaan.  Pas in uitzonderings gevallen mag hij daar aan gaan twijfelen, maar niet omschreven wordt wanneer er zo een uitzonderingsgeval bestaat. In ieder geval zijn die z.g. uitzonderingsgevallen, er in de door ons beschreven zaken in hun perceptie niet geweest. De duidelijk vaste regel bij de tuchtraad, is dat dit de vaste doordoener is die standaard wordt gehanteerd. Dit bevestigd aanvullend dat er overduidelijk van enig inhoudelijk en serieus onderzoek, nooit enige sprake is geweest.
  27.  De alinea’s  4.4. en 4.5.  versterken die conclusie alleen maar.  We zullen die hier ook integraal weergeven (bespaart de lezer om het op te zoeken) “In het onderhavige geval is uit de stukken noch anderszins gebleken dat verweerder de hiervoor bedoelde hem toekomende ruime mate van vrijheid te buiten is gegaan dan wel zich in ander opzicht niet heeft gedragen zoals het een behoorlijk advocaat betaamt. Dat klager een andere visie over de feiten heeft dan de cliënten van verweerder, betekent in het algemeen niet dat het verweerder niet vrij zou staan om de door zijn cliënten aangehangen visie over de feiten te verdedigen en ter zitting naar voren te brengen.
  28.  Evenmin  is komen vast te staan dat verweerder tijdens de gerechtelijke procedures één of meer feiten of omstandigheden heeft aangevoerd, waarvan hij wist, althans behoorde te weten dat die onjuist waren. Dat wil niet zeggen dat de desbetreffende stellingen niet onjuist kunnen zijn, maar het gaat er in de tuchtrechtelijke klachtprocedure om of de advocaat wist, dan wel behoorde te weten dat hij feiten en/of omstandigheden presenteerde die onjuist waren. Klager heeft zijn stellingen ten aanzien van dit punt niet onderbouwd. Ook is niet gebleken dat verweerder zich in enig ander opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat.”.  Zoals gesteld, deze zaken blijken zo ongeveer standaard in concept in de tekstverwerker te staan, en hebben zich in alle vier aangespannen zaken steeds herhaald. Men stelt dus dat zaken best onwaar kunnen zijn (dat is hun ook uiteraard wel bekend) maar bewijs maar eens dat de advocaat dit wist. Uiteraard ligt het er doorgaans dik bovenop, en kan men het gevoeglijk aannemen, maar snoeihard bewijzen dat iemand iets weet wat hij / zij zelf ontkend, is natuurlijk het onmogelijke vragen, en als je al bewijs zou inbrengen zijn zij bevoegd dit af te wijzen wat ze dus doen.
  29.   In de samenvatting kunnen we hier duidelijke en korte conclusies aan verbinden. In dit document willen we dieper op zaken in gaan.  Er zullen pakweg 40  feitelijke onwaarheden zijn beschreven en duidelijk is dat niemand (Deken, voorzitter,tuchtraadleden) naar enig iets inhoudelijk heeft gekeken, nu alle afwijsretoriek al tevoren klaarlag, en ook is gebezigd. Gesteld wordt dat een tegenpartij feiten anders beziet en aangeeft,  wat al onzinnig is want iets wat niet waar is, is geen feit.  Natuurlijk begrijpt iedereen  dat partijen zaken verschillend kunnen bezien en interpreteren, en dat je soms ook met iets wel verschillende kanten op kunt, en dat onbewezen zaken ook niet als feit zijn te benoemen.  Het woord feiten wordt 4 x genoemd maar zijn dus geen feiten maar beweringen.
  30.   Gesteld wordt dan dat feiten of stellingen best wel onjuist konden zijn, maar dat het de vraag is of de (van nature onnozele) advocaat dat zelf ook wist.  Dat moet de klager bewijzen, en dat zouden wij dus niet hebben gedaan. De (echte) feiten zijn natuurlijk heel anders. Alle zaken waren juist goed onderbouwd en van bewijzen voorzien, maar zijn op basis van de vooral al jaren vastgestelde retoriek van tafel geveegd, nu dit ook vrijblijvend en straffeloos kan, en er geen verweer of beroep tegen bestaat. Al in alinea 11 en 12 gaven we aan dat er regelmatig volstrekt tegenstrijdige beweringen zijn gedaan, waar op zich al duidelijk is dat er maar één bewering waar kan zijn, daar is weinig meer aan te onderzoeken, maar nader onderzoek en vaststelling van wat wel en wat niet waar was, is denkbaar, en als zaken niet tevoren al vaststonden had dit aan de orde geweest, en een vaststelling dus conclusie opgeleverd.  In het ene geval (armlastig contra grote kredieten)  zou er ook zeker zijn geconcludeerd dat dit zaken waren die niet uit de koker van de cliënt konden komen, maar door de advocaat opgekookt. Beide opkooksels waren overigens onjuist. Overigens was dit bij veel meer zaken overduidelijk.
