1.5 Toezicht van de procureur

Hun toezicht van de procureur van de Hoge raad.

De wet probeert op de keeper beschouwd altijd wel voor voldoende toezicht te zorgen, en heeft een klachten mogelijkheid ingesteld.  Dit klagen kan bij iemand die daarvoor is aangesteld die “procureur generaal van de Hoge Raad” wordt genoemd.  Dit is een mr. Fokkens.  Als men dus royaal de z.g. aanbevelingen zoals vastgelegd aan de laars lapt, dan behoort hij in actie te komen, dus die taak en verantwoordelijkheid is bij hem neergelegd.  Daarbij is hij de laatste mogelijke schakel, op hem dus ook geen toezicht, dus als hij er voor kiest om zaken naar de doofpot te verwijzen, dat sta je dus weer gewoon in de kou.  

Dit is vervat in de “wet op de rechtelijke organisatie”.  we citeren het desbetreffende artikel  13a ;  “Degene die een klacht heeft over de wijze waarop een rechtelijk ambtenaar met rechtspraak belast zich in de uitoefening van zijn functie jegens hem heeft gedragen, kan, tenzij de klacht een rechtelijke beslissing betreft, de procureur generaal bij de hoge Raad schriftelijk verzoeken een vordering bij de Hoge Raad in te stellen tot het doen van onderzoek naar de gedraging”.  Net zoals aanbeveling 8 duidelijk is gesteld is dit ook duidelijk gesteld. De wetgever bedoelt het wel goed, maar de uitvoerders doen niet wat wordt gevraagd en kunnen daar ongecontroleerd mee weg komen, zullen we zien bij alle klachten.

Op een uitgebreide en goed omschreven klacht waarin aangegeven wat er allemaal mis was, kregen we d.d. 9 juli 2015 een brief terug waar we als volgt uit citeren;  “In hetgeen u aanvoert zie ik ook geen aanwijzing voor uw stelling dat de door u genoemde rechters, ieder voor zich dan wel collectief, partijdig of niet objectief zijn geweest. Dat mr. Blokland en mr. Allegro beiden twee keer betrokken zijn geweest bij een zaak waar u partij bij was is voor mij op zichzelf geen aanwijzing voor partijdigheid. Ik merk daarbij op dat er tussen de keren dat mr. Blokland en mr. Allegro betrokken waren bij een zaak van u vijf jaar respectievelijk twee jaar zat.

——-  Ik zal derhalve niet voldoen aan uw verzoek een onderzoek in te stellen. Ik kan u niet van dienst zijn”.  En zo heeft hij dus weer een klager afgepoeierd en hebben de rechters de bevestiging dat ze van niemand iets hebben te vrezen en ook best een beetje corrupt kunnen zijn.  Duidelijk is dat men zich er op beroept dat er (heel democratisch) een klachtenregeling is, maar dat iedere klacht gewoon afgewezen wordt.  daarbij mag men niet klagen over de inhoud van uitspraken. Als iemand klaagt over het niet volgen van de aanbevelingen en stelt dat daarbij de vonnissen zodanig vreemd en bizar zijn dat dat de indruk van partijdigheid versterkt, dan mag dat niet meetellen.  Die klachtenregeling is derhalve een volkomen dode letter gebleken.

Recta nos malum