10g (2007)Informatie aan belanghebbenden en geinteresseerden

Toegevoegde opmerking per  07-12-10.  Het navolgende betreft de gang van zaken zoals voltrokken vanaf febr. 2003 tot aan sept. 2007 (ca. eerste 4,5 jaar). Deze documentatie op verzoek van (gedupeerde) crediteuren. Hierover ook een boek geschreven,  gebeurtenissen tot jan. 2008. Zaken slepen zich steeds verder voort, zie bijlage 1.

Informatie aan belanghebbenden en geïnteresseerden.

Onderwerp;  Zaken zoals die zijn gegaan en verlopen, c.q. zijn behandeld door curator Sweens als curator van Lico Teelt B.V. en Lico Export B.V.

Termologie;  De curator benoemen we als Sweens

Lico Teelt B.V. en Lico Export B.V. als het beide betreft met Lico.

Lily Company B.V. afgekort als Lily.

Informatie op verzoek van belanghebbenden.

Belanghebbenden zijn;

  1. Crediteuren van Lico  die een vordering hebben ingediend.
  2. Crediteuren die geen vordering hebben ingediend, maar wel zijn benadeeld.
  3. Crediteuren en relaties van Lily die schade hebben opgelopen door het handelen van Sweens.

Met niet alle genoemden maar wel met meerderen is contact geweest over problemen met betalingen van verplichtingen, zowel bij Lico als bij Lily. Aan hen is medegedeeld dat hun belangen niet door Sweens zijn behartigd, wat de wettelijke taak van een curator is, maar dat het juist aan hem en zijn handelen te wijten is dat  zaken niet in goede orde afgehandeld hebben kunnen worden. Door hem is derhalve exact tegengesteld gehandeld als van hem verwacht mocht worden. Dit heeft geleid tot veel kosten en schade, een grote negatieve impact op het functioneren van P. Groot en Lily Company B.V.

 

Navolgende zaken zijn verder aan de orde;

  1. Intimidatie en chantage.
  2. Misleiding.
  3. Bedrog.
  4. Diefstal.
  5. Het spreken van onwaarheden.
  6. Niet nakomen van gemaakte (schriftelijke) afspraken / vaststellingsovereenkomst.
  7. Hand en spandiensten aan aan Lico / Lily  vijandig gezinde lieden.

 

Alles bij elkaar zijn dit aantijgingen van formaat, we zouden die niet kunnen / durven uiten als we van alle zaken niet over volledig bewijs en onderbouwing beschikten, in hoofdzaak schriftelijke stukken, somt ook getuigen.

 

Bijlagen dienaangaande worden niet bijgevoegd. Mocht aan enig iets worden getwijfeld of zaken worden bestreden, dan kunnen stukken op verzoek worden getoond.

 

We gaan in op navolgende zaken;

  1. Het hoe en waarom van het handelen van Sweens en de R.C.
  2. Tussenliggende periode doorstart per 01-07-01 en moment van faillietverklaring.
  3. Handelen van het GUO die het faillissement aanvroeg en waarom.
  4. Inhoudelijk verslag van zaken het handelen van de curator en R.C. betreffende.
  5. Nadere onderbouwing van voornoemde punten 1-7  aangaande zaken die aan de orde zijn.
  6. Geschatte kosten en schade aan Lily.
  7. Nadere Opmerkingen.

 

  • Het hoe en waarom van het handelen van Sweens en de R.C.

 

 

Reden van Sweens als zodanig te handelen achten we duidelijk, het vullen van de eigen zak.

 

Zaken geschieden met medeweten en goedkeuring van de Rechter Commissaris mr. v.d. Berg verder te noemen de R.C.  Dat deze aan al deze zaken zijn goedkeuring geeft moge u bevreemdend voorkomen maar is een simpel feit. Waarom de R.C. dit doet, terwijl zaken op zich bezien op ieder punt maatschappelijk onaanvaardbaar lijken te zijn, en de R.C. wars van ieder onrecht zou behoren te zijn is onduidelijk, hierover kan slechts gespeculeerd worden. Het lijkt ons dat een R.C. er pas belang bij heeft en meespeelt in een dergelijk dubieus spel, als hij zelf in de buit mee kan delen. We zeggen niet dat dit zo is, of dat we het aan kunnen tonen maar het zou een verklaring kunnen zijn, die nu nog ontbreekt, voor iets wat in redelijkheid gesteld nu nog onverklaarbaar is.

 

Onze mening is dat Sweens een slechte in zijn soort is, maar ook weer een niet al te grote uitzondering in zijn soort. De goede en correcte curators niet te na gesproken, we gaan er van uit dat die er ook zullen zijn, is er sprake van veel schrijnende gevallen, waarbij vele curatoren geen scrupules of morele beletselen lijken te kennen, ten opzichte van een gefailleerde die ze zonder enig respect en als voetveeg behandelen. Daarover zijn ook reeds meerdere artikelen in de pers verschenen.

 

Sweens was door ons volledig geïnformeerd over zaken, dit houdt in dat Sweens er van op de hoogte was dat Lico middels Lily het mogelijke deed om met crediteuren tot een, binnen de mogelijkheden, optimale afhandeling van zogezegde “Oude zaken” te komen. Ook wist Sweens dat er reeds vele zaken deels of geheel afgeregeld waren, en dat aan verdere afwerking werd gewerkt. Om de zaak te laten draaien moesten nieuwe kosten uiteraard voorrang krijgen en kon alleen gemaakte winst voor oude zaken worden gebruikt. In Lily zijn bepaalde schulden opgelopen ten koste van afwerken oude zaken, om leningen te verkrijgen bleek verder onmogelijk.

 

Gememoreerd dient te worden dat er een tijdsbestek van ca. 20 maanden was verstreken tussen het moment van de z.g. doorstart per 01-07-01 en de failliet verklaring. In die tussenliggende periode waren veel zaken geregeld, en waren er ook afspraken gemaakt voor de nog niet afgewerkte zaken.

 

Die afspraken hebben we niet na kunnen komen doordat Sweens dit onmogelijk maakte, niet alleen maakte hij ons door intimidatie en bedreiging op onrechtmatige wijze een groot bedrag afhandig, daarnaast werd de bedrijfsvoering van Lily gefrustreerd, en beschadigd, en schade toegebracht in de relatiesfeer. Een ongeveer evenredig deel van die schade, had niet van doen met Sweens, maar kwam door de negatieve uitstraling, en de associatie van relaties en concurrenten van Lico met Lily, wat schade toebracht aan relaties en bedrijfsvoering. Evenwel, ook aan Sweens dient dit in goede mate toegerekend worden.

 

Zeker is ook dat hij grof misbruik maakte van zij positie door een relatie (Hobaho) te intimideren waar Lily, voor zijn voortbestaan van afhankelijk was. Op dergelijke zaken zal nog nader worden ingegaan.

 

Sweens wist dat Lily zaken afregelde, hij had daarbij bewijs dat zaken in goede handen waren, dat Lily daar ook afspraken over had gemaakt en die tot dan aan toe na was gekomen, hij was zich er volledig van bewust dat hij die afhandeling ging frustreren en verstoren, enerzijds doordat het geld wat hij in eigen zak dirigeerde niet meer voor afhandeling kon worden gebruikt, daarbij ook doordat extra kosten voor advies en advocaat gemaakt moesten worden, wat niet meer voor verdere afhandeling kon worden gebruikt, en doordat het P. Groot veel extra tijd kostte wat ten koste van het bedrijf en de bedrijfsvoering, dus het bedrijfsresultaat ging.  Ook was hij zich bewust dat alles wat extra werd verloren door onnodige schade niet meer kon worden gebruikt ter afwerking van zaken, waarbij de nog openstaande schulden van Lico. Hij was zich er dus volledig van bewust dat hij de schuldeisers ging benadelen en het nakijken zou geven door de bedrijfsvoering van Lily te frustreren, waarbij hij zich er niet om bekreunde dat hij Lily naar de rand van de afgrond bracht, waarbij wat hem betrof Lily ook over de rand had mogen gaan, als hij maar met voornoemde methodes zijn zakken nog wat extra kon vullen.