  31.   In het andere toen genoemde voorbeeld, wordt er een opmerking van de teler opgetekend, waar aan de waarheid er van niet behoeft te worden getwijfeld.  Ook daar kan het nauwelijks anders zijn als dat de advocaat zich realiseerde dat, als de teler zowel contractteelt als eigen teelt op het zelfde perceel heeft staan, en van beide is de teelt slecht, dat dit dan b.v. niet aan slecht plantgoed van één partij kan hebben gelegen, en dus alleen aan fouten bij de teelt (Bleeker beweerde c.q. loog dat slechte teelt door slechte kwaliteit plantgoed kwam, maar dan zou hij ook slecht plantgoed hebben gehad?) .  Dat de voornoemde opmerking was opgetekend was de advocaat even vergeten dus die ging beweren dat, in tegenstelling met de teelt van Groot die slecht was, de naast gelegen teelt van Bleeker wél goed was (uiteraard zonder enig verder bewijs geponeerd).  Zoiets bedenkt de cliënt niet maar is opgekookt door de voluit liegende advocaat.  Zulke zaken waren dus simpel te detecteren geweest, en bewijzen ook dat er gewoon nergens naar is gekeken, terwijl voor wordt gewend dat nog wel van enig onderzoek sprake was.
  32.   Zo werd Groot ook van allerlei zaken beschuldigd, gecriminaliseerd, en zogezegd met bakken modder overgoten, terwijl Duijsens Groot daarvan beschuldigde, die wel nadelige zaken van Duijsens stelde maar gebaseerd op (aantoonbare) feiten. De navolgende zaken deden zich voor, tijdens de eerste zitting die dus het eerste fatale vonnis opleverde, stelde Groot voor om de procedure, door Groot begonnen, maar aan de curator vervallen en later officieel beëindigd, voort te gaan zetten vanaf het stadium waarin die zich bevond, dus op basis van de bewijsopdracht die zou volgen. Uiteraard was Duijsens daar juist fel op tegen omdat hij juist inhoudelijke behandeling, middels het vervalste proces verbaal, uit had weten te sluiten. Enkele jaren later benoemde Groot dat in een memorie in Hoger beroep, waar Duijsens op reflecteerde dat dit onjuist (dus gelogen) was. Naar zij vaste gewoonte vond hij het nodig om P. Groot daarbij nog wat extra onderuit te halen door daarbij te stellen dat Groot dit had verzonnen, en dat daaruit bleek dat Groot erg ver ging met zaken te verzinnen van zaken, een leugenachtige slechterik dus, terwijl de simpele leugen van ontkenning had kunnen volstaan, maar bij iedere gelegenheid zaken er bij verzinnen om met modder te kunnen gooien vond hij dus nodig. Vergeten was hij dat dit wel in het proces verbaal van die zitting was opgetekend, dus harder bewijs dat juist Duijsens de leugenaar was (en ook de moddergooier) is er niet mogelijk. Zoiets voer je in een klachten procedure dus duidelijk aan, maar wordt genegeerd, kennelijk niet eens gelezen laat staan onderzocht, en men liegt vrolijk verder.
  33.   Overduidelijk is artikel 30  een pure dode letter, en is duidelijk dat veel advocaten er veel aan is gelegen , of er eigenlijk alles aan is gelegen om de leugencultuur voluit in stand te kunnen houden. Om met een strak en serieus gezicht zo een artikel op te nemen is uiteraard ronduit misleidend als er geen enkele, maar dan ook 0,0  uitvoering en handhaving aan wordt gegeven. Dat er enige ruimte en souplesse bestaat is wel denkbaar, ook al zou de maatschappij stukken beter worden als advocaten zich wel consequent aan de waarheid hielden.  Gesteld wordt dat de advocaat klakkeloos zijn cliënt behoort te geloven, en nergens aan mag twijfelen, en pas in uitzonderingsgevallen eens na dient te gaan of het nu allemaal wel juist is wat hij namens zijn cliënt allemaal staat te beweren. Dit terwijl iedereen weet dat zaken zo niet werken en in elkaar steken.  Natuurlijk kan een advocaat weten, en weet die ook nagenoeg altijd, wat waar is, en wat niet waar is, en is dit ook vaak op simpele wijze na te gaan, dus daar is het al zeer gekunsteld, maar dat weet hij ook als de tegenpartij harde bewijzen inbrengt die hij uiteraard ter beoordeling voorgelegd krijgt.  Daarbij zijn zaken verder wel simpel, om bepaalde zaken te winnen, moet je liegen dat het gedrukt staat, en ook nog de sympathie van rechters op de hand hebben (partijdig)  en dit gehele referaat komt uit op het simpele punt dat de malafide advocaten zeer hechten aan hun leugencultuur en gezamenlijk zaken zo hebben georganiseerd en dichtgezet dat ze overal me weg kunnen komen.
