10e Overzicht gebeurtenissen en rechtszaken en lijst van de belangrijkste

Overzicht gebeurtenissen en rechtszaken en lijst van de belangrijkste, daaraan verbondendocumenten, aangaande de z.g. aan Bleeker Smit gerelateerde zaken.

Selectie uit de belangrijkere / en belangrijkste documenten.  Bijlagen corresponderen met nr. van de alinea, en zijn met potlood van een nr. voorzien in de linker bovenhoek. Andere nrs. zijn oude bijlage nrs.

Een aantal zaken corresponderen met het vorige informatie pakket aangaande de zaken die het proces verbaal betroffen. Dit is aanvulling en verduidelijking daarop. zaken dienen in samenhang met elkaar te worden bezien.

Van belang zien we de uitspraken, daarin wordt ook verloop etc. weergegeven, en de beschikbare proces verbalen.  Door ons zijn delen daar uit bij de vorige bijlagen gevoegd die o.i. van belang waren. Het verzoek is geweest om die volledig te maken omdat dit vaak wordt gevraagd. Dit is dus ook een doel van dit document. Verder willen we het overzicht en de samenhang van de diverse procedures aangeven.  We zullen verwijzen naar het nr. van de hiervoor verzonden deeluitspraak, of vorige bijlage.

Duidelijk dient te zijn dat er een grote veelheid van documenten (dagvaardingen, memories,  aktes, verweren en inbreng van tegenpartij enz. bestaan) In de uitspraken worden daar de hoofdzaken uit weergegeven, en de zaak verkort weergegeven.  Dit wil niet zeggen dat alles wat in de uitspraken wordt gesteld ook juist is weergegeven.  

Indien het nodig of van belang is dat andere stukken worden toegevoegd, zal dit in algemene zin mogelijk zijn. Van de Sweens zaak is niet alles meer “bij ons” beschikbaar.

In alinea 5 een verkort overzicht en overzicht van de procedures.

  1.    Interactie begon met een z.g. Halve oogst doordat Bleeker zijn contractteelt niet goed uitvoerde. Halve oogst is nooit ontkent. We spreken verder over B/D  als het  Bleeker / Duijsens betreft. Daar waar het gaat over Lico en / of Groot spreken we over L/G. Deze zaak dateert van oogstjaar 1999. B/D hebben de halve oogst geweten aan slecht plantgoed dus L/G.  L/G heeft sluitend bewijs dat B/D grote en verwijtbare fouten gemaakt heeft.  Document 1 geeft al aan dat de door B/D benoemde (plantgoed) gebreken in grote delen van de percelen niet voorkwamen en dus geen oorzaak konden zijn.   B/D heeft nooit een door hem gedane bewering onderbouwd of behoeven te onderbouwen. Ook heeft hij nog nooit tegenbewijs geleverd, of behoeven te leveren, op door L/G ingebrachte zaken.  (1)
  2.    Procedure gestart door L/G, d.d.2-2-2000.  door v. Meel. Getraineerd door B/D door getuigenverhoren over een contract. Laatste tussen uitspraak, tussenvonnis Blokland, 20 aug. 03.  Bewijsopdracht.  Blokland was inmiddels ook R,C,  in faillissement Lico Teelt BV.    kopie is relevante deel uit tussenvonnis. Als hele vonnis nodig zou zijn, moet dit opgezocht of opgevraagd. (2)
  3.  Curator Sweens wilde procedure L/G versus B/D niet doorvoeren, L/G ook niet. Zou dus automatisch van  de rol zijn verdwenen. Door B/D  is ca. 2 jaar later ontslag van Intentie verzocht, kennelijk in overleg met Sweens,  en kennelijk bedoeld om te voorkomen dat L/G nog tot voortzetting van de zaak zou kunnen verzoeken. Hierbij werd L/G voor het eerst bekend met “Het proces verbaal”.  dat inmiddels tonnen heeft gekost.  Uitspraak van z.g. Ontslag van Instantie, geeft ook gang van zaken weer.  (3) Dagvaarding in eerste aanleg was aangehecht en is mee gekopieerd.
  4.   Dit had het einde van deze zaak moeten  zijn, maar bleek later meer een begin te zijn. Later bleek van belang, een brief van B/D van 23-03-04 aan Sweens, een brief van B/D aan L/G en een opvolgende correspondentie, die bij een vorige set al is toegezonden. Een proces verbaal van de z.g. verificatievergadering bleek later cruciaal, hoewel al overbekend hierbij als 4.
  5.   Overzicht procedures;
  6.  Voornoemde procedure, gestart 02-02-00  zie tussenvonnis (2), beëindigd 26-10-05.
  7.  Procedure gestart door Bleeker Smit,  juli 2006, Uitspraak  27-08-08,   
  8.  Hoger beroep   Hof,  uitspraak  28-02-2012
  9.   Cassatie-  daarvan hier geen documenten.
  10.  Procedure ter vaststelling van wanprestatie Bleeker, uitspraak  14-07-2010
  11.   Hoger beroep  Hof, uitspraak  8 november 2011  (ook in cassatie?)
  12.  Procedure  ter verbetering Proces Verbaal van 14-05-2004.  Uitspraak  05-01-10
  13.   Hof verbetering proces verbaal  uitspr.  11-06-2010
  14.     Is ook in cassatie geweest.
  15.    Verzoek getuigenverhoor,  uitspr. 12-04-2011
  16.   Ander verzoek getuigenverhoor,  uitspr. 02-08-2011.
  17.    Schadestaat procedure gestart  2009, stilgelegd, na laatste uitspraak weer begonnen. 26-05-2014  comparitie.
  18.    Procedure gestart door Sweens (bestuurdersaansprakelijkheid), d.d. 27-01-2010. eisen van Sweens afgewezen, de enige gewonnen zaak.
  19.   2009,  beslagleggingen  over en weer.
  20.    2009,  Groot begint een zaak, aansprakelijkheid pro cé  Sweens, afgewezen 12 mei 2010
  21.   12-04-2011,  Hoger Beroep afgewezen door Hof.  