 

Sweens was er derhalve oorzaak van dat Lily de laatste oude zaken niet meer af kon regelen dus daarmee de Lico crediteuren benadeelde, maar hij was er ook oorzaak van dat Lily in betaalproblemen kwam en er wederom betaalachterstanden ontstonden.

 

  1.  Tussenliggende periode doorstart per 01-07-01 en faillietverklaring per ca. maart  2003.

We gaan hier beperkt op zaken in waarbij opgemerkt dat de meesten waar deze informatie aan is gericht zaken van nabij hebben meegemaakt, soms tegen wil en dank betrokken, maar daarbij lang terug dus ter informatie of ter herinnering.

 

Door de bankier werd het krediet opgezegd, dit om meerdere redenen, waarvan we kunnen stellen dat die opzegging onnodig was maar er niet meer zakelijk en in redelijk onderling vertrouwen en respect met elkaar kon worden omgegaan, gesproken en gehandeld. Dit was een proces van meerdere jaren, met op zeker moment een snelle escalatie. De stelling dat opzegging onnodig was, was uiteraard niet de mening van ING Bank maar is achteraf wel bewezen.

 

Resultaten over de jaren waren wisselend maar per saldo voldoende, maar veel interactie resulterend in rechtszaken waar ik niet over hoef uit te weiden omdat degenen die we hiermee informeren er mee bekend zijn en veelal ook mede gedupeerd werden. Zaken, waarbij de z.g. CEBECO zaak domineerden, werden aangezet door concurrenten en lieden die de handel wilden ritselen waarbij bepaalde zaken kennelijk ook persoonsgericht bleken. Toen de CEBECO zaak na drie jaar werd geschikt, ontstond een zeer vervelende affaire met twee broers die zakelijk door ons waren geholpen maar zich kennelijk benadeeld, en verongelijkt voelden, die zaak escaleerde op allerlei ondenkbare manieren wat bij ING Bank, in combinatie met een slecht jaar door incidentele omstandigheden, de Bankier tot stoppen deed besluiten. In een moeizame onderhandeling werd een akkoord gesloten  om een doorstart mogelijk te maken. ING Bank koos er voor de afspraken zoals gemaakt in een later stadium niet te respecteren wat extra problemen gaf.   

 

Van de Bankier vrijgekocht de bloembollenvoorraad, het plantgoed en de inventaris. Duidelijk moge zijn dat de Bankier niet met de betaalde bedragen akkoord was gegaan als hij zaken beter had kunnen verkopen. Plantgoed had alleen waarde, door het specifieke sortiment, als de klanten en relaties behouden bleven en tevreden bleven, daarvoor moest tijdig geplant en alle teeltmaatregelen genomen en kosten gemaakt waar op dat moment geen budget voor was. Bollen moesten geplant bij contracttelers waar nog een oude betaalachterstand was, Niet alles even simpel.

 

Schade ontstond door te laat planten, tevens een grote calamiteit bij een contractteler in Limburg, per saldo te veel problemen en dus een valse start. We vermelden hier dat per 01-07-07 er sprake was van ca. 1,2 miljoen Euro z.g. oude schulden,  waar per 01-07-01 geen oplossing meer voor kon zijn. De waarde van de bollenkraam was gekelderd door onzekere situatie, maar ook een slechte markt. Tevens verkregen contracttelers het eigendom als de verplichtingen niet werden voldaan dus van feitelijk eigendom was geen sprake meer. We bespreken en benadrukken die situatie hier omdat zaken dienaangaande later terugkomen als het handelen van Sweens wordt belicht.

 

Het navolgende is van belang; als er toen een faillissement was uitgesproken dan zouden de roerende zaken ten gelde zijn gemaakt en een doorstart onmogelijk.  De opbrengst zou volledig naar ING Bank zijn gegaan, die daarbij te kort zou zijn gekomen, geen van de crediteuren  daarna meer iets hebben kunnen verkrijgen. HOBAHO had nog enigermate een uitzonderingspositie maar zou ook flink te kort zijn gekomen.

 

Indien die situatie was ontstaan, en b.v. Sweens was curator geworden, dan had hij zaken moeten verkopen en afhandelen, opbrengst aan ING afdragen en faillissement opheffen. Iedere verdere betrokkenen, dat zijn dus degenen waar deze informatie voor is bedoeld, dus degenen waar zaken later in meer of mindere mate mee af zijn gehandeld, zouden in het schip zijn gegaan en zijn dus vele malen beter af  geweest door de doorstart en de inspanningen die P. Groot zich heeft getroost om zaken naar vermogen geregeld te krijgen. Zeker is dat alles zou zijn afgehandeld, en Lily Company B.V. niet de problemen die ze nu nog heeft zou hebben, als het GUO mee had gedaan aan een regeling of i.d. Dat het GUO dit wenste is niet aan Sweens verwijtbaar, de wijze van handelen zoals reeds voornoemd van Sweens en de R.C. nadrukkelijk dus wel.

 

Zeker is dat er geen feitelijke grondslag bestaat voor de bewering van vermeend Paulianeus handelen, en Persoonlijke Aansprakelijkheid, zaken waar Sweens Lily en P. Groot mee afperst en chanteert,  op basis van onterechte, onjuiste en ook onredelijke zaken en beweringen maar vooral onrechtmatig, maar dat hij, als hij curator was geworden bij het ten onder gaan van Lico per 01-07-01, hij geen mogelijk of reden had kunnen hebben om dergelijke chantage acties te gaan ondernemen. Voor P. Groot zou dat veel beter zijn geweest.

 

Nu Lily in feite, ca 20 maanden na die datum, in redelijke mate orde op zaken had verkregen, en het werk van Sweens reeds in hoofdzaak had gedaan, en de totale schuldenpositie van de z.g. oude zaken voor ca. 75 % had afgehandeld dus betaald, dit ten koste van extra schuldenlast bij Lily zelf, nu is het toch wel bizar dat Sweens, met de R.C. in zijn kielzog (en kennelijk ook als belanghebbende), het Lily onmogelijk heeft gemaakt om de resterende 25 % afgehandeld te krijgen,  Lily een groot bedrag uit de zak heeft geklopt, op hoge kosten gejaagd, hem veel extra tijd heeft doen steken om zaken te bestrijden die ten koste van de bedrijfsvoering gaan, en bewust en voorbedacht P. Groot veel ellende en narigheid heeft bezorgd. Dit dan alleen om de eigen zak te spekken, terwijl de crediteuren, wiens belangen hij behoort te behartigen, niets van hem behoeven te verwachten.  

 

  1. Handelen van GUO  die het faillissement aanvroeg en waarom.

Het handelen van het GUO is in zowel redelijkheid als in zakelijke zin niet verklaarbaar. Daar waar u Sweens en de R.C. kan benaderen of de door mij aan u verstrekte informatie juist is kunt u dit ook bij GUO navragen, of u antwoord krijgt in onwaarschijnlijk, zaken gaan over meerdere personen en schijven waarbij men zich zonodig achter elkaar verschuilt, feiten zijn evenwel zoals ik ze omschrijf, zaken zijn zonodig met documenten te staven, het dossier is dik genoeg.  

