1.4 Aanbeveling 8

Aanbeveling 8 van de richtlijnen voor de Onpartijdige rechters.

Ter bevordering van de partijdigheid van rechters zijn richtlijnen onder de noemer van aanbevelingen opgesteld. Vreemd is al dat het geen reglement is zoals bij de Orde van advocaten, en daar aan verbonden een soort controle of handhaving systeem. Dat er wel iets is daar komen we bij het volgende punt op.  Opvallend is dus de ingebouwde  vrijblijvendheid. Dit document hebben we van het internet afgeplukt en dateert van 2004.  Vooral aanbeveling 8 springt in het oog, waarin is gesteld dat een rechter, als die in eerdere instantie bij een zaak betrokken was, en heeft geoordeeld, dat hij in een opvolging van die zaak, dit door een ander laat doen. In de toelichting staat o.a. ook dat bijkomende omstandigheden dit kunnen versterken.

We citeren de aanbeveling  8

“Eerdere bemoeienis met een zaak en met partijen”.  De rechter dient zich er van bewust te zijn dat zijn onpartijdigheid ter discussie kan komen te staan vanwege zijn eerdere bemoeienis als rechter met een bepaalde zaak. Voorts kan de onpartijdigheid van de rechter worden beïnvloed indien hij herhaaldelijk zaken van dezelfde procespartij(en) behandelt.”

In deze zaak was het voornoemde proces verbaal door v.d.Berg opgesteld en daarmee was eigenlijk het gehele team al min of meer er bij betrokken. Het was dan dus een directe collega van hem die oordeelde dat ze op basis van het proces verbaal de inhoudelijke behandeling achterwege kon laten en die negeerde ook ander bewijs.  Dit heeft dus al alle schijn van partijdigheid en verstrengeling van belangen.  Wel stelde ze dat ze anders zou oordelen als al eerder bewezen was dat Bleeker (de contractteler) verwijtbaar te kort was geschoten. Om dit in rechte vastgesteld te krijgen stelden we een aparte rechtszaak in om dit te bepalen. Geheel tegen aanbeveling 8 in, werd dit door dezelfde rechter (mevr. Allegro) behandeld die het verzoek onontvankelijk verklaarde.  Dan was de eerder door ons aangespannen zaak behandeld door rechter Blokland, die ook R.C. was van Lico teelt B.V. (v.d. Berg was van Lico Export B.V.) dus die Sweens moest controleren maar zich dus ook achter de chantage van Sweens naar ons toe stelde, en dit fiatteerde. Toen wij ook een zaak tegen Sweens instelden, werd Blokland, dus ook tegen alle regels in, meer speciaal aanbeveling 8, daarvan de behandelende rechter, en ging Sweens uiteraard vrijuit. Dan was er de directe collega van v.d. Berg (en Blokland) die oordeelde dat het proces verbaal alles oké was, dus allemaal van hetzelfde team, die over het handelen van hun teamgenoot beslisten. (meer specifiek beschreven in document 2).

Het was dan uiteindelijk de teamvoorzitter van het uitdijende clubje, die Duijsens op alle punten in het gelijk stelde, en dus ook fiatteerde dat Bleeker de bespaarde kosten mocht houden en innen. Daar waren dan de navolgende zaken bij aan de hand;  Allereerst had met in het proces verbaal per ongeluk maar het halve bedrag geverifieerd. Op zich uiteraard een domme fout, maar het proces verbaal heet leidend te zijn (Duijsens had ook nooit bezwaar daartegen gemaakt). Wat in zo een proces verbaal staat lijkt heiliger dan de Koran te zijn. In hoger beroep was gesteld dat dit dan ook het bedrag was wat geldend was, maar deze Gisolf draaide dat terug. Het is zeer uitzonderlijk (en snoeihard bewijs van partijdigheid) dat een lagere rechter de uitspraak van het Hof negeert en naar zijn hand zet.  Duijsens mocht die andere helft volgens het hof wel claimen, maar dan zou hij (alsnog) inhoudelijk bewijs moeten leveren, dat Bleeker alles goed had gedaan. Dat zou mis gaan maar zijn partijdige vrienden hielpen hem uit de brand.  Vervolgens was dan de besparingen aan de orde. Er was verwerking van de bollen afgesproken op basis van 800 bollen per rr  maar hij had er, door de grove fouten die hij had gemaakt, maar de helft en in gemakkelijker verwerkbare, veel kleinere maten, geteeld, wat meteen al 50.000 euro scheelde.  Bleeker sr.. mocht daar ter zitting op in gaan, die stelde dat hij geen besparing had wegens heel veel extra werk wegens een ziekte die er in voorkwam, door de schuld van Groot. Die ziekte was geen ziekte maar een bepaald soort onkruid, die ook niet uit het plangoed kwam maar in de grond voor kwam (dus schuld van Bleeker). Normale rechtsgang is dan dat op zo een bewering, die over ruim 50.000 euro ging, dat de tegenpartij weerwoord mag geven, zo niet hier bij deze Gisolf.

Die Gisolf heeft daar dus een oordeel op gevormd, en Groot voor alle niet gemaakte kosten op laten draaien, terwijl dit gebaseerd was op een grote leugen, die kiek was volgen een opgestelde overeenkomst, voordat de bollen waren gerooid,  effectief bestreden en kwam tijdens het rooien niet meer voor, waar een overeenkomst van bestond die u ook in de bijlagen van het rapport aantreft.  Van de gehele behandeling van Gisolf klopte dus geen hout. Ook is het discutabel dat hij als voorzitter van dit team, van welk team ongeveer de helft (op dubieuze wijze) al  bij zaken betrokken was geweest, die zaak deed en in dus ook in strijd met hun aanbevelingen, dit terwijl nadrukkelijk om beoordeling door een andere rechtbank dan Alkmaar was verzocht..

Voor Groot heeft het er overigens de schijn van dat zaken vooraf al waren geregeld en besproken en bekokstoofd, en dat de zitting een schijnvertoning was. De opzet lijkt te zijn dat met de betrokkenen vooraf al was besloten, om de zaak, die als uit de hand gelopen werd bezien, effectief te beëindigen. Door Groot de volle ca. 250.000 euro, in een direct uitvoerbaar vonnis, in de maag te splitsen, zou Groot wel helemaal klemgereden zijn en ridder te voet en niet meer in staat tot verder procederen. Die mening wordt gesterkt door wat we onder punt 11 gaan stellen.

Recta nos malum