10. Samenvatting ernstig verwijt

Samenvatting  aangaande (vermeend) ernstig verwijt en Overzicht en uitleg van bijlagen

Groot  is privé aansprakelijk gesteld en ook veroordeeld  voor een vermeende schuld van een B.V. die hij bestuurde, omdat er volgens een advocaat zijnde mr. Duijsens, die optreedt namens een cliënt zijnde Bleeker Smit, aan hem een z.g. ernstig verwijt te maken zou zijn geweest. Die rechtszaken hebben tonnen gekost, en hebben Groot volledig aan de bedelstaf gebracht. In een 41 pagina’s tellend document legt P. Groot gemotiveerd en gedetailleerd uit dat de veroordeling, volstrekt onterecht is, en gebaseerd op uitsluitend leugens en verzinsels van die advocaat, en zijn cliënt, en dat inmiddels een veelheid aan rechters  de leugens en verzinsels klakkeloos overnamen, en de bewijzen van het tegendeel negeerden. Dit document is dus onderligger voor deze samenvatting, waarin we die zaken kort benoemen die we in het document nader onderbouwen, met verwijzing naar bijgevoede bewijsdocumenten.  In andere documenten geeft Groot aan dat sprake is van zeer dubieuze rechtspraak, ook dat er bij vele derden, in zaken die hen betreffen, sprake is van niet objectieve rechtspraak, en daar waar er een curator of bewindvoerder in het spel is ook ongeveer standaard van partijdige rechtspraak in het voordeel van de curator. Ook en mede ook in andere documenten omschrijft Groot dat sprake was van een opzettelijk vervalst proces verbaal, om Duijsens te bevoordelen, vervalst door een rechter op verzoek van de curator, maar in dit document is alles er op gefocust dat Groot zeer onrechtmatig  ten onrechte is beschuldig van onwettige praktijken, en zogezegd paulianeus handelen, dit terwijl Groot zich juist zeer inspande om alle crediteuren die goederen en diensten (op correcte wijze) hadden verleend, dat Groot zich juist inspande om alsnog de z.g. oude schulden te voldoen, en daarin al goed op weg was, totdat de z.g. oude en lege B.V.s door dwaze idioten (GUO) tegen eerdere afspraken in, in faillissement werden gebracht  waarna de curator Groot chanteerde,  (samen met twee Rechter Commissarissen) en het bij Groot weggechanteerde geld in eigen zak staken, wat ook veel extra kosten gaf en er in resulteerde, dat  Groot geen oude crediteuren meer kon betalen en de curator, die er voor de crediteuren zou moeten zijn, er middels chantage met het geld vandoor ging.  Dit op basis van de bewering van paulianeus handelen, wat nooit is aangetoond, en gebaseerd was op verzinsels die niet door de feiten en dus de wet gesteund werden, dus berust op een volstrekt onbewezen en ook ongefundeerde beschuldiging.  Doordat Duijsens (met de feiten bekend) beweerde dat de curator dit terecht stelde, werd  ook dit klakkeloos overgenomen,  wat in combinatie met andere (nader omschreven) beweringen en verzinsels (nooit met bewijs of onderbouwing) tot het ten gronde richten van Groot heeft geleid. Goede wetten zijn zinloos als slechte en mogelijk zelfs corrupte rechters die wetten op onjuiste wijze niet uitvoeren en volgen. De basis van correcte rechtspraak is  waarheidsvindingen, en gebaseerd op zaken die bewezen zijn. Niet op aannames, fictie en perceptie,  en dus ook zeker niet het partijdig bevoordelen van b.v. curatoren die op ongezonde wijze met de z.g. rechter commissarissen zijn verbonden.  Vergelijkbare zaken blijken veelvuldig voor te komen en zijn grote misstanden die onderzocht en (politiek) aangepakt dienen te worden.

P.S.  alle zaken onder 10  (t/m 10f)  dienen uitsluitend als bewijsvoering dat de beschuldigingen  aangaande een ernstig verwijt m.b.t. P. Groot  geen enkele grondslag of rechtsgrond hadden, en gebaseerd op verzinsels te kwader trouw zijn ingebracht en door rechters, in strijd met de juiste rechtshandelingen waar ze zich aan behoren te houden, (tegen beter weten in???)  en ondanks tegenbewijs, klakkeloos zijn overgenomen.  

Bijgevoegde bewijzen, ter onderbouwing van het document en de samenvatting.              Lijst van bijlagen.

(10b)  bijlage 1.    Door curator Sweens opgesteld faillissementsverslag, waar Groot naar verwijst.  Dit moet van ca. begin  2010 zijn,  het faillissement was toen (al) 7 jaar gaande.  Sweens had ook bestuurdersaansprakelijkheid ingesteld, die werd kort daarna afgewezen.   Des te opmerkelijker is het dat in latere instantie dit bij Duijsens wel werd toegewezen.