 

Degenen waaraan dit gericht is hebben veelal eigen ervaringen met instanties zoals het GUO en zullen zich niet uitermate verwonderen, desalniettemin lijkt veel kritiek op het handelen van GUO gerechtvaardigd. Als ik zaken naar eigen bevinden beschrijf dan heb ik harde oordelen, ze zijn destructief, volstrekt onzakelijk, de wet negerend, proberen zaken naar eigen hand zetten, sadistisch, a- sociaal.

 

Navolgend vonden zaken plaats; Per begin december 2000 leken zaken met de Bankier de verkeerde kant op te gaan, schriftelijk is het GUO geïnformeerd dat betalingsonmacht kon volgen als we er niet meer uit kwamen. Daarmee was een wettelijke verplichting vervuld. Toen er een aantal maanden later een duidelijk beeld was is aanvullend geïnformeerd, betalingen vonden wel plaats maar er was een flinke achterstand. In mei/juni 2001 is het GUO nogmaals over stand van zaken geïnformeerd en ook medegedeeld dat de mogelijkheid werd bezien om een doorstart in een andere B.V. te realiseren. Uiteindelijk is daar schriftelijke reactie op verkregen dat  het GUO ons een half jaar de tijd zou gunnen, dus niet invorderen, onder de voorwaarde dat het achterstandsbedrag niet verder op zou lopen, dus dat de nieuw te starten B.V. stipt af zou dragen. Aan die voorwaarde hebben we ons kunnen houden.

 

Ca. 4 maanden later had kennelijk iemand anders zaken bij een incassobureau ingebracht, IMNederland.  Bevreemdend en buiten de afspraken om. GUO was verder niet benaderbaar, we dienden zaken met IMNederland af te handelen, degene waar de afspraken mee waren gemaakt was niet traceerbaar.

 

We leefden in de veronderstelling dat de vordering van GUO preferent was, later bleek dit niet zo te zijn (slechts voor een klein gedeelte) dus was er achteraf geen reden om ze anders te benaderen dan andere crediteuren. Dit is wel gedaan, het GUO is voorgesteld dat we een regeling wilden beproeven, van 25 % voor alle concurrente crediteuren en 50 voor GUO betaalbaar over enkele jaren.  De meeste andere crediteuren waren snel akkoord maar GUO gaf geen antwoord, hield zich ook een tijdje rustig, GUO hield zich zelf onbereikbaar, we moesten zaken met IMNederland regelen, de betreffende personen waren er nooit, belden ook niet terug. Contact met IMNederland was buitengewoon onplezierig, een soort eenzijdig schelden en beschuldigen en dreigen. De vraag om akkoord te gaan met de 50 % werd niet beantwoord, moest steeds over vergaderd worden etc. Andere crediteuren waar afspraken mee waren werden ongeduldig en begonnen eigen acties, enz. Om de paar maanden hebben we ons schriftelijk gewend tot IMNederland en / of GUO.  Een feitelijk antwoord werd niet verkregen.

 

Per ca. Oct. ging een advocatenkantoor, van Veen advocaten, in opdracht van IMNederland en GUO verder met actie,  zaken waren onder de supervisie van mr. Robustella. Toen die dus aangeschreven dat er een voorstel, al ca een jaar bij hun lag waar geen reactie op kwam, tevens dat het faillissement waar ze mee dreigden voor de doorgestarte B.V. zeer schadelijk zou zijn omdat, doordat velen Lico en Lily als hetzelfde beschouwden, dit relaties zou schaden en door concurrenten uitgebuit zou worden, dus dat GUO de eigen mogelijkheden om nog iets te ontvangen naar nul terug zou brengen terwijl nu 50 % werd geboden. Het antwoord was geen antwoord maar een faillissementsaanvraag.

 

Op enig moment slaagden we er in om toch direct contact met en beslissingsbevoegde en bij de zaak betrokken persoon van het GUO te krijgen. Die stelde dat wij ons negatief hadden opgesteld, het meerdere malen schriftelijk gedane voorstel was hem nauwelijks bekend. Vanuit GUO en IMNederland hadden ze getracht om met ons in contact te treden maar we waren nooit bereikbaar, de wereld op de kop dus. Nu zaken al in werking waren gezet was het volgens hem niet meer mogelijk het terug te draaien, en ze hadden het nu eenmaal uit handen gegeven en konden er dus niets meer aan doen en het was alles eigen schuld.

 

Op de eerste zitting is door ons pleidooi gevoerd wat er uiteindelijk toe leidde dat de rechter de faillietverklaring 2 weken uit wilde stellen om alsnog tot elkaar te komen, ter zitting was de procureur, zaakwaarnemer van Robustella reeds zeer agressief, het doel moest en zou bereikt worden. Zelf hadden we al langere tijd bij deze zaken als advocaat mr. Sweep ingeschakeld. (Niet te verwarren met Sweens).

 

In de tussenliggende periode is er telefonisch contact geweest met Robustella en P. Groot.  Sprake was in hoofdzaak van een herhaling van zetten, wij boden nog steeds de 50 % over een aantal jaren te betalen, Robustella eiste 100 % + 15 % incassokosten + berekende rente omgaand en in een keer te betalen. Uiteraard wist hij dat wij daar niet aan konden voldoen, andersgesteld, hij wilde helemaal geen regeling, kennelijk is het een leuke sport om anderen ten gronde te richten.

 

Toch kwam in dat gesprek, na vragen en aandringen, waarom ze een groot bedrag per se wilden verspelen, de aap uit de mouw. Ons bedrijf had een, kennelijk redelijk succesvolle doorstart gemaakt, dit is wettelijk, mits volgens de geldende regels ook een reële  mogelijkheid voor iedereen, maar beleidsmatig was GUO het daar mee oneens. Het GUO was bang dat veel meer bedrijven dit dan wel eens zouden kunnen gaan doen en ze de grip op zaken zou verliezen. Om doorgestarte bedrijven feitelijk opzettelijk om zeep te helpen, of om dit te proberen, is derhalve, naar onze mening, de wet in eigen hand nemen. Toen voorspelde P. Groot hen dat ze daar 75.000 Euro mee zouden gaan verspelen, wat  nu terugkijkende ook daadwerkelijk is gebeurd, daar zat GUO niet mee, hun principe om de wet naar eigen hand te zetten mocht wel wat kosten.

 

GUO had geen steunvordering van derden, er was daarbij geen enkele andere crediteur die een faillissement wenste en dus feitelijk zijn vordering daarvoor wilde lenen. GUO gebruikte de vordering van het pensioenfonds wat zij ook beheerden als steunvordering. We meenden er een groot belang bij te hebben om het faillissement van Lico te voorkomen. Om die reden heeft Lily voor Lico de z.g. SASAS vordering betaald, die ca. ¼ van het totaalbedrag betrof.

 

Ter zitting legde de procureur, advocaat van GUO een grote agressie en inzet aan de dag om het faillissement er toch door te krijgen, dit resulteerde in een zitting van 1,5 uur met schorsingen waarin de procureur met Robustella belde. De eerder aangeboden regeling, of welke regeling dan ook was voor GUO onaanvaardbaar, er werd een brief van mr. Planting te voorschijn getoverd die eigener beweging een dringend beroep had gedaan op GUO om tot een regeling te komen. In die brief stond een passage dat er weliswaar meer crediteuren nog niet betaald waren maar dat P.Groot en Lily er alles aan deden om zaken correct af te werken. Die passage bewees dus dat er toch ergens kennelijk meer onbetaalde crediteuren waren en dit vond de rechter voldoende om het faillissement toch uit te spreken. De sadistische agressie die door GUO aan de dag gelegd werd om ons opzettelijk en voorbedacht, en zonder enig zakelijk doel in de ellende te storten bevreemd ons tot op de dag van vandaag nog ten zeerste.