Alleen in de door Sweens begonnen zaak is positief voor Groot beslist. alle anderen waren nadelig voor Groot.  

Proces verbalen.

  1. Van comparitie beoordeling teelt (e)  is d.d. 15-02-10  proces verbaal opgemaakt. 2. Tevens van comparitie 23-03-2010 in zaak Sweens pro cé(o)  en 3  van de zitting hoger beroep ter verbetering proces verbaal, (h).  Deze proces verbalen worden (ook) integraal bijgevoegd.  Van andere zittingen hebben we geen proces verbalen gevonden.
  2.    Zaken begonnen dus (opnieuw) door de “volstrekt onverwachte” dagvaarding van B/D in Juni 2006. Curator Sweens kwam kort daarna ook met een dagvaarding, we zullen eerst de B/D zaken achtereenvolgens bespreken, dan het proces verbaal, dan de Sweens zaken, hoewel meerdere zaken gelijktijdig plaatsvonden.  Uitspraak van 27-08-08  B/D  zaak  inmiddels overbekend, hier als bijlage(6) bijgevoegd.
  3.    Hoger beroep in die zaak, zie ook vervolg zaken die daarmee van doen hadden, Uitspraak  28-02-2012  (7) .
  4.    In uitspraak  27-08-08  wordt o.a. gesteld dat deze rechter mevr. mr. Allegro, anders zou hebben geoordeeld als B/D te kort zou zijn gekomen, maar dit  was “Nimmer in gerechtelijke procedure vastgesteld”. Nu dit van (essentieel) belang leek te zijn was de vraag waarom zij dit zelf niet deed of daar opdracht voor had gegeven. Ze stelde immers impliciet dat ze wel eens “helemaal fout” kon zitten, maar deed daar verder niets aan.  Dit deed L/G besluiten om in een aparte zaak dit vastgesteld te krijgen. Hoewel onder ons protest werd die zaak ook door deze rechter Allegro behandeld, die in een onnavolgbare uitspraak de zaak als het ware in het midden laat”  Zie uitspraak 14-07-2010. Positieve uitspraak zou beslissend in het hoger beroep kunnen zijn geweest.

8a  In deze zaak is een comparitie geweest, waarvan een  duidelijk proces verbaal.  Hoewel zaken op de teelt slaan (dus niet over het proces verbaal van 14-05-04)  voegen we dit nog tussen, voor alle volledigheid, als bijlage  8a.