  1.    Brief van Duijsens, aansprakelijkheidsstelling, vol leugens en verzinsels. Bewering dat bij aanvang van contractteelt er al krediet was opgezegd was volledig verzonnen en staat ook haaks op andere, latere bewering. Dit bewijst dus dat Duijsens zelf zaken verzon om een tegenpartij te pakken te nemen, en zoals we later zullen zien, dat hij het tegengestelde verzon als zijn eerste verzinsel geen steek hield, zie alinea 4.
  2.    Antwoord van Groot wat verder voor zich spreekt.
  3.    Dagvaarding, 2,5 jaar later ontvangen. In tegenspraak met het eerder beweerde zou Groot bij doorstart, juli 2001 beschikken over grote kredieten, en had daar enkele tonnen van opzij kunnen/moeten zetten, voor als Groot de rechtszaak met Bleeker zou verliezen. Is nieuw verzonnen en staat haaks op het verzinsel benoemd in alinea 2. Iedere niet wereldvreemde rechter zou weten dat dit in werkelijkheid nooit zo kon zijn.  Bij creditopzeggingen  zijn er altijd (grote tekorten, en nooit grote kredieten. Daarvan  ook  geen snipper bewijs, en volstrekt verzonnen, bewijsbaar onjuist, maar door rechters klakkeloos overgenomen.
  4.  Pagina’s uit pleitnota met relevant verweer, bewijs van bestrijden van beschuldigingen.
  5.   Deel van de conclusie van repliek van Duijsens, bewijs van verzinsels en onbewezen beweringen van Duijsens,
  6.    Relevant deel van  Conclusie van dupliek van Groot, bewijs dat goed en duidelijk bewijs van Groot werd genegeerd.

(10c)   8.   Pleitnota,, zitting  19 mei.  was aanvulling op eerdere stukken.  Zaken zijn duidelijk verdedigd en gesteld.  (Had achteraf wat nadrukkelijker gekund maar had voldoende behoren te zijn).  

  1.     Pleitnota Duijsens 19 mei 2008.  Giftig stuk vol leugens en criminaliseren van Groot tegen beter weten in. Beweert zelfs dat brief van 13-05-04 niet verzonden zou zijn, beweert dat Groot kansloos was in procedure en dat Groot die procedure traineerde, werkelijkheid was tegengesteld,  Duijsens had de zaak 3,5 jaar getraineerd.  Groot zou bewijsopdracht krijgen.  Groot had bewijzen paraat en zou de zaak hebben gewonnen. (zie ook de rapportage onder  5. in website www.krominrecht.nl ).
  2.  Proces verbaal van pleidooi.
  3.   Relevante deel van vonnis.
  4.  Beschrijving grief  5  Hoger beroep.
  5.   Reactie daarop van Duijsens
  6.   Relevant deel beslissing Hof van Amsterdam.

(10d)   Document  1,  Opgesteld d.d.  30-04-2014.  Beschrijving / overzicht van voorgevallen zaken  ter informatie voor mr. van Meel,  De laatste zaken zijn niet genoemd, die kende hij al. De lijst van z.g. rechtszaken is dus langer.

Document  2.  Document  20 maart  2012.  Beschrijving van zaken ter informatie van derden,    19 pagina’s.    Zaken waren inmiddels voor ondeskundige derden verwarrend en gecompliceerd,   derhalve zo begrijpelijk mogelijk in opvolgende volgorde op schrift gesteld zodat iemand met enige kennis en begrip, zich een reële indruk kon vormen.

Document 3.   Dit was van  5 jaar eerder,  voltooid  d.d. 11-09-07.  15  pagina’s. Op dat moment was Groot een jaar daarvoor gedagvaard door zowel Sweens als Duijsens maar zaken liepen nog en uitslag op dat moment was nog onbekend. Met dit document informeerde Groot, op basis van de wetenschap van dat moment, vooral z.g. oude crediteuren waar Groot afspraken mee had gemaakt, die hij niet meer kon voldoen door het chantage en diefstal gedrag van curator Sweens, en de twee  R.C.s.  Op dat moment was ook onbekend dat het vervalste proces verbaal een geniepig opzetje was.

10e)   Document  4.  opgesteld  01-05-2012.   Behoort  bij de (B1 t/m/ B9)  VERKLARINGEN.  = B1  inhoud heeft veel overlap met document 2 maar had een andere doel.  Dit was opgesteld met het verzoek of de betrokken deskundigen wilden onderschrijven dat de feiten en werkelijkheid was zoals daarin beschreven.  N. Buisman heeft ook namens R. Jong zijn handtekening gezet.  Zij waren de accountants R.A. en juridisch adviseur van B.D.O. (accountants) D. Siebelt was zeer betrokken zoals elders uitvoerig beschreven, en heeft middels HOBAHO de doorstart mogelijk gemaakt.  Van Meel achtte zich op dat moment niet vrij om te tekenen, maar was later betrokken en heeft zaken ook tijdens recente zittingen bevestigd.  H. Veldman heeft eigen verklaringen afgegeven.