 

Mijn laatste verzoek of er dan een curator kon worden benoemd die zaken zakelijk, objectief en correct af kon handelen leverde ons dan mr. Sweens op. Een oordeel over Sweens laten we aan de lezer van dit document over.

 

Een paar aanvullende opmerkingen;

  1. In later contact met GUO werd er ontkend dat zij opzettelijk bedrijven die doorgestart waren ten onder wilden brengen, hoewel dit precies was wat ze hadden gedaan en dat zelfs met een satirisch fanatisme. Het zou meer het initiatief en de mening van Robustella zijn, die in voornoemd telefoongesprek juist nadrukkelijk had gesteld dat hij volledig in opdracht van GUO handelde, zelfs als Robustella niet volgens de instructie van Guo handelde zijn zij evenzogoed de eindverantwoordelijken.
  2.  In de latere interactie met Sweens beweerde hij dat er door Lico / Lily Paulianeus was gehandeld omdat er met veel crediteuren zaken waren afgehandeld en met een grote crediteur, het GUO zijnde, niets was geregeld. De wereld op de kop dus, GUO was zelfs aanhoudend een dubbel bedrag geboden zonder dat ze voor ca. 90% van hun vordering meer rechten hadden dan andere crediteuren. Daarbij waren zij degenen die een regeling met anderen blokkeerden.
  3. Allerhande zaken, zoals ook de tegenargumentatie van voornoemde bewering, op schrift gesteld aan zowel Sweens als de R.C. worden genegeerd en onbeantwoord en onbesproken gelaten, maar later naar willekeur wel weer herhaald. Overduidelijk kwade opzet / te kwader trouw handelend.

 

 

  • Inhoudelijk verslag van zaken van handelen van curator.

 

In een doorsnee faillissement is een bedrijf in de problemen doordat er meer schulden zijn dan betaalmogelijkheden,  dit gebeurd doorgaans als het bedrijf nog in volle productie is. Ons geval was uitzonderlijk omdat het bedrijf reeds 20 maanden daarvoor met zijn bedrijfsactiviteiten was gestopt, er in 20 maanden tijd dus geen crediteuren bijgekomen waren, en van de crediteuren die 20 maanden daarvoor bestonden er reeds geheel of gedeeltelijk waren betaald, of waarmee een regeling was getroffen. Ook van belang te vermelden dat zaken door Lily waren afgeregeld die daarvoor geen feitelijke verplichting was aangegaan, dus onverplicht

 

Wel was er een formele activa transactie geboekt  van  685.000 Euro die bestemd was voor Lico maar door Lily was op die datum reeds meer dan een miljoen Euro besteed, ten behoeve van Lico.

 

Een curator is aangesteld ten behoeve van de crediteuren en mag als eerste uit de boedel een eigen vergoeding afhouden. Nagenoeg nooit wordt gecontroleerd of dit reëel c.q. redelijk is.

In ons geval kon Sweens constateren dat de boedel reeds 20 maanden eerder was verkocht, er geen openstaande vorderingen waren, dat de opbrengst van de transactie besteed was om crediteuren te betalen en dat er onverplicht nog ruim drie ton, zeg van ruim 50 % extra was betaald aan crediteuren. Sweens en de R.C. konden dus tevreden zijn dat hun werk was gedaan en de belangen van degenen waar hij voor op moest komen reeds optimaal waren behartigd. Van Lily vernam hij dat ook aan het resterende deel werd gewerkt, met uitzondering van GUO die nergens aan mee had willen werken en zaken had gefrustreerd en gesaboteerd, dit tegen beter weten in en om eigen moverende redenen.

 

Van tevreden zijn bleek geen sprake, door Sweens werd Actio Pauliana ingeroepen, wat enige uitleg vereist. Actio Pauliana is in ruime zin gesteld het opzettelijk benadelen van crediteuren wat wettelijk verboden is. Wat daaronder valt vindt doorgaans plaats (kort) voordat het faillissement wordt uitgesproken, als men nog legaal over zaken beschikt. Voorbeelden; de auto wordt verkocht voor half geld aan een vriend, dat soort zaken.

 

Als een curator zulks constateert is het zijn taak daar tegen op te treden, wat echter ook veelal voorkomt is dat een curator constateert dat er geen Paulianeuze handelingen zijn geweest maar dat hij gaat beweren dat dit wel zo was. Daarbij dreigt hij met een proces, wat de betrokkene, die doorgaans in een moeilijke positie verkeert, flink kan gaan kosten, terwijl de schrik er in zit dat de curator, die geen gelijk geeft, dit toch kan krijgen. De curator wil dan wel gaan schikken, als het overeengekomen bedrag wordt geschoven gaat het proces niet door.

 

Sweens zou Sweens niet zijn als hij niet aan die zaken mee zou doen. Weliswaar moet er wel een basisbewering aan ten grondslag worden gelegd, maar die wordt doorgaan geconstrueerd. Zo ook in ons geval. De bewering van Sweens was dat de activa voor ca. 15 % (ca. 100.000 Euro) te goedkoop waren verkocht. Dit op basis van wat giswerk, en zonder degelijke onderbouwing, en voorbijgaand aan allereerst tegenargumenten, vervolgens voorbijgaand aan het feit dat er ruim 300.000 Euro meer was voldaan die de vermeende 100.000 ruimschoots compenseerde, dit weer met het argument dat hij het formele bedrag te laag achtte en hij met het ruimschoot meer betaalde formeel niet van doen had. Duidelijk dus zaken zodanig construeren dat hij ons te pakken kon nemen, terwijl van benadelen van crediteuren geen sprake was.

 

Dan had hij ook een ander argument, namelijk in zijn visie had Lico/Lily een grote crediteur benadeeld zijnde het GUO omdat met alle andere crediteuren zaken waren geregeld behalve met GUO. Reeds gedocumenteerd dat GUO zelf niets wilde, weet u dat die bewering te zot is voor woorden, en weet Sweens dit ook. Daar komt dan bij dat zaken plaats vonden niet voor de faillietverklaring maar daarna. Bij een failliet zonder doorstart zou zulks niet aan de orde hebben kunnen komen, en was alles en iedereen slechter af geweest. Duidelijk is derhalve dat sprake was van een chantage poging te kwader trouw die ook nog slaagde.

 

Onze advocaat was mr. Sweep die we achteraf verwijten dat hij de verkeerde adviezen gaf en onjuist besliste. Pas later werd ons duidelijk dat er zaken bij hem feitelijk mis waren maar of fouten voorbedacht zijn gemaakt of uit onkunde is onduidelijk. Wel is mr. Sweep zelf ook curator in  heel wat faillissementen en is ons inmiddels duidelijk dat curatoren elkaar de bal toespelen. Ze pretenderen dat ze zich sterk inzetten voor de cliënt, maar proberen op flinke schikkingen aan te sturen, en spelen zo elkaar de bal toe. In ons geval is niet alles overduidelijk,  en ligt de waarheid waarschijnlijk in het midden, en was ook sprake van naïviteit en onervarenheid. We hebben hier Sweens als Curator, en Sweep als advocaat.