  1.   Van deze uitspraak in hoger beroep gegaan, bekrachtiging van vonnis  08-11-2011. (9). Dus onbruikbaar in lopende Hoger Beroep.  Teelt kon in hoger beroep ook worden beoordeeld. Gesteld;  moet (of kan) in schadestaat procedure beoordeeld worden.
  2.   29-05-2009 verzoekschrift ingediend ter verbetering proces verbaal.  Zie ook bijlage 3, in vorige set informatie, voor volledigheid nogmaals bijgevoegd (10). In vorige beschrijving (extra) aandacht aan gegeven.
  3.   Zo ook uitspraak in hoger beroep. Hoger beroep was een vrij korte zitting, nauwelijks drie kwartier, waarbij het vuur niet aan de schenen van Sweens werd gelegd. Bij de uitspraak werd (ook)  een proces verbaal van de zitting gevoegd, daarvan (van vorige zending)pag. 3 als bijlage 13  en bijl. 19  als pag. 4, waarin duidelijk is opgetekend dat L/G stelt dat er geen griffier aanwezig was geweest.  Als bijl.  11 het volledige pr.verb.
  4.   Uitspraak van 11-06 2010.  Pag. 6 al als bijlage 16 ingebracht bij vorige set, Als (12) dus de volledige uitspraak.
  5.   Dit is ook in cassatie gebracht, Die stukken moeten nog teruggezocht worden.
  6.   Duidelijk is dus dat zowel het objectief vaststellen van wanprestatie van B/D  als ook een gewijzigd proces verbaal, zaken in ons voordeel hadden kunnen wijzigen en beslissen. Dat dit niet slaagde was zeer teleurstellend, en wordt ook gezien en beoordeeld als onnavolgbaar en een vijandige houding tegen L/G  en het afschermen en dekken van de curator, als ook en vooral de R.C. mr. H.v.d. Berg.  Als laatste redmiddel werd een getuigenverhoor gezien, om te pogen de waarheid helderder te krijgen en foute aannames te ontzielen. Ingediend zijn twee verzoeken. Eén betreffende de z.g. B/D zaak. Hiervan een zitting geweest,  uitspraak  02-08-2011.   Opmerkelijk is zeker, dat ook dit verzoek,in een lange uitspraak (omhaal van woorden) werd afgewezen,   Hele uitspraak als  (14).   
  7.   Dit brengt ons naar de procedures met Sweens gevoerd. Anders dan bij B/D lopen daar geen procedures meer. In de z.g. Sweens procedures waren zaken aangaande het proces verbaal van 14-05-04 aan de orde, en de verweving en overlap met de B/D zaken, en op complotachtige wijze samenspannen. Op het moment dat in de Bleeker zaak een aanvraag voor een getuigenverhoor was aangevraagd, was ook nog de z.g. Sweens pro cé zaak gaande. Eerst was de bedoeling om één verhoor voor twee zaken aan te vragen. Later bleek het beter om twee aparte verzoeken te doen. Dit verzoek was later dan het vorige ingediend, maar werd eerder afgewezen, afwijzing vond op gelijke datum plaats van afwijzing Sweens pro cé door dezelfde rechters. Hoewel dit het einde was van de z.g. pro cé zaak behandelen we dit in combinatie, en het aan elkaar gelinkt zijn, met het in de vorige alinea benoemde. (15).
  8.  Zoals bekend begon Sweens, na 1,5 jaar dreigbrieven te schrijven en waarbij zowel Sweens als de R.C. mr. v.d. Berg op een (extra) schikking aandrongen, in aug. 2006 een rechtszaak tegen L/G. aangaande bestuurdersaansprakelijkheid. Die zaak werd gedaan voor L/G door mr. v. Spaendonk. D.d. 27-01-2010 is er in die zaak een duidelijk volgbare uitspraak op gekomen ten voordele van L/G. (enige positieve vonnis). Uitspraak bijgevoegd als 16.
  9.   L/G  zijn reeds per 29 mei 2009  over gegaan tot het dagvaarden van Sweens pro cé.  Dienaangaande is er een comparitie geweest d.d. 23-03-2010. Daarin stonden o.a. brief van 13-05-2004 en proces verbaal 14-05-04 vrij centraal.  Pag. 3   al bij vorige set ingediend, waarin opgetekend dat L/G stelde dat er geen griffier ter vergadering aanwezig was.   (17)
  10.   Uitspraak Sweens pro cé, behandeld door Blokland. Kruisverbanden en verwevenheden met zowel Sweens, v.d.Berg, en Blokland, alsmede collega rechters in Alkmaar zoals Allegro en v. Leeuwen al eerder aangegeven en onderbouwd. Uitspraak was d.d. 12 mei 2010.  (18)
  11.    Uitspraak  hoger beroep  tegen Sweens pro cé.  d.d.  12-04-2011.   (19)
  12.    Hierbij geen bijlagen. Verwezen wordt naar de bijlagen van de vorige set. Bijl. 2 verweer Sweens tegen p.v. verbetering, 4, brief Duijsens aan Sweens, en correspondentie L/G  met Sweens en v.v. van 5 t/m 12 en  bijl. 15.
  13.   Verzoek tot verbetering van het proces verbaal. We zouden Garretsen verzoeken of hij nog het complete dossier paraat heeft.  Zelf zullen we zaken ook nog nazoeken, maar mogelijk niet kompleet. Bijlagen zijn (over) bekend.

Bij iedere uitspraak behoort in feite een heel dossier, in hoofdzaak (ook) in bezit van J. Vlaar.

Als raadsman/advocaat heeft eerst S. kruijt van Dijkman voerman advocaten een aantal zaken gedaan, zoals Bleeker en Sweens pro cé. Procedure tegen Sweens is gevoerd door mr. v. Spaendonk,  gedurende ca 2011 zijn Bleeker zaken overgenomen door J. Vlaar.

Verdere informatie op nader verzoek.

m.vr.gr.    P. Groot

Recta nos malum