B 2.   Verklaring Veldman, d.d. 18  April 2001, dus deze verklaring is van voor de doorstart, (officiële datum doorstart  01-07-2001) geeft de feiten aangaande onderhandeling met ING, en financiële situatie weer.  Wel ingebracht in rechtszaken maar verkreeg geen aandacht.  Verklaring staat haaks op wat Duijsens in dagvaarding beweerde.

B 2a.  Aanvullende verklaring van H. Veldman, op ons verzoek van Groot van 30 december 2014.  Bewijs dat Duijsens zaken verzon en tegen de klippen op loog, tegen beter weten in. In punt 4 is een fout geslopen, december 2010 moet zijn december 2000.

B 3.   Verklaring N. Buisman  van 19 februari  2009.  toen vooral bedoeld voor procedure door curator Sweens aangespannen.  Weerlegt ook de leugens van Duijsens.  Buisman heeft  dus ook het veel uitgebreidere   feitenrelaas  / document 4  B 1  ondertekend.

B 4.  Brief van Siebelt / Hobaho  van 28 juni 2001  aan Groot.  Was geen (niet bedoeld als) officiële verklaring, maar geeft wel de feiten en gang van zaken weer. Siebelt stelt in de brief de condities waaronder HOBAHO  Groot zodanige hulp wil verstrekken dan een doorstart mogelijk wordt. Op pag. 2 stelt ze condities om te voorkomen dat, als er toch een faillissement zou ontstaan dat zaken zodanig zijn geregeld, dat een beroep op pauliana niet mogelijk zou zijn.  Bijna 2 jaar later bleek dit te kwader trouw toch een bruikbaar chantage middel voor curator Sweens, en kennelijk ook standaard voor curatoren in het algemeen.

B 5.   Brief van Siebelt aan curator Sweens,  de z.g. oude B.V. s van Groot zijn in faillissement gebracht en Siebelt informeert Sweens op verzoek van Sweens. Sweens besluit Groot toch te gaan chanteren, ter vulling van de eigen zak.

B 6    Verklaring van Siebelt  van  26 februari  2009,

B.7    25  augustus  2014.   Korte en duidelijke verklaring, Andere verklaringen (o.a. Document 4  B 1  zouden te lang zijn.  

B 8    25  augustus   2014   verklaring van dezelfde datum, anders opgesteld.

  1. 9    Meer uitgebreide verklaring van dezelfde datum. (3 e vel met datum en ondertekening mist, Hobaho heeft nog kopie, nog eens ophalen).   Dhr.  Siebelt (maar ook de andere betrokken adviseurs) was, en is nog steeds, zeer verbolgen over het vele valse, onrechtmatige, en moreel verwerpelijke gedrag van de betrokken rechters, advocaten, met curator Sweens voorop, en Duijsens die er niet voor onder deed.  Daar waar deze verklaringen in rechtszaken zijn ingebracht zijn ze als bewijs genegeerd.

(10f).   nr.  35.  Deze bijlagen 35 t/m  42, waren al eerder genummerd en zijn een deel van de correspondentie over en weer met curator Sweens, en Groot, deels rechtstreeks, deels met tussenkomst van Advocaat.  Hier ging een heel deel correspondentie aan vooraf, en is er na 42 meer gevolgd.

Wat Groot hiermee aangeeft is                                                                                                                     1.  dat hij op geen enkele wijze heeft erkent dat hij onjuist of paulianeus had gehandeld,       2.  Dat dit niet meer en minder dan een chantage actie van Sweens was om Groot geld uit de zak te kloppen,                                                                                                                                                           3.  Dat Groot pas onder grote druk van zowel zijn advocaat (die een dubbelrol vervulde) en van HOBAHO  (die zich praktisch en pragmatisch op wilde stellen), alsnog door de knieën is gegaan (en dit tot aan heden betreurt). De mening van HOBAHO gaf uiteindelijk de doorslag.