 

Zaken gingen ongeveer navolgend, Sweens begon met een proces te dreigen wegens Pauliasneus handelen, Sweep stelde dat daar geen grondslag voor bestond, Sweens dreigde er mee door te gaan, Sweep stelde voor om in onderhandeling te gaan om het af te kopen. P. Groot stelde dat hij daar niet over prakkiseerde, het laatste wat hij had gedaan was crediteuren benadelen en als Sweens wilde procederen kon P. Groot hem niet weerhouden. Sweep drong verder aan om te schikken, HOBAHO mengde zich er in, die had belang bij rust in de tent, wilde anders geen contracten schrijven, dit gaf Sweep extra argumentatie en Sweens moed.

 

Het navolgende gaf de doorslag om toch een schikking aan te gaan, hierover is een maal overleg geweest ten kantore van Sweens met Sweep er bij. Daar stelde P. Groot dat de beschuldiging onterecht was en hij niet dacht aan schikken. Sweens stelde daarop dat hij had gezien dat Lico zijn jaarcijfers niet had gepubliceerd. Dat zou voldoende zijn om  P. Groot ook in privé aan te gaan spreken. Hij zou dit evenwel niet gaan doen als nu tot een schikking werd gekomen. P. Groot was o.a. door zijn Boekhouder gewaarschuwd dat dit vervelende consequenties kon hebben en heeft ingestemd om een schikking dan maar bespreekbaar te maken.

 

Door klanten van Lily waren een aantal bedragen per abuis op de rekening van Lico betaald, ruim 12.000 Euro. Sweens weigerde die aan Lily door te betalen, o.i. pure diefstal. Hij wilde dit bedrag wel (voor hem) legaliseren in een schikking. Dat was het eerste deel. Het tweede was de betaling aan het GUO/SASAS, de steunvordering. Volgens zowel Sweep als Sweens kon dit bedrag terug worden gevorderd als onverplicht betaald, of als terug te draaien transactie vanwege vlak voor een faillissement betaald. Wij zouden Sweens 32.000 Euro betalen maar de vordering daarvoor van hem verkrijgen die we legaal zouden kunnen verrekenen. Wij zouden dit bedrag dus op die wijze terug ontvangen, en alleen het door Sweens geconfisceerde geld kwijt zijn. Wij hebben gesteld dat we daarmee akkoord wilden gaan op voorwaarde dat we een lopende rechtszaak (de Bakker zaak) er bij zouden verkrijgen. Sweens meende dat die nog wel 10.000 Euro waard was, en wij hebben gesteld dat hij een beslist onbehoorlijk bedrag vroeg, en dat we van de hele deal afzagen. Daar kwam dan Mr. Sweep in actie ons toch tot schikken te bewegen. Nadat Sweens zijn prijs halveerde en op sterke en langdurige aandrang van Sweep zijn we weer op nieuw door de knieën gegaan. De tijd was rijp voor een vaststellingsovereenkomst.

 

Hierbij opgemerkt het navolgende, later bleek de z.g GUO/SASAS vordering niet rechtsgeldig te bestaan. Sweep zat er gewoon naast en Sweens dus ook of had zich van de domme gehouden en ons derhalve misleid. Sweep verzocht Sweens om meteen op te nemen dat daarmee ook privé aansprakelijkheid was geregeld, omdat hij dit had toegezegd maar Sweens wilde dit niet. Volgens hem had hij dit ook niet toegezegd. P. Groot heeft toen gesteld dat de hele zaak dan niet doorging en wederom een patstelling.

 

Wederom kostte het mr. Sweep al zijn overredingskracht. Een advocaat noemt zich ook veelal Raadsheer, en de cliënt dient vertrouwen in hem te hebben. In een brief d.d. 30-06-03 schreef hij navolgend “Alhoewel ik van oordeel blijf dat ik(Sweep) en de curator ook(dus extra) kort telefonisch hebben gesproken over finale kwijting ten aanzien van eventuele bestuurdersaansprakelijkheid, stel ik voor dit thans maar buiten beschouwing te laten. Een bestuurdersaansprakelijkheidsactie van de zijde van de curator ligt niet voor de hand en mocht zulks onverhoopt wel het geval zijn is dit welhaast nog lastiger te construeren voor de curator dan een actie uit pauliana.” Vrij vertaald schreef hij dus, teken nu maar, bij Pauliana had de curator al geen poot om op te staan, bij bestuurdersaansprakelijkheid nog minder. Daarna heeft hij dit nog eens telefonisch benadrukt en hebben we uiteindelijk toch toegestemd.

 

Anderhalf jaar later 27 december 2004 werden we verrast met een priveaansprakelijkheids of bestuurdersaansprakelijkheidstelling. Uiteraard vonden wij dit toen, en nu nog misselijk makend gemeen.  Zaken werden opgehangen aan het niet tijdig publiceren van de jaarcijfers. De wetgever heeft bedacht dat dit een reden kan zijn voor een faillissement en een ernstig verzuim, de brief van Sweens bestond uit belachelijke onzin, aangaande zaken waar hij wel beter wist, maar zaken bij elkaar fantaseerde. Ons weerwoord werd afgedaan met een dooddoener en bleef inhoudelijk onbeantwoord, de aap kwam al snel uit de mouw, Sweens adviseerde ons om juridische bijstand te zoeken, omdat de R.C. de curator dient te controleren hebben we uitgebreid en duidelijk tot twee maal toe ons schriftelijk tot hem gericht. Het antwoord was dat Sweens nu eenmaal dacht dat hij gelijk had en dat het volgens de R.C. verstandig was juridische bijstand te zoeken. Later herhaalde Sweens dit nog eens. Zaken waren overduidelijk, de tweede chantage ronde, die kennelijk vanaf het begin was gepland, was ingegaan. Niemand adviseert zijn tegenpartij om juridische bijstand te zoeken, dat kan eenieder ook zelf wel bedenken. Het werd er, ook door de R.C. te dik bovenop gelegd, neem een advocaat in de hand, het liefst een die ook curator is, en we zetten onze prijs. Inmiddels waren we bij Sweep weg, en bij mr. Kessnich aangeland die ook curator is en vroeg of hij Sweens moest gaan bellen om te vragen wat die voor prijs in het hoofd had. Ik heb gezegd dat ik niet meer op de chantage van het terroristenduo Sweens en de R.C. in wenste te gaan. Ze dat ook geargumenteerd had geschreven, en verdere zaken af ging wachten.  

 

Daarna heeft Sweens meerdere aansporingen gedaan om de juridische hulp in te schakelen die de chantage actie moest leiden. D.d. 24 augustus 2006, dus 20 maanden na de eerste aanschrijving, kwam dan de Dagvaarding, gebaseerd op het niet gepubliceerd hebben aangevuld met allerlei verzonnen en verdraaide feiten.  Een jaar daarvoor  6 september 2005 had hij nog een laatste waarschuwing gestuurd, en de retorische oproep van hem en de R.C. om mij van juridische bijstand te voorzien. Dat de chantage niet werkte zal een tegenvaller zijn geweest.

 

In hoeverre Sweep onder een hoedje speelde met Sweens of dat hij gewoon heel dom en naïef was in onduidelijk gebleven. In ieder geval heeft Sweens dankzij hem 50.000 Euro in de tas gekregen, in de eerste chantage ronde. In het proces dat hij nu is begonnen kan hij ieder uur declareren, terwijl er geen controle op is en bekend is dat veel curatoren hun vergoeding extra opkloppen. Verliezen kan hij dus nooit, nu dit een prima manier is om het in zijn bezit zijnde bedrag op te procederen, en de crediteuren het nakijken te geven. Mr. Sweep had dit simpelweg kunnen voorzien, die moet hebben geweten dat het gros van de curatoren, hijzelf incluis, ongefundeerd en ongeveer standaard zowel Pauliana als bestuurdersaansprakelijkheid in roept, doorgaans ongefundeerd en te kwader trouw, als beproefde chantage methode.