  34.   Naar de buitenwereld doen advocaten zich voor als de oprechte moralisten die ze veelal wel, en dus ook vaak juist niet zijn.  Duidelijk moge zijn dat hun (algemene) morele image, (in sommige gevallen dus ook zelfs ten onrechte) lager is dan die van rechters, maar ze zich samen wel als de elite wanen. Dit dan dus te meer omdat curatoren (en ook advocaten) met hun vermeende toezichthouders veel onderlinge contacten en kruisverbanden hebben, wat zich dus als het ware weer opdeelt in zaken die het civiele recht betreffen, en daar ook wel weer een opsplitsing in een soort rangorde opgedeeld in behandelaars van kleine en kleinere zaken en faillissementen, en de beteren (?) voor grote zaken met grote belangen (denk aan shipshol) en ook (bij curatoren) grote faillissementen.  Dat men elkaar in dergelijke gevormde cirkels niet snel afvalt is inmiddels wel duidelijk en mogelijk ook wel navolgbaar. Dit zijn dan de elite cirkels waar ook ruime contacten zijn, met b.v. O. M. en dat soort instituties.  Als dit soort clubs als het ware scheef groeien, groeien ze ook goed scheef en is ook navolgbaar dat, als misbruik van positie en misstanden duidelijk worden blootgelegd, dat men veel heeft te verliezen en er ook veel lieden in min of meerdere mate medeplichtig zijn, Dit is in ieder geval hoe wij zaken analiseren en concluderen en zijn gaan bezien.
  35.   Als men niet wil dat de beerput erg gaat stinken moet het deksel er op blijven, en hoe meer er op of om die put gaan staan, hoe moeilijker wordt het om het deksel er af te krijgen. Toch kan het nooit zo zijn dat zaken iedereen ontgaan. Van onze politici, zullen er best een aantal de wantoestanden niet eens willen zien, en heeft men lieden in eigen gelederen ook zullen er gewoon veel te naief zijn en te goedgelovig, maar nog steeds te weinig zijn zich inmiddels wel van zaken bewust. opmerkelijk was dat we nu al pakweg 8 jaar terug ontdekten dat door Rita Verdonk duidelijke en gerichte kamervragen waren gesteld, kennelijk gebaseerd op haar bekende schrijnende gevallen van leeggeroofde boedels. Rita werd bij de beantwoording met een kluitje in het riet gezonden, maar bij iets meer steun had dit een revolutie kunnen zijn geweest.
  36.   Wel had de overtuiging postgevat dan zaken verbetering behoefden en is er een wetswijziging op een aantal punten doorgevoerd. Zaken zijn door ons gevolgd, middels de stukken die het internet bereikten, o.a. een schrijven van de Opper Deken van de orde, die zich heftig uitte ten nadele van verandering, en instellen van een meer onafhankelijke instantie, en ten voordelen van zaken zoals die gingen, wat alles volgens hem de toets van alle kritiek kon doorstaan.  Zaken stonden in de schijnwerpers en van diverse kanten, werd gemeend en verondersteld dat er een apart en onafhankelijk toezicht orgaan zou moeten komen, nu er aanhoudend klachten en kritiek rondzong, en dus ook veelvuldig het gezegde van de slagers en hun vlees.  Zoals gezegd kwam de “Orde”, en kennelijk een flinke lobby in actie, en werden ze gered door de traditionele middenpartijen.  Het resultaat werd dat er een aantal onnodige veranderingen plaats vonden, die het toezicht op vooral kleine kantoortjes, aan moeilijker (o.a. administratieve) regels bond, en de orde feitelijk meer ruimte heeft verschaft, om te eerlijke individuele advocaten, op vermeende dubieuze gronden uit hun vak te duwen als ze te eerlijk dus te lastig worden. Dat hebben we dus ook recent ervaren, dus zien gebeuren.
  37.   Juist de zaken waar het mis ging heeft men dus overeind en in tact kunnen houden, en zoals al uitgelegd, het is inmiddels een hordenloop geworden om de tuchtraad überhaupt te kunnen bereiken, dus de kamerleden leven in de illusie dat ze recent wettelijk verbeteringen aan hebben gebracht terwijl de malafiden van de orde lachen in hun fuistje, gemakkelijker collega’s uit kunnen schakelen, en de leugencultuur niet is blootgelegd en bezien, maar zaken zijn daar dus enerzijds ongewijzigd gebleven, en anderzijds is de focus er weer een tijdje vanaf, dus feitelijk nog meer ruimte om de leugen praktijken te koesteren en in stand te houden.  

Recta nos malum