  1.   Hoewel als concept aangemerkt is dit door (de advocaat van Groot) dhr. Sweep, begin juni 2003 naar curator Sweens gezonden. Door Groot was 32.638,48 betaald om het faillissement te voorkomen door de (veel lagere) steunvordering te betalen. Faillissement werd zonder steunvordering toch uitgesproken.  Dit zou volgens Sweens en Sweep terugvorderbaar zijn, Groot zou het bedrag aan Sweens betalen en recht van terugvorderen krijgen. Bleek later onjuist te zijn. Andere bedrag was ten onrechte door klanten van Lily Company B.V. op de verkeerde rekening (van het failliete  Lico Export) betaald, geld van Lily Company B.V. wat Sweens weigerde door te betalen dus achteroverdrukte, dus gewoon met toestemming van zijn rechter toezichthouders weg stal.
  2.  6 juni 2003   15.35  Antwoord Sweens,  gaat niet akkoord,  erkent dat bedragen door debiteuren van Lily Company feitelijk wel hun geld is, kan dus dienen als eerste termijn deelbetaling. Sweens als dief, R.C.s als diefjesmaat.
  3.   Ook  6 juni  2003,  Fax   17.30, twee uur later, rechtstreeks aan Sweens gemaild,  Wat gehaast en onsamenhangend, mede door grote irritatie en frustratie, geeft Groot rechtstreeks toch akkoord (advocaat was met vakantie) als de z.g. Bakker rechtszaak om niet aan Groot wordt overgedaan.
  4.   16 juni 2003,  fax  16.36  Sweens  had stukken Bakker zaak verzocht en verkregen, Die rechtszaak mag Groot er bij overnemen voor 10.000  euro.
  5.   Ook 16 juni 2003,  Groot denkt dat hij deze brief rechtstreeks aan Sweens gefaxt heeft  met kopie aan Sweep.  Groot reageert furieus,  en blaast de gehele deal op, verklaart Sweens rechtstreeks de oorlog, en omschrijft waarom, zegt hem goed de waarheid en houdt hem een spiegel voor. Alles wat Groot schrijft is juist, nu de problemen zich opstapelden, dankzij de onnodige faillissementen, en de (zoals Groot ze benoemd) aasgieren die om het lijk cirkelen (o.a. Sweens) en pikken wat ze kunnen.  Groot stelt zich (nogmaals) fel te weer, en stelt dat Sweens zijn dreiging met een proces aangaande pauliana  maar uit moet gaan voeren en dat het recht wel zeer krom zou zijn als hij dat zou winnen, brief spreekt verder voor zich.
  6.   18 juni 2003  Pruilerige reactie van Sweens, spreekt voor zich..  
  7.    18 juni 2003, wederom reactie omgaand op dezelfde middag, Groot benoemd Sweens (terecht) als de destructor, stelt dat hij geen zin heeft aan koehandel, en stelt dat hij de klanten gaat benaderen die per abuis op de diefstalrekening van Sweens hebben betaald.
  8.    20 juni  2003,  Sweens halveert prijs Bakker zaak,  Groot weigert eerst, heeft ongeveer een uur met zijn advocaat aan de telefoon gezeten, bleef weigeren, het gesteld dat hij HOBAHO (Siebelt) de doorslag laat geven.  

Enkele aanvullende relevante opmerkingen;

  1.   De bewuste Bakker zaak is bij gebrek aan een gemotiveerde advocaat niet doorgezet.
  2.    Sweens had (zowel tegen Groot als Siebelt) toegezegd dat hij na uitvoering van de schikking het faillissement snel op zou heffen en Groot verder met rust laten.  Mede op aandringen van Duijsens, en dus tegen alle afspraken in, heeft hij Groot ook privé aansprakelijk gesteld, begon een rechtszaak op leugen en bedrog gebaseerd, gesteund door zijn z.g. toezichthouders, maar verloor die zaak.
  3.    Curatoren staan veelal negatief en vijandig tegen over failliete personen, of bestuurders van failliete B.V.s.  Verwijzende naar de correspondentie (35-42)  acht Groot het aannemelijk dat de houding van Groot bij Sweens zijn aversie tegen Groot aanwakkerde, en hem deed besluiten zijn afspraken niet na te komen, en handjeklap te maken met Duijsens.
  4.   Wel opmerkelijk is dat Sweens nooit de zaak Bleeker ter overname aan Groot aanbood. Groot had zelf wel weinig interesse getoond, maar het had desalniettemin voor de hand gelegen.
  5.    Faillissement zou snel opgeheven worden, heeft bijna 10 jaar geduurd.
  6.    Al het handelen van Sweens werd gefiatteerd door 2 Rechter Commissarissen, mr. J. Blokland bij Lico Teelt B.V.   mr. H.A.van den Berg  voor Lico Export B.V.  Kwam afspraken en toezeggingen niet na, loog, bedroog, chanteerde en misleidde, op een wijze waar iedere crimineel nog een puntje aan zou kunnen zuigen.

7.     Naast het in dit onderdeel behandelde  z.g.  (vermeende) ernstige vergrijp,  speelde er de wanprestatie van Bleeker (zie 5 reportage) en het vervalste proces verbaal  (zie 6 op website).

Recta nos malum