 

Nog wat nadere uitleg van zaken; Geschat ca. 14 jaar terug werd er vanuit de linkse kerk hard geroepen dat er veelvuldig misbruik werd gemaakt van B.V. die men te kwader trouw liet ploffen en waar de eigenaar buiten schot bleef. 1/3 zou malafide zijn wat inhoud dat er ook twee maal zo veel bonafide zijn. Daardoor werd de wetgever er toe aangezet daar iets aan te doen. De stelling was toen dat de publicatie van de jaarcijfers van zodanig belang waren dat, als die niet (tijdig) waren gepubliceerd, dit een (belangrijke) oorzaak kon zijn dat iemand zaken deed met een bedrijf en niet na kon gaan hoe die er voor stonden en dat dit een oorzaak kon zijn van het faillissement. Daar is dat verder bij bedacht dat niet publiceren gelijk stond aan onbehoorlijk bestuur, en dat onbehoorlijk bestuur leidt tot bestuurdersaansprakelijkheid.

 

Minister van Justitie was toen de huidige minister Hirsh Bellin die later het veld moest ruimen maar nu weer helemaal terug is. Kennelijk was met deze gekunstelde stelling de linkse kerk, niet getergd door veel kennis van zaken, tevredengesteld, zo hadden ze die fraudeurs even goed te pakken, maar bij de behandeling in de eerste kamer was het een VVD senator die over zaken had nagedacht en mogelijk ook gewoon van deze wereld was. Die stelde dat het niet onwaarschijnlijk was dat curatoren dit ongeveer standaard zouden gaan misbruiken. Minister Hirsch Bellin stelde dat hem dit onwaarschijnlijk of onmogelijk voor kwam, allereerst omdat hij verwachtte en veronderstelde dat alle curatoren nette correcte en serieuze mensen waren, maar als er al een foute tussen zou zitten dan was er toch de R.C. een beëdigde rechter, die de curator controleerde en direct terug zou fluiten als die een druppel over de pot zou plassen.

 

Of de VVD senator overtuigd was betwijfel ik, maar de wet kwam er door. Nu we nog steeds (zolang het nog kan) vrijheid van meningsuiting hebben, en een kamerlid een minister knettergek mag noemen en een ex minister de minister president een leugenaar, nu wil ik graag mijn waarde oordeel aan minister Hirsh Bellin verbinden. Hij is ongetwijfeld integer, en zal nagenoeg zonder gezondigd te hebben de hemel betreden maar het is toch onbegrijpelijk dat zo een intelligente en beleerde man gelijktijdig zo naïef kan zijn. De curatoren roven en stelen en liegen en bedriegen en creëren  bewust en gevoelloos veel schrijnende gevallen, waarbij naast veel menselijk leed ook de gehele samenleving schade lijdt, en dit vrolijke prijsschieten gebeurt vlak onder zijn neus en gaat maar door zonder dat hij zich daar kennelijk iets van realiseert en waarneemt.

 

Deze wet is volstrekt zonder enig effect en ook buitengewoon onredelijk. Onredelijk omdat wordt afgeweken van normale rechtsregels. Normale rechtsregels zijn, wie eist bewijst. Kennelijk om de linkse Kerk tevreden te stellen zijn hier zaken omgedraaid. Als niet is gepubliceerd dan is dat een bewijs dat iemand onbehoorlijk bestuurder is, het is dan aan de bestuurder om het tegendeel te bewijzen. Hoewel Hirsh Bellin zelf geen heiden is heeft hij veel correcte hardwerkend mensen, die op enig moment tegenslag ontmoetten, simpelweg aan de heidenen overgeleverd.

 

Zonder enig effect omdat de waarde die aan de publicatie wordt toegekend in de praktijk niet bestaat, de waarde die er aan wordt toegekend is volstrekt onrealistisch. Gepubliceerd moet worden uiterlijk 13 maanden na de balansdatum. Wat is de waarde daarvan als een transactie twee jaar eerder is gedaan, en hoe weet je hoe een bedrijf er voor staat als de cijfers meer dan een jaar oud zijn.

 

 

 

In ons geval is het dan zo dat er na de doorstart geen transacties meer zijn geweest in Lico, dus crediteuren hadden gedurende 20 maanden geen belang bij publicatie van cijfers omdat er geen crediteuren waren. De uitermate kromme bewering van Sweens is dat er niet was gepubliceerd en dat het GUO daarom genoodzaakt was het faillissement aan te vragen, terwijl GUO ruim twee jaar daarvoor schriftelijk volledig op de hoogte was gesteld van de situatie, en daarna op de hoogte gehouden, dus geen enkel belang meer bij publicatie had. Daarbij had ze faillissement aangevraagd voordat de termijnen waren verlopen. Als GUO nog eerder tot hun onzalige actie waren overgegaan dan was dit met zekerheid binnen de termijn geweest en zouden we alle problemen hebben ontlopen.

 

We benadrukken nog eens het bizarre, geen bedrijf zal beamen dat de publicatie voor hen van enig belang is, alleen Hirsch Bellin en de linkse kerk zijn daar in gaan geloven. Als een bedrijf in moeilijkheden er in slaagt om, al of niet juiste cijfers te publiceren, dan gaan ze vrijuit, als ze daar niet in slagen, zoals in ons geval, omdat de boekhouder vooruit betaling eist wat even niet kan, dan is de sanctie dat die persoon volledig kapot wordt gemaakt voor de rest van zijn leven, naar onze mening bizar en extreem.

 

Door Lico was altijd correct gepubliceerd, door betaalachterstand wilde de boekhouder tijdelijk geen werk verrichten, dit zal uiteraard vaker voorkomen, voor die o zo integere en correcte curatoren van Hirsh Bellin, en die goed controlerende R.C.s is het gewoon prijsschieten geworden, en komen ze niet meer bij van het lachen terwijl de zakken uitpuilen van het gestolen geld.

 

Inmiddels loopt de procedure en zal nog wel een tijdje duren.

 

Nadere onderbouwing van de voornoemde punten 1-7 aangaande zaken die aan de orde zijn.

