1.9 Strafrechtelijke aangiftes

Strafrechtelijke aangiftes.

Iedereen wordt aangemoedigd om aangiftes te doen in geval van zaken die strafrechtelijk zijn verboden. Het civiele recht behandeld zaken tussen private partijen, maar als een private tegenpartij ook zaken onrechtmatig ontvreemd (diefstal pleegt), of andere zaken doet die de wet verbiedt dan is dat strafrechtelijk vervolgbaar. Natuurlijk wil een private partij gewoon zijn recht halen en in geval van diefstal zijn geld terug, en hoeft zijn tegenpartij niet per se ook nog de gevangenis is, maar zaken zijn enerzijds verschillend maar anderzijds lopen ze vaak in elkaar over en zijn verweven.  Het kan dus gewoon zo zijn dat iemand meent dat zijn tegenpartij hem zodanig heeft besodemietert dat die straf heeft verdiend,  maar het kan ook helpen om zaken beter opgelost te krijgen als er ook een strafzaak dreigt.

Het bijzondere is dat al snel wordt beweerd dat geen aangifte kan worden gedaan omdat het een civiele zaak is. Men kan dus diefstal wel aangeven als er geen civiele zaak loopt, maar niet als voor dezelfde diefstal ook een claim tot teruggave van het gestolene is ingediend. Dit kunnen we dus vreemd noemen, is ook niet uit te leggen, en komt blijkbaar gewoon voort uit gemakzucht, en geen zin hebben het op te pakken. Hoewel politie verplicht is tot opname van aangiftes worden die gewoon geweigerd of er wordt medegedeeld dat ze verplicht zijn tot opname maar er verder niets mee zullen gaan doen. Dan blijkt ook dat men aangiftes tegen curatoren die zich met diefstal grof verrijken sowieso de prullenbak in verdwijnen. Dat blijkt gewoon een onderlinge afspraak met curatoren, hun (vermeende) toezichthouders (de E.C.) en het O. M. te zijn. Failliete mensen zijn loozers en paria’s, en geacht rechteloos te zijn.

We refereerden al eerder aan de Visser zaak, waar voor miljoenen weg is gestolen en in het zwarte circuit verdwenen Visser heeft allerlei aangiftes gedaan of proberen te doen, en is  door iedereen gewoon besodemietert. Hij krijgt onjuiste informatie over wie zaken behandelt, zaken worden getraineerd, aangiftes zijn zoek, hij wordt voor de gek gehouden en intussen gaat het over tonnen aan geld, en doet iedere betrokken mee aan het doofpot en afpoeier gebeuren.

Zaken zijn daarbij ook wel heel bijzonder, zo hadden ze een deel van het bedrijf door weten te starten maar door curator Sweens (dezelfde) werden onrechtmatige beslagen gelegd waardoor ze klem werden gezet, en direct ook voor dat doorgestarte  bedrijf een faillissement doorgedrukt, waar ene mr. Brederveld curator werd.  Die verkocht de inventaris voor pakweg 10 % van de waarde (op papier) aan een opkoper met slechte reputatie.  Wat duidelijk buiten dit faillissement viel was het bedrijfspand (een andere B.V. en andere eigenaar, en alles wat daar aard en nagelvast was verbonden) evenwel, de opkoper begon alle dure installaties er uit te slopen, en de curator reageerde niet, en de politie inschakelen gaf geen reactie.

Evenwel, toen Visser zaken probeerden te verhinderen stond ineens een leger politie voor de deur. Aangifte van Visser werd geweigerd, maar toen hij bij dit gebeuren gewond raakte vroeg zijn ziektekosten verzekering of hij wel aangifte had gedaan, en heeft men alsnog een aangifte opgenomen. Later stelde de curator dat hij het niet wist en geen toestemming had gegeven,  en verloor Visser later de ene procedure na de andere totdat die curator toch nogal klem zat en de Zwarte Piet naar de opkoper toe speelde, die het in een lege B.V. had gebracht die geen verhaal bood.  

Visser had daarover geklaagd bij het O.M. en er was hem een gesprek toegestaan, waarbij hij P. Groot (mij dus) mee had gevraagd. Dit was met de hoofdofficier van Justitie ene hr. Mud.  Die heeft zaken aangehoord, en uiteindelijk, naast het een en ander, gesteld dat hij er zich wel van bewust was dat er zulke zaken gaande waren en plaatsvonden, maar het kwam er op neer dat hij stelde dat de macht van de opererende criminele dievenbendes van de curatoren zodanig groot was, dat hij daar vrij machteloos tegenover stond, ook al zou hij willen. Nu alweer zeker vier jaar later, is de hr. Mud actief om zaken in de doofpot te werken.

Zelf meende ik een duidelijke zaak tegen Sweens te hebben van diefstal en chantage, maar werd (januari 2009) op politiebureau Bovenkarspel geweigerd om aangifte op te nemen, dus werd ik de deur uitgewerkt.  Tijdens een zitting van 26 mei 2014 vond dan het al eerder beschrevene plaats, zijnde dat Bleeker sr. tijdens de zitting de rechter grof beloog en misleidde om onrechtmatig ook de niet gemaakte kosten vergoed te krijgen, dus opzettelijk en voorbedacht bedrog, vastgelegd in het proces verbaal en gemakkelijk bewijsbaar onjuist. Middels een politie ambtenaar die ik persoonlijk kende slaagde ik er in om tot een aangifte van opzettelijk bedrog te komen.  Voor mij was het van belang dat de leugenlawine van Duijsens en Bleeker tot staan kwam en dat o.a. Bleeker duidelijk werd dat dit strafrechtelijke vervolging op kon gaan leveren, ofwel dat men een rechter niet straffeloos kan en mag beliegen..

Na enige tijd  kregen we een brief, ondertekend door dhr. Mud dat ze niet gingen vervolgen en dus gingen seponeren.  Daar kon je dan een beklagschrift op indienen wat d.d. 19 augustus 2015 was verzonden. Natuurlijk verwachten we al niets meer van dat soort zaken. Ik zou net in dit document gaan schrijven dat ik er inmiddels al 9 maanden niets van had vernomen, maar dit schrijvende kreeg ik een beschikking bij de post. Van een snelle reactie kun je dus bepaald al niet spreken.  Een pakketje van Memo van de Hoofdofficier van justitie  ene L. Leijten van januari (4 maanden terug) en nog zo iets van  de advocaat generaal in het resort Amsterdam  ene mr. W.H.J. Freijsen, op basis waarvan drie raadsheren van het Hof zich over het beklag hebben gebogen.

Wat die er dan zoals van vinden?. Volgens hen is het geen bedrog geweest (wij vergeleken het met een z.g. “Babbeltruc”, die strafbaar is)  het betrof geen valse hoedanigheid (?), het gebruik van listige kunstgrepen (?), of een samenweefsel van verzinsels (?)  Het blijkt in de kern een civiele zaak te zijn, en de rechter beliegen is daarbij kennelijk prima. Een blaadje of 5 van dat soort bla bla bij elkaar, die altijd wel te verzinnen is als je dat soort verzoeken af wilt wijzen, en je staat als klager weer met lege handen.

Recta nos malum