  1. Intimidatie en chantage, duidelijk is reeds dat bedreigingen construeren en met rechtszaken dreigen aangaande Paulianeus handelen en Bestuurlijke aansprakelijkheid bij curatoren standaard is. Zelf zien ze uiteraard snel genoeg wanneer er echt sprake is van dergelijke zaken, in hoofdzaak zijn het dus in elkaar gekunstelde zaken, waarbij de R.C. de curator dekt. Zoals gemeld, de meeste zaken worden geschikt, maar het is uiteraard  niet anders dat hun slachtoffer chanteren en intimideren. Nu we de gang van zaken al hebben gedocumenteerd kan ieder voor zich de conclusies aangaande Sweens trekken., en onze conclusie delen
  2. Misleiding;  Sweens stelde in voornoemd gesprek (van 30-05-03) dat hij had gezien dat wij niet hadden gepubliceerd maar daar zou hij niets mee gaan doen. Op dat moment was hij natuurlijk al van plan dit wel te gaan doen. Sweens was het ook met Sweep eens dat de GUO/Relan betaling kon worden teruggeëist, vrijwel zeker dacht hij dat dit niet zo was maar liet ons daar ook in tuinen. Dit zijn wat concrete voorbeelden maar we kunnen een lange reeks maken.
  3. Bedrog;  De definitie van bedrog volgens de van Dale is “Het op arglistige wijze opwekken van onjuiste veronderstellingen bij een ander” Sweens doet en deed dit aanhoudend, naar ons toe, mogelijk ook naar de R.C. zeker in zijn brieven en dagvaardingen, en zelfs in zijn verweren. Hij doet niet anders en heeft daarbij kennelijk geen enkele morele belemmering.
  4. Diefstal;  Dat veel curatoren (veel) te veel vergoeding in rekening brengen is een bekend feit, en feitelijk diefstal maar niemand schijnt zich daarover te bekommeren. Meer directe diefstal is het navolgende, als een bedrijf failliet gaat vervalt ook de bankrekening aan de curator. Wat daar op binnenkomt is voor hem. Het kan evenwel zo zijn dat er per abuis nog gelden worden ontvangen waar het bedrijf geen recht op heeft. Dit komt zeker vaak voor bij bedrijven die zijn doorgestart. Ook als nadrukkelijk een ander nummer is doorgegeven komt dit toch vaak nog voor. Kort na de uitgesproken faillissementen werd nog voor ruim 12.000 Euro aan gelden  door Lico ontvangen wat Lily had gefactureerd aan verschillende klanten. Voor Sweens was dit pik ik heb je, zie het maar weer uit mijn klauwen vandaan te krijgen. Juridisch is dit wel mogelijk maar kost veel extra moeite en kosten. Je moet met een advocaat in de weer en via de rechtbank, dus in tijd van ja en nee weer enkele duizenden Euro’s Kwijt. Met Sweens is een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin dit bedrag werd gelegaliseerd, dus ook een erkenning dat het niet van hem was. In die overeenkomst is ook gezet dat als er wederom per abuis voor Lily aan Lico werd betaald, dat hij dit direct door zou betalen. Wij verzochten hem de rekening op te heffen en de bank te instrueren eventuele bedragen door te storten aan Lily. Sweens weigerde dit. Ondanks de overeenkomst weigerde hij door te betalen, nadat er weer bedragen foutief werden betaald o.a. een teruggaaf van door Lily Betaalde belasting. We veronderstellen ook dat we het aan deze foute betalingen te danken hebben dat Sweens zaken aangaande Bestuurdersaansprakelijkheid heeft doorgezet. Dit zou onderdeel van het nieuwe schikkingsbedrag moeten zijn wat hij in gedachten had. We hebben aangifte van diefstal gedaan tegen Sweens maar de Politie wilde het niet behandelen c.q. vervolgen. Diefstal is maatschappelijk onaanvaardbaar en wordt bestraft behalve als een curator de diefstal pleegt. Dat vindt kennelijk ook zijn controleur, de R.C. prima, ook als reeds schriftelijk is vastgelegd dat hij in het vervolg handen thuis zou houden. Om Sweens te bestrijden zochten we een advocaat en kregen een tip van iemand die zelf veel faillissementen deed dus er verstand van had. We vertelden hem dat Sweens opzettelijk en voorbedacht geld stal, maar hij stelde dat hij, en iedere curator die hij kende dat deed en dat zelfs een arrest van de Hoge Raad dit fiatteerde. Ik heb hem medegedeeld dat ik een advocaat zocht en geen dief, pas de vierde die ik benaderde was zelf geen curator en had al een zaak tegen een curator gaande. Mij werd veel duidelijk aangaande het onderlinge geritsel en handjeklap.
  5. Het spreken van onwaarheden; Dit is een vriendelijke manier van zeggen dat Sweens een grote leugenaar is. Hoewel de hele zaak eigenlijk een grote leugenpartij is heeft Sweens mij versteld doen staan, zoals gemeld had hij toegezegd de privé-aansprakelijkheid te laten rusten. Later wilde hij dit niet op schrift stellen maar gaf toe dat er over was gesproken. Dit staat in een brief van hem en ook in brieven van mr. Sweep. In de eerste rechtszitting die inmiddels heeft plaatsgevonden, 4 jaar na voornoemde toezegging, ontkende Sweens ten overstaan van de rechter keihard dat er in voornoemd gesprek überhaupt over bestuurdersaansprakelijkheid was gesproken. Dat noemen we liegen dat het gedrukt staat.
  6. Niet nakomen van gemaakte (schriftelijke) afspraken / vaststellingsovereenkomst. Nadat Sweens de buit binnen had geroeid kwam hij eigenlijk niets meer na, een acte die nodig was voor de z.g Bakker zaak kwam niet ofwel jaren later waar die zaak ernstig door is vertraag, hij zou hulp verschaffen bij de GUO / RELAN vordering maar was verder niet meer thuis, maar het grootste bedrog en diefstal was dat er een harde passage over doorbetalen in de vaststellingsovereenkomst stond waarna hij vervolgens niet uitbetaalde. Nu dit geschiedt onder toezicht en auspiciën van de R.C. mr. v.d. Berg, die dus rechter is, en die hiervan op de hoogte is, omdat wij hem hebben geïnformeerd, is Sweens kennelijk een doorsnee curator, maar mr..v.d. Berg een simpele diefjesmaat die zijn beroepsgroep onwaarachtig en ongeloofwaardig maakt.
  7. Hand en spandiensten aan aan Lico / Lily vijandig gezinde lieden.  Dit gaat over de z.g. Bleeker zaak, een kwestie met kweekbedrijf Bleeker Smit. Een rechtszaak die zijn oorsprong heeft in 1999 en door het faillissement als rechtszaak aan de curator verviel. Ook in die zaak is misleiding en bedrog van Sweens evident. Meerdere mensen van de doelgroep die van deze documentatie kennisnemen kennen dit kweekbedrijf, ook kennen velen de z.g. CEBECO zaak, en is er mee bekend dat er nog steeds lieden zijn die ons bedrijf  schade willen berokken. In 1999 werd Bleeker voor ons contractteler, een contract via Bader Bemiddeling, hij teelde ca. 15 % van ons totaal, waarbij iedere contractteler gelijkwaardig plantgoed had, en hij wist als enige met een halve oogst met in hoofdzaak incourante en moeilijk verkoopbare maten te komen. Dit doordat een aantal teeltmaatregelen niet of te laat waren genomen. Lico wilde derhalve niet meer dan de helft van de contractteelt betalen maar was uiteindelijk bereid geweest 2/3 te accepteren. Een poging om zaken in der minne te regelen leek eerst te slagen, maar het tij keerde toen een oude vijand uit de CEBECO zaak Bleeker er toe aanzette om niets te schikken en te gaan procederen, en waarbij Bader de zijde van Bleeker koos. Nu 8 jaar later is Bleeker dankzij dit advies veel slechter af  dan als hij zaken had geregeld, Het bedrijf bestaat eigenlijk niet meer en ook Bader ging een jaar later ter ziele. De advocaat van Bleeker heeft handjeklap met Sweens gemaakt, Sweens is met de rechtszaak, waarin een vordering op Bleeker zat van ca. 250.000 Euro gestopt, zonder aan ons te vragen of we bewijs van de wanprestatie van Bleeker hadden, en zonder ons te vragen of we die zaak van hem wilden kopen of verkrijgen. Bizar is evenwel dat Sweens de vermeende vordering van Bleeker wel heeft erkent terwijl Lily nadrukkelijk heeft gesteld dat het een ten zeerste omstreden vordering is, en vervolgens is, op basis van allerlei kromme redeneringen, en in samenspraak en overleg met Sweens, is de bij velen welbekende advocaat Duijsens ook een rechtszaak tegen P. Groot in privé begonnen. Duidelijk is dat Duijsens en Sweens met elkaar overleggen maar elkaar ook aanmoedigen en middels alle voornoemde zaken P. Groot in hun opgezette van te laten lopen. In de eerste zitting van de rechtszaak die Sweens heeft aangespannen, mompelde Sweens zoiets als dat hij door Duijsens gestimuleerd was om de zaak te beginnen, zonder duidelijk te zijn waarom. Kennelijk ziet Sweens zichzelf als de natuurlijke vijand van P. Groot, zeker nu die zich niet meer door Sweens van de ene hoek in de andere wil laten schoppen.

 

  1.  Geschatte kosten en schade aan Lily.

Bij kosten en schade onderscheiden we twee zaken die enerzijds onafhankelijk van elkaar zijn, maar ook hier en daar door elkaar lopen en er zijn effecten die elkaar versnellen. We onderscheiden de kosten en schade door GUO veroorzaakt en die door Sweens veroorzaakt, en de schade door de omstandigheden zoals die ontstonden. Door Lily is 32.000 Euro betaald om het faillissement te voorkomen, als GUO tot een regeling had willen komen had dat ook geld gekost. Het faillissement op zich bezien deed veel schade aan relaties, door concurrenten werden klanten benaderd die suggereerden dat niet Lico maar Lily failliet was, veel onrust, veel uit te leggen, Schade niet te berekenen maar een groot bedrag.

 

Direct aan Sweens toe te rekenen zijn navolgende bedragen; ca. 10.000 Euro advocaatkosten, en 50.000 Euro voor de schikking voor vermeende Pauliana. Een veel ergere consequentie was dat we weer in gesprek zouden gaan met een mogelijke nieuwe bankier, wat kans van slagen leek te hebben. Die haakte af na publicatie van het faillissement van Lico. Als Sweens niet met zijn chantage actie was begonnen was er mogelijk nog te praten geweest maar de regeling met Sweens verzwakte onze positie en zorgde voor veel extra werk.

 

Dit extra werk moet niet worden onderschat, het betreft veel uren, maar ook concentratie verlies voor het bedrijf, minder klantenbezoek. Doordat we een klant in Engeland niet konden bezoeken en een concurrent hem overtuigde dat bij ons kopen risicovol was raakten we voor 3 jaar een klant kwijt die jaarlijks voor 250.000 Euro bestelt. Inmiddels is hij 2 jaar terug, maar de schade is geleden. Een andere grote ramp was dat we, door de betalingen aan GUO en Sweens, en de bijkomende schade aan relaties zoals voornoemde Engelse klant, we een contracteler maar ten dele konden betalen. Na slechte ervaringen in Limburg in 2000/01 en het jaar daarvoor met Bleeker waren we blij met een kweker waar alles al een paar jaar goed ging, door de problemen wilde hij niet meer voor ons telen en zijn we bij een ander terechtgekomen waar inmiddels veel zaken zijn misgegaan, wat tonnen heeft gekost, en we weer weggaan voor het te laat is.

 

Van het een komt uiteraard het ander, door de betalingen aan GUO en Sweens en aanvullende schade, ontstaat liquiditeit tekort, en slechtere jaarresultaten, en wordt daardoor weer het vinden van een nieuwe financier getorpedeerd en gefrustreerd, daardoor zijn bepaalde zaken weer niet te regelen die schadelijk zijn en de vicieuze cirkel is compleet.  

 

Als zaken daarmee gestopt waren was er nog weer enige orde in zaken gekomen. Hoewel de markt slecht is van Leliebollen en de bollenhandel moeizaam, hebben we ons redelijk weten te handhaven en zouden we uitstekend hebben gedraaid als al deze ellende ons was bespaart, en krabbelden we net weer wat omhoog.

 

Door het dreigen met privé-aansprakelijkheid van Sweens hebben we daar meerdere malen op gereageerd, hebben we de R.C. tot tweemaal toe aangeschreven, alles extra kosten en moeite en tijd die niet nuttig werd besteed. Dit was nog in redelijke orde maar dat veranderde toen in Augustus 2006 we werden gedagvaard door Sweens, en ook in de Bleeker zaak die we reeds bespraken. Mij werd duidelijk dat we geen advocaat moesten hebben die zelf ook curator was, weer werd kostbare tijd besteed en werden zaken gedomineerd door negatieve zaken, inmiddels zijn we naast de eigen tijd en kosten nu weer aan de ene zaak ca. 5000 Euro kwijt en aan de andere  ca. 10.000 terwijl ze nog maar net zijn begonnen.

 

  1.  Nadere opmerkingen.                                                                                                                                

Met volstrekte zekerheid kan worden gesteld dat met alle z.g. oude crediteuren zaken afgewerkt en afgehandeld zouden geweest als Sweens correct had gehandeld. Ook in Lily zijn extra problemen ontstaan die er anders niet zouden zijn geweest. Het is derhalve geheel aan Sweens verwijtbaar dat de oude crediteuren zijn benadeeld, maar ook dat er in Lily problemen en liquiditeitsproblemen zijn ontstaan.

 

Op de rol van de R.C. is reeds zware kritiek geleverd. Feit is dat hij met zaken bekend is en ze laat gebeuren. Dit terwijl hij met alle feiten bekend was.

 

We weten dat op het handelen van curatoren veel kritiek is en er ook met regelmaat behoorlijk pittige publiciteit over is, maar kennelijk zijn dit voor politici geen schrijnende gevallen en zitten ze te slapen, en schrikken pas wakker als er een schrijnend geval met een asielzoeker is. Het kan niet anders dan zo zijn dat er veel onnodige schade is die onnodig de gehele economie ondermijnd en schade toebrengt. Alleen de curatoren vullen hun zakken, allerlei zaken die in normale zin maatschappelijk onaanvaardbaar zijn, en wettelijk verboden, zijn bij een curator plotsklaps toegestaan, als mr. v.d. Berg als rechter iemand berecht die een winkeldiefstalletje heeft gepleegd, dat deelt hij straf uit, maar hij vind het oké dat Sweens eerst schriftelijk vastlegt dat hij niet nogmaals per abuis betaald geld gaat stelen en het vervolgens toch weer doet.

 

We verwachten dat we duidelijk en afdoende hebben uitgelegd hoe het is gekomen dat we onze zaken niet correct af  hebben kunnen werken, en ook wie er de oorzaak van zijn. Ons aller Bedrijfsvereniging het GUO,  de curator die volgens Hirsh Bellin correct, betrouwbaar en serieus zou zijn, en de R.C. die als rechter en toezichthouder alles controleert met een groot gevoel voor recht en rechtvaardigheid. Wij kunnen weinig meer als ons best doen. Als voornoemde lieden zaken voor ons onmogelijk maken kunt u dit in redelijkheid gesteld niet aan ons verwijten.

 

Een laatste slotopmerking, laten we ons een inbeelden dat de hele wereld, alle mensen, een instelling, mentaliteit en moraliteit hadden als curator Sweens en zijn R.C.  Dat zou inhouden dat alle mensen er agressief en intensief alle dagen mee bezig zouden zijn om hun medemensen  1. te intimideren en te chanteren, 2. te  misleiden, 3 te bedriegen, 4, te stelen wat er te stelen viel, 5 liegen dat het gedrukt staat, 6, op grove wijze afspraken niet nakomen, en 7, hand en span diensten verlenen aan degenen die op dezelfde wijze bezig zijn als zij zelf, kunnen we ons er een voorstelling bij maken in welke wereld we dan zouden leven??????

 

Een andere vraag die we wel aan Sweens en de R.C. zouden willen stellen, hoe zouden ze het zelf vinden als de hele mensheid uit Sweensen zou bestaan ???????  

 

Hierbij zaken gedocumenteerd en uitgelegd d.d.  11-09-07.
P. Groot

Recta